De gezindheid van Christus

 

Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had:
Die Zijn dienstwerk is begonnen in een vorm naar Gods beeld,
maar er geen ogenblik aan heeft gedacht op onrechtmatige wijze te
grijpen naar gelijkheid met God,
doch integendeel zichzelf heeft ontdaan van Zijn goddelijke krachten,
en in plaats daarvan de rol van een slaaf op zich heeft genomen,
en Zich zo (vrijwillig) in een positie heeft geplaatst van gelijkheid aan
andere mensen.
Zo heeft men Hem dan gezien in een positie als die andere mensen,
waarin Hij zichzelf vernederd heeft, door gehoorzaam te worden tot de
dood erop volgde: de dood aan het kruis

*

 

De bovenstaande passage is een vrije weergave van Paulus’ lofzang in Filippenzen 2:5-8, samengesteld uit elementen van verschillende Nederlandse vertalingen, of rechtstreeks uit het Grieks. Deze passage blijkt velen voor raadsels te stellen. Laten we er daarom eens wat nauwkeuriger naar kijken.

Paulus trekt hier een rechtstreekse vergelijking tussen Adam en Jezus. God had Zijn voornemen te kennen gegeven mensen te willen scheppen ‘naar Zijn beeld en gelijkenis’. De Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, gebruikt hiervoor de woorden eikon en homoiōsis. Bovenstaande passage gebruikt het woord morphè (uiterlijke vorm), zowel voor de ‘vorm naar Gods beeld’ als voor de ‘vorm’ (rol) van een slaaf, en homoiōma (een variant op homoiōsis) voor de ‘gelijkheid’ aan andere mensen.

God had aan Adam de heerschappij over de wereld beloofd, maar hem eerst een proeftijd gegeven in de hof. Daar viel Adam echter in overtreding, toen hij voortijdig naar het beloofde probeerde te grijpen, omdat de slang hem aanpraatte dat hij dan ‘als God’ zou zijn (Genesis 3:5). In tegenstelling tot Adam is Jezus Zijn dienstwerk begonnen met veel grotere krachten: bij Zijn doop heeft Hij al de kracht van de Heilige Geest ontvangen. Daarmee had Hij onmiddellijk de macht kunnen grijpen en Zich heerser over de aarde maken.
Dat heeft Hij echter niet gedaan: Hij heeft niet op onrechtmatige wijze (de tekst gebruikt feitelijk het woord ‘roof’) naar die gelijkheid met God gegrepen. In Mattheüs 4:10 zien we hoe Hij deze verleiding juist resoluut van Zich af werpt.

Hij heeft in de woestijn besloten Zijn goddelijke krachten alleen te gebruiken voor anderen (genezingen) en niet ten eigen bate (zelfs niet voor het maken van wat brood om Zijn honger te stillen), en heeft zich daar dus, wat Hemzelf betreft, als het ware van ‘ontdaan’ Dan schakelt Paulus over op een ander beeld. Bij Jezus’ doop klonk er een stem uit de hemel die zei:

‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’

Een herhaling daarvan vinden we bij de verheerlijking op de berg. Dit is een combinatie van twee aanhalingen uit het Oude Testament. De eerste vinden we in Psalm 2:7:

“Het besluit van de HEER wil ik bekendmaken. Hij sprak tot mij: ‘Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt. Vraag het mij en ik geef je de volken in bezit, de einden der aarde in eigendom”.

Dit spreekt van Jezuskoningschap. De andere komt uit Jesaja 42:1:

“Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen.”

Dit is de eerste profetie uit de reeks over de ‘knecht (lett.: slaaf) des HEREN’, waarin ook wordt gesproken over Zijn lijden. De stem uit de hemel wijst er op dat het verlossingswerk vast is verbonden met dit beloofde koningschap.
Wanneer Paulus zegt dat Jezus ‘de rol van de slaaf’ op Zich heeft genomen, zegt hij daarmee dat Jezus die taak van Verlosser, via lijden en dood aan de paal, niet uit de weg is gegaan, maar dat Hij gehoorzaam die weg heeft gekozen boven een weg van heerschappij, waar Hij met de kracht van de Geest ook naar had kunnen grijpen. Door die kracht van de Geest niet te gebruiken, althans niet voor dat doel, heeft Hij zich in dezelfde positie geplaatst als alle andere mensen, die immers die kracht ook niet hebben. En zo hebben Zijn tijdgenoten Hem dan ook zien optreden, als knecht en niet als de koning die hen zou bevrijden uit de macht van de Romeinen. En juist daarmee heeft Hij de overwinning behaald: door te volharden in gehoorzaamheid op precies dat punt waar Adam had gefaald. Paulus’ volgende woorden zijn dan ook:

“Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke (andere) naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer’, tot eer van God, de Vader” (vs 9-11).

Jezus heeft een hogere positie ontvangen dan wie ook buiten God Zelf. Maar die positie had Hij niet van het begin af: God heeft Hem die geschonken op grond van Zijn gehoorzaamheid. Pas nadat Hij die had getoond is Hem die positie ten deel gevallen. En dat, zegt Paulus, is de gezindheid die ook wij moeten tonen: niets minder dan dat is voldoende!

R.C.R

+

Voorgaande artikelen

Slaaf voor mens en God

Dienaar van zijn Vader

++

Aanvullend

  1. De Verlosser 3 Zijn menselijke kant
  2. Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God

Geef een reactie - Give a reaction

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.