Dienaar van zijn Vader

Posted on April 11, 2012. Filed under: Christen zijn en Christus volgen, Jehovah יהוה YHWH JHVH God Elohim Yahweh Jahweh, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

De laatste paar dagen hebben we onze leden aangemoedigd om tijdens het afgelopen verlengd weekend tijd te besteden aan de Bijbel, door zich in  de eerste plaats te richten op de dood van onze Verlosser, dan door te vieren hoe de dood is verslagen.

We hebben gekeken naar deze meester leraar, hoe die wonderen kon doen maar toch nederig was om zelf het werk van de slaven op te nemen. Hij heeft ook nooit gewild dat zijn naam of functie verheven zou worden. Voor Jezus was het duidelijk dat hij altijd de Vader in de hemel wilde en moest volgen. Ook vroeg hij hen die hem wilden volgen niet op te kijken naar hem maar naar zijn vader die hem gezonden had. Zoals Jezus niet zijn eigen weg volgde verlangde hij van zijn volgers dat zij ook de weg zouden volgen van zijn Vader en dat zij nooit hun eigen prioriteiten op de eerste plaats zouden stellen. Jezus wenste niet zijn eigen ideeën voorop te stellen en zo maar te doen wat hij graag zou doen. Voor hem was het belangrijk om zich te houden aan de Wil van zijn Vader, ook al zou deze hem pijn bezorgen. Jezus gaf zich volledig in de handen van zijn Vader. Hij volgde niet zijn eigen uitspraken, maar God‘s oordelen. Hij keek altijd naar wat Gods wegen waren en hoe hij kon stappen in lijn met deze en hoe zijn volgelingen Gods wegen moesten volgen, welke altijd hoger moeten zijn dan onze wegen.

Christus is de Weg

“יהושע zei tegen hem:” Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. “(Johannes 14:6 De Schrift 1998 +)
“Uit Mezelf kan ik geen enkele zaak verrichten. Zoals ik hoor, beoordeel ik en Mijn oordeel is gerechtvaardigd, omdat ik Mijn eigen verlangen niet zoek, maar het verlangen van de Vader die Mij stuurde. Indien ik getuig van Mezelf draag, is Mijn getuigenis niet waar. Er is een andere die getuigenis van Mij draagt en ik weet dat de getuigenis die Hij getuigt van Mij waar is.” (Johannes 5:19-32 De Geschriften 1998 +)
“Ik ben de goede herder.1 En ik ken de mijnen, en die van mij kennen mij {Voetnoot: 1 (#Eze 34:11-12; Heb 13:20; 1Pe 2:25; 1Pe 5:4).} zoals de Vader mij kent, en ik de Vader ken. En ik leg mijn leven neer voor de schapen. “En nog andere schapen heb ik, die niet van deze stal zijn – Ik moet ze ook samenbrengen {Ook hen moet ik brengen}, en zij zullen mijn stem horen, en het zal één kudde worden, één schaapherder zijn {Allen zullen één kudde en één herder zijn}.{1 Voetnoot: 1 (#Eze 34:23, Eze 37:24).} “Hiervoor houdt de Vader van mij, omdat ik mijn leven afleg, om het opnieuw te ontvangen. “Niemand neemt het van mij, maar ik leg het uit mijzelf af. Ik ben vrij om het af te leggen, en ik ben vrij om het opnieuw te ontvangen. {Ik ben geautoriseerd om het af te leggen en ik ben geautoriseerd om het weer op te nemen.} Deze opdracht {Dit Gebod} heb ik van mijn Vader ontvangen. “(Johannes 10:14-18 De Bijbel 1998 +)

Jezus zei het zelf, in het geval dat hij door zichzelf gestuurd zou zijn naar deze aarde, dan zou hij een bedrieger zijn, en zou zijn getuigenis niets waard zijn, volledig waardeloos en meineed.

Jezus, die wist dat hij al die wonderen alleen maar kon  doen  omdat hij de zegeningen en de macht van zijn Vader had gekregen, was bereid om deze macht van zijn Vader te brengen in het voordeel van de mensen om hem heen, Hij wilde ook het leven dat  God hem had gegeven, met ons delen in overvloed.

Jezus als de Zoon des mensen (of Mensenzoon) is niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen, niet om zichzelf van belang te maken, maar om zich van geen teel te maken, nutteloos, zinloos, opzettelijk gehoorzaam en bereidwillig naar zijn Vader, achtte hij de ander uitnemender dan zichzelf in ootmoedigheid, en wilde het beste behalen voor de andere, en in strijd met de wereld wilde hij zich nooit zelf te behagen, maar wilde God te behagen. Volledige gehoorzaamheid en onderwerping aan zijn Vader wilde hij opbrengen. Zijn zorg ging uit naar de mensen om hem heen, hun behoeften en zorgen. Hij was bereid om zijn leven te geven als losgeld voor hen en zelfs voor diegenen die hij zelfs niet kende. Jezus was bereid om zijn lichaam aan te bieden als een lam aan de slachtbank, zodat we kunnen leven hebben, en dat wij het zelfs  overvloediger mogen hebben , zodat we in staat zijn vruchten af te werpen, zoals Jezus veel vrucht heeft gedragen.

Lucas vertelt ons dat Jezus de echte man is die zich zelf presenteerde aan zijn Vader God en als zodanig de παις of ‘dienaar’ van God was, in de zin waarin Jesaja van de Messias heeft gesproken als de ‘Ebed Jehovah‘, ‘dienaar van Jehovah (= dienaar van God).’ De apostel Lukas presenteert de Christus volgens zijn invloed op de geschiedenis van het Koninkrijk van God en van de wereld – als uitverkorenen Gods dienaar in wie Hij graag genoegen neemt zoals voorspeld door Jesaja. In het Oude Testament, om een mooie beeldspraak te nemen, is de idee van de ‘Dienaar van de Heer‘ voor ons voorgelegd als een piramide: aan de basis is het gehele Israël, met daarboven het centrale deel met Israël naar de Geest (de besneden van hart), vertegenwoordigd door David, de man naar Gods hart, terwijl aan haar top  de ‘uitverkoren’ Dienaar, de Messias kan gevonden worden. En deze drie ideeën, met hun sequenties, worden gepresenteerd in het derde Evangelie als het centreren in Jezus de Messias. Bij deze piramide vinden wij: de Zoon des mensen, de Zoon van David, de Zoon van God. De Dienaar van de Heer van Jesaja en van Lucas is de verlichter, de Trooster, de zegevierende Verlosser, de Messias of Gezalfde: de Profeet, de Priester, de Koning.

In deze begeleider vinden we een herder als David. Jezus was om de scheut of diegene die voortkwam uit de Tak (of stam) van David, die andere dienaar van God. De ‘Dienaar van de Heer’ in relatie tot de geschiedenis van Israël was koningschap in Israël, de ‘Dienaar van de Heer’ in relatie tot het rituele Israëls verordeningen was het priesterschap in Israël, de ‘Dienaar van de Heer’ in relatie tot voorspelling was de profetische volgorde. Maar alle sprongen voort uit dezelfde basisgedachte: die van de ‘ Dienaar van Jehovah’ .

Zoals een portier een dienstknecht is, heeft men ook Jezus  als een dienaar die de deur opent voor zijn meester en de gasten van deze meester. Jezus opent de deur voor ons om zijn Meester, zijn God en onze God te benaderen. Hoewel de dienaar alles kan vinden in het huis van de meester, behoort niets de knecht toe, mag hij niets stelen of zich toe-eigenen en zorgt ervoor dat alles in goed in orde blijft.

