Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Heer

De apostel Paulus schrijft in zijn 2e brief aan Timoteus:

“Demas heeft mij uit liefde voor de tegenwoordige wereld (lett: ‘eeuw’) verlaten” (2Tim 4:10).

Dit leest alsof hij het geloof de rug heeft toegekeerd. Maar is dat zo?

Hij wordt in één adem genoemd met anderen die ook naar elders zijn vertrokken. Hebben die ook het geloof de rug toegekeerd? Het lijkt eerder alsof Demas naar Tessalonica ging voor het werk van Christus. Maar wat bedoelt Paulus dan met

“uit liefde voor de tegenwoordige eeuw”?

Jezus gebruikt dat woord ‘eeuw’ om de huidige tijd aan te duiden, in tegenstelling tot het komende Koninkrijk:

“Er is niemand, die(van alles) heeft prijsgegeven om Mij …, of hij ontvangt honderdvoudig terug: nu, in deze tijd, (al die dingen), met vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven” (Mark. 10:29-30).

Ook Paulus gebruikt het zo, in verschillende van zijn brieven. Hij heeft het blijkbaar dus over de liefde voor het huidige leven. Jezus zei daarover:

“Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven” (Joh. 12:25).

Het lijkt er dus op dat Demas niet bereid was om voor het geloof te sterven.

In Rome is nu Nero aan de macht en de eerste tekenen van christen-vervolging beginnen zich af te tekenen. Paulus zit gevangen en verwacht voor het geloof te zullen sterven. Zijn zorg geldt echter niet zijn aanstaande dood, maar de prediking van het geloof:

“Bij mijn eerste verdediging … hebben allen mij in de steek gelaten … doch de Here heeft mij ter zijde gestaan … zodat door mij de verkondiging tot haar recht gekomen is en al de heidenen haar hebben kunnen horen” (4:16).

Over zichzelf heeft hij alleen te melden:

“De Here zal mij beveiligen tegen alle boos opzet en behouden in zijn hemels Koninkrijk brengen” (vs 18).

In Rome is het niet veilig meer, zeker niet in de buurt van Paulus. Zijn helpers hebben hem in de steek gelaten en zijn gevlucht, of hij heeft ze zelf (om andere redenen) ergens heen gezonden, en nu ontbreekt het hem aan mogelijkheden. Dus vraagt hij Timotheüs spoedig te komen, en nog anderen mee te brengen:

“Doe uw best spoedig tot mij te komen. Want Demas heeft mij … verlaten. Hij is naar Tessalonica vertrokken, Crescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië … Haal Markus af en breng hem mede, want hij is mij van veel nut voor de dienst. Tychikus heb ik naar Efeze gezonden” (4:9-12).

Maar hij schrijft ook over een andere broeder:Onesiforus (zijn naam betekent ‘nut brengend):

“hij heeft mij dikwijls verkwikt en zich voor mijn ketenen niet geschaamd. Integendeel, toen hij te Rome gekomen was, heeft hij mij ijverig gezocht en mij ook gevonden (1:16-17).

Dat‘ijverig gezocht’, wijst op moeite, en ‘ook gevonden’ geeft aan dat het niet gemakkelijk was. Hoe doe je dat? Langsgaan bij de autoriteiten en de gevangenissen:

“Ik zoek een gevangene, Paulus van Tarsus, is hij hier? Weet u dan misschien waar hij wel is, kunt u mij vertellen waar ik kan vragen? Hoe zou ik hem het beste kunnen vinden?”

Het was niet veilig om met Paulus te worden geassocieerd. En dus zeker niet om zo duidelijk aan de autoriteiten te laten weten dat je een geloofsgenoot bent. Maar Onesiforus heeft zich niet voor Paulus’ ketenen geschaamd. Want er voor uitkomen dat je een geloofsgenoot bent van Paulus betekent uiteindelijk: er voor uitkomen dat je een volgeling bent van Christus. En had Jezus zelf niet gezegd

“Ieder, die zich voor Mij zal schamen, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen,wanneer Hij komt in zijn heerlijkheid” (Luk. 9:26).

Onesiforus ging ervan uit dat Paulus zijn hulp nodig had, en dat Jezus dus wilde dat hij hem opzocht.
En dan weet je dus wat je te doen staat.
Maar let op. Paulus schrijft:

“De Here bewijze barmhartigheid aan het huis van Onesiforus, daar hij mij dikwijls heeft verkwikt en zich voor mijn ketenen niet heeft geschaamd” (1:16).

Waarom spreekt hij over het huis van Onesiforus, en niet over hemzelf? En twee verzen verder:

“de Here geve hem, dat hij barmhartigheid bij de Here vinde op die dag” (vs 18).

‘Die dag’ is kennelijk de dag van het oordeel, en natuurlijk heeft ieder van ons behoefte aan Gods barmhartigheid in dat oordeel. Maar waarom noemt hij dat hier? En aan het eind van de brief, bij alle groeten:

“en (groet) het huis van Onesiforus” (4:19)

Opnieuw: waarom alleen het huis van Onesiforus, en niet Onesiforus zelf?
Daar is maar één conclusie mogelijk: Onesiforus was niet meer in leven. Maar we lezen niet wat er met hem is gebeurd. Toch lijkt het voor de hand te liggen: zijn ijverig navragen bij de autoriteiten heeft teveel hun aandacht getrokken. De barmhartigheid die hij Paulus heeft bewezen heeft hem de das om gedaan. Vandaar Paulus bede

“de Here geve hem, dat hij barmhartigheid bij de Here vinde op die dag.”

En is dat dan wellicht de reden dat anderen in paniek zijn gevlucht, zoals Jezus’ discipelen waren gevlucht toen Jezus werd gearresteerd. Was de actie van Onesiforus dan dom? Of ondoordacht? Nee, want het tonen van barmhartigheid, zeker aan een broeder, kan nooit dom zijn, zelfs niet wanneer dat risico’s met zich meebrengt. Het is de weg van Christus, en wie gelooft, weet net als Paulus dat hij ‘niet bevreesd hoeft te zijn voor hen die wél het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden’, omdat Christus hen ‘behouden in Zijn hemels Koninkrijk zal brengen.’ Onesiforus wist bovendien heus wel wat hij deed, dus ondoordacht was het ook niet. Het was broederliefde, en dat is uiteindelijk toch de plicht van een discipel van Christus. Het is tegen deze achtergrond dat wij Paulus’ vermaning en aanmoediging aan Timotheüs moeten lezen:

“Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid. Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Here of voor mij, zijn gevangene, maar wees mede bereid voor het evangelie te lijden in de kracht van God, die ons behouden heeft en geroepen meteen heilige roeping … die nu geopenbaard is door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus, die de dood van zijn kracht heeft beroofden onvergankelijk leven aan het licht gebracht heeft door het evangelie.” (1:7-10).

Evenmin als Onesiforus moet Timotheüs zich schamen voor het feit dat Paulus een gevangene is. Want dat is hij wegens zijn verkondiging van het evangelie:

“Om die reden draag ik ook dit lijden,en schaam mij daarvoor niet (vs 12).”

Want wie zich daar wel voor zou schamen, zou zich schamen voor Christus, en dan zou Christus zich voor hem schamen op de dag van het oordeel. Het gaat niet om dit vergankelijke leven, maar om het uiteindelijke onvergankelijke leven. Een belangrijk woord in deze passage is lafhartigheid. Dat woord komt in de Bijbel maar zelden voor, en duidt dan steeds op een houding die neerkomt op een gebrek aan vertrouwen in God of in Zijn beloften. Het gaat dus niet uitsluitend om vrees, wat nog te excuseren zou zijn, maar om gebrek aan vertrouwen, dat in feite neerkomt op ongeloof. En het boek Openbaring vertelt ons dat de ‘lafhartigen’ bij het oordeel zullen worden verworpen. Voor God is het dus niet maar een schoonheidsfoutje, een vlekje op je blazoen, maar een principiële ongeschiktheid voor een plaats in Zijn Koninkrijk. En Paulus waarschuwt Timotheüs zich daar niet aan te bezondigen, zoals Demas kennelijk wel had gedaan. Juist wanneer het spannend wordt, zegt Paulus, blijkt wie de proef kan doorstaan en wie niet. Wie daarin faalt is onaanvaardbaar voor God.

De laatste discipel die ik in deze overdenking wil bekijken, is Johannes Markus(4:11). We vinden hemzelf voor het eerst genoemd in Hand12:25. Volgens Kol. 4:10 was hij een neef van Barnabas. Volgens Hand. 12:12 was het huis van zijn moeder een vergaderplaats voor de eerste gemeente te Jeruzalem, en men neemt daarom aan dat dat ook het huis was met de bovenzaal van het laatste avondmaal. Paulus en Barnabas nemen hem mee uit Jeruzalem naar Antiochië (Hand. 12:25) en vervolgens op hun eerste zendingsreis (13:5). Maar wanneer zij, vanuit Cyprus, op het vasteland van Klein-Azië aankomen, ontzinkt Johannes Markus de moed en hij keert terug naar huis (13:13).
Als Paulus en Barnabas zich gereed maken voor de tweede zendingsreis weigert Paulus hem opnieuw mee te nemen:

“Barnabas wilde ook Johannes, genaamd Markus, mede nemen; maar Paulus bleef van oordeel, dat men niet iemand bij zich moest hebben, die hen na Pamfylië had verlaten en zich niet met hen tot het werk had begeven” (Hand. 15:37-38).

Oppervlakkig lijken Paulus’ bezwaren louter van praktische aard te zijn, maar in het licht van wat we hierboven zagen, begrijpen we dat zijn bezwaren meer principieel zijn. In zijn ogen toonde Johannes Markus gebrek aan vertrouwen en daarmee bezat hij niet de juiste mentaliteit voor het werk. We moeten daarbij bedenken dat Johannes Markus al eens eerder was gevlucht: bij Jezus’ arrestatie in Getsemane. In het door hem geschreven evangelie lezen we over

“een jonge man, die een laken om het naakte lichaam geslagen had, die mede liep, Hem achterna, en zij grepen hem. Maar hij liet het laken in hun handen en nam naakt de vlucht” (Mark. 14:51-52).

Algemeen wordt aangenomen dat Markus hier zichzelf beschrijft. Het woord voor ‘jongeman’ duidt iemand aan met een leeftijd van minstens een jaar of 18. Maar dan moet hij in Hand. 13 al ca. 35 jaar oud zijn geweest, dus oud genoeg om verantwoordelijkheid te dragen. Nu echter vraagt Paulus aan Timotheüs hem mee te brengen, omdat hij ‘mij van veel nut is voor de dienst’. Johannes Markus moet nu ca.55 jaar oud zijn en is dus een volwassen man, niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk. Waar Paulus Timotheüs nog moet voorhouden dat hij geen geest van lafhartigheid moet tonen, vinden we geen enkele twijfel in zijn verwachting ten aanzien van Johannes Markus. Waar Johannes Markus begon als een ‘Demas’ (= man uit het volk) is hij nu opgegroeid tot een ‘Onesiforus’: iemand die nut brengt, en die daar, zo nodig, zijn leven voor over heeft. Zo zou de ontwikkeling van elke discipel er uit moeten zien.

R.C.R.

Geef een reactie - Give a reaction

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.