Geestelijke vorming tot heiligheid #3
Ook moeten wij onze groei ondersteunen door dagelijks gebed[4], waardoor wij ook makkelijker met stress zullen kunnen omgaan[5].
Alsook moeten wij ons zelf durven erkennen en voldoende naar waarde schatten, plus onze eigen woorden eren alsof zij een belangrijk contract vormen.[6]
Dat wij onze woorden en daden wikken en wegen en onze gedachten zo weten te gebruiken dat zij ons nooit hoeven te beschamen en nooit aanleiding kunnen geven tot Onvergeeflijke zonde en berouw.[7]
Het is niet dat wij tot de 144 000 of De Waardigen moeten gaan behoren.[8] Laat ons al gelukkig zijn als wij bij de geringste van Christus mogen behoren.[9]
Ook al slagen wij er niet in op een bepaalde dag al die dingen te doen die wij wensten, of al sloegen wij er niet om het op zijn best te doen, laten wij tevreden zijn als wij ons best hebben gedaan om er het beste van te maken.[10]
Sommige blunders en absurditeiten kunnen zonder twijfel er in geslopen zijn, maar vergeet ze dan zo snel als je kan. Geloven en Christen zijn is een leerproces. In een leerproces is er altijd ruimte om fouten te maken.[11] Wij kunnen niet allemaal superhelden of zeer belangrijke personen zijn, en God verlangt niet van ons dat wij wereldse helden zijn. Wij kunnen ons afvragen wat die heiligheid betekend die in de Bijbel beschreven staat. Het heilig zijn hoeft nog geen volmaaktheid in te houden.[12] Met onze wedergeboorte in de doop hebben wij ons wel bereid verklaard om dichter te komen tot God en te proberen te groeien naar die heiligheid. Die nieuwe wedergeboorte hoefde geen lidmaatschap tot een bepaalde kerkgemeenschap in te houden.[13] Er zijn namelijk veel kerkleden van die kerken die bewijzen geven van onveranderde levens. Daarom moeten wij er op toe zien dat wij onze broedergemeenschap niet beschamen en mensen duidelijk laten zien en aanvoelen dat wij de liefde van God met elkaar delen. Door onze doop zijn wij over gegaan op een nieuwe natuur die zich heeft klaar gezet voor de opvang van anderen.
Jezus heeft meermaals laten blijken welk een belang God hecht aan de relatie met anderen. Zelfs zo dat een overdreven godsdienstigheid te niet kan gedaan worden als er de liefde voor de ander niet is. De liefde voor de schepping, plant, dier en mens is een van de belangrijkste pijlers in het uitvoeren van het geloof. Wij moeten Geketend zijn door de liefde voor een ander.[14]
Elkaar liefhebben[15] moet als eerste op ons verlanglijstje en zorgenlijstje staan.[16]
In onze liefde voor elkaar moeten wij ook samen broederlijk de Maaltijd des Heren (Breken van het Brood) vieren.[17] Dit hoeft niet per se op een zondag of een zaterdag te zijn. [18]In het besef dat wij deelgenoten in alle vormen van lijden zijn[19] moeten wij elkaars lijden trachten te verlichten door onze woorden en hulpvaardigheid.
Eén met Christus, verschillend met of van elkaar[20] moeten wij alles voor elkaar over hebben en steeds bereid zijn om elkaar ter hulp te schieten. Zelfs diegenen die kwaad aan ons hebben gedaan moeten wij trachten liefdevol te benaderen. Tegenover hen moeten wij vergevingsgezind zijn.[21] Wij zullen moeten Vergeven tot toekomst.[22]
En afstand moeten nemen van het kwade.[23]
Niet enkel horen wij onze liefde naar onze medemens te toen, maar ons ook moet ook steeds liefdevol naar Gods Schepping de natuur gericht zijn.[24]
Vergeven
Vergeven ligt niet makkelijk in de hand.
Jezus leerde zijn leerlingen bidden op een wijze die wij vandaag niet veel meer horen.
Eerst moesten zij God zoeken en dan moesten zij de hoop gaan koesteren om dat Koninkrijk van God te vinden. Naast onze noden moesten wij oog hebben voor de wensen van anderen maar moesten wij er ook van bewust zijn hoe wij tegenover die anderen in onze maatschappij ons gedragen hadden.
Niet enkel hebben wij Gods vergiffenis nodig. Ook wij moeten de vergevingsgezindheid van God over ons laten komen en ons karakter doen veranderen in die mate dat wij anderen geen kwaad of verdriet aan doen maar dat wij ook anderen gaan vergeven. “Vergeef ons onze schulden gelijk wij vergeven aan onze schuldenaren” (Mt 6:12)
Het is Gods goedheid bewezen tot in het duizendste geslacht, die misdaden, overtredingen en zonden vergeeft, maar een schuldige niet ongestraft laat, en de misdaden van de vaders straft in hun kinderen en kleinkinderen, in het derde en vierde geslacht. (Ex 34:7 WV78) Al het onrecht dat is aangebracht in de wereld zal uiteindelijk wel de juiste straf teweeg brengen. Niemand kan zijn loon ontlopen. Maar indien wij fouten hebben gedaan en er spijt over hebben kunnen wij indien ook wij anderen hun fouten willen vergeven ook zo als hen hopen op een rechtvaardige berechting en op een inschikkelijke benadering van onze persoon. Als we onze weg in het licht willen gaan, zoals Jezus in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, Gods Zoon, ons van alle zonde. (1Jo 1:7) Want wij mogen er van verzekerd zijn dat het in Gods Zoon, Jezus de Nazareeër is dat wij de verlossing hebben. Door Zijn bloed kan de vergeving van de zonden, dank zij de rijkdom van zijn genade over ons komen. (Efe 1:7)
“Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.” (1Jo 1:8-9 NBV)
Er is geen diepere nood in het menselijk hart dan vergeving. Vergevingsgezindheid is een noodzaak om met elkaar in het reine te komen.
Wij moeten vergeven worden en wij moeten op onze beurt ook anderen vergeven. De twee zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar.
Na de zondeval kon geen enkele mens nog zonder fout voor God verschijnen. Niemand kan een smetteloos leven voorleggen. Ik geef wel toe dat er doorheen de geschiedenis mensen zijn geweest die getracht hebben de heiligheid van God te benaderen. Vele heiligen hebben hun beste beentje voor gezet, maar naast Jezus was er geen één mens die zo zuiver kon zijn. Al de andere mensen dan Christus Jezus kunnen enkel maar mee met Jesaja uitroepen dat zij eigenlijk verloren zijn. Want ieder van ons heeft onreine gedachten en wel iets verkeer op zijn lippen gehad. en ieder van ons leeft wel in een maatschappij waar mensen niets van God willen weten en ons ook in bekoring willen brengen om van Onze Schepper afstand te nemen.
In deze wereld mogen wij ons daarom gelukkig prijzen dat wij als David kunnen uitroepen dat het zalig is voor diegene wiens misstap is vergeven.
“Gelukkig hij, wiens schuld is vergeven, Wiens zonde is bedekt; Gelukkig de mens, wiens misdaad Jahweh niet langer gedenkt, In wiens geest geen onoprechtheid meer woont.” (Ps 32:1-2 CANIS)
God heeft steeds vergeving getoond en wij zouden ook onszelf zo nederig moeten opstellen dat wij over de fouten van anderen heen kunnen zien en hen hartelijk benaderen in alle vredelievendheid en vergevingsgezindheid.