” 9 ” Ik ben de deur. Wie door mij binnenkomt, hij zal behouden worden, en zal binnengaan en zal buiten gaan en weide vinden. 10 “De dief komt niet, behalve om te stelen en te slachten en te verdelgen. Ik ben gekomen opdat zij leven zouden bezitten en dat ze het mateloos zouden bezitten . 11 “Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor de schapen. “(Johannes 10:9-11 De Geschriften 1998 +)
” Zoals de Zoon van Adam niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, 1 en zijn leven te geven als losprijs voor velen” {Voetnoot: 1 zie (#Mr 10:45) en (#Isa 49:1-7)} “(Mattheüs 20:28 De Geschriften 1998 +)

“5 Voor, laat deze geest ook in jullie zijn die ook in Messias יהושע was 6 die, in de vorm zijnde van Elohim, geen gelijkheid met Elohim beschouwde om begrepen te worden, 7 maar zich zelf leegde, de vorm van een dienaar aannemend en in de gelijkenis van mannen komend. 8 En in trek gevonden te zijn als een man, vernederde Hij zich en werd gehoorzaam tot aan de dood, dood zelfs aan een paal. 9 Elohim, daarom, heeft Hem hoog verheven en Hem de Naam gegeven die boven iedere naam is, 10 dat bij de Naam van יהושע iedere knie zou moeten buigen, van die in de hemel en van die op aarde en van die onder de aarde, 11 en iedere tong zou moeten bekennen dat יהושע Messias Hoofd is, naar de achting van Elohim de Vader. (Filippenzen 2:5-11 De Geschriften 1998 +)

Hoewel Jezus de enige Zoon van de Vader (Johannes 1:14), de helderheid van de heerlijkheid van de Vader (Hebreeën 1:3), de gekozen (Matteüs 12:18) en de Christus was (Matteüs 1:16) wilde hij een troost van Israël worden (Lucas 2:25) en een Raadgever (Jesaja 9:6), vriend (Johannes 11:1-44) en zelfs Broeder (Hebreeën 2:11). Hoewel hij tot uitdrukkingen of eigenheden van de Vader vertoonde (Hebreeën 1:3) wilde hij een getrouwe getuige van Hem zijn(Openbaring 1:5) , die als een heilige van God (Marcus 1:24) altijd onder de wet van de Almachtige God andere mensen ook onder die kostbare wet wilde brengen  (Matteüs 27:51, Romeinen 7:04, Efeziërs 2:13-15), er zeker van zijnde dat het niet hem, maar de Heilige Geest van zijn Vader is, die de volgelingen van hem zijn leringen in hun herinnering zou brengen  (Johannes 14:26).

Crozier lamb Louvre OA7267

Christus Lam van God - Deel van een Bisschopsstaf die een lam voor stelt, Italiaanse kunst. - 13° Eeuw Louvre Museum - Foto Marie-Lan Nguyen (2005)

Johannes de Doper verklaart Jezus als het Lam van God, de Doper met de Heilige Geest, en de Zoon van God (Johannes 1:29-34). Als een lam wasJezus  bereid om een offer te zijn en zijn leven als een losprijs te geven (1Timothee 2:6), en werd de nieuwe Pascha (1 Korinthiërs 5:7), waardoor zijn vader van hem houdt (Efeziërs 5:2 , Johannes 10:17) en hem als een verlossing en mediator of bemiddelaar voor de mens heeft  aangenomen (Lucas 2:25-30; 1Timotheus 2:5).

“Want er is een Elohim, 1 en een Middelaar tussen Elohim en mensen, de Mens Christus יהושע, {Voetnota: (#2Co 8:6; Eph 4:6; Mr 12:29-34).}.” (1 Timoteüs 2: 5 De Geschriften 1998 +)

God was bereid om zijn zoon zijn aanbod te accepteren  en nam de gezalfde tot in de hemel om aan Zijn rechterhand te zitten  nadat Hij Jezus had opgewekt  als de Redder. Door deze Christus zijn daad zichzelf te geven aan de hele mensheid, als een nederige dienaar zal Jezus ons mogen opwekken door God Zijn kracht. Jezus gaf vrijwillig zijn leven toen hij wist dat zijn lijden zou worden voltooid (zie Johannes 19:30). Het impliceert ook dat de goddelijke natuur van Christus actief was in zijn opstanding: hij was in staat om ” zijn leven weer op te nemen”, want hij vertrouwde volledig in zijn Vader.

“Dus toen יהושע de zure wijn nam zei hij : “Het is volbracht!” En zijn hoofd buigend , gaf hij de geest.” (Johannes 19:30 De Geschriften 1998 +)
“4 Waarlijk, Hij heeft onze ziekten gedragen en droeg onze pijn. Maar we rekenden hem voor een geplaagde, geslagen door de Elohim, en verdrukt. 5 Maar hij werd doorboord om onze overtredingen, hij werd verpletterd voor onze oneerlijkheid {onbetrouwbaarheid, gewetenloosheid, achterbaksheid}. De straf voor onze gerustheid {vrede} was op hem, en door zijn striemen zijn wij genezen (geraakt). 6 Wij allen, als schapen, liepen verloren {dwaalden af}, ieder van ons zocht zijn eigen weg. En יהוה heeft op hem de kromming {misvormdheid, frauduleusheid} van ons allen gelegd. 7 Hij was verdrukt en hij was getroffen, maar hij deed zijn mond niet open. Hij werd als een lam ter slachting gebracht, en als een schaap stil voor zijn scheerders {als een schaap dat verstomd voor zijn scheerders}, zo deed hij zijn mond niet open. “(Jesaja 53:4-7 de Geschriften 1998 + )
“De volgende dag zag Jochanan יהושע {Jeshua, Jesua} tot zich komen en zei:” Zie, het Lam van Elohim dat wegneemt de zonden van de wereld {1} {Voetnoot: 1 (#Mt 1:21; Titus 2:14; 1 Johannes 3:5,8)}. “(Johannes 1:29 De Geschriften 1998 +)
“Daarom ruim dan het oude zuurdesem op {letterlijk: reinig uit; veeg schoon,veeg uit,haal leeg, ruim op; mogelijk ook te vertalen als: verwijder}, zodat u een nieuwe lomp (deeg) bent, zoals je ongezuurd bent {net zoals jullie ongezuurd deeg zijn}. Want ook de Mshicha {Messias(= Christus)} ons Pascha {Pescha} werd aangeboden voor ons.” (1 Korinthiërs 5:7 De Geschriften 1998 +)
“13 daarom, de lendenen van uw verstand omgord te hebben, nuchter zijnde, stelt u uw verwachtingen perfect op de gunst die u moet aangeboden worden door de openbaring van יהושע Messias, 14 als gehoorzame kinderen, niet uzelf in overeenstemming brengend naar de vroegere begeerten {lusten} in je onwetendheid, 15 in plaats daarvan, als degene die u geroepen heeft apart geplaatst, zo ook moeten jullie apart geplaatst worden in al het gedrag {Wees echter apart geplaatsten /(of heiligen)/ in heel jullie gedrag omdat hij die jullie heeft geroepen heilig is.}, 16 omdat het is geschreven {omdat er staat geschreven}: “Wees apart-geplaatsten {afgezonderden}, want ik ben afgezonderd {apart geplaatst}. {#Wees heilig omdat ook ik heilig ben”}” 17 En als je een beroep doet op de Vader, die zonder aanzien oordeelt op basis van ieders werk, passeer de tijd van uw vreemdelingschap in vreze, 18 wetende dat je verlost bent geworden van uw zinloze manier van leven dat u geërfd had van uw vaders {wetende dat u van het zinloze leven, geërfd van uw vaders, verlost werd}, niet met wat vergankelijk is, zilver of goud, 19 maar met het kostbare bloed van de Messias, als van een lam gaaf en vlekkeloos, 20 vooraf bekend, inderdaad, voor de grondlegging van de wereld, maar gemanifesteerd {geopenbaard} in deze laatste tijden om uwentwil, 21 die door hem gelooft in Elohim, die hem uit de doden heeft omhoog gebracht en hem eigenwaarde heeft gegeven, zodat uw geloof en verwachting in Elohim zijn. “(1 Petrus 1:13-21 de Geschriften 1998 +)

Jehovah God verhief zijn nederige dienaar, omdat hij voldeed aan alle werken die God gedaan wou hebben op de aarde door hem.

