De Dag is nabij #8 Overzicht
10-11 Maart 2012 mag als een fijn studieweekeinde beschouwt worden waar de dagen in Nederland en België elkaar mooi aanvulden, vooral met de afsluiting met de hoofdstukken uit Daniël. Wel kwam duidelijk tot uiting dat wij meerdere studiedagen over de eindtijden konden gebruiken alleen al met het bekijken van de profetieën in Daniel en Jesaja over de vooruitzichten die wij mogen verwachten.
Zaterdag vatte aan met de kijk op wat de gebruikelijke reactie is op het reageren van verschillende groepen wanneer verscheidene verschijnselen samen vallen. Ook kan men er niet naast zien dat bepaalde beschrijvingen ook op meerdere dingen kunnen geplaatst worden. Ook zijn er in het verleden vele waarschuwingen geweest die de mensen al of niet konden opvolgen. Maar zoals Rudolf Rijkeboer en Mark Hale ook aantoonden zouden deze gebeurtenissen uit het verleden voldoende lessen moeten zijn voor de volgende generaties na die feiten. Ook wij horen uit die lessen van het verleden te leren zodat wij geen schrik hoeven te hebben voor wat zal komen. ((2° Studie, door Mark Hale)
In de 1° studie ging Rudolf Rijkeboer in op de vraag hoe wij kunnen weten of de wederkomst voor de deur staat. Ook kwam hij met enkele hypotheses aandraven. Stel dat het de laatste dagen zouden zijn, waar staan wij dan en welke actie kunnen wij dan ondernemen?
Indien wij nu allemaal tekenen zouden zien welke duiden op het einde der Tijden, moeten wij dan ook niet beseffen dat het slechts weeën kunnen zijn?
“En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al [die] dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet. Want het [ene] volk zal tegen het [andere] volk opstaan, en het [ene] koninkrijk tegen het [andere] koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentien, en aardbevingen in verscheidene plaatsen. Doch al die dingen [zijn] [maar] een beginsel der smarten.” (Mattheüs 24:6-8 STV)“En leert van den vijgeboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is. Alzo ook gijlieden, wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet, dat [het] nabij is, voor de deur.” (Mattheüs 24:32-33 STV)
“Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden. En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeen gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, [zodat] er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.” (Zacharia 14:2-4 STV)
De Heilige Schrift meldt ons dat alle volkeren samen zullen optrekken tegen Jeruzalem. Die strijd tegen Jeruzalem en de Israëlieten kunnen wij ook vandaag zien. Sommige westerlingen willen hier dan ook tegen reageren. Maar daar bij kan men de vraag stellen of wij, als wij dit doen als Christenen, niet ingaan tegen het verloop van Gods Plan?
Rijkeboer vergeleek het met een Routekaart van de Wederkomst of een spoorboekje, waarbij men moest zoeken naar de juiste trein en juiste richting, maar ook de beste connectie in die dienstregeling. Hoe past het aan elkaar? wij zien wel dat Spoorboekje naar de Eindtijd, maar kan iedereen wel de fragmenten in de Bijbelboeken mooi in elkaar passen?
Hierbij moeten wij opletten dat wij ons niet laten misleiden en de nodige aanwijzingen goed opvolgen.
De Bijbel is doorspekt met richtgevingen en nodige aanwijzingen. In de historische schetsen die Rijkeboer en Mark Hale gaven kon men duidelijk zien hoe God Zijn Volk geleid heeft maar ook hoe naar de mensheid toe een duidelijk reisplan is voorgelegd geworden. Naargelang men lessen zal trekken uit dat verleden zal men schrik of troost kunnen vinden volgens Hale.
Hoe men het draait of keert kan men niet om de dagen van Noach, de Vloed, Sodom en Gomorra heen en moet men kijken wat er met Mesopotanië en Egypte gebeurde. Eveneens moet men de ondergang van Jeruzalem in 70 Gt in ogenschouw nemen, waarbij men een herhaling zag van de eerdere ondergang van de Babylonische Ballingschap. (Jeremia)Een opvallend terugkomend gegeven is hoe de volkeren, zelfs Israël, in die geschiedenis van verwoestingen minachting voor God had op die ogenblikken dat men vervullingen kreeg van wat voorheen profeten, boodschappers van God, hadden aangekondigd.
“En wie overgebleven was van het zwaard, voerde hij weg naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot knechten, tot het regeren des koninkrijks van Perzie; Opdat het woord des HEEREN vervuld wierd, door den mond van Jeremia, totdat het land aan zijn sabbatten een welgevallen had; het rustte al de dagen der verwoesting, totdat de zeventig jaren vervuld waren.” (2 Kronieken 36:20-21 STV)
Mark Hale wees er op dat wij telkens een politiek verhaal zien dat passend was in het Plan van God, en steeds aansluitend was bij wat God voorspeld heeft.
“Hoort dit woord, dat de HEERE tegen ulieden spreekt, gij kinderen van Israel! namelijk tegen het ganse geslacht, dat Ik uit Egypteland heb opgevoerd, zeggende: Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik ulieden alleen gekend; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over ulieden bezoeken. Zullen twee te zamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn? Zal een leeuw brullen in het woud, als hij geen roof heeft? Zal een jonge leeuw uit zijn hol zijn stem verheffen, tenzij dat hij [wat] gevangen hebbe? Zal een vogel in den strik op de aarde vallen, als er geen strik voor hem is? Zal men den strik van den aardbodem opnemen, als men ganselijk niet heeft gevangen? Zal de bazuin in de stad geblazen worden, dat het volk niet siddere? zal er een kwaad in de stad zijn, dat de HEERE niet doet? Gewisselijk, de Heere HEERE zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard hebbe.” (Amos 3:1-7 STV)
Steeds kunnen wij zien dat God niets doet zonder zijn Plan te onthullen. God waarschuwt gelovigen terwijl de ongelovigen zich laten verrassen ondanks Gods geduld. toch konden gelovigen ook niet onder gebeurtenissen onderuit. Allen werden getroffen. Iedereen moest alles ondergaan als les zonder te verdienen.
“Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord; Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.” (Jeremia 25:8-9 STV)
Toch kunnen wij, volgens Mark Hale, een hoop koesteren in het vertrouwen. Ofwel kunnen wij schrik hebben ofwel troost. Maar zoals wij bij Rachab kunnen zien en bij de vloed en Sodom en Gomorra, is er steeds een redding uit de ongelovige wereld geboden. Maar hiervoor heeft God steeds een daad van geloof gevraagd. Ook al hield die daad van geloof in alles achter te laten en te vluchten zonder dat het duidelijk was wat er zou gaan gebeuren. Dat zien wij bij de opdracht tot het bouwen van de Ark en bij de redding uit Jericho van Rachab.
“En gelijk het geschied is in de dagen van Noach, alzo zal het ook zijn in de dagen van den Zoon des mensen. Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk, zij werden ten huwelijk gegeven, tot den dag, op welken Noach in de ark ging, en de zondvloed kwam, en verdierf ze allen.” (Lukas 17:26-27 STV)
“Door het geloof heeft Noach, door Goddelijke aanspraak vermaand zijnde van de dingen, die nog niet gezien werden, [en] bevreesd geworden zijnde, de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin; door welke [ark] hij de wereld heeft veroordeeld, en is geworden een erfgenaam der rechtvaardigheid, die naar het geloof is.” (Hebreeën 11:7 STV)
“Die eertijds ongehoorzaam waren, wanneer de lankmoedigheid Gods eenmaal verwachtte, in de dagen van Noach, als de ark toebereid werd; waarin weinige (dat is acht) zielen behouden werden door het water.” (1 Petrus 3:20 STV)
“En de oude wereld niet heeft gespaard, maar Noach, den prediker der gerechtigheid, zijn achttal bewaard heeft, als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;” (2 Petrus 2:5 STV)
“En zij sprak tot die mannen: Ik weet, dat de HEERE u dit land gegeven heeft, en dat ulieder verschrikking op ons gevallen is, en dat al de inwoners dezes lands voor ulieder aangezicht gesmolten zijn.” (Jozua 2:9 STV)
“Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, als zij de verspieders met vrede had ontvangen.” (Hebreeën 11:31 STV)
In het weekend werden ook drie voorbeelden van geloof en vertrouwen naar voor gebracht en hun handelingen onder de loep genomen.
“Mensenkind, als een land tegen Mij gezondigd zal hebben, zwaarlijk overtredende, zo zal Ik Mijn hand daartegen uitstrekken, en zal hetzelve den staf des broods breken, en een honger daarin zenden, dat Ik daaruit mensen en beesten uitroeie; Ofschoon deze drie mannen, Noach, Daniel en Job, in het midden deszelven waren, zij zouden door hun gerechtigheid [alleen] hun ziel bevrijden, spreekt de Heere HEERE. Zo Ik het boos gedierte make door het land door te gaan, hetwelk dat van kinderen berove, zodat het woest worde, dat er niemand doorga, vanwege het gedierte; Die drie mannen in het midden deszelven zijnde, zo [waarachtig] [als] Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo zij zonen, en zo zij dochteren bevrijden zouden, zij zelven alleen zouden bevrijd worden, maar het land zou woest worden. Of [als] Ik het zwaard brenge over datzelve land, en zegge: Zwaard! ga door, door dat land, zodat Ik daarvan uitroeie mensen en beesten; Ofschoon die drie mannen in het midden deszelven waren, zo [waarachtig] [als] Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zij zouden zonen noch dochteren bevrijden, maar zij zelven alleen zouden bevrijd worden. Of [als] Ik de pestilentie in datzelve land zende, en Mijn grimmigheid daarover met bloed uitgiete, om daarvan mensen en beesten uit te roeien; Ofschoon Noach, Daniel en Job in het midden deszelven waren, [zo] [waarachtig] [als] Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo zij een zoon, [of] zo zij een dochter zouden bevrijden, zij zouden [alleen] hun ziel door hun gerechtigheid bevrijden. Want alzo zegt de Heere HEERE: Hoeveel te meer als Ik mijn vier boze gerichten, het zwaard, en den honger, en het boze gedierte, en de pestilentie gezonden zal hebben tegen Jeruzalem, om daaruit mensen en beesten uit te roeien! Doch ziet, daarin zullen ontkomenen overblijven, die uitgevoerd zullen worden, zonen en dochteren; ziet, zij zullen tot ulieden uitkomen, en gij zult hun weg zien, en hun handelingen; en gij zult vertroost worden over het kwaad, dat Ik over Jeruzalem gebracht zal hebben, [ja], al wat Ik zal gebracht hebben over haar. Zo zullen zij u vertroosten, als gij hun weg en hun handelingen zien zult; en gij zult weten, dat Ik niet zonder oorzaak gedaan heb, al wat Ik in haar gedaan heb, spreekt de Heere HEERE.” (Ezechiël 14:13-23 STV)
Bij hen konden wij zien dat mensen konden ontkomen en dat er een verzoenen en begrijpen was, maar steeds niet zonder reden.
Rudolf Rijkeboer sprak in de 3° studie over de lessen die wij uit het verleden kunnen trekken.
Uit de geschiedenis en de opgetekende gebeurtenissen uit de Bijbel kunnen wij opmaken dat de mens zelf een oordeel over zijn eigen handelen brengt. Maar dat de wereldheersers hun eigen agenda toch precies past in Gods Plan. God leidt de geschiedenis door het handelen van mensen (gelovigen en niet-gelovigen). Wel valt daarbij op dat de gelovige Gods Hand ziet in het van te voren voorzegde, waaruit kennis volgt. De gelovige herkent de hand van God en kan daarin vertrouwen vinden terwijl de ongelovige die hand van God niet ziet. De ongelovige blijft dan ook zitten met een enorme onzekerheid en wordt meestal door angst bevallen.
Rudolf Rijkeboer gaf in de 3° studie een zeer mooie Les uit het verleden, waarbij hij van af de 2° eeuw voor de gewone tijdrekening keek naar Alexander de Grote die Juda aanviel onder het bestuur van de Seleuciden en zo tot Antiochus IV of Epifanes kwam, over wie ook in de zondag studie (in België) werd gesproken toen de tijdsbepalingen van Daniël onder de loep werden genomen.
Met Epifanes die de Joden een vreemd element in zijn rijk beschouwde werd de Joodse godsdienst getracht te vervangen door de Griekse dat tot gevolg de opstand van de Joden had. (Opstand van de Makkabeeën)
In 165 vGT kon Judea zich vrij en onafhankelijk krijgen en tot een herinwijding van de tempel komen.
“Want er zullen schepen van Chittim tegen hem komen, daarom zal hij met smart bevangen worden, en hij zal wederkeren, en gram worden tegen het heilig verbond, en hij zal het doen; want wederkerende zal hij acht geven op de verlaters des heiligen verbonds. En er zullen armen uit hem ontstaan, en zij zullen het heiligdom ontheiligen, [en] de sterkte, en zij zullen het gedurige [offer] wegnemen, en een verwoestenden gruwel stellen. En die goddelooslijk handelen tegen het verbond, zal hij doen huichelen door vleierijen; maar het volk, die hun God kennen, zullen zij grijpen, en zullen het doen.” (Daniël 11:30-32 STV)
Toen had men een gruwel die verwoesting bracht en een krachtig verzet.
100 jaar later moest het volk echter terug een inlijving onder het Romeinse Rijk ondergaan (65vGT) waarbij een toenemende druk op de Joden komt om te integreren in de Griekse cultuur. Nadat Caligula en Nero zich al lieten vereren als goden kwam in 66 de eerste opstand waarbij in 70 de afrekening kwam: een oordeel maar geen bevrijding.
Ook al had Jezus de religieuze leiders aangekondigd dat er onschuldig bloed zou vloeien op deze generatie en dat de maat vol was en dat de tempel opnieuw een rovershol zou zijn. Hij duidde er al op dat niet de aanwezigheid van de tempel belangrijk was maar dat eerder het gedrag bijzonder was. God geeft keuze tussen leven en dood en verwacht van de mens dat deze de juiste keuze maakt tussen de normen en waarden die nodig zijn om werkelijk te overleven.
“Gij [dan] ook, vervult de mate uwer vaderen! Gij slangen, gij adderengebroedsels! hoe zoudt gij de helse verdoemenis ontvlieden? Daarom ziet, Ik zende tot u profeten, en wijzen, en schriftgeleerden, en uit dezelve zult gij [sommigen] doden en kruisigen, en [sommigen] uit dezelve zult gij geselen in uw synagogen, en zult hen vervolgen van stad tot stad; Opdat op u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten is op de aarde, van het bloed des rechtvaardigen Abels af, tot op het bloed van Zacharia, den zoon van Barachia, welken gij gedood hebt tussen den tempel en het altaar. Voorwaar zeg Ik u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.” (Mattheüs 23:32-36 STV)
“En zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed [aan] hebbende? En hij verstomde. Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt [hem] uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden.” (Mattheüs 22:12-13 STV)
“En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem, Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons [geschreven], alsof de dag van Christus aanstaande ware. Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want [die] [komt] [niet], tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs;” (2 Thessalonicen 2:1-3 STV)
“En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide.” (Mattheüs 24:4 STV)
“En vele valse profeten zullen opstaan, en zullen er velen verleiden.” (Mattheüs 24:11 STV)
Er werd ons geschetst van hoe wij zouden kunnen reageren en welke keuzes wij zouden kunnen maken met de daaraan verbonden risico’s.
Er werd gekeken naar diegenen die geduldig wachtten en niets bemerkten, diegenen die de waarschuwing niet serieus namen en de verwarring met Gods geduld en Gods tolerantie. Ook werd er aangetoond hoe in vele gevallen in het verleden de mensen te veel bezig waren met politieke zaken, één van de tekenen der tijden.
In de 4° studie keek Mark Hale naar 2 aspecten: het oordeel vergeleken met de vloed en het oordeel als een schifting tussen waakzamen en diegenen met valse verwachtingen. (Mattheus 24)
“Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen.” (2 Petrus 3:7 NBG51)
“En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding, terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen.” (Lukas 21:25-26 NBG51)
“Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden.” (Romeinen 15:4 NBG51)
“Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, niet afwijst. Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die zijn godsspraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem, die uit de hemelen [spreekt].” (Hebreeën 12:25 NBG51)
“De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts!” (Romeinen 13:12 NBG51)

Kan de mens oorlog ontvluchten? Soldaten en vluchtelingen in verschillende oorlogstijd activiteiten – vechtend, leidend, vluchtend en huilend – Oorlogsmonument, Seoul
Door hun handelen zullen zij tonen aan welke kant zij staan. Elke mens zal zijn eigen keuzes moeten maken en daar zelf verantwoording voor moeten afleggen.
In Gods Woord kunnen de mensen een leidraad voor hun leven vinden en een idee vormen van wat er hun te wachten zal staan. Op Gods Woord zal men eigen keuzes kunnen maken.
Men zal moeten kunnen zien wat het Babylon is, of de Moderne Wereld. Het daar uit weg gaan is ongelijk aan het daaruit weggenomen worden.
De gelovigen die Gods Wil ter harte willen nemen zullen moeten vertrouwen op het behouden blijven. God heeft voor de gelovigen redding voorzien. De gelovige zal het daarom nog niet gemakkelijk krijgen, maar hij zal in ieder geval behouden blijven.
“Nog was tot Jeremia het woord des HEREN gekomen, terwijl hij in de gevangenhof opgesloten was: Ga heen en zeg tot Ebed-melek, de Ethiopier: Zo zegt de HERE der heerscharen, de God van Israel: Zie, Ik doe mijn woorden over deze stad in vervulling gaan ten kwade en niet ten goede, en zij zullen voor uw ogen geschieden te dien dage. Maar Ik zal u te dien dage redden, luidt het woord des HEREN, en gij zult niet overgegeven worden in de macht der mannen, voor wie gij met schrik bevangen zijt; want Ik zal u voorzeker doen ontkomen en gij zult door het zwaard niet vallen, maar uw leven zal u ten buit zijn, omdat gij op Mij vertrouwd hebt, luidt het woord des HEREN.” (Jeremia 39:15-18 NBG51)
“en zij zeiden tot de profeet Jeremia: Laat toch onze smeking bij u gehoor vinden en bid voor ons tot de HERE, uw God, voor dit gehele overblijfsel, want wij zijn als weinigen uit velen overgebleven, gelijk uw ogen ons aanschouwen; {} dat de HERE, uw God, ons te kennen geve, welke weg wij moeten gaan en wat wij moeten doen. {} En de profeet Jeremia zeide tot hen: Ik geef u gehoor; zie, ik zal tot de HERE, uw God, bidden gelijk gij gesproken hebt, en dan zal ik alle woord dat de HERE u antwoorden zal, u mededelen, ik zal u geen enkel woord verzwijgen. Toen zeiden zij tot Jeremia: De HERE zij ons een waarachtig en geloofwaardig getuige, dat wij overeenkomstig alle woord waarmede de HERE, uw God, u tot ons zenden zal, doen zullen. {} {}” (Jeremia 42:2-5 NBG51)
Indien wij bepaalde Tekenen zullen kunnen waarnemen zullen wij daar passend op moeten reageren. Wij zullen het moeten weten dat er tekenen zijn. Maar wij zullen er ook mee moeten kunnen leven dat wij niet de juiste of exacte datum weten. Wanneer het zal gebeuren is eigenlijk niet onze zaak, volgens Mark Hale. Alleen God weet dat. Zelf zijn zoon wist dit niet.
“Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is.” (Lukas 21:31 NBG51)
“Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israel? Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft,” (Handelingen 1:6-7 NBG51)
“De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan. Maar van die dag of van die ure weet niemand, ook de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, alleen de Vader.” (Markus 13:31-32 NBG51)
Als Jezus het al niet wist waarom zouden wij denken het beter te weten?
Maar wij moeten Kijken naar de tekenen. In de studie van de zondag werd ook gesproken over de omslachtigheid van de beeldspraken in Daniël, en hoe hier een aparte studie aan moet gewijd worden. Maar wij moeten toch ook het grote beeld met de voeten van Nebukadnezar naar voor halen, waar wij een duidelijk beeld zien van Europa, een sterk maar toch ook broos rijk, met een economisch blok, electorale bewegingen en overwegingen. Zwakke en sterke landen tot één verbonden of tot elkaar veroordeeld.
Het is actueel dat alle volkeren nu optrekken tegen Israël, waarbij het handelen van Israël door velen sterk wordt veroordeeld. Vaak willen Christenen een tegengeluid laten horen, maar Mark Hale vraagt zich daarbij af of die Christenen hierdoor niet ingaan tegen Gods Plan. Hoewel goed bedoeld, vertragen zij daarmee de vervulling van de profetie.
De tekenen zijn gegeven om te herkennen waardoor gelovigen ook zullen weten wanneer het zo ver is. De verwachting is dat het echt spannend wordt en dat wij dan omhoog zullen moeten kijken want dat de verlossing dan nabij zal zijn.
“Thans reeds zeg Ik het u, eer het geschiedt, opdat gij, wanneer het geschiedt, gelooft, dat Ik het ben.” (Johannes 13:19 NBG51)
“Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven.” (Johannes 14:19 NBG51)
“Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is.” (Lukas 21:31 NBG51)
Door de herkenning van de tekenen zullen wij kracht en vreugde er uit kunnen halen. Dan komt het er op aan: hoe is het werkelijk gesteld met ons geloof?
++
Voorgaand kon u vinden:
De Dag is nabij #1 Voortdurende moeilijkheden
De Dag is nabij #2 Bruikbare informatie
De Dag is nabij #3 Niet laten verrassen
De Dag is nabij #5 Terugkijken naar verleden
De Dag is nabij #7 Thema van de dag
++
In het Engels kan u aanvullend vinden / Please do find about this subject of the End Times and this study weekend the following articles:
The dark side of our earthly existence
and The day is near studyweekend
+++
Related articles
- Rugby Prophecy Day (christadelphians.wordpress.com)
Godsgebeuren en Kerk in Europa
“Goethe zei al dat ‘Europa gaandeweg is geboren en het christendom zijn moeder-taal is’. “Elke uiting van cultuurverlies is verontrustend. Ze leidt tot het verlies van iets belangrijks dat – als je erover nadenkt – elke mens in staat stelt deel te hebben aan een soort volheid van menselijkheid”. zei kardinaal Poupard in een interview met Rorate. Hij stelt vast dat de kloof tussen het hedonisme dat door de dominante mediacultuur wordt verspreid en het perspectief van het Rijk Gods almaar groter wordt. “De dominante stroming van het secularisme die vandaag de culturen overspoelt, idealiseert vaak – via de suggestieve kracht van de media – manieren van leven die haaks staan op de zaligsprekingen en op de navolging van de arme, kuise, gehoorzame en nederige Christus. Ja, sommige cultuurproducten zijn geïnspireerd door de zonde en kunnen ertoe aanzetten. De kerk moet afkeuren wat de menselijkheid doodt, de antiwaarden aanduiden en ze bannen. Ze verhoudt zich tegenover de cultuur als een kritische instantie, wat haar bij de media die veeleer de heersende mentaliteit volgen, niet geliefd maakt.’’
“Het seculiere als principe, en niet het verengende secularisme, staat in grote letters in het evangelie: ‘Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt.’ De verschillende Europese culturen komen uit dezelfde bron: het Griekse denken, de Romeinse wetgeving en de evangelische eerbied voor de menselijke persoon. Dat de menselijke integriteit respect verdient, veronderstelt dat de ethiek voor de techniek komt, het primaat van het subject boven het object en de superioriteit van het zijn boven het hebben. Het christendom is de band die Europa ten diepste samenhoudt, met respect voor de culturele en nationale verschillen. Daarbij is het christendom niet de exclusieve bron, maar als sociale cohesie en in het geven van een ziel is het wel uniek. In mijn boek over Europa, Le Christianisme ferment de nouveauté en Europe, ontwikkel ik die idee: ‘Vandaag beseft heel Europa dat een dieper liggende eenheid maar mogelijk is als we een einde maken aan het Godsvergeten. Daartoe moeten christenen echte, waarachtige christenen zijn. Hun geloof moet cultuur worden zodat Europa zijn ziel herontdekt en weer toekomst krijgt.’’’ vervolgt Poupard.Het is voor de kerken in het algemeen een uitdaging om duidelijkheid te verschaffen over wat het geloof inhoudt. Om te laten zien wat men op grond van zijn godsdienstigheid nastreeft en welke waarden men aanhangt en te vertellen wat men in het publieke leven zou willen realiseren. Daarover is binnen de kerken allerminst overeenstemming.De seculariseringsthese, de idee dat religie verdwijnt naarmate een samenleving moderner wordt hoeft niet echt een ramp te zijn voor de kerkgemeenschap. Secularisatie gaat sterk uit van christelijke opvattingen die in een kerk worden beleden. Als men de media bekijkt en het oor te luisteren legt kan men merken dat er niet echt een verdwijning van God en godsbeleving is, maar van een verandering van de religie. De verminderde kerkgang wijst erop dat een bepaald soort godsdienstig gedrag teloorgaat, maar daarmee verdwijnt niet elke vorm van religie. Als wij mensen aanspreken valt ons trouwens op dat meer en meer mensen hun eigen godsdienst creëren. Mensen blijken tegenwoordig ook religieus of spiritueel te kunnen zijn zonder dat ze een band hebben met een bepaalde kerk of religieuze leerstellingen. Sommigen vinden het daarom beter te spreken van een transformatie van de religie: Mensen hebben geen binding meer met een kerk, maar wel met een transcendente spiritualiteit. Men kan er niet naast zien dat er veel belangstelling is voor het transcendente.
Enerzijds worden religie en levensbeschouwing – een typisch Nederlands woord waarvoor in buitenlandse talen geen equivalent bestaat – systematisch in verband gebracht met ‘dogmatisme en moreel imperialisme’, anderzijds hameren bijvoorbeeld gelovigen op het belang van bovenindividuele waarden en de zin van religieuze tradities. Die laatste zouden niet alleen noodzakelijk zijn om een antwoord te vinden op zingevingsvragen, maar ook een ‘culturele humuslaag’ zijn voor morele waarden, in het bijzonder maatschappelijke solidariteit.
Religie en geloof zijn mede door de komst van moslims naar onze contreien en ten gevolge van het geweld veroorzaakt door islamitische fundamentalisten weer onderwerp van gesprek en studie. Het blijkt echter dat oude begrippen, zoals secularisatie en scheiding van kerk en staat, niet meer toereikend zijn om de nieuwe situatie te beschrijven.
Mensen zijn meer individualistisch geworden, meer in zichzelf gekeerd en vooral bekommerd om hun eigen carrière, gezin en toekomst. Mensen zijn nogal erg gesteld op hun individuele vrijheid en kiezen zelf hoe ze hun leven uitbouwen. In die omstandigheden kerk zijn, is bijzonder moeilijk. We moeten proberen het individualisme te doorbreken en vanuit ons christelijk geloof mensen uitnodigen tot meer verbondenheid met elkaar en met God.
De kerken moeten zich afvragen of een comfortabele dominantie in de samenleving of zelfs een stilzwijgend opgaan in een breed gemiddelde past bij een organisatie die het evangelie goed wil verstaan. Langzaam en sluipend is een situatie ontstaan waarin kerken in het midden zich vrijwel niet meer durven te onderscheiden in het publieke debat. In Amerika merken wij dat bepaalde Evangelische kerken zich aan de leefgemeenschappen willen aanpassen en hun diensten helemaal richten naar de wensen van de mensen. dit konden wij vorige zondag nog op de Panorama uitzending op Canvas bevestigd zien. Het was het “tintelen van de oren” uit de Bijbel in onze huidige wereld in realiteit brengend.
In het kerkelijk leven is de samengang van de ecclesia of gemeenschapsband ver te zoeken geraakt. Dat de christen aan rechtvaardigheid werkt en de liefdevolle zorg voor mensen boven de doelmatigheid van systemen stelt kan men in de tegenwoordige Kerk niet makkelijk zien. Nochtans zijn er de kleine kerken die daar verder willen aan werken.In de huidige moderne samenleving zijn het niet meer de grote blokken in het midden, of het nu staten of grote ondernemingen zijn, waarin de vernieuwing van de samenleving haar beslag krijgt. Dat gebeurt juist in de marge. Creativiteit verdraagt zich slecht met het midden. En de grote instanties blijven de kleine weren en kijken er op toe alsof zij pestbuilen kunnen worden. Normen en waarden zijn essentieel voor de kwaliteit van professioneel handelen en voor nieuwe vormen van betrokken, ‘dienend’ management.sommige mensen die wij aanspreken vinden die zaken die wij voorop stellen ouderwetse idealen, maar zij vormen de bouwstenen voor een goed samenwerkende maatschappij.Menselijke waardigheid is belangrijk en de samenhorigheid van een gemeenschap is noodzakelijk om iedereen in die maatschappij zich goed te laten voelen.Mensen krijgen steeds minder het gevoel ergens bij te horen, waardoor er randgroepen ontstaan die buiten de boot vallen.Men krijgt de indruk dat vele mensen willen wegvluchten in de anonimiteit, maar het is eerder dat de houding van een uitsluitende omgeving hen doet afschrikken of hen doet terugtrekken op een eigen klein eiland.
De calculerende burger raakt elk gevoel van “verenigen” kwijt. De basis voor sociaal burgerschap is dat mensen zich bereid opstellen om vanuit een innerlijke overtuiging solidariteit voor elkaar op te brengen
Er is de dringende behoefte aan hechte gezinnen die als levende cellen de samenleving opbouwen, zeker nu de vergrijzing in Europa sterk toeneemt. Een samenleving zonder gezinnen kan niet voortbestaan. Volgens ons moeten deze door het geloof ondersteund naar buiten treden en de voedingsbodem zijn van de kerk. Het geloof maakt een gezin weerbaar in moeilijke omstandigheden en de kerkgemeenschap kan het gezin de nodige verdere ondersteuning geven. Het eensgezind voelen moet ook verder uitgewerkt worden. De overdracht van waarden en normen begint in de kleinste maatschappelijke kern die het gezin is. Het is de plaats waar de vorming een aanvang neemt en de houding ten opzichte van anderen wordt bepaald.
De verantwoordelijkheid van ouders voor hun kinderen kweekt, als het goed is, een besef van verbondenheid voor het leven dat maakt dat in een later stadium kinderen zich medeverantwoordelijk voelen voor hun ouders, ook en juist als deze behoefte krijgen aan hulp en verzorging. Die verantwoordelijkheid dragen zij echter nooit alleen, maar wordt gedeeld met allerlei intermediaire instellingen en netwerken voor wie te arm, ziek of oud is om menswaardig te participeren aan de samenleving. De menselijke maat dient ook uitgangspunt te zijn van overheidsbeleid, dat vanuit zorg moet ontstaan en met zorg moet worden uitgevoerd. Humaniteit is een voorwaarde en een doel in de gezondheidszorg, in de bejegening van allochtonen en illegalen, in de omgang met andere culturen in eigen land en in de internationale betrekkingen.
De vorming wordt voortgezet op scholen die moeten kunnen worden gesticht, ingericht en in stand gehouden op basis van godsdienstige, levensbeschouwelijke of pedagogisch-didactische inzichten.Er zijn waarden die voor iedereen gelijk zijn, gelovig of niet. Het zijn gewoon essentiële menselijke regels. Humane leefregels om als maatschappij samen te kunnen optrekken. Die instandhouding van levensbeschouwelijke inzichten moet mede door de overheid worden bevorderd door voldoende middelen ter beschikking te stellen om kwalitatief hoogwaardig onderwijs te kunnen garanderen door leraren en docenten die goed zijn opgeleid en ook waarden mogen vooropstellen in de klasgemeenschap. Zij moeten diegenen die hun gemeenschap komen vervoegen mogen aanleren dat bepaalde handelingen moeten aanschouwd worden als asociaal gedrag en te vermijden.
Eveneens moeten de kinderen in het onderwijs weer leren dat de vrijheid moet aanschouwd worden als de vrijheid van een ander respecteren en dat wij om goede samen te kunnen leven werkelijk ons moeten inspannen om rekening te houden met de anderen maar ook met de omgeving, de natuur en het milieu. Eveneens kan men vanuit de onderbouw er weer aan werken om het materialistisch denken op de zijlijn te schuiven. Vrijwilligerswerk, mantelzorg, verenigingsleven, sport en ontspanning moeten anders ingekleurd worden en kunnen vanuit het gezin en het onderwijs weer voor het voetlicht gebracht worden.
Uit een onderzoek dat de oecumenische ontwikkelingsorganisatie Oikos in 2003 heeft uitgevoerd in opdracht van de kerken in Apeldoorn-Zuid bleek dat kerken een aantoonbaar belangrijke invloed hebben op het sociale leven in een wijk. Ze nemen de overheid daarmee veel werk uit handen waaraan omgerekend behoorlijke kosten zouden zijn verbonden. Trouwens kan een kerkgemeenschap verdere hulp aanbieden daar waar de overheid faalt.
Kerkleden hebben nogal eens het gevoel dat hun betrokkenheid maatschappelijk gezien niet zoveel voorstelt. Maar het onderzoek toont aan dat dat ongepast is, aldus de onderzoekers. Ook volgens ons is de rol voor het cementeren van de gemeenschap weggelegd in die kleine gemeenschapsvormen en wijkclubjes.
Zelfs zeer kleine kerkjes kunnen bijdragen en een plaats voor ontmoeting met verwante geesten zijn.In hun eigen kleine omgeving kunnen het de noodzakelijke hulpverlenende instantie – zowel in spiritueel als in praktisch opzicht – vormen en een toegangspoort tot de (grotere) maatschappij.
Bij de Christadelphians trachten wij drempels weg te halen en iedereen op te vangen. Taal mag bij ons ook geen probleem zijn en hierdoor verlopen sommige van onze diensten ook in meerdere talen door elkaar. De mens in zijn omgeving en in onze nabijheid staat centraal. Ook al kan het voor anderen lijken op een klein select groepje is iedereen in onze gemeenschap welkom. Maar wel mogen wij stellen dat wij onze armen openen om samen iets op te bouwen en samen te groeien in een betere leefomgeving. Graag laten wij anderen voelen dat wij geroepen zijn en mogen open staan om gezonden te zijn. Het is die missionering die in de westerse landen vervaagt is geworden en tot de verschraling van de kerkgemeenschap heeft toe bijgedragen. Wij willen mensen weer vertrouwd maken met het geloofsverhaal; kansen geven aan de verscheidenheid van geloofskernen; kerk zijn met armen, zieken, gehandicapten en verdrukten. Dat waren de eerste drie hefbomen in de eerste kerken, welke wij nu nog blijven voor ogen houden. De kerk hoort zich namelijk steeds te baseren op de Eerste Kerk, of op die gemeenschappen of ecclesiae die zijn ontstaan na Christus verrijzenis, bij de prediking en evangeliseren door de apostelen.
“De waarheid over de mens is voor iedereen dezelfde: als er geen gemeenschappelijke menselijke natuur bestaat, hoe kunnen we dan het recht funderen en vermijden dat we in de wet van de sterkste vervallen? De rede is een gemeenschappelijk erfgoed en het is niet geoorloofd haar tegenover het hart te plaatsen. Goedheid en waarheid gaan samen, en het is nog beter als daar ook nog schoonheid bijkomt. De culturele dialoog staat de dialoog van het leven niet in de weg, integendeel. Overal waar mensen hun leven delen met anders- of met niet-gelovigen, is die dialoog aan de gang.
Om de kerk nieuw leven in te blazen is het belangrijk die nieuwe wind te laten blazen en verscheidene culturen elkaar te laten bevruchten, echter steeds met dien verstande dat voor de Kerkgemeenschap het fundament Christus Jezus steeds de belangrijkste hoeksteen blijft en het Woord van God het te volgen Gegeven.
Vlaamse kerk met uitsterven bedreigd 2006
Verschuivingen in religiebeleving
spiritualiteit in geglobaliseerde wereld
Pleidooi van Rik Pinxten om godsdienstles af te schaffen
Oppositie tegen nieuwe religieuze bewegingen en sekten
navolgers van God, zoals geliefde kinderen past
Kerklidmaatschap belangrijk of niet
aantal leden geen goed criterium
aanwezigheid van de kerken in het openbare leven
Kerk van Christus wordt samengesteld door een gebondenheid onder mensen
Geloofscommunicatie en geloofsoverdracht zijn in onze geseculariseerde
samenleving geen eenvoudige opdrachten
generaties – Breuk tussen – totaal en op alle gebieden
God vebannen uit het openbaar leven
Godsdienstonderwijs uitgedaagd





