Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #5 Gebed #2 Getuigen zonder taalbarrieres
Getuige en Lof voor de Naam
Elke dag zouden wij onze Schepper moeten herinneren. Wij zouden ook moeten proberen om Zijn Stem te horen, die Hij aan Zijn mensen zal laten horen. Omdat hij bereid is te horen zouden wij bereid moeten zijn te spreken. Wij kunnen tot Hem met eenvoudig gesproken woorden spreken, of wij kunnen zelfs tot Hem zingen. Wij kunnen stil of luid tot Hem spreken. Wij kunnen tot lof van Jehovah Zijn Naam onze woorden verheffen.
In de Bijbel kunnen wij vele plaatsen vinden waar het advies wordt gegeven om de Naam van God te aanroepen. Alsook wordt er met aandrang verzocht die Naam van God kenbaar te maken over de gehele wereld worden en het goede nieuws dagelijks af te kondigen… het nieuws van hoe Hij redding brengt. Aan alle naties zouden wij over Zijn glorie moeten vertellen, en van over Hem en Zijn wonderen spreken alle volkeren benieuwd makend naar meer.
Jehovah is groot en waardig van lof; Hij is te vrezen meer dan alle andere goden. Omdat de goden van de naties allen valse goden zijn of enkel voorbijgaande idolen, door mensen gemaakt geworden of verheven. Maar het is Jehovah die de hemel schiep en die eeuwig is. Vóór Hem zijn schoonheid en lof; heilig en majestueus is Zijn Heilige Plaats.
1 Zing tot יהוה {Jehovah} een nieuw lied, zing voor יהוה {Jehovah}, geheel de aarde! 2 zing tot יהוה {Jehovah}, zegen Zijn Naam, kondig Zijn bevrijding af van dag tot dag. 3 Verklaar Zijn achting onder de natie, Zijn wonderen onder alle volkeren. 4 Omdat יהוה {Jehovah} groot is en zeer geprijsd moet worden, (en) vooral moet Hij gevreesd worden boven al de machtigen. 5 Voor alle machtigen van de volkeren zijn kwesties van onbelangrijkheid, maar יהוה {Jehovah} maakte de hemel. (Psalmen 96:1 – 5 De Geschriften 1998+)
Geen taalbarrière
Geen kwestie van welke natie waartoe wij behoren of welke taal wij spreken, wij kunnen tot God in onze eigen woorden, in onze eigen taal spreken. Voor hem zijn er geen taalbarrières. Hij begrijpt niet alleen de woorden van de mensen hij kent zelfs het hart van hen, en niets voor hem kan worden verborgen.
Maar יהוה {Jehovah} zei aan Shemu‘ ĕl, „Bekijk niet zijn verschijning of de hoogte van zijn gestalte, omdat ik hem heb geweigerd, voor niet zoals de mens ziet, voor de mens bekijkt de ogen, maar יהוה {Jehovah} bekijkt het hart.“ (1 Samuel 16:7 De Geschriften 1998+)
„Ik, יהוה {Jehovah}, onderzoek het hart, ik probeer de nieren, en geef elke mens volgens zijn manieren, volgens de vruchten van zijn daden. (Jeremia 17:10 De Geschriften 1998+)
„Hij openbaart diepe en geheime kwesties. Hij weet wat in de duisternis is, en het licht verblijft bij hem. (Daniel 2:22 De Geschriften 1998+)
„Voor wat verborgen is zal worden geopenbaard, en wat er ook geheim is zal worden gekend en zal aan het licht komen. (Lukas 8:17 De Geschriften 1998+)
In onze eigen taal, op onze eigen manier van spreken kunnen wij tot de Hoogste Elohim spreken en giften aan dragen tot Jehovah; hem zowel glorie als eer brengend, omwille van Zijn Naam.
Wij zouden vóór Jehovah moeten neerbuigen en alle naties vertellen dat hij Jehovah onze Machtigste Koning van koningen is! Het is Hij die de mens zijn huis vestigde, zodat het nooit zal beven. Voor, Hij zal de volkeren in rechtvaardigheid beoordelen!
Bij de aanwezigheid van יהוה {Jehovah}. Want Hij zal komen, want Hij zal de aarde komen beoordelen. Hij beoordeelt de wereld in oprechtheid {1}, en de volkeren met Zijn waarheid. {Voetnoot: 1 zie ook 98:9, Handelingen 17:31, Openbaring der apostelen. 19:11.} (Psalmen 96:13 De Geschriften 1998+)
9 Buig je voor יהוה {Jehovah}, in heerlijkheid van apart geplaatstheid {of heiligheid}! Beef vóór Hem, geheel de aarde. 10 Zeg onder naties, „יהוה {Jehovah} zal regeren. De wereld is ook gevestigd, onwrikbaar. Hij beoordeelt de volkeren in eerlijkheid.“ 11 laat de hemel zich verheugen, en laat de aarde blij zijn; Laat de zeeën brullen, en alles dat het vult; 12 laat de velden juichen, en alles dat daarin is. Laat alle bomen van het bos dan schreeuwen voor vreugde, 13 bij de aanwezigheid van יהוה {Jehovah}. Want Hij zal komen, want Hij zal de aarde komen beoordelen. Hij beoordeelt de wereld in oprechtheid {1}, en de volkeren met Zijn waarheid. {Voetnoot: 1 zie ook 98:9, Handelingen 17:31, Openbaring van de apostelen 19:11.} (Psalmen 96:9 – 13 De Geschriften 1998+)
Maak geloften tot יהוה {Jehovah} uw Elohim, en betaal hen. Laat iedereen rond Hem geschenken tot Hem die men moet vrezen. (Psalmen 76:11 De Geschriften 1998+)
Laat de naties blij zijn en van vreugde zingen! Voor U berecht de volkeren in alle rechtvaardigheid, en leid de naties ter wereld. Selah. (Psalmen 67:4 De Geschriften 1998+)
9 Zij doen geen kwaad noch vernietigen (zij) iets op Mijn apart geplaatste {heilige} berg, want de aarde zal (stellig) worden gevuld met de kennis van יהוה {Jehovah} zoals de wateren de zeeën {1} bedekken. {Voetnoot: 1 Hab. 2:14.} 10 En op die dag zal er een Wortel van Yishai {Isaï} zijn die, daar als banner voor de mensen zal staan. Naar hem zullen de niet Joden {heidenen, ongelovigen} {1} zoeken, en zal Zijn rust achting zijn. {Voetnoot: 1 Of naties.} 11 en het zal op die dag zijn {Het zal dan geschieden} dat יהוה {Jehovah} Zijn hand opnieuw een tweede keer plaatst om de rest van Zijn mensen terug te krijgen, van Ashshur {Assyrië) en van Mitsrayim {Egypte}, van Pathros en van Kush {Kusch}, van Ěylam {Elam} en van Shinʽar {Sinear}, van Ḥamath en van de eilanden van overzeese gebieden. 12 En Hij zal een banner voor de naties oprichten, en outcasts van Yisra’ ĕl verzamelen, en zal de verstrooiden {verspreiden} van Yehuḏah samen brengen, van uit de vier hoeken van de aarde. 13 En de afgunst van Ephrayim {Efraïm}zal zich afwenden, en de tegenstanders van Yehuḏah worden afgesneden. Ephrayim zal Yehuḏah niet benijden {zal niet jaloers zijn op}, en Yehuḏah zal voor geen problemen zorgen voor Ephrayim.
14 Maar zij zullen op de schouder van Filistijnen naar het westen neer vliegen; samen plunderen zij de mensen van het oosten, hun hand uitstrekkend vooruit naar Eḏom en Mo’ aḇ, en de kinderen van Ammon zullen aan hen onderworpen zijn. 15 En יהוה {Jehovah} zal onder de tong van het Overzeese gebied van Mitsrayim {Egyptische zee} afsnijden, en Hij zal Zijn Hand over de rivier zwaaien met de kracht van Zijn Geest, en zal het in de zeven stromen smijten, en zal mensen ertoe bewegen om het in sandalen te betreden. 16 En er zal een hoofdweg voor de rest van Zijn mensen zijn, diegenen van de linkerzijde van Ashshur, net zoals het voor Yisra’ ĕl in de dag was toen Hij omhoog kwam uit het land van Mitsrayim {Egypte}. (Jesaja 11:9 – 16 De Geschriften 1998+)Zeg onder naties, „יהוה {Jehovah} zal regeren. De wereld wordt ook gevestigd, onwrikbaar. Hij beoordeelt de volkeren in eerlijkheid.“ (Psalmen 96:10 De Geschriften 1998+)
6 De hemel zullen Zijn oprechtheid verklaren {Zijn rechtvaardigheid verkondigen}, en alle volkeren zullen Zijn achting zien. 7 Iedereen wie gesneden beelden dienen worden tot schande gezet, Diegenen die opscheppen over kwesties van onbelangrijkheid. {Zij die zich op goden beroemen die niets waard zijn (of van generlei waarde zijn).} Buig u zelf voor hem neer, alle u machtige, {goden}. 8 Tsiyon {Sion} zal horen en zal blij zijn, en de dochters van Yehuḏah {de onderhorige plaatsen van Juda} verheugen zich wegens Uw juist-uitspraken {vanwege Uw juristuitspraken of rechterlijke beslissingen}, O יהוה {Jehovah} 9 voor u, {Jehovah} יהוה, bent de Aller Hoogste over heel de aarde, U zult zeer verheven worden, boven alle machtigen {goden}. 10 U die van יהוה {Jehovah} houdt, haat kwaad {haat het kwade}! Hij bewaakt het leven van Zijn vriendelijken {loyalen/ hen die Hem liefhebben}, Hij levert hen uit de hand van de verkeerden {Uit de hand van de goddelozen bevrijdt Hij hen}. 11 Het licht wordt gezaaid voor de rechtvaardigen {Het licht gaat op voor de rechtvaardigen.}, en verheuging voor de oprechten van hart. 12 Verheug in יהוה {Jehovah}, u rechtvaardigen, en geef dank bij de herinnering van Zijn Apart geplaatstheid {heiligheid}. (Psalmen 97:6 – 12 De Geschriften 1998+)
5 Zing tot יהוה {Jehovah} met de lier, met lier en de stem van een lied, 6 met trompetten en het geluid van een hoorn; Hef een schreeuw op vóór יהוה {Jehovah} {Juicht of Verheug u in Jehovah}, de Soeverein. 7 Laat de zee brullen, en dat alles wat het vult, de wereld en zij die daarin verblijven. 8 Laat de rivieren in hun handen klappen, laten de bergen samen voor vreugde zingen vóór יהוה {Jehovah}, 9 want Hij zal de aarde komen beoordelen. Hij beoordeelt de wereld in oprechtheid, en de mensen in eerlijkheid. (Psalmen 98:5 – 9 De Geschriften 1998+)
+
Voorgaande artikelen:
Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
Engelse versie / English version: Trusting, Faith, Calling and Ascribing to Jehovah #5 Prayer #2 Witnessing
+
Vindt ook om te lezen:
- God versus goden
- Naam van God
- Tittel of Naam van God
- Belangrijkheid van Gods Naam
- Ik ben die ben Ehyeh-Asher-Ehyeh אהיה אשר אהיה
- Hashem השם, Hebreeuws voor “de Naam”
- Heer, Yahuwah, Yeshua of Yahushua
- Jehovah Yahweh Gods Naam
- Een Naam voor een God #7 Jahwe(h) niet Hebreeuws
- Een Naam voor een God #11 Y of J Kiezen
- Spelling van Bijbelse namen
- Archeologische vondst omtrent de Naam van God YHWH
- Jehovah wiens Naam Heilig is
- Gebruik van Jehovahs naam
- Use of /Gebruik van Jehovah or/of Yahweh in Bible Translations/Bijbel vertalingen
- Een Naam voor een God #2 Optekening en Kenbaarmaking
- Een Naam voor een God #5 Zaaien van verwarring
- Breng glorie aan Jehovah God de Allerhoogste
- יהוה Schepper van hemel en aarde en alles er op en eraan
- Spelling van Bijbelse namen
- Vrees hebben voor de juiste persoon
- Getuig van een levende God en zijn zegeningen voor jou
- Prijs en zeg dank tot God de Allerhoogste
- Breng glorie aan Jehovah God de Allerhoogste
+++
Related articles
- Meaning of Elohim (gnosticwarrior.com)
In the Hebrew language and the Old Testament, the meaning of ”El” is the noun singular form of the word God, and “
Elohim” is the plural version “gods.” The name Elohim appears 33 times in the story of creation in the opening chapters of Genesis.
+
Jehovah is a Latinization of the Hebrew יְהֹוָה, a vocalization of the Tetragrammaton יהוה (YHWH); the name of the Hebrew national god of the Iron Age kingdoms of Israel and Judah in the Hebrew Bible. YHWH is also been transcribed as “Yehowah” or “Yahweh“, but the Rabbinic Judaism teaches that the Tetragrammaton (י-ה-ו-ה), YHWH, is the ineffable and actual name of God, and as such is not read aloud in the Shema, but is traditionally replaced with אדני, Adonai (“Lord”).The royal court and temple of Israel had promoted Yahweh as God of the entire cosmos, possessing all the positive qualities previously attributed to the other gods and goddesses. In modern Judaism, the name Yahweh is replaced with the word Adonai, meaning Lord. Most scholars believe “Jehovah” to be a late (ca. 1100 CE) hybrid form, derived by combining the Latin letters JHVH with the vowels of Adonai. Adonai — often translated as “LORD”, it is read in place of YHWH. - Jehovah Jirah (asatisfiedspirit.com)
Of all God’s names and characteristics Jehovah Jirah speaks most loudly to me. There are actually several interlacing characteristics to this Hebrew term. First, He is the One who sees.
+
As the Creator of ALL that is, was, and is to come, there is nothing that is not at His disposal for me (us). It is His to give whether it be physical or spiritual. And more than that He wants to!!!!Worship Him in song! Jehovah Jirah - Why Are You Called Jehovah’s Witnesses? (illustrationstoencourage.wordpress.com)
Jehovah’s Witnesses designates us as a group of Christians who proclaim the truth about Jehovah, the Creator of all things. - Strengthened and walking in the name of the Lord (dailymedit.wordpress.com)
Paul admonished that we should be strong in the Lord and in the power of his might (Ephesians 6:10-18). You can come weak but by the application of the oil of the spirit, your healing will manifest and being fed on the word, you get spiritually energised.
Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
Vertrouwen, Geloof en Gebed
Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
Spoedig in de tijd van het gecreëerde heelal kregen de mensen te begrijpen zij tot God moesten roepen. De mensen begonnen de naam van Hoogste Elohim יהוה Jehovah te verzoeken. Meer dan eens gingen de dingen verkeerd en meer dan eens deden mensen tegengesteld aan hun Schepper Zijn wensen, maar telkens was hij bereid om weer tot hen te komen en hen te helpen. In de vroege tijden kenden zij het belang om de Schepper God met Zijn Naam die Heilig was, aan te roepen.
“En ook tot Sheth was er hem een zoon geboren. En hij gaf hem de naam Enos. Daarna werd begonnen met een beroep te doen op de Naam van יהוה {Jehovah} {1}.” {Voetnoot: 1De eerste optekening van “een beroep doen op de Naam van יהוה” of “de naam van Jehovah te verzoeken.“
(Genesis 4:26 De Geschriften 1998 +)“Aldus vertrok Abram, zoals יהוה {Jehovah} hem geboden had, en Lot ging met hem mee. En Abram was vijfenzeventig jaar oud toen hij uit Haran weg trok.”
(Genesis 12: 4: De Geschriften 1998 +)“7 En יהוה {Jehovah}verscheen aan Abram en zei: “Aan uw zaad zal Ik dit land geven.” En hij bouwde aldaar een altaar voor יהוה {Jehovah}, die hem verschenen was. 8 En van daar ging hij naar de berg ten oosten van Bĕyth El { bethel}, en hij sloeg zijn tent op, met Bĕyth El { bethel } op het westen en Ai in het oosten. En hij bouwde aldaar een altaar voor יהוה {Jehovah}, en riep de Naam van יהוה {Jehovah} aan.”
(Genesis 12: 7-8: De Geschriften 1998 +)
Vele keren worstelden de mensen met vele problemen, vaak veroorzaakt door hen zelf omdat zij zich niet aan de Bevelen of Geboden van God hielden of niet naar Zijn Stem luisterden. Massa’s bevelen en horden beloften werden gegeven aan God Zijn mensen. Vele zegens kwamen over hen, maar oh zo vaak waren zij deze snel vergeten. Vlug hadden zij geen oog meer voor wat God voor hen had gedaan. In hoge nood wisten zij Hem echter weer te vinden en vond hun god het niet erg om terug tot hen te komen.
Telkens was God daar opnieuw om dicht bij hen te komen en meerdere keren verscheen God aan Zijn gekozen mensen om hen te vertellen wat ze moesten doen en te vertellen over in de toekomst nog te gebeuren zaken.
“23 En van daar ging hij naar Be’ĕrsheba. 24 En יהוה {Jehovah}verscheen hem in die zelfde nacht en zei: “Ik ben de Elohim van uw vader Abraham. Wees niet bang, want Ik ben met u, en zal u zegenen en uw zaad vermenigvuldigen omwille van mijn dienaar Abraham. ‘ 25 En hij bouwde daar een altaar, en riep de naam van יהוה {Jehovah}, en hij sloeg zijn tent op, en de dienaren {bedienden} van Yitsḥaq groeven daar een put.” (Genesis 26: 23-25: De Geschriften 1998 +)
De schepper vertelde Zijn gekozen mensen hoe hij aanroepen moest worden en dat Zijn Naam helemaal over de wereld zou moeten gekend worden.
“En Hij zei: “Ik ben de Elohim van uw vader, de Elohim van Abraham, de Elohim van Yitsḥaq, en de Elohim van Ya’aqoḇ.” En Mosheh verborg zijn gezicht, want hij was bang om naar Elohim te kijken (Exodus 3:6 De Geschriften 1998 +)
“En nu, zie, is de kreet van de kinderen van Israëlieten tot Mij gekomen, en ik heb ook de onderdrukking gezien waarmee de Mitsrites hen verdrukken {onderdrukken}. (Exodus 3:9 De Geschriften 1998 +)
“En Elohim zegt aan Mosheh, ik BEN wie ik BEN (“Ik Ben die Ben” of “Ik Ben die Is”): en hij zegt, zegt zo aan de zonen van Yisra El, Ik Ben heeft mij naar u gestuurd. En opnieuw zegt Elohim aan Mosheh:, „ik ben dat wat ik ben. “ {1} en hij zei, „zo zult u aan de kinderen van Yisra’ ĕl, ‘zeggen: “De Ik Ben heeft mij naar u gestuurd.’’ (Voetnoot: 1 De Hebreeuwse tekst leest: ‘ eyeh’ asher’ eyeh, het woord eyeh uit hayah afgeleid betekent te zijn, maar de bestaande Aramese tekst hier in v. 14 geeft te lezen: ayah ashar ayah. Dit is niet Zijn Naam, maar het is een verklaring die tot de revelatie van Zijn Naam in v. 15 leidt, namelijk: יהוה.) En Elohim zei verder aan Mosheh, „zo moet u aan de kinderen van Yisra’ ĕl zeggen, ‘יהוה Elohim van uw vaders, Elohim van Ab’raham, Elohim van Yitsḥaq, en Elohim van Yaʽaqoḇ, heeft me naar u gestuurd. Dit is voor altijd Mijn Naam, en dit is Mijn herinnering aan alle generaties.’ (Exodus 3:14-15 De Geschriften 2011 Vertaling)
“Ga, en gij zult de oudsten van de Israëlieten verzamel en tot hen zeggen: ‘יהוה {Jehovah } Elohim van uw vaderen, de Elohim van Aḇraham, van Yitsḥaq, en van Ya’aqoḇ, verscheen tot mij, zeggende”: Ik heb u inderdaad bezocht en gezien wat u wordt aangedaan in Mitsrayim; (Exodus 3:16 De Geschriften 1998 +)
2 En Elohim sprak tot Mosje {Mosheh/Mozes} en zei tegen hem: “Ik ben יהוה. 3 “En ik verscheen aan Aḇraham {Abraham} , Yitsḥaq {Isaak}, en Ya’aqob {Jakob}̱, , als El Shaddai {De Ene Almachtige; De Enige Allerhoogste}. En bij mijn naam יהוה {Jehovah}, was ik niet bekend bij hen? 4 “En ik vestigde ook Mijn verbond met hen, om hen het land van Kena’an {Kanaän} te geven, het land van hun verblijven {oponthouden/ het land van hun oponthoud of van hun vreemdelingschappen}, waarin zij als vreemdeling hebben verkeerd. 5 “En ik heb ook het gekerm {weeklaag} gehoord van de kinderen van Yisra’ĕl {Israël} welke de Mitsrites {de Egyptenaren} tot slaaf namen, en ik heb aan Mijn verbond gedacht. 6 “Zeg dan ook, aan de kinderen van Yisra’ĕl {Israël}: ‘Ik ben יהוה {Jehovah}, en ik zal ulieden uitleiden van onder de lasten van de Mitsrites {Egyptenaren}, en zal je bevrijden van hun slavernij, en zal u verlossen door een uitgestrekte arm, en door grote gerichten {gerechtsuitspraken }, 7 en neemt u als Mijn volk, en ik zal uw Elohim zijn {Ik zal u tot een god zijn}. En gij zult weten, dat Ik ben יהוה {Jehovah} uw Elohim {de Eeuwige, uw God}, die je brengt van onder de lasten {last, lastdiensten}van de Mitsrites {Egyptenaren}. 8 ‘En ik zal u brengen naar het land dat Ik gezworen te geven aan Aḇraham {Abraham}, Yitsḥaq {Isaak}, en Ya’aqob {Jakob}, om het te geven aan u als een erfenis. Ik ben {’Ik ben die ben’ Adonai} יהוה {Jehovah}. ‘” (Exodus 6:2-8 De Geschriften 1998+)
“En voor deze reden heb ik u omhoog opgeheven om u Mijn macht te tonen, en om Mijn Naam over de gehele aarde te verklaren.” (Exodus 9:6 De Geschriften 1998+)
“En op die dag zult u zeggen, “Prijs יהוה {Jehovah }, aanroep (of verzoek) Zijn Naam; maak Zijn daden onder de volkeren bekend, maak vermelding dat Zijn Naam verheven is.” (Jesaja 12:4 De Geschriften 1998+)
“13 Omdat “iedereen die de Naam יהוה {Jehovah} aanroept zal gered worden.” 14 Hoe dan zullen zij hem dan uitnodigen in wie zij niet hebben geloofd? En hoe kunnen zij dan in hem geloven van wie zij niet hebben gehoord? En hoe zullen zij zonder één afkondiging kunnen horen? 15 En hoe zullen zij kunnen verkondigen als zij niet worden uitgezonden? Zoals het staat geschreven, „hoe aangenaam zijn de stappen van hen die het Goede Nieuws van vrede brengen, zij die het Goede Nieuws van het goede brengen!“ 16 Nochtans, gehoorzaamde niet iedereen het Goede Nieuws. Mits Yeshayahu {Isaiah/Jesaja} zegt, “יהוה {Jehovah}, wie geloofde ons rapport?“ 17 Zo komt dan het geloof door te horen en, het horen door het woord van Elohim.” (Romeinen 10:13-17 De Geschriften 1998+)
Wat God ook in Zijn Woord prominent heeft gemaakt, Zijn bedoeling was opvallend in ons leven te zijn. Hij verlangde er naar dat wij Hem goed zouden kennen en dat wij voor Hem zouden kiezen totaal uit vrije wil. Alsook verlangde Hij er naar dat wij Hem bij Zijn Naam zouden noemen.
God drong erop aan dat de mensen Zijn Woorden zouden volgen en dat zij Hem en niet op andere goden zouden roepen. Meer dan eens toonde Hij anderen hoe nutteloos het trouwens is om de goden van de aarde te verzoeken. In de vele verhalen van het Oude Testament kunnen wij zien hoe zelfs de grote of voorname mensen, die ‘goden’ waren in hun tijd, er niet op konden om met de Hemelse God van de goden, te concurreren.
“En gij zult op de naam van uw machtige roepen, en ik, ik roep de Naam van יהוה {Jehovah} aan. En de Elohim die door vuur antwoordt, Hij is Elohim. “Zo antwoordde al het volk en zei:” Het woord is goed. ” {= Heel het volk stemde met dit voorstel in.}
(1 Koningen 18:24 De Geschriften 1998 +)
De gewone mensen maar ook de hoger geplaatste personen, de priester s en de koningen moesten Jehovah herinneren, die groot en vreselijk is, (Nehemiah 4:14). De grote Koning David wist dat de God Jehovah de Almachtige God was aan wie hij altijd bereid was om het dankzeggingsoffer aan te bieden en in naam van Adonai Elohim Jehovah te bidden. En voor zij die Zijn Naam aanriepen, was die God bereid om Zijn Geest uit te storten. Degenen die het meest van Hem hielden beloofde Hij dat hun jonge mensen visies zouden zien en dat Hij Zijn Geest op de bedienden, de mannen en de vrouwen allebei zelfs zou uitstorten. Hij ontvouwt wonderen in de hemel hierboven en geeft tekens hieronder op de aarde. Vóór de Dag van het Oordeel van God, de enorm en ontzagwekkende Dag. Eenieder die vraagt, “Help, Jehovah!” zal ook hulp krijgen. Op de berg Zion en in Jeruzalem zal er een grote redding plaatsvinden- zoals de bovengenoemde God Elohim ook zei.
“16 O יהוה {Jehovah}, ik ben echt Uw knecht, ik ben Uw dienaar, de zoon van uw dienstmaagd; U heeft mijn banden losgemaakt. 17 Ik breng U een slachting van dankzegging, en doe een beroep op de Naam van יהוה {Jehovah}. 18 Ik betaal mijn geloften aan יהוה {Jehovah} In aanwezigheid van geheel Zijn volk, 19 In de voorhoven van het huis van יהוה {Jehovah}, in uw midden, o Jeruzalem. Lof zij Yah! {Geprezen zij Yah} (Psalmen 116:16-19 De Geschriften 1998 +)
Jezus, leerde ook de mensen rond hem tot zijn Vader te bidden en Hem te vertellen dat Zijn Naam Heilig is en als Heilige Naam zou moeten worden geëerd.
“Dit, is dan de manier waarop u zou moeten bidden: ‘Onze Vader die in de hemel is, laat Uw Naam uitzonderlijk zijn,” (Mattheüs 6:9 De Geschriften 1998 +)
“En hij zei tegen hen: ‘Wanneer jullie bidden, zeg dan: “Onze Vader die in de hemelen zijt, Uw Naam worde afzonderlijk gesteld {Uw Naam worde geheiligd}, laat Uw heerschappij komen, laat Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.” (Lukas 11:02 De Schrift 1998 +)
“Toen zei Mosheh {Mosje/Mozes} tegen Aharon { Aaron}:” Dit is wat יהוה {Jehovah} zei, laat me apart geplaatst worden {geheiligd} door hen die dicht bij Mij in de buurt komen! En vóór al het volk laat Mij geacht zijn! {tot aanschouwen van het ganse volk wil ik verheerlijkt worden.}”" En Aharon was stil { Aaron zweeg}. “(Leviticus 10:03 De Geschriften 1998 +)
“26 En laat Uw naam groot worden gemaakt voor altijd {tot in de eeuwigheid}, zeggende: ‘יהוה {Jehovah} der heirscharen is de Elohim over Yisra’ĕl.’ {Jehovah van de hemelse machten is Elohim, Allerhoogste God over Israël of ‘voor de Israëlieten’}.’ En laat het huis van Uw dienaar Dawid {David} worden vastgesteld vóór U. 27 “Voor U, O יהוה {Jehovah } der heirscharen, de Elohim van Yisra’el, hebt dit geopenbaard aan Uw dienaar, zeggende: ‘Ik bouw je een huis.’ Daarom heeft Uw dienaar het zich ter harte genomen om dit gebed te bidden tot U. {daarom heeft uw dienaar het hart gehad om tot u te bidden.} 28 “En nu, o Meester {Jehovah} יהוה, U bent Elohim, en Uw woorden zijn waarachtig, en U heeft deze goedheid tot Uw dienaar gesproken. {U hebt dit goede tot uwen knecht gesproken.} “(2 Samuël 7:26 De Geschriften 1998 +)
“24 Laat het aldus vast staan en Uw Naam groot zijn voor altijd, te zeggen: ‘יהוה {Jehovah } der heirscharen {Jehovah van de hemelse machten }, Elohim van Yisra’ĕl, is Elohim te Yisra’ĕl. {Allerhoogste van Israël, Allerhoogste over Israël. }En laat het huis van Uw knecht Dawiḏ {David}worden vastgesteld vóór U. ‘ {en laat het (konings)huis van uw dienaar David altijd vóór u standhouden.} 25 “Voor U, O mijn Elohim, hebt aan Uw dienaar geopenbaard om een huis voor hem te bouwen. Daarom heeft Uw dienaar moed gevonden om te bidden vóór U. 26 “En nu, יהוה {Jehovah}, U bent Elohim {U bent de Allerhoogste}, en hebt dit goede aan Uw knecht beloofd. 27 “En nu, bent U al blij het huis van uw knecht te zegenen om voor altijd vóór U te zijn. Want U hebt het gezegend, o יהוה {Jehovah}, en het is voor altijd gezegend. {Omdat U Jehovah het gezegend hebt is het voor altijd (eeuwig) gezegend.}”.” (1 Kronieken 17:24-27 De Geschriften 1998 +)
“4 Toen Yĕshua {Jeshua} en Bani, Qadmi’ĕl, Shebanyah, Bunni, Shĕrĕbyah, Bani, Kenani op de trappen van de Lĕwites {Levieten} stonden en met een luide stem riepen tot יהוה {Jehovah} hun Elohim {Allerhoogste}. 5 Dan zeiden de Lĕwites, Yĕshua en Qadmi’ĕl, Bani, Ḥashabneyah, Shĕrĕbyah, Hodiyah, Shebanyah, Pethaḥyah: “Sta op, zegen יהוה {Jehovah}, uw Elohim voor eeuwig en altijd! En laat hen Uw gewaardeerde naam zegenen, die verheven is boven alle lof en prijs! 6 “U bent יהוה {Jehovah}, U alleen. U heeft de hemel, de hemel der hemelen, en allen die er in zijn, de aarde en alles wat er zich op bevindt, de zee en al wat er in is gemaakt, en U hebt leven gegeven aan hen allen {dat alles}. En de gastheren van de hemel buigen zich voor U.
