God meester van goed en kwaad

Is God de Schepper van goed en kwaad?

Afgelopen zaterdag spraken wij in de dienst over het kwaad en in welke mate God het toelaat en er aldus ook meester over is. Voor diegenen die geloven dat de duivel een gevallen engel is moet het kwaad dus reeds bestaan hebben voor de zondeval van Adam en Eva. Overal in de wereld, en vooral in de zogenaamde “Christelijke” wereld, Heerst de opvatting dat de goede dingen in het leven van God komen, en de slechte dingen van de Duivel of Satan. Dit is geen nieuw idee, noch iets dat tot een afgedwaalde Christendom beperkt is. De Babyloniërs bij voorbeeld geloofden in twee goden, een god van goed en licht, en een god van kwaad en duisternis. Deze twee waren in een dodelijke strijd gewikkeld. Dit was het geloof van Kores, de grote koning van Perzië. Daarom zei God tegen hem: “Ik ben de Heer en er is geen ander; buiten Mij is er geen God…. die het licht formeer en de duisternis schep, die het heil bewerk en het onheil schep; Ik, de Heer, doe dit alles.” (Jesaja 45:5,7, 22)[1]. God schept het heil en het onheil. God is de schepper van ‘het kwade’ in deze zin. In deze zin is er een verschil tussen ‘het kwade’ en de zonde, waar de mens aan schuldig is; zonde is de wereld binnengekomen door de mens, en niet door God (Romeinen 5:12).

Satan on his way to bring about the downfall o...
Gustave Doré's illustratie over de gevallen engel Satan op weg om Adam in het verderf te lokken - Illustration for John Milton’s “Paradise Lost“ by Gustave Doré, 1866 - Satan on his way to bring about the downfall of Adam - Image via Wikipedia

God zegt tot Kores en de Babyloniers dat “buiten Mij is er geen (andere)God.” Het Hebreeuwse woord ‘el’, dat hier als “God” vertaald wordt, betekent eigenlijk ‘kracht, of bron van macht’. God zegt in feite dat er behalve Hemzelf geen andere bron van macht bestaat. Dit is dus de reden waarom een ware gelovige in God het idee van een bovennatuurlijke duivel of van demonen niet kan accepteren. Als men God als de volmaakte Schepper aanschouwt die enkel maar volmaakte dingen kan creëren kan men enkel stellen dat de aarde en hemel volmaakt moeten geweest zijn. Hoe kan dan het kwaad te voorschijn gekomen zijn. Dit is slechts mogelijk als God ook de schepper van het kwaad is. Slechts als God voorzien heeft dat het kwaad mogelijk kan zijn, kan het kwaad in de wereld gekomen zijn, anders moet er een andere schepper naast God aanwezig geweest zijn die dat dan voorzien heeft. (En van waar zou dan die andere schepper dan gekomen zijn?) De eeuwige, alwetende God heeft zich niet door het kwaad laten verrassen. Sterker nog, de almachtige en soevereine God heeft het kwaad, dat Hij haat, toch willen toelaten. Ook bracht Hij het over de mensen na hun zondeval. Hij waarschuwde hen dat zij als straf moeilijkheden, pijn en zelfs dood over hen zouden krijgen. Doorheen de geschiedenis greep God zelfs in door de dood nog spoediger over mensen te brengen. Denk maar aan de Zondvloed, Daniël en de leeuwenkuil, Sodom en Gomorrha. God keert het kwaad ten goede door het te gebruiken als de donkere achtergrond waartegen het licht van zijn menigvuldige genade als een regenboog afsteekt. Hij brengt verschrikkelijkheden over Egyptenaren en andere volkeren om hen te doen inzien wie zijn verkozen volk is en wie boven de Heersers van deze wereld staat. De Bijbel heeft voorbeelden in overvloed van hoe God ‘het kwade’ over de mensen en de wereld brengt. “ Geschiedt er een ramp in een stad, zonder dat de Heer die bewerkt?” (Amos 3:6)[2]. Als bijvoorbeeld een aardbeving een stad treft, dan wordt vaak aangenomen dat de ‘duivel’ het op die stad gemunt had, en de ramp veroorzaakt had. De ware gelovige, integendeel, moet begrijpen dat het God is, die daarvoor verantwoordelijk is. In Micha 1:12 staat: “onheil is van de Heer nedergedaald tot de poort van Jeruzalem.” In het boek Job lezen wij hoe de rechtvaardige Job al zijn aardse bezittingen kwijtgeraakt is. Het leert ons dat onze ervaring van ‘het kwade’ niet evenredig met onze gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid aan God is. Job erkende dat “ De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen.” (Job 1:21). Hij zei niet: “ De Heer heeft gegeven, de Satan heeft genomen.” Tot zijn vrouw zei hij: “zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?”(Job 2:10). Aan het eind van het boek, vertroosten de vrienden van Job hem over “al het onheil dat de Heer over hem gebracht had.” (Job 42:11; vgl. 19:21). Het kan niet anders dan dat God de bron van “het kwade” is in de zin dat Hij diegene is die onze problemen uiteindelijk permitteert. God laat het immers toe dat er moeilijkheden, natuurrampen en problemen over mensen komen. “Want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Heer…als tuchtiging hebt gij dit te dragen…later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid.” (Hebreeën 12: 6-11). Hier zien wij dat de beproevingen die God over ons brengt uiteindelijk tot onze geestelijke groei dienen. Wij stellen Gods woord tegen zichzelf, als wij zeggen dat de duivel een wezen is, die ons tot zonde en ongerechtigheid dwingt, terwijl tegelijkertijd hij problemen in ons leven brengt, die tot doel hebben de vreedzame vrucht van gerechtigheid te ontwikkelen. Het orthodoxe idee van de duivel stuit hier op ernstige problemen. Vooral die passages die het er over hebben, dat een man aan de satan overgeleverd moet worden “opdat zijn geest behouden worde”, of “opdat hun het lasteren worde afgeleerd.” (1 Korinthiers 5:5; 1 Timotheus 1:20). Als Satan werkelijk iemand is die er op uit is mensen tot zonde te verleiden, en dus hen negatief beïnvloeden, waarom stellen deze passages de ‘Satan’ in een positieve licht? Het antwoord is, dat een tegenstander, een ‘Satan’ of moeilijkheid in het leven, vaak zou leiden tot positieve ontwikkelingen in het leven van een gelovige.