“12 Want gij zult niet in haast wegtrekken, noch op de vlucht slaan. Voor יהוה gaat voor u, en de Elohim van Yisra’ĕl is je achterhoede. 13 Zie, Mijn Knecht zal wijselijk werken, Hij zal verheven en zeer hoog opgeheven worden. 14 Zoals velen zich verbaasden over jou – zo was de verminking meer dan van enige mens en zijn gedaante de kinderen der mensen overtreffend – 15 Gelijkaardig zal hij verscheidene naties {volken} besprenkelen {verwonderen} Vorsten snoeren hun mond over hem (koningen zullen hun mond over hem toe houden}, want wat niet was verteld aan hen zullen ze zien, en wat ze niet hadden gehoord (dat) zullen ze verstaan. “(Jesaja 52:12-15 De Geschriften 1998 +)

” Wie heeft onze prediking geloofd? En aan wie is de arm van יהוה {Jehovah} geopenbaard? 2 Want hij groeide op voor Hem als een tedere plant, en als een wortel die uitloopt vanuit dorre grond. Hij heeft geen vorm of pracht en praal dat we zouden moeten opkijken naar hem, noch (een) uiterlijk dat wij hem zouden moeten begeren – 3 veracht en verworpen door de mensen, een man van pijn en ziekte kennend. En als een van wie het gezicht is verborgen, veracht geworden, en wij hebben hem niet geacht {we overwogen hem niet}. 4 Waarlijk, Hij heeft onze ziekten op hem genomen en onze pijn gedragen. Maar we rekenen hem af voor een geplaagde, geslagen door Elohim en verdrukt. 5 Maar Hij werd doorstoken om onze overtredingen {Maar hij werd doorstoken voor onze overtredingen}  Hij werd verbrijzeld om onze ongerechtigheden. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen zij wij genezen. {is ons genezing toegekomen}
6 Wij allen, als schapen, zijn afgedwaald, elk van ons heeft zich gewend {gekeerd} tot zijn eigen weg. En יהוה heeft op hem de ongerechtigheid van ons allemaal gelegd. 7 Hij was verdrukt en hij werd mishandeld, maar hij deed zijn mond niet open. Hij werd als een lam ter slachting gebracht, en als een schaap voor zijn scheerders verstild {verstomd}, maar hij deed zijn mond niet open. 8 Hij werd uit de gevangenis en uit het oordeel (weg) genomen. En wat zijn generatie betreft, die van mening is dat hij zal uitgeroeid worden uit het land der levenden? Voor de overtreding van Mijn volk werd hij geslagen. 9 En Hij werd een graf toegewezen met de verkeerden {de slechten, verdorvenen,zondigen, goddelozen}, en met de rijke in zijn dood, omdat Hij had geen geweld had gedaan, noch was er bedrog in zijn mond {Voetnoot: Zie (#1Pe 2:22)}.
10 Maar יהוה {Jehovah} was blij om hem te verbrijzelen, hij legde ziekte op hem, (zo)dat wanneer hij zich tot een offer maakte voor de schuld, hij een zaad zou zien, hij zou zijn dagen verlengen en het plezier {welbahagen} van יהוה zal voorspoedig zijn in zijn hand. 11 Hij zou het resultaat zien van het lijden van zijn leven en tevreden zijn. Door middel van zijn kennis maakt Mijn rechtvaardige dienaar veel rechtvaardig, en draagt hij hun ongerechtigheid.  12 Daarom geef Ik hem een deel onder de groten, en verdeelt hij de buit met de sterken, omdat hij zijn wezen tot de dood heeft uitgestort, en hij geteld werd onder de overtreders, en omdat hij de schuld van velen droeg en voorspraak deed {tussen kwam voor}voor overtreders. {het voor overtreders op nam}. (Jesaja 53:1-12 De gescchriften 1998 +)

Rembrandt Harmensz. van Rijn 012

zijn wij bereid te kennen te geven dat wij Christus Jezus kennen en willen volgen of verkiezen wij hem te ontkennen zoals de apostel Petrus tot drie maal toe deed? - 1660 Rembrandt (1606–1669)

In het geval dat we bereid zijn om ons lichaam te geven aan het Werk van God en lid willen zijn van Christus Jezus, zullen wij als leden van het lichaam van Christus moeten verbonden worden als één en één zijn van geest met Christus Jezus. We zullen op de vlucht moeten gaan voor elke onjuistheid of zonde, want dat is buiten het lichaam en ons lichaam moet een tempel van de Heilige Geest, die we krijgen van God, in ons  zijn.

“11 En zo waren sommigen van jullie. Maar jullie werden gewassen, maar je was apart gezet {je bent geheiligd, gerechtvaardigd}, maar u werd juist {rechtvaardig} verklaard in de Naam van de Meester יהושע {Jeshua, Jesus, Jezus} en door de Geest van onze Elohim. 12 Alles is mij toegestaan, maar niet alles is tot mijn profijt {niet alles is opportuun, doelmatig of tot winst} Alles is toegestaan, maar ik zal niet onder enig gezag er van staan {maar niets zal macht over mij hebben} 13 Voedsel voor de maag en de maag voor voedsel-. maar Elohim zal beide vernietigen, deze en hen. Het lichaam is niet voor hoereren, maar voor de Meester, en de Meester voor het lichaam. 14 En Elohim, die de Meester heeft opgewekt, zal ook ons opwekken door Zijn kracht. 15 Weet gij niet, dat uw lichamen leden van de Messias zijn? zal ik dan de leden van de Messias nemen en ze leden van een hoer maken? Laat het niet waar zijn! 16 Of weet gij niet, dat hij die gebonden is aan {die lid is van; aanhangt met} een hoer één lichaam is? Want Hij zegt: “de twee zullen tot één vlees worden.” 17 En hij, die is verbonden met de Meester is één geest. {En hij die de Meester aanhangt is één geest} 18 Vliedt hoereren. {Ontvlucht het hoereren.} Elke zonde die een mens doet, is buiten het lichaam, maar hij die hoereert begaat zonde tegen zijn eigen lichaam. 19 Of weet gij niet, dat je lichaam de verblijfplaats is van de apart geplaatste {heilige} geest {(Grieks: »hos hij ho« die, die ene)}, die in u, die u hebt van Elohim, en u bent niet van uzelf {u bent niet uw eigen} 20 Want gij zijt gekocht en betaald, dus respecteer Elohim in je lichaam en in uw geest, welke van Elohim zijn {die Elohim toebehoren} {Voetnoot: 1 Zie (#1Co 7:23, 1Pe 1:18-19)}. “(1 Korintiërs 6:11-20 De Schrift 1998 +)

Ook degenen die wilden groot of belangrijk worden zouden moeten weten dat ze eerst het laagst van allemaal moeten zijn. Men moet zich eerst verlagen om te kunnen worden verhoogd.
Wij zelf zouden moeten worden als Christus. Als Christus betekent niet dat we God zullen komen te zijn, zoals velen denken dat Jezus God is, maar het betekent zo te zijn als de dienaar Jezus, die kind van de Vader in de hemel is en een zaadje in de handen van de Heer te zijn.

De Heer Jezus wil dat wij, als zijn leerlingen, zijn takken, vruchtbaar zijn.