7 “U bent יהוה {Jehovah}, de Elohim {Allerhoogste} die Abram koos, en hem uit Ur van de Chaldeeën bracht, en hem de naam gaf van Abraham, 8 en zijn hart voor U te vertrouwen vond, en een verbond maakte met hem door het land te geven van de Kena’anites, de Hethieten, de Amorieten, en de Ferezieten, en de Yebusites, en de Girgasieten – om het aan zijn zaad te geven. En U hebt Uw woorden vastgesteld, want U bent rechtvaardig, “(Nehemia 9:4-8 De Geschriften 1998 +)“17 Laat Zijn Naam voor eeuwig zijn, Zijn Naam voortgezet voor de zon, en dat zij zich zegenen in Hem; Laat alle volken Hem gezegend noemen.
18 Gezegend zij יהוה {Jehovah} Elohim, Elohim {de Allerhoogste} van Yisra’el, Hij alleen doet wonderen!
19 En gezegend in eeuwigheid Zijn gewaardeerde naam! En laat de ganse aarde gevuld zijn met Zijn achting. Amen en Amen. . “(Psalm 72:17-19 De Geschriften 1998 +)
Op de muur achter de preekstoel wordt Gods naam JHWH met Hebreeuwse medeklinkers aangetroffen in de oude kerk van Ragunda
De allerhoogste God der goden verstrekte Zijn enige zoon zodat een losgeld voor Zijn mensen zou kunnen worden betaald, zodat niemand van Zijn kinderen zou omkomen. Deze zoon had alles over voor zijn Vader en bood zich dan ook aan als Zoenoffer om zo het nodige Losgeld te betalen. Er is geen groter offer dan uw enige zoon op te geven omwille van onze redding. Dat is echt de grootste voorziening die onze Hemelse Vader ons heeft gegeven. Hij gaf opdracht om Zijn Overeenkomst voor altijd te behouden. Hij is zo persoonlijk en heilig, dat ook wij hem steeds zouden moeten verzoeken en roepen tot de anderen, „Heilig, Heilig, is de Aller Hoogste God, Jehovah-van-de-engelen-legers. Zijn heldere glorie vult de gehele aarde.” “Heilig is Zijn Naam!”
“9 Hij zond verlossing naar Zijn volk, Hij heeft zijn verbond voor eeuwig opgedragen. Apart geplaatst en ontzagwekkend is Zijn Naam. 10 De vrees voor יהוה {Jehovah} is het begin van wijsheid, Al die dat doen hebben een goed begrip. Zijn lof is voor altijd staande. “(Psalmen 111:9-10 De Geschriften 1998 +)
“En de een riep de ander toe,” Apart geplaatst, apart geplaatst, apart geplaatst {Heilig, Heilig, Heilig} is יהוה {Jehovah} der heirscharen {gastheer van de hemelse machten} van de gehele aarde! Gans de aarde is gevuld met Zijn achting {Geheel de aarde is vervuld van zijn heerlijkheid/hoogachting}”" (Jesaja 6:3 De Geschriften 1998 +)
Wij ook zouden Zijn grote en heilige Naam moeten plaatsen. Die Naam welke in zo vele landen is verguisd en geruïneerd. Die Naam die zo velen waar zij ook maar gaan, op vertoning zwart maken. Voor jaren heeft men de Naam van God in de vergeethoek willen doen krijgen. Men heeft al het mogelijke in het werk gesteld om de Naam van God te doen verdwijnen. Maar Gods Naam is zo bijzonder dat de Allerhoogste er zelf voor gezorgd heeft dat deze onuitwisbaar is.
Vandaag is het meer dan hoog tijd dat de naties zullen realiseren wie de God van goden is. De gehele wereld zou een duidelijk beeld moeten krijgen van die Allerhoogste God, het Opperwezen. De wereld moet de Enige Ware God leren kennen. Wie Hij werkelijk is, dat Hij, Jehovah God is. Wanneer Hij Zijn heiligheid door ons zal tonen, zullen wij worden tevredengesteld dat zij het met hun eigen ogen zullen kunnen zien. Misschien zal het niet zo lang meer duren vooraleer de God de wereld zal tonen hoe groot en hoe heilig Hij is, omdat Hij, de Adonai, zichzelf over de gehele wereld zal laten kennen. Dan zullen zij realiseren dat hij GOD is. Jehovah God zal koning over geheel aarde zijn, één GOD en slechts één zijn. Wat een Dag zal dat zijn! Hij zal helemaal over de wereld worden geëerd. En er zijn mensen, over de gehele wereld die het weten hoe Hem te aanbidden, die Hem eren door het beste van zichzelf aan Hem aan te bieden. Zij zeggen het overal: „God is groter, deze God-van-de-engelen-legers.“ „Jehovah Zijn Naam zal groot onder alle naties zijn “.
“En ik zal Mijn grote Naam apart zetten {heiligen}, die ontheiligd is geworden onder de heidenen, die gij ontheiligd hebt in hun midden. En de heidenen zullen weten, dat Ik ben יהוה {Jehovah}, “verklaart de Meester יהוה {Jehovah},” als ik apart geplaatst ben in u voor hun ogen. {Wanneer ik geheiligd ben in u voor hun ogen.} (Ezechiël 36:23 De Geschriften 1998 +)
“Want de aarde zal vervuld worden met de kennis van de achting van יהוה {Jehovah}, zoals de wateren de zee bedekken {1}! {Voetnoot: 1 (#Isa 11:9)} “(Habakuk 2:14 De Geschriften 1998 +)
“En יהוה {Jehovah} zal Soeverein zijn over de ganse aarde {1}. In die dag zal er één יהוה {Jehovah} zijn, en Zijn Naam één. {Voetnoot: 1 Isa. 24:23, Dan. 2:44, Openbaring 11:15.} {Op die dag zal blijken dat Jehovah één is en Zijn Naam één zal zijn}. “(Zacharia 14:9 De Geschriften 1998 +)
“Want van de opgang der zon, tot zelfs haar ondergaan, is Mijn Naam groot tussen de naties. En op elke plaats wordt wierook aangeboden aan Mijn Naam, en een zuiver aanbod {een zuivere offergave/ een rein offer}. Voor Mijn Naam is groot onder de naties {Want Mijn Naam is groot onder de naties.}”, zei יהוה {Jehovah} der heerscharen. {Zebaôth./ De Ene Jehovah van de hemelse machten}.” (Maleachi 1:11 De Geschriften 1998 +)
“28″ En na dit zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest uitstort op alle vlees. En uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien. 29 “En ook op de mannelijke bedienden en op de vrouwelijke bedienden zal Ik Mijn Geest uitstorten in die dagen.
30 “En ik zal tekenen in de hemelen en op de aarde geven: bloed en vuur en zuilen van rook, 31 de zon wordt omgezet in duisternis, en de maan in bloed, vóór de komst van de grote en ontzagwekkende dag van יהוה {Jehovah}.
32 “En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van יהוה {Jehovah} uitspreekt zal bevrijd worden {1}. Want op de berg Tsiyon en in Yerushalayim zal er een ontsnapping zijn {2} zoals יהוה {Jehovah}heeft gezegd, en onder de overlevenden, die יהוה { Jehovah} aanroepen. {Voetnoten: 1 Handelingen 2:21, Romeinen 10:13. 2 Isa. 4:2-3, Obad. v. 17, Rev 14:1.} “(Joël 2:28-32 De Geschriften 1998 +)
Dichter bij de Eindtijd komende wordt het nog belangrijker dat mensen Jehovah God aanroepen. Wij moeten beseffen dat de Tijd steeds dichterbij komt. Maar wij mogen niet onvoorbereid voor de tests en de proeven komen te staan wanneer zij komen.
In deze tijden moeten wij ons op Jehovah Jireh, de leverancier God verheugen. Jehovah is de Voorziener die voor elk leven zorgt. Zonder Hem is er gewoon weg geen leven. Hij voorziet al het nodige. Hij is de Persoon betreffende het leven, de Rots waarop wij ons bevinden. Maar wij moeten aan Hem tonen dat wij bereid zijn om ons op hem te verlaten. Als wij bereid zijn om ons aan Hem te geven is Hij bereid om ons zijn met al haar fouten en tekortkomingen goed te keuren. Zo kunnen wij beter aan God het nodige vragen en op Hem vertrouwen stellen in plaats op de gewone mensen rondom ons; Hij is de meest toegewezen persoon om ons verder vooruit te helpen in dit leven. Als wij ons voor Hem ter beschikking stellen zal Hij ons ook tegemoet komen. Dit omdat Hij de meest perfecte Vader is en ook van ons houd als onze Vader, die naar ons zal luisteren.
In gebed kunnen wij ons leven opbouwen en ons voorbereiden op de komende tijden. Door gebed bereiden wij ons hart voor en bereiden wij onze geest voor om tegen de komende moeilijkheden bestand te zijn. Laten wij onze hoop stelen op de Allerhoogste, de Voorzienier in Rechtvaardigheid. Laat ons in Hem berusten. Hij is ons toevluchtsoord, in Hem kunnen wij ons verbergen; Hij is onze sterkte. Laten wij ons opstellen met Hem; Hij is onze hulp, laat ons op Hem berusten; Hij is onze aller huidige hulp, laat ons nu al in Hem berusten.
Wij moeten God de nodige gepaste glorie geven die Hij verdient en waardig is. Wij moeten Zijn wensen volgen. Onder die wensen is het bekend maken van Zijn Naam. God wenst dat Zijn Naam over de gehele aarde zal gekend zijn. Wij kunnen en moeten daar aan mee werken. Wij horen God Zijn Naam te beminnen en alle eer toe te brengen die deze verdient. Zijn naam horen wij boven alle namen te verheerlijken. Wij moeten die Naam als bijzonder beschouwen, verhogen, apart plaatsen of ‘heiligen’. Boven alle namen moeten wij Hem hoogachten. Deze totaal verschillende god dan de vele goden die over de hele aarde, op dit ogenblik worden aanbeden, is de Aller Hoogste, de Elohim, meer dan alle. Hij is de אהיה אשר אהיה „ik BEN die Ben.” de eigenlijke Bron van het leven en van al het goede dat er in deze wereld wordt gemaakt.
Wij zouden God deze glorie moeten willen geven, in ons gebed, vooral omdat dit de toon voor de rest van het gebed bepaalt. Het eist van ons om in vrees terug te deinzen voor de Almachtige God. Het doet ons beven voor deze grote God, welke wij alle eer verschuldigd zijn. Hij is de enige persoon tot wie wij horen te bidden en onze toevlucht moeten nemen. Als wij Zijn Waarde en Grootsheid en Macht kennen en beseffen wat Hij voor ons al gedaan heeft en nog kan doen, zullen wij er niet aan twijfelen om Hem regelmatig in liefde aan te spreken. Wij zullen er dan niet voor terugschrikken om met Hem in gesprek te treden. Ook zullen wij er dan niet voor terugschrikken om door zijn gunst te converseren. Aan hem zouden wij alle lof moeten toebrengen om geen andere reden dan dat Hij in onafhankelijkheid en heiligheid bestaat, een macht en een liefde bevat, die wij niet bepaald kunnen begrijpen. Het is niet dat wij uit vrees moeten bidden, maar uit eerbied en met vertrouwen dat Hij als de Meest perfecte Vader wil zijn, die bereid is om naar Zijn kinderen te luisteren en hen te geven wat zij nodig hebben.
“En Ik zeg u: vraag en het zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en u zal opengedaan worden. (Lukas 11:9 De Geschriften 1998 +)
+
Voorgaand: Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #1 Konings Geloof
Engelse versie / English version: Trusting, Faith, calling and Ascribing to Jehovah #2 Calling upon the Name of God
Volgend: Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God
++
Lees meer over Gods Naam:
- יהוה Schepper van hemel en aarde en alles er op en eraan
- Rond God de Allerhoogste
- God versus goden
- De Allerhoogste is het Opperwezen
- Spelling van Bijbelse namen
- Belangrijkheid van Gods Naam
- Archeologische vondst omtrent de Naam van God YHWH
- Eigenheden aan God toegeschreven
- God over zijn Naam יהוה
- Ik ben die ben Ehyeh-Asher-Ehyeh אהיה אשר אהיה
- Hashem השם, Hebreeuws voor “de Naam”
- Een Naam voor een God #7 Jahwe(h) niet Hebreeuws
- Een Naam voor een God #8 Vergeten of weigeren
- Een Naam voor een God #9 Vals geloof gevoed door vrees
- Een Naam voor een God #10 God en goddelijkheid
- Een Naam voor een God #11 Y of J Kiezen
- Jehovah wiens Naam Heilig is
- Getuig van een levende God en zijn zegeningen voor jou
- Prijs en zeg dank tot God de Allerhoogste
- Breng glorie aan Jehovah God de Allerhoogste
- Gebruik van Jehovahs naam
- Opgetekend in je hoofd wat is neergetekend
- God, Jezus Christus en de Heilige Geest
- Heer, Yahuwah, Yeshua of Yahushua
- Yahushua, Yehoshua, Yeshua, Jehoshua of Jeshua
- De NIV en de Naam van God
- Zonder God geen reden, geen doel, geen hoop
- Nieuwe energie ontwikkelen
- Kroniekschrijvers en profeten #3 Poëtische boeken
- Fragiliteit en actie #8 Eerste Wetsvoorziening
- Redding, vertrouwen en actie in Jezus #4 Mogelijkheid te kennen en te weten
- In de hand #5 Niet bang zich te geven
- Aanbid enkel de Schepper van alles
In het Engels raden wij aan ook te lezen:
- The Bible and names in it
- Creator of heaven and earth and everything aroundיהוה The Only One Elohim who creates and gives all
- Does He exists?
- The wrong hero
- A god between many gods
- God of gods
- Only one God
- Attributes to God
- Jehovah Yahweh Gods Name
- God about His name “יהוה“
- יהוה , YHWH and Love: Four-letter words
- Titles of God beginning with the Aleph in Hebrew
- Archeological Findings the name of God YHWH
- I am that I am Ehyeh-Asher-Ehyeh אהיה אשר אהיה
- Hashem השם, Hebrew for “the Name”
- The Divine name of the Creator
- I Will Cause Your Name To Be Remembered
- Some one or something to fear #1 Many sorts of fear
- Some one or something to fear #2 Attitude and Reactions
- Some one or something to fear #3 Cases, folks and outing
- Some one or something to fear #4 Families and Competition
- Some one or something to fear #5 Not afraid
- Some one or something to fear #6 Faith in the Most High
- Some one or something to fear #7 Not afraid for Gods Name
- For Jehovah is greatly to be praised
- Praise the God with His Name
- Lord or Yahuwah, Yeshua or Yahushua
- Prophets making excuses
- Another way looking at a language #5 Aramic, Hebrew and Greek
- The NIV and the Name of God
- Use of /Gebruik van Jehovah or/of Yahweh in Bible Translations/Bijbel vertalingen
- Without God no purpose, no goal, no hope
- Developing new energy
- Praise and give thanks to God the Most Highest
- Listening and Praying to the Father
Andere aanverwante artikelen op niet verbonden websites:
- In Names Of God en Old Testament Names For God worden verscheidene titels of graden van God opgesomd. Nog uitvoeriger kan u deze vinden in ons basisartikel: Eigenheden aan God toegeschreven of in Attributes to God en Titles of God beginning with the Aleph in Hebrew
- Die titels van God zijn van wezenlijk belang, en wij zouden deze beter kennen. Een visueel overzicht van enkele voorname wordt gegeven in de tabel Your Need, Is His Name.
- Als wij god beter willen kennen, kunnen wij best Zijn Woord, de Bijbel ter hand nemen en veelvuldig lezen maar ook het aan Hem zelf vragen dat Hij Hem leert kennen. Alsook kunnen wij best vragen om zijn Wil te leren opvolgen. Teach me to do your will of “Leer mij Uw Wil te doen” zou dagelijks op onze lippen moeten zijn.
+
Considering Gods will turn to precise definitions, as both King David left us, excellent examples of this issue and tried to see things from God and his will.
David had great respect for the name of Jehovah.
+
We can cultivate our faith in God in everything we do every day. For example, we can open discussions about the Bible. The courageous like David relied on God while working and so build their faith.
+
When we study the Bible, it is wise to contemplate what we read, and we keep our hearts in order to discern what pleases the Lord in every case. - God heeft zich zelf tot Mozes beschreven. Hij vroeg zich ook af Wat Gods Naam eigenlijk inhield. > So What Is In The Name We Choose To Call GOD (YHWH)? De schrijver gaat dieper in op waarom God de naam koos “Ik ben die ben.” (אֶהְיֶה אֲשֶׁר אֶהְיֶה, ʾehyeh ʾašer ʾehyeh). Over namen in de Bijbel verwijzen wij u ook naar ons artikel: The Bible and names in it
+
The uncreated creator who has always existed with no beginning nor end, Mankind’s redeemer and Lord, always with us in the present plus will be in the future.
+
The power in God’s name is to create life and free us from death. - I Will Sing the Praises of the Name of the Lord Most High
Jesus talks specifically about not showing off about your acts of giving, fasting and praying. Do it discreetly, he says. And as for some guidance on praying, Jesus gives us a template - Have Mercy On Me and Hear My Prayer kijkt naar de antwoorden die God gaf aan hen die Hem gehoorzaamden. zij verzoekt haar lezers hetzelfde vertrouwen te hebben als de vroegere Bijbelse figuren. > May it be that we have the same degree of confidence in taking our petitions to God.
+
David is direct and honest in his plea to God when he says:
Answer me when I call to you, my righteous God. Give me relief from my distress; have mercy on me and hear my prayer. - Partakers of the Promise.
Covenant people live under an open window of God’s blessing. You have a right to live in the land of blessing and prosperity that God will lead you to when you obey the laws of the land (Deuteronomy 28). - The Old and the New Covenant kijkt naar de verkeerde denkwijze dat de idee van eeuwig leven niet Joods maar Christelijk zou zijn. Koning David zijn psalmbede wordt als goed voorbeeld aangehaald.
King David was preaching of something that is going to last longer than mortal men. - Ook dansen maakt onderdeel van het gebed uit. Zo kan men ook zingen: Tambira Jehovah – dance for the Lord
one of the praise team leaders at the worship service I attended introduced the Zimbabwean praise song “Tambira Jehovah” and it truly unleashed a spirit of joy and praise and dance among God’s people. - Jehovah Rophi, de God die Heelt en Voorziet, wonderen vervult in de wereld en wat nog belangrijker is, belofte van bescherming geeft die eeuwig zal duren.
Why would a place with undrinkable water take precedence over a long awaited oasis? - Een andere visie op de Naam van God kan u vinden in The Name of the True GOD waarbij men vele argumenten kan oproepen voor de ene versie van naam keuze of de andere. De schrijver haalt ook de Hebreeuwse wortels aan van het Christendom, welke door velen wel eens vergeten worden.
The name of the Creator, YHWH, has been in the Holy Scriptures since they were originally written, in every generation since the time of Moses. All that is needed to prove this is to consult the Old Testament in the Hebrew language, and there it is! The four letters (the Tetragrammaton), the sacred name YHWH. All Hebrew Scriptures contain the name YHWH, and have done so since about 1,490 B.C.E. - U kan zich afvragen of het wel belangrijk is om een bepaalde naam zus of zo uit te spreken. En wat zit er eigenlijk in een naam? Er is een tijd geweest dat men niet veel belang hechtte aan een naam. Maar in de Oudheid was het wel belangrijk en vooral Bijbelse namen zijn van grote betekenis en onthullen veelal de aard van hun drager . What’s in a Name gaat zo onderandere in op de naamsweiziging avan Abram naar Abraham. De schrijver maakt het duidelijk dat de ”H” in het Hebreeuws staat voor Gods adem, en toen Hij de H in Abram’s naam brachtblies Hij nieuw leven in het kinderloos echtpaar.
+
God says we are His people which are called by His name (2 Chronicles 7:14). In Christ, we have a new name. Jesus has promised, “Him that overcometh-.-.-.-I will write upon him my new name” (Revelation 3:12). - How do I know that your god is The One, True God: Q18?

The Mesha Stele relict, what should be one of the most important archaeological specimens in all of Judaism as well as Christendom (not so much in Islam). Popularized in the 19th century as the “Moabite Stone”, it is a black basalt stone bearing an inscription by the 9th Century BCE ruler Mesha of Moab in Jordan. - A Sermon With Charles Spurgeon
God often delays in answering prayer.
+
God knows that delay will quicken and increase desire, and that if he keeps thee waiting thou wilt see thy necessity more clearly, and wilt seek more earnestly; and that thou wilt prize the mercy all the more for its long tarrying.
+
The Abrahamic god’s personal name was YHWH, which in Hebrew is pronounced YO-VAY (It is NOT pronounced YAH-WAY).
+
If Jave/YHWH is the One, True God, he lied and misrepresented himself to two different populations for some inexplicable reason. We say this because the theology of the two religions is not consistent. These are two different religions too similar to have independent origins. - Whose God Is It?
In the biblical stories, God is often referred to as YHWH, sometime spoken Yahweh, by the ancient Hebrews. Much later, Yahweh would be given the name Jehovah which is a name that is still in use today. Among other things, Yahweh was said to have created Adam and Eve and later would enter into a covenant with Abraham which would eventually lead to the creation of the nation of Israel. Such was the basis for Judaism and their worship of one god, and the beginning of monotheism as a form of worship.
+
down through the ages man has made a habit of using the name “God” to describe the deity of their own personal belief system. All one can say, at best, is that such a deity is in reality only “a god”, or the God Below God as I like to refer to him.
Ademen om les te geven
Les geven of onderwijzen lijkt voor velen slecht een minderwaardige job voor diegenen die in de bedrijfswereld niet aan hun trekken komen. Maar hier hebben wij het niet over de gewone lesgevers of leraren. Maar kijken wij naar diegenen die anderen materiaal bij brengen waarmee zij anders niet in contact zouden komen.
De rondtrekkende Leermeester
Jezus heeft ons levensadem gegeven. Hij had slechts een klein drie jaar openbaar leven waarbij hij rond ging , in een toch tamelijk groot gebied. Daar waar hij kon komen rond zijn habitat, trok hij bijna dag in dag uit van de ene plek naar de andere. Niet voor sightseeing, maar om te praten. Hij legde afstanden af welke in zijn tijd vele uren in beslag namen. Vandaag kunnen we ergens ver weg gaan in een paar minuten of een paar uur. Voor de apostelen duurde het dagen om ergens heen te gaan, terwijl zulke afstanden voor ons vandaag slechts een paar uur vergen. Maar vandaag horen we meer excuses dan in Jezus tijd over het geen tijd hebben om anderen over het Koninkrijk van God te onderwijzen of anderen over de Bijbel te leren.
Niet veraf te zoeken
Om anderen meer te weten te laten komen over de Bijbel moeten wij echter niet ver gaan. Dicht bij ons, rondom ons, zijn er voldoende mensen die weinig of niets van de Bijbel, het Boek der boeken afweten. Zelfs om mensen te bereiken die ver af wonen hoeven wij vandaag niet altijd uit huis gaan om hen te bereiken. We kunnen contacten leggen vanuit ons eigen huis. We hebben prachtige toestellen die ons heel gemakkelijk veel verder dan de anderen tot hun hun deur brengen. Jehovah Getuigen, voor een lange tijd, namen het voor lief dat de beste manier om mensen te bereiken was hen op elk moment van de dag lastig te vallen door aan te bellen en een gesprek proberen aan te gaan voor de deur. Maar het lijkt erop dat de Getuigen van Jehovah vandaag ook, de moderne middelen van de computer en internet hebben gevonden. Op het internet lijken ze zich nu te hebben opengesteld en presenteren zij er meer literatuur aan het grote publiek. En dat is mooi, want ze hebben ook een zeer goede literatuur, die veel meer mensen tot God kan brengen.
Wij kunnen veel van hun lectuur aanraden, ook al zijn er toch nog wezenlijke verschillen met wat wij leren. Maar volgens ons is het niet slecht dat mensen verschillende meningen te horen krijgen en meerdere beschouwingen lezen.
Koninkrijkszaal
Maar we mogen hen ook niet al het werk laten doen en ze de mensen naar hun Koninkrijkszaal laten trekken, terwijl wij andere gedachten hebben waarvan we er zeker van zijn dat ze zij ook waardevol voor de mensen zijn en daarbij deze ook meer vrijheid laten voor elk individu. De religieuze vergaderplaats voor Jehova’s getuigen waar een of meerdere gemeenten vergaderen geeft de leden de kans om samen aan de Wachttoren studie deel te nemen. Wij vinden het echter belangrijker om samen de Bijbel te bestuderen. Bij de vergaderingen van de Getuigen hoopt men dat iedereen de lijnen van de Watchtower Society opvolgt. En de opleiding van verkondigers loopt volgens de strikte regels van die organisatie in Brooklyn.
Bij ons is elke persoon en elke gemeenschap zelf verantwoordelijk voor de vorming van verkondigers en van de wijze waarop men dienst wil houden. Iedereen hoort namelijk zijn eigen ademruimte te hebben en wij laten het toe dat wegens de individuele verschillen en verscheidenheid van karakters de mensen ook verschillende meningen kunnen hebben of graag op een of andere manier anders willen doen dan een ander. Wij moeten meer bewust zijn dat wij ook veel te bieden hebben aan de ongelovigen en mensen op zoek naar de Waarheid kunnen helpen. Wij horen aan zoveel mogelijk mensen de Waarheid aan te bieden. Om anderen die Waarheid te leren kennen kan men echter niet stilletjes lekker gezellig in ons kleine cocon van onze leunstoel thuis blijven zitten. We moeten ons achterste optillen en iets doen.
Het is meer dan de hoogste tijd dat meer mensen uit hun huis zouden komen en de taak opnemen welke Jezus gegeven heeft.
Wereldse en geestelijke werken
In de kleine drie jaar dat Jezus predikte bestede hij veel adem om mensen op het belang te wijzen om een juist beeld te krijgen van zijn Vader, Jehovah God. Jeshua of Jezus heeft ook veel woorden besteed aan verkondigen van het evangelie of het Goede Nieuws van het komende Koninkrijk van God. In zijn tijd kon hij veel mensen vinden die geïnteresseerd in hem en zijn wonderen waren. Nooit beweerde Jezus uit eigen naam te spreken of wonderen te doen, maar verwees steeds naar zijn Vader die groter was dan hij.
“De Vader is groter dan mij.” (Johannes 14:28)
Toegegeven, het is waar dat onze wereldse werken op hun eigen ons niet ver zullen brengen en het is niet alleen door de werken der wet, dat wij geheiligd zullen worden. Genade is tot ons gekomen door het aanbod dat Jezus bracht naar zijn Vader en naar de wereld toe. Deze man uit Nazareth, uit een eenvoudig arbeiders gezin, maar toch uit de stam van koning David, was bereid zijn adem voor God en de mens te gebruiken, tot hij zijn laatste adem uitblies aan de martelpaal.
Al heel vroeg in de mensheid hebben mensen hun adem aan veel nodeloze dingen verspild. Maar de Nazareen Jezus, wiens naam eigenlijk Jeshua was, heeft zich aangeboden om de verdorven mensenlucht te zuiveren en hen van hun zuchten te ontdoen. Ter zuivering van de mensheid heeft Jezus zijn lichaam en bloed gegeven als een offerlam tot zijn Vader, opdat wij gereinigd zullen worden door Zijn bloed. Maar zijn dood op de martelpaal geeft niet zomaar ons een vrijgeleide, zoals vele christenen wel eens durven denken. Zijn zoenoffer brengt ons wel genade, maar geeft ons niet de toestemming om er zo maar op los te leven zoals we willen. Het gaat niet op om een frivool en zondig leven te leiden nadat men gedoopt is. Door onze doop zijn we gereinigd en krijgen wij, als deelgenoten van het Nieuwe Verbond, een nieuwe start. Maar we moeten het waarmaken. Vanuit onze transformatie en doop moeten we spreken en handelen als mensen die zullen worden beoordeeld door de Thora van de vrijheid.
Afstamming, gehoorzaamheid en Wet
Zelfs al zouden joods we van geboorte zijn, geen zondaars uit andere etnische achtergronden, zouden we weten dat mensen niet rechtvaardig worden verklaard door te gehoorzamen aan sektarische wet, maar door het geloof in Jeshua Messias. Al degenen die zich christen noemen moeten niet alleen geloven in Jeshua, die ze meestal Jezus Christus noemen. Ze moeten weten dat om te worden rechtvaardig verklaard door het geloof in de Messias, en niet door sektarische wet, dat ze ook dienovereenkomstig horen te leven naar de wil en de wet van God.
Jezus heeft vele malen gesproken over die rechtvaardiging en wetten van God. Hij gebruikte veel gelijkenissen of parabels om mensen te vertellen wat er kan gebeuren als we ons niet aan de Wetten van God houden. Hoewel, geen mens zal worden rechtvaardig verklaard door te gehoorzamen aan sektarische wet, als wij, terwijl het proberen om rechtvaardig verklaard te worden door de Messias, zullen wij ook als zondaars gevonden worden, maar dat betekent niet dat Jeshua Messias uit de zonde is.
Al diegenen die zich christen noemen, moeten ervoor zorgen om te sterven onder de Thora, zodat hij kan leven voor JHWH de Elohim Jehovah God. Zonde in voor ons met Jezus de Messias aan de paal genageld en te niet gedaan. Vanaf nu zijn wij het niet meer die leven, maar de Messias die in ons leeft, en het sterfelijke leven dat we hebben geleefd voordat we christen werden kan nog steeds een levenseinde ondergaan in deze wereld. De meesten van ons zullen vermoedelijk wel mensen levend achter laten, terwijl zij de dood tegemoet moeten zien. Maar het moet een leven vol van hoop zijn dat zij nu al kunnen leven, door het geloof in de zoon van God, die ons heeft liefgehad en zich voor ons heeft opgeofferd. We mogen de compassie van Jehovah niet negeren. Want indien de rechtvaardigheid haalbaar is door middel van sektarische wet, dan is de Messias voor niets gestorven.
Maar zoals er zovelen uit de werken van de Thora onder de vloek zijn, want er staat geschreven: “Vervloekt is een iegelijk, die niet in alles blijft doen wat er is geschreven in het boek van de Thora.” En dat niemand rechtvaardig wordt verklaard door Thora vóór Elohim is duidelijk, want “de rechtvaardige zal leven door geloof.” En de Thora is niet van geloof, maar “De man die ze {deze dingen } doet, zal daardoor leven.” Messias heeft ons vrijgekocht van de vloek van de Thora, een vloek wordend voor ons – want er staat geschreven: “Vervloekt is een iegelijk, die hangt aan een boom {aan het hout }.” {1 } – {Voetnoot: 1 #De 21:23). } Opdat de zegen van Abmight {Abraham } over de volken zou komen in de Messias יהושע {Jeshua }, om de belofte van de Geest te ontvangen door het geloof. (Galaten 3:10-14 De Geschriften 1998 +)
En we weten dat wat de Thora zegt, zij dat spreekt tot degenen die in de Thora zijn, opdat elke mond kan worden gestopt en de gehele wereld onder het oordeel komt voor Elohim. Daarom zal uit de werken van de Thora geen vlees rechtvaardig worden verklaard vlak voor Hem, want door de Thora is de kennis van zonde.{1 } {Voetnoot: 1 (#Ex 20:20; Ro 4:15; Ro 7:7). } Maar nu, afgezien van de Thora, is een rechtvaardigheid van Elohim geopenbaard, getuigenis geweest zijnde van de Thora en de Profeten, en de gerechtigheid van Elohim is door het geloof in יהושע {Jeshua } Messias voor iedereen en op allen die geloven. Want er is geen onderscheid, want allen hebben gezondigd en derven de achting van Elohim, rechtvaardig verklaard wordend, zonder te betalen, door Zijn gunst, door de verlossing die in Christus יהושע {Jeshua } is, die Elohim aangewezen {of voorbestemd } heeft als een verzoening {zoenoffer }, door middel van geloof in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar in Zijn verdraagzaamheid Elohim over de zonden die hadden plaatsgevonden ervóór voorbijzag, om op dit moment Zijn gerechtigheid aan te tonen, dat Hij rechtvaardig is en degene rechtvaardig verklaart die het geloof in יהושע {Jeshua } beoefent. (3:19-26 Romeinen De Geschriften 1998 +)
“Wij, van Yehudby {Joodse} natuur, en niet die van de heidenen, zondaars, wetende dat de mens niet rechtvaardig verklaard wordt door werken van de Thora, maar door het geloof in יהושע {Jeshua} Messias, zelfs al hebben wij ook in de Messias יהושע {Jeshua} gelooft, om rechtvaardig te worden verklaard door geloof in de Messias en niet door de werken van de Thora, want door de werken van de Thora zal geen vlees rechtvaardig worden verklaard. “En als, tijdens het zoeken om rechtvaardig te worden verklaard door Messias, ook wijzelf zondaars worden bevonden, is Messias dan een dienaar der zonde? Laat het niet waar zijn! “Want als ik weer opbouw wat ik ooit omverwierp, bevestig {betoon} ik me zelf tot een overtreder. “Want door Thora stierf ik om Thora, {1} om te leven tot Elohim. {Voetnoot: 1 Zie Rom. 7} “Ik ben gespietst {doorstoken/vastgepind} met Messias, en ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij. {1} En dat geen ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de zoon van Elohim, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft gegeven. {Voetnoot: 1 Rom. 8:10, 2 Kor. 6:16, 2 Kor. 13:5, Ef. 3:17, Col 1:27, 1 Johannes 4:4.} “Ik zet de gunst van Elohim niet ter zijde, want indien de rechtvaardigheid is door middel van Thora, dan stierf de Messias voor niets.” (Galaten 2:15-21 De Geschriften 1998 +)
Naam eervol te dragen
We mogen de eervolle naam die we dragen niet lasteren en dat kunnen we alleen maar doen als we voldoen aan de Thora van Jehovah, de enige Ware God, de Allerhoogste. En om ons te helpen heeft God Zijn Woord in de Heilige Schrift laten overleveren aan meerdere generaties. Van generatie tot generaties zijn de Woorden van God herhaald geworden, mondeling en schriftelijk. Oneindig veel keren zijn de geschriften gekopieerd geworden. En daarbij is het bijzondere dat deze minutieus blijken gekopieerd te zijn zodat er bij de kopieën bijna geen fouten op te merken vallen. Vandaag zijn er ook in meerdere talen kopieën te verkrijgen van Het Woord van God: de Bijbel. Deze moet dan ook gelezen worden. Al mag hij de Bestseller aller tijden zijn, zijn er nog veel te veel mensen die dat voorname boek werkelijk kennen. Zij weten wel van het bestaan af, maar echt weten wat er in staat weten slechts weinigen.
Binnenkant van een Koninkrijkszaal van de Getuigen van Jehovah waar men vergaderingen of bijeenkomsten houdt en o.a. de Wachttoren studies in de dienst gebruikt.
Veel christenen lijken te vergeten dat er in de Heilige Schrift, de Bijbel die we beschouwen als het geïnspireerde en onfeilbare Woord van God, staat geschreven dat wie de hele Thora gehoorzaamt, toch op één punt faalt, schuldig is aan het overtreden van de hele Thora! Ja, het klinkt hard, maar het is de realiteit.
Een realiteit die vele christenen niet onder ogen willen zien en daarom vasthouden aan de valse leerstelling dat men eens en voor altijd gered is. Maar de Heilige Schrift is duidelijk dat geloof zonder werken dood is.
Wat is het nut, Vrienden, als een man zegt: “Ik geloof”, maar hij heeft geen werken? Kan zijn geloof hem weer tot leven wekken?
Indien je echt er in slaagt het soevereine recht te bereiken op basis van de Schrift: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf, ‘ dan doe je goed , maar als je partijdigheid toont, bega je zonde, wordt je schuldig bevonden door de Thora als overtreder. Want wie ook maar de gehele Thora onderhoudt, en toch op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle. Want Hij die zei: “Pleeg geen overspel, ‘heeft ook gezegd:” Pleeg geen moord. “Nu als je geen overspel, maar wel doodslag pleegt, zijt gij toch een overtreder van de Thora. Daarom, Spreekt zo en handelt zo als mensen die moeten worden beoordeeld worden door een Thora {of Wet} van vrijheid. {1} {Voetnoot: 1 Zie 1:25, en Johannes 8:32-36).} Want het oordeel is zonder mededogen aan degene die geen mededogen heeft getoond. En mededogen heeft meer dan oordeel. Mijn broers, wat voor nut heeft het voor iedereen om te zeggen dat hij gelooft, maar geen werken heeft ? Dit geloof is niet in staat om hem te redden. (Jakobus 2:8-14 De Geschriften 1998 +)
Veel mensen toen zij Jezus en zijn apostelen zagen herkenden hen. Dus de mensen haastten zich over land, vanuit alle omliggende steden, om Jezus te kunnen zien en om er zeker van te zijn dat ze een goed plaatsje konden bemachtigen om dicht bij hem te zijn en alles wat hij te vertellen had goed te kunnen horen. Overal waar Jezus kwam begon hij de mensen te vertellen over wat zijn Vader de wereld wenste te leren kennen. Jezus onderwees de leer van zijn Vader. Hij leerde hun vele dingen door analogieën.
En hij begon weer te onderwijzen bij de zee, en een grote menigte werd verzameld tot hem, zodat hij in een boot ging, om te zitten in de zee. En al de menigte was op het land aan de zee. En hij leerde hun veel in gelijkenissen, … (Marcus 4:1-2 De Geschriften 1998 +)
En Hij ging weg van daar en kwam naar zijn eigen land, en zijn aangeleerden volgden hem. En sabbat geworden, begon hij les te geven in de gemeente. En velen die hem hoorden, waren verbaasd en zeiden: “Waar heeft hij dit allemaal gekregen? {waar heeft hij dit alles vandaan?} En wat wijsheid is dit, die hem gegeven is, dat zulke wonderen worden gedaan door middel van zijn handen? (Marcus 6:1-2 De Geschriften 1998 +)
En uitgegaan zijnde, zag יהושע {Jeshua} een grote menigte en werd met ontferming over hen {met compassie voor hen} bewogen , omdat zij als schapen waren, die geen herder hebben. En hij begon hen veel zaken te leren . (Marcus 6:34 De Gechriften 1998 +)
Jezus had alles van zijn Vader geleerd. Wij kunnen ook veel leren van deze Vader, want zoals Jezus de Thora las en deze heel goed kende, kunnen wij ook de Thora en de verdere Heilige Schrift lezen, bestuderen, en proberen deze te begrijpen. Goed luisteren naar alle woorden in de Heilige Schrift zal ons in staat stellen om de stem van God te horen. De Bijbel schrijvers werkten voor de allerhoogste auteur, de Elohim Hashem, wiens naam Jehovah is en de God der goden. Jezus is zijn zoon die ons de weg toonde en verzocht deze te volgen. We moeten daarom ook proberen om alles wat Jezus te vertellen heeft te horen. Christus zijn woorden zijn opgeschreven in het Nieuwe Testament. Die Bijbel gedeelte is beschikbaar in vele talen, dus we mogen geen excuus naar voor brengen dat het niet in een taal voorradig zou zijn die we niet kunnen proberen te begrijpen.
Bereidheid te luisteren naar Christus
Getuigen van deur tot deur
Als we bereid zijn om te luisteren naar Christus en Gods Woord, zullen we hun adem voelen over ons leven. We zullen het gevoel hebben dat ze met ons willen zijn en als we bereid zijn om onze geest open te stellen voor wat het Woord van God zegt dat we duidelijker zullen horen wat die woorden werkelijk bedoelden in hun tijd en wat ze betekenen in onze tijd.
Het horen van de oproep van Jezus om uit te gaan om te prediken zal er voor zorgen dat wij ook het graag zouden willen willen hebben en er aan meewerken dat het Woord van God over de hele wereld meer gekend zal geraken. Hiervoor moeten we ons bewust zijn van deze belangrijke taak en stappen ondernemen om dit te doen, en dit niet alleen over te laten aan de Jehovah Getuigen.
Terwijl zij de wereld hun liefde voor het Woord van God laten zien, moeten alle christenen dat doen. Door het woord met anderen te delen zullen wij in de liefde van Christus kunnen blijven groeien met precieze kennis en geestelijk inzicht, maar zullen wij als anderen juist moeten reageren volgens de kennis die we ontvangen. Door het regelmatig bestuderen van het Woord van God, de Bijbel, zal de lezer kunnen herkennen wat echt is, en zuiver en onberispelijk zijn in de Dag van de Messias, vervuld met de vrucht van gerechtigheid, die door Jeshua Messias, tot eer en glorie, de pracht en lof van Jehovah.
Een Adem tot verzoening
Het lezen van de Bijbel moet de lezer het gevoel van Gods Adem geven en er voor zorgen dat hij en omstaanders kunnen worden vervuld door de Heilige Geest om door deze te worden gedreven om verder het Goede Nieuws kenbaar te maken en bereid te zijn om het met zoveel mogelijk mensen te delen. Vrienden in de dienst van onze Meester moeten moed hebben om uit te gaan en om Gods Boodschap zonder vrees te spreken zelfs brutaler dan ooit.
Sommigen kunnen misschien hun stem harder laten klinken dan anderen door afgunst en rivaliteit, maar anderen doen het van uit goede wil en in de liefde van de Messias, in de wetenschap dat Jezus en zijn apostelen zijn aangesteld om het Goede Nieuws te verdedigen. Maar degenen die de Messias aankondigen vanuit de motieven van rivaliteit en zelfzuchtige ambitie proberen meestal angst te veroorzaken. Hoe dan ook, hetzij door valse of ware motieven, wordt de Messias aangekondigd en dat is wat christenen moeten dragen op hun hart.
Wij die graag eerlijke christenen willen zijn en door het leven gaan als broeders en zusters in Christus, moeten het werk voor de Heer lief hebben en verwachten dat er nooit een broer of zus zich ooit zullen hoeven te schamen. Maar met vastberaden moed zullen wij nu verder, zoals altijd, om ofwel de Messias in ons lichaam verheffen, door onze eigen of door onze gezamenlijke dood. Want voor ons, moet het leven voor de Messias zijn, en als we sterven, zullen we nog steeds ‘winnen’.
“Ga terug naar uw huis, en vertel wat Elohim voor je gedaan heeft.” En hij ging weg verkondigend door de hele stad wat יהושע {Jeshua} voor hem deed. (Lukas 8:39 De Geschriften 1998 +)
Want zo dikwijls als gij dit brood eet en deze beker drinkt, verkondigt u de dood van de Meester totdat hij komt. (1 Korinthiërs 11:26 De Geschriften 1998 +)
En dit bid ik, dat uw liefde meer en meer in erkentenis en alle gevoelen zou mogen uit breiden, zodat u de zaken die verschillen zou onderzoeken, om zo oprecht te zijn, en niet te struikelen, tot op de dag van de Messias, vervuld van de vrucht van gerechtigheid, {1} tot en met יהושע {Jeshua} Messias, om de achting en lof {tot eer en glorie} van Elohim. {Voetnoot: 1 mt. 3:8-10, Rom. 6:22, Rom. 14:17, 2 Kor. 9:10, Ef. 5:9, Gal. 5:22, Col 1:10, Hebr. 12:11, Jam. 3:18.} En ik wens dat je weet, broeders, dat wat mij is overkomen, bleek voor de vooruitgang van het Goede Nieuws te zijn, zodat het bekend is geworden aan de gehele paleiswacht, en aan al de anderen, dat mijn kettingen in de Messias zijn; en de meeste van de broers, vertrouwend op de Meester vanwege mijn kettingen, zijn veel meer dapperder om onbevreesd het woord te spreken. Sommige inderdaad verkondigen Messias zelfs uit nijd en twist, maar sommigen ook uit plezier – de eersten verkondigen Messias uit zelfzuchtige ambitie, niet zuiver, er aan denkend ongemak toe te voegen aan mijn kettingen, maar de laatsten uit liefde, in de wetenschap dat ik benoemd ben voor de verdediging van het Goede Nieuws. Wat dan? Alleen dat in alle opzichten, hetzij onder een voorwendssel of in waarheid, is de Messias aangekondigd. En daarin verblijd ik mij, in feite, zal ik juichen. Want ik weet, dat dit voor mijn bevrijding zal blijken door uw gebed en de levering van de Geest van יהושע {Jeshua} Messias, volgens mijn intense verlangen en verwachting dat ik totaal niet zal beschaamd worden, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals altijd, dus nu ook Messias groot zal worden gemaakt in mijn lichaam, hetzij bij het leven of de dood. Want voor mij, te leven is Messias, en is het sterven gewin. (1:9-21 Filippenzen De Geschriften 1998 +)
Geen Uitstel
Gelieve niet wachten tot morgen. Stel niet uit.
U kunt een werkgroep vormen, zodat u er niet alleen voor staat en u ook langdurige christelijke vriendschappen kan ontwikkelen. U kunt Bijbelstudies hosten op je blog, Twitter, Facebook, enz. Het is ook niet slecht om devoties op een blog te schrijven, dat van u of voor een ander blog, of zelfs een ebook met een verzameling van devoties te schrijven.
Als je niet weet waar ze te plaatsen of geen eigen blog wilt beginnen, probeer ze dan te delen op blogs van anderen, zodat de blog een groter platform kan worden, waar gelijkgestemde mensen elkaar kunnen ontmoeten en anderen meer informatie kunnen vinden en meer onder de indruk van het Woord van God kunnen geraken.
Er zijn ook verschillende manieren om online een klas of workshop te organiseren. Voor degenen die wel al werken in de gemeenschap, is het slechts een kleine moeite om de voorbereidende werkzaamheden te delen met anderen op het net. Maar je moet ook kunnen overwegen van het voeren van een klas om lessen te leren op het net, net als zondagsschool. U kunt mensen uitnodigen tot uw virtuele klas en hen in staat stellen om zo te communiceren, hand-outs te geven, en zelfs uw les op te nemen.
Prediking over de gehele wereld
Allen die zich christenen noemen moet proberen te doen wat Jezus deed. Zij moeten proberen om de boodschap over te brengen door middel van geschriften, getuigenissen, gebeden, liedjes, video’s en ga zo maar door.
Opgroeien in de liefde van Christus, zou je het gevoel moeten geven dat zijn adem je inspireert en aanmoedigt. Met de groeiende jaren van bijbelstudie zou je voldoende kennis moeten krijgen om genoeg te weten om te kunnen delen, ook al was het een minimum aan kennis. Degenen die een gave van schrijven en / of onderwijzen hebben moeten die gaven gebruiken om te verlichten en anderen om hen heen, in hun gemeenschap, parochie, dorp, stad, aan het werk op hun blog of webpagina’s, aan te moedigen.
Dus, aarzel dan niet en gebruik je adem om Christus Jezus te verkondigen en de wereld te laten zien hoe het rustiger en vreedzamer kan worden, en hoe mensen die God liefhebben een beter leven kunnen vinden in de toekomst.
Christus en het Goede Nieuws van het Evangelie moet gepredikt worden over de hele wereld en dan zal het einde kan komen. Wij allen moeten getuigen zijn tot Jezus, zoals de apostelen dit moesten zijn, zowel in Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.
“Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de apartgeplaatste Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn in Jeruzalem, en in geheel Yehudand Shomeron, en tot aan het einde van de aarde.” (Handelingen 1:8 De Geschriften 1998 + )
“Je weet wat woord kwam te zijn in alle Yehuḏah, beginnende van Galil {Galilea} na de onderdompeling die Yoḥanan proclameerde {verklaarde, verkondigde}: hoe Elohim יהושע {Jeshua} van Natsareth zalfde deed met de apart geplaatste Geest en met kracht, die is rondgegaan, weldoende en allen genezende, die werden onderdrukt door de duivel, want Elohim was met hem. “En wij zijn getuigen van alles wat hij deed, zowel in het land van de Yehudand in Yerushalayim, die hem zelfs doden door ophanging aan een stuk hout. “Elohim wekte deze ene op de derde dag, en liet hem zien, niet tot al het volk, maar aan de getuigen, die al eerder gekozen waren door Elohim – voor ons, die aten en dronken met hem nadat hij uit de dood was opgestaan. “En hij gebood ons te verkondigen aan de mensen, en te getuigen dat hij het is, die werd benoemd door Elohim tot rechter over levenden en de doden. {1 Voetnoot: 1 Zie 17:31, Johannes 5:29, Ps. 96:13, Ps. 98:9, Openbaring 19:11.} “Om deze ene dragen al de profeten getuigenis, dat door zijn naam, iedereen die gelooft in hem vergeving van zonden ontvangt.” (Handelingen 10:37-43 De Geschriften 1998 +)
“En hij zei: ‘De Elohim van onze vaderen heeft u aangesteld om Zijn verlangen te kennen en de Rechtvaardige te zien, en om de stem te horen uit zijn mond. ‘Omdat gij Zijn getuigen zult zijn voor alle mensen, van hetgeen gij gezien en gehoord hebt. ‘En nu, waarom zou je uitstellen? Sta op, wordt ondergedompeld, en was uw zonden af, onder aanroeping van de Naam van יהוה {Jehovah}. “(Handelingen 22:14-16 De Geschriften 1998 +)
“{Maar wie zal hebben doorstaan tot het einde zal gered worden.} Maar hij die tot het einde het zal doorstaan hebben zal gered worden. {Maar degene die volhardt tot het einde zal worden gered} {1 Voetnoot 1 Zie Mattheus 10:22}: “En dit goede nieuws van het koninkrijk zal worden verkondigd in de gehele wereld als een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen. (Mattheüs 24:13-14 De Geschrift en1998 +)
+
- Lees ook:
- Bestseller aller tijden
- Boek der boeken de Bijbel
- Fundament in de Schrift
- Reden voor het lezen van de Heilige Schrift
- Geloof in Jezus Christus
- Geloof in slechts één God
- Geloof voor God aanvaardbaar
- God, Jezus Christus en de Heilige Geest
- Bijbelstudie
- Goedheid en liefde openbaar gemaakt
- Bestemming getrouwen en rechtvaardigen
- Één met Christus
- Christelijke hoop op eeuwig leven
- Christelijk leven
- Christen genoemd
- Christen mensen met ons geloof
- Christus toebehorenden
- Broers en broeders
- Christadelphian mens
- Dankbaar voor verkregen offer
- Doop + Doopsel
- God komt ons ten goede
- Gods hoop en onze hoop
- Gods redding
- Het zoenoffer
- Hoop op een man
- Hoop voor de toekomst
- Kleine kudde en beleidvolle slaaf
- Koninkrijk Gods
- Koninkrijk van God
- Lam van God
- Levenslessen
- Liefdemaaltijden
- Menselijke natuur
- Op wie hoop stellen
- Organisatie der broeders in Christus
- Organisatie gemeenschap
- Persoonlijkheid
- Rechtvaardigen
- Redding
- Redding door volharding
- Redding verliezen
- Redenen om gedoopt te worden
- Relatie tot Christus
- Relatie tot God
- Relatie tot medemens
- Sleepnet
- Uitvaren
- Verandering door de Bijbel
- Verkondigen
- Verwachtingen
- Volgens eerste eeuw patronen
- Volharding & Bijbelstudenten
- Vrije wil
- Wat is Gods doel met de aarde?
- Wat is wedergeboorte
- Wat te vinden in de Bijbel
- Werking van de hoop
- Wie, wat & hoe Christadelphians
- Woord van God
- Zijn kruis dragen
- Zoenoffer
++
- Belangrijkheid van de Heilige Schrift
- Schijnbaar onmogelijke opdracht
- Samen werken aan een Open Gemeenschap
- Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
- Redding, vertrouwen en actie in Jezus #7 Adverteren
- Redding, vertrouwen en actie in Jezus #9 Omgang met anderen
- Kleine huiskring ook mogelijke ecclesia
- Door verkondiging ook geruster
- Getuigen van Jehovah, Data en Waarheid
- Getuige of Broeder
Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
We zijn bevrijd van de wet, zeggen vele christenen, maar er zijn ook christenen die dit een groot misverstand vinden. Volgens hen zegt de Bijbel, het Boek der boeken, wat anders: “Messias heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden” (Galaten 3:13). Vrijgekocht van de vloek is wezenlijk wat anders dan vrijgekocht van de wet.
Hieromtrent hebben zij natuurlijk groot gelijk. Maar zij horen de Oude Geschriften te vergelijken met de Nieuwe Griekse Geschriften en deze naast elkaar te plaatsen.
Mannen van God
Jezus (wat eigenlijk Heil Zeus betekend), of beter Jeshua (van het Hebreeuws Yahushua), als Jood volgde de Joodse feesten; wetten en leefregels. Ook slaan wij acht op wat hij zei: “Alles dan, wat zij ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet” (Mattheus 23:3).
Daarnaast zien wij ook naar de rol die Jezus in Gods Plan mocht vertolken. Het was God de Allerhoogste zelf die deze bijzondere rabbi, leraar of leidsman, op de wereld plaatste. Jezus maar ook andere mensen rondom hem geloofden in de opdracht die God hem had toegekend. Indien Jezus dan als spreekbuis van de Allerhoogste mocht optreden mogen wij zijn woorden ook als door God goedgekeurde woorden aanvaarden. God zal ons dan als Rechtvaardige Vader dan toch zeker niet afkeuren indien wij de woorden van Zijn eniggeboren zoon voor waar nemen en zijn (Jeshua/Jezus) geboden onderhouden?! Natuurlijk komt het er dan op aan dat wij Jeshua of Jezus van Nazareth, goed moeten leren kennen en ook goed zijn gebodenmoeten leren kennen, zodat wij ons dan wel degelijk aan die geboden kunnen houden.
“Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat ik zeg, zeg ik zoals de Vader het mij verteld heeft.’” (Johannes 12:50 NBV)
“Dat wij Gods kinderen liefhebben weten we doordat we God liefhebben en zijn geboden naleven. Want God liefhebben houdt in dat we ons aan zijn geboden houden. Zijn geboden zijn geen zware last,” (1 Johannes 5:2-3 NBV)
“Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij aan hem bekendmaken.’” (Johannes 14:21 NBV)
“Wie zegt: ‘Ik ken hem, ‘maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in hem zijn.” (1 Johannes 2:4-5 NBV)
Jeshua was het eens dat de wet gehouden moest worden, en onderhield deze wet zelf, al vond men hem en zijn discipelen wel bepaalde vrijheden nemen op de sabbat, welke tegen de borst stootten van de aan de religie houdende Joden, Schriftgeleerden en farizeeën. Opvallend daarbij is dat Jezus zijn discipelen, die bepaalde vrijheden met de Joodse Wet namen, niet berispte. Daarentegen berispte Jezus de Schriftgeleerden en de Farizeeën in zoverre zij inconsequent leefden.
Opvallend is dat Jezus het ook had over kleine geboden die niet mochten afgeschaft worden. Maar voor Jezus betekende dat nog niet dat zij dan geen kans zouden maken om in het Koninkrijk toegelaten te worden. Zij zouden echter wel als mindere beschouwd worden. Zij die ook die kleine wetten zouden onderhouden zouden daarentegen wel aanzien verwerven.
“Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.” (Mattheüs 5:19 NBV)
De geconverteerde zeer gelovige Jood Saul van Tarsus, beter gekend als apostel Paulus, stelde ook de vraag naar anderen toe of zij we door het geloof dan afbreuk aan de Wet deden.
“Stellen wij door het geloof de wet buiten werking? Integendeel, wij bevestigen de wet juist.” (Romeinen 3:31 NBV)
Voor hem en andere was het klaar dat zij de Wet wel naar haar juiste aard handhaafden. Om dan te weten hoe zij dit deden moeten wij de Griekse Geschriften lezen. Uit de epistels of brieven van de apostelen komen wij meer te weten hoe zij Jezus regels interpreteerden en hoe zij met elkaar en meningsverschillen omgingen om tot een vergelijk met het uitoefenen van het geloof te komen. Hiertoe geeft de arts Lukas een mooi beeld van hoe de eerste christenen zich trachtten te organiseren en hoe zij hun geloof trachten te onderbouwen, er naar te leven, en hoe zij voor God dienst hielden. Dat relaas kunnen wij in de Handelingen van de apostelen lezen.
Ambassadeur van God
Jeshua kon onder de heidenen als een ambassadeur komen. Als bode sprekende tot de niet-gelovigen bracht hij ook voor hen het Goede Nieuws. Als boodschapper van het verbond (Maleachi 3:1) verkondigde hij het Goede Nieuws van het Komende Koninkrijk van God. Ook hij zond gezanten over de zeeën, om als hem over Jehovah te getuigen, zo dat zij konden terugkeren naar het rijzige, glanzende volk van God, naar de natie, heinde en verre geducht, naar het volk van kracht en victorie, wiens land is doorsneden van stromen.(Jesaja 18:2)
Jezus was ontvankelijk voor alle soorten mensen, hen die varkensvlees of garnalen aten, hen die valse goden aanbaden, hen die twijfelden in geloof of helemaal geen geloof in enige godheid hadden. Hij bracht hen de leer van zijn Vader maar maakte ook duidelijk dat men moest opletten met het doornemen van de boekrollen en deze niet naar de letter maar naar de geest moest interpreteren.
Zoals hij iedereen rondom hem lief had gaf hij een nieuw gebod als één van de voornaamste geboden naast het beminnen van slechts één God.
“Een nieuw gebod geef ik u: Dat gij elkander liefhebt; zoals ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkander liefhebben.” (Johannes 13:34 LEI)
In die liefde bracht hij naar de mensen een mogelijkheid tot verlossing van de vloek van de eerste zonde. Bij het Laatste Avondmaal stelde hij dan een Nieuw Verbond voor dat hij in overeenstemming met zijn Vader als bemiddelaar tussen God en mens mocht brengen. Ook al mocht de wet die er toen heerste door Jezus onderhouden geweest zijn, bracht hij nu andere tijdingen met andere voorschriften. De wet was met verscheidene wijzigingen na de eerste mensen aangebracht geworden en bij tijden gewijzigd. God trad nooit als een potentaat op die niets meer wenste te wijzigen aan Zijn wetsbepalingen. Doorheen de geschiedenis van de mens werden Gods Wetten naar voor gebracht. Zij werden ingevoerd om de overtredingen van de mensen aan het licht te brengen, en bedoeld als een tijdelijke maatregel tot de komst van de nakomeling aan wie de belofte gedaan was. De wet werd gegeven door engelen door tussenkomst van een bemiddelaar. Maar een bemiddelaar vertegenwoordigt niet slechts één persoon; God echter is één.” Naast de profeten en priesters die optraden voor de mensen en spraken in naam van God, mocht de mensheid nu de allergrootste bemiddelaar krijgen in een mensenzoon, op bijzondere wijze geplaatst in het jonge meisje Miriam (Maria). Die bijzondere totstandkoming maakte dat er een nieuwe tijd aanbrak. Jezus zou daarbij de overgangsfiguur spelen of het ‘Keerpunt’. Na hem zou ook niemand meer een excuus kunnen komen aanbrengen, want met hem zou de langverwachte Messias werkelijkheid geworden zijn. Hij mocht de bevestiging en eindpunt van het Oude Verbond zijn en de persoon zijn die de weg openstelde door zijn bemiddeling waardoor er een nieuw verbond is, waardoor zij die door God zijn geroepen, het eeuwige erfdeel kunnen ontvangen, dat hun was beloofd. Zijn dood heeft immers de mensen bevrijd van de overtredingen die onder het eerste verbond begaan waren. (Galaten 3:19-20; Hebreeën 9:15)
In de brief aan de Romeinen schrijft Paulus over de wet die aan het Hebreeuwse volk door Mozes werd gegeven. Hij stelt in Romeinen dat voordat Jezus was, het door de wet was dat we gerechtigheid konden vinden. Nu, dat Jezus is gekomen, ook al was het niet om Dé Wet of de profeten op te heffen, kunnen we rechtvaardigheid in hem vinden en niet alleen in de wet. Jezus is gekomen om ze te vervullen, wat hij ook gedaan heeft. Maar hij verzekerde ons ook dat eer hemel en aarde vergaan (dus niet), zal er niet één punt of komma van de wet afgaan voor al het gene dat God in Zijn Plan voorzien heeft zal vervuld zijn. En dan rijst natuurlijk de zeer moeilijke vraag in welke mate één of ander gebod is weg gevallen of wij kunnen weg doen vallen. Want “Wie één van die geringste geboden ontkracht en dat de mensen leert, zal de geringste genoemd worden in het koninkrijk der hemelen. Maar wie ze onderhoudt en leert, zal groot genoemd worden in het koninkrijk der hemelen.” Jezus gaf zelfs te kennen dat hemel en aarde eerder nog gingen vergaan dan dat een letter van de wet zou wegvallen.“Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Wet of de Profeten op te heffen. Ik ben niet komen opheffen, maar volmaken. Voorwaar, Ik zeg u: Eer hemel en aarde vergaan, zal er geen jota of stip van de Wet vergaan, totdat alles is volbracht. Wie dus een van die kleinste geboden opheft en dit aan de mensen leert, zal de minste worden genoemd in het rijk der hemelen; maar wie ze onderhoudt en ze leert, hij zal groot worden genoemd in het rijk der hemelen.” (Mattheüs 5:17-19 CANIS)
“Toch zal gemakkelijker hemel en aarde vergaan, dan dat er een enkele streep van de Wet zou vervallen.” (Lukas 16:17 CANIS)
Dit maakt het zeer moeilijk om te weten aan welke wetten wij al of niet moeten houden. Maar als men verder het verloop van de eerste volgelingen van Christus Jezus er op na leest in de Handelingen van de Apostelen en in de brieven van die apostelen aan de verschillende geloofsgemeenschappen kunnen wij ons toch een fair beeld vormen van wie zich aan wat mag of moet houden. Daarbij zal opvallen dat veel eigenlijk wel mag maar niet moet. Om de eenvoudige reden dat wij in Jezus de vervolmaker van de wet hebben gevonden die voldoende richtlijnen heeft gegeven om tot een juiste interpretatie te komen. Ook al kan die niet op één twee drie neergeschreven worden, want daar zou men een grote resumé van de evangeliën en epistels moeten neerschrijven.
“Maar thans is, buiten de Wet om, de gerechtigheid Gods verschenen, waarvan de Wet en de profeten getuigenis hebben afgelegd.” (Romeinen 3:21 CANIS)
Algemeen kan men echter stellen dat als men die geschriften leest, het op valt, dat de wet alleen geldt voor (of macht heeft over) degenen die onder de wet vallen (Het Joodse geslacht of Israel het Volk van God). Christenen worden echter niet gered door het volgen van de wet – maar de wet kan hen wel dienen als een leidraad waarmee zij de zonde in hun leven kunnen mee identificeren. God heeft geen enkele van Zijn wetten voor Zijn eigen belang geschreven, maar voor ons. God wil dat we apart geplaatst worden van het wereldse (heilig en rechtvaardig verklaard), en de wet is er om ons te laten zien wat God verwacht van zijn kinderen. Maar het zal niet door het volgen van de wet zijn dat wij gered zullen worden en eeuwig leven zullen genieten. God is er van bewust dat wij niet eens in staat zijn perfect te gehoorzamen aan de wet. daarom heeft Hij voorzien dat wij gerechtvaardigd zijn door het geloof in God.
“Wij weten dat de wet in alles wat hij zegt alleen tot degenen spreekt die aan de wet zijn onderworpen. Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God. Daarom is voor hem geen sterveling onschuldig omdat hij de wet naleeft, want juist de wet leert ons de zonde kennen.” (Romeinen 3:19-20 NBV)
“Ik heb u er immers op gewezen dat een mens wordt vrijgesproken door te geloven, en niet door de wet na te leven.” (Romeinen 3:28 NBV)
Verbond door bemiddeling
Het Lam van God met het Boek met de zeven zegels. – Dürer-Apokalypse Lamm Gottes – Die Offenbarung des Johannes – 1498 Albrecht Dürer
Met Jezus zijn zondoffer is de zonde aan de paal gehangen. Het Lam van God heeft ze weg genomen. (Johannes 1:29) zoals zij door één mens in de wereld waren gekomen zijn ze door één mens uit de wereld genomen, niet dat zij er niet meer zouden zijn, of ons niet tot verdoemenis zouden kunnen brengen. Maar in Jezus hebben wij een witwasser gevonden, waarbij wij nog het loon van onze fouten zullen krijgen in onze dood, maar bevrijding in ons geloof omtrent Christus Jezus de Messias, die als voorbeeld voor ons uit de dood is opgestaan, ten teken voor wat ons te wachten kan staan. (Romeinen5:12,21; 6:23; Jesaja 26:19; Daniel 12:13; 1 Thessalonicenzen 4:16; Hebreeën 7:15; Johannes 5:29; 11:25; Handelingen der apostelen 24:15; 1 Korinthiërs 15:42)
Geen Wet, geen overtreding
Natuurlijk beseffen wij dat waar geen wet is geen overtredingen kunnen zijn. (Romeinen 4:15) Echter hoe schril steekt de zonde van de mens af tegen de genade van God, die door de eeuwen heen steeds Zijn Volk geleid heeft! Op elk moment van de dag en nacht was Hij daar voor hen. Maar door Jezus offergave zijn er geen offers meer nodig (zoals besnijdenis, brengen van eerste vruchten of jonge dieren). Nu komt het alle mensen toe om de onverdiende gift van die ene mens Jezus Christus, die zijn eigen leven opofferde om tallozen van de dood te redden, al of niet te aanvaarden. Door een daad van één man zijn gerechtigheid voor alle mensen is over alle mensen de rechtvaardiging gekomen, waardoor er geen andere rechtvaardiging of zoenoffers meer voor hoeven gebracht worden. Immers, zoals door de ongehoorzaamheid van die ene mens die menigte mensen als zondig voor God zou staan, zo zal ook die menigte door de gehoorzaamheid van die ene gerechtvaardigd voor Hem staan. De mensen zijn de verzekering van Redding in het geloof in die ene man gegeven. Door de genade van de Heer Jezus Christus is er voor ons redding weg gelegd, en niet door een verbondenheid met een wereldse organisatie of kerk, of door het plegen van offers of houden van feesten.(Romeinen 5:15, 18; Handelingen der apostelen 15:11)
Christus heeft ons een model nagelaten hoe te leven. Hij heeft ons geroepen om een nieuwe loopbaan aan te nemen waarbij wij nauwkeurig in zijn voetstappen kunnen treden (Johannes 13:15; 1 Petrus 2:21; 1 Johannes 2:6)
Wijze van leven
Jezus had een voortreffelijk gedrag, maar rekende het anderen niet ten kwade als deze niet zo strikt als hij leefde. Toch konden zij niet zo maar begaan, en kunnen wij er ook niet zo maar op los leven. Jezus heeft met zijn parabels of gelijkenissen meerdere voorbeelden gegeven hoe wij door het leven kunnen gaan en wat er dan ons te wachten kan staan. Jezus heeft door zijn preken laten zien hoe belangrijk juist gedrag is, dat ook het hervormen van de geest zal vergen, maar waar ieder tijd voor krijgt om naar eigen vermogen zich op te werken om apart geplaatst (geheiligd) te worden in de naam van Christus, als gehoorzame kinderen die niet langer gevormd zijn naar de begeerten, maar in overeenstemming met de heilige die ons geroepen heeft. (1 Petrus 1:14-16)
Vervloeking, Visioenen,Uitstorting van de Geest en Slavenjuk
Onze oude persoonlijkheid afleggend, kunnen wij er aan werken om verder nauwkeurige kennis te verwerven. (Kolossenzen 3:9,10; Filippenzen 4:8) Vroeger waren er wetten en gebruiken die de mensen er toe brachten om deze op te volgen als slaven. Maar in Christus hebben wij nu een Slaaf voor mens en God, een Vrijkoper of Loskoper gevonden, terwijl voorheen en ook nadien er niemand anders God zijn losprijs kon of kan betalen. Jezus heeft zich als Mensenzoon aangeboden om voor de anderen te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen. Niet enkel legde hij getuigenis af over God en zichzelf, maar beloofde zijn discipelen dat God hen nog een andere bevrijder zoud sturen om hun gedachten met de juiste woorden te voorzien, zodat zij ook de volle bekwaamheid zouden krijgen om te verkondigen. Die verkondiging dat er een geest zou komen over de apostelen en over anderen tegen het einde der tijden werd bevestigd in de geschriften van het Nieuwe Testament. In meerdere boeken zien wij dat God Zijn Geest uitstortte over gewone mensen. Dezen die de Geest van God over hen kregen spraken Gods woorden. Jonge mannen kregen visioenen en oude mannen bijzondere dromen. Dezen lieten de burgers die zich wensten aan te sluiten bij de volgelingen van Jezus, toentertijd nog aanschouwd als een Joodse sekte, de Weg, dat Christus hen bevrijd had van de vloek der wet door zelf voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: “Vervloekt alwie hangt aan het hout, -” (Galaten 3:13 WV78) Die apostelen, die als Joden ook die onder de wet stonden, zagen in Christus Jezus hun bevrijder maar ook een roeper voor niet Joden. Zij waren er bewust van geworden dat het er niet toe deed of men nu Jood was of niet, Romein of Griek, slaaf of vrij mens, man of vrouw. Want samen kon iedereen die het wenste nu een eenheid in Christus Jezus vormen. Als Jezus hen bevrijdt had, waarom zouden zij als mensen aan die andere mensen regels opleggen die hen weer afhankelijk zouden maken van anderen en hen weer zouden binden aan wetten die hen zelfs eerst niet toe kwamen? De apostelen was het gegeven om hen ook te bevrijden, opdat zij ook de rang van zonen zouden verkrijgen. Het is voor die vrijheid dat Christus ons heeft vrijgemaakt. Daarom riepen bepaalde apostelen op om stand te houden, en al was het voor hen ook niet altijd makkelijk om nieuwe verordeningen in te voeren, zoals het toelaten van bepaalde dingen te mogen eten, waren zij er van overtuigd, door middel van de geest, dat zij nog anderen zich opnieuw een slavenjuk mochten laten opleggen. (Psalmen 49:7; Mattheüs 20:28; Handelingen der apostelen 2:17; Jakobus 1:25; Galaten 3:13, 28; 4:5; 5:1, 13; Jakobus 1:25)
Bevrijding van Heerschappij der zonde en Waar Geloof en Onderricht

Christus triomfeert over zonde. – na 1616 Peter Paul Rubens (1577–1640)
Bevrijd van de heerschappij der zonde en dienaars geworden van de gerechtigheid horen wij nu onder het Nieuwe Verbond niet meer te houden aan de Oude Mozaïsche Wetten, noch later bijgevoegde Wetten voor het Volk Israël, want wij mogen door ons doopsel als wedergeborene opstaan in een nieuwe schepping, verlost geworden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods. Geroepen tot vrijheid moeten wij er op toezien dat wij die geen misbruik maken door die vrijheid als voorwendsel voor zelfzucht te gebruiken. Integendeel, horen wij elkander geen beperkingen op te leggen, maar elkaar te dienen door de liefde, die ook open staat voor die dingen waar wij zelf persoonlijk misschien niet zo zouden aan houden. Niet gelovigen, heidenen of niet-Joden, mogen zich met de Joden of Hebreeërs aansluiten in het nieuwe geloof onder het leiderschap van Jezus Christus de Heer, om zich dan verder te verdiepen in de volmaakte wet, de wet van de vrijheid. Men zal zien dat bepaalde zaken er misschien niet dadelijk zullen zijn vanaf de bekering. Maar de ware gelovige zal moeten beseffen dat het niet zo maar blijft bij zijn doop. Na het doopsel zal hij verder aan zijn geloof moeten werken. Hij of zij zal moeten beseffen dat het daar niet bij blijft. Neen de gelovige mag zich niet gedragen als een vergeetachtig toehoorder, maar als een uitvoerder metterdaad, die zal zalig zijn door zijn doen in lijn van de geest van de Wet. Ook wetende dat wanneer de heidenen, die de Wet niet bezitten, natuurlijkerwijze de voorschriften der Wet onderhouden, dat dezen dan ook zonder de Wet zichzelf tot wet zijn. (Galaten 4:5; 5:1, 13; Romeinen 6:18; 8:21)
Maar hoe kunnen wij dan aannemen dat sommigen van ons toch niet zo gebonden zijn aan die oude Joodse wetten? Als wij ook in de Griekse geschriften mogen geloven, staat ook daarin vermeld dat de gehele Schrift ter onderricht is en door God geïnspireerd. In die zin waren zelfs de geschriften van de oorspronkelijke vervolger van Jezus volgelingen, instructies / richtlijnen / commando’s voor de vroegere tijden vlak na Jezus dood en verrijzenis, maar ook voor en voor nu. Deze bekeerling Paulus liet zijn toehoorders weten:
“Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.” (2 Timotheüs 3:16-17 NBV)
“maar nu is ze bekend geworden doordat onze redder Christus Jezus is verschenen, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het evangelie. Van dit evangelie ben ik verkondiger, apostel en leraar; daarom moet ik dit alles ondergaan. Maar ik schaam mij niet, want ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt. Neem als richtsnoer de heilzame woorden die je van mij hebt gehoord, houd vast aan het geloof en aan de liefde die in Christus Jezus zijn. Bewaar door de heilige Geest, die in ons woont, het goede dat je is toevertrouwd.” (2 Timotheüs 1:10-14 NBV)
“Maar voor u, broeders en zusters, geliefden van de Heer, moeten wij God altijd danken. Hij heeft u als eersten uitgekozen om te worden gered door de Geest die heilig maakt en door het geloof in de waarheid. Hij heeft u daartoe geroepen door het evangelie dat wij u verkondigd hebben en waardoor u zult delen in de luister van onze Heer Jezus Christus. Wees standvastig, broeders en zusters, en blijf bij de traditie waarin u door ons onderwezen bent, in woord of geschrift.” (2 Thessalonicen 2:13-15 NBV)
Het is in die traditie onderwezen door de apostelen dat de gelovigen verder hoorden te gaan. De mens is een hoeveelheid aan richtlijnen gegeven in de Heilig Schrift, welke tot onderricht kunnen dienen om tot volmaaktheid te komen.Maar op hun pad moesten zij wel opletten niet onder dezelfde soort ongehoorzaamheid te komen die Israël in de woestijn veroorzaakte weg te vallen. (Waarschuwingen hiervoor vinden wij in de eerste drie hoofdstukken van Hebreeën).
Door middel van de prediking van het evangelie, door Mattheus, Markus, Lukas, Johannes, Paulus, Petrus, Jakobus en Jezus broer Judas werd er aan diegenen die het wensten te horen, verteld om vast te houden aan die handelingen en gebruiken en het evangelie dat ze hadden geleerd van de discipelen van Jezus. Ook voor ons zijn die leringen van de apostelen, mits zij door God geïnspireerd zijn, toepasselijk.
Ook Petrus getuigde van de inspiratie van de woorden van Paulus die wijsheid geven, ook al zijn er soms in die brieven een aantal dingen die voor sommigen moeilijk te verstaan zijn. Hij waarschuwt ook wel om op te letten dat onwetenden en onstabielen die teksten niet zouden gaan verdraaien zodat deze zouden leiden niet enkel naar hun eigen ondergang, maar ook naar de ondergang van de meelopers die zich laten meeslepen voor de een of andere reden. Daarnaast zullen er ook spotters komen, naar het einde der tijden zelfs meer, die er ook alles in het werk zullen stellen om verwarring te zaaien, zodat met de fout van wetteloze mensen zij ook hun eigen stabiliteit zullen verliezen.(2 Petrus 3: 2-4)
Doorheen de tijden hebben wij kunnen zien hoe God leiding gaf aan Zijn Volk Israël en de wereld voorzag van voorspellers of profeten. Hun woorden moeten wij blijven herinneren, maar ook de woorden van de profeet Jezus en zijn uitverkoren talmidim, die deze woorden hebben doorgegeven, mogen wij niet vergeten.
“en wel door u te herinneren aan de woorden die de heilige profeten destijds hebben gesproken en aan het gebod van onze Heer en redder dat uw apostelen u hebben doorgegeven. Vergeet vooral niet dat er aan het einde van de tijd spotters zullen komen, die hun eigen begeerte volgen en smalend vragen: ‘Waar blijft hij nu? Hij had toch beloofd te komen? De generatie voor ons is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is.’” (2 Petrus 3:2-4 NBV)
Opgetekende geboden
Opgetekende Geboden van God. – Oude Mauritius (n.h.) in Silvolde, Oude IJsselstreek. Tien geboden.
Ook de apostelen hebben de geboden van God en de geboden van Jezus over gebracht door middel van hun woorden die zijn opgetekend in het Nieuwe Testament. Paulus was een apostel – om zijn woorden af te doen als richtlijnen voor de 1e eeuw en dus niet relevant voor ons vandaag, zou er op neer komen om de woorden van Jezus af te doen als niet relevant voor ons. Dit punt wordt verder benadrukt door Efeziërs 4:11-14
“En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen.” (Efeziërs 4:11-14 NBV)
Aldus zijn de geschriften van Paulus (brieven) en Lukas (evangelie en verslag over de eerste levensjaren van de beweging van Jezus’ volgelingen, opgetekend in de Handelingen der apostelen), door de leerstellingen van Jezus Christus en door de gave van de Heilige Geest (Gods Kracht) gevoed geworden. Deze teksten mogen niet geminimaliseerd worden of genegeerd. Ze zijn niet verouderd. Jezus Christus is eveneens als zijn Vader gisteren en vandaag nog steeds dezelfde en tot in eeuwigheid. (Hebreeën 13:8) Daarom zijn zijn woorden als opgetekend door de apostelen als waar op te nemen. Maar hier worden wij dan weer geconfronteerd met de mogelijkheid dat wij selectief te werk zouden kunnen gaan en een persoonlijke selectie zouden maken van wat wij beschouwen dat geldt voor andere leeftijden en niet voor ons. Hiervoor moeten wij dus zeer hard opletten dat wij het evangelie van Christus niet vervormen. Om die reden moeten wij ook naar de wijze raad van Jezus luisteren toen hij de farizeeën berispte te grote muggenzifters te zijn in plaats de geest van de Wet te zien.
“Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie geven tienden van munt, dille en komijn, maar veronachtzamen wat in de wet zwaarder weegt: recht, barmhartigheid en trouw, terwijl men het een zou moeten doen zonder het andere te laten. Blinde leiders zijn jullie, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken. Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, de buitenkant van bekers en schalen spoelen jullie af, maar de binnenkant blijft vol roofzucht en onmatigheid. Blinde Farizeeër, spoel eerst de binnenkant van de beker om, dan wordt de buitenkant vanzelf ook schoon. Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie lijken op witgepleisterde graven, die er vanbuiten wel fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden. Zo lijken ook jullie voor de mensen uiterlijk op rechtvaardigen, terwijl jullie innerlijk vol huichelarij en wetsverachting zijn. Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie bouwen grafmonumenten voor de profeten en versieren de graven van de rechtvaardigen, en jullie zeggen: “Als wij geleefd hadden in de tijd van onze voorouders, zouden wij ons niet zoals zij schuldig hebben gemaakt aan de moord op de profeten.” Daarmee erkennen jullie zelf dat jullie kinderen zijn van hen die de profeten vermoord hebben. Maak de maat van jullie voorouders dan maar vol! Slangen zijn jullie, addergebroed, hoe denken jullie te kunnen ontkomen aan een veroordeling tot de Gehenna? Dat is de reden waarom ik profeten en wijzen en schriftgeleerden naar jullie zal sturen. Jullie zullen sommigen van hen doden, kruisigen zelfs, en anderen in jullie synagogen geselen en van stad tot stad vervolgen. Al het onschuldige bloed dat op aarde is vergoten zal jullie worden aangerekend, vanaf het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zecharja, de zoon van Berechja, die jullie vermoord hebben tussen het heiligdom en het brandofferaltaar. Ik verzeker jullie: op deze generatie zal dit alles neerkomen. Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels, maar jullie hebben het niet gewild.” (Mattheüs 23:23-37 NBV)
Samenbrenging in eenheid
Jezus heeft zo niet-gelovigen en anders gelovigen bijeen gebracht zodat zij in eenheid samen zouden kunnen leven in de liefde die hij hen heeft gegeven.
Als gelovigen moeten wij dankbaar zijn dat wij samen in een gemeenschap van mensen verenigd kunnen zitten, die uit verschillende stromingen komen. Allen kunnen zo andere gewoonten hebben, ander voedsel en activiteiten. Het gevaar is dat wij daar onze eigen mening gaan over vormen maar ook onze gebruiken aan die anderen willen opleggen. Daarvoor moeten wij als Christenen voor opletten om niet in die val te trappen. Wij moeten er ons voor hoeden dat er geen verwarring kan optreden. Het is verwarring over feiten en meningen en hoe anderen ons zien dat ook ons zal kunnen neerhalen. Het is verwarring over wat echt belangrijk is dat ons kan doen vervreemden van de essentie, war wij meer aandacht zouden moeten aan besteden.
In de parabels van Jezus kunnen wij de essentie vinden om ons voor te bereiden voor de wederkomst van Christus zodat wij klaar zullen staan om het Koninkrijk van God waardig binnen te gaan. Jezus heeft duidelijk gemaakt wat de noodzakelijkheden zijn en gepraat over wat de moeite waard is om voor te vechten, wat het verdedigen waard is en wat echt belangrijk is om eeuwig leven te kunnen verwerven. Liefhebben en dienen liggen hier voorop. Dit steeds met het eren van slechts één God die de God van allen is, en zo elk individu erkent.
Offer ter verzoening en voleindiging
Zo kan eenieder op zijn eigen wijze de enige Ware God aanbidden en verheerlijken. Jezus heeft ons het “Onze Vader” als modelgebed gegeven, maar heeft ons ook gewaarschuwd dat God niet van een aframmeling en een veelvuldig geprevel houdt. God hoeft geen voorgeschreven gebeden en riten, vol met offers, want Jezus heeft reeds het totaal voldoening schenkend offer gebracht. Zij die nog offers willen brengen mogen dat gerust uit vrije wil doen, maar kunnen het niet aan anderen opleggen, want dan maken zij dezen weer tot slaaf. Met het Laatste Avondmaal heeft Jezus het Nieuwe Verbond aangekondigd, waarbij hij vroeg die daad van het breken van het brood en drinken van de wijn regelmatig te hernemen als herinnering met de symbolen van het vergoten bloed en het laatst geslachte lichaam van het Lam van God. Jezus vroeg dit niet enkel op de sabbat te doen of enkel op 14 Nisan, hij zei “zo veel als je kan”.
“Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam hij een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ {-(11:24) \@Dit is mijn lichaam voor jullie\@ Andere handschriften lezen: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam dat voor jullie gebroken wordt’.} Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.’ Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt. Daarom maakt iemand die op onwaardige wijze van het brood eet en uit de beker van de Heer drinkt, zich schuldig tegenover het lichaam en het bloed van de Heer. Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt, want wie eet en drinkt maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling af over zichzelf.” (1 Corinthiërs 11:23-29 NBV)
“Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’ Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.” (Mattheüs 26:26-30 NBV)
“Terwijl ze aten, nam hij een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Neem hiervan, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker, en allen dronken eruit. Hij zei tegen hen: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt. Ik verzeker jullie: ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’ Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.” (Markus 14:22-26 NBV)
“Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd. Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’ Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.” (Lukas 22:14-20 NBV)
Telkens als wij uit de beker drinken horen wij Jezus dood ter herinnering te nemen, en uit handelingen kunnen wij zien dat de apostelen of de mensen in hun huizen regelmatig samen kwamen en deze gebeurtenis in herinnering namen, ook midden in de week. [(Ga maar eens na op welke dag Paulus in de mand over de muur ontsnapte uit de stad, nadat hij samen met andere gelovigen nog de maaltijd des heren had herdacht (donderdag)]
Eten, drinken en vasten
Het vasten is ook zulk een gebeurtenis die niet is opgedragen om altijd en door iedereen op te volgen.
“Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.” (Mattheüs 6:16-18 NBV)
“Als u met Christus dood bent voor de machten van de wereld, waarom laat u zich dan geboden opleggen alsof u nog in de wereld leeft? ‘Raak dit niet aan, proef dat niet, blijf daarvan af’ het zijn menselijke voorschriften en principes over zaken die door het gebruik vergaan. Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging.” (Colossenzen 2:20-23 NBV)
Deze tekst omsluit alles zeer duidelijk. Indien wij beweren Christen te zijn, bedoelende dat wij volgeling van de Nazareen Jezus zijn, moeten wij als wedergeborenen ook met Christus de eerste beginselen der wereld afgestorven zijn. Wij moeten niet gaan doen of wij nog deel uitmaken van deze wereld. Ook al leven wij nog in deze wereld en zijn wij er veel verschuldigd aan, hoeven wij ons niet meer aan bepaalde inzettingen laten onderwerpen. De tijd om bepaalde afstanden niet meer te mogen afleggen op bepaalde dagen, of bepaalde zaken niet te mogen aanraken of bepaalde zaken niet te proeven, is voorbij gegaan met Christus Jezus. Wij moeten niet zozeer begaan zijn met dingen die alle door het gebruik te loor gaan. Ook hoeven wij ons niet aan geboden en leringen houden van de mensen, (die wel een schijn van wijsheid hebben in eigenwillige godsdienst, in nederigheid en gestrengheid tegen het lichaam, daaraan geen eer bewijzend) tot bevrediging van het vlees.
Jezus kwam onder de mensen en at en dronk met hen.
“Nu is de Mensenzoon gekomen, hij eet en drinkt wel, en nu zegt men: “Kijk toch eens, wat een veelvraat, wat een dronkaard, die vriend van tollenaars en zondaars.” En toch is de Wijsheid door heel haar optreden in het gelijk gesteld.’” (Mattheüs 11:19 NBV)
Wetende dat de apostelen ook begenadigd waren om te spreken mogen wij aanvaarden wat Paulus zegt:
“Aanvaard mensen met een zwak geloof zonder hun overtuiging te bestrijden. De een gelooft dat hij alles mag eten, maar iemand die een zwak geloof heeft eet alleen groenten. Wie alles eet mag niet neerzien op iemand die dat niet doet, en wie niet alles eet mag geen oordeel vellen over iemand die dat wel doet, want God heeft hem aanvaard. Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander? Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan-en hij zal volharden, want de Heer heeft de macht hem dat te laten doen. De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen. Wie een feestdag viert, doet dat om de Heer te eren; wie alles eet, doet dat om de Heer te eren, en hij dankt God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren, en ook hij dankt God. Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. Want Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden. Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan, want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef-zegt de Heer-, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.’ Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden. Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hun niet te ergeren. Omdat ik één ben met de Heer Jezus weet ik, en ben ik ervan overtuigd, dat niets op zichzelf onrein is, maar dat iets onrein is voor wie het als onrein beschouwt. Als u dus uw broeder of zuster kwetst door wat u eet, handelt u niet langer overeenkomstig de liefde. Laat hen voor wie Christus gestorven is niet verloren gaan door het voedsel dat u eet. Breng het goede dat God u schenkt geen schade toe, want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest. Wie Christus zo dient, doet wat God wil en wordt door de mensen gerespecteerd. Laten we daarom streven naar wat de vrede bevordert en naar wat opbouwend is voor elkaar. Breek het werk van God niet af omwille van wat u eet. Weliswaar is alle voedsel rein, maar het is verkeerd om iets te eten dat iemand aanstoot geeft. Vlees, wijn of iets anders waaraan uw broeder of zuster aanstoot neemt, kunt u beter laten staan. Uw overtuiging is een aangelegenheid tussen u en God. Gelukkig is wie zich niet schuldig voelt over zijn overtuiging, maar wie twijfelt of hij alles mag eten, is op het moment dat hij alles eet al veroordeeld. Want het komt niet voort uit geloof, en alles wat niet uit geloof voortkomt is zondig.” (Romeinen 14:1-23 NBV)
Leringen en gebruiken voor zwakken en sterken
Leringen of gebruiken die er reeds lang bestonden in Joodse gemeenschappen hoeven door christenen ook niet over genomen worden.
Onze geloofsgemeenschap mag opgebouwd zijn met verschillende mensen met een verschillend karakter. Sommigen zullen sterker zijn dan anderen, maar de zwakke moet ook door ons in het geloof in de gemeenschap opgenomen worden. Aan ons ligt het niet om hem bepaalde dingen op te dringen die niet specifiek omschreven worden om alsnog te doen. Wij moeten ermee instemmen dat God ons de vrijheid nu gegeven heeft om een ander gedacht te hebben over kleinere zaken zoals wat de een mag eten of niet. Niemand hoort een ander in de gemeenschap te minachten of iemand te veroordelen omdat hij zijn geloofsbeleving zus of zo wil doen indien dit niet tegen de wil van God in gaat. Want God heeft onder Christus ook de niet Joden aangenomen.
Vreugdefeest ter herinnering van de instelling van de Wet. – The Feast of the Rejoicing of the Law at the Synagogue in Leghorn, Italy, 1850 – Solomon Alexander Hart, British, 1806-1881
Zo is er nu ook geen een dag boven de andere meer gesteld, God houdt nu alle dagen voor gelijkwaardig. Dit houdt ook in dat de vroegere feesten voor nieuwe en oude maan, verschillende sabbatten en feesten als het loofhutten feest nu niet meer van toepassing zijn. Zij die ze willen vieren mogen dat gerust nog doen, maar mogen het niet opleggen aan anderen. Ieder zij in eigen gemoed ten volle verzekerd. Zeer belangrijk is wel dat diegene die aan een dag bijzondere waarde hecht, dat ook doet tot eer van de Allerhoogste God, Hashem Elohim Jehovah.
De leer die wij volgen, onze houding naar elkaar en naar anderen (zwakken en sterken), al onze handelingen of zij nu voor mensen zijn of voor God dienen in die mate gedaan te worden dat zij een waardig beeld vormen van ons christen zijn en volledig tot eer van de Heer en de Heer van de Heer, of Here Here, gedaan worden. Met onze daden horen wij een toonbeeld van genade te zijn en dankzegging tot God te brengen. Zij die zich dan van sommige spijzen wensen te onthouden moeten dat dan ook doen tot eer van de Heer en ook God danken.
Als wij kiezen om bepaalde dingen al of niet aan te raken of te doen, moeten wij beseffen dat de keuze van onze levenswijze gestaafd moet zijn op de juiste dingen en met de juiste beweegredenen. Want niemand van ons leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf. Immers, indien wij leven, is het dankzij de Wil van God dat wij het leven mogen bezitten. Dankzij de genadigheid van God leven wij en dankzij de liefde van Christus Jezus kunnen wij verder leven met een hoop op zelfs een eeuwig leven.
De keuze van het opvolgen van leerstellingen of het volgen van wetten hoort bepaald te worden door onze keuze voor God te leven. Gods Wetten horen de bovenhand te hebben op menselijke wetten of Staats Wetten.
Besnijdenis
In de oudheid was er eerst een gewone richtlijn voor de mensen door God gegeven. Daarna verkoos God dat er een teken zou zijn om Zijn Vol van de anderen te onderscheiden. Hiervoor verzocht de Allerhoogste om de jongens vroeg na de geboorte te besnijden. Het vlees van de voorhuid van de penis moest men laten besnijden als het teken van het Verbond tussen God en tussen Abraham, die als aartsvader van Gods Volk mocht optreden.
“Ook zei God tegen Abraham: ‘Jij moet je houden aan dit verbond met mij, evenals je nakomelingen, generatie na generatie. Dit is de verplichting die jullie op je moeten nemen: alle mannen en jongens moeten worden besneden. Jullie moeten je voorhuid laten verwijderen; dat zal het teken zijn van het verbond tussen mij en jullie. In elke generatie opnieuw moet iedereen van het mannelijk geslacht besneden worden wanneer hij acht dagen oud is. Dit geldt niet alleen voor wie tot je eigen volk behoort maar ook voor jullie slaven, of ze nu bij jullie geboren zijn of van vreemdelingen zijn gekocht; iedereen die bij jullie geboren is of door jullie is gekocht, moet worden besneden. Zo zal dit verbond met mij voorgoed zichtbaar zijn aan jullie lichaam.” (Genesis 17:9-13 NBV)
“Besnijd daarom uw hart en wees niet langer halsstarrig.” (Deuteronomium 10:16 NBV)
Zij die dus beweren dat alle ware christenen zich aan al de geboden van God moeten onderwerpen zullen dus, als zij man zijn, zelf besneden moeten zijn en niemand in huis of op het werk mogen aannemen die niet besneden is.
Volgens ons heeft God voor hen die Christus volgen echter ook Zijn ogen op hen gericht. Zij die bereid zijn om met het Joodse Volk samen te wonen en mee uit te kijken naar hen die Jeruzalem als hoofdstad van dat komende Koninkrijk verwachten, mogen ook als besneden van het hart aangenomen worden.
“Maar ze stellen één voorwaarde voordat ze bereid zijn om bij ons te wonen en één volk met ons te worden: al onze mannen en jongens moeten worden besneden, net als zij.” (Genesis 34:22 NBV)
“De HEER, uw God, zal uw hart besnijden en ook dat van uw nakomelingen, zodat u hem weer met hart en ziel zult liefhebben en in leven zult blijven.” (Deuteronomium 30:6 NBV)
In de Hebreeuwse Geschriften is reeds opgetekend dat de ENE, Adonai, onze God het hart van mensen zal “Besnijden “, in die mate dat hun hart en het hart van hun zaad zodanig Hashem Elohim zal liefhebben dat de ENE, Jehovah God, met heel hun hart en met heel hun ziel, omwille van hun leven zal bemind worden. Zij die niet vleselijk maar in het hart zijn besneden zullen ook kunnen opleven.
Jezus, als besnedene (Lukas 1:59) eiste van zijn volgelingen niet dat zij besneden waren of dat zij zich zouden laten besnijden. Nadat Jezus gestorven was hadden sommige apostelen en Judeërs er problemen mee dat de heidenen die zich wensten aan te sluiten bij hun gemeenschap, zich niet zouden laten besnijden. Volgens sommige eerste christenen moest dit namelijk volgens Joods gebruik gebeuren. (Wij herinneren de lezers aan dat zij zich niet als “christen” beschouwden maar zich nog steeds Jood achtten.) Paulus en Barnabas waren het helemaal niet mee eens met de leden uit Judea en raakten met hen in een heftige discussie gewikkeld. zij liep zelfs zo hoog op dat zij niet tot een vergelijk geraakten en dat Paulus en Barnabas, met enkele anderen, naar de apostelen en leiders in Jeruzalem gestuurd werden om hun deze kwestie voor te leggen. De mannen reisden door Fenicië en Samaria en gingen onderweg bij verschillende christenen langs, die blij waren te horen dat ook niet-Joden tot bekering waren gekomen en in Jezus Christus geloofden. Uiteindelijk was dat voor hun een teken van het welslagen van hun prediking.
Opvallend in het relaas is dat het nog steeds Farizeeërs waren die het moeilijkst deden voor of over hen die tot het geloof waren gekomen. Toen Paulus en Barnabas in Jeruzalem kwamen, werden zij door de christengemeente, de apostelen en de leiders, met open armen ontvangen maar botsten zij dadelijk op weerstand van die Farizeeërs die christen waren geworden maar vonden dat die mensen die christenen wilden zijn zich ook moesten laten besnijden en de wetten van Mozes houden! Om die reden kwamen de apostelen en leiders in een speciale vergadering bijeen om deze kwestie te bespreken. Na veel heen en weer gepraat stond Petrus op. “Mannen broeders,” zei hij, “u weet allemaal dat God mij uit uw midden heeft uitgekozen om het goede nieuws van Jezus Christus aan de andere volken bekend te maken, zodat ook zij in Hem kunnen geloven. God heeft dat bevestigd door hun, net als ons, de Heilige Geest te geven.” In het uitstorten van de Heilige Geest hadden de apostelen de moed gevonden om uit te gaan en te gaan verkondigen. Onverwachts konden zij met hun spreken tot anderstaligen doordringen en hen toch aanspreken en bekeren. Voor hen was er geen verschil tussen hen en de niet gelovigen die zij konden tot geloof brengen. De apostelen geloofden dat zij die in Jezus Christus geloven, ook al waren zij niet besneden en niet onder de Wet van Mozes geplaatst, toch een gezuiverd hart konden krijgen.
Tijdens het discours valt het ons op dat zij ook spreken over het juk dat zij vroeger hadden. Men kan indenken hoe de Joden in het verleden regelmatig beproefd werden door de omstaanders die zich niet aan de Joodse Wetten hielden en dan ook vrij veel meer konden doen dan zij als Joden konden doen. In hun overtuiging vroegen zij hun medebroeders waarom zij het beter wilden weten dan God, door deze nieuwe christenen een juk op de schouders te leggen dat voor hen en hun voorouders al te zwaar was. Zij geloofden immers op dezelfde wijze als die anderen gered te worden, door de genade van de Here Jezus! En toen zij dat aanhaalden hoe die genade van Jezus als belangrijkste element van de verlossing van zonden over hen hoorde te komen, werd het stil in de bijeenkomst, en spitsten de oren naar wat Paulus en Barnabas te zeggen hadden. God had door deze twee mannen geweldige dingen en grote wonderen onder de vreemde volken gedaan.
Als wij de Heilige Schrift mogen geloven als Woord van God, is het daarin gestelde hoe God voor het eerst mensen van een ander volk benaderde om hen tot Zijn volk te maken voor ons een belangrijk signaal om te weten wie tot het Ware Geloof en tot de Ware Gemeenschap of tot het Volk van God kan behoren. De in de Handelingen der apostelen geschreven woorden kloppen ook met wat de profeet Amos heeft geschreven. Vele Joden hadden moeilijkheden gehad om in de Wet van God te blijven. Velen ondervonden zeer veel moeilijkheden om volgens de Mozaïsche wet te leven. Meerderen waren het wachten op die Beloofde Verlosser of Messias grondig beu geworden en hadden het geloof verlaten of waren nonchalant geworden betreft de beleving van hun geloof. Het Jodendom kon vergeleken worden met een vervallen huis. Uit dat Huis van David was de Messias echter opgestaan, al zagen vele Joden het niet. Omdat zij zo blind bleven had God nu de poorten voor anders gelovigen open gedaan. Wij christenen geloven anders dan de Hebreeuwse Joden. Ook al mogen zij het Uitverkoren Volk van God blijven is er nu voor ons ook de hoop weg gelegd om mee met het Volk Israël het Koninkrijk van God binnen te treden.
Abrahamitisch Verbond en Besnijdenis – Foto Brit Milah
Voor de apostelen was het duidelijk dat de tijd was aangebroken voor de heropbouw van het huis van David. Op de plaats van de ruïne had God nu een nieuw gebouw neergezet zodat de rest van de mensheid de Allerhoogste Heer des Heren, Jehovah God Hem ook zou kunnen komen zoeken en vinden. Maar het zouden niet enkel Judeeërs zijn die tot God zouden komen. Alle vreemde volken eiste God voor Zichzelf op. Dit gebeurde trouwens omdat het door God ook zo al voorzien was van het begin der tijden. Jehovah, de Schepper had dit namelijk al vanaf het begin voorgenomen.
Zij die in Christus Jezus, de zoon van God willen geloven, ook al komen zij uit niet Joodse families kunnen nu toch zonder die Joodse eigenheden tot God komen. Om die reden nam Jakobus het woord om te kennen te geven dat zij de niet-Joden die God gehoorzamen, niet mochten lastigvallen met de wet van Mozes. Het enige wat zij hen schreven, was dat zij niets mochten eten van wat aan afgoden geofferd was; dat zij geen hoererij mochten plegen. Maar ook dat zij die christus willen volgen ook geen vlees mogen eten van dieren die door verstikking zijn gedood en dat zij geen bloed mogen eten, drinken of ontvangen in hun lichaam. Want sinds jaar en dag zijn er in alle steden mensen, die de wet van Mozes bekendmaken. Elke sabbat wordt de wet in de synagoge voorgelezen.
“Er kwamen enkele leerlingen uit Judea, die betoogden dat de broeders zich moesten laten besnijden, overeenkomstig het door Mozes overgeleverde gebruik, omdat ze anders niet konden worden gered. Dit leidde tot grote onenigheid met Paulus en Barnabas en mondde uit in een felle woordenstrijd. Besloten werd dat Paulus en Barnabas, samen met enkele andere leerlingen, naar Jeruzalem zouden gaan om deze kwestie voor te leggen aan de apostelen en de oudsten. Nadat de gemeente hun uitgeleide had gedaan, gingen ze op weg en trokken ze door Fenicië en Samaria. Daar verhaalden ze uitvoerig over de bekering van de heidenen, iets dat bij alle gelovigen grote vreugde wekte. Bij hun aankomst in Jeruzalem werden ze verwelkomd door de apostelen en de oudsten en door de rest van de gemeente. Ze brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht. Enkele gelovigen die tot de partij van de Farizeeën behoorden, gaven echter te verstaan dat ook de niet-Joodse gelovigen dienden te worden besneden en opdracht moesten krijgen zich aan de wet van Mozes te houden. De apostelen en de oudsten kwamen bijeen om nader op deze zaak in te gaan. Toen het tot een hevige woordenstrijd kwam, stond Petrus op en zei: ‘Broeders, u weet dat God mij al in het begin uit uw midden heeft gekozen om de boodschap van het evangelie onder de heidenen te verspreiden en hen tot geloof te brengen. God, die weet wat er in de mensen omgaat, heeft blijk gegeven van zijn vertrouwen in de heidenen door hun de heilige Geest te schenken, zoals hij die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen? Nee, we geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden, op dezelfde wijze als zij.’ Daarop zwegen alle aanwezigen, en men luisterde naar Barnabas en Paulus, die vertelden welke grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen had verricht. Toen ze waren uitgesproken, nam Jakobus het woord. Hij zei: ‘Broeders, luister. Simeon heeft uiteengezet hoe God zelf het plan heeft opgevat om uit de heidenen een volk te vormen dat zijn naam vereert. Dat stemt overeen met de woorden van de profeten; er staat immers geschreven: “Dan keer ik terug op mijn schreden. Ik zal het vervallen huis van David herbouwen, uit het puin zal ik het weer opbouwen. Ik zal dit huis doen herrijzen, (17-18) zodat de mensen die overgebleven zijn de Heer zullen zoeken, evenals alle heidenen over wie mijn naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer, die dit van oudsher heeft aangekondigd.” Daarom ben ik van mening dat we de heidenen die zich tot God bekeren geen al te zware lasten moeten opleggen, maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf. In haast elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen.’” (Handelingen 15:1-21 NBV)
Joden of zij die besneden zijn maar zich toch geroepen voelen om zich bij ons aan te sluiten, of om christen te worden, werd vroeger aangeraden de besnijdenis niet te laten verdwijnen. Dat geldt vandaag nog steeds. Maar eveneens geldt nog steeds dat als iemand als onbesnedene zich geroepen voelt om volgeling van Christus te worden, moet deze zich ook niet laten besnijden, zoals ook de heiden Titus, die bij de besneden Paulus was, niet genoodzaakt was zich te laten besnijden. Zelfs de zeer devote Jood Paulus verklaarde dat Christus niets de persoon zou baten indien hij zich liet besnijden. Paulus waarschuwde echter wel diegene die om zich aan te sluiten toch vond dat hij zich moest besnijden dat hij dan verplicht zou zijn de gehele wet te onderhouden.
“Want die mannen die zich laten besnijden houden zelf de wet niet, maar willen dat gij besneden wordt; dan kunnen zij zich daarop beroemen.” (Galaten 6:13 LEI)
“Iemand die besneden was toen God hem riep, moet het niet ongedaan laten maken. Iemand die onbesneden was toen God hem riep, moet zich niet laten besnijden.” (1 Corinthiërs 7:18 NBV)
“Maar zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij toch een Griek is.” (Galaten 2:3 NBV)
“Luister naar wat ik, Paulus, tegen u zeg: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten. Ik verzeker u dat iedereen die zich laat besnijden verplicht is om de wet volledig na te leven.” (Galaten 5:2-3 NBV)
“Ze zijn voor de besnijdenis maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan.” (Galaten 6:13 NBV)
Oplegging van lasten en sterven
Indien de apostelen geen lasten op de bij hen aansluitende niet-Joden, ongelovigen of heidenen, oplegden, waarom zouden wij dat dan wel doen? Als wij van nature Jood zijn mogen wij ons gerust aan de Joodse Wetten houden en zal daar niemand bezwaar tegen hebben. Maar welk lef heeft bijvoorbeeld een niet-Jood van nature om het recht op te eisen dat zelfs de Joodse apostelen niet deden van hun medegelovigen?
Er zijn nu geen rechtstreekse apostelen, talmidim of discipelen van Jezus meer, maar wij hebben wel hun neergeschreven bevindingen en leringen. Deze moeten wij dan ook in acht nemen en opvolgen als een onderdeel zijnde van de Heilige Schrift. Indien wij dat niet zouden doen nemen wij ook de canonieke geschriften in twijfel, dit terwijl een meerderheid van de christenen overeengekomen is dat de evangeliën zowel als de epistels of brieven van de apostelen samen deel uit maken van de Heilige Geschriften.
In die brieven en in de Handelingen der Apostelen wordt duidelijk gemaakt dat zij die Jezus willen volgen ook sterven voor de Heer. In al hetgeen wij doen en laten moet onze keuze bepaald zijn door het volgelingschap van Jezus Christus. Steeds moeten wij hem toebehoren. Van nature uit behoren wij reeds tot God, want elk schepsel, gelovig of niet gelovig behoort God toe. Maar niet iedereen behoort Christus toe.
Hiertoe is Christus gestorven en is hij terug tot leven gewekt, om over doden en levenden te heersen.
Wij moeten beseffen dat wij zeer hard moeten opletten met oordelen te vellen over onze broeders. Wij kunnen en mogen ze ook niet minachten omdat zij dit of dat niet doen. Steeds moeten wij bewust zijn dat God de harten kent en dat wij allen toch zullen geplaatst worden voor Gods rechterstoel; want er staat geschreven: “Zowaar ik leef, zegt de Heer, voor Mij zal elke knie zich buigen en elke tong zal God belijden.” Dus zal ieder van ons uiteindelijk voor zichzelf rekenschap moeten geven aan God. Laten wij, als broeders en zusters, die samen de ledematen van het lichaam van Christus magen vormen, dus niet meer elkander beoordelen.
De apostelen waren tot de overtuiging gekomen dat niets op zichzelf onrein is. In eenheid met Christus moeten wij dat ook aannemen, met het besef dat datgene dat voor iemand onrein wordt beschouwd ook in de ogen van God voor die persoon als onrein beschouwd worden. Vreemd genoeg krijgen wij daarom dikwijls het verwijt dat er zo veel verschillen zijn en vrijheden in onze gemeenschap van broeders en zusters. Maar zoals er in de eerste eeuw van onze gewone tijdrekening vele verschillen waren bij de volgelingen van Christus Jezus, zijn er deze ook nog vandaag bij ons. Indien wij allemaal in hetzelfde uniform zouden lopen, allemaal hetzelfde gekleed en het zelfde doende en zeggen, zou het maar een saaie bedoening zijn. Zoals het in Jezus tijd een gekleurde wereld was is het bij de Christadelphians ook nog steeds gekleurd, en ligt de eenheid en eenvormigheid in het allen samen eensgezind voor Jezus gaan. Daar ligt de sterkte van onze broederschap en de sterkte van het geloof, dat gegrondvest is in Jezus Christus.
Als medebroeders en zusters, de woorden van de apostelen aannemend, geloven wij dat Jezus het Nieuwe Verbond heeft bevestigd en de weg vrij gemaakt heeft, zodat wij niet meer aan al de vroegere Joodse Wetten moeten houden. Wij weten ons nu ook door Christus bevrijd en hoeven op dat vlak minder te vrezen om door onze spijs in het verderf gestort te worden.
Hierom doen wij een oproep aan al diegenen die zich christen willen noemen om volgens de leer van Christus te leven en hun goede zaak geen slechte naam te laten krijgen! Want Gods Koninkrijk bestaat niet in spijs en drank, maar in gerechtigheid en vrede en blijdschap door de Heilige Geest. Hij toch die hierin Christus dient is welgevallig aan God en geacht bij de mensen. Wij streven dus naar vrede en onderlinge opbouwing. Wij verzoeken het werk van God niet te bederven door zelf te gaan bepalen wat onrein zou zijn. In de Heilige Schrift zijn genoeg aanwijzingen gegeven om te weten te komen wat al of niet mag en kan. Laten wij er steeds op letten dat wij niet iets doen waar een ander aanstoot kan aan nemen, maar dat wij steeds een waardig voorbeeld in deze wereld van gelovigen en ongelovigen mogen zijn.
Zoals wij, christenen niet hoeven besneden te zijn om in de Jood Christus Jezus te zijn, moeten wij ons als onbesnedenen ook niet volledig houden aan alle, grote en kleine, Joodse Wetten, maar enkel aan die voornaamste geboden van God die ons kenbaar zijn gemaakt door God en ook verduidelijkt zijn geworden door Jezus Christus de Messias, zoon van God en mensenzoon, uit de stam van David.
Ons houdend aan de Wet der Liefde, verenigd onder Christus, zullen wij moeten luisteren naar de Woorden van God en deze in goed beraad moeten opnemen, tot lering, onderricht en tot vermaning. Zonder aanstoot te nemen aan broeders of zusters, mogen wij elkaar wel in lijn met Jezus zijn gedachte, aanmoedigen en daar waar nodig is opmerkingen geven of berispen. Niet dat de ander zich zou aanpassen aan ons of aan regels die wij denken dat voor ons dan ook maar voor de ander toepasselijk moeten zijn. Ook al kunnen wij van een bepaald geloof zijn mogen wij dat niet aan een ander opdringen. Houd het geloof dat gij hebt voor u, laat alleen God het zien. Gelukkig wie zichzelf niet veroordeelt wanneer hij doet wat hij heeft uitgemaakt dat goed is; maar wie twijfelt terwijl hij eet is reeds veroordeeld, omdat hij niet krachtens geloof handelt; want al wat niet uit geloof voortkomt is zonde.(Romeinen 14:1-23)
“Dát is pas een waar woord! Wijs hen daarom streng terecht, zodat ze een heilzaam geloof krijgen, zich niet langer interesseren voor Joodse verzinsels en zich geen regels laten opleggen door mensen die zich van de waarheid hebben afgekeerd.” (Titus 1:13-14 NBV)
“U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is.” (Romeinen 12:2 NBV)
“Wees als gehoorzame kinderen en geef niet opnieuw toe aan de begeerten waardoor u vroeger, toen u nog onwetend was, werd beheerst, maar leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven: ‘Wees heilig, want ik ben heilig.’” (1 Petrus 1:14-16 NBV)
“dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid.” (Efeziërs 4:22-24 NBV)
“Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt.” (Colossenzen 3:9-10 NBV)
“Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient.” (Filippenzen 4:8 NBV)
+
Lees ook:
- Bijbelonderzoek Inleiding Navolgers van Christus
- Eén met Christus, verschillend met of van elkaar
- Eén met Christus, één met elkaar
- Vrijwilligheid van het Christen zijn
- Belangrijkheid van de Heilige Schrift
- De Bijbel als Gids
- Het belang van het lezen van de Schrift
- Vele kerken
- Vrijheid in Christus onder de Wet
- Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
- Ware Geloof en Ware Geloofsgemeenschap
- Niet allen zullen het Koninkrijk beërven
- De Wet van de Liefde, basis van alle instructies
- Verenigd door Christus
- Gericht op Jezus
- Christus kennen is zin geven aan het leven
- Jezus volgen
- Gericht op God
- Het begin van Jezus #6 Beloften van innerlijke zegeningen
- Het begin van Jezus #7 Een Nieuwe Adam, zoon van Abraham
- Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God
- Dienaar van zijn Vader
- Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
- Fragiliteit verminderbaar
- Fragiliteit en actie #8 Eerste Wetsvoorziening
- Fragiliteit en actie #14 Plagen van God
- Eerste Eeuw van het Christendom
- 16° Eeuwse Broeders in Christus
- Samen komen in huizen
- Het grote ideaal van deze tijd
- Filippenzen 1 – 2
- Een Groots Geschenk om te herinneren
- De Dag is nabij #3 Niet laten verrassen
- De Dag is nabij #5 Terugkijken naar verleden
- Een Naam voor een God #9 Vals geloof gevoed door vrees
- Toebehoren
- Verlossing voor Gods volk
- Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.
- Zuivering voor allen
- Redenen waarom zij niet kunnen doen wat zij willen
- De Bijbel onze Gids #3 de Toekomst van de Rechtvaardigen #1
+
Aansluitend omtrent de beleving van het geloof:
- Focussen op Christus
- Halfslachtig leerlingschap
- Hoe ons te gedragen
- Bloed ontvangen of niet
- Eet een Christen varkensvlees?
- Slag om waardigheid in zuivere natuur
- De gedachte aan het verliezen ontsteekt de vreugde van het hebben
- Niet houden van dat soort Christenen
- Hoe omgaan met huidige moeilijkheden
- Een Niet-christelijke christelijke bediening
- Heeft het Christendom zich neergelegd bij de wereld
- Studiedag: Gods indringende boodschap #3 Met Christus gestorven en opgewekt
++
In het Engels:
Het belang van het lezen van de Schrift
In Belangrijkheid van de Heilige Schrift hebben wij gezien dat veel mensen moeten lachen om degenen die genieten van het lezen van het Oude Boek der boeken, de Bijbel, maar dat mag ons er niet van weerhouden om toch die zeer oude boeken ter hand te nemen en te gaan bestuderen.
Als wij die Oude Boeken gaan doornemen zullen wij een beeld krijgen van de gebeurtenissen die de mensheid tot bepaalde punten hebben gebracht. In de latere boeken kunnen wij ook meer te weten komen hoe de beweging van de Joodse sekte De Weg uitgegroeid is geworden tot het grote verscheidenheid van mensen die onder de naam Christenen worden gecatalogiseerd.
De eerst tegen de volgelingen van Jezus verzettende Saul of Paulus krijgt bij Ananias het gezichtsvermogen terug nadat hij tot inkeer is gekomen en een voorspreker voor Jezus werd
Van de Nieuwe Testament lezingen brengt de Handelingen van de Apostelen voor ons een beeld hoe het evangelie zich verspreide van Jeruzalem naar Rome van Jood tot niet gelovige of heiden. Lukas begint en eindigt met zijn gedachten over het Koninkrijk Gods en geeft ons met de later geconverteerde Saul of Paulus van Tarsus een idee van wat moois er is weg gelegd voor ons.
Jeshua, beter bekend als Jezus (dat eigenlijk betekend Heil tot Zeus), kende het Woord van God door en door. Hij sprak meerdere malen uit de Thora en probeerde de woorden van God uit te leggen aan diegenen die naar hem wilden luisteren of hem bevroegen. Jezus van Nazareth (Jeshua) wilde dat we op de beste manier meer te weten konden komen over de Schepper. Voor deze grote leraar afkomstig uit zo’n kleine plaats, is het ongelofelijk hoe hij in zijn tijd zulke grote afstanden wist af te leggen en zo veel mensen wist te bereiken. Hij sprak massa’s mensen aan. Hij voelde zich nooit te min om tegen de een of andere bedelaar of rijke te praten. Geen rang of stand was hem te veel of te min. Tegenover de mensen die hij aansprak beloofde hij mooie dingen, maar hij gaf hen ook raad en opdrachten om dat voorspelde moois, te kunnen krijgen en zeker om het niet te verliezen.
Mensen moesten hem en zijn Vader leren kennen. De man van Nazareth was duidelijk dat hij van zichzelf niets kon doen. Altijd maakte hij duidelijk dat mensen zijn Vader moesten leren kennen, namens wie hij sprak en handelde. Het is omdat hij goed op de hoogte was van wat er geschreven staat in de Thora (de Hebreeuwse geschriften) dat hij ook zo goed kon uitleggen hoe wij ook zouden kunnen leren wie God is en wat God van de mensen verlangde. Omdat zo goed de Heilige Schrift kende kon hij ook vertellen aan anderen wat zijn Vader hem had geleerd en kon hij verbanden leggen tussen de vele jaren eerder geschreven teksten en latere gebeurtenissen.
Jezus, die op een speciale wijze ter wereld was gekomen, was ook door God begenadigd met inzicht. Als profeet van God was hij naar deze wereld gezonden om alles wat duidelijker te maken.
Jezus was er zich ook bewust van dat de Ene die hem gezonden had steeds bij hem was. Hij, Jehovah God, heeft Jeshua (Jezus) de Messias niet overgelaten aan zichzelf, omdat Jezus altijd deed wat God blij maakte. Jezus is de enige mens die er in geslaagd is om zonder fout te blijven en volledig de Wil van de Vader te doen. Ook wij, als volgelingen van Christus moeten proberen om onze Vader te behagen door te trachten enkel dat gene te doen wat God van ons verlangt en dat wat volgens de normen van God voor Hem aanvaardbaar is.
Veel mensen die Jezus hoorden vertellen zijn Vader te eren van hem tot die Allerhoogste, die in de hemel is, hoorden bidden vonden in die spreker de eerlijkheid van een oprecht mens en vertrouwden in hem. Dus zei Jeshua tegen de Judeërs of Joden, die hem hadden vertrouwd “als je gehoorzaam bant aan wat ik zeg, dan moet je echt mijn talmidim (leerlingen) zijn, u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.”
” Ik heb veel te zeggen en te oordelen over u. Maar Hij die mij gezonden heeft is waar, en wat ik hoorde van Hem, zijn deze woorden die ik spreek in de wereld.” Ze wisten niet dat hij tot hen sprak over de Vader. Dus zei יהושע (Jeshua) tegen hen: “Wanneer u de Zoon van Adam oplift zult u weten, dat ik het ben, en dat ik helemaal niets doe uit mijzelf, maar als mijn vader mij leerde {maar zoals mijn Vader mij onderrichtte}, spreek ik deze woorden.” “En Hij die mij gezonden heeft is met mij. De Vader heeft mij niet alleen gelaten, want ik doe altijd wat Hem behaagt.” Toen hij deze woorden sprak, geloofden velen in hem. Dus zei יהושע tot deze Yehuḏim (Judeërs/Joden) die in hem geloofden: “Als u in mijn woord blijft, bent u werkelijk mijn aangeleerden (talmidim of: leerlingen) , en gij zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” (Johannes 8:26-32 De Geschriften 1998 +)
De Zoon des mensen werd opgetild, en we moeten weten dat hij Jezus (Jeshua) is en de enige om tot verlossing te komen. Hij is het die wij horen te volgen en die wij moeten geloven. Hij zei dat hij de zoon van God was en de mensenzoon was die hield van zijn Vader en bad tot Hem. We horen ook zoals Jezus te doen. Zoals hij het belang benadrukte om zijn Vader te leren kennen moet wij er ons ook bewust van zijn hoe belangrijk het is om de Vader te leren kennen. Om deze Vader van Jezus te leren kennen moeten we luisteren naar de woorden van Christus, maar ook naar de woorden van degene ,aar wie Jezus luisterde. Om te luisteren naar degene die hem gezonden heeft en hem leerde moeten we ons toevlucht nemen tot de Bijbel. In die Heilige Schrift moeten wij lezen en over de woorden van God, die daar zijn opgetekend, bij nadenken.
Voor de meester leraar was het duidelijk dat zijn opdracht op deze wereld moest verder gezet worden door diegenen die hem wilden volgen. Voor Jezus stond het vast dat niet alleen hij moest uit gaan in de wereld om het prachtige Goede Nieuws te vertellen, van wat er zou gaan tot stand komen, door de wil van God. Voor Jeshua was het duidelijk, zij die hem wilde volgen, moesten naast zijn leer op volgen, de Wil van de Vader herkennen en moesten de prediking van het evangelie als voornaamste doel hebben.
Enkel door te luisteren naar het Woord van Christus en het Woord van God, Jezus en onze Vader, zullen wij kunnen groeien, de Waarheid leren kennen en Vrij gezet worden.
Vandaag is dat nog steeds niet veranderd. Degenen die zichzelf christen noemen moeten naar de betekenis van dat woord, echte volgelingen van Jezus Christus zijn. Als leerlingen en volgelingen van Christus Jezus moeten zij dan zijn leer na komen en zijn opdrachten ook opvolgen. Eén van de opdrachten van Jezus was het moeten verspreiden van het Woord van God en het Evangelie of Goede Nieuws. Jezus volgelingen moeten aan anderen vertellen over het goede nieuws over de dingen van het Koninkrijk van God. De verkondiging mag niet opzij geplaatst worden voor wereldse zaken.
“Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Arameessprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld. Daarop riepen de twaalf apostelen de voltallige gemeenschap van leerlingen bijeen en zeiden: ‘Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen we de verkondiging van Gods woord.” (Handelingen 6:1-2 NBV)
Wat betreft de twaalf die het hele lichaam van leerlingen bij elkaar riepen, om de gemeenschap of ecclesia er toe aan te zetten zich niet zo maar te concentreren om te kunnen eten en drinken of te overleven op materieel vlak, werd verbondenheid op geestelijk vlak gevraagd en een inzet om dat geestelijke ook verder uit te dragen. De apostelen maakten het in de vroege tijden ook al duidelijk dat het niet goed is dat we de prediking van het Woord van God zouden moeten verwaarlozen om te zorgen voor de rekeningen of voor het levensonderhoud van anderen. Het komt er namelijk op aan om er voor te zorgen dat we kunnen groeien in het woord van God en dat we van een goede reputatie kunnen zijn, die zowel praktisch als geestelijk gelijkgezind is. Als individuen, maar ook als een gemeenschap van broeders en zusters moeten we ons van ganser harte aan het gebed en de bediening van het Woord zetten. Bezorgdheid om de wereld en het helpen van wereldse liefdadigheidsinstellingen is goed, maar het mag nooit de aandacht wegnemen van de liefde voor het Woord van God en de inzet om het geestelijk leven hoog te houden.
Hoewel Jezus zelf wist dat wanneer hij zou weg gaan, velen zouden opstaan en allerlei dingen komen te verkondigen. Net als grimmige wolven zouden een aantal predikers komen tussen de mensen en degenen die in Jezus geloven en zij zouden allerlei leringen brengen die verwarring zouden veroorzaken. Voor Jezus was het duidelijk dat zij er niet voor zouden terugschrikken om niemand van de kudde te sparen. Hij waarschuwde hen ook dat zelfs uit hun eigen rangen er mannen zouden opstaan, die verdraaiingen van de waarheid zouden aanleren, om de leerlingen of talmidim weg te trekken naar zichzelf. “Dus blijf alert!” waarschuwde Jezus zijn discipelen en ook ons. Omdat het gesproken woord van vele jaren geleden hier nog steeds vandaag moge zijn.
In de korte tijd van drie jaar openbaar leven, waarschuwde Jezus de mensen dag en nacht. De apostel Paulus deed hetzelfde als Christus en stopte nooit met waarschuwen van de leden van de vergadering. Maar hij wist dat zijn tijd op deze wereld heel kort was en hij moest gaan en daarom vertrouwde hij hen aan de zorg van God en tot de boodschap van Zijn liefde en vriendelijkheid. Hij deed dat, omdat het hen zou kunnen op bouwen ze en ze een erfdeel geven onder al diegenen die apart zijn gezet voor God.
“18 En toen zij tot hem waren gekomen, hij zei tegen hen:” Weet je, vanaf de eerste dag dat ik naar Azië kwam, hoe ik de hele tijd bij u was, 19 de Meester dienende in alle nederigheid, met veel tranen en beproevingen die mij overkwamen door de plannen van de Yehuḏim (Jehoediem/Joden), 20 Hoe ik niets achtergehouden heb van hetgeen winstgevend was, maar het aan u verkondigde, en u in het openbaar en van huis tot huis leerde, 21 bekering tot Elohim en geloof in onze Meester יהושע (Jeshua) Messias getuigend tot Yehudim en aan Grieken. ” 22 “En nu zie, ga ik zeker in de geest naar Yerushalayim (Jeruzalem), niet wetende wat er mij daar gaat gebeuren, behalve dat de apart geplaatste Geest zal getuigen in elke stad, zeggende dat kettingen en druk me daar te wachten zullen staan.” 24 “Maar ik tel mijn leven niet als van enige waarde voor mij, opdat ik mijn missie met vreugde zal kunnen volbrengen, en de dienst die ik heb gekregen van de Meester יהושע, om te getuigen van het Goede Nieuws van de gunst van Elohim. ” 25 “En nu zie, ik weet dat u allen, tot wie ik ging om het bewind van Elohim te verkondigen, mijn aangezicht niet meer zullen zien.” 26 “Daarom getuig ik tot u vandaag dat ik duidelijk ben van het bloed van alle.” 27 “Want ik hield niets achter om u allen de raad van Elohim te verklaren. ” 28 “Ziet daarom toe op uzelf en op de gehele kudde, waaronder de apart geplaatste Geest die u tot opzieners heeft gemaakt, om de bijeengeschaarden (de kudde) van Elohim te hoeden, die hij heeft gekocht met zijn eigen bloed. ” 29 “Want dit weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven {1} zullen komen in het midden onder u, de kudde niet sparende. {Voetnoot: 1See Mt. 7:15-23, Mt. 10:16, Lk. 10:3, Johannes 10:12}. ” 30 “Ook uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, een vervormde leer sprekende, om de aangeleerde, naar zichzelf te trekken.” 31 “Daarom kijk uit, eraan herinnerend dat gedurende drie jaar, dag en nacht, ik niet ophouden heb aan een ieder met tranen te vermanen. ” 32 “En nu, broeders, ik verplicht u tot Elohim en het woord van Zijn gunst, dat in staat is u op te bouwen en u een erfdeel te geven onder al die zijn apart gezet. ” 33 “Ik heb niemands zilver of goud of kleding begeerd . ” 34 “En je weet zelf dat deze handen mijn behoeften hebben voorzien, en voor degenen die met mij waren. ” 35 “Dit alles heb ik laten zien, door te arbeiden zoals dit, dat je de zwakken moet helpen. En denk aan de woorden van de Meester יהושע (Jeshua), dat hij zei: ‘Het is zaliger te geven dan te ontvangen.’ “” (Handelingen van de apostelen 20:18-35 De Geschriften 1998 +)
“Maar hij (יהושע Jeshua) antwoordde en zei: ” Er staat geschreven, ‘De mens zal niet alleen van brood leven, maar van ieder woord dat komt uit de mond van יהוה (Jehovah). “” {1 Voetnoot: 1 Dt. 08:03}. “(Mattheüs 4:4 De Geschriften 1998 +)
Willen we een volledig zinvol leven vinden moeten we vertrouwen in יהושע Jeshua/Jezus hebben en de woorden van zijn Vader leren kennen. Jezus zijn Vader is ook onze Vader en moet ook onze God zijn zoals Hij de God van Jezus is. Jehovah יהוה onze Elohim, is de enige die we hebben te eren en te dienen zo goed als we kunnen.
“Dan zei יהושע (Jeshua) tegen hem:” Ga weg, Satan! Want er is geschreven, gij zult יהוה (Jehova) uw Elohim aanbidden, en Hem alleen zult gij dienen. “” {1 Voetnoot: 1 Deuternonmium 6:13}. (Mattheüs 4:10 De Geschriften 1998 +)
Wij mogen enkel één Heer als God aanbidden, en Hem alleen dienen, en dat is de Allerhoogste God der goden, wiens naam Jehovah is.
We moeten weten dat het niet van het fysieke en praktische wereldse werk is dat we het maximale uit ons leven kunnen krijgen. We moeten ons er goed van bewust zijn dat het de geest is die leven geeft, en dat het vlees ons tot geen hulp is. Het zijn zo ook de woorden van Jezus voor de wereld geest en leven zijn, en moeten worden opgevolgd.
“” Het is de Geest die levend maakt, het vlees brengt totaal geen winst op. De woorden, die ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven. {1 Voetnoot: 1 zie Johannes 6:68, en 1 Korinthiërs 15:45}. Woord en Geest zijn in eenheid. “(Johannes 6:63 De Geschriften 1998 +)
Jezus heeft dus zijn leerlingen laten weten dat God dat zijn Vader zijn discipelen kon maken als bevoegde ministers van een nieuw verbond, niet van de letter, maar van de Geest, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. Mensen die de Heilige Schrift lezen moeten niet enkel de zwart-wit letters zien, maar de kleurschakeringen achter de woorden. Men moet naar de geest van het neergeschreven woord kunnen zien.
“4 “En zulk vertrouwen hebben we in de richting van (Alaha), Elohim {Allah de Elohim}, door Mshicha (de Messias). 5 Niet dat we bevoegd zijn vanuit onszelf om alle problemen aan te gaan, maar onze bekwaamheid is van (Alaha), Elohim {Allah de Elohim}, 6 die ook ons bevoegd gemaakt heeft als dienaren van een hernieuwd verbond, niet van de letter, maar van de Geest, want de letter doodt maar de Geest geeft leven {of: “die ook ons competent heeft gemaakt als dienaren van een hernieuwd verbond, niet van de letter, maar van de Geest, want de letter doodt maar de Geest maakt levend.}. “(2 Korinthiërs 3:4-6 De Geschriften 1998 +)
We kunnen veel lettertekens of brieven op papier of op het scherm vinden, maar de woorden zullen een betekenis moeten krijgen anders blijven het nietszeggende lettertekens. Er zijn veel schrijvers, en door de eeuwen heen is er al heel wat neergepend geworden. Tussen de vele wereldse schrijvers kunnen wij ook mensen vinden die onder leiding van God hun handen die Woorden van God lieten optekenen. Die neergeschreven woorden van God, kunnen ons de belangrijkste woorden brengen om op de beste manier door het leven te gaan.
Petrus, die geloofde dat Jezus de heilige van God was en de Christus, Zoon van de levende God, vroeg de meester naar waar te gaan, maar wist dat Jezus de woorden had van het echte leven, het eeuwige leven. (Johannes 6:68-69) In de korte tijd dat Jezus predikte liet hij de mensen horen en zien hoe ze dat mysterieuze leven konden vinden en hoe zij ook alle antwoorden in het Boek der boeken konden vinden. Hoewel ze ver in het verleden kunnen geschreven zijn, werden ze geschreven om ons te leren, zodat met de aanmoediging van de Tenach of de Schriften, wij geduldig kunnen vasthouden aan onze hoop.
“En al deze dingen kwamen over hen als voorbeeld, en ze werden geschreven als een waarschuwing voor ons, op wie de einden der eeuwen gekomen is,” (1 Korinthiërs 10:11 De Geschriften 1998 +)
“Alle Schrift is van God ingegeven, en nuttig tot onderwijzing, tot overtuiging, tot verbetering, tot onderrichting, in al wat de rechtvaardigheid betreft; Opdat de aan Gods gewijde mens volkomen zij, tot alle goed werkzaamheid vol komen toegerust.” (2 Timotheüs 3:16-17 PALM)
Wetende dat de Heilige Schrift, als Uniek Boek, alleen maar door God kan ingegeven zijn kunnen we er zeker van dat deze ook rendabel is voor het onderwijs, voor weerlegging, tot verbetering, en voor de opleiding in gerechtigheid. Door het lezen en bestuderen van het Woord van God kunnen we God de Allerhoogste beter leren kennen, maar ook kunnen wij te weten komen wie iedereen juist is alsook wie wij zelf zijn of kunnen zijn. Door het bestuderen van de Heilige Schrift kunnen wij namelijk ons beter leren kennen en inzien waar wij horen te staan in de maatschappij. Wij kunnen er uit leren aan ons zelf te werken, zodat wij als kinderen van God onszelf completer kunnen laten worden, en volledig uitgerust worden voor alle goed werk op een andere manier dan een heiden goede werken zal kunnen doen. Wij zullen te zien krijgen dat het Woord van God zo krachtig is dat het ons ook zal bloot leggen voor wat we werkelijk zijn. We kunnen ons nooit verstoppen voor God, Hij kent onze innerlijke gedachten. Maar voor de mens kunnen we ons misschien anders voordoen dan wij werkelijk zijn. Voor de wereld kunnen wij misschien een ander masker en een schild opzetten. Jehovah God weet alles van ons. Hij weet wanneer we gaan zitten en als we opstaan en Hij onderscheidt onze neigingen van verre.
“(1) O יהוה (Jehovah) U zocht mij en kent me. (2) U kent mijn zitten en mijn opstaan; U begrijpt mijn gedachten van verre. (3) U zift mijn gaan en mijn liggen, En weet ook al mijn wegen. (4) Want er is geen woord op mijn tong, maar zie, o יהוה, Je weet het allemaal! ” (Psalm 139:1-4 De Geschriften 1998 +)
Wanneer gaan we de Schrift gaan onderzoeken is het belangrijk dat we het doen met de juiste redenen, omdat de Adonai Jehovah Elohim, de Allerhoogste het hart onderzoekt en de innerlijke motieven test, zodat Hij aan iedereen datgene kan geven wat zij volgens hun handelingen en gedragingen verdienen.
“” Ik, יהוה (Jehovah), onderzoek het hart, ik probeer {toets} de nieren, en geef elke mens naar zijn wegen, naargelang de vruchten van zijn daden. “(Jeremia 17:10 De Geschriften 1998 +)
Wanneer we het Boek van het Woord van God opnemen en regelmatig in de Bijbel lezen zal het in staat zijn om ons te vormen en te transformeren. Door het lezen van Zijn Woord zullen we te weten komen wat God aan ons kenbaar wil maken. Zijn spreken zal ons duidelijk worden. Door het veelvuldig Bijbellezen zullen wij niet alleen te weten komen wat God zegt tegen ons, maar ook wat Hij van ons wil. Wij zullen de hulpmiddelen leren kennen om ons sterker te maken en om verleidingen te weerstaan. Wij zullen inzicht krijgen in wat goed is en van wat er verkeerd of fout is (zonde). In de woorden zullen we vinden hoe we in staat zijn om God te behagen en hoe we kunnen vermijden om tegen zijn wil in te gaan (zondigen). Door het vermijden van de zonde of het doen van wat er mis is kunnen we ons zelf beschermen tegen de gevolgen van een dergelijke fout.
In het Boek der Boeken zullen we in staat zijn om uit te vinden hoe ons te gedragen in deze wereld. Uit de vele geschriften zullen we in staat zijn om de noodzakelijke dingen om aan onszelf te werken te filteren. Niet alleen zullen we leren wat voor soort mentale vooruitzichten we hebben, maar ook hoe te komen tot betere mentale vooruitzichten. Veel zaken zullen veel duidelijker worden. Door de woorden in ons te laten werken zullen wij ook leren geduldig te zijn in plaats van wrevel of woede op te roepen. We zullen in staat zijn om ons denken veel meer te beheersen, zodat wij mindere aan slechte dingen zullen denken. Wij zullen merken dat we meer aan de goede dingen en positief zullen denken in plaats van stil te staan bij het negatieve. In de transformatie die we kunnen ondergaan door het regelmatig de Bijbel lezen zullen wij tot de mogelijkheid komen om echte liefde en mededogen te leren. Liefde op basis van seksualiteit, persoonlijke hebzucht of egoïsme, en hard intolerantie zal plaats maken voor de ware Agape liefde. Nederigheid in plaats van arrogantie zal in het hart komen dat meer zal open staan voor iedereen welke ook hun overtuiging moge zijn .
De vele verhalen van andere mensen zullen ons meer inzicht geven hoe ze zich gedroegen, wat de gevolgen waren en hoe wij ons moeten gedragen. We zullen in staat zijn om de vele instructies over hoe we tegenover onze partner of andere mensen moeten staan. Wij zullen kunnen leren hoe we onze kinderen best kunnen opvoeden, hoe te handelen op school of werk, hoe te reageren op anderen of om hen te helpen, zelfs om goed te zijn tegenover degenen die ons minder goed behandelen of ons zelfs pijn doen, en hen daarbij de kans geven om ook betere burgers te worden . De Bijbel zal ons leren hen die pijn doen of hebben, ook te troosten.
In de woorden van God zal u in staat zijn om een manier te vinden om zelf een betere persoon te worden en hoe u het leven gemakkelijker en aangenamer voor u zelf en mensen om u heen zal kunnen maken. Door te leren hoe u zekerheid in uw leven kan hebben, want we kunnen vertrouwen in Jezus en op zijn vader kunnen we rekenen. Jezus zijn Vader zal er namelijk altijd zijn voor diegenen die op zoek zijn voor Hem. Op Jehovah God mogen we rekenen op elk moment van de dag of nacht. Hij zal er ieder ogenblik klaar staan om ons kracht te geven in onze zwakheid, om ons geloof te geven als we twijfelen, en ons vrede te geven als we in rep en roer staan. In tijden van tegenspoed zullen we in staat zijn om troost te vinden door het lezen van Zijn Woord. Dat zijn voldoende redenen om de moed op te nemen om regelmatig door te gaan met het lezen in de Bijbel.
Hoe meer we in de Heilige Schrift lezen des te meer we leren over God en wat Hij voor ons wil. Door het bestuderen van Zijn Woord zal u ook leren wie u bent en in welke verhouding tot God staat.
Terwijl wij de Bijbel lezen en bestuderen, zullen we ontdekken dat God van ons een nieuwe schepping maakt, zoals Hij zal ons zal helpen ons volledige menselijk potentieel te bereiken. Jehovah, de Schepper van alles, heeft het menselijk ras met de Bijbel een Instructie Boek of “Handleiding voor het leven” gegeven. We zullen geconfronteerd worden met vragen. We zullen ook keuzes moeten maken in wat te geloven of op welke wijze verder te gaan. Maar als we echt open minded willen zijn en wij al die dogma’s die we hebben geleerd door de menselijke leringen en bevooroordeelde populaire menselijke geschriften willen terzijde leggen, dan zullen we ontdekken dat de Bijbel een eye-opener kan zijn, die alle antwoorden voor ons leven biedt . Door het regelmatig lezen van de Bijbel zal het gemakkelijker worden om Gods leiding te onderscheiden in ons leven. Volledig begrip komt alleen voort uit de tijd doorgebracht in Zijn woord. Hoewel we binnen één nacht geen wonderen behoeven te verwachten. Het is niet dat wij tot een ongelooflijke verandering zullen komen in één, twee, drie klikken van de vingers. Het zal geduld vergen. Maar van dag tot dag zullen een paar kleine veranderingen onze persoonlijkheid over de maanden of jaren ons kneden en in staat stellen om te groeien tot een nieuw persoon, het op een gegeven moment het keerpunt zal bereiken om als ‘herboren’ te worden.
Wij hopen dat u wilt geduldig te zijn en de Heilige Schrift, meer dan een keer zal willen lezen, zo dat het een bijzondere ervaring zal mogen zijn die je uit de buurt krijgt van deze harde wereld meer dan één keer in je leven. Telkenmale je de Bijbel ter hand neemt kan het een verrijking zijn en u inspiratie en levenslust geven.
Wat er ook gebeurt weet dat alles steeds aan het licht zal komen en dat voor anderen ook alles zal open gelegd worden zodat zij de ware toedracht zullen herkennen. Een slechte ervaring mag u niet doen afschrikken, maar moet je ook leren gebruiken als een ervaring en leerschool. Bedenk ook dat u altijd op God kan beroep doen. Hij is steeds bereid om je gebeden te beantwoorden zolang deze in overeenstemming zijn met Zijn wil. Hij zal geven aan elk van ons wat onze daden verdienen.
“Maar alle zaken die afgekeurd worden {1} manifesteren zich door het licht, want alles wat tot uiting komt is licht . {Voetnoot: 1 of weerlegd, of blootgesteld}.” (Efeziërs 5:13 De Geschriften 1998 +) Daarom wordt gezegd: “Ontwaak, al wie slaapt! Sta op uit het graf en de Mshicha zal jullie verlichten.”
“En ik zal haar kinderen met de dood slaan. En al de Gemeenten zullen weten, dat Ik Degene ben die nieren en hart doorzoekt . En ik zal aan ieder van u geven naar uw werken.” (Openbaring 2:23 De Geschriften 1998 +)
“” Vraag en het zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en voor u zal opengedaan worden. “(Mattheüs 7:7 De Geschriften 1998 +)
Wie vraagt zal ontvangen, wie zoekt zal vinden en voor wie klopt zal worden opengedaan.
Maak daarom graag tijd om te bidden en de Bijbel te lezen. Graaf in de Heilige Schrift om te vinden wie wie is en om nieuwe weilanden te vinden plus om te weten te krijgen wat Gods plan is met deze wereld. Wees niet bang om tot God te bidden voordat u start met uw lees sessies. In het geval u met iemand anders samen kunt lezen zal u in staat zijn om de lees-fragmenten met elkaar te bespreken en kan u elkaar helpen om een beter begrip van het blootgestelde materiaal te verkrijgen. Neem de tijd om het Woord van God tot u te nemen en het te laten doordringen. Sla bij het lezen in de Heilige Schrift acht op de dingen die God verlangt. Probeer te horen wat God wil vertellen aan u, en werk er aan om die leringen op te nemen in je leven.
Wat je ook leest of ziet laat het altijd in het licht van Gods Woord komen. Laat ieder woord of handeling worden gecontroleerd met wat de Bijbel verlicht en neem vervolgens actie in het licht van het geleerde. Laat je toenemende inzicht je ondernemen om de juiste veranderingen aan te brengen.
En vergeet nooit dat als je een christen wil zijn het nog belangrijker is om de Heilige Schrift te lezen dan wanneer je niet zou geloven in een god of in de God die we moeten eren.
Jezus heeft de Schrift nooit gekleineerd (zoals sommige moderne critici doen), of het opzij gelegd (zoals de Joodse leiders van zijn dagen dat hadden gedaan met hun orale tradities), of gaf er nooit kritiek op (hoewel hij degenen bekritiseerde die het misbruikten), of sprak het nooit tegen (hoewel hij vele interpretaties daarvan verwierp), noch sprak hij in een of andere hoogdravende manier zoals ‘hogere’ critici van het Oude Testament (Tenach) dit wel doen.
Jezus gehoorzaamde het Woord van God, niet de mens. Hij was onderworpen aan dat Woord van God. Als sommige leiders hun inzicht van inspiratie waar was, zou Jezus onderworpen geweest zijn aan een dwaling, in plaats van aan een achteloos weggegooid-samengeraapt ” woord van de mens. “Jezus zou dan onderworpen geweest zijn dan, aan de wil van de mens, niet aan de wil van God. Maar voor hem was het over duidelijk, hij zoals elk ander mens, hoorde naar God te luisteren, welk kon gebeuren door het lezen en bestuderen van de Heilige Schrift.
Wacht niet tot het morgen of te laat is om de Bijbel te bestuderen. Het is een veel te belangrijke boek om er geen belangrijke tijd aan te besteden.
+
Engelse versie / English version: The importance of Reading the Scriptures
++
Lees ook:
Read Full Post | Make a Comment ( 21 so far )
- Voorgaand artikel: Belangrijkheid van de Heilige Schrift
- Boek der boeken
- De kunst van het neerschrijven
- Mondelinge of schriftelijke overlevering en aantal auteurs
- Het schrijven van de Pentateuch
- Een Naam voor een God #2 Optekening en Kenbaarmaking
- De Bijbel is het Woord over God
- De Bijbel Woord van God tot ons gebracht als Heilig Schrift.
- Waarom de Bijbel lezen?
- Nut van het lezen van de Bijbel
- Kennis en wijsheid door een Oud Boek
- De Bijbel als instructieboek
- Van de vele boeken kan enkel de Bijbel je transformeren
- De Bijbel onze Gids
- De Bijbel voor u en voor uw leven
- De verjaardag van de King James Bijbel als aanleiding voor prediking
- Studiedag rond Bijbelse Beeldtaal
- Lezen wat er staat geschreven
- Symboliek in de Heilige Schrift
- Waarom wij in de Bijbel moeten geloven
- Onzeker over relevantie Bijbel
- De Dag is nabij #3 Niet laten verrassen
- Verkondigen van Evangelie opgetekend in de Bijbel
- Redding, vertrouwen en actie in Jezus #5 Verblijven in Christus
- Redding, vertrouwen en actie in Jezus #8 Omgang met Leerstellingen
- De verkeerde held
Belangrijkheid van de Heilige Schrift
Veel mensen moeten lachen om degenen die genieten van het lezen van de Oude boeken der boeken, de Bijbel. Van al die boeken, brengen de laatste reeks de wereld blijde tijding. Na de Hebreeuwse Geschriften welke veel aankondigingen brengen, mogen de mensen in de Griekse Geschriften nu veel volbrengingen van die beloofde zaken zien. In het Nieuwe Testament vinden we ook de apostel Lukas zijn geschriften over de eerste volgelingen van Christus. Hij geeft ons een idee wat er om ging in de eerste gemeenschappen van de toenmalige sekte De Weg.
Het deel Handelingen van de Apostelen uit de Nieuwe Testament lezingen brengt voor ons een beeld hoe het evangelie zich kon verspreiden van Jeruzalem naar Rome, van Jood tot niet Jood of van gelovige tot niet gelovige of ongelovigen. Lukas begint en eindigt met zijn gedachten over het Koninkrijk Gods en geeft ons met de later geconverteerde Paul een idee van wat moois er voor ons is weg gelegd.
De man die Lukas en Paulus volgden, was een profeet van God die naar deze wereld kwam om alles wat duidelijker te maken. Jezus van Nazareth wilde dat we meer te weten zouden komen over de Schepper op de beste manier die we konden om zo veel mogelijk te weten te komen over Hem. Voor deze grote leraar van zo’n kleine plaats, was het duidelijk dat hij niet in die kleine plaats kon blijven, maar dat hij moest gaan rondtrekken om zo meerdere mensen in contact te brengen met het Goede Nieuws. Ook wenste hij dat anderen zijn voorbeeld zouden volgen om uit te gaan in de wereld om dat prachtige nieuws, van wat er zou gaan verwezenlijkt worden door de wil van God, te verkondigen. Voor Jeshua was het duidelijk, zij die hem wilde volgen, moesten de Wil van de Vader herkennen en moeten als voornaamste doel ook de prediking van het evangelie hebben.
Vandaag is daar nog steeds niets aan veranderd. Degenen die zichzelf christen noemen, dat zou moeten betekenen dat het echte volgelingen van Jezus Christus zijn, moeten het woord van het Evangelie verspreiden. Zij moeten aan anderen vertellen over het goede nieuws over de dingen van het Koninkrijk. Zoals de eerste volgelingen van Jezus het Woord van God niet mochten verwaarlozen mogen ook wij het niet veronachtzamen. Ook vandaag is het niet juist om de verkondiging van Gods woord op te geven om voedsel uit te delen of ons meer met caritatieve doeleinden bezig te houden.
“Toen in die dagen het getal der leerlingen steeds maar bleef stijgen, begonnen de hellenisten tegen de hebreën te mopperen, dat hùn weduwen bij de dagelijkse verzorging ten achter werden gesteld. Daarom riep het twaalftal de menigte der leerlingen bijeen, en zeide: Het is niet goed, dat wij het woord Gods verwaarlozen, om aan tafel te dienen.” (Handelingen 6:1-2 CANIS)
Wat de twaalf betreft die het hele lichaam van de leerlingen bij elkaar riep, zo moeten ook wij als ecclesia iedereen bij elkaar roepen en tot elkaar zeggen: “Het is niet goed dat we het prediken van het Woord van God zouden moeten verwaarlozen om voor de rekeningen te zorgen. “ We moeten er ook voor zorgen dat we kunnen groeien in het woord van God en dat we van een goede reputatie kunnen genieten, tegelijkertijd praktisch als geestelijk gelijkgezind zijnde. Als individuen, maar ook als een gemeenschap van broeders en zusters moeten we ons van ganser harte zetten aan het gebed en de bediening van het Woord.
Het kan alarmerend zijn als we zien hoe de wereld zich ontwikkelt, maar aan de andere kant kan het ook mooi zijn te merken dat we een bijzondere tijd, die al lang voorspeld is, te gemoed treden. We komen ook naar een tijd waar velen het geloof in het Woord van God verloren hebben, en velen niet iets willen weten over een god, of een betere manier van leven willen leren kennen. Hoewel velen het Woord van God opzij kunnen gezet hebben, mogen wij toch ook merken dat er anderen zijn die naarstig op zoek zijn naar de Waarheid en bereid zijn om tijd te nemen om meer te weten te komen. Degenen die op zoek zijn voor het doel van dit leven en voor wie er achter zit zijn degenen die gebruik willen maken van de Bijbel om zich verder te verdiepen in waarden en normen en redenen van of voor dit leven. Zij willen tijd nemen om het Woord van God te bestuderen. Zo merken wij dat over de gehele wereld toch meerdere mensen naar dat Boek der Boeken grijpen. Dus het Woord van God kan meer en meer terrein krijgen . In de wereld kunnen we zien dat het aantal leerlingen sterk verhoogt. Net als in de oude tijden moeten we soms van niets te beginnen, doordat er geen enkele gelovige in de buurt te vinden is. Maar doordat het vuur in ons schijnt kunnen wij het licht voor anderen zijn. Door ons enthousiasme kunnen wij het goede gevoel van het goede nieuws verspreiden.
Hoewel de meerderheid van de wereld misschien niet geïnteresseerd zal zijn in God en Zijn Woord, zal het Woord van de Heer nog steeds terrein kunnen winnen en zijn invloed vergroten. Want daar zit juist de Kracht van God achter, dat niettegenstaande al de tegenwerking Gods Woord toch overeind is gebleven en zich verder doorheen de wereld verspreidt.
“Maar het woord des Heren groeide aan, en breidde zich uit.” (Handelingen 12:24 CANIS)
“Zo groeide het Woord door ‘s Heren kracht, en werd het machtig.” (Handelingen 19:20 CANIS)
Wij hebben de verantwoordelijkheid om het woord van God te laten vermeerderen. Voortdurend wordt ons verteld dat het belangrijkste instrument om het evangelie aan anderen te brengen het Woord was. De volgelingen van Christus moesten er niet voor terugschrikken om dat Woord van god te spreken. Zo lezen we ook in Handelingen 4: 31 dat de apostelen het Woord van God spraken met vrijmoedigheid. Waardoor weer anderen dit Woord tot zich konden nemen.
“Na hun gebed trilde de plaats, waar ze waren vergaderd; allen werden vervuld van den Heiligen Geest, en spraken vrijmoedig Gods woord.” (Handelingen 4:31 CANIS)
“Toen de apostelen te Jerusalem vernamen, dat Samaria het woord Gods had aangenomen, zonden ze Petrus en Johannes er heen.” (Handelingen 8:14 CANIS)
Na er voor gekozen te hebben volgelingen van Christus te zijn moeten wij ook “in Christus” zijn en proberen te worden “zoals Christus”. Als christenen moeten we onszelf aan Christus Jezus geven en moeten als zodanig deel gaan uitmaken van hem, die in het woord vlees is geworden. De geleding van dit is erg ontnuchterend, om deel te worden van Jezus betekent dit dat ons leven moet zijn als zijn leven, gehuld in het Woord. Jezus was de man die Gods Woord in de buurt van alle mensen, gelovigen en niet-gelovigen, Joden en heidenen bracht.
Jezus maakte het erg duidelijk dat we moesten leven volgens de geest van de wet en daarom moeten we het Woord van God moesten beleven . Elke handeling die we doen moet onder de leiding van de hoogste God gebeuren. Elk woord dat we spreken moet in respect zijn ten opzichte van elke creatie van de Almachtige. De vele boeken die God heeft verstrekt aan het publiek zijn niet alleen letters op een stuk papier om plezier in lezen te geven. De woorden op het papier moeten in het bloed van de lezer gaan. Zij moeten in de hersenen binnen treden en er een levend deel van worden. Het Woord van God moet een integraal geheel worden dat door al onze aderen vloeit en ons zo wel lichamelijk als geestelijk voedt.
Wanneer we in de wereld gaan moeten we het Woord van God uitademen. In alles wat we doen moeten mensen iets speciaals zien. Voor anderen moet er een verschil te merken zijn tussen een goede heiden of een ongelovige en een christelijke. Het evangelie wordt gepredikt op zijn best wanneer het wordt geleefd.
Als anderen kunnen neer kijken op ons en zeggen dat ze met een volgeling van Jezus zijn geweest en getuige konden zijn van deze Jezus van lang geleden in de wereld van vandaag, is het goed. We moeten in staat zijn om de anderen het gevoel mee te geven dat ze misschien iets van hem hebben geleerd. Om dit te doen moeten we toestaan dat onze geest wordt ontwikkeld door Gods Woord. Het menselijke denken, of de geest van het vlees is iets dat wij van nature bezitten. De gedachte van de geest kan alleen worden verkregen door enten in het Schrift. Het belang van het Woord van God in ons leven kan niet worden onderschat.
Jehovah heeft gezegd dat de hemel voor Hem een troon is, en de aarde Zijn voetenbank, waarbij Hij de mensheid vroeg op welke manier zij dan voor Hem een huis zou kunnen bouwen.
Zo zegt יהוה (Jehovah): “De hemel is Mijn troon, en de aarde is mijn voetenbank. Waar ligt dit huis dat je bouwt voor mij? En waar is deze plaats van Mijn rust? “En al deze hebben Mijn hand gemaakt, en al deze die er bestaan,” verklaart יהוה. “Maar tot zo iemand kijk Ik: naar hem die arm is en gekneusd van geest en wie voor mijn woord beeft. (Jesaja 66:1-2 De Gechriften 1998 +)
Jehovah moet in staat zijn om het huis te zien dat we bouwen voor Hem. Niet alleen moeten we het woord van Adonai Jehovah, de Allerhoogste, horen en beven voor Zijn woord, we moeten ervoor zorgen dat Zijn Woord bekend zal worden over de hele wereld, zodat de Elohim Hashem Adonai verheerlijkt mag worden, zodat we God Zijn vreugde kunnen zien, maar ook hun schaamte.
“Hoor het Woord van יהוה (Jehovah), gij, die voor Zijn woord beeft:” Uw broeders die u haten, die ulieden uitstoten ter wille van mijn naam, zei: “Laat יהוה worden geacht, zodat we uw vreugde mogen zien. Maar zij tot schaamte zijn gebracht. “(Jesaja 66:5 De Gechriften 1998 +)
Wij mogen de zekerheid hebben dat God zal kijken naar iedere man die bereid is om te leren over de Allerhoogste God, zelfs naar hem die arm en verslagen van geest is, en beeft bij Gods Woord ” (Jesaja 66: 2).
De apostel Paulus zegt in zijn waarschuwing aan de oudsten van Efeze waakzaam te zijn: “En nu, broeders, ik verplicht u tot Elohim en het woord van Zijn gunst, dat is u op te bouwen en je een erfdeel te geven onder al diegene die apart zijn gezet. (Handelingen 20:32 De Geschriften 1998 +)
De Heilige Schrift vertelt ons dat we er zeker van mogen zijn dat we kunnen leren en dat die woorden ons niet alleen kunnen stichten maar ook helpen om ons verder op te bouwen, en ons een erfdeel te geven onder allen, die geheiligd worden. Want wij als christenen moeten medewerkers zijn van Elohim, we moeten het veld van Elohim zijn, het gebouw van Jehovah God. (1 Korintiërs 3:9)
“Wij zijn Gods medearbeiders; gij zijt Gods akker, Gods bouwwerk.” (1 Corinthiërs 3:9 CANIS)
“Hij die naar beneden ging is ook degene die ging ver boven alle hemelen, om alle te vullen. En Hij heeft sommigen als gezanten, en weer anderen als profeten, en sommigen als evangelisten, en sommigen als herders en leraren voor het perfectioneren van de apart geplaatsten, tot het werk van dienst aan een opbouw van het lichaam van de Messias, totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van Elohim, tot een volkomen mens, tot de mate van de grootte van de volledigheid van de Messias, zodat we niet langer kinderen hoeven te zijn, heen en weer gegooid en gedragen door elke wind van leer, door het valse spel der mensen, in slimheid, tot de sluwheid van de meest vooraanstaande dwalen, {1 Voetnoot: 15:6, ook 2 Kor. 10:05, 2 Kor. 11:3-14, Gal. 1:6-9, 2 Tim. 3:1-8, 2 Tim. 4:2-4, 2 Peter 2:2-22, Jud. vv. 10-19}. maar, de waarheid in liefde handhavend, groeien we in alle opzichten in hem, die het hoofd is, Messias, van wie het hele lichaam, aangesloten en samen gebreid is door wat elk gewricht voorziet, volgens de werking, waardoor elk deel zijn aandeel heeft , ervoor zorgt dat er groei van het lichaam voor de opbouw van zichzelf in de liefde is. Dus dit zeg ik, en getuig ik in de Meester, dat je niet meer moet lopen als de heidenen wandelen, {1} in de futiliteit van hun geest, {Voetnoot: 2 Cor. 12:2, en Jer. 10:02}. te zijn verduisterd in hun verstand, die is vervreemd van het leven van de Elohim, als gevolg van de onwetendheid die in hen is, vanwege de hardheid van hun hart, die, nadat zij ongevoelig zijn geworden, zich overgegeven hebben aan onfatsoenlijkheid, om alle onreinheid uit te oefenen met hebzucht. Maar je hebt Messias niet zo geleerd, als je inderdaad Hem gehoord hebt en werd onderwezen door hem, als de waarheid is in יהושע (Jeshua): dat je af zet – ten aanzien van uw vroegere manier van leven – de oude man, dat beschadigd geworden volgens de wensen van het bedrog, en vernieuwd moet worden in de geest van uw denken, en dat je de vernieuwde man aandoet {1} die werd opgericht op basis van Elohim, in gerechtigheid en apart gestelde van de waarheid. {Voetnoot: 1Rom. 08:01}. (Efeziërs 4:10-24 De Geschriften 1998 +)
Er is “waarheid in Jezus” die het Woord van God bij ons bracht. Na de dag van de wraak van Christus zal het leed van Israël worden omgezet in overvloedige vreugde. Alle gespaarde heidenen zullen zich verheugen in hun redding. Alle volken zullen opkijken naar de heerlijkheid van God, zoals het schijnt in het gelaat van Christus, de Koning, en de aanbidding zal zorgvuldig en voortdurend bijgewoond worden door alle volkeren van de aarde.
Vandaag kunnen we kennis nemen van wat er gebeurt in het Midden-Oosten en met grote belangstelling kijken we naar de voorzienigheid van God voor de Joden, in de wetenschap dat hun terugkeer naar hun land een voorbereiding is op de vervulling van veel profetieën, een teken van de aanpak van het einde van de tijd en de komst van Christus. “Kom, Heer Jezus.”
Wanneer de Tijden dichter bij de Eindtijd komen zal het ons niet gemakkelijker maken, maar we kunnen er zeker van zijn dat wij de zegeningen over ons zullen kunnen vinden aan het eind.
“En inderdaad, al die wensen eerbiedig te leven in de Messias יהושע (Jeshua), zullen worden vervolgd {1 Voetnoot:. 1Mt. 5:10}. Maar slechte mensen en bedriegers zullen doorgaan tot het ergste, {1} doen dwalen en op een dwaalspoor gebracht worden. {Voetnoot: 1Mt. 24:12, Openbaring 22:11}. Maar u, blijf in wat je hebt geleerd en vertrouwde, geweten te hebben van wie je hebt geleerd, en dat van een babie die je gekend hebt de apart geplaatste Geschriften, die in staat zijn om u wijs te maken voor verlossing door het geloof in de Messias יהושע. Geheel de Schrift wordt ingeademd door de Elohim en is winstgevend voor het onderwijs, tot wederlegging, tot het instellen van recht, tot rechtvaardigheid, opdat de mens van Elohim zou kunnen worden uitgerust, toegerust tot elk goed werk. “(2 Timotheüs 3:12-17 De Geschriften 1998 +)
“Betrouwbaar is het woord: Want indien wij stierven met hem, zullen wij ook met hem leven.” (2 Timotheüs 2:11 De Geschriften 1998 +)
“Verkondig het Woord! Wees dringend in het seizoen, buiten het seizoen. Berisp, {1} waarschuw, verzoek {of doe beroep op}, met alle geduld en onderwijs. {Voetnoot: 1 of: weerleg, of bewijs hun ongelijk. ” (2 Timotheüs 4:2 De Geschriften 1998 +)
Vanaf het moment dat we de mogelijkheid kunnen krijgen om het Woord van God te leren beginnen we als baby’s en zouden wij moeten popelen om meer te leren als kind, te merken dat de Heilige Schrift, in staat is om ons wijs te maken tot zaligheid, door het geloof in Christus Jezus. Het 16e vers van 2 Timotheüs kan ofwel worden vertaald “Elk Schrift is door God geïnspireerd en is nuttig bij het onderwijs” of “Elk Schrift door God geïnspireerd is nuttig voor het onderwijs”, maar in beide gevallen wordt de inspiratie van de Schrift aangenomen, de schrijver die tevreden is om zijn verschillende toepassingen aan te geven. De belangrijkste wijsheid komt van de Heilige Schrift, die ons in staat stelt om ons wijs te maken tot zaligheid. Op zich, zegt de Bijbel ons niet te redden – maar het is alleen door de Bijbel dat wij Gods waarheid over Jezus kunnen ontvangen en geloof in hem kunnen stellen.
Geheel de Heilige Schrift is door God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing in rechtvaardigheid, opdat de mens Gods volmaakt zij, volkomen toegerust tot alle goed werk.
Het is het Woord van God dat dan de mogelijkheid heeft om ons op te bouwen, ons wijs te maken tot zaligheid en onze zielen te redden.
Er zijn belangrijke gebeurtenissen in de bediening van Jezus, die Matteüs, Marcus en Lukas optekenen maar door Johannes zijn weg gelaten, met inbegrip van Jezus ‘geboorte, doop, verzoeking in de woestijn, het Laatste Avondmaal, de lijdensweg in Gethsemane, de Hemelvaart, demonische confrontaties, en gelijkenissen. Maar Johannes schijnt een extra dimensie te geven aan het Woord dat vlees geworden is en waar wij zijn heerlijkheid in hoeven te aanschouwen, van de enig geboren Zoon van de Vader, vol van genade en waarheid. (Johannes 1: 14). Hier is degene die zei: “Zie, Ik kom (in het volume van het boek is geschreven over mij), om uw wil te doen, o God.” (Hebreeën 10: 7).
De Messias, Christus, de Verlosser van de zonde, wordt voorgesteld als diegene die zichzelf aanbiedt zichzelf opofferend aan de wil van God (tou poiēsai to Thelema sou) . En als we als Christus zouden willen zijn, moeten we ons aanbod of offer ook zo goed als we kunnen moeten brengen. We zullen ons ook vol overgave aan God Zijn wil moeten overgeven.
We kunnen niet het diepe spirituele inzicht verkrijgen dat Jezus had in het Woord, toch, wij, als we een deel van hem horen te zijn, moeten wij deze woorden proberen en toepassen op ons eigen leven. Jezus gaf ons de bekende gelijkenis van de zaaier, die voor ons is opgetekend in Mattheus hoofdstuk 13, Lukas hoofdstuk 8. De details zijn ons wel bekend, het gaat niet alleen over de ontvangst die mensen geven aan Gods Woord, maar ook over de receptie dier er wordt gegeven aan hem, die het Woord is. Als Jezus werkelijk is in ons hart is, dan straalt het evangelie van ons af. “Hoe liefelijk zijn de voeten van hen die het evangelie van de vrede prediken en de blijde boodschap van goede dingen” (Romeinen 10: 15).
Sprekend over de discipelen zegt Jezus in zijn gebed tot zijn Vader “Ze zijn niet van de wereld … Heilig ze in Uw waarheid: Uw woord is de waarheid.” (Johannes 17: 16, 17).
Het Nieuwe Testament vormt een aanvulling op het Oude Testament, waarin de toekomst werd voorspeld die kwam aan het bestaan in de aanwezigheid van Christus Jezus. Van Genesis af was er de belofte van de een die zou komen om een einde te maken aan de dood. In de andere boeken werd er vele malen verwezen naar de in de Tuin van Eden gedane belofte van een te komen Verlosser. Jezus is in het centrum van de oude geschriften. Het gaat over hem en ons heil in hem, als we onze ogen niet openen om dit te zien, zal de Bijbel een gesloten boek blijven.
Laten we moed opbrengen en een beetje meer tijd bestedenin het lezen en het toepassen van het woord in ons leven. Zo kunnen we net als Jozua en Kaleb er zeker van zijn dat de Heer in ons genoegen zal nemen en ons de erfenis zal geven die Hij heeft beloofd aan iedereen die Hem liefhebben want wij hebben het woord met vreugde ontvangen.
+
Engelstalige versie / English version: The Importance Of Scripture
Aangeraden lectuur:
Read Full Post | Make a Comment ( 24 so far )
- Oudste Hebreeuwse tekst
- Een uiteenvallende Bijbel teken voor iemand die dat niet doet
- De Bijbel is het Woord over God
- Waarom de Bijbel lezen?
- Van de vele boeken kan enkel de Bijbel je transformeren
- Boek der boeken
- De Bijbel voor u en voor uw leven
- De weg ten leven
- Onzeker over relevantie Bijbel
- Bedenkingen Het Begin Joh 1
- Johannes 1:18 wat zegt de Bijbel
- Geschriften en kracht van God #1 Inzicht
- Geschriften en kracht van God #2 Eén in Christus
- De Bijbel onze Gids #1 Fundament in de Schrift
- Lezen wat er staat geschreven
- Waarom wij in de Bijbel moeten geloven
- Aanvoelen en kennis
- De Bijbel Goddelijke wijsheid ook voor ons
- Religie, Wet en Leven
- Voorbijgaande wereld maar toch blijvend
- God ontmoeten in zijn woord
- De Bijbel Goddelijke wijsheid ook voor ons
- De Bijbel Woord van God tot ons gebracht als Heilig Schrift.
- Gelukkig de man die zijn vreugde vindt in het Woord van God
- 1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #4 Volgens Gods Wil
- Kan men geloven zonder Bijbel
- Verkondigen van Evangelie opgetekend in de Bijbel
- Symboliek in de Heilige Schrift
- Verbum Domini
- 40ste verjaardag van ‘Dei verbum’
- Het Woord van God een hamer
- Gods Woord als scalpel
- Gods Woord als regen
- Bedenking rond Onveranderlijkheid
- Mogelijkheid tot leven
- Hebt u een Engelse Bijbevertaling?
- Wat staat er in de Bijbel
- Door moeilijkheden zien dat de bijbel waar is
- Bijbel boek voor het heden
- Bijbel als een waterplas
- Lekker eten dat blijvend is
- Pennenvriend
- Werken aan de Bijbel aanvoelend als vernieuwen van bedradingen in een oud huis
- Bert Anciaux over de Bijbel
- Band tussen Bijbelse Boodschap en eigen leven
- Actualiteit Verbieden Boeken
- Oproep tot een spirituele en theologische benadering van de Bijbel
- Een giftige Bijbel
- Opmerklijk advies plaatsing Bijbels
- De boekrol
- Bijbel medicijn tegen depressie
Jesaja profeet en boodschapper van God
Jesaja profeet en boodschapper van God
Jesaja, Isaia(h), (Hebreeuws Yesha’yahu, „God is redding“) (8ste eeuw BC, Jeruzalem, oud Israël), het grootste en waarschijnlijk het meest universeel geliefde van de profetische boeken van het Oude Testament. Het Bijbelse Boek van Jesaja wordt genoemd naar hem maar slechts enkele van de eerste 39 hoofdstukken worden toegeschreven aan hem.
Jesaja was een significante medewerker tot Joodse en Christelijke tradities en wordt herhaaldelijk vermeld in 2 Koningen en drie keer in 2 Kronieken. Zijn naam verschijnt zestien keer in het boek dat zijn naam draagt.[1]
Het is in zijn theologie dat Jesaja meest op Israëlitische traditie leunt en een kennis vertoont met de gedachten van Amos. Jesaja deelde met hem en met de mensen de al lang bestaande traditie dat een speciale band Israël en haar God verenigde. Sinds patriarchale tijden was er een overeenkomst, een plechtige „Overeenkomst“tussen hen geweest: het “Verbond” waarbij Israël de mensen van God moest zijn en Hij hun God.
Volgens deze beschrijving „zag“ Jesaja God en werd hij overweldigd door zijn contact met de goddelijke glorie en heiligheid. Hij werd verschrikkelijk bewust van de behoefte van God aan een boodschapper voor de inwoners van Israël, en, ondanks zijn eigen betekenis van ontoereikendheid, bood hij zich voor de dienst van God aan: „ Hier ben ik! Stuur me.“ Hij werd zo opgedragen om stem aan het goddelijke woord te geven.
Jesaja kende de God van Israël, Jehovah de Almachtige, als een juiste en consequent ordelijke God die van Zijn verwezenlijking (de Schepping) hield. Voor God waren de personen van belang. De God over alle goden en schepsels der aarde was, in feite meer bezorgd over mensen dan over hoe Zijn onderwerpen voor Hem hun rituelen uitvoerden. Voor Jesaja was het duidelijk dat God geschiedenis gestalte geeft, traditioneel ingaand op de menselijke scène om Zijn mensen van nationaal risico te redden. Maar volgens het in verlegenheid brengende vermoeden van Jesaja, kon de God zo behoorlijk vrij tussenbeide komen om Zijn eigen afwijkende natie te kastijden, en kon Hij een menselijke agent (b.v., een veroverende vijand) daarvoor tewerkstellen. Om Zijn doel te bereiken kon God verscheidene mogelijkheden aanwenden.
Jesaja spreekt van een teken van God, het komende Twijgje van Jesse, en een goddelijk kind dat een prachtige koning uit de geslachtslijn van David zou worden,zonder de tijd hiervoor te geven. [2] Deze aan de wereld gegeven zoon Immanuel [3] zou die langverwachte redder,de Messias en de gelovige Getrouwe Beleidvolle Slaaf[4] of bediende van de Enige Ware God zijn.
De bediende zal uit de stam van Jacob opreizen en zal deze herenigen. Hij zal de overlevenden van Israël terug brengen en herstellen en zal een licht voor de naties zijn en Gods bevrijding brengen over heel de aarde. [5] Magnifiek mengen de hoopvolle passages in dit boek van de Bijbel constant met de atmosfeer van het heersen noodlot. Later in het Nieuwe Testament vinden wij Jezus die de synagoge in Nazareth binnen gaat om een rol van Jesaja te lezen. Toen Jezus las: De „geest van de Heer Jehovah is op me; omdat Jehovah mij gezalfd heeft om goede tijdingen te prediken tot de zwakkeren; hij heeft mij gestuurd om de ontroostbaren samen te binden, vrijheid aan de gevangenen aan te bieden, en het openen van de gevangenis af te kondigen voor hen die verbonden zijn; “ (Jesaja 61:1)[6] Ook zei hij „Vandaag is deze Schriftplaats vervuld”[7] Ook voor ons vandaag kunnen wij ons gelukkig prijzen wanneer onze ogen de dingen zien welke de apostelen konden zien. Zoals voor de apostels de woorden van Jesaja waar zijn, zo ook voor ons. Wij moeten ons oor tot die Geschriften geven en door de studie van de Bijbel zullen wij kennis krijgen; en ziend, zullen wij zien. [8] En Jezus vertelde de mensen dat hij gezalfd was en uitging om het Goede Nieuws of Blije Tijdingen, de Goede Boodschap (het Evangelie/de Gospel) te verkondigen. De reddingsgastvrijheid van God zal worden uitgebreid en de stumpers of de zielenpoten van de aarde zullen geëvangeliseerd worden en zij zullen leren dat God aan hun kant is.[9]
Jesaja waarschuwt Ahaz om zijn manieren aan te passen, omdat alvorens de Messias zou komen, de Assyriërs zouden binnenvallen en tragedie zouden brengen die groter is dan de scheiding van Ephraim van Juda, maar zij zouden ook hun ondergang moeten onder ogen zien en de lasten van de mensen van God zouden worden weggehaald, die hij nooit in de steek zal laten of verlaten.[10] Maar er was een alternatief voor de tragedie; Gods Volk hoefde niet te worden vernietigd. De overleving van de mensen hing opnieuw af van hun goedkeuring van de oude morele eisen. Door terug te keren zouden zij kunnen worden gered.
Israël is het voorwerp van de zorg van God en van vergevende gunst, Gods Gratie (44: 1, 2, 2.1, 22). God is de agent; de bediende is de ontvanger. De God roept Cyrus omwille van Israël (45: 4), maar de situatie wordt later duisterder (50: 4-10). De vernedering van Christus is merkbaar (50: 6), maar het Nieuwe Testament citeert de verzen 4-10 niet.[11] De context impliceert niet dat lijden plaatsvervangend is; het zegt dat God Zijn bediende zal helpen.[12]
Jesaja vertelt over een bediende die goed zal doen in zijn ondernemingen en zal worden geëerd, en opgeheven, en zeer hoog zal geplaatst worden. Hij deelt ook mee dat de volkeren door deze gewoon ogende mens zullen worden verrast. Zo zullen de naties ere aan hem geven; de koningen zullen wegens hem stil worden: want wat niet aan hen duidelijk was gemaakt zullen zij zien; en zij zullen hun meningen geven aan wat niet aan hun oren was gekomen omdat zij aanschouwen wat nog nooit was gehoord. Mensen maakten hem tot spot en wenden zich van hem af. Het was ons leed dat hij droeg, ons lijden drukte hem neer.
De mensen waren wreed naar hem toe, maar hij bleef kalm, zacht en stil. Hij werd in een hoek gedreven en mishandeld, maar zei geen woord. Hij werd als een lam naar de slachtbank geleid; zoals een schaap onder het scheren geen geluid maakt, stond ook hij zwijgend voor degenen die hem veroordeelden. Vanuit de angst en de benauwdheid werd hij bevrijd. Maar het was onze pijn die hij tot zich heeft genomen, en onze ziekten werden overgebracht op hem. Terwijl hij voor ons als een zieke scheen, op wie de straf van God was gekomen. Maar het was voor onze zonden dat hij verwond werd, en voor onze verkeerde handelingen, al het kwade door ons aangericht, dat hij werd verpletterd. Hij nam de straf op zich waardoor wij vrede hebben, en door zijn wonden worden wij goed gemaakt. Hij werd doorstoken en verbrijzeld terwille van onze zonden. hij werd zwaar gestraft zodat wij vrede konden hebben; hij werd geslagen en daardoor werden wij genezen!
Jesaja profeteerde dat deze bepaalde onschuldige persoon de dood zou vinden onder zondaars en dat hij begraven zou worden in het graf van een rijke in een laatste rustplaats met boosdoeners, hoewel hij niets verkeerd had gedaan, en geen misleiding in zijn mond zou te vinden zijn. Deze man, de groene scheut die dat zoenoffer bracht zal hoog worden verheven.
Wij keerden hem de rug toe en keken de andere kant op als hij langs kwam. hij werd veracht en dat deed ons niets. Doch zal hij talloze nakomelingen krijgen; vele erfgenamen. Jesaja brengt ons het heugelijke nieuws dat dit slachtoffer dat ons met God zal verzoenen opnieuw zal leven. Bij hem zal Gods voornemen in goede handen zijn. Als hij ziet wat allemaal is bereikt door zijn zware lijden, zal hij voldoening smaken. door wat hij heeft ondervonden, zal Gods rechtvaardige dienaar vele mensen rechtvaardig maken in de ogen van de Almachtige Vader, want hij zal al hun zonden dragen.
Wij kunnen weten dat de Almachtige God Jehovah tevreden was en zijn oprechtheid vóór mensen duidelijk maakte. Voor het op zich nemen van de zonden van alle mensen zal Jezus een erfenis met de groten hebben, en hij zal een deel in de goederen van de oorlog met de sterken hebben, omdat hij zijn leven opgaf, en onder de boosdoeners werd gerekend; het overnemen van zelf de zonden van de mensen, en het maken van gebed voor verkeerddoenden.[13]
Hier vinden wij expliciete verwijzing naar Christus (Mattheüs 8:17; Lukas 22:37; Johannes 12:38; Handelingen der apostelen 8:32, 37, Romeinen 10:16; 15:21; Hebreeërs 9:28; 1 Petrus 2:22, 24.25). Het zondeoffer van Jezus `is die prachtige gift die wij kunnen gebruiken om onze weg naar oprechtheid en redding te volgen.
Jesaja brengt de beloften van de lijdende bediende, de Zoon van David, en het Lam van God samen.
De profeet Jesaja slaagt in zijn doel een vreugdebode te zijn. Hij weet het Goede Nieuws aan te kondigen dat God door de vernieuwde en toegenomen glorie van zijn mensen verheerlijking zal brengen over deze wereld. Het boek van Jesaja is een visioen van hoop voor zondaren door de komende Messias, die voor de “vrijgekochte” mensen van God een nieuwe wereld belooft waar zonde en leed voorgoed zal vergeten worden (35:10; 51:11).
Bibliography:
S.H. Blank, Prophetic Faith Jesaja (1958), stressing thought and significance; Prophetic Faith in Jesaja and others (1980);
O. Eissfeldt, Einleitung in das- Alte Testament, (3rd Edition 1964; Eng. trans., The Old Testament: An Introduction, pp. 301-346, 1965), on the history of interpretation, with bibliography;
R.L.Harris, Jesaja, 1975;
E.J. Kissane The Book of Jesaja, 2 vol. (1941-43, vol. 1 revised edition 1960);
J. Lindblom, Prophecy in Ancient IsraelT (1962), an excellent general introduction to Israelite prophecy;
F.L. Moriarty, “Jesaja 1-39,” in The Jerome Biblical Comentary, vol. 1 (1968), these three quite different in approach;
R.B.Y. Scott, “The Book of Jesaja,” in The Interpreter’s Bible, vol. 5, pp. 151-164 (1956), for literary analysis;
E Sellin, Einleitung in das Alte Testamt 10th ed. rev. and rewritten by G. Fohrer (1965; Eng. trans., Introduction to the Old Testament, 1968), on the structure of the book, with bibliography;
B. Vawter, The Conscience of Israel (1961).
[1] De vroegste geregistreerde gebeurtenis in zijn leven is zijn oproep tot het profeteren zoals die nu in het zesde hoofdstuk van het Boek van Jesaja wordt gevonden; dit kwam ongeveer .742 vGT voor (vóór de Gewone huidige Tijdrekening). De visie (waarschijnlijk in de Tempel van Jeruzalem) welke hem tot profeet maakte wordt beschreven in een eerste-persoonsverhaal, mits Jesaja slechts van deze vertrouwelijke ervaring kon vertellen. (S.H.Bl. ; Macropaedia 9 p 908, Encyclopaedia Britannica)
[2] “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de HERE der heerscharen zal dit doen.” (Jesaja 9:6-7 NBG51)
[3] “Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel geven.” (Jesaja 7:14 NBG51)
[4] Koning David wordt ook de bediende van de Heer genoemd; Nebuchadnezzar, eveneens (Jeremia 27:6). Jeremia roept Jacob (de natie) ook de bediende van God (Jeremia 46:27, 28). Zerubbabel wordt de bediende van God genoemd (Hagai 2:23). Zechariah riep de Tak van David „mijn bediende“ (Zechariah 3: 8 ) en Ezekiel in zelfde v. roept Jacob (de natie) en de Bediende van David God’s (Ezekiel37: 25).
[5] “Hij zegt dan: Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weder op te richten en de bewaarden van Israel terug te brengen; Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde.” (Jesaja 49:6 NBG51)
[6] “De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis;” (Jesaja 61:1 NBG51)
[7] “En hij kwam te Nazaret, waar Hij opgevoed was, en Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. En Hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is: De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren. Daarna sloot Hij het boek, gaf het aan de dienaar terug en ging zitten. (4-21a) En de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht. (4-21b) En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld. En allen betuigden hun instemming met Hem en verwonderden zich over de woorden van genade, die van zijn lippen kwamen en zij zeiden: Is dit niet de zoon van Jozef? En Hij zeide tot hen: Gij zult ongetwijfeld deze spreuk tot Mij zeggen: Geneesheer, genees Uzelf! Doe alle dingen, waarvan wij gehoord hebben, dat zij te Kafarnaum geschied zijn, ook hier, in uw vaderstad. Doch Hij zeide: Voorwaar, Ik zeg u, geen profeet is aangenaam in zijn vaderstad. Doch Ik zeg u naar waarheid, er waren vele weduwen in de dagen van Elia in Israel, toen de hemel drie jaren en zes maanden lang gesloten bleef en er grote hongersnood was over het gehele land, en tot geen van haar werd Elia gezonden, doch wel naar Sarepta, bij Sidon, tot een vrouw, die weduwe was. En er waren vele melaatsen in Israel ten tijde van de profeet Elisa, en geen van hen werd gereinigd, doch wel Naaman de Syrier. En allen in de synagoge werden met toorn vervuld, toen zij dit hoorden. Zij stonden op en wierpen Hem de stad uit en voerden Hem tot aan de rand van de berg, waarop hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte te storten. Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.” (Lukas 4:16-30 NBG51)
[8] “En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken;” (Mattheüs 13:14 NBG51)
[9] “En Zich afzonderlijk tot de discipelen wendende, zeide Hij: Zalig de ogen, die zien, wat gij ziet. Want Ik zeg u: Vele profeten en koningen hebben willen zien, wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien, en horen, wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord.” (Lukas 10:23-24 NBG51)
“En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken;” (Mattheüs 13:14 NBG51)
“De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden” (Lukas 4:18 NBG51)
“blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het evangelie.” (Mattheüs 11:5 NBG51)
“En Hij antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij gezien en gehoord hebt: Blinden worden ziende, lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt, armen ontvangen het evangelie;” (Lukas 7:22 NBG51)
[10] “Daarom, zo zegt de Here, de HERE der heerscharen: Vrees niet, o mijn volk, dat in Sion woont, voor de Assyriers, wanneer zij u met de stok slaan en hun staf tegen u opheffen, zoals Egypte deed. Want nog een korte wijle, dan is de gramschap ten einde en mijn toorn richt zich op hun vernietiging. Dan zwaait de HERE der heerscharen de gesel over hen, zoals Midjan geslagen werd bij de rots Oreb, en Hij zwaait zijn staf over de zee en heft die op zoals in Egypte. En het zal te dien dage geschieden, dat hun last van uw schouder afglijden zal en hun juk van uw hals, ja, het juk zal vernietigd worden op uw schouder. Zij overvallen Ajjat, zij trekken door Migron, te Mikmas legeren zij hun legertros. Zij trekken de bergpas door: ‘Geba zij ons nachtkwartier’. Rama siddert, Gibea Sauls vlucht. Gil het uit, o dochter van Gallim! Pas op, Lais! Arm Anatot! Madmena vlucht, de inwoners van Gebim bergen zich. Nog heden stellen zij zich op te Nob: zij zwaaien hun handen in de richting van de berg der dochter van Sion, de heuvel van Jeruzalem. Zie, de Here, de HERE der heerscharen, houwt met vervaarlijke kracht de loverkroon af, de rijzige stammen worden omgehouwen en de hoge geveld; het dichte gewas van het woud houwt Hij af met het ijzer, en de Libanon zal vallen door de Heerlijke.” (Jesaja 10:24-34 NBG51)
[11] “De Here HERE heeft mij als een leerling leren spreken om met het woord de moede te kunnen ondersteunen. Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen. De Here HERE heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken; mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel Maar de Here HERE helpt mij, daarom werd ik niet te schande; daarom maakte ik mijn gelaat als een keisteen, want ik wist, dat ik niet beschaamd zou worden. Hij is nabij, die mij recht verschaft; wie wil met mij een rechtsgeding voeren? Laten wij samen naar voren treden. Wie zal mijn tegenpartij in het gericht zijn? Hij nadere tot mij. Zie, de Here HERE helpt mij, wie zal mij dan schuldig verklaren? Zie, zij allen vergaan als een kleed, de mot zal ze verteren. Wie onder u vreest de HERE, wie hoort naar de stem van zijn knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, vertrouwe hij op de naam des HEREN en steune op zijn God.” (Jesaja 50:4-10 NBG51)
[12] Deze verklaringen konden op Christus van toepassing zijn, maar het is niet duidelijk dat zij dat werkelijk zijn. [R.L.Harris; Jesaja, Jesaja, the Servant poems (de gedichten van de Bediende)]
[13] “Zie, mijn knecht zal voorspoedig zijn, hij zal verhoogd, ja, ten hoogste verheven zijn. Zoals velen zich over u ontzet hebben (zozeer misvormd, niet meer menselijk was zijn verschijning, en niet meer als die der mensenkinderen zijn gestalte) zo zal hij vele volken doen opspringen, om hem zullen koningen verstommen, want wat hun niet verteld was, zien zij, en wat zij niet gehoord hadden, vernemen zij. Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des HEREN geopenbaard? Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd. Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht. Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden. Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de HERE heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen. Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open. Hij is uit verdrukking en gericht weggenomen, en wie onder zijn tijdgenoten bedacht, dat hij is afgesneden uit het land der levenden? Om de overtreding van mijn volk is de plaag op hem geweest. En men stelde zijn graf bij de goddelozen; bij de rijke was hij in zijn dood, omdat hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in zijn mond is geweest. Maar het behaagde de HERE hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen des HEREN zal door zijn hand voortgang hebben. Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe; door zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen. Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeft.” (Jesaja 52:13-53:12 NBG51)
Studiedag over de Vreugdebode van het Evangelie
Hoe welkom is de vreugdebode die over de bergen komt aangesneld, die vrede aankondigt en goed nieuws [ ‘evangelie’ ] brengt,
die redding aankondigt en tegen Sion zegt: ‘Je God is koning!’ (Jes 52:7, NBV)
Uitnodiging
tot het bijwonen van de jaarlijkse
Studie- en
Ontmoetingsdag
van Broeders in Christus
zaterdag 2 april 2011
‘t Nieuwe Kerkehuis, Daltonstraat, Amersfoort
Waarom Jesaja?
Bij Markus begint Jezus zijn openbare prediking met: “De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie” (Markus 1 :15, NBG’51). Is het u hier wel eens opgevallen dat niemand Hem toen vroeg ‘waar heb je het over?’ Ze wisten dus kennelijk heel goed waar Hij op doelde.
Jezus’ tijdgenoten hadden inderdaad een heel concrete verwachting van dat evangelie. Zij verwachtten de wederoprichting van het koninkrijk, dat was begonnen onder David en Salomo, maar waaraan een einde was gekomen door de ballingschap in Babel. Na de terugkeer daaruit was dat koninkrijk nog niet hersteld. Uit het boek Daniël wisten ze dat hier lange tijd overheen zou gaan. Maar de daar genoemde tijd was verstreken, en dus verwachtten ze in hun tijd het optreden van de ‘Messias’, de beloofde koning uit de lijn van David, die alles weer zou herstellen. De term ‘evangelie’ (Grieks: euangelion, het goede nieuws) kenden ze ook. Die komt namelijk uit de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament, die de meeste Joden destijds gebruikten.
Het bijbehorende werkwoord euangelizomai (evangelizeren of het brengen van goed nieuws) is zesmaal te vinden in de profetie van Jesaja. En de Joden van de eerste eeuw gingen er van uit dat het sloeg op dat herstel van het koningschap. Dit moest wel betekenen dat de komende Messias de Romeinen uit het land zou verdrijven, en hij hun staat weer onafhankelijk zou maken. Maar wie Jesaja goed leest, ziet dat het in werkelijkheid over iets heel anders gaat; namelijk over de bevrijding uit de macht van zonde en dood. En dat is nog veel groter nieuws dan de staatkundige onafhankelijkheid waar zij naar uitzagen. Tijdens Jezus’ prediking hebben maar weinigen dit begrepen, maar na zijn opstanding was dat de boodschap waarmee de apostelen de wereld introkken.
Christenen weten uiteraard heel goed dat het evangelie te maken heeft met leven en dood. Maar hoe velen hebben ook een helder begrip van Jesaja’s prediking waar dat op gebaseerd is? Want Jesaja is geen gemakkelijk boek. Toch is die boodschap wel degelijk ook voor ons van essentieel belang, voor een goed begrip van wat het evangelie nu precies inhoudt, en van wat nu precies de rol is van de Messias (Grieks: Christos) die daar de spil van is. Onze komende studiedag willen we u daarom die boodschap van Jesaja laten zien.
Wat gaan we doen
Uiteraard is het niet mogelijk in een viertal studies even het gehele boek Jesaja te behandelen. Wat we willen doen, is u in kort bestek laten zien wat nu eigenlijk de boodschap van de profeet Jesaja is, en welke thema’s daar een rol in spelen. En vooral welke verbanden er allemaal zijn met de boodschap van de Evangeliën en de rest van het Nieuwe Testament. Na afloop krijgt u dan een nieuw boek mee uit onze serie “de Boeken van de Bijbel”, met daarin het volledige verhaal.
In de eerste studie willen we u de achtergronden schetsen: de politieke situatie van de wereld in Jesaja’s dagen, waartegen we het verhaal moeten lezen en begrijpen; maar ook het godsdienstige verval onder het volk. Niet alleen onder wie het verbond ontrouw waren geworden, maar evenzeer onder het ‘getrouwe’ deel, dat daarin meer werd meegesleept dan het zich bewust was. Dat volk had dringend verlossing nodig, maar besefte dit zelf niet. Dus moest ze dat eerst duidelijk worden gemaakt. En die boodschap is in de christelijke wereld van onze tijd nog even actueel.
De tweede studie toont u hoe God Zich in Jesaja presenteert als de God die opkomt voor wie Hem dient. Hij daagt als het ware de goden van andere volken uit te laten zien dat zij dat ook kunnen doen, en bovendien van tevoren aan kunnen kondigen. Dat kunnen ze echter niet, want ze zijn maar bedenksels van hun aanbidders. Daar tegenover stelt Hij Zijn aankondiging; niet alleen dat Hij zijn volk gaat bevrijden en verlossen, maar ook hoe Hij dat gaat doen. Want Hij bestuurt de geschiedenis. Wat Zijn volk overkomt, heeft Zijn hand over hen gebracht. Daarom moet Zijn volk zijn heil ook niet zoeken in eigen politieke of militaire oplossingen, maar vertrouwen op Hem.
Vervolgens tonen we u waarom er voor deze verlossing een speciale ‘losser’ nodig was. Het volk verwachtte een komende ‘gezalfde’ (Hebreeuws: Messias, Grieks: Christos) uit het huis van David. Maar zelfs de getrouwe Hizkia, die volgens de schrijver van het boek Koningen zijns gelijke niet had onder de koningen van Juda, was niet goed genoeg voor deze taak. Op het kritieke moment faalde ook hij. God schonk hem wel een spectaculaire bevrijding uit de macht van de Assyriërs, die model staat voor de echte bevrijding. Maar pas toen Hizkia besefte en erkende dat ook hij eerst een menselijke oplossing had gezocht i.p.v. direct te vertrouwen op een al door God gegeven belofte.
Tenslotte komen we dan tot de essentie van Jesaja’s boodschap: Gods plan voor de bevrijding uit de kerkers van de grootste vijand van de mens: de dood; en niet uit de greep van een politieke wereldmacht. Die overwinning op de dood zou niet worden behaald door een machtig krijgsman, maar door een nederig, gehoorzaam dienaar: Gods Knecht. Dat is het grootste nieuws waarop een mens maar zou kunnen hopen. En zelfs daar blijft het niet bij: die bevrijding uit de kerkers van de dood is er niet alleen voor de leden van het oude verbondsvolk, maar is ook beschikbaar voor allen uit de volken – de goyim, de heidenen – die zich bekeren tot de God van Israël.
Dat is misschien nog wel het allergrootste nieuws, zeker voor ons! De brenger van dat nieuws heet de ‘vreugdebode’, letterlijk: ‘hij die goede tijding brengt’. De term die Jesaja voor dat ‘goede nieuws’ gebruikt, is in het Hebreeuws bashar en in het Grieks euangelion. Die term is, in deze betekenis, karakteristiek voor Jesaja; en er is nauwelijks een compleet begrip van het ‘evangelie’ mogelijk zonder kennis van deze achtergrond. We willen dat daarom tot slot illustreren aan de hand van een reeks verbanden met het Nieuwe Testament.
Thema van de dag:
Jesaja
De ‘vreugdebode’ van het evangelie
9.45-10.30 Ontvangst
Programma
10.30 Eerste studie:
De wereld van Jesaja
Luister hiernaar, volk van Jakob … dat zweert bij de naam van de HEER en zich op Israëls God beroept, maar onwaarachtig en onoprecht. (Jesaja 48:1, NBV)
11.30 Tweede studie:
Wie is zoals Ik?
Dit zegt de HEER … er is geen god buiten mij. Wie is zoals ik? Laat hij het woord nemen … en laat hij onthullen wat er gebeuren gaat. (Jesaja 44:6-7, NBV)
12.15-13.45 Gelegenheid voor gesprekken en warme maaltijd.
14.00 Derde studie:
Geen koning zoals hij … maar toch
Hizkia stelde zijn vertrouwen in de HEER, de God van Israël. Nooit, noch voor noch na zijn tijd, is hij geëvenaard, door geen van de koningen van Juda. (2 Koningen 18:5, NBV)
14.45 Vierde studie:
Bevrijd uit de hand van ‘de sterke’
Kan aan een sterke de buit ontnomen worden, of zullen de gevangenen van hem die in zijn recht is, ontkomen? Maar zo zegt de HERE: Toch worden de gevangenen aan een sterke ontnomen, en ontkomt de buit van een geweldige. (Jesaja 49:24-25, NBG’51)
15.30-15.45 Pauze
15.45-16.30 Gezamenlijke discussie en beantwoording van vragen. 16.30-18.00 Gelegenheid voor gesprekken en broodmaaltijd.
Naast het volgen van de studies is er ruime gelegenheid voor onderlinge gesprekken of persoonlijke vragen aan de sprekers.
Ook bent u van harte welkom bij de lectuurtafel.
Broeders in Christus, Postbus 520, 3800 AM Amersfoort,
e-mail: info@broedersinchristus.nl website: www.broedersinchristus.nl
+++
De term Gospel wordt in de Engelstalige Bijbelvertaling NASB negenennegentig keer en in de NET Bible tweeënnegentig keren gevonden. In het Griekse Nieuw Testament is gospel de vertaling van het Griekse substantief euangelion (dat 76 maal voorkomt) “goed nieuws” en het werkwoord euangelizo (dat 54 keer voorkomt), betekent “om het goede nieuws te brengen of aan te kondigen”. Beide woorden zijn van het substantief angelos, “bode” afgeleid. In het klassieke Griekenland was een euangelos één die een bericht van overwinning of andere politieke boodschap of persoonlijke nieuws bracht dat vreugde veroorzaakte. Bovendien betekende euangelizomai “om als een bode van vreugde te spreken, om goed nieuws te verkondigen”. Verder werd het substantief euangelion een technische term voor het bericht van overwinning, hoewel het ook voor een politiek of privébericht werd gebruikt dat vreugde bracht.
Read Full Post | Make a Comment ( 1 so far )De verjaardag van de King James Bijbel als aanleiding voor prediking
Toewijding en Inspanning tot Prediken 400 jaren na de eerste Koning James Versie
Dit jaar gedenken wij het in 1611 verschenen meesterwerk van het meest vertaalde en hertaalde boek. 400 jaar geleden bracht de drukker Barker in Aldersgate Straat, Londen, een belangrijk werk op de markt welk een totale nieuwe wereld voor vele mensen opende. Niemand zou hen meer kunnen beetnemen met zaken die God zogezegd wenste en die niet echt in de vele volumes werden opgetekend.
400 jaren geleden verscheen die poëtische vertaling welke velen nu nog kan bekoren met zijn 602,585 woorden in het Oude Testament en 180,552 woorden in het Nieuwe Testament.
Als gelovigen zouden wij ons enthousiasme over de Bijbel moeten delen met zoveel mensen mogelijk. Nu er in de media meer aandacht wordt geschonken aan het historisch kunstwerk van de eerste King James Bible komt het er op aan dat wij mensen ook verder laten kijken dan enkel de historische curiositeit.
Het is 400 jaren geleden dat Koning James de eerste van Engeland een groep van geleerden machtigde om de Bijbel in het Engels te vertalen. De geautoriseerde Bijbelvertaling werd tegelijkertijd geschreven toen Shakespeare in Stratford Op Avon schreef en beide gebruikten u en gij in hun gemeenschappelijke toespraak. De taal mag voor velen verouderd zijn maar deze versie diende ook als basis voor vele andere vertalingen en hertalingen. De vertaling werd onder het speciale bevel van Zijn Majesteit aangestelde om in de Kerk gelezen te worden, maar men kon er ook beter aan toevoegen dat men dat ook daarbuiten moest doen. Voor vele Bijbel studenten is het een handig werkinstrument en wordt het gebruikt om andere vertalingen te vergelijken.
In onze ecclesia gebruiken wij verscheidene vertalingen. Wij houden van afwisseling en voelen ons niet gebonden aan ‘éne of gene’ versie. Voor ons kan eenieder zijn geliefkoosde versie zelf uitzoeken en gebruiken. In de dienst brengen wij verscheidene vertalingen naar voor zodat mensen ook gaan inzien welk een Kracht achter deze vertalingen moet zitten, die het verwezenlijkte dat duizenden jaren over de geschriften gingen maar deze toch nog altijd hetzelfde zeggen.
Gebruik makende van de ‘geboortedag’ van de King James Bible hernemen de Christadelphians de gedachte van het seizoen 1975/76 waarin de Broedergemeenschap van de Christadelphians “Het Jaar van Toewijding” en “Het Jaar van Getuige” hadden. Vandaag durven wij een gelijkaardig project aan. Onze hoop is dat, God gewillig, de hele Christadelphian Broederschap zal worden begeesterd met deze ‘Toewijding’ en ‘Preken van Inspanning’ en dat zij bij deze gelegenheid zich niet alleen zullen voelen om de Waarheid beter te beleven, maar ook om onze hoop voor het koninkrijk met vrienden, buren, collega’s en kennissen beter te kunnen delen.
Hiertoe is de gemeenschap van de Broeders in Christus over gegaan tot het publiceren van verscheidene folders, DVD’s en boekjes die verkrijgbaar zullen zijn om uit te leggen wat de Bijbel is en om aan iedereen aan te bieden met een gemakkelijk op te volgen leesplan.
Een nieuw “Bijbel Krant” wordt geproduceerd, die korte en eenvoudige “nieuwsonderdelen” over de Bijbel zal geven. Deze zal beschikbaar gemaakt worden om aan vrienden en kennissen weg te geven of in onze gebieden te verdelen.
Er wordt een tamelijk lijvig boek geschreven over de Bijbel en over de fantastische hoop die het bevat.
De Engelse Christadelphians produceren ook een DVD en een stel van de aantekeningen van sprekers over de wijze waarop de Bijbel door de eeuwen heen werd neergeschreven, vertaald en de tijd en moeilijkheden doorstond. Iedere geïnteresseerde zal de mensen over de historische evolutie van de vele vertalingen van het Woord van God kunnen vertellen en hen er over laten lezen.
Wij zouden ons ervan moeten vergewissen dat zo veel mensen als mogelijk te weten zullen kunnen komen wat de Bijbel is en hoe het ons mensen kan vormen en voorbereiden op iets belangrijks dat nog moet komen. Wij moeten anderen er van overtuigen dat de Bijbel het middel is om ons tot de levenden te brengen en ons in leven te houden. ook al zullen wij de dood wel eens onder ogen moeten zien kunnen wij betere vooruitzichten hebben. De Bijbel is het enige boek in de wereld dat wij weten van de Meest almachtig Schepper, Jehovah God kwam . Het zou echt ons moeten stimuleren en moeten opwinden, zodat “wij het niet kunnen na laten om te spreken over de dingen die wij hebben gezien en gehoord” (Handelingen der Apostelen 4:20). Wij zouden het dagelijks moeten lezen en zouden tijd moeten investeren om haar bericht te leren. Wij zouden geboeid naar deze Geschriften moeten opkijken en de speciale kenmerken er van moeten opmerken. Wij zullen anderen de pracht en bijzonderheid van dat werk moeten laten inzien. Wij moeten hen er van overtuigen hoe buitengewoon de Bijbel wel is en hoe uniek het is in de wereld – een boek dat wij inderdaad niet kunnen negeren.
Het is niet voldoende om het slechts in de kerk te lezen of op ons eigen in afzondering. Meermaals zouden wij er in moeten lezen maar het ook delen met anderen. Wij zouden het moeten gebruiken om anderen en ons zelf aan te moedigen; te herkennen dat het het enige is dat ons inzicht en redding kan brengen. Hoe meer wij er in lezen hoe meer wij te weten zullen komen en hoe meer wij ook baat zullen kunnen vinden van Gods Woord.
Door het regelmatig lezen in die prachtige Bijbel stoppen wij nooit met te leren. Ook anderen moeten wij de kans geven om deze belangrijke lessen te leren kennen. Wij weten dat er een plan voor de regering van de wereld, vrede en zegeningen voor alle naties van de aarde verzekerd werd. Dat Plan van God werd reeds zo vele eeuwen geleden in de Bijbel geschetst en bewijst juist te zijn wat de naties van de 20 Eeuw nodig hebben. Laat ons de anderen tonen dat wij een bericht van hoop en aanmoediging voor iedere persoon, man en vrouw, hebben ontvangen, welke op iedere pagina van het Nieuwe Testament wordt versterkt.
Graag nodigen wij alle onze vrienden uit te proberen gebruik te maken van de 400 ste verjaardag van de King James Versie om over het Woord van God te praten. Dat men probeert om tijd te maken om met buren en vrienden te praten en indien zij geen Bijbel hebben dat er van de gelegenheid gebruik gemaakt wordt om een Bijbelvertaling aan hen aan te bieden. Om hiermee te helpen vergelijkt de Commissie van Bible4Life momenteel de prijzen en de geschiktheid van verschillende vertalingen, met het doel om bij een grootaankoop voor de beste prijs Bijbels ter hand te kunnen stellen. Iedereen kan ook mee bijdragen door websites te adverteren waar het publiek informatie over de Bijbel kan downloaden.
Onze oproep is dan ook: “Men zegge het voort”
“Ga uit en predik het Goede Nieuws“
Lees hier over meer in o.a.:
Het pamflet: About the Bible
Please do find : Inspiration and Early Translations; Part One: The Bible, Appointed to be Read … in the Glad Tidings of January 2011. ![]()
400ste Verjaardag van de King James Bible
- Listen to a chapter being read
- Read the chapter online
- Read comments about the chapter
- Learn about Bible translations
- See the origins of everyday sayings
- Read The Miracle of the Bible
Find the Leaflet: Tell me about the Bible.
Read Full Post | Make a Comment ( 6 so far )Vakantietijd contacttijd
Nu de zomer weer in het land is nemen veel mensen de tijd om even verpozing te vinden tussen hun drukke dagtaken. Vakantie is in het land. Of men nu tijd neemt om uit huis te gaan en zelfs het land te verlaten of men gewoon in zijn eigen vertrouwde omgeving blijft, het is een tijd waar men het gemakkelijker aan kan doen en kan gaan ont-stressen. Dat laatste moeten veel meer mensen vandaag wel gaan doen. Over het jaar is de druk opgebouwd tot onnoemelijke hoogten. De lasten van alledag hebben een negatieve invloed gehad op de persoonlijke gemoedstoestand. Het heeft zich soms vertaald in een lastiger reageren naar de omgeving toe. soms kon men er door norser antwoorden of kort af praten. Men denkt dat men vandaag veel meer druk moet ondergaan dan vroeger, maar is dat wel zo? Is het geen probleem van alle tijden en van alle generaties? Hoe omgaan met elkaar en hoe omgaan met toestanden is wel iets om deze dagen over na te denken. Als men het dagelijkse werk kan vergeten, nu het even op zij kan gezet worden, kan men ook eens proberen er afstand van te nemen en het van een andere hoogte bekijken. Nu is een moment aangebroken om bepaalde zaken eens te gaan relativeren. Op de Bijbelstudenten Site wordt er even stil gestaan bij dat mode woordje “stress”. In Moeilijkheden die druk op de persoon leggen gaan zij dieper in op de inwerkende kracht door buitenwaartse druk. Het is ons een algemeen gekend fenomeen en in onze nabije omgeving komen wij wel iemand tegen die gebukt gaat onder stress. Een manier om de stress van je lichaam af te schrijven is beweging maar ook praten. Veel in de buitenlucht vertoeven, de zonkracht opslaan en actief bezig zijn met buitenactiviteiten, zoals werken in de tuin, wandelen, fietsen enz. , helpen om veel spanningen die zich in het lichaam hebben opgebouwd af te schudden. Tijdens die wandelingen of op fietstochten komt men dan ook mensen tegen en daar kunnen dan praatjes mee gemaakt worden. Ook als wij op reis gaan kunnen wij andere mensen ontmoeten en nieuwe korte maar ook soms blijvende contacten leggen. De ontspannen vakantiesfeer is de ideale gelegenheid om eens een babbeltje met anderen te slaan.
Als Christenen is die vakantie tijd ook een Godsgeschenk waar wij gretig gebruik van kunnen maken. Het is een tijd waar wij terug nieuwe krachten kunnen opdoen. Wij kunnen dan ook meer tijd nemen om over God na te denken en om in Zijn Woord te lezen. Het is het uitgelezen moment om de bijbel ter hand te nemen en weer eens grondig te lezen. Het is dé tijd voor godsdienstoefening. Alsook is het een tijd waar wij van de gelegenheid moeten gebruik maken om andere mensen te ontmoeten en om hen over het Goede Nieuws van het Komende Koninkrijk te vertellen. Vakantietijd moet ook Verkondigingstijd zijn.
Afgelopen zondag hebben wij dan ook even een overzicht gegeven van de essentiële leerstellingen die in Gods Woord te vinden zijn en nog eens de belangrijkste Bijbelfeiten overlopen. Wij hebben de Bible Nomad ter hand genomen, welke u kan vinden op Christadelphia. Daarin wordt een mooi overzicht gegeven van waar het woord Bijbel komt en wat er belangrijks met die collectie boeken is gebeurd. De feiten rond de Heilige Schrift kunnen uw gesprekken stofferen. Het geschiedkundig inzicht kan de ander ook de waarden van deze Heilige Geschriften laten zien.
Ook de komende zondag gaan wij deze Bible Nomad verder bekijken en eens gadeslaan wat de belangrijkste dingen zijn die wij moeten doen en die wij moeten vermijden. Ook gaan wij nagaan hoe wij moeten omgaan met anderen en hoe tegenover anderen moeten staan. Onze persoonlijke behoeften worden afgewogen tegen de behoeften van de ander. Wij gaan dan verder onderzoeken hoe Gods Woord ons kan helpen in die relatie met de ander en hoe wij ons zelf meer op de achtergrond kunnen plaatsen. Want zelfingenomenheid is iets wat in deze vakantietijd even goed als tijdens de loop van het jaar best vermeden kan worden. Liefde voor de anderen moet voorop liggen. En één van die liefde punten is het medegevoelen met de ander. Als wij daarom oog kunnen hebben voor de moeilijke situaties die anderen soms mee maken, zonder onze eigen situaties voorop te willen stellen, kunnen wij bijdragen tot het verminderen van psychologische druk bij onze medemens die wij met de liefde van christus moeten omringen. door een luisterend oor aan te bieden kunnen wij de ander laten relaxen en laten ont-stressen. Wij op onze beurt kunnen dan ook van de gelegenheid gebruik maken om de pracht van de Schepping te laten inzien, alsook om de Meesterhand achter al dit mooi werk te laten ontdekken.
Laten wij dus van de vakantie tijd een gelegenheid maken om andere mensen te ontmoeten, hen te ontvangen en hen een fijn gevoelen te geven, maar laat hen ook meer te weten te komen over de persoon die wij diep in ons hart dragen en de Ene Ware God aan wie wij alles te denken hebben.
