Als wij accepteren dat het onheil van God komt, kunnen wij tot Hem bidden om ons te helpen die problemen op te lossen, b.v. om hen weg te nemen. Want als God het kwaad niet zou toelaten en het van iemand anders afkomstig zou zijn, waarom vernietigd Hij die veroorzaker van het kwaad dan niet – tenzij de veroorzaker van het kwaad natuurlijk de mens zelf is. En hierop moeten wij zeggen dat daar ook een groot probleem ligt want de grootste veroorzaker van het kwaad in de wereld is weldegelijk de mens zelf. Kijk naar de vervuiling en de weerslag van de verkeerde ingrepen in de natuur (ontbossing bv.). Indien het kwaad toch over ons komt na gebed hoeven wij niet te vrezen dat God ons niet wil verhoren, wat op haar beurt ook weer zou betekenen dat God kwaad over ons laat komen door dat Hij niet wil ingrijpen. Wij kunnen anders kijken tegenover de moeilijkheden die ons tegemoet komen. Als God niet ingrijpt dan kunnen wij er misschien eens over nadenken of dat God dit kwaad misschien niet over ons wil laten komen zodat het ons tot geestelijk nut kan zijn. Maar als wij geloven dat er een slechte wezen is, de duivel of satan, die onze problemen veroorzaakt, dan komen wij er nooit onderuit. Invaliditeit, ziekte, plotselinge dood of welke calamiteit ook, moeten wij dan gewoon als ongeluk beschouwen. Als de duivel een of ander machtige en zondige engel is, dan is hij veel machtiger dan wij en hebben wij geen andere keus dan van zijn hand het lijden te aanvaarden. Daar tegenover worden wij vertroost dat “ God alle dingen (in het leven) doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.” (Romeinen 8:28). Er is dus geen ‘geluk’ in het leven van een gelovige. De Bijbel windt er geen doekjes om: de menselijke natuur is fundamenteel slecht. Wanneer wij dit accepteren, hoeven wij geen denkbeeldig persoon buiten onze menselijke natuur te verzinnen, die verantwoordelijk voor onze zonden zou zijn. In Jeremia 17:9 lezen wij dat het mensenhart zo arglistig en verderfelijk is, dat wij de omvang van zijn zondigheid niet kunnen vatten. Ook Jezus heeft in Mattheus 7:11 de menselijke natuur als fundamenteel slecht gestigmatiseerd. Salomo beschrijft het in niet mis te verstane termen: “het hart der mensenkinderen is vol boosheid.” ( Prediker 9:3). En God laat voorlopig de mens nog zijn gang gaan. Hij laat het toe dat mensen misdadigers tot leiders kiezen, maar dan moeten zij er zelf de gevolgen van dragen. Hoe erg het ook mag zijn, en hoe moeilijk wij het kunnen begrijpen dat zulk een kwaad als bijvoorbeeld een holocaust de mensheid mag bezoedelen, God is het wezen dat toelaat dat dit allemaal gebeurt. Maar Hij is niet zonder liefde en mededogen. Hij zal al die moeilijkheden ons niet voor eeuwig laten tarten. God heeft beloofd dat er verlossing van het kwaad zal komen voor al diegenen die God willen dienen en erkennen als de enige Ware Schepper van hemel en aarde. Zelfs voor de levenden heeft Hij al voor een Verlosser gezorgd. Die Voorziener, de Heiland kan nu reeds in het mensenleven verzachting brengen. Het is de Vertrooster die het mogelijk maakt dat wij het kwaad in deze wereld nu reeds aankunnen. Jezus is de man die ons een toekomst voor ogen brengt die werkelijkheid kan worden.


[1] (Jesaja 45:5,7,22) 5 Ik ben Jehovah, en er is geen ander. Behalve mij is er geen God. Ik zal u vast omgorden, ofschoon gij mij niet hebt gekend, 7 [Degene] die het licht formeert en de duisternis schept, die vrede maakt en rampspoed schept, ik, Jehovah, doe al deze dingen. 22 Wendt U tot mij en wordt gered, GIJ allen [aan de] einden der aarde; want ik ben God en er is geen ander.

[2] (Amos 3:6) Indien een horen in een stad wordt geblazen, beeft dan niet ook het volk zelf? Indien er een rampspoed in de stad plaatsvindt, is het dan niet Jehovah die gehandeld heeft?

+++

In het Engels kan u een Bijbelstudie vinden over het Boek Job:

Na die reeks komt er een Nederlandstalige reeks over het Lijden dat een mens moet ondergaan maar ook over het Lijden dat door de mens aan anderen wordt aangebracht. (zie artikelen zomer 2011)

+

Gelieve ook meer te vinden over het Lijden in de Nederlandstalige en Engelstalige artikelen op onze hoofdwebsite:

Related please do read:

  1. About suffering
  2. Disappointed with God
  3. Gods design in the creation of the world
  4. Gods instruction about joy and suffering
  5. Gods promises
  6. Gods measure not our measure
  7. Gods non answer
  8. Gods promises to us in our suffering
  9. Gods hope and our hope
  10. Gods salvation
  11. Hope for the future
  12. Importuning for suffering hearts
  13. Looking for blessed hope
  14. Miracles in our time of suffering
  15. Our relationship with God, Jesus and each other
  16. Promise of comforter
  17. Seems no future in suffering
  18. Suffering
  19. Suffering – through the apparent silence of God
  20. Suffering continues
  21. Suffering leading to joy
  22. Surprised by time in joys & sufferings
  23. Words from God about suffering
  24. Working of the hope
Advertisements

19 thoughts on “God meester van goed en kwaad

  1. God schept het kwaad (Isa.45: 7), maar nooit zonden, en geeft de ervaring van het kwaad voor de mensheid om hen te vernederen hen (Ecc.1: 13). Zelfs wanneer in strijd met Zijn wil, verricht het kwaad Zijn intentie (Rom.9: 19) om Zijn naam kenbaar te maken over heel de aarde (Rom.9: 17), en om Zijn liefdete openbaren aan Zijn schepselen.

    Like

Geef een reactie - Give a reaction

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s