Dienaar van zijn Vader

Posted on April 11, 2012. Filed under: Christen zijn en Christus volgen, Jehovah יהוה YHWH JHVH God Elohim Yahweh Jahweh, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

De laatste paar dagen hebben we onze leden aangemoedigd om tijdens het afgelopen verlengd weekend tijd te besteden aan de Bijbel, door zich in  de eerste plaats te richten op de dood van onze Verlosser, dan door te vieren hoe de dood is verslagen.

We hebben gekeken naar deze meester leraar, hoe die wonderen kon doen maar toch nederig was om zelf het werk van de slaven op te nemen. Hij heeft ook nooit gewild dat zijn naam of functie verheven zou worden. Voor Jezus was het duidelijk dat hij altijd de Vader in de hemel wilde en moest volgen. Ook vroeg hij hen die hem wilden volgen niet op te kijken naar hem maar naar zijn vader die hem gezonden had. Zoals Jezus niet zijn eigen weg volgde verlangde hij van zijn volgers dat zij ook de weg zouden volgen van zijn Vader en dat zij nooit hun eigen prioriteiten op de eerste plaats zouden stellen. Jezus wenste niet zijn eigen ideeën voorop te stellen en zo maar te doen wat hij graag zou doen. Voor hem was het belangrijk om zich te houden aan de Wil van zijn Vader, ook al zou deze hem pijn bezorgen. Jezus gaf zich volledig in de handen van zijn Vader. Hij volgde niet zijn eigen uitspraken, maar God‘s oordelen. Hij keek altijd naar wat Gods wegen waren en hoe hij kon stappen in lijn met deze en hoe zijn volgelingen Gods wegen moesten volgen, welke altijd hoger moeten zijn dan onze wegen.

Christus is de Weg

“יהושע zei tegen hem:” Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. “(Johannes 14:6 De Schrift 1998 +)
“Uit Mezelf kan ik geen enkele zaak verrichten. Zoals ik hoor, beoordeel ik en Mijn oordeel is gerechtvaardigd, omdat ik Mijn eigen verlangen niet zoek, maar het verlangen van de Vader die Mij stuurde. Indien ik getuig van Mezelf draag, is Mijn getuigenis niet waar. Er is een andere die getuigenis van Mij draagt en ik weet dat de getuigenis die Hij getuigt van Mij waar is.” (Johannes 5:19-32 De Geschriften 1998 +)
“Ik ben de goede herder.1 En ik ken de mijnen, en die van mij kennen mij {Voetnoot: 1 (#Eze 34:11-12; Heb 13:20; 1Pe 2:25; 1Pe 5:4).} zoals de Vader mij kent, en ik de Vader ken. En ik leg mijn leven neer voor de schapen. “En nog andere schapen heb ik, die niet van deze stal zijn – Ik moet ze ook samenbrengen {Ook hen moet ik brengen}, en zij zullen mijn stem horen, en het zal één kudde worden, één schaapherder zijn {Allen zullen één kudde en één herder zijn}.{1 Voetnoot: 1 (#Eze 34:23, Eze 37:24).} “Hiervoor houdt de Vader van mij, omdat ik mijn leven afleg, om het opnieuw te ontvangen. “Niemand neemt het van mij, maar ik leg het uit mijzelf af. Ik ben vrij om het af te leggen, en ik ben vrij om het opnieuw te ontvangen. {Ik ben geautoriseerd om het af te leggen en ik ben geautoriseerd om het weer op te nemen.} Deze opdracht {Dit Gebod} heb ik van mijn Vader ontvangen. “(Johannes 10:14-18 De Bijbel 1998 +)

Jezus zei het zelf, in het geval dat hij door zichzelf gestuurd zou zijn naar deze aarde, dan zou hij een bedrieger zijn, en zou zijn getuigenis niets waard zijn, volledig waardeloos en meineed.

Jezus, die wist dat hij al die wonderen alleen maar kon  doen  omdat hij de zegeningen en de macht van zijn Vader had gekregen, was bereid om deze macht van zijn Vader te brengen in het voordeel van de mensen om hem heen, Hij wilde ook het leven dat  God hem had gegeven, met ons delen in overvloed.

Jezus als de Zoon des mensen (of Mensenzoon) is niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen, niet om zichzelf van belang te maken, maar om zich van geen teel te maken, nutteloos, zinloos, opzettelijk gehoorzaam en bereidwillig naar zijn Vader, achtte hij de ander uitnemender dan zichzelf in ootmoedigheid, en wilde het beste behalen voor de andere, en in strijd met de wereld wilde hij zich nooit zelf te behagen, maar wilde God te behagen. Volledige gehoorzaamheid en onderwerping aan zijn Vader wilde hij opbrengen. Zijn zorg ging uit naar de mensen om hem heen, hun behoeften en zorgen. Hij was bereid om zijn leven te geven als losgeld voor hen en zelfs voor diegenen die hij zelfs niet kende. Jezus was bereid om zijn lichaam aan te bieden als een lam aan de slachtbank, zodat we kunnen leven hebben, en dat wij het zelfs  overvloediger mogen hebben , zodat we in staat zijn vruchten af te werpen, zoals Jezus veel vrucht heeft gedragen.

Lucas vertelt ons dat Jezus de echte man is die zich zelf presenteerde aan zijn Vader God en als zodanig de παις of ‘dienaar’ van God was, in de zin waarin Jesaja van de Messias heeft gesproken als de ‘Ebed Jehovah‘, ‘dienaar van Jehovah (= dienaar van God).’ De apostel Lukas presenteert de Christus volgens zijn invloed op de geschiedenis van het Koninkrijk van God en van de wereld – als uitverkorenen Gods dienaar in wie Hij graag genoegen neemt zoals voorspeld door Jesaja. In het Oude Testament, om een mooie beeldspraak te nemen, is de idee van de ‘Dienaar van de Heer‘ voor ons voorgelegd als een piramide: aan de basis is het gehele Israël, met daarboven het centrale deel met Israël naar de Geest (de besneden van hart), vertegenwoordigd door David, de man naar Gods hart, terwijl aan haar top  de ‘uitverkoren’ Dienaar, de Messias kan gevonden worden. En deze drie ideeën, met hun sequenties, worden gepresenteerd in het derde Evangelie als het centreren in Jezus de Messias. Bij deze piramide vinden wij: de Zoon des mensen, de Zoon van David, de Zoon van God. De Dienaar van de Heer van Jesaja en van Lucas is de verlichter, de Trooster, de zegevierende Verlosser, de Messias of Gezalfde: de Profeet, de Priester, de Koning.

In deze begeleider vinden we een herder als David. Jezus was om de scheut of diegene die voortkwam uit de Tak (of stam) van David, die andere dienaar van God. De ‘Dienaar van de Heer’ in relatie tot de geschiedenis van Israël was koningschap in Israël, de ‘Dienaar van de Heer’ in relatie tot het rituele Israëls verordeningen was het priesterschap in Israël, de ‘Dienaar van de Heer’ in relatie tot voorspelling was de profetische volgorde. Maar alle sprongen voort uit dezelfde basisgedachte: die van de ‘ Dienaar van Jehovah’ .

Zoals een portier een dienstknecht is, heeft men ook Jezus  als een dienaar die de deur opent voor zijn meester en de gasten van deze meester. Jezus opent de deur voor ons om zijn Meester, zijn God en onze God te benaderen. Hoewel de dienaar alles kan vinden in het huis van de meester, behoort niets de knecht toe, mag hij niets stelen of zich toe-eigenen en zorgt ervoor dat alles in goed in orde blijft.

” 9 ” Ik ben de deur. Wie door mij binnenkomt, hij zal behouden worden, en zal binnengaan en zal buiten gaan en weide vinden. 10 “De dief komt niet, behalve om te stelen en te slachten en te verdelgen. Ik ben gekomen opdat zij leven zouden bezitten en dat ze het mateloos zouden bezitten . 11 “Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor de schapen. “(Johannes 10:9-11 De Geschriften 1998 +)
” Zoals de Zoon van Adam niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, 1 en zijn leven te geven als losprijs voor velen” {Voetnoot: 1 zie (#Mr 10:45) en (#Isa 49:1-7)} “(Mattheüs 20:28 De Geschriften 1998 +)

“5 Voor, laat deze geest ook in jullie zijn die ook in Messias יהושע was 6 die, in de vorm zijnde van Elohim, geen gelijkheid met Elohim beschouwde om begrepen te worden, 7 maar zich zelf leegde, de vorm van een dienaar aannemend en in de gelijkenis van mannen komend. 8 En in trek gevonden te zijn als een man, vernederde Hij zich en werd gehoorzaam tot aan de dood, dood zelfs aan een paal. 9 Elohim, daarom, heeft Hem hoog verheven en Hem de Naam gegeven die boven iedere naam is, 10 dat bij de Naam van יהושע iedere knie zou moeten buigen, van die in de hemel en van die op aarde en van die onder de aarde, 11 en iedere tong zou moeten bekennen dat יהושע Messias Hoofd is, naar de achting van Elohim de Vader. (Filippenzen 2:5-11 De Geschriften 1998 +)

Hoewel Jezus de enige Zoon van de Vader (Johannes 1:14), de helderheid van de heerlijkheid van de Vader (Hebreeën 1:3), de gekozen (Matteüs 12:18) en de Christus was (Matteüs 1:16) wilde hij een troost van Israël worden (Lucas 2:25) en een Raadgever (Jesaja 9:6), vriend (Johannes 11:1-44) en zelfs Broeder (Hebreeën 2:11). Hoewel hij tot uitdrukkingen of eigenheden van de Vader vertoonde (Hebreeën 1:3) wilde hij een getrouwe getuige van Hem zijn(Openbaring 1:5) , die als een heilige van God (Marcus 1:24) altijd onder de wet van de Almachtige God andere mensen ook onder die kostbare wet wilde brengen  (Matteüs 27:51, Romeinen 7:04, Efeziërs 2:13-15), er zeker van zijnde dat het niet hem, maar de Heilige Geest van zijn Vader is, die de volgelingen van hem zijn leringen in hun herinnering zou brengen  (Johannes 14:26).

Crozier lamb Louvre OA7267

Christus Lam van God - Deel van een Bisschopsstaf die een lam voor stelt, Italiaanse kunst. - 13° Eeuw Louvre Museum - Foto Marie-Lan Nguyen (2005)

Johannes de Doper verklaart Jezus als het Lam van God, de Doper met de Heilige Geest, en de Zoon van God (Johannes 1:29-34). Als een lam wasJezus  bereid om een offer te zijn en zijn leven als een losprijs te geven (1Timothee 2:6), en werd de nieuwe Pascha (1 Korinthiërs 5:7), waardoor zijn vader van hem houdt (Efeziërs 5:2 , Johannes 10:17) en hem als een verlossing en mediator of bemiddelaar voor de mens heeft  aangenomen (Lucas 2:25-30; 1Timotheus 2:5).

“Want er is een Elohim, 1 en een Middelaar tussen Elohim en mensen, de Mens Christus יהושע, {Voetnota: (#2Co 8:6; Eph 4:6; Mr 12:29-34).}.” (1 Timoteüs 2: 5 De Geschriften 1998 +)

God was bereid om zijn zoon zijn aanbod te accepteren  en nam de gezalfde tot in de hemel om aan Zijn rechterhand te zitten  nadat Hij Jezus had opgewekt  als de Redder. Door deze Christus zijn daad zichzelf te geven aan de hele mensheid, als een nederige dienaar zal Jezus ons mogen opwekken door God Zijn kracht. Jezus gaf vrijwillig zijn leven toen hij wist dat zijn lijden zou worden voltooid (zie Johannes 19:30). Het impliceert ook dat de goddelijke natuur van Christus actief was in zijn opstanding: hij was in staat om ” zijn leven weer op te nemen”, want hij vertrouwde volledig in zijn Vader.

“Dus toen יהושע de zure wijn nam zei hij : “Het is volbracht!” En zijn hoofd buigend , gaf hij de geest.” (Johannes 19:30 De Geschriften 1998 +)
“4 Waarlijk, Hij heeft onze ziekten gedragen en droeg onze pijn. Maar we rekenden hem voor een geplaagde, geslagen door de Elohim, en verdrukt. 5 Maar hij werd doorboord om onze overtredingen, hij werd verpletterd voor onze oneerlijkheid {onbetrouwbaarheid, gewetenloosheid, achterbaksheid}. De straf voor onze gerustheid {vrede} was op hem, en door zijn striemen zijn wij genezen (geraakt). 6 Wij allen, als schapen, liepen verloren {dwaalden af}, ieder van ons zocht zijn eigen weg. En יהוה heeft op hem de kromming {misvormdheid, frauduleusheid} van ons allen gelegd. 7 Hij was verdrukt en hij was getroffen, maar hij deed zijn mond niet open. Hij werd als een lam ter slachting gebracht, en als een schaap stil voor zijn scheerders {als een schaap dat verstomd voor zijn scheerders}, zo deed hij zijn mond niet open. “(Jesaja 53:4-7 de Geschriften 1998 + )
“De volgende dag zag Jochanan יהושע {Jeshua, Jesua} tot zich komen en zei:” Zie, het Lam van Elohim dat wegneemt de zonden van de wereld {1} {Voetnoot: 1 (#Mt 1:21; Titus 2:14; 1 Johannes 3:5,8)}. “(Johannes 1:29 De Geschriften 1998 +)
“Daarom ruim dan het oude zuurdesem op {letterlijk: reinig uit; veeg schoon,veeg uit,haal leeg, ruim op; mogelijk ook te vertalen als: verwijder}, zodat u een nieuwe lomp (deeg) bent, zoals je ongezuurd bent {net zoals jullie ongezuurd deeg zijn}. Want ook de Mshicha {Messias(= Christus)} ons Pascha {Pescha} werd aangeboden voor ons.” (1 Korinthiërs 5:7 De Geschriften 1998 +)
“13 daarom, de lendenen van uw verstand omgord te hebben, nuchter zijnde, stelt u uw verwachtingen perfect op de gunst die u moet aangeboden worden door de openbaring van יהושע Messias, 14 als gehoorzame kinderen, niet uzelf in overeenstemming brengend naar de vroegere begeerten {lusten} in je onwetendheid, 15 in plaats daarvan, als degene die u geroepen heeft apart geplaatst, zo ook moeten jullie apart geplaatst worden in al het gedrag {Wees echter apart geplaatsten /(of heiligen)/ in heel jullie gedrag omdat hij die jullie heeft geroepen heilig is.}, 16 omdat het is geschreven {omdat er staat geschreven}: “Wees apart-geplaatsten {afgezonderden}, want ik ben afgezonderd {apart geplaatst}. {#Wees heilig omdat ook ik heilig ben”}” 17 En als je een beroep doet op de Vader, die zonder aanzien oordeelt op basis van ieders werk, passeer de tijd van uw vreemdelingschap in vreze, 18 wetende dat je verlost bent geworden van uw zinloze manier van leven dat u geërfd had van uw vaders {wetende dat u van het zinloze leven, geërfd van uw vaders, verlost werd}, niet met wat vergankelijk is, zilver of goud, 19 maar met het kostbare bloed van de Messias, als van een lam gaaf en vlekkeloos, 20 vooraf bekend, inderdaad, voor de grondlegging van de wereld, maar gemanifesteerd {geopenbaard} in deze laatste tijden om uwentwil, 21 die door hem gelooft in Elohim, die hem uit de doden heeft omhoog gebracht en hem eigenwaarde heeft gegeven, zodat uw geloof en verwachting in Elohim zijn. “(1 Petrus 1:13-21 de Geschriften 1998 +)

Jehovah God verhief zijn nederige dienaar, omdat hij voldeed aan alle werken die God gedaan wou hebben op de aarde door hem.

“12 Want gij zult niet in haast wegtrekken, noch op de vlucht slaan. Voor יהוה gaat voor u, en de Elohim van Yisra’ĕl is je achterhoede. 13 Zie, Mijn Knecht zal wijselijk werken, Hij zal verheven en zeer hoog opgeheven worden. 14 Zoals velen zich verbaasden over jou – zo was de verminking meer dan van enige mens en zijn gedaante de kinderen der mensen overtreffend – 15 Gelijkaardig zal hij verscheidene naties {volken} besprenkelen {verwonderen} Vorsten snoeren hun mond over hem (koningen zullen hun mond over hem toe houden}, want wat niet was verteld aan hen zullen ze zien, en wat ze niet hadden gehoord (dat) zullen ze verstaan. “(Jesaja 52:12-15 De Geschriften 1998 +)

” Wie heeft onze prediking geloofd? En aan wie is de arm van יהוה {Jehovah} geopenbaard? 2 Want hij groeide op voor Hem als een tedere plant, en als een wortel die uitloopt vanuit dorre grond. Hij heeft geen vorm of pracht en praal dat we zouden moeten opkijken naar hem, noch (een) uiterlijk dat wij hem zouden moeten begeren – 3 veracht en verworpen door de mensen, een man van pijn en ziekte kennend. En als een van wie het gezicht is verborgen, veracht geworden, en wij hebben hem niet geacht {we overwogen hem niet}. 4 Waarlijk, Hij heeft onze ziekten op hem genomen en onze pijn gedragen. Maar we rekenen hem af voor een geplaagde, geslagen door Elohim en verdrukt. 5 Maar Hij werd doorstoken om onze overtredingen {Maar hij werd doorstoken voor onze overtredingen}  Hij werd verbrijzeld om onze ongerechtigheden. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen zij wij genezen. {is ons genezing toegekomen}
6 Wij allen, als schapen, zijn afgedwaald, elk van ons heeft zich gewend {gekeerd} tot zijn eigen weg. En יהוה heeft op hem de ongerechtigheid van ons allemaal gelegd. 7 Hij was verdrukt en hij werd mishandeld, maar hij deed zijn mond niet open. Hij werd als een lam ter slachting gebracht, en als een schaap voor zijn scheerders verstild {verstomd}, maar hij deed zijn mond niet open. 8 Hij werd uit de gevangenis en uit het oordeel (weg) genomen. En wat zijn generatie betreft, die van mening is dat hij zal uitgeroeid worden uit het land der levenden? Voor de overtreding van Mijn volk werd hij geslagen. 9 En Hij werd een graf toegewezen met de verkeerden {de slechten, verdorvenen,zondigen, goddelozen}, en met de rijke in zijn dood, omdat Hij had geen geweld had gedaan, noch was er bedrog in zijn mond {Voetnoot: Zie (#1Pe 2:22)}.
10 Maar יהוה {Jehovah} was blij om hem te verbrijzelen, hij legde ziekte op hem, (zo)dat wanneer hij zich tot een offer maakte voor de schuld, hij een zaad zou zien, hij zou zijn dagen verlengen en het plezier {welbahagen} van יהוה zal voorspoedig zijn in zijn hand. 11 Hij zou het resultaat zien van het lijden van zijn leven en tevreden zijn. Door middel van zijn kennis maakt Mijn rechtvaardige dienaar veel rechtvaardig, en draagt hij hun ongerechtigheid.  12 Daarom geef Ik hem een deel onder de groten, en verdeelt hij de buit met de sterken, omdat hij zijn wezen tot de dood heeft uitgestort, en hij geteld werd onder de overtreders, en omdat hij de schuld van velen droeg en voorspraak deed {tussen kwam voor}voor overtreders. {het voor overtreders op nam}. (Jesaja 53:1-12 De gescchriften 1998 +)

Rembrandt Harmensz. van Rijn 012

zijn wij bereid te kennen te geven dat wij Christus Jezus kennen en willen volgen of verkiezen wij hem te ontkennen zoals de apostel Petrus tot drie maal toe deed? - 1660 Rembrandt (1606–1669)

In het geval dat we bereid zijn om ons lichaam te geven aan het Werk van God en lid willen zijn van Christus Jezus, zullen wij als leden van het lichaam van Christus moeten verbonden worden als één en één zijn van geest met Christus Jezus. We zullen op de vlucht moeten gaan voor elke onjuistheid of zonde, want dat is buiten het lichaam en ons lichaam moet een tempel van de Heilige Geest, die we krijgen van God, in ons  zijn.

“11 En zo waren sommigen van jullie. Maar jullie werden gewassen, maar je was apart gezet {je bent geheiligd, gerechtvaardigd}, maar u werd juist {rechtvaardig} verklaard in de Naam van de Meester יהושע {Jeshua, Jesus, Jezus} en door de Geest van onze Elohim. 12 Alles is mij toegestaan, maar niet alles is tot mijn profijt {niet alles is opportuun, doelmatig of tot winst} Alles is toegestaan, maar ik zal niet onder enig gezag er van staan {maar niets zal macht over mij hebben} 13 Voedsel voor de maag en de maag voor voedsel-. maar Elohim zal beide vernietigen, deze en hen. Het lichaam is niet voor hoereren, maar voor de Meester, en de Meester voor het lichaam. 14 En Elohim, die de Meester heeft opgewekt, zal ook ons opwekken door Zijn kracht. 15 Weet gij niet, dat uw lichamen leden van de Messias zijn? zal ik dan de leden van de Messias nemen en ze leden van een hoer maken? Laat het niet waar zijn! 16 Of weet gij niet, dat hij die gebonden is aan {die lid is van; aanhangt met} een hoer één lichaam is? Want Hij zegt: “de twee zullen tot één vlees worden.” 17 En hij, die is verbonden met de Meester is één geest. {En hij die de Meester aanhangt is één geest} 18 Vliedt hoereren. {Ontvlucht het hoereren.} Elke zonde die een mens doet, is buiten het lichaam, maar hij die hoereert begaat zonde tegen zijn eigen lichaam. 19 Of weet gij niet, dat je lichaam de verblijfplaats is van de apart geplaatste {heilige} geest {(Grieks: »hos hij ho« die, die ene)}, die in u, die u hebt van Elohim, en u bent niet van uzelf {u bent niet uw eigen} 20 Want gij zijt gekocht en betaald, dus respecteer Elohim in je lichaam en in uw geest, welke van Elohim zijn {die Elohim toebehoren} {Voetnoot: 1 Zie (#1Co 7:23, 1Pe 1:18-19)}. “(1 Korintiërs 6:11-20 De Schrift 1998 +)

Ook degenen die wilden groot of belangrijk worden zouden moeten weten dat ze eerst het laagst van allemaal moeten zijn. Men moet zich eerst verlagen om te kunnen worden verhoogd.
Wij zelf zouden moeten worden als Christus. Als Christus betekent niet dat we God zullen komen te zijn, zoals velen denken dat Jezus God is, maar het betekent zo te zijn als de dienaar Jezus, die kind van de Vader in de hemel is en een zaadje in de handen van de Heer te zijn.

De Heer Jezus wil dat wij, als zijn leerlingen, zijn takken, vruchtbaar zijn.

“In dit is mijn Vader gerespecteerd {verheerlijkt}, dat gij veel vrucht draagt, en gij mijn aangeleerden zult zijn {en gij mijn discipelen/leerlingen zult zijn} .” (Johannes 15:8 De Geschriften 1998 +)

Fruit is het gevolg van de ontwikkelend leven. Takken hebben op zich niet niet bepaald dat leven. De tak kan geen vrucht dragen van zichzelf. Takken moeten hun leven altijd vinden in de venen van de hoofdstam of in de wijnstok. De wijnstok, Jezus, heeft het leven.

“Ik ben de weg, de waarheid en het leven” (Johannes 14:6). Onze Heer kwam om dat het leven,  in overvloed,  met ons te delen.  Zijn overvloedige leven is wat ons in staat stelt veel vrucht te dragen.

“Ik ben de deur en als een mens {iemand } door mij zou binnengaan: hij zal leven, in -en uitgaan {(#Ps 23:2)}en weide vinden. Een dief komt slechts om te stelen, te doden en om te vernietigen. Ik ben gekomen zodat men kan leven en in alles overvloed mag hebben. ” (Johannes 10:9-10 Peshitta E.Nierop)

We moeten proberen te doen zoals Jezus, ons grootste en beste voorbeeld, en zouden moeten streven naar het eenvoudig en oprecht te zijn jegens allen,  niet om ons zelf te behagen en eer voor ons zelf te behalen, maar voor de Heer. Zoals Jezus ons voorbeelden heeft gegeven hoe te bidden, naar zijn Vader en onze Vader, en ons waarschuwde ons te houden aan de geboden van slechts één God, moeten we voorzichtig zijn met wat en wie we associëren, en voorzichtig zijn eerbetoon aan de juiste persoon te geven met onze lippen en acties, niet bang zijnde van Christus Jezus.

Broeders en zusters in Christus verenigd onder elkaar als Christadelphians - Één in Christus

Als Jezus de dienaar van zijn Vader en de mensen om hem heen was, moeten we ook personeelsleden of dienaren van de mensen om ons heen zijn en een knecht voor Christus en voor God, trouw aan de Heer, de Waarheid, de broeders en allen met wie wij te maken hebben, niet alleen in grote zaken, maar ook in de kleine dingen van het leven. We moeten als volgelingen van Christus, christenen wordend gelijkheid in de liefde hebben, zodat wij als broeders en zusters in Christus dingen willen doen voor elkaar, nooit  veeleisend zijnde en nooit met meer dan een meester / slaaf relatie. We moeten allemaal het idee van gelijkheid in Christus hebben. Seculiere samenleving mag niet willen voldoen aan het ideaal van christelijke gelijkheid, maar de christelijke gemeenschap moet zeker vasthouden aan dat model. Om Gods persoon te zijn is niet iets wat men in afzondering van de samenleving kan doen, maar het betekent om Christus dienaar te zijn in gemeenschap met de mensheid in het algemeen.

Geen enkele staat, geen voorwaarde van rang in het leven, is geheel vrijgesteld van een dienaar. De Koning en de bedelaar hebben beide hun plaats in het leven, en als Salomo zei, ook al mag de winst van de aarde geheel voor de koning zijn, deze wordt zelf ook bediend door het veld. (Prediker 5:9.).

“En de toename van het land is voor iedereen. De vorst zelf wordt geserveerd uit het veld.” (Prediker 5:09 De Geschriften 1998 +)

We vinden God de Vader die spreekt over Jezus de dienaar van God,  wanneer Hij hem aanroept bij deze naam. “Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun: mijn uitverkorenen in wie mijn ziel een welbehagen heeft!” God heeft de tak van David in gerechtigheid geroepen, en zal zijn hand vast houden, en hem geven voor een Verbond van het volk.

“1 “Zie, Mijn knecht, dien Ik ondersteun, mijn uitverkorene in wie Mijn wezen blij is {in wie mijn zijn zich verheugd heeft}! Ik heb Mijn Geest op {over} hem geplaatst, hij brengt weer recht-regeling {juiste heersing, rechtvaardigheid} voor de naties. 2 “Hij zal het niet uitschreeuwen, noch zijn stem verheffen, noch veroorzaakt zijn stem gehoord te worden in de straat.
3 “Een geknakte riet {een gekraakte tak} zal hij niet verbreken, en het rokende vlas {vlaswiek, vlaspit}zal hij niet lessen {uitblussen, doven, uitdoven}. Hij brengt weer recht-regeling {recht, juist regerende, getrouwe rechtspraak} in overeenstemming met de waarheid. {Hij kondigt rechtspaak uit naar waarheid} {Getrouw zal hij het recht uitdragen, naar waarheid} 4 “Hij zal niet zwak of geplet worden, totdat hij de juiste rechter uitspraak op de aarde zal bevestigd hebben. En de kustlanden {eilanden} wachten op zijn Torah. ” 5 Zo zegt de el, יהוה, die de hemelen schiep en ze uitstrekte, die de aarde uitbreidde en dat wat afkomstig is van haar, dat adem geeft aan de mensen op haar, en de geest aan hen die op haar lopen:
6 “Ik, יהוה {Jehovah}, heb u geroepen in gerechtigheid, en ik pak je hand en bewaak u en geef u voor een verbond aan een volk, voor een licht voor de heidenen, 7 tot het openen van blinde ogen, om gevangenen de gevangenis te brengen, zij die in duisternis zitten van de gevangenis {gevangenenhuis, gevangenhuis}.
8 “Ik ben יהוה {Jehovah}, dat is Mijn Naam, en mijn achting {eer, hoogachting, waardering, respect} heb ik geen anderen geven, noch Mijn lof aan afgoden.” (Jesaja 42:1-8 De Geschriften 1998 +)

Gottlieb-Christ Preaching at Capernaum

Jezus predikend in de tempel als een dienaar voor God, God Zijn woord verkondigend. - Christus predikend in Capernaum - 1878-1879 (onvoltooid) Maurycy Gottlieb (1856–1879)

Jezus was nederig genoeg om mensen te zeggen dat de dingen die hij deed  hij deed door de hand van God. Hij beriep zich er nooit op dat hij zelf die mirakels deed of dat hij zijn woorden en gedachten vertolkte. Steeds gaf hij te kennen dat wij niet hem maar zijn Vader dankbaar moesten zijn voor die wonderen en wijze woorden. Hij werd slechts aangesteld over een klein gebied in de wereld. Maar over dat klein deel van de wereld, het land van Gods volk, bleek hij betrouwbaar te zijn.  Zijn we bereid om ook in deze wereld, te worden geplaatst als hem, als een dienaar, die verantwoordelijk is over een relatief paar dingen, zodat wij dan  later zullen kunnen geplaatst worden over veel? Het gedrag van ons als dienaren van anderen; als dienaren van Christus, en hoe wij dit uitvoeren als dienaren van God zal mee helpen bepalen het Koninkrijk van God binnen te gaan. We zullen ook moeten bereid zijn om klaar te zijn op elk moment van de dag, er zijn om de dienaar van de terugkerende Meester, die slechts dienaar van God is, tegemoet te gaan.

God heeft ons Christus op aarde gegeven, dus kunnen we hier hem op aarde dienen als de vertegenwoordiger van God. Door te gaan voor Christus kunnen we God dienen, maar dan kunnen we niet tegelijkertijd een dienaar van de wereld zijn, of afhankelijk zijn van de materiële dingen van deze wereld, op hetzelfde ogenblik. De persoon die houdt van zijn aardse leven zal uiteindelijk alles voor altijd kwijt geraken, maar de persoon die zijn leven haat in deze wereld zal behouden worden en een nooit eindigend leven verkrijgen. Als een persoon Christus wil dienen, moet hij zich als zijn volgeling houden aan Jezus regels (de Wet van Christus), zijn leerstellingen, geloven wat Jezus over zich en zijn Vader zei. Waar de bereidwillige volgeling van Christus ook moge zijn zal Gods dienaar ook zijn. Indien een persoon hem dient, zal de Vader hem eren.

“” En zijn meester {heer} zei {zeide} tot hem: “Goed gedaan, gij goede en betrouwbare knecht. Jij was betrouwbaar {te vertrouwen} over weinig {een weinig, een beetje}, ik zal je over veel aanzetten {zetten, plaatsen}. Treed binnen in de vreugde van uw meester {heer}.” (Mattheüs 25:21 De Geschriften 1998 +)
“13″ Geen dienaar is bekwaam twee meesters te dienen, voor ofwel zal hij de eerste haten en de andere liefhebben, ofwel zal hij vasthouden aan de ene en de andere verachten. Je bent niet in staat om Elohim te dienen en de mammon. “14 En de Farizeeën, die hielden van zilver, hoorden dit alles ook, en waren grijnslachend naar hem {deden spottend naar hem, maakten een spottende opmerking naar hem}, 15 zodat hij zei {zeide} tot hen: “Jullie zijn dezen {mensen} die zichzelf rechtvaardig verklaren voor mensen {die voor de mensen, beweren zelf rechtvaardig te zijn} , maar Elohim kent uw harten, want wat is sterk gedacht onder de mensen is een gruwel {abominatie, verschrikking} in de ogen van Elohim. 16 “de Thora en de profeten zijn tot Jochanan {Johannes (de Doper)}. Sindsdien is de regering van Elohim aangekondigd geworden, en doet {pleegt} iedereen er geweld daarop {aan}. 17″ en het is gemakkelijker voor de hemel en de aarde om weg te gaan {voorbij te gaan, heen te gaan, te stoppen, te eindigen, te sterven} dan voor een tittel van de Tora weg te vallen {af te vallen}. “(Lucas 16:13-17 de Geschriften 1998 +)
“” 24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij een graankorrel valt in de grond en sterft, blijft hij alleen. Maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht {brengt hij veel vrucht voort, draagt hij veel vrucht}. 25 “Wie zijn leven liefheeft zal het verliezen, en hij die zijn leven haat in deze wereld, zal het behouden voor het eeuwige leven. 26 “Als iemand mij dient, laat hem mij volgen {die volge mij}. En waar ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand mij dient, zal de Vader hem waarderen {naar waarde schatten}. “(Johannes 12:24-26 De Geschriften 1998 +)

Onszelf toevertrouwen aan Goddelijke zorg en de terzijde gestelde Voorzienigheid van al onze belangen voor ons hoogste welzijn, moeten we proberen niet alleen zuiver van hart te zijn, maar voor alle angst, alle onvrede, alle ontmoediging, niet morren of klagen voor wat de Heer zijn voorzienigheid mag toestaan, omdat “Het geloof stevig op hem kan vertrouwen, wat er ook gebeurt.”

Zijn we bereid om te worden zoals Christus, een dienaar van God? En zijn wij bereid  om ons en anderen voor te bereiden op de komst van de grootste dienaar van allen? Om als bruiden van Christus te zijn? Of willen we worden geroepen tot of uitgenodigd zijn op de bruiloft van het Lam van God Jezus Christus? Bereid zijn om als bedienden te wandelen in het licht van Christus, of om  slechts een schaduw te zijn?

“43″ En weet dit, dat als de meester van het huis {de heer des huizes} had geweten op welk uur de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en niet zou toegestaan hebben dat zijn huis werd ingebroken. 44 “Door dit {Daarom}, wees ook klaar {zijt ook klaar}, want de Zoon van Adam komt {is komende} op een uur wanneer u {je} hem niet verwacht. 45 “Wie is dan een betrouwbare en verstandige slaaf, die zijn meester over zijn gezin aanstelt, om hen te eten te geven in het seizoen? 46″ Zalig die slaaf, die zijn meester, gekomen zijnde {wanneer hij gekomen is}, zo zal vinden dit te doen {hem zo zal vinden te doen}. 47 “Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem over al zijn bezittingen zal zetten {plaatsen}.” (Mattheüs 24:43-47 De Geschriften 1998 +)
“En hij zei tot mij: “Schrijf, zalig zijn zij die geroepen zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam!’ “En hij zei tot mij: “Dit zijn de ware woorden van Elohim.”" (Openbaring 19:9 de Geschriften 1998 +)
“22″ En ik zag geen woonplaats in, want יהוה {Jehovah} Ěl Shaddai {de Ene Heer Alaha} is de woonplaats {tempel, toevluchtsplaats, onderkomen}, en het Lam. 23 En de stad behoeft geen zon, noch maan, om te schitteren op haar, want de achting van Elohim verlicht haar, en het Lam is haar lamp. 24 En de heidenen, van degenen die gered zijn, zullen wandelen in haar licht, 1 en de vorsten van de aarde zullen hun eigenwaarde er toe brengen. {Voetnoot: 1 Zie (#Isa 60:3)}. 25 En haar poorten zullen helemaal niet gesloten worden geheel de dag {des daags, tijdens de dag, tijdens heel de dag}, want ‘s nachts zal er niet zijn. {voor de nacht zal daar niet zijn} {want er zal geen nacht meer zijn} 26 En zij zullen de achting en de waardering van de niet-joden er in brengen. {En zij zullen de achting van de heidenen er binnen brengen.} 27 En er zal bij geen mogelijkheid een kans zijn om binnen te komen voor dat wat onzuiver is {En op geen enkele wijze zal er kunnen intreden wat onrein is}, noch iemand die er gruwel en leugen zou doen, {1}, maar alleen degenen die zijn opgeschreven {opgetekend} in het Boek van het Lam van het Leven. {Voetnoot: 1 Zie (#Re 22:15), en (#2Thes 2:11)}. “(Openbaring 21:22-27 De Geschriften 1998 +)
“11 En ik zag, en ik hoorde een stem van vele boodschappers rond de troon, en de levende wezens, en de oudsten. En het aantal van hen was myriaden van myriaden, en duizenden duizendtallen, 12 zeggende met luide stem,” waardig is het Lam dat geslacht is geworden om macht en rijkdom en wijsheid te ontvangen, en kracht en respect en eigenwaarde en zegen! “” (Openbaring 5:11-12 de Geschriften 1998 +)

+

Verder aangeraden lectuur:

  1. De Wet van de Liefde, basis van alle instructies
  2. Verlossing voor Gods volk
  3. Zuivering voor allen
  4. Studiedag: Gods indringende boodschap #3 Met Christus gestorven en opgewekt
  5. Afstraling van God’s Heerlijkheid
  6. Dienaar in de gegeven genade
  7. Leden in het lichaam van Christus
  8. To belong to = toebehoren + Toebehoren
  9. Halfslachtig leerlingschap
  10. De Kern van God dienen
  11. Focussen op Christus
  12. Christus kennen is zin geven aan het leven
  13. Niet goddelijkheid van Christus toch
  14. 1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.
  15. Laat mij anderen van harte dienen
  16. Vrijwilligheid van het Christen zijn
  17. Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.
  18. Bijbelonderzoek Inleiding Navolgers van Christus
  19. Kies niet onjuist te zijn, omwille van verschillend te wezen
  20. Probeer vooruit te rijden in plaats van achteruit
  21. Heeft het Christendom zich neergelegd bij de wereld
  22. Een Niet-christelijke christelijke bediening
  23. Niet houden van dat soort Christenen
  24. Niet allen zullen het Koninkrijk beërven
  25. De gedachte aan het verliezen ontsteekt de vreugde van het hebben
  26. Slag om waardigheid in zuivere natuur
  27. Hoe ons te gedragen
  28. Redenen waarom zij niet kunnen doen wat zij willen
  29. De Bijbel onze Gids #3 de Toekomst van de Rechtvaardigen #1
  30. Eén met Christus, één met elkaar
  31. Eén met Christus, verschillend met of van elkaar
  32. Belachelijk of eerder sterke persoonlijkheid
  33. Beter falen voor de wereld
  34. Broers en broeders
  35. Christadelphian mens
  36. Christelijk leven
  37. Christen, Jood of Volk van God
  38. Christen genoemd
  39. Christen mensen met ons geloof
  40. Christus toebehorenden
  41. Dankbaar voor verkregen offer
  42. De Gezondene
  43. De Onschuldige
  44. Destin des justes
  45. Eén met Christus
  46. Een Messias om te Sterven
  47. Elke gelovige is opgeroepen om Christus in de dienst te volgen
  48. Geen Wegvluchter
  49. Gekristalliseerd harmonieus denken
  50. Geloof in Jezus Christus
  51. Geloof in slechts Één God
  52. Geloof voor God aanvaardbaar
  53. Getuige of Broeder
  54. God Helper en Bevrijder
  55. God, Jezus Christus en de Heilige Geest
  56. God komt ons ten goede
  57. Gods hoop en onze hoop
  58. Gods Redding
  59. Gods beloften
  60. Gods Wil voor ons
  61. Goedheid en liefde openbaar gemaakt
  62. Een Groots Geschenk om te herinneren
  63. Het beschreven lam
  64. Het Zoenoffer
  65. Hij die komt
  66. Hij die zit aan de rechterhand van zijn Vader
  67. Hoop op een man
  68. Het begin van Jezus #6 Beloften van Innerlijke zegeningen
  69. Jezus Christus is in het vlees gekomen
  70. Kleine kudde en beleidvolle slaaf
  71. Lam van God
  72. Nieuw Verbond
  73. Onschuldig Lam
  74. Rapture blootgelegd Toegang met Christus
  75. Rapture blootgelegd Verzamelen met Jezus
  76. Rechtvaardigen
  77. Redding
  78. Redding door volharding
  79. Relatie tot Christus
  80. Relatie tot God
  81. Relatie tot medemens
  82. Slaaf voor mens en God
  83. Teken van het Verbond
  84. Verandering door de Bijbel
  85. Voorbereiden op het Koninkrijk
  86. Ware Hoop
  87. Werking van de Hoop
  88. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  89. Zoenoffer

+

Engelstalige aanverwante artikelen :

Please do find related articles:

  1. Half-hearted discipleship
  2. Better Things
  3. Prefering to be a Christian
  4. Reveal, command and demand what you will
  5. The thought of losing rekindles the joy of having
  6. It’s hard to be like Christ
  7. Be Holy
  8. To belong to = toebehoren
  9. Not liking your Christians
  10. Not all will inherit the Kingdom
  11. Half-hearted discipleship 
  12. Bible power to change
  13. Christadelphian people
  14. Chrystalised harmonious thinking
  15. Concerning gospelfaith
  16. Crucifixion for suffering
  17. Expiatory sacrifice
  18. Faith
  19. Faith and works
  20. Faith mouving mountains
  21. Full authority belongs to God
  22. God Helper and Deliverer
  23. God His Reward
  24. God’s promises
  25. God’s measure not our measure
  26. Gods hope and our hope
  27. Gods Salvation
  28. God’s Will for Us – Gods Wil voor ons 
  29. Hope for the future
  30. Human nature
  31. Incomplete without the mind of God
  32. Jesus Messiah
  33. Jesus’s answers about God’s silence
  34. Knowing Rabboni
  35. A Messiah to die
  36. New Covenant
  37. Offer in our suffering
  38. One Mediator
  39. Only one God
  40. On the Nature of Christ
  41. Our way of life
  42. Preparing for the Kingdom – Voorbereiden op het Koninkrijk 
  43. Promise of comforter
  44. Rapture exposed Admittance with Christ
  45. Rapture Exposed Gathering with Jesus
  46. Reasons that Jesus was not God
  47. Resurrection of Jesus Christ
  48. Salvation, trust and action in Jesus #2 What you must do
  49. Seeing Jesus
  50. Self inflicted misery #9 Subject to worldly things
  51. Slave for people and God
  52. The True Vine
  53. Video – Commandments of God
  54. Video – Light of the World
  55. Working of the hope
  56. Written to recognise the Promissed One
Read Full Post | Make a Comment ( 6 so far )

Jesaja profeet en boodschapper van God

Posted on April 1, 2011. Filed under: Bijbel Studie en Bijbel Lezing, Jehovah יהוה YHWH JHVH God Elohim Yahweh Jahweh, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

Jesaja profeet en boodschapper van God

Jesaja, Isaia(h), (Hebreeuws Yesha’yahu, „God is redding“) (8ste eeuw BC, Jeruzalem, oud Israël), het grootste en waarschijnlijk het meest universeel geliefde van de profetische boeken van het Oude Testament. Het Bijbelse Boek van Jesaja wordt genoemd naar hem maar slechts enkele van de eerste 39 hoofdstukken worden toegeschreven aan hem.

Jesaja was een significante medewerker tot Joodse en Christelijke tradities en wordt herhaaldelijk vermeld in 2 Koningen en drie keer in 2 Kronieken. Zijn naam verschijnt zestien keer in het boek dat zijn naam draagt.[1]

Het is in zijn theologie dat Jesaja meest op Israëlitische traditie leunt en een kennis vertoont met de gedachten van Amos. Jesaja deelde met hem en met de mensen de al lang bestaande traditie dat een speciale band Israël en haar God verenigde. Sinds patriarchale tijden was er een overeenkomst, een plechtige „Overeenkomst“tussen hen geweest: het “Verbond” waarbij Israël de mensen van God moest zijn en Hij hun God.

Volgens deze beschrijving „zag“ Jesaja God en werd hij overweldigd door zijn contact met de goddelijke glorie en heiligheid. Hij werd verschrikkelijk bewust van de behoefte van God aan een boodschapper voor de inwoners van Israël, en, ondanks zijn eigen betekenis van ontoereikendheid, bood hij zich voor de dienst van God aan: „ Hier ben ik! Stuur me.“ Hij werd zo opgedragen om stem aan het goddelijke woord te geven.

Jesaja kende de God van Israël, Jehovah de Almachtige, als een juiste en consequent ordelijke God die van Zijn verwezenlijking (de Schepping) hield. Voor God waren de personen van belang. De God over alle goden en schepsels der aarde was, in feite meer bezorgd over mensen dan over hoe Zijn onderwerpen voor Hem hun rituelen uitvoerden. Voor Jesaja was het duidelijk dat God geschiedenis gestalte geeft, traditioneel ingaand op de menselijke scène om Zijn mensen van nationaal risico te redden. Maar volgens het in verlegenheid brengende vermoeden van Jesaja, kon de God zo behoorlijk vrij tussenbeide komen om Zijn eigen afwijkende natie te kastijden, en kon Hij een menselijke agent (b.v., een veroverende vijand) daarvoor tewerkstellen. Om Zijn doel te bereiken kon God verscheidene mogelijkheden aanwenden.

Jesaja spreekt van een teken van God, het komende Twijgje van Jesse, en een goddelijk kind dat een prachtige koning uit de geslachtslijn van David zou worden,zonder de tijd hiervoor te geven. [2] Deze aan de wereld gegeven zoon Immanuel [3] zou die langverwachte redder,de Messias en de gelovige Getrouwe Beleidvolle Slaaf[4] of bediende van de Enige Ware God zijn.

Icon of Mary holding the child Emmanuel (16th ...

16de E Ikoon van Maria die het kind Immanuel of Emmanuel vast houdt

De bediende zal uit de stam van Jacob opreizen en zal deze herenigen. Hij zal de overlevenden van Israël terug brengen en herstellen en zal een licht voor de naties zijn en Gods bevrijding brengen over heel de aarde. [5] Magnifiek mengen de hoopvolle passages in dit boek van de Bijbel constant met de atmosfeer van het heersen noodlot. Later in het Nieuwe Testament vinden wij Jezus die de synagoge in Nazareth binnen gaat om een rol van Jesaja te lezen. Toen Jezus las: De „geest van de Heer Jehovah is op me; omdat Jehovah mij gezalfd heeft om goede tijdingen te prediken tot de zwakkeren; hij heeft mij gestuurd om de ontroostbaren samen te binden, vrijheid aan de gevangenen aan te bieden, en het openen van de gevangenis af te kondigen voor hen die verbonden zijn; “ (Jesaja 61:1)[6] Ook zei hij „Vandaag is deze Schriftplaats vervuld”[7] Ook voor ons vandaag kunnen wij ons gelukkig prijzen wanneer onze ogen de dingen zien welke de apostelen konden zien. Zoals voor de apostels de woorden van Jesaja waar zijn, zo ook voor ons. Wij moeten ons oor tot die Geschriften geven en door de studie van de Bijbel zullen wij kennis krijgen; en ziend, zullen wij zien. [8] En Jezus vertelde de mensen dat hij gezalfd was en uitging om het Goede Nieuws of Blije Tijdingen, de Goede Boodschap (het Evangelie/de Gospel) te verkondigen. De reddingsgastvrijheid van God zal worden uitgebreid en de stumpers of de zielenpoten van de aarde zullen geëvangeliseerd worden en zij zullen leren dat God aan hun kant is.[9]

Jesaja waarschuwt Ahaz om zijn manieren aan te passen, omdat alvorens de Messias zou komen, de Assyriërs zouden binnenvallen en tragedie zouden brengen die groter is dan de scheiding van Ephraim van Juda, maar zij zouden ook hun ondergang moeten onder ogen zien en de lasten van de mensen van God zouden worden weggehaald, die hij nooit in de steek zal laten of verlaten.[10] Maar er was een alternatief voor de tragedie; Gods Volk hoefde niet te worden vernietigd. De overleving van de mensen hing opnieuw af van hun goedkeuring van de oude morele eisen. Door terug te keren zouden zij kunnen worden gered.

Israël is het voorwerp van de zorg van God en van vergevende gunst, Gods Gratie (44: 1, 2, 2.1, 22). God is de agent; de bediende is de ontvanger. De God roept Cyrus omwille van Israël (45: 4), maar de situatie wordt later duisterder (50: 4-10). De vernedering van Christus is merkbaar (50: 6), maar het Nieuwe Testament citeert de verzen 4-10 niet.[11] De context impliceert niet dat lijden plaatsvervangend is; het zegt dat God Zijn bediende zal helpen.[12]

Jesaja vertelt over een bediende die goed zal doen in zijn ondernemingen en zal worden geëerd, en opgeheven, en zeer hoog zal geplaatst worden. Hij deelt ook mee dat de volkeren door deze gewoon ogende mens zullen worden verrast. Zo zullen de naties ere aan hem geven; de koningen zullen wegens hem stil worden: want wat niet aan hen duidelijk was gemaakt zullen zij zien; en zij zullen hun meningen geven aan wat niet aan hun oren was gekomen omdat zij aanschouwen wat nog nooit was gehoord. Mensen maakten hem tot spot en wenden zich van hem af. Het was ons leed dat hij droeg, ons lijden drukte hem neer.

De mensen waren wreed naar hem toe, maar hij bleef kalm, zacht en stil. Hij werd in een hoek gedreven en mishandeld, maar zei geen woord. Hij werd als een lam naar de slachtbank geleid; zoals een schaap onder het scheren geen geluid maakt, stond ook hij zwijgend voor degenen die hem veroordeelden. Vanuit de angst en de benauwdheid werd hij bevrijd. Maar het was onze pijn die hij tot zich heeft genomen, en onze ziekten werden overgebracht op hem. Terwijl hij voor ons als een zieke scheen, op wie de straf van God was gekomen. Maar het was voor onze zonden dat hij verwond werd, en voor onze verkeerde handelingen, al het kwade door ons aangericht, dat hij werd verpletterd. Hij nam de straf op zich waardoor wij vrede hebben, en door zijn wonden worden wij goed gemaakt. Hij werd doorstoken en verbrijzeld terwille van onze zonden. hij werd zwaar gestraft zodat wij vrede konden hebben; hij werd geslagen en daardoor werden wij genezen!

Jesaja profeteerde dat deze bepaalde onschuldige persoon de dood zou vinden onder zondaars en dat hij begraven zou worden in het graf van een rijke in een laatste rustplaats met boosdoeners, hoewel hij niets verkeerd had gedaan, en geen misleiding in zijn mond zou te vinden zijn. Deze man, de groene scheut die dat zoenoffer bracht zal hoog worden verheven.
Wij keerden hem de rug toe en keken de andere kant op als hij langs kwam. hij werd veracht en dat deed ons niets. Doch zal hij talloze nakomelingen krijgen; vele erfgenamen. Jesaja brengt ons het heugelijke nieuws dat dit slachtoffer dat ons met God zal verzoenen opnieuw zal leven. Bij hem zal Gods voornemen in goede handen zijn. Als hij ziet wat allemaal is bereikt door zijn zware lijden, zal hij voldoening smaken. door wat hij heeft ondervonden, zal Gods rechtvaardige dienaar vele mensen rechtvaardig maken in de ogen van de Almachtige Vader, want hij zal al hun zonden dragen.
Wij kunnen weten dat de Almachtige God Jehovah tevreden was en zijn oprechtheid vóór mensen duidelijk maakte. Voor het op zich nemen van de zonden van alle mensen zal Jezus een erfenis met de groten hebben, en hij zal een deel in de goederen van de oorlog met de sterken hebben, omdat hij zijn leven opgaf, en onder de boosdoeners werd gerekend; het overnemen van zelf de zonden van de mensen, en het maken van gebed voor verkeerddoenden.[13]

Hier vinden wij expliciete verwijzing naar Christus (Mattheüs 8:17; Lukas 22:37; Johannes 12:38; Handelingen der apostelen 8:32, 37, Romeinen 10:16; 15:21; Hebreeërs 9:28; 1 Petrus 2:22, 24.25). Het zondeoffer van Jezus `is die prachtige gift die wij kunnen gebruiken om onze weg naar oprechtheid en redding te volgen.

Jesaja brengt de beloften van de lijdende bediende, de Zoon van David, en het Lam van God samen.

De profeet Jesaja slaagt in zijn doel een vreugdebode te zijn. Hij weet het Goede Nieuws aan te kondigen dat God door de vernieuwde en toegenomen glorie van zijn mensen verheerlijking zal brengen over deze wereld. Het boek van Jesaja is een visioen van hoop voor zondaren door de komende Messias, die voor de “vrijgekochte” mensen van God een nieuwe wereld belooft waar zonde en leed voorgoed zal vergeten worden (35:10; 51:11).

Bibliography:

S.H. Blank, Prophetic Faith Jesaja (1958), stressing thought and significance; Prophetic Faith in Jesaja and others (1980);
O. Eissfeldt, Einleitung in das- Alte Testament, (3rd Edition 1964; Eng. trans., The Old Testament: An Introduction, pp. 301-346, 1965), on the history of interpretation, with bibliography;
R.L.Harris, Jesaja, 1975;
E.J. Kissane The Book of Jesaja, 2 vol. (1941-43, vol. 1 revised edition 1960);
J. Lindblom, Prophecy in Ancient IsraelT (1962), an excellent general introduction to Israelite prophecy;
F.L. Moriarty, “Jesaja 1-39,” in The Jerome Biblical Comentary, vol. 1 (1968), these three quite different in approach;
R.B.Y. Scott, “The Book of Jesaja,” in The Interpreter’s Bible, vol. 5, pp. 151-164 (1956), for literary analysis;
E Sellin, Einleitung in das Alte Testamt 10th ed. rev. and rewritten by G. Fohrer (1965; Eng. trans., Introduction to the Old Testament, 1968), on the structure of the book, with bibliography;
B. Vawter, The Conscience of Israel (1961).


[1] De vroegste geregistreerde gebeurtenis in zijn leven is zijn oproep tot het profeteren zoals die nu in het zesde hoofdstuk van het Boek van Jesaja wordt gevonden; dit kwam ongeveer .742 vGT voor (vóór de Gewone huidige Tijdrekening). De visie (waarschijnlijk in de Tempel van Jeruzalem) welke hem tot profeet maakte wordt beschreven in een eerste-persoonsverhaal, mits Jesaja slechts van deze vertrouwelijke ervaring kon vertellen. (S.H.Bl. ; Macropaedia 9 p 908, Encyclopaedia Britannica)

[2] “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de HERE der heerscharen zal dit doen.” (Jesaja 9:6-7 NBG51)

[3] “Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel geven.” (Jesaja 7:14 NBG51)

[4] Koning David wordt ook de bediende van de Heer genoemd; Nebuchadnezzar, eveneens (Jeremia 27:6). Jeremia roept Jacob (de natie) ook de bediende van God (Jeremia 46:27, 28). Zerubbabel wordt de bediende van God genoemd (Hagai 2:23). Zechariah riep de Tak van David „mijn bediende“ (Zechariah 3: 8 ) en Ezekiel in zelfde v. roept Jacob (de natie) en de Bediende van David God’s (Ezekiel37: 25).

[5] “Hij zegt dan: Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weder op te richten en de bewaarden van Israel terug te brengen; Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde.” (Jesaja 49:6 NBG51)

[6] “De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis;” (Jesaja 61:1 NBG51)

[7] “En hij kwam te Nazaret, waar Hij opgevoed was, en Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. En Hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is: De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren. Daarna sloot Hij het boek, gaf het aan de dienaar terug en ging zitten. (4-21a) En de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht. (4-21b) En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld. En allen betuigden hun instemming met Hem en verwonderden zich over de woorden van genade, die van zijn lippen kwamen en zij zeiden: Is dit niet de zoon van Jozef? En Hij zeide tot hen: Gij zult ongetwijfeld deze spreuk tot Mij zeggen: Geneesheer, genees Uzelf! Doe alle dingen, waarvan wij gehoord hebben, dat zij te Kafarnaum geschied zijn, ook hier, in uw vaderstad. Doch Hij zeide: Voorwaar, Ik zeg u, geen profeet is aangenaam in zijn vaderstad. Doch Ik zeg u naar waarheid, er waren vele weduwen in de dagen van Elia in Israel, toen de hemel drie jaren en zes maanden lang gesloten bleef en er grote hongersnood was over het gehele land, en tot geen van haar werd Elia gezonden, doch wel naar Sarepta, bij Sidon, tot een vrouw, die weduwe was. En er waren vele melaatsen in Israel ten tijde van de profeet Elisa, en geen van hen werd gereinigd, doch wel Naaman de Syrier. En allen in de synagoge werden met toorn vervuld, toen zij dit hoorden. Zij stonden op en wierpen Hem de stad uit en voerden Hem tot aan de rand van de berg, waarop hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte te storten. Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.” (Lukas 4:16-30 NBG51)

[8] “En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken;” (Mattheüs 13:14 NBG51)

[9] “En Zich afzonderlijk tot de discipelen wendende, zeide Hij: Zalig de ogen, die zien, wat gij ziet. Want Ik zeg u: Vele profeten en koningen hebben willen zien, wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien, en horen, wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord.” (Lukas 10:23-24 NBG51)

“En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken;” (Mattheüs 13:14 NBG51)

“De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden” (Lukas 4:18 NBG51)

“blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het evangelie.” (Mattheüs 11:5 NBG51)

“En Hij antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij gezien en gehoord hebt: Blinden worden ziende, lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt, armen ontvangen het evangelie;” (Lukas 7:22 NBG51)

[10] “Daarom, zo zegt de Here, de HERE der heerscharen: Vrees niet, o mijn volk, dat in Sion woont, voor de Assyriers, wanneer zij u met de stok slaan en hun staf tegen u opheffen, zoals Egypte deed. Want nog een korte wijle, dan is de gramschap ten einde en mijn toorn richt zich op hun vernietiging. Dan zwaait de HERE der heerscharen de gesel over hen, zoals Midjan geslagen werd bij de rots Oreb, en Hij zwaait zijn staf over de zee en heft die op zoals in Egypte. En het zal te dien dage geschieden, dat hun last van uw schouder afglijden zal en hun juk van uw hals, ja, het juk zal vernietigd worden op uw schouder. Zij overvallen Ajjat, zij trekken door Migron, te Mikmas legeren zij hun legertros. Zij trekken de bergpas door: ‘Geba zij ons nachtkwartier’. Rama siddert, Gibea Sauls vlucht. Gil het uit, o dochter van Gallim! Pas op, Lais! Arm Anatot! Madmena vlucht, de inwoners van Gebim bergen zich. Nog heden stellen zij zich op te Nob: zij zwaaien hun handen in de richting van de berg der dochter van Sion, de heuvel van Jeruzalem. Zie, de Here, de HERE der heerscharen, houwt met vervaarlijke kracht de loverkroon af, de rijzige stammen worden omgehouwen en de hoge geveld; het dichte gewas van het woud houwt Hij af met het ijzer, en de Libanon zal vallen door de Heerlijke.” (Jesaja 10:24-34 NBG51)

[11] “De Here HERE heeft mij als een leerling leren spreken om met het woord de moede te kunnen ondersteunen. Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen. De Here HERE heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken; mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel Maar de Here HERE helpt mij, daarom werd ik niet te schande; daarom maakte ik mijn gelaat als een keisteen, want ik wist, dat ik niet beschaamd zou worden. Hij is nabij, die mij recht verschaft; wie wil met mij een rechtsgeding voeren? Laten wij samen naar voren treden. Wie zal mijn tegenpartij in het gericht zijn? Hij nadere tot mij. Zie, de Here HERE helpt mij, wie zal mij dan schuldig verklaren? Zie, zij allen vergaan als een kleed, de mot zal ze verteren. Wie onder u vreest de HERE, wie hoort naar de stem van zijn knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, vertrouwe hij op de naam des HEREN en steune op zijn God.” (Jesaja 50:4-10 NBG51)

[12] Deze verklaringen konden op Christus van toepassing zijn, maar het is niet duidelijk dat zij dat werkelijk zijn. [R.L.Harris; Jesaja, Jesaja, the Servant poems  (de gedichten van de Bediende)]

[13] “Zie, mijn knecht zal voorspoedig zijn, hij zal verhoogd, ja, ten hoogste verheven zijn. Zoals velen zich over u ontzet hebben (zozeer misvormd, niet meer menselijk was zijn verschijning, en niet meer als die der mensenkinderen zijn gestalte) zo zal hij vele volken doen opspringen, om hem zullen koningen verstommen, want wat hun niet verteld was, zien zij, en wat zij niet gehoord hadden, vernemen zij. Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des HEREN geopenbaard? Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd. Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht. Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden. Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de HERE heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen. Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open. Hij is uit verdrukking en gericht weggenomen, en wie onder zijn tijdgenoten bedacht, dat hij is afgesneden uit het land der levenden? Om de overtreding van mijn volk is de plaag op hem geweest. En men stelde zijn graf bij de goddelozen; bij de rijke was hij in zijn dood, omdat hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in zijn mond is geweest. Maar het behaagde de HERE hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen des HEREN zal door zijn hand voortgang hebben. Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe; door zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen. Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeft.” (Jesaja 52:13-53:12 NBG51)

Read Full Post | Make a Comment ( 6 so far )

Liked it here?
Why not try sites on the blogroll...

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 412 other followers

%d bloggers like this: