Dienaar van zijn Vader
De laatste paar dagen hebben we onze leden aangemoedigd om tijdens het afgelopen verlengd weekend tijd te besteden aan de Bijbel, door zich in de eerste plaats te richten op de dood van onze Verlosser, dan door te vieren hoe de dood is verslagen.
We hebben gekeken naar deze meester leraar, hoe die wonderen kon doen maar toch nederig was om zelf het werk van de slaven op te nemen. Hij heeft ook nooit gewild dat zijn naam of functie verheven zou worden. Voor Jezus was het duidelijk dat hij altijd de Vader in de hemel wilde en moest volgen. Ook vroeg hij hen die hem wilden volgen niet op te kijken naar hem maar naar zijn vader die hem gezonden had. Zoals Jezus niet zijn eigen weg volgde verlangde hij van zijn volgers dat zij ook de weg zouden volgen van zijn Vader en dat zij nooit hun eigen prioriteiten op de eerste plaats zouden stellen. Jezus wenste niet zijn eigen ideeën voorop te stellen en zo maar te doen wat hij graag zou doen. Voor hem was het belangrijk om zich te houden aan de Wil van zijn Vader, ook al zou deze hem pijn bezorgen. Jezus gaf zich volledig in de handen van zijn Vader. Hij volgde niet zijn eigen uitspraken, maar God‘s oordelen. Hij keek altijd naar wat Gods wegen waren en hoe hij kon stappen in lijn met deze en hoe zijn volgelingen Gods wegen moesten volgen, welke altijd hoger moeten zijn dan onze wegen.
“יהושע zei tegen hem:” Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. “(Johannes 14:6 De Schrift 1998 +)
“Uit Mezelf kan ik geen enkele zaak verrichten. Zoals ik hoor, beoordeel ik en Mijn oordeel is gerechtvaardigd, omdat ik Mijn eigen verlangen niet zoek, maar het verlangen van de Vader die Mij stuurde. Indien ik getuig van Mezelf draag, is Mijn getuigenis niet waar. Er is een andere die getuigenis van Mij draagt en ik weet dat de getuigenis die Hij getuigt van Mij waar is.” (Johannes 5:19-32 De Geschriften 1998 +)
“Ik ben de goede herder.1 En ik ken de mijnen, en die van mij kennen mij {Voetnoot: 1 (#Eze 34:11-12; Heb 13:20; 1Pe 2:25; 1Pe 5:4).} zoals de Vader mij kent, en ik de Vader ken. En ik leg mijn leven neer voor de schapen. “En nog andere schapen heb ik, die niet van deze stal zijn – Ik moet ze ook samenbrengen {Ook hen moet ik brengen}, en zij zullen mijn stem horen, en het zal één kudde worden, één schaapherder zijn {Allen zullen één kudde en één herder zijn}.{1 Voetnoot: 1 (#Eze 34:23, Eze 37:24).} “Hiervoor houdt de Vader van mij, omdat ik mijn leven afleg, om het opnieuw te ontvangen. “Niemand neemt het van mij, maar ik leg het uit mijzelf af. Ik ben vrij om het af te leggen, en ik ben vrij om het opnieuw te ontvangen. {Ik ben geautoriseerd om het af te leggen en ik ben geautoriseerd om het weer op te nemen.} Deze opdracht {Dit Gebod} heb ik van mijn Vader ontvangen. “(Johannes 10:14-18 De Bijbel 1998 +)
Jezus zei het zelf, in het geval dat hij door zichzelf gestuurd zou zijn naar deze aarde, dan zou hij een bedrieger zijn, en zou zijn getuigenis niets waard zijn, volledig waardeloos en meineed.
Jezus, die wist dat hij al die wonderen alleen maar kon doen omdat hij de zegeningen en de macht van zijn Vader had gekregen, was bereid om deze macht van zijn Vader te brengen in het voordeel van de mensen om hem heen, Hij wilde ook het leven dat God hem had gegeven, met ons delen in overvloed.
Jezus als de Zoon des mensen (of Mensenzoon) is niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen, niet om zichzelf van belang te maken, maar om zich van geen teel te maken, nutteloos, zinloos, opzettelijk gehoorzaam en bereidwillig naar zijn Vader, achtte hij de ander uitnemender dan zichzelf in ootmoedigheid, en wilde het beste behalen voor de andere, en in strijd met de wereld wilde hij zich nooit zelf te behagen, maar wilde God te behagen. Volledige gehoorzaamheid en onderwerping aan zijn Vader wilde hij opbrengen. Zijn zorg ging uit naar de mensen om hem heen, hun behoeften en zorgen. Hij was bereid om zijn leven te geven als losgeld voor hen en zelfs voor diegenen die hij zelfs niet kende. Jezus was bereid om zijn lichaam aan te bieden als een lam aan de slachtbank, zodat we kunnen leven hebben, en dat wij het zelfs overvloediger mogen hebben , zodat we in staat zijn vruchten af te werpen, zoals Jezus veel vrucht heeft gedragen.
Lucas vertelt ons dat Jezus de echte man is die zich zelf presenteerde aan zijn Vader God en als zodanig de παις of ‘dienaar’ van God was, in de zin waarin Jesaja van de Messias heeft gesproken als de ‘Ebed Jehovah‘, ‘dienaar van Jehovah (= dienaar van God).’ De apostel Lukas presenteert de Christus volgens zijn invloed op de geschiedenis van het Koninkrijk van God en van de wereld – als uitverkorenen Gods dienaar in wie Hij graag genoegen neemt zoals voorspeld door Jesaja. In het Oude Testament, om een mooie beeldspraak te nemen, is de idee van de ‘Dienaar van de Heer‘ voor ons voorgelegd als een piramide: aan de basis is het gehele Israël, met daarboven het centrale deel met Israël naar de Geest (de besneden van hart), vertegenwoordigd door David, de man naar Gods hart, terwijl aan haar top de ‘uitverkoren’ Dienaar, de Messias kan gevonden worden. En deze drie ideeën, met hun sequenties, worden gepresenteerd in het derde Evangelie als het centreren in Jezus de Messias. Bij deze piramide vinden wij: de Zoon des mensen, de Zoon van David, de Zoon van God. De Dienaar van de Heer van Jesaja en van Lucas is de verlichter, de Trooster, de zegevierende Verlosser, de Messias of Gezalfde: de Profeet, de Priester, de Koning.
In deze begeleider vinden we een herder als David. Jezus was om de scheut of diegene die voortkwam uit de Tak (of stam) van David, die andere dienaar van God. De ‘Dienaar van de Heer’ in relatie tot de geschiedenis van Israël was koningschap in Israël, de ‘Dienaar van de Heer’ in relatie tot het rituele Israëls verordeningen was het priesterschap in Israël, de ‘Dienaar van de Heer’ in relatie tot voorspelling was de profetische volgorde. Maar alle sprongen voort uit dezelfde basisgedachte: die van de ‘ Dienaar van Jehovah’ .
Zoals een portier een dienstknecht is, heeft men ook Jezus als een dienaar die de deur opent voor zijn meester en de gasten van deze meester. Jezus opent de deur voor ons om zijn Meester, zijn God en onze God te benaderen. Hoewel de dienaar alles kan vinden in het huis van de meester, behoort niets de knecht toe, mag hij niets stelen of zich toe-eigenen en zorgt ervoor dat alles in goed in orde blijft.
” 9 ” Ik ben de deur. Wie door mij binnenkomt, hij zal behouden worden, en zal binnengaan en zal buiten gaan en weide vinden. 10 “De dief komt niet, behalve om te stelen en te slachten en te verdelgen. Ik ben gekomen opdat zij leven zouden bezitten en dat ze het mateloos zouden bezitten . 11 “Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor de schapen. “(Johannes 10:9-11 De Geschriften 1998 +)
” Zoals de Zoon van Adam niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, 1 en zijn leven te geven als losprijs voor velen” {Voetnoot: 1 zie (#Mr 10:45) en (#Isa 49:1-7)} “(Mattheüs 20:28 De Geschriften 1998 +)
“5 Voor, laat deze geest ook in jullie zijn die ook in Messias יהושע was 6 die, in de vorm zijnde van Elohim, geen gelijkheid met Elohim beschouwde om begrepen te worden, 7 maar zich zelf leegde, de vorm van een dienaar aannemend en in de gelijkenis van mannen komend. 8 En in trek gevonden te zijn als een man, vernederde Hij zich en werd gehoorzaam tot aan de dood, dood zelfs aan een paal. 9 Elohim, daarom, heeft Hem hoog verheven en Hem de Naam gegeven die boven iedere naam is, 10 dat bij de Naam van יהושע iedere knie zou moeten buigen, van die in de hemel en van die op aarde en van die onder de aarde, 11 en iedere tong zou moeten bekennen dat יהושע Messias Hoofd is, naar de achting van Elohim de Vader. (Filippenzen 2:5-11 De Geschriften 1998 +)
Hoewel Jezus de enige Zoon van de Vader (Johannes 1:14), de helderheid van de heerlijkheid van de Vader (Hebreeën 1:3), de gekozen (Matteüs 12:18) en de Christus was (Matteüs 1:16) wilde hij een troost van Israël worden (Lucas 2:25) en een Raadgever (Jesaja 9:6), vriend (Johannes 11:1-44) en zelfs Broeder (Hebreeën 2:11). Hoewel hij tot uitdrukkingen of eigenheden van de Vader vertoonde (Hebreeën 1:3) wilde hij een getrouwe getuige van Hem zijn(Openbaring 1:5) , die als een heilige van God (Marcus 1:24) altijd onder de wet van de Almachtige God andere mensen ook onder die kostbare wet wilde brengen (Matteüs 27:51, Romeinen 7:04, Efeziërs 2:13-15), er zeker van zijnde dat het niet hem, maar de Heilige Geest van zijn Vader is, die de volgelingen van hem zijn leringen in hun herinnering zou brengen (Johannes 14:26).
Christus Lam van God - Deel van een Bisschopsstaf die een lam voor stelt, Italiaanse kunst. - 13° Eeuw Louvre Museum - Foto Marie-Lan Nguyen (2005)
“Want er is een Elohim, 1 en een Middelaar tussen Elohim en mensen, de Mens Christus יהושע, {Voetnota: (#2Co 8:6; Eph 4:6; Mr 12:29-34).}.” (1 Timoteüs 2: 5 De Geschriften 1998 +)
God was bereid om zijn zoon zijn aanbod te accepteren en nam de gezalfde tot in de hemel om aan Zijn rechterhand te zitten nadat Hij Jezus had opgewekt als de Redder. Door deze Christus zijn daad zichzelf te geven aan de hele mensheid, als een nederige dienaar zal Jezus ons mogen opwekken door God Zijn kracht. Jezus gaf vrijwillig zijn leven toen hij wist dat zijn lijden zou worden voltooid (zie Johannes 19:30). Het impliceert ook dat de goddelijke natuur van Christus actief was in zijn opstanding: hij was in staat om ” zijn leven weer op te nemen”, want hij vertrouwde volledig in zijn Vader.
“Dus toen יהושע de zure wijn nam zei hij : “Het is volbracht!” En zijn hoofd buigend , gaf hij de geest.” (Johannes 19:30 De Geschriften 1998 +)
“4 Waarlijk, Hij heeft onze ziekten gedragen en droeg onze pijn. Maar we rekenden hem voor een geplaagde, geslagen door de Elohim, en verdrukt. 5 Maar hij werd doorboord om onze overtredingen, hij werd verpletterd voor onze oneerlijkheid {onbetrouwbaarheid, gewetenloosheid, achterbaksheid}. De straf voor onze gerustheid {vrede} was op hem, en door zijn striemen zijn wij genezen (geraakt). 6 Wij allen, als schapen, liepen verloren {dwaalden af}, ieder van ons zocht zijn eigen weg. En יהוה heeft op hem de kromming {misvormdheid, frauduleusheid} van ons allen gelegd. 7 Hij was verdrukt en hij was getroffen, maar hij deed zijn mond niet open. Hij werd als een lam ter slachting gebracht, en als een schaap stil voor zijn scheerders {als een schaap dat verstomd voor zijn scheerders}, zo deed hij zijn mond niet open. “(Jesaja 53:4-7 de Geschriften 1998 + )
“De volgende dag zag Jochanan יהושע {Jeshua, Jesua} tot zich komen en zei:” Zie, het Lam van Elohim dat wegneemt de zonden van de wereld {1} {Voetnoot: 1 (#Mt 1:21; Titus 2:14; 1 Johannes 3:5,8)}. “(Johannes 1:29 De Geschriften 1998 +)
“Daarom ruim dan het oude zuurdesem op {letterlijk: reinig uit; veeg schoon,veeg uit,haal leeg, ruim op; mogelijk ook te vertalen als: verwijder}, zodat u een nieuwe lomp (deeg) bent, zoals je ongezuurd bent {net zoals jullie ongezuurd deeg zijn}. Want ook de Mshicha {Messias(= Christus)} ons Pascha {Pescha} werd aangeboden voor ons.” (1 Korinthiërs 5:7 De Geschriften 1998 +)
“13 daarom, de lendenen van uw verstand omgord te hebben, nuchter zijnde, stelt u uw verwachtingen perfect op de gunst die u moet aangeboden worden door de openbaring van יהושע Messias, 14 als gehoorzame kinderen, niet uzelf in overeenstemming brengend naar de vroegere begeerten {lusten} in je onwetendheid, 15 in plaats daarvan, als degene die u geroepen heeft apart geplaatst, zo ook moeten jullie apart geplaatst worden in al het gedrag {Wees echter apart geplaatsten /(of heiligen)/ in heel jullie gedrag omdat hij die jullie heeft geroepen heilig is.}, 16 omdat het is geschreven {omdat er staat geschreven}: “Wees apart-geplaatsten {afgezonderden}, want ik ben afgezonderd {apart geplaatst}. {#Wees heilig omdat ook ik heilig ben”}” 17 En als je een beroep doet op de Vader, die zonder aanzien oordeelt op basis van ieders werk, passeer de tijd van uw vreemdelingschap in vreze, 18 wetende dat je verlost bent geworden van uw zinloze manier van leven dat u geërfd had van uw vaders {wetende dat u van het zinloze leven, geërfd van uw vaders, verlost werd}, niet met wat vergankelijk is, zilver of goud, 19 maar met het kostbare bloed van de Messias, als van een lam gaaf en vlekkeloos, 20 vooraf bekend, inderdaad, voor de grondlegging van de wereld, maar gemanifesteerd {geopenbaard} in deze laatste tijden om uwentwil, 21 die door hem gelooft in Elohim, die hem uit de doden heeft omhoog gebracht en hem eigenwaarde heeft gegeven, zodat uw geloof en verwachting in Elohim zijn. “(1 Petrus 1:13-21 de Geschriften 1998 +)
Jehovah God verhief zijn nederige dienaar, omdat hij voldeed aan alle werken die God gedaan wou hebben op de aarde door hem.
“12 Want gij zult niet in haast wegtrekken, noch op de vlucht slaan. Voor יהוה gaat voor u, en de Elohim van Yisra’ĕl is je achterhoede. 13 Zie, Mijn Knecht zal wijselijk werken, Hij zal verheven en zeer hoog opgeheven worden. 14 Zoals velen zich verbaasden over jou – zo was de verminking meer dan van enige mens en zijn gedaante de kinderen der mensen overtreffend – 15 Gelijkaardig zal hij verscheidene naties {volken} besprenkelen {verwonderen} Vorsten snoeren hun mond over hem (koningen zullen hun mond over hem toe houden}, want wat niet was verteld aan hen zullen ze zien, en wat ze niet hadden gehoord (dat) zullen ze verstaan. “(Jesaja 52:12-15 De Geschriften 1998 +)
” Wie heeft onze prediking geloofd? En aan wie is de arm van יהוה {Jehovah} geopenbaard? 2 Want hij groeide op voor Hem als een tedere plant, en als een wortel die uitloopt vanuit dorre grond. Hij heeft geen vorm of pracht en praal dat we zouden moeten opkijken naar hem, noch (een) uiterlijk dat wij hem zouden moeten begeren – 3 veracht en verworpen door de mensen, een man van pijn en ziekte kennend. En als een van wie het gezicht is verborgen, veracht geworden, en wij hebben hem niet geacht {we overwogen hem niet}. 4 Waarlijk, Hij heeft onze ziekten op hem genomen en onze pijn gedragen. Maar we rekenen hem af voor een geplaagde, geslagen door Elohim en verdrukt. 5 Maar Hij werd doorstoken om onze overtredingen {Maar hij werd doorstoken voor onze overtredingen} Hij werd verbrijzeld om onze ongerechtigheden. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen zij wij genezen. {is ons genezing toegekomen}
6 Wij allen, als schapen, zijn afgedwaald, elk van ons heeft zich gewend {gekeerd} tot zijn eigen weg. En יהוה heeft op hem de ongerechtigheid van ons allemaal gelegd. 7 Hij was verdrukt en hij werd mishandeld, maar hij deed zijn mond niet open. Hij werd als een lam ter slachting gebracht, en als een schaap voor zijn scheerders verstild {verstomd}, maar hij deed zijn mond niet open. 8 Hij werd uit de gevangenis en uit het oordeel (weg) genomen. En wat zijn generatie betreft, die van mening is dat hij zal uitgeroeid worden uit het land der levenden? Voor de overtreding van Mijn volk werd hij geslagen. 9 En Hij werd een graf toegewezen met de verkeerden {de slechten, verdorvenen,zondigen, goddelozen}, en met de rijke in zijn dood, omdat Hij had geen geweld had gedaan, noch was er bedrog in zijn mond {Voetnoot: Zie (#1Pe 2:22)}.
10 Maar יהוה {Jehovah} was blij om hem te verbrijzelen, hij legde ziekte op hem, (zo)dat wanneer hij zich tot een offer maakte voor de schuld, hij een zaad zou zien, hij zou zijn dagen verlengen en het plezier {welbahagen} van יהוה zal voorspoedig zijn in zijn hand. 11 Hij zou het resultaat zien van het lijden van zijn leven en tevreden zijn. Door middel van zijn kennis maakt Mijn rechtvaardige dienaar veel rechtvaardig, en draagt hij hun ongerechtigheid. 12 Daarom geef Ik hem een deel onder de groten, en verdeelt hij de buit met de sterken, omdat hij zijn wezen tot de dood heeft uitgestort, en hij geteld werd onder de overtreders, en omdat hij de schuld van velen droeg en voorspraak deed {tussen kwam voor}voor overtreders. {het voor overtreders op nam}. (Jesaja 53:1-12 De gescchriften 1998 +)

zijn wij bereid te kennen te geven dat wij Christus Jezus kennen en willen volgen of verkiezen wij hem te ontkennen zoals de apostel Petrus tot drie maal toe deed? - 1660 Rembrandt (1606–1669)
“11 En zo waren sommigen van jullie. Maar jullie werden gewassen, maar je was apart gezet {je bent geheiligd, gerechtvaardigd}, maar u werd juist {rechtvaardig} verklaard in de Naam van de Meester יהושע {Jeshua, Jesus, Jezus} en door de Geest van onze Elohim. 12 Alles is mij toegestaan, maar niet alles is tot mijn profijt {niet alles is opportuun, doelmatig of tot winst} Alles is toegestaan, maar ik zal niet onder enig gezag er van staan {maar niets zal macht over mij hebben} 13 Voedsel voor de maag en de maag voor voedsel-. maar Elohim zal beide vernietigen, deze en hen. Het lichaam is niet voor hoereren, maar voor de Meester, en de Meester voor het lichaam. 14 En Elohim, die de Meester heeft opgewekt, zal ook ons opwekken door Zijn kracht. 15 Weet gij niet, dat uw lichamen leden van de Messias zijn? zal ik dan de leden van de Messias nemen en ze leden van een hoer maken? Laat het niet waar zijn! 16 Of weet gij niet, dat hij die gebonden is aan {die lid is van; aanhangt met} een hoer één lichaam is? Want Hij zegt: “de twee zullen tot één vlees worden.” 17 En hij, die is verbonden met de Meester is één geest. {En hij die de Meester aanhangt is één geest} 18 Vliedt hoereren. {Ontvlucht het hoereren.} Elke zonde die een mens doet, is buiten het lichaam, maar hij die hoereert begaat zonde tegen zijn eigen lichaam. 19 Of weet gij niet, dat je lichaam de verblijfplaats is van de apart geplaatste {heilige} geest {(Grieks: »hos hij ho« die, die ene)}, die in u, die u hebt van Elohim, en u bent niet van uzelf {u bent niet uw eigen} 20 Want gij zijt gekocht en betaald, dus respecteer Elohim in je lichaam en in uw geest, welke van Elohim zijn {die Elohim toebehoren} {Voetnoot: 1 Zie (#1Co 7:23, 1Pe 1:18-19)}. “(1 Korintiërs 6:11-20 De Schrift 1998 +)
Ook degenen die wilden groot of belangrijk worden zouden moeten weten dat ze eerst het laagst van allemaal moeten zijn. Men moet zich eerst verlagen om te kunnen worden verhoogd.
Wij zelf zouden moeten worden als Christus. Als Christus betekent niet dat we God zullen komen te zijn, zoals velen denken dat Jezus God is, maar het betekent zo te zijn als de dienaar Jezus, die kind van de Vader in de hemel is en een zaadje in de handen van de Heer te zijn.
De Heer Jezus wil dat wij, als zijn leerlingen, zijn takken, vruchtbaar zijn.
“In dit is mijn Vader gerespecteerd {verheerlijkt}, dat gij veel vrucht draagt, en gij mijn aangeleerden zult zijn {en gij mijn discipelen/leerlingen zult zijn} .” (Johannes 15:8 De Geschriften 1998 +)
Fruit is het gevolg van de ontwikkelend leven. Takken hebben op zich niet niet bepaald dat leven. De tak kan geen vrucht dragen van zichzelf. Takken moeten hun leven altijd vinden in de venen van de hoofdstam of in de wijnstok. De wijnstok, Jezus, heeft het leven.
“Ik ben de weg, de waarheid en het leven” (Johannes 14:6). Onze Heer kwam om dat het leven, in overvloed, met ons te delen. Zijn overvloedige leven is wat ons in staat stelt veel vrucht te dragen.
“Ik ben de deur en als een mens {iemand } door mij zou binnengaan: hij zal leven, in -en uitgaan {(#Ps 23:2)}en weide vinden. Een dief komt slechts om te stelen, te doden en om te vernietigen. Ik ben gekomen zodat men kan leven en in alles overvloed mag hebben. ” (Johannes 10:9-10 Peshitta E.Nierop)
We moeten proberen te doen zoals Jezus, ons grootste en beste voorbeeld, en zouden moeten streven naar het eenvoudig en oprecht te zijn jegens allen, niet om ons zelf te behagen en eer voor ons zelf te behalen, maar voor de Heer. Zoals Jezus ons voorbeelden heeft gegeven hoe te bidden, naar zijn Vader en onze Vader, en ons waarschuwde ons te houden aan de geboden van slechts één God, moeten we voorzichtig zijn met wat en wie we associëren, en voorzichtig zijn eerbetoon aan de juiste persoon te geven met onze lippen en acties, niet bang zijnde van Christus Jezus.
Als Jezus de dienaar van zijn Vader en de mensen om hem heen was, moeten we ook personeelsleden of dienaren van de mensen om ons heen zijn en een knecht voor Christus en voor God, trouw aan de Heer, de Waarheid, de broeders en allen met wie wij te maken hebben, niet alleen in grote zaken, maar ook in de kleine dingen van het leven. We moeten als volgelingen van Christus, christenen wordend gelijkheid in de liefde hebben, zodat wij als broeders en zusters in Christus dingen willen doen voor elkaar, nooit veeleisend zijnde en nooit met meer dan een meester / slaaf relatie. We moeten allemaal het idee van gelijkheid in Christus hebben. Seculiere samenleving mag niet willen voldoen aan het ideaal van christelijke gelijkheid, maar de christelijke gemeenschap moet zeker vasthouden aan dat model. Om Gods persoon te zijn is niet iets wat men in afzondering van de samenleving kan doen, maar het betekent om Christus dienaar te zijn in gemeenschap met de mensheid in het algemeen.
Geen enkele staat, geen voorwaarde van rang in het leven, is geheel vrijgesteld van een dienaar. De Koning en de bedelaar hebben beide hun plaats in het leven, en als Salomo zei, ook al mag de winst van de aarde geheel voor de koning zijn, deze wordt zelf ook bediend door het veld. (Prediker 5:9.).
“En de toename van het land is voor iedereen. De vorst zelf wordt geserveerd uit het veld.” (Prediker 5:09 De Geschriften 1998 +)
We vinden God de Vader die spreekt over Jezus de dienaar van God, wanneer Hij hem aanroept bij deze naam. “Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun: mijn uitverkorenen in wie mijn ziel een welbehagen heeft!” God heeft de tak van David in gerechtigheid geroepen, en zal zijn hand vast houden, en hem geven voor een Verbond van het volk.
“1 “Zie, Mijn knecht, dien Ik ondersteun, mijn uitverkorene in wie Mijn wezen blij is {in wie mijn zijn zich verheugd heeft}! Ik heb Mijn Geest op {over} hem geplaatst, hij brengt weer recht-regeling {juiste heersing, rechtvaardigheid} voor de naties. 2 “Hij zal het niet uitschreeuwen, noch zijn stem verheffen, noch veroorzaakt zijn stem gehoord te worden in de straat.
3 “Een geknakte riet {een gekraakte tak} zal hij niet verbreken, en het rokende vlas {vlaswiek, vlaspit}zal hij niet lessen {uitblussen, doven, uitdoven}. Hij brengt weer recht-regeling {recht, juist regerende, getrouwe rechtspraak} in overeenstemming met de waarheid. {Hij kondigt rechtspaak uit naar waarheid} {Getrouw zal hij het recht uitdragen, naar waarheid} 4 “Hij zal niet zwak of geplet worden, totdat hij de juiste rechter uitspraak op de aarde zal bevestigd hebben. En de kustlanden {eilanden} wachten op zijn Torah. ” 5 Zo zegt de el, יהוה, die de hemelen schiep en ze uitstrekte, die de aarde uitbreidde en dat wat afkomstig is van haar, dat adem geeft aan de mensen op haar, en de geest aan hen die op haar lopen:
6 “Ik, יהוה {Jehovah}, heb u geroepen in gerechtigheid, en ik pak je hand en bewaak u en geef u voor een verbond aan een volk, voor een licht voor de heidenen, 7 tot het openen van blinde ogen, om gevangenen de gevangenis te brengen, zij die in duisternis zitten van de gevangenis {gevangenenhuis, gevangenhuis}.
8 “Ik ben יהוה {Jehovah}, dat is Mijn Naam, en mijn achting {eer, hoogachting, waardering, respect} heb ik geen anderen geven, noch Mijn lof aan afgoden.” (Jesaja 42:1-8 De Geschriften 1998 +)
Jezus predikend in de tempel als een dienaar voor God, God Zijn woord verkondigend. - Christus predikend in Capernaum - 1878-1879 (onvoltooid) Maurycy Gottlieb (1856–1879)
God heeft ons Christus op aarde gegeven, dus kunnen we hier hem op aarde dienen als de vertegenwoordiger van God. Door te gaan voor Christus kunnen we God dienen, maar dan kunnen we niet tegelijkertijd een dienaar van de wereld zijn, of afhankelijk zijn van de materiële dingen van deze wereld, op hetzelfde ogenblik. De persoon die houdt van zijn aardse leven zal uiteindelijk alles voor altijd kwijt geraken, maar de persoon die zijn leven haat in deze wereld zal behouden worden en een nooit eindigend leven verkrijgen. Als een persoon Christus wil dienen, moet hij zich als zijn volgeling houden aan Jezus regels (de Wet van Christus), zijn leerstellingen, geloven wat Jezus over zich en zijn Vader zei. Waar de bereidwillige volgeling van Christus ook moge zijn zal Gods dienaar ook zijn. Indien een persoon hem dient, zal de Vader hem eren.
“” En zijn meester {heer} zei {zeide} tot hem: “Goed gedaan, gij goede en betrouwbare knecht. Jij was betrouwbaar {te vertrouwen} over weinig {een weinig, een beetje}, ik zal je over veel aanzetten {zetten, plaatsen}. Treed binnen in de vreugde van uw meester {heer}.” (Mattheüs 25:21 De Geschriften 1998 +)
“13″ Geen dienaar is bekwaam twee meesters te dienen, voor ofwel zal hij de eerste haten en de andere liefhebben, ofwel zal hij vasthouden aan de ene en de andere verachten. Je bent niet in staat om Elohim te dienen en de mammon. “14 En de Farizeeën, die hielden van zilver, hoorden dit alles ook, en waren grijnslachend naar hem {deden spottend naar hem, maakten een spottende opmerking naar hem}, 15 zodat hij zei {zeide} tot hen: “Jullie zijn dezen {mensen} die zichzelf rechtvaardig verklaren voor mensen {die voor de mensen, beweren zelf rechtvaardig te zijn} , maar Elohim kent uw harten, want wat is sterk gedacht onder de mensen is een gruwel {abominatie, verschrikking} in de ogen van Elohim. 16 “de Thora en de profeten zijn tot Jochanan {