Een Groots Geschenk om te herinneren

In onze vorige berichten kon u lezen dat Jezus, de man uit Nazareth helemaal niet bang was van mensen, maar eerder van God, wiens Wil hij volledig wilde opvolgen. Jezus herkende al de mooie dingen rondom hem en wees in zijn gelijkenissen dikwijls naar die Schepping van God die voor ons een streling voor het oog zou moeten zijn. Zoals de vogels in de lucht zouden wij ook vrij kunnen zijn en niet bezorgd moeten zijn voor wat wij zouden gaan eten.

Als wij rondom ons kijken zien wij al de mooie dingen die God geschapen heeft. In de wondere wereld van de natuur kan men de Meesterhand van de Schepper herkennen. Dat alles ligt zomaar voor ons ter beschikking. Het is ons als een geschenk gegeven. Ook Jezus wenste zich als een geschenk voor de wereld aanbieden zonder er iets voor in de plaats te willen.

Hij was de enige profeet die zich volledig aan de Wil van God kon houden en zodoende de weg kon vrijmaken voor ons om door de nauwe poort te gaan en gezegend te worden met een eeuwig leven in het vredevol Koninkrijk van God.

Easter bunnies, Omagh - geograph.org.uk - 690383
Paashazen of 'Easter bunnies' in de winkel om mensen aan te zetten hun geld te besteden aan deze heidense symbolen. - Foto Kenneth Allen
Zondag 8 april zullen ook veel mensen cadeautjes voor hun kinderen klaar leggen en chocoladen eitjes verstoppen. Sommigen van die mensen beweren dat zij de verrijzenis van Christus vieren op die dag. Maar wat hebben dan die eitjes en paashazen met Jezus zijn dood en verrijzenis te maken. Hazen mogen misschien holen graven en Jezus was ook in het diepe der aarde of het grafgelegd, maar dit was zeker niet door konijnen of hazen gegraven. Misschien kan men denken dat zijn rond de drie kruisen stonden, welke mensen denken dat er waren in die tijd, en dat zij bij het donker worden en de aardbeving plots donkere chocoladen eieren legden.

Zoals u wel begrijpt nemen wij zulke verhalen ook wel niet voor waar, maar wensen wij u toch graag het ongerijmde er van te laten inzien.

Het geschenk dat Jezus bracht was namelijk te belangrijk om gevierd te worden met heidense symbolen die de lente en het nieuwe leven moeten voorstellen. Al mocht Jezus wel een nieuwe lente inluiden, hij bracht een nieuw geluid dat over de hele wereld zou moeten klinken als een klok. (Bij wijze van spreken.)

Men kan het ook vreemd noemen dat alhoewel er geen aanwijzing is van de inachtneming van ‘Pasen‘, als het festival dat zovele christenen nu vieren, in het Nieuwe Testament of in de geschriften van de apostolische vaders, dat dit een tijd een belangrijk feest is geweest maar nu toch een sterk verminderd feest is geworden. De kerkelijke historicus Socrates (Hist. Eccl. V. 22) vermeld, met perfecte waarheid, dat noch de Heer Jezus noch zijn apostelen het oplegden om dit Lente festival of andere festivals te behouden, en hij schrijft het gebruik van het Paasfeest toe aan de opneming door de Katholieke Kerk van een eeuwen oud heidens gebruik, precies zoals vele andere riten en handelingen in “die gevestigde heidense kerk van Rome.”

Na de donkere dagen van de winter is het natuurlijk fijn om de lentezon te verwelkomen. Opnieuw kunnen wij vele vogels horen fluiten en ruiken wij terug geuren die doen denken aan nieuw leven en fris groen en zien meerdere kleuren weer opduiken.
Wanneer wij rond ons kijken kunnen wij vele mooie dingen zien. De natuur voorziet ons van veel prachtige dingen die ons niets kosten. Wij hebben de aarde, het zand, het water, de bomen, de vogels, alles voor niets.
Wij kunnen hier op deze aarde leven, soms naar believen, maar de enige levenden die veel eisen van ons en mensen rond ons zijn de regeringen, bedrijven en organisaties.

Vandaag wil de meerderheid van de mensen enkel voor geld werken. Zij willen voornamelijk terug krijgen voor wat zij hebben gedaan. Niets kan er nog voor niets gedaan worden.

Ongeveer 2000 jaren geleden leefde er een man in Nazareth die iets deed omdat hij zo veel gekregen had van één Persoon, in het bijzonder, voor alle dingen waar hij niet om gevraagd had, maar ook voor dingen die hij voor anderen gevraagd had. Hij stelde zich nederig op en keek op naar zijn Vader, die dit alles toebehoorde. Het was voor die Vader dat hij ook alles wenste te doen. Maar ook voor de mensen rondom hem wenste hij alles te doen zonder er iets voor in de plaats te vragen.
Nooit beriep hij zich zelf voor die woorden die hij sprak, de wonderen die hij deed. Nooit beweerde hij dat het zijn woorden of zijn acties waren. Hij wilde dat de hele wereld wist dat het zijn Vader was die al die dingen deed, omdat zonder zijn Vader hij niets kon doen.

“Jezus reageerde hierop met de volgende woorden: ‘Waarachtig, ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier.” (Johannes 5:19 NBV)
“Jezus uit Nazaret met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij.” (Handelingen 10:38 NBV)

In vele kerken wordt er hard van de preekstoel geroepen door de priesters en ministers “God houdt van u – precies zoals u bent”, maar gaat men dadelijk over naar de verdoemenis duiden en mensen bang te maken van “wee u” en “zondaars komen in de hel”, “voor eeuwig zullen zij branden”.

Vaak gaan zij verder wijzen naar de slechte dingen of beweren dat God zekere straffen over de mensen zou brengen, hoewel het niet God is die die slechte gebeurtenissen of slecht nieuws naar de mensen brengt. God brengt Goede of Blije Tijdingen. God houdt van ons als Zijn kinderen en begrijpt dat wij zwak zijn; zelfs zo kwetsbaar dat Hij bewust was dat wij op ons eigen niet recht in lijn konden blijven lopen. Hij besefte de moeilijkheidsgraad voor de mens om trouw te blijven aan Zijn geboden en dat dit niet zo maar  zonder hulp zou kunnen gedaan worden. Daarom gaf God de mens Zijn Woord en voorzag Hij  vele profeten om de mensen door hun leven te gidsen. Het was hun eigen keuze of zij de vele profeten wilden horen en wilden luisteren naar de Woorden van God. Maar iedereen kreeg en krijgt nog steeds de kans.

Hoewel, God wist dat dit niet genoeg was en daarom voorzag Hij ook de mogelijkheid om alles goed te maken en redding voor de mens te brengen. Om het gemakkelijker te maken verzorgde Hij deze Redder op een speciale wijze, zodat hij gedeeltelijk rechtstreeks van God, maar toch ook vanuit  een menselijke moederschoot, in deze wereld zou komen, ook dingen moeten hebben leren en opgroeien zoals ieder kind en dezelfde keuzes moeten maken die iedereen in zijn leven moet maken.

Deze man uit Nazareth wist dat God niet houdt van kwade mensen  of van deze die slechte dingen doen. God heeft nooit van het boze gehouden en zal dit ook nooit doen. Jehovah heeft vaak in het verleden een oordeel uitgevoerd op overtreders  en vele mensen bekritiseren Hem voor het nemen van zulke drastische actie. Vele mensen maakten God met alle hun gesprekken hierover vermoeid. Enkele beschuldigden Hem van zondaren lief te hebben en daarom ook de  zonde.

“Met jullie gepraat vallen jullie de HEER {(Adonai Jehovah)} lastig, en dan vragen jullie: ‘Hoezo vallen wij hem lastig?’ Door te zeggen: ‘Iedereen die kwaad doet, doet wat goed is in de ogen van de HEER, zulke mensen bevallen hem.’ Of: ‘Waar is nu de God die rechtspreekt?’” (Maleachi 2:17 NBV)

De zoon van God, een eenvoudige arbeiderszoon, groeide op in een vroom Joodse hechte familie, kreeg zo’n kennis van de Thora en was zo dicht bij zijn God dat hij echt heel goed zou kunnen begrijpen wat zijn God zei en wilde dat de mensen wisten. Hun gedachten waren zo dicht bij elkaar dat zij zoals één waren. Zij hadden een innige band en gelijkaardig denken en handelen.

Brooklyn Museum - Jesus Before Pilate Second Interview (Jésus devant Pilate. Deuxième entretien) - James Tissot
Jezus voor Pilatus 2° ondervraging - Jésus devant Pilate. Deuxième entretien - tussen 1886 en 1894 James Joseph Jacques Tissot (1836–1902)
“Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ ‘U zegt dat ik koning ben, ‘zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.’” (Johannes 18:37 NBV)
“en de Vader en ik zijn één.’” (Johannes 10:30 NBV) of “Ik en de Vader zijn één hart en geest” (Johannes 10:30 de Boodschap)
“Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden.” (Johannes 17:21 NBV)

In eendracht met zijn Vader kwam Jezus samen met zijn leerling-apostelen en met enkele vrienden om het Pascha samen te vieren. Die nacht beklemtoonde hij dat zij in unie met hem en zijn Vader moesten zijn zoals hij dat was met zijn Vader, zodat de wereld zou kunnen overtuigd worden dat Jehovah God hem had gestuurd die het levensbrood nam. Die nacht vroeg Jezus ook dat wat hij had gedaan niet vergeten zou worden, in het bijzonder moesten zij zijn handeling van het nemen van de wijn en het breken van het brood als een teken van de Nieuwe Overeenkomst of Nieuw Verbond herdenken.

“en wanneer hij ergens binnengaat, moeten jullie tegen de heer des huizes zeggen: “De Meester vraagt: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’ ” Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen, die al is ingericht en waar alles gereedstaat; maak daar het pesachmaal voor ons klaar.’ De leerlingen vertrokken naar de stad, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal.” (Markus 14:14-16 NBV)

De geschiedenis toont dat Jehovah’s gekozen natie enkele speciale dagen had die de hele natie erbij betrok in de vieringen en dat deze ook een heel emotioneel ding waren tijdens die tijd. Men hechte een groot belang aan de door God opgestelde feestdagen. Van een jonge leeftijd was Jezus ook hierbij  betrokken evenals toen hij een volgroeide man was (Huwelijken, Het Pascha en vele andere) Deze vieringen werden aan de natie Israël als een herinnering gegeven van die Allerhoogste Ultieme Redder …… Jehovah God. Om dat te herinneren waren Jezus en zijn vrienden ook samen op de gehuurde  bovenverdieping. Maar hoewel de apostelen het nog niet heel goed begrepen, voegde Jezus iets speciaals aan deze herinneringsdag toe.

Wij spreken hier over een dag die volgende donderdag, 5 april, zal gevierd worden en de belangrijkste herdenking zou moeten zijn voor ware christenen. Ook al is de traditionele vakantie voor velen een gebeurtenis van gekleurde eieren, hete-kruisbroodjes en konijnen of hazen die niets te maken hebben  met het  eren van Jezus noch Jehovah. In het Engels kan men zelfs nog de gehele naam er in zien van de heidense godin van de vruchtbaarheid. (Easter)

Het moet het ogenblik zijn waarop men de tijd van de overgang of Pascha herinnert waarbij de eerstgeborenen van de Israëlieten gevrijwaard werden en waarna de Israëlieten hun Exodus van Egypte begonnen. Jezus nam die herdenkingsdag ernstig ter harte en wist dat God wilde dat wij de bevrijding van Zijn Mensen ons steeds zouden blijven herinneren. Dan werd een werelds lam in de keel gesneden en haar bloed werd neergestort en gebruikt ter bedekking van de families die in God geloofden. Nu wilde Jezus zijn bloed en vlees voor de gratie van God aanbieden en dit voor iedereen hun zonden te bedekken. Jezus maakte de exodus klaar voor de zonde .

Jezus en al zijn aanhangers hielden Pascha op de 14de van de maand Nisan tijdens hun gehele aardse leven. Maar op die bijzondere 14° Nisan vertelde Jezus wat er zou gaan gebeuren en duidde hij aan wat door zijn dood bereikt zou worden en welk een teken die daad en de symbolen voor die daad zou zijn. Op die avond stelde hij met de symbolen van brood en wijn een nieuwe overeenkomst in, namelijk het Zoenoffer of de nieuwe Pascha .

Jezus was bewust dat het niet gemakkelijk zou zijn, maar hij was gewillig de Wil van God te doen, ook al zou het niet volgens zijn eigen wens gaan, wat God ook wilde zou hij bereid zijn te doen, ook al zou hij daarbij  veel gaan lijden. Gods Wil moest op aarde volbracht worden zoals het in hemel gebeurde.

“laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.” (Mattheüs 6:10 NBV)

“‘Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’” (Lukas 22:42 NBV)

Colmar StMartin 12
Voorstelling van het Laatste Avondmaal op de bovenverdieping - Gotische kerk Saint-Martin, Colmar, "Sainte-Cène"
“Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood kwamen de leerlingen naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar wilt u dat wij voorbereidingen treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’ Hij zei: ‘Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie bekend is: “De meester zegt: ‘Mijn tijd is nabij, bij jou wil ik met mijn leerlingen het pesachmaal gebruiken.’ ”’ De leerlingen deden wat Jezus hun had opgedragen en bereidden het pesachmaal. Toen de avond was gevallen, lag hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd. Onder het eten zei hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’ Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: ‘Ik toch niet, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’ Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’ Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’ Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.” (Mattheüs 26:17-30 NBV)

“Toen de avond was gevallen, kwam hij met de twaalf. Terwijl ze aanlagen voor de maaltijd, zei Jezus: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie, die met mij eet, zal mij uitleveren.’ Ze werden bedroefd en vroegen een voor een aan hem: ‘Ik ben het toch niet?’ Maar hij zei tegen hen: ‘Het is een van jullie twaalf, die met mij uit dezelfde kom eet. Want de Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’ Terwijl ze aten, nam hij een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Neem hiervan, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker, en allen dronken eruit. Hij zei tegen hen: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt. Ik verzeker jullie: ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’ Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.” (Markus 14:17-26 NBV)

“De dag van het Ongedesemde brood waarop het pesachlam geslacht moest worden, brak aan. Jezus stuurde Petrus en Johannes op pad met de woorden: ‘Ga voor ons het pesachmaal bereiden, zodat we het kunnen eten.’ Ze vroegen hem: ‘Waar wilt u dat we het bereiden?’ Hij antwoordde: ‘Let op, wanneer jullie de stad in gegaan zijn, zal jullie een man tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem naar het huis waar hij binnengaat, en zeg tegen de heer van dat huis: “De Meester vraagt u: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’ ” Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen die al is ingericht; maak het daar klaar.’ Ze gingen op weg, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal. Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd. Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’ Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Maar weet wel dat degene die mij zal uitleveren samen met mij aan deze tafel aanligt. Want de Mensenzoon moet heengaan zoals het voor hem bepaald is, maar wee de mens die hem zal uitleveren.’ Ze vroegen zich onder elkaar af wie van hen zoiets zou kunnen doen. Toen ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Jezus zei tegen hen: ‘Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar. Want wie is belangrijker, degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar ik ben in jullie midden als iemand die dient. Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven. Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader mij voor het koningschap bestemd heeft: jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël. Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken.’ Simon antwoordde: ‘Heer, ik ben zelfs bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven.’ Maar Jezus zei: ‘Ik zeg je, Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je mij kent.’ Daarna zei hij tegen hen: ‘Toen ik jullie uitzond zonder geldbuidel, reistas en sandalen, kwamen jullie toen iets tekort?’ ‘Niets!’ antwoordden ze. Hij zei: ‘Maar wie nu een geldbuidel heeft, moet die meenemen, evenals zijn reistas, en wie er geen heeft moet zijn mantel verkopen en zich een zwaard aanschaffen. Want ik zeg jullie: wat geschreven staat, moet in mij tot vervulling komen, namelijk: “Hij werd gerekend tot de wettelozen.” Inderdaad, nu wordt voltrokken wat over mij gezegd is.’ Ze zeiden: ‘Kijk Heer, hier zijn twee zwaarden.’ Maar hij zei tegen hen: ‘Genoeg hierover!’ Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De leerlingen volgden hem.” (Lukas 22:7-39 NBV)

“Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had. Toen hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ ‘O nee, ‘zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,‘ antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein-maar niet allemaal.’ Hij wist namelijk wie hem zou verraden, daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren. Toen hij hun voeten gewassen had, deed hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg hij. ‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. Waarachtig, ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt. Ik doel niet op jullie allemaal: ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.” Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat ik het ben. Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.’ Nadat hij dit gezegd had werd Jezus diepbedroefd, en hij verklaarde: ‘Waarachtig, ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden.’ De leerlingen keken elkaar aan en vroegen zich af wie hij bedoelde. Een van hen, de leerling van wie Jezus veel hield, lag naast hem aan tafel aan, en Simon Petrus beduidde hem dat hij moest vragen wie Jezus bedoelde. Hij boog zich dicht naar Jezus toe en vroeg: ‘Wie, Heer?’ ‘Degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop, ‘zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’ Niemand aan tafel begreep waarom hij dit zei; omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven. Judas nam het brood aan en ging meteen weg. Het was nacht. Toen hij weg was zei Jezus: ‘Nu is de grootheid van de Mensenzoon zichtbaar geworden, en door hem de grootheid van God. Als Gods grootheid door hem zichtbaar geworden is, zal God hem ook in die grootheid laten delen, nu onmiddellijk. Kinderen, ik blijf nog maar een korte tijd bij jullie. Jullie zullen me zoeken, maar wat ik tegen de Joden gezegd heb, zeg ik nu ook tegen jullie: “Waar ik heen ga, daar kunnen jullie niet komen.” Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’ Simon Petrus vroeg: ‘Waar gaat u naartoe, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Ik ga ergens naartoe waar jij nog niet kunt komen, later zul je mij volgen.’ ‘Waarom kan ik u nu niet volgen, Heer? Ik wil mijn leven voor u geven!’ zei Petrus. Maar Jezus zei: ‘Jij je leven voor mij geven? Waarachtig, ik verzeker je: nog voor de haan kraait zul jij mij driemaal verloochenen.” (Johannes 13:1-38 NBV)

“Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus? Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood. Kijkt u eens naar het volk van Israël. Hebben tempeldienaars die van de offers eten niet eveneens deel aan hetgeen geofferd wordt? Wat wil ik met dit alles zeggen? Dat offervlees een bijzondere betekenis heeft? Of dat afgoden echt bestaan? Dat niet, maar wel dat heidenen aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u één wordt met demonen. U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen. Of willen we de Heer tergen? Zijn we soms sterker dan hij?” (1 Corinthiërs 10:16-22 NBV)

“Alleen, u komt niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren. Van wat u hebt meegebracht eet u alleen zelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken is. Hebt u soms geen eigen huis waar u kunt eten en drinken? Of veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen? Wat moet ik hierover zeggen? Moet ik u soms prijzen? Dat doe ik in geen geval. Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam hij een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ {-(11:24) \@Dit is mijn lichaam voor jullie\@ Andere handschriften lezen: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam dat voor jullie gebroken wordt’.} Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.’ Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt. Daarom maakt iemand die op onwaardige wijze van het brood eet en uit de beker van de Heer drinkt, zich schuldig tegenover het lichaam en het bloed van de Heer. Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt, want wie eet en drinkt maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling af over zichzelf. Daarom zijn er onder u veel zwakke en zieke mensen en zijn er al velen onder u gestorven. Als we onszelf zouden toetsen, zouden we niet worden veroordeeld. Maar nu velt de Heer zijn oordeel over ons en wijst hij ons terecht, opdat we niet samen met de wereld zullen worden veroordeeld. Daarom, broeders en zusters, wees gastvrij voor elkaar wanneer u samenkomt voor de maaltijd. Wie honger heeft kan beter thuis eten. Dan leiden uw samenkomsten tenminste niet tot uw veroordeling. De overige zaken zal ik regelen wanneer ik kom.” (1 Corinthiërs 11:20-34 NBV)

Giotto. Last Supper and Crucifixion. Alte Pinakothek, Munich. c. 1320-25.
Het Laatste Avondmaal en een typische voorstelling van de kruisiging van Jezus Christus - 1320-25 Giotto (1266–1337)

Aan de tafel waar men in gezelligheid aan lag, vertelde Jezus hen van het offer dat hij zou brengen. Hij zelf zou als paasgeschenk naar de mensen toe komen. Wie heeft er nu niet graag een cadeautje? Jezus beveelt ons geen zorgen te maken of ongerust te zijn over onze materiële noden. God kent onze noden en zal zeker ons tegemoet willen komen als ook wij God tegemoet willen komen.

“Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten of drinken; noch voor uw lichaam, waarmee gij u zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam niet meer dan de kleding? Ziet de vogels in de lucht; ze zaaien noch maaien, en verzamelen niet in schuren; en toch voedt ze uw hemelse Vader. Zijt gij niet meer waard dan zij? En wie van u kan door zijn tobben een el toevoegen aan zijn levensweg? En wat zijt gij over kleding bekommerd? Denkt aan de lelies op het veld, hoe ze groeien; ze werken niet, en spinnen niet. En toch zeg Ik u, dat zelfs Sálomon in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als een van deze. Als God nu het kruid op het veld, dat vandaag nog bestaat en morgen in de oven wordt geworpen, zó aankleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen? Weest dus niet bezorgd, en zegt niet: wat zullen we eten, of wat zullen we drinken, of waarmee zullen we ons kleden? Hiernaar toch vragen de heidenen; uw hemelse Vader weet, dat gij dit allemaal nodig hebt. Maar zoekt eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid, en dit alles zal u worden geschonken als toegift. Weest dus niet bekommerd voor de dag van morgen. Want de dag van morgen zal bezorgd zijn voor zichzelf; iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.” (Mattheüs 6:25-34 Canis)

Voor Jezus zowel als voor zijn Vader zijn wij evenveel waard, indien niet meer, dan de vogels. Wij kunnen er natuurlijk niet omheen te denken aan ons welbehagen en verlangen een zo goed mogelijk leven te hebben. Weet u dat dit zelfs nu al mogelijk is? Beseft u dat bij het aanvaarden van dat prachtige geschenk dat Jezus heeft aangeboden, wij nu al veel kunnen genieten van het leven dat God ons bereid is te geven?

Jezus besefte ook dat hij zoals iedereen belastingen moest betalen (Mattheus 17:24-27). Maar Jezus wenste nog meer te betalen en dit zelfs met een onnoemelijk hoge prijs. Ook al werd zijn lichaam maar voor 30 zilverlingen verkocht zou dit zijn dood betekenen. (Mattheus 26:15) Uit liefde voor zijn Vader bood Jezus zijn lichaam aan en dacht aan de rijkdom die de mensheid tengoede kon komen.

De mens is dikwijls zo bezig met het vergaren van wereldse rijkdom dat hij de werkelijke rijkdom niet ziet. Wij zijn meestal eenvoudig te veel bezig met het denken aan rijkdommen of uitgeven van onze tijd terwijjl wij ons daarbij nog eens te veel zorgen om maken om allerlei onbenullige dingen. De meer belangrijke dingen worden meestal, door velen uit het oog verloren, terwijl die wereldse dingen zo wel zullen toegevoegd worden indien wij eerst het Koninkrijk van God zoeken.

Als belangrijkste stap om de meest waardevolle geschenken te kunnen zien en krijgen, moeten wij dat Grote Geschenk dat Jezus aan de mensheid heeft gegeven, herkennen en aanvaarden. Door dat zoenoffer van Jezus te accepteren zal het ons ook van harte gegund worden. Wij moeten echter beseffen dat de volle waarde van het geschenk slechts tot zijn recht komt als men de daad van deze man werkelijk volledig hoogschat. Bij het beweren dat Jezus God zou zijn, wetende dat God geest is en niet kan sterven, ontneemt men een deel van de waarde van de losprijs die Jezus heeft moeten betalen. Dan zou men ook laten blijken dat Jezus maar gedaan heeft alsof hij stierf, want als God zou hij weten dat geen enkel mens hem iets kon doen en dat hij onsterfelijk is (want God is eeuwig, heeft geen begin en geen einde.) Maar Jezus heeft wel een begin gehad, zijn geboorte, en een einde, zijn dood aan de martelpaal. Toen hij in het graf werd gelegd was hij werkelijk dood. En toen God hem uit de doden wegbracht was het werkelijk God de Vader die zijn zoon terug leven gaf en hem verhoogde boven de andere mensen.

Voor dat Jezus geboren was vertoefde hij nog niet in de hemel, waar David en anderen ook nog niet waren. De vertaling in vele Nederlandstalige Bijbels met de woorden “nederdaling van Jezus” slaat op de nederdaling van de Heilige Geest die Jezus plaatste in de moederschoot van Maria, waardoor Jezus “vanuit de hemel” kwam, want hij werd door God in de hemel aan de mensheid bezorgt. Na zijn dood stond Jezus op en werd ten hemel, waar nog geen mens was, opgenomen om te zitten aan de rechterhand van zijn Vader.

“Jahweh maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert, maar kan ook verheffen.” (1 Samuël 2:7 Canis)
“Niemand is opgeklommen ten hemel, dan Hij die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon, die in de hemel is.” (Johannes 3:13 Canis)
“(63) En wanneer gij nu den Mensenzoon eens ziet opstijgen naar waar Hij vroeger was?” (Johannes 6:62 Canis) (God had Jezus al in gedachten vanaf de Tuin van Eden. – zie Genesis 3)

“Jesus sprak tot haar: Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven;” (Johannes 11:25 Canis)
“David is niet ten hemel gestegen; toch zegt hij het zelf: “De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zet U aan mijn rechterhand,” (Handelingen 2:34 Canis)
“wetend, dat Hij, die den Heer Jesus heeft opgewekt, ook ons met Jesus zal opwekken, en tegelijk met u \@voor Zich\@ zal doen staan.” (2 Corinthiërs 4:14 Canis)

 “Maar hij, vervuld van den Heiligen Geest, blikte op naar de hemel, en zag de heerlijkheid Gods en Jesus staande aan de rechterhand Gods.” (Handelingen 7:55 Canis)
“Hem heeft God verheven aan zijn rechterhand als Leidsman en Verlosser, om aan Israël bekering te schenken en vergiffenis van zonden.” (Handelingen 5:31 Canis)
“heeft Hij daarentegen, ééns en voor al, één enkel Offer gebracht voor de zonden, “en is Hij gezeten aan Gods rechterhand,”” (Hebreeën 10:12 Canis)
“Maar daarom dan ook heeft God Hem verheven en Hem de Naam gegeven hoog boven alle namen,” (Filippenzen 2:9 Canis)

De Woorden van God indachtig, houden wij ook de naam van Jezus hoog boven alle namen.

Easter eggs
Paaseitjes - Easter eggs (Photo credit: StSaling)

U wordt vriendelijk uitgenodigd om ons te komen ontmoeten en samen, zoals een groep gelijkgezinden, dat Laatste Avondmaal van Jezus en die verschrikkelijke momenten, die hij nadien moest  meemaken, te herdenken. Op de 14de van Nisan (in het jaar 2012 op donderdagavond 5 april)  zullen wij ook een stuk brood nemen, God bedanken, het breken, maar enkel er aan deelnemen wanneer wij in Christus zijn gedoopt en ons waardig achten dit brood die avond tot ons te nemen. Dit zal zijn om het lichaam van Christus Jezus (Jeshua) te herinneren, die voor u en mij is gegeven. “Doe dit in herinnering van mij” vertelde Jezus zijn volgelingen en nadat hij het zijn volgelingen had gegeven drukte hij de hoop uit dat die leerlingen het naar de volgende generaties ook zullen doen op gelijke wijze. Zolang Jezus niet teruggekeerd is zullen wij verdergaan met dat Laatst Avondmaal te herinneren en deel te nemen aan de maaltijd des heren in een vereniging van broeders en zusters in Christus.

Terwijl wij op donderdag een algemeen publiek toegankelijke dienst houden, waarop iedereen welkom is, zullen wij, op dezelfde wijze dat Jezus na het avondmaal de beker  had genomen, dit ook doen met enkel de bezoekende gedoopte Broers en Zussen in Christus en hun kinderen, uit Frankrijk, België, Luxemburg en Engeland, in de Parochie of Ecclesia in het Quaker Huis. Wij zullen het brood en de wijn delen als een teken van de nieuwe overeenkomst met God, het Nieuwe Verbond dat met Christus zijn bloed wordt verzegeld. Telkens als wij het drinken, doen wij  dat in de nagedachtenis van het offer dat Jezus van Nazareth bracht voor de hele wereld.

“Maar God bewijst zijn liefde voor ons, doordat Christus voor ons is gestorven, toen we nog zondaars waren.” (Romeinen 5:8 Canis)

“Zie, de dagen komen, Is de godsspraak van Jahweh, Dat Ik een verbond zal sluiten Met Israëls huis En het huis van Juda: Een nieuw verbond!” (Jeremia 31:31 Canis)
“want dit is mijn bloed van het Nieuwe Verbond, dat wordt vergoten voor velen tot vergiffenis der zonden.” (Mattheüs 26:28 Canis)
“Daarom verleen Ik u het koninkrijk, zoals mijn Vader het Mij heeft verleend:” (Lukas 22:29 Canis)
“Want ik zelf heb van den Heer ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd; dat de Heer Jesus in de nacht, dat Hij verraden werd, brood nam, een dankzegging sprak, het brak en zeide: “Dit is mijn Lichaam, dat voor u \@wordt overgeleverd.\@ Doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo ook na de maaltijd de kelk, zeggende: “Deze kelk is het nieuwe Verbond in mijn Bloed. Doet dit, zo dikwijls gij drinkt, tot mijn gedachtenis.” Welnu, zo dikwijls gij dit brood eet en de kelk drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.” (1 Corinthiërs 11:23-26 Canis)
“Want het testament wordt eerst bindend door de dood, daar het niet van kracht is, zolang de erflater leeft.” (Hebreeën 9:17 Canis)
“tot Jesus den Middelaar van het nieuwe Verbond, tot het Bloed der besprenkeling, dat iets beters afroept dan Abels bloed.” (Hebreeën 12:24 Canis)

Door het Breken van het Brood en Drinken van de Wijn verkondigen wij de dood van Jeshua tot hij komt.

Wij moeten niet rouwen. Wij kunnen gelukkig zijn omdat nadat Jezus in het graf werd gezet (of neergelaten werd in de ‘hel ‘of sheol)  werd hij door zijn Vader opgeheven en verwijderd van de dood als een voorbeeld van wat er ook zal gaan gebeuren met ons. In Jezus zijn dood en herrijzenis kunnen wij de vervulling van de belofte vinden om de gelegenheid te krijgen gered te worden, ook al zijn wij zondig; en vinden wij ook de mogelijkheid om het Koninkrijk van God te kunnen binnen gaan, wanneer wij er waardig voor zullen zijn.

Jezus aan de houten martelpaal ter dood gebracht

“Als het donker wordt komt een rijk mens uit Arimatea aan, wiens naam Jozef is, die ook zelf leerling van Jezus is geworden; hij komt bij Pilatus en vraagt om het lichaam van Jezus. Dan beveelt Pilatus dat het zal worden vrijgegeven. Jozef neemt het lichaam, wikkelt het in zuiver linnen en legt het in zijn nieuwe graf dat hij heeft uitgehakt in de rots. Hij wentelt een grote steen voor de poort van het graf en gaat weg. Dan is daar nog Maria Magdalena en de andere Maria; zij zitten neer tegenover de begraafplaats. Maar de volgende dag, dat is die na de voorbereiding, verzamelen zich de overpriesters en de farizeeërs bij Pilatus, en zeggen: heer, wij hebben ons herinnerd dat die dwaalgeest toen hij nog leefde gezegd heeft: na drie dagen word ik opgewekt! beveel dan dat de begraafplaats tot op de derde dag beveiligd wordt, anders komen die leerlingen, stelen hem en zeggen tot de gemeenschap ‘hij is opgewekt uit de doden’, en dan is de laatste dwaling erger dan de eerste! Pilatus verklaart aan hen: hier hebt ge een wacht; gaat heen en beveiligt alles naar beste weten! Zij maken voort, verzegelen de steen en beveiligen de begraafplaats met de wacht.” (Mattheüs 27:57-66 NB)

“Laat op de sabbat,  in het oplichten van de eerste van de sabbatsweek, komt Maria Magdalena, en ook de andere Maria, om de begraafplaats te aanschouwen. En zie, er geschiedt een groot beven. Want een engel van de Heer daalt neer uit de hemel, komt naderbij, wentelt de steen weg en gaat er bovenop zitten. Zijn aanzien is als een bliksem, en zijn kleding wit als sneeuw. Van vrees voor hem béven de bewakers en worden ze als doden. Maar ten antwoord zegt de engel tot de vrouwen: weest gíj niet bevreesd; ik weet immers dat ge Jezus zoekt, de gekruisigde; hij is niet hier, want hij is opgewekt, zoals hij heeft gezegd; komt, ziet de plek waar hij heeft gelegen; maakt snel voort en zegt aan zijn leerlingen dat hij is opgewekt uit de doden, en zie, hij gaat u vóór naar Galilea,- dáár zult ge hem zien; zie, dit had ik u te zeggen!” (Mattheüs 28:1-7 NB)

“en de redding is door niemand anders; want er is geen andere naam onder de hemel gegeven bij de mensen waardoor wij moeten worden gered!” (Handelingen 4:12 NB)

“laat dan zijn lijk niet overnachten aan de paal; want begraven, ja begraven zul je hem op diezelfde dag, want een gehangene is een vervloeking van God; je zult je bloedrode grond welke de ENE, je God, je als erfdeel geeft, niet verontreinigen! ••” (Deuteronomium 21:23 NB)
“met Jezus van Nazaret toen God hem heeft gezalfd met heilige Geest en kracht; hij is weldoende rondgetrokken en hij heeft allen gezond gemaakt die onder de macht van de duivel lagen, omdat God met hem was; en wij zijn getuigen van alles wat hij heeft gedaan in de landstreek der Judeeërs en Jeruzalem; ze hebben hem weggenomen ‘door hem te hangen aan een hout’; {#De 21:22} hem heeft God ten derden dage opgewekt en gegeven dat hij verscheen niet aan heel de gemeenschap maar aan getuigen die door God voorbestemd waren: aan ons, die na zijn opstaan uit de doden met hem hebben gegeten en gedronken; hij heeft aan ons afgekondigd dat wij aan de gemeenschap moesten prediken en betuigen dat hij de door God aangewezen rechter is van levenden en doden; van hem getuigen alle profeten dat ieder die in hem gelooft door zijn naam vergeving van zonden mag aannemen!” (Handelingen 10:38-43 NB)

“maar op de eerste van de zeven dagen komen zij, nog diep in de morgen, bij het graf, dragende de geurige kruiden die ze hebben bereid. Maar ze vinden de steen weggewenteld van het graf, en als ze er binnengaan vinden ze het lichaam van de Heer Jezus niet. En het geschiedt, als ze daarmee niet verder weten te gaan zie, daar staan twee mannen bij hen in blinkend gewaad; zij worden zeer bevreesd en neigen hun gezichten ter aarde, maar zij zeggen tot hen: wat zoekt ge de levende bij de doden?- hij is niet hier, nee, hij is opgewekt!(-) gedenkt hoe hij tot u heeft gesproken toen hij nog in Galilea was, toen hij zei van de mensenzoon dat hij moest worden prijsgegeven in de handen van zondige mensen, gekruisigd worden en ten derden dage opstaan! Zij worden zijn uitspraken indachtig,” (Lukas 24:1-8 NB)

“Want ik heb aan u allereerst doorgegeven wat ik zelf ook heb mogen aannemen: dat Christus is gestorven voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, dat hij is begraven, dat hij ten derden dage is opgewekt, overeenkomstig de schriften, en dat hij is gezien door Kefas, daarna door de Twaalf; vervolgens is hij gezien door boven de vijfhonderd broeders-en-zusters eenmalig, van wie de meesten tot nu toe er nog zijn, maar sommigen zijn ontslapen.” (1 Corinthiërs 15:3-6 NB)
“Omdat ook Christus éénmaal voor zonden is gestorven, een rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat hij u tot God zou leiden, hij die door {Of: naar.} vlees-en-bloed gedood is maar levendgemaakt is door {Of: naar.} de Geest.” (1 Petrus 3:18 NB)

De komende dagen zullen wij ons blij herinneren dat God opnieuw leven aan zijn zoon Jezus heeft gegeven en  aan hem een hogere plaats in de hemel gaf om voor ons een bemiddelaar te worden.

“Maar nu heeft hij een evenzo voortreffelijker bediening gekregen als hij ook middelaar is van een beter verbond, dat op betere aankondigingen gevestigd en gewettigd is.” (Hebreeën 8:6 NB)
“Daarom heeft God hem verhoogd en hem genadig de naam verleend die is boven alle naam,” (Filippenzen 2:9 NB)
“{(109) • Dixit Dominus.} (v. David, een musiceerstuk.) Tijding van de ENE aan mijn heer: zet je aan mijn réchterhánd, —tot ik je vijanden heb gezet als bánk ondér je vóeten!” (Psalmen 110:1 NB)
“die aan de rechterhand van God is, heengegaan ten hemel; aan hem onderschikken zich engelen en machten en krachten.” (1 Petrus 3:22 NB)
“Hoor, Israël!- de ENE is onze God, de ENE alleen!” (Deuteronomium 6:4 NB)
“Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en mensen: een mens, Christus Jezus,” (1 Timotheüs 2:5 NB)
“en tot Jezus, middelaar van een nieuw verbond, en tot bloed ter besprenkeling dat sterker spreekt dan dat van Abel.” (Hebreeën 12:24 NB)

Op zondag de 8ste april zullen wij blij zijn om samen de hele dag gezellig door te brengen als broers en zussen. Niet enkel het Avondmaal van de Heer te nuttigen, zullen wij in Parijs samen komen maar ook een fijne maaltijd samen te verorberen en om te verbroederen. Zo zijn alle Christadelphians, of Broeders in Christus, die willen komen welkom om die dag samen door te brengen.
Maar diegenen die te ver af wonen of niet in de gelegenheid zijn om naar Paris in Frankrijk te komen, zouden wij toch graag vragen die belangrijke dag van herinnering niet te vergeten en vragen om in eigen omgeving een gelegenheid te zoeken en te vinden om samen met andere christenen dat geschenk van Jezus in acht te nemen en te herinneren in gemeenschap als broeders en zusters.

Vergewis u ervan dat u dit jaar het Pascha zal vieren en samen aan de Pasen vieringen een mooie tijd zult hebben om uw dankbaarheid voor dat prachtige geschenk van  Jezus te betonen. Het Zoenoffer welk God ook voor ons heeft willen aannemen.

Deze dag van het Geschenk van Genade zou nooit mogen vergeten worden door iedereen die hier vandaag nog op aarde moet leven. Maak de wereld kenbaar dat Jezus voor onze zonden is gestorven en is verrezen.

+

Voorgaande: Geen Wegvluchter of in het Engels:  Preceding English article: Not making a runner

Parts of this article can be found in English: A Great Gift commemorated

Aansluitend:  Prophets making excuses

++

Lees ook:

  1. Pasen 2006
    Opvallend kunnen weinig mensen echt beschrijven wat zij juist zouden vieren of herdenken. Tegenwoordig is er een enorme diversiteit in paasvieringen. Per land en vaak ook per religie zijn er vele verschillen. Aanhangers van de Oosterse Orthodoxe kerk vieren eerste paasdag haast nog even uitbundig als hun voorvaderen. De Lutherse kerk in Zweden en Noorwegen daarentegen, heeft zich nogal moeten aanpassen aan bepaalde moderne gebruiken van het volk. Met Pasen gaat namelijk een groot deel van de mensen op vakantie naar de bergen. Origineel als ze zijn, heeft de Lutherse kerk ter plekke enkele bergkerken gebouwd.

    De wijze waarop velen de dagen doorbrengen geeft eerder een beeld dat deze dagen zo als de Kerstdagen doorspekt zijn met heidense traditie en meer te maken hebben met vruchtbaarheidssymbolen dan met de offerdood en verrijzenis* van Jezus Christus, onze Heilland en de Messias waar zo veel mensen jaren hebben naar uitgekeken. Grote schoonmaak, paaseieren, paashaas en paasklokken, reizen naar Rome, chocolade, paasdecoratie… dat zijn de zaken die de mensen wel kunnen bezighouden wanneer de lente zich meer laat zien.  Bij het woord ‘Pasen’ denkt vrijwel niemand meer aan het religieuze feest.Lees verder …

  2. Rond Jezus
  3. God komt ons ten goede
  4. Gods beloften
  5. Gods Redding
  6. Lijden,waarom God het toelaat
  7. Waarom laat God het kwade toe?
  8. Jezus Christus is in het vlees gekomen
  9. Zoon van God
  10. Goedheid en liefde openbaar gemaakt
  11. Jezus moest sterven
  12. Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
  13. Rond het Paasmaal
  14. Avondmaal des heren
  15. Teken van het verbond
  16. Nieuw Verbond
  17. Het Beschreven Lam
  18. Het Zoenoffer
  19. Onschuldig Lam
  20. Lam van God
  21. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  22. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  23. Zoenoffer
  24. Bedenking rond Onveranderlijkheid
  25. Een gedicht voor Pasen
  26. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  27. Niet goddelijkheid van Christus toch 
  28. Priesterschap van Christus
  29. Vrijheid in Christus #1 Onder de Wet
  30. Hij die zit aan de rechterhand van zijn vader
  31. Hij die komt
  32. Terugkeer van Jezus
  33. Toegang met Christus
  34. Verzamelen met Jezus
  35. Pijn lijden
  36. De verdwijnende heerlijkheid 
  37. Jood of Christen zijn
  38. Doen wij alles zoals Jehovah het ons beveelt
  39. Bestemming Getrouwen en Rechtvaardigen
  40. Christelijke hoop op eeuwig leven
  41. Geloof in Jezus Christus
  42. Dankbaar voor gekregen offer
  43. Één met Christus
  44. Liefdemaaltijden
  45. Sabbat of Zondag
  46. Zaterdag of zondag
  47. Zondagsrust of sabbatviering
  48. Uitzicht op de toekomst
  49. Werking van de Hoop
  50. Zijn kruis dragen

+++

Aanverwante artikelen / Related articles:

  • Therefore take no thought, saying, what shall we eat? Or, what shall we drink? Or, Wherewithal shall we be clothed (bummyla.wordpress.com)
    The way we take or receive an anxious thought is by speaking it. Doubtful thoughts will come, but we do not sin until we entertain them. According to this verse, speaking forth these thoughts is one way of entertaining them; therefore, don’t speak forth these negative thoughts.
  • Bringing About God’s Will (bummyla.wordpress.com)
    how God’s Word can bring forth God’s will in your life.
    +
    As a redeemed child of God, as a king and priest of the Most High and as a new creature of God’s Kingdom, clothed in flesh, your body is your badge of authority in the earth; Christ‘s blood is your badge of
    authority in the heavens; God’s Word is your sword of authority in both realms.
  • You have been reconciled to God through Christ Jesus (bummyla.wordpress.com)
    we sometimes forget that God really did do in Christ what He sent Him to do on the cross.
  • Believe In The Name of Jesus Christ (bummyla.wordpress.com)
    Although God is the Creator of us all, there are two conditions you and I must meet before we can be called God’s children.
  • Do You Believe in Christ Jesus? (bummyla.wordpress.com)
  • The Soul confronted with Death (christadelphians.wordpress.com)
  • Christ having glory (christadelphians.wordpress.com)
  • In The Mystery of Christ in Us (idealman.wordpress.com) of ‘Het Mysterie van Christus in ons’  zegt de artikelschrijver dat “Christus in ons” als een heel beduidend deel van de gospel, tegelijk de melk evenals het stevige voedsel zou moeten zijn. De glorie van Christus zou tot ons moeten komen zodat de glorie van God ook over ons zou kunnen zijn. Een punt van de Glorie van God over Jezus is dat het een deel van het beeld van de onzichtbare God is. Wij kunnen God niet zien, anders zouden wij sterven, maar in Zijn zoon  worden wij toegestaan vele eigenschappen van Zijn Vader, onze God in de hemel te zien.
    Hij wijst op de belangrijkheid om Jezus als Christus te zien en zo naar het geloof te komen. + Het verlangen van God is expliciet hier uitgedrukt: God wilde bekend worden onder de Niet-joden maar ook de luisterrijke rijkdom van dit mysterie bekend maken. God had een plan voor hoe Hij dat ging doen. +
    IT zegt dat wij Jezus met ongesluierde gezichten kunnen aanschouwen en  in zijn zelfde beeld getransformeerd kunnen worden, waar dat beeld onze identiteit wordt en eens te  meer de glorie van Christus doet vergroten .
    “En wij allen, die met onbedekt aanschijn de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, worden naar datzelfde beeld van gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dat is door de Heer die Geest is.” (2 Corinthiërs 3:18 NB)
    “Hij is afstraling van zijn glorie en afdruk van zijn bestaan; hij draagt alles door zijn krachtig woord; reiniging van de zonden is zijn daad; hij is gezeten ter rechterhand van de majesteit in den hoge,” (Hebreeën 1:3 NB)
    +
    Hij vergelijkt Christus beeltenis dan met een beeltenis op een muntstuk en geeft aan hoe belangrijk het is om via die beeltenis van Christus Jezus tot geloof te komen.
  • Zo moeten wij met Christus Jezus als hij gereflecteerd worden in die ene beeltenis. Over die Reflectie van God schrijft Idealman in Reflective Glory.(idealman.wordpress.com)Één van de meest verbazingwekkend gedachten is, volgens hem, hoe God de glorie in ons betracht.  Zijn doel voor ons is  Zijn luisterrijk beeld te aanschouwen. De zon en maan illustreren dit mysterie. Wij begrijpen dat de maan eenvoudig een reflector is. De glorie van de maan is de schittering van de zon. De schittering van de maan is een reflecterende glorie. Gelijkaardig is Jezus de schittering van de glorie van God en het beeld van God is perfect helder in Hem. Verder nog betekent Jezus die in ons komt niet alleen  zuivering van zonde,  een opruiming of reiniging, maar die reflector zijn van glorie in ons. De Blijde Boodschapis daar waar God communiceert, “ik wil dat mijn glorie op u schijnt”.“Deze, de afstraling van Gods heerlijkheid en het beeld van zijn wezen, die alles draagt door zijn machtig woord, heeft de reiniging van zonden teweeggebracht en zich daarna gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hemel, verheven boven de engelen net als Hem een hogere naam dan zij dragen is ten deel gevallen.” (Hebreeën 1:3-4 LeiNT04)
    “Wij dan, de heerlijkheid van de Heer met ontsluierd aangezicht weerkaatsend, worden allen van gedaante veranderd, van de ene heerlijkheid tot de andere, zoals al wat door de geest van de Heer wordt gedaan.” (2 Corinthiërs 3:18 LeiNT04)Door de overeenkomst van Christus worden wij van één stadium van glorie naar een ander gebracht (2Cor. 3:18). Als het zegt, is het een transformatieproces dat steeds toeneemt. Wij hebben de ideale man, Jezus voor altijd voor ons. In hem zijn wij niet enkel aanhangers; wij zijn weerkaatsers — beelddragers. Een echte man zal zich zelf puur houden in de heiligste zin  bij. Specifiek en praktisch worden heeft waarde voorbij het  doeltreffend zijn omdat het helemaal in de mogelijkheid komt van het reflecterend zijn.
  • Dat Godsgeschenk moet ons doen stralen van blijdschap en moet Gods glorie laten heersen. > Let His Glory Reign (todaysanewday.wordpress.com)
    Soms werpen wij, in onze leven, een sluier over God. Wij heffen het enkel op wanneer wij Hem nodig hebben en werpen de natte handdoek over Zijn vurig geestelijk vuur wanneer wij Hem niet dringend nodig hebben.
    In plaats van God naar onze normen te zetten zouden wij Zijn Geest moeten toestaan door ons heen te bewegen en diegenen rond u te imponeren.
  • Bisschop T.D. Jakes, pastor van The Potter’s House megakerk in Dallas was uitgenodigd om over zijn idee te praten van de weerspiegeling van Christus, in het bijzonder naar het al of niet zijn van een drie-eenheid. aan hem werd ook de vraag gesteld of God zich manifesteerde op drie verschillende manieren, in drie personen.
    Jakes vindt het belangrijk dat wanneer wij over dit soort dingen beginnen te praten, dat wij beseffen dat er onderscheid is tussen de Vader en de werking van zijn Zoon: de Vader heeft niet gebloed, de Vader is niet gestorven, enkel in de persoon van Jezus Christus, die voor ons in de persoon van Jezus Christus terugkomt … is Jezus Christus met ons, maar enkel bewoont door de  Heilige Geest. Daar ligt trouwens ook de eenheid met Jezus zijn Vader, dat die gewillig was om Zijn Geest in Jezus te laten komen om hem inzicht en mogelijkheden te geven. Wij worden in het Lichaam van Christus door de macht van de Heilige Geest gedoopt. Dat is verenigbaar met zijn geloofsysteem. Ook wij moeten zoals Christus Jezus door de Geest gevoed worden.De Geest van God moet in ons komen wonen, zoals deze in Christus Jezus was, maar dat maakt Jezus noch ons tot diezelfde Geest en zo tot God.
    Lees over het debat: TD Jakes Breaks Down the Trinity, Addresses Being Called a ‘Heretic’ By Nicola Menzie (http://trinityspeaks.wordpress.com)
  • Jesus begotten Son of God #2 Christmas and pagan rites (christadelphians.wordpress.com)
  • Salvation, trust and action in Jesus #1 Suffering covered by Peace Offering (christadelphians.wordpress.com)
    Indien u van alle pijnen wilt bevrijd worden, moet je niet kiezen om de wereld te volgen, maar blik gericht worden naar Christus. Waarbij je met het besef dat er slechts één God en één enkele Bemiddelaar tussen Hem en de mensen staat. Jezus leed en stierf voor ons, zodat ons lijden tot een goed einde kan komen en wij een Nieuw Leven kunnen binnengaan in het Koninkrijk van God.
  • In  Trust Jesus Christ today! Here’s what you must do (christadelphians.wordpress.com) wordt er aangehaald dat het geloof in het Zoenoffer van Jezus Christus ons de enige mogelijkheid geeft om tot zijn Vader te komen, die zijn Vader is en de Enige Ware God Schepper van hemel en aarde is. In Jezus zijn dood en begrafenis kunnen wij het licht zien met zijn verrijzenis die ons ook tegemoet kan komen.
    Door gebed tot God moeten wij Jezus uitnodigen om ook onze persoonlijke Verlosser te worden.
    “want met het hart wordt geloofd, zodat men gerechtvaardigd, met de mond wordt beleden, zodat men gered wordt.” (Romeinen 10:10 LeiNT04)
    “Jezus zei tot hem: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.” (Johannes 14:6 LeiNT04)
    “Want uit genade bent u behouden door het geloof; dat hebt u zichzelf niet gegeven, het is Gods geschenk; het is geen vrucht van de werken; opdat niemand roemen zal.” (Efeziërs 2:8-9 LeiNT04)
    “In Hem bezitten wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van overtredingen, naar de rijkdom van zijn genade.” (Efeziërs 1:7 LeiNT04)
    “Wij ondervinden dus, omdat wij uit geloof gerechtvaardigd zijn, vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door wiens bemiddeling wij toegelaten worden tot die genade waarin wij standvastig, en roem dragen op de hoop in Gods heerlijkheid te zullen delen.” (Romeinen 5:1-2 LeiNT04)
  • Pasen 2006

34 thoughts on “Een Groots Geschenk om te herinneren

Geef een reactie - Give a reaction

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s