“In dit is mijn Vader gerespecteerd {verheerlijkt}, dat gij veel vrucht draagt, en gij mijn aangeleerden zult zijn {en gij mijn discipelen/leerlingen zult zijn} .” (Johannes 15:8 De Geschriften 1998 +)

Fruit is het gevolg van de ontwikkelend leven. Takken hebben op zich niet niet bepaald dat leven. De tak kan geen vrucht dragen van zichzelf. Takken moeten hun leven altijd vinden in de venen van de hoofdstam of in de wijnstok. De wijnstok, Jezus, heeft het leven.

“Ik ben de weg, de waarheid en het leven” (Johannes 14:6). Onze Heer kwam om dat het leven,  in overvloed,  met ons te delen.  Zijn overvloedige leven is wat ons in staat stelt veel vrucht te dragen.

“Ik ben de deur en als een mens {iemand } door mij zou binnengaan: hij zal leven, in -en uitgaan {(#Ps 23:2)}en weide vinden. Een dief komt slechts om te stelen, te doden en om te vernietigen. Ik ben gekomen zodat men kan leven en in alles overvloed mag hebben. ” (Johannes 10:9-10 Peshitta E.Nierop)

We moeten proberen te doen zoals Jezus, ons grootste en beste voorbeeld, en zouden moeten streven naar het eenvoudig en oprecht te zijn jegens allen,  niet om ons zelf te behagen en eer voor ons zelf te behalen, maar voor de Heer. Zoals Jezus ons voorbeelden heeft gegeven hoe te bidden, naar zijn Vader en onze Vader, en ons waarschuwde ons te houden aan de geboden van slechts één God, moeten we voorzichtig zijn met wat en wie we associëren, en voorzichtig zijn eerbetoon aan de juiste persoon te geven met onze lippen en acties, niet bang zijnde van Christus Jezus.

Broeders en zusters in Christus verenigd onder elkaar als Christadelphians - Één in Christus

Als Jezus de dienaar van zijn Vader en de mensen om hem heen was, moeten we ook personeelsleden of dienaren van de mensen om ons heen zijn en een knecht voor Christus en voor God, trouw aan de Heer, de Waarheid, de broeders en allen met wie wij te maken hebben, niet alleen in grote zaken, maar ook in de kleine dingen van het leven. We moeten als volgelingen van Christus, christenen wordend gelijkheid in de liefde hebben, zodat wij als broeders en zusters in Christus dingen willen doen voor elkaar, nooit  veeleisend zijnde en nooit met meer dan een meester / slaaf relatie. We moeten allemaal het idee van gelijkheid in Christus hebben. Seculiere samenleving mag niet willen voldoen aan het ideaal van christelijke gelijkheid, maar de christelijke gemeenschap moet zeker vasthouden aan dat model. Om Gods persoon te zijn is niet iets wat men in afzondering van de samenleving kan doen, maar het betekent om Christus dienaar te zijn in gemeenschap met de mensheid in het algemeen.

Geen enkele staat, geen voorwaarde van rang in het leven, is geheel vrijgesteld van een dienaar. De Koning en de bedelaar hebben beide hun plaats in het leven, en als Salomo zei, ook al mag de winst van de aarde geheel voor de koning zijn, deze wordt zelf ook bediend door het veld. (Prediker 5:9.).

“En de toename van het land is voor iedereen. De vorst zelf wordt geserveerd uit het veld.” (Prediker 5:09 De Geschriften 1998 +)

We vinden God de Vader die spreekt over Jezus de dienaar van God,  wanneer Hij hem aanroept bij deze naam. “Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun: mijn uitverkorenen in wie mijn ziel een welbehagen heeft!” God heeft de tak van David in gerechtigheid geroepen, en zal zijn hand vast houden, en hem geven voor een Verbond van het volk.

“1 “Zie, Mijn knecht, dien Ik ondersteun, mijn uitverkorene in wie Mijn wezen blij is {in wie mijn zijn zich verheugd heeft}! Ik heb Mijn Geest op {over} hem geplaatst, hij brengt weer recht-regeling {juiste heersing, rechtvaardigheid} voor de naties. 2 “Hij zal het niet uitschreeuwen, noch zijn stem verheffen, noch veroorzaakt zijn stem gehoord te worden in de straat.
3 “Een geknakte riet {een gekraakte tak} zal hij niet verbreken, en het rokende vlas {vlaswiek, vlaspit}zal hij niet lessen {uitblussen, doven, uitdoven}. Hij brengt weer recht-regeling {recht, juist regerende, getrouwe rechtspraak} in overeenstemming met de waarheid. {Hij kondigt rechtspaak uit naar waarheid} {Getrouw zal hij het recht uitdragen, naar waarheid} 4 “Hij zal niet zwak of geplet worden, totdat hij de juiste rechter uitspraak op de aarde zal bevestigd hebben. En de kustlanden {eilanden} wachten op zijn Torah. ” 5 Zo zegt de el, יהוה, die de hemelen schiep en ze uitstrekte, die de aarde uitbreidde en dat wat afkomstig is van haar, dat adem geeft aan de mensen op haar, en de geest aan hen die op haar lopen:
6 “Ik, יהוה {Jehovah}, heb u geroepen in gerechtigheid, en ik pak je hand en bewaak u en geef u voor een verbond aan een volk, voor een licht voor de heidenen, 7 tot het openen van blinde ogen, om gevangenen de gevangenis te brengen, zij die in duisternis zitten van de gevangenis {gevangenenhuis, gevangenhuis}.
8 “Ik ben יהוה {Jehovah}, dat is Mijn Naam, en mijn achting {eer, hoogachting, waardering, respect} heb ik geen anderen geven, noch Mijn lof aan afgoden.” (Jesaja 42:1-8 De Geschriften 1998 +)

Gottlieb-Christ Preaching at Capernaum

Jezus predikend in de tempel als een dienaar voor God, God Zijn woord verkondigend. - Christus predikend in Capernaum - 1878-1879 (onvoltooid) Maurycy Gottlieb (1856–1879)

Jezus was nederig genoeg om mensen te zeggen dat de dingen die hij deed  hij deed door de hand van God. Hij beriep zich er nooit op dat hij zelf die mirakels deed of dat hij zijn woorden en gedachten vertolkte. Steeds gaf hij te kennen dat wij niet hem maar zijn Vader dankbaar moesten zijn voor die wonderen en wijze woorden. Hij werd slechts aangesteld over een klein gebied in de wereld. Maar over dat klein deel van de wereld, het land van Gods volk, bleek hij betrouwbaar te zijn.  Zijn we bereid om ook in deze wereld, te worden geplaatst als hem, als een dienaar, die verantwoordelijk is over een relatief paar dingen, zodat wij dan  later zullen kunnen geplaatst worden over veel? Het gedrag van ons als dienaren van anderen; als dienaren van Christus, en hoe wij dit uitvoeren als dienaren van God zal mee helpen bepalen het Koninkrijk van God binnen te gaan. We zullen ook moeten bereid zijn om klaar te zijn op elk moment van de dag, er zijn om de dienaar van de terugkerende Meester, die slechts dienaar van God is, tegemoet te gaan.

God heeft ons Christus op aarde gegeven, dus kunnen we hier hem op aarde dienen als de vertegenwoordiger van God. Door te gaan voor Christus kunnen we God dienen, maar dan kunnen we niet tegelijkertijd een dienaar van de wereld zijn, of afhankelijk zijn van de materiële dingen van deze wereld, op hetzelfde ogenblik. De persoon die houdt van zijn aardse leven zal uiteindelijk alles voor altijd kwijt geraken, maar de persoon die zijn leven haat in deze wereld zal behouden worden en een nooit eindigend leven verkrijgen. Als een persoon Christus wil dienen, moet hij zich als zijn volgeling houden aan Jezus regels (de Wet van Christus), zijn leerstellingen, geloven wat Jezus over zich en zijn Vader zei. Waar de bereidwillige volgeling van Christus ook moge zijn zal Gods dienaar ook zijn. Indien een persoon hem dient, zal de Vader hem eren.

“” En zijn meester {heer} zei {zeide} tot hem: “Goed gedaan, gij goede en betrouwbare knecht. Jij was betrouwbaar {te vertrouwen} over weinig {een weinig, een beetje}, ik zal je over veel aanzetten {zetten, plaatsen}. Treed binnen in de vreugde van uw meester {heer}.” (Mattheüs 25:21 De Geschriften 1998 +)
“13” Geen dienaar is bekwaam twee meesters te dienen, voor ofwel zal hij de eerste haten en de andere liefhebben, ofwel zal hij vasthouden aan de ene en de andere verachten. Je bent niet in staat om Elohim te dienen en de mammon. “14 En de Farizeeën, die hielden van zilver, hoorden dit alles ook, en waren grijnslachend naar hem {deden spottend naar hem, maakten een spottende opmerking naar hem}, 15 zodat hij zei {zeide} tot hen: “Jullie zijn dezen {mensen} die zichzelf rechtvaardig verklaren voor mensen {die voor de mensen, beweren zelf rechtvaardig te zijn} , maar Elohim kent uw harten, want wat is sterk gedacht onder de mensen is een gruwel {abominatie, verschrikking} in de ogen van Elohim. 16 “de Thora en de profeten zijn tot Jochanan {Johannes (de Doper)}. Sindsdien is de regering van Elohim aangekondigd geworden, en doet {pleegt} iedereen er geweld daarop {aan}. 17″ en het is gemakkelijker voor de hemel en de aarde om weg te gaan {voorbij te gaan, heen te gaan, te stoppen, te eindigen, te sterven} dan voor een tittel van de Tora weg te vallen {af te vallen}. “(Lucas 16:13-17 de Geschriften 1998 +)
“” 24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij een graankorrel valt in de grond en sterft, blijft hij alleen. Maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht {brengt hij veel vrucht voort, draagt hij veel vrucht}. 25 “Wie zijn leven liefheeft zal het verliezen, en hij die zijn leven haat in deze wereld, zal het behouden voor het eeuwige leven. 26 “Als iemand mij dient, laat hem mij volgen {die volge mij}. En waar ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand mij dient, zal de Vader hem waarderen {naar waarde schatten}. “(Johannes 12:24-26 De Geschriften 1998 +)

Onszelf toevertrouwen aan Goddelijke zorg en de terzijde gestelde Voorzienigheid van al onze belangen voor ons hoogste welzijn, moeten we proberen niet alleen zuiver van hart te zijn, maar voor alle angst, alle onvrede, alle ontmoediging, niet morren of klagen voor wat de Heer zijn voorzienigheid mag toestaan, omdat “Het geloof stevig op hem kan vertrouwen, wat er ook gebeurt.”

Zijn we bereid om te worden zoals Christus, een dienaar van God? En zijn wij bereid  om ons en anderen voor te bereiden op de komst van de grootste dienaar van allen? Om als bruiden van Christus te zijn? Of willen we worden geroepen tot of uitgenodigd zijn op de bruiloft van het Lam van God Jezus Christus? Bereid zijn om als bedienden te wandelen in het licht van Christus, of om  slechts een schaduw te zijn?

“43” En weet dit, dat als de meester van het huis {de heer des huizes} had geweten op welk uur de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en niet zou toegestaan hebben dat zijn huis werd ingebroken. 44 “Door dit {Daarom}, wees ook klaar {zijt ook klaar}, want de Zoon van Adam komt {is komende} op een uur wanneer u {je} hem niet verwacht. 45 “Wie is dan een betrouwbare en verstandige slaaf, die zijn meester over zijn gezin aanstelt, om hen te eten te geven in het seizoen? 46″ Zalig die slaaf, die zijn meester, gekomen zijnde {wanneer hij gekomen is}, zo zal vinden dit te doen {hem zo zal vinden te doen}. 47 “Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem over al zijn bezittingen zal zetten {plaatsen}.” (Mattheüs 24:43-47 De Geschriften 1998 +)
“En hij zei tot mij: “Schrijf, zalig zijn zij die geroepen zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam!’ “En hij zei tot mij: “Dit zijn de ware woorden van Elohim.”” (Openbaring 19:9 de Geschriften 1998 +)
“22” En ik zag geen woonplaats in, want יהוה {Jehovah} Ěl Shaddai {de Ene Heer Alaha} is de woonplaats {tempel, toevluchtsplaats, onderkomen}, en het Lam. 23 En de stad behoeft geen zon, noch maan, om te schitteren op haar, want de achting van Elohim verlicht haar, en het Lam is haar lamp. 24 En de heidenen, van degenen die gered zijn, zullen wandelen in haar licht, 1 en de vorsten van de aarde zullen hun eigenwaarde er toe brengen. {Voetnoot: 1 Zie (#Isa 60:3)}. 25 En haar poorten zullen helemaal niet gesloten worden geheel de dag {des daags, tijdens de dag, tijdens heel de dag}, want ‘s nachts zal er niet zijn. {voor de nacht zal daar niet zijn} {want er zal geen nacht meer zijn} 26 En zij zullen de achting en de waardering van de niet-joden er in brengen. {En zij zullen de achting van de heidenen er binnen brengen.} 27 En er zal bij geen mogelijkheid een kans zijn om binnen te komen voor dat wat onzuiver is {En op geen enkele wijze zal er kunnen intreden wat onrein is}, noch iemand die er gruwel en leugen zou doen, {1}, maar alleen degenen die zijn opgeschreven {opgetekend} in het Boek van het Lam van het Leven. {Voetnoot: 1 Zie (#Re 22:15), en (#2Thes 2:11)}. “(Openbaring 21:22-27 De Geschriften 1998 +)
“11 En ik zag, en ik hoorde een stem van vele boodschappers rond de troon, en de levende wezens, en de oudsten. En het aantal van hen was myriaden van myriaden, en duizenden duizendtallen, 12 zeggende met luide stem,” waardig is het Lam dat geslacht is geworden om macht en rijkdom en wijsheid te ontvangen, en kracht en respect en eigenwaarde en zegen! “” (Openbaring 5:11-12 de Geschriften 1998 +)

+

Verder aangeraden lectuur:

  1. De Wet van de Liefde, basis van alle instructies
  2. Verlossing voor Gods volk
  3. Zuivering voor allen
  4. Studiedag: Gods indringende boodschap #3 Met Christus gestorven en opgewekt
  5. Afstraling van God’s Heerlijkheid
  6. Dienaar in de gegeven genade
  7. Leden in het lichaam van Christus
  8. To belong to = toebehoren + Toebehoren
  9. Halfslachtig leerlingschap
  10. De Kern van God dienen
  11. Focussen op Christus
  12. Christus kennen is zin geven aan het leven
  13. Niet goddelijkheid van Christus toch
  14. 1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.
  15. Laat mij anderen van harte dienen
  16. Vrijwilligheid van het Christen zijn
  17. Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.
  18. Bijbelonderzoek Inleiding Navolgers van Christus
  19. Kies niet onjuist te zijn, omwille van verschillend te wezen
  20. Probeer vooruit te rijden in plaats van achteruit
  21. Heeft het Christendom zich neergelegd bij de wereld
  22. Een Niet-christelijke christelijke bediening
  23. Niet houden van dat soort Christenen
  24. Niet allen zullen het Koninkrijk beërven
  25. De gedachte aan het verliezen ontsteekt de vreugde van het hebben
  26. Slag om waardigheid in zuivere natuur
  27. Hoe ons te gedragen
  28. Redenen waarom zij niet kunnen doen wat zij willen
  29. De Bijbel onze Gids #3 de Toekomst van de Rechtvaardigen #1
  30. Eén met Christus, één met elkaar
  31. Eén met Christus, verschillend met of van elkaar
  32. Belachelijk of eerder sterke persoonlijkheid
  33. Beter falen voor de wereld
  34. Broers en broeders
  35. Christadelphian mens
  36. Christelijk leven
  37. Christen, Jood of Volk van God
  38. Christen genoemd
  39. Christen mensen met ons geloof
  40. Christus toebehorenden
  41. Dankbaar voor verkregen offer
  42. De Gezondene
  43. De Onschuldige
  44. Destin des justes
  45. Eén met Christus
  46. Een Messias om te Sterven
  47. Elke gelovige is opgeroepen om Christus in de dienst te volgen
  48. Geen Wegvluchter
  49. Gekristalliseerd harmonieus denken
  50. Geloof in Jezus Christus
  51. Geloof in slechts Één God
  52. Geloof voor God aanvaardbaar
  53. Getuige of Broeder
  54. God Helper en Bevrijder
  55. God, Jezus Christus en de Heilige Geest
  56. God komt ons ten goede
  57. Gods hoop en onze hoop
  58. Gods Redding
  59. Gods beloften
  60. Gods Wil voor ons
  61. Goedheid en liefde openbaar gemaakt
  62. Een Groots Geschenk om te herinneren
  63. Het beschreven lam
  64. Het Zoenoffer
  65. Hij die komt
  66. Hij die zit aan de rechterhand van zijn Vader
  67. Hoop op een man
  68. Het begin van Jezus #6 Beloften van Innerlijke zegeningen
  69. Jezus Christus is in het vlees gekomen
  70. Kleine kudde en beleidvolle slaaf
  71. Lam van God
  72. Nieuw Verbond
  73. Onschuldig Lam
  74. Rapture blootgelegd Toegang met Christus
  75. Rapture blootgelegd Verzamelen met Jezus
  76. Rechtvaardigen
  77. Redding
  78. Redding door volharding
  79. Relatie tot Christus
  80. Relatie tot God
  81. Relatie tot medemens
  82. Slaaf voor mens en God
  83. Teken van het Verbond
  84. Verandering door de Bijbel
  85. Voorbereiden op het Koninkrijk
  86. Ware Hoop
  87. Werking van de Hoop
  88. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  89. Zoenoffer

+

Engelstalige aanverwante artikelen :

Please do find related articles:

  1. Half-hearted discipleship
  2. Better Things
  3. Prefering to be a Christian
  4. Reveal, command and demand what you will
  5. The thought of losing rekindles the joy of having
  6. It’s hard to be like Christ
  7. Be Holy
  8. To belong to = toebehoren
  9. Not liking your Christians
  10. Not all will inherit the Kingdom
  11. Half-hearted discipleship 
  12. Bible power to change
  13. Christadelphian people
  14. Chrystalised harmonious thinking
  15. Concerning gospelfaith
  16. Crucifixion for suffering
  17. Expiatory sacrifice
  18. Faith
  19. Faith and works
  20. Faith mouving mountains
  21. Full authority belongs to God
  22. God Helper and Deliverer
  23. God His Reward
  24. God’s promises
  25. God’s measure not our measure
  26. Gods hope and our hope
  27. Gods Salvation
  28. God’s Will for Us – Gods Wil voor ons 
  29. Hope for the future
  30. Human nature
  31. Incomplete without the mind of God
  32. Jesus Messiah
  33. Jesus’s answers about God’s silence
  34. Knowing Rabboni
  35. A Messiah to die
  36. New Covenant
  37. Offer in our suffering
  38. One Mediator
  39. Only one God
  40. On the Nature of Christ
  41. Our way of life
  42. Preparing for the Kingdom – Voorbereiden op het Koninkrijk 
  43. Promise of comforter
  44. Rapture exposed Admittance with Christ
  45. Rapture Exposed Gathering with Jesus
  46. Reasons that Jesus was not God
  47. Resurrection of Jesus Christ
  48. Salvation, trust and action in Jesus #2 What you must do
  49. Seeing Jesus
  50. Self inflicted misery #9 Subject to worldly things
  51. Slave for people and God
  52. The True Vine
  53. Video – Commandments of God
  54. Video – Light of the World
  55. Working of the hope
  56. Written to recognise the Promissed One
Read Full Post | Make a Comment ( 12 so far )

Slaaf voor mens en God

Posted on April 7, 2012. Filed under: Bijbel Studie en Bijbel Lezing, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Koninkrijk van God, Omgang | Tags: , , , , , , , , , , , , , |

Uitreksels uit het Boek van Mattheus

in de Peshita vertaling van 2009 door E.Nierop


Mattheus

6: 24

24 Geen mens kan twee heren dienen. Of men zal de één haten en de ander liefhebben, of de één eren en de ander minachten. Je kan niet [zowel] Alaha als het geld dienen.

12: 9-21:


9 Toen Yeshu’ van daar was vertrokken, kwam hij in hun synagoge.

10 Er was daar een man die een verdorde hand had. En ze vroegen hem en zeiden: “Is het toegestaan om op de shabta te genezen?” Zo konden ze hem beschuldigen.

11 Daarop zei hij tegen hen: “Is er iemand onder u die een schaap heeft, dat als het op de shabta in een put valt, het niet zou grijpen en eruit tillen?

12 Hoeveel meer is een mens waard dan een schaap? Daarom is het toegestaan op de shabta te doen wat juist is.”

13 Toen zei hij tegen de man: “Strek uw hand uit!” En hij strekte zijn hand uit en het werd hersteld, zoals de ander.

14 En de separatisten gingen weg om te overleggen hoe ze van hem af konden komen.

15 Maar Yeshu’ kwam het te weten en trok zich van daar terug. En vele menigten volgden hem en hij genas hen allen.

16 En hij maande hen hem niet te openbaren,

17 zodat vervuld zou worden wat door de profeet Esha’ya was gesproken die zei:

18 Zie, mijn bediende in wie ik vreugde vind,
mijn geliefde naar wie mijn ziel heeft verlangd!
Ik zal mijn geest in hem leggen
en hij zal rechtvaardigheid aan de natiën verkondigen.

19 Hij zal niet redetwisten of luid roepen,
niemand zal zijn stem op het plein horen.

20 Een gekneusd riet zal hij niet breken,
een flakkerende lamp zal hij niet smoren,
tot hij het recht zal laten zegevieren,

21 en in zijn naam zullen de natiën hoop vinden.”

25 Maar Yeshu’ kende hun gedachten en zei tegen hen: “Elk koninkrijk dat tegen zichzelf is verdeeld, zal verwoest raken. Elk huisgezin en elke stad die tegen zichzelf is verdeeld zal niet stand houden.

16: 24-27:

24 Toen zei Yeshu’ tegen zijn leerlingen: “Wie me wil volgen, moet zichzelf ontkennen, zijn kruis opnemen en mij volgen!

25 Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen, maar wie zijn leven voor mij zal verliezen, zal het vinden.

26 Want wat voor nut heeft het voor een mens om de hele wereld te winnen, maar zijn ziel te verliezen? Of wat zal iemand in ruil voor de ziel geven?

27 Want de Barnasha zal komen in de glorie van zijn Vader met zijn heilige engelen. Daarna zal hij elk mens naar zijn daden vergoeden.

18: 1-7:

1 Op dat uur kwamen de leerlingen bij Yeshu’ en zeiden: “Wie is dan wel de grootste in het koninkrijk van de hemel?”

2 En Yeshu’ riep een jongen en plaatste hem in hun midden,

3 en zei: “Ik zeg jullie met zekerheid, dat als jullie niet veranderen en worden als kinderen, jullie het koninkrijk van de hemel niet zullen binnengaan.

4 Wie daarom nederig als deze jongen is, zal de grootste in het koninkrijk van de hemel zijn.

5 En wie iemand zoals dit kind in mijn naam ontvangt, die ontvangt mij.

6 Maar wie tegen een van deze kleinen die op me vertrouwen een overtreding begaat; het zou beter voor hem zijn als er een molensteen van een ezel om zijn nek werd gehangen en hij in de diepten van de zee zou zinken.

7 Wee de wereld vanwege schandalen! Want schandalen moesten komen, maar wee de man door wiens hand het schandaal komt!

18:10-11:

10 Pas op dat je niet een van deze kleinen minacht! Want ik zeg je dat hun engelen in de hemel voortdurend het gezicht van mijn Vader zien, die in de hemel is.  11 Want de Barnasha is gekomen om te redden wat verloren was.

19: 13- 15:

13 Toen bracht men hem kinderen zodat hij hen de handen zou opleggen en bidden. Maar zijn leerlingen berispten hen.

14 Maar Yeshu’ zei tegen hen: “Laat de kinderen bij me komen en hinder ze niet want voor wie als zij zijn is het koninkrijk van de hemel.”

15 En hij legde hen de handen op en vertrok vandaar.

19:21-26:

21 Yeshu’ zei tegen hem: “Als u volmaakt wilt zijn, ga uw bezittingen verkopen en geef het aan de armen, en u zult een schat in de hemel hebben en kom, volg mij!”

22 Toen de jongeman dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg, want hij had veel bezittingen.

23 Yeshu’ zei daarom tegen zijn leerlingen: “Ik zeg jullie met zekerheid dat het moeilijk is voor een rijke om het koninkrijk van de hemel binnen te gaan.

24 Opnieuw zeg ik jullie dat het voor een kameel eenvoudiger is het oog van een naald binnen te gaan, dan voor een rijke het koninkrijk van Alaha binnen te gaan.”

25 Toen de leerlingen dit hadden gehoord zeiden ze zeer verbijsterd: “Wie kan dan gered worden?”

26 Maar Yeshu’ keek naar hen en zei: “Bij mensen kan dit niet, maar bij Alaha kan alles.”

20: 20-28:

20 Daarna kwam de moeder van de zonen van Zabday met haar zonen en ze bracht hem hulde om iets van hem te vragen.

21 Hij zei tegen haar: “Wat wil je?” Ze zei tegen hem: “Zeg dat deze twee zonen van me, rechts en links van u in uw koninkrijk zullen zitten.”

22 Yeshu’ antwoordde en zei: “Jullie weten niet wat jullie vragen. Kunnen jullie de beker drinken waarvoor ik klaar sta het te drinken of worden gedoopt met de doop waarmee ik zal worden gedoopt?” Ze zeiden tegen hem: “Dat kunnen we.”

23 Hij zei tegen hen: “Jullie zullen mijn beker drinken en worden gedoopt met de doop waarmee ik zal worden gedoopt, maar dat jullie rechts en links van mij zullen zitten, is me niet gegeven behalve voor wie mijn Vader het heeft bereid.”

24 Toen de tien het hoorden werden ze door de twee broers getergd.

25 Maar Yeshu’ riep hen en zei tegen hen: “Jullie weten dat de hoofden van de natiën hun heren zijn en [dat] hun regeerders geautoriseerd zijn.

26 Zo zal het niet zijn onder jullie, maar laat wie onder jullie groot wil zijn voor jullie een dienaar zijn.

27 En wie onder jullie de eerste wil zijn, laat hij jullie tot een bediende zijn.

28 Zoals de Barnasha niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zichzelf te geven als een verlossing voor velen.”

22:33-40:

33 Toen de menigten dit hadden gehoord, waren ze verbaasd over zijn onderwijs.

34 Zodra de separatisten hoorden dat hij de zadokieten had doen zwijgen, verzamelden ze zich.

35 Iemand, een van hen die de Wet kende, vroeg hem terwijl hij hem ging testen:

36 “Leraar, wat is het grootse gebod van de Wet?”

37 Yeshu’ zei daarop tegen hem: U moet Alaha de Heer met heel uw hart, met heel uw ziel en al uw kracht en heel uw verstand liefhebben’.

38 Dit is het grootste en het eerste gebod.

39 Het tweede is eraan gelijk: ‘U moet uw naaste liefhebben als uzelf’.

40 Aan deze twee geboden hangen de Thora en de Profeten.”

23: 8-12:

8 Maar laat je niet rabbi noemen, want één is jullie Rabbi, maar jullie allen zijn broeders.

9 Laat niemand zichzelf op aarde vader noemen want één is jullie Vader die in de hemel is.

10 Laten jullie je ook geen gids noemen, want één is jullie gids {leider}, de Mshicha.

11 Maar wie onder jullie groot is, zal onder jullie een dienaar {bediende } zijn.

12 Wie zich verhoogt, zal vernederd worden en wie zich vernedert, zal verhoogd worden. {Wie zich verheft zal vernederd worden en wie zich vernedert zal verheven worden.}

24:45-51:

45 Wie is dan de getrouwe en wijze bediende die zijn heer heeft aangesteld over zijn huishouden om hun op tijd voedsel te geven?

46 Gezegend is die bediende wanneer zijn heer komt en hem zo doende aantreft.

47 Ik zeg jullie met zekerheid dat hij hem over alles wat hij bezit zal aanstellen.

48 Maar als een slechte bediende in zijn hart zou zeggen: ‘Mijn heer stelt zijn komst uit’,

49 en zijn medebedienden begint te slaan en te eten en te drinken met dronkaards,

50 dan zal de Heer van die bediende komen op een dag die hij niet verwacht en op een uur dat hij niet kent.

51 En hij zal hem afzonderen en zijn deel geven tussen de hypocrieten. Daar zal huilen en knarsetanden zijn.

25: 31-46:

31 Wanneer de Barnasha en al zijn heilige engelen met hem in zijn glorie komen, dan zal hij op zijn glorieuze troon gaan zitten.

32 En alle natiën zullen voor hem worden vergaderd en hij zal hen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.

33 En hij zal de schapen rechts van hem en de bokken links van hem plaatsen.

34 Dan zal de koning tegen degenen die rechts van hem zijn zeggen: ‘Kom, gezegenden van mijn Vader! Beërf het koninkrijk dat vanaf de conceptie van de wereld voor u is bereid’.

35 Want ik had honger en u gaf me te eten. Ik had dorst en u gaf me te drinken. Ik was een vreemdeling en u nam me in huis.

36 Ik was naakt en u hebt me gekleed, ziek en u hebt me verzorgd, in de gevangenis en u kwam naar me toe.

37 Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: ‘Heer, wanneer hebben we u hongerig gezien en u gevoed, [u] dorstig [gezien] en hebben we u te drinken gegeven?

38 En wanneer hebben wij u gezien dat u vreemdeling was en hebben we u in huis genomen, of [gezien] dat naakt was en hebben we u gekleed?

39 En wanneer hebben wij u dan ziek of in de gevangenis gezien en zijn wij naar u toe gekomen’

40 Dan zal de koning antwoorden en hun zeggen: ‘Ik zeg u met zekerheid: zover als u het voor een van deze kleine broeders van mij hebt gedaan, hebt u het voor mij gedaan’.

41 Dan zal hij ook zeggen tegen wie links van hem zijn: ‘Ga weg van mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de beschuldiger en zijn engelen is voorbereid!

42 Want ik had honger, maar u gaf me niets te eten. Ik had dorst, maar u gaf me niets te drinken.

43 En ik was een vreemdeling en u nam me niet in huis, [ik was] naakt en u hebt me niet gekleed, [ik was] ziek en in de gevangenis maar u hebt me niet bezocht.

44 Dan zullen ook zij hem antwoorden en zeggen: ‘Heer! Wanneer hebben we u hongerig gezien, of dorstig of als vreemdeling, of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we u niet gediend’

45 Dan zal hij hun antwoorden en tegen hen zeggen: ‘Ik zeg u met zekerheid: zover u dit niet hebt gedaan voor een van deze kleinen, hebt u het ook niet voor mij gedaan’.

46 En ze zullen naar eeuwige pijniging gaan maar de rechtvaardigen naar eeuwig leven.”

+

Johannes 13:1-20:

1 Voordat het Peschafeest plaatsvond, wist Yeshu’ dat de tijd was gekomen dat hij uit deze wereld moest vertrekken, naar zijn Vader. Hij had wie van hem waren in deze wereld tot het einde lief.

2 Tijdens het avondmaal werd door Satana in het hart van Yihuda, de zoon van Shem’un Scharyuta, gegeven dat hij hem zou verraden.

3 Maar omdat Yeshu’ wist dat de Vader alles in zijn handen had gegeven en dat hij van Alaha was gekomen en naar Alaha zou gaan,

4 stond hij op van het avondmaal en deed zijn mantel uit, nam een doek en sloeg het om zijn middel.

5 Daarna goot hij water in een kom en ging de voeten van zijn leerlingen wassen en hij droogde ze met de doek die om zijn middel was geslagen.

6 Toen hij bij Shem’un Kiefa kwam, zei Shem’un hem: “Heer, gaat u mijn voeten wassen?”

7 Yeshu’ antwoordde en zei tegen hem: “Wat ik doe begrijp je nu niet maar later zal je het begrijpen.”

8 Toen zei Shem’un Kiefa tegen hem: “In de eeuwigheid zult u mijn voeten niet wassen!” Yeshu’ zei tegen hem: “Als ik je niet was, zal je geen deel met me hebben.”

9 Shem’un Kiefa zei tegen hem: “Mijn Heer, was niet dan alleen mijn voeten maar ook mijn handen en mijn hoofd!”

10 Yeshu’ zei tegen hem: “Wie zich heeft gebaad, hoeft slechts zijn voeten te wassen want hij is al rein; dus zijn jullie allen rein maar toch niet allen.”

11 Want Yeshu’ wist wie hem zou verraden, daarom zei hij: “Niet elk van jullie is rein.”

12 Toen hij hun voeten had gewassen, deed hij zijn mantel aan en ging zitten en zei tegen hen: “Begrijpen jullie wat ik voor jullie heb gedaan?

13 Jullie noemen mij ‘onze Leraar’ en ‘onze Heer’, en dat zeggen jullie juist, want dat ben ik.

14 Maar als ik, jullie Heer en Leraar, jullie voeten heb gewassen, hoeveel meer moeten jullie elkaar de voeten wassen?

15 Daarom heb ik jullie dit voorbeeld gegeven. Zoals ik heb gedaan, moeten ook jullie doen.

16 De waarheid: ik zeg jullie dat er geen bediende is die groter is dan zijn heer. Er is geen zendeling, die groter is dan degene die hem heeft gezonden.

17 Als jullie deze dingen weten, zijn jullie gezegend als jullie ze doen.

18 Ik sprak dit niet over jullie allen, want ik ken degenen die ik heb gekozen, maar dat de Schrift vervuld mag worden: “Degene die brood met mij eet, heeft zijn hiel tegen mij opgeheven.”

19 Vanaf dit uur vertel ik jullie voor het gebeurt, dat als het gebeurt, jullie zullen geloven dat ik ben.

20 De waarheid: ik zeg jullie dat wie degene ontvangt die ik heb gezonden, mij ontvangt. En wie mij ontvangt, ontvangt hem die ik heb gezonden.”

-

Teksten van de Nederlandstalige Peshitta in vertaling van E. Nierop, 2009 uitgave

+

“O Jahweh/Jehovah, echt ik  (ben) Uw knecht, ik (ben) uw dienaar, ( en)  de zoon van uw dienstmaagd: Je hebt mijn banden losgemaakt” (Psalm 116:16 KJBPNVnl)

“En zeide tot mij: Gij  (zijt) mijn knecht, Israël, in wie Ik zal verheerlijkt worden.” (Jesaja 49:3 KJBPNVnl)

“Hij zal vanuit zijn ziel de arbeid zien , (en) zal voldaan worden: Door zijn kennis zal mijn rechtvaardige dienaar de mens rechtvaardigen, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen” (Jesaja 53:11 KJBPNVNn)

“Hoor nu, Oh hogepriester Jozua, u en uw medemensen die zitten voor je, want zij ( zijn) mannenwaar men  zich over verwondert : want zie, Ik zal Mijn Knecht, de TAK {scheut, spruit, loot} verwekken {laten voortkomen}.” (Zacharia 03:08 KJBPNVnl)

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Een dienstknecht is niet hoger geplaatst {niet meer} dan zijn heer, noch hij, die gezonden is door Hem .” (Johannes 13:16 KJBPNVnl)

“Door uw hand uit te strekken  om te genezen; en dat tekenen en wonderen geschieden door de naam van uw heilig kind Yahshua/Jeshua.” (Handelingen 4:30 KJBPNVnl)

“Er is geen Jood of Griek, er is geen slaaf of vrije, er is geen man noch vrouw: u bent allen één in de Messias Yahshua/Jeshua.” (Galaten 3:28 KJBPNVnl)


Engelse versie / English  version:  Slave for people and God

+

Gelieve verder in het Nederlands te vinden:

  1. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  2. Een Groots Geschenk om te herinneren
  3. Geen Wegvluchter
  4. Samen werken aan een Open Gemeenschap
  5. Wereld waarheen? #4 Het Lied van de Serafs
  6. De Knecht des Heren #1 De Bevrijder
  7. De Knecht des Heren #2 Gods zwaard en pijl
  8. De Knecht des Heren #3 De Gewillige leerling
  9. De Knecht des Heren #4 De Verlosser
  10. De Knecht des Heren #5 De Gezalfde gezant
  11. Jesaja profeet en boodschapper van God
  12. Elke gelovige is opgeroepen om Christus in de dienst te volgen
  13. Toewijding van ons
  14. 1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.
  15. Een Niet-christelijke christelijke bediening
  16. Roeping een dynamishc begrip en blijvende bron van kracht
  17. Gezelschap in de kerkgemeenschap
  18. Het niet goed gaan in de Kerk
  19. Verspreiding van het Goede Nieuws Fw: Remember matthew 24:14!
  20. Actualiteit Banner of Truth conferentie Predikant Heraut

Aanvullen lectuur in het Engels kan u vinden:

  1. The Ecclesia in the churchsystem
  2. Salvation, trust and action in Jesus #3 as a Christian
  3. Self inflicted misery #2 Weakness of human race
  4. Proclaiming shalom, bringing good news of good things, announcing salvation
  5. Anointing of Christ as Prophetic Rehearsal of the Burial rites
  6. A Great Gift commemorated
  7. Not making a runner
  8. The Soul confronted with Death
  9. Manifests for believers #5 Christian Union
  10. Companionship
  11. What’s Wrong with “User Friendly”?
  12. Foolishness of Preaching and God’s instrument
  13. Preaching to an unbelieving world
  14. Evangelism takes many forms
  15. Verspreiding van het Goede Nieuws Fw: Remember matthew 24:14!

+++

Read Full Post | Make a Comment ( 4 so far )

Liked it here?
Why not try sites on the blogroll...

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 612 other followers

%d bloggers like this: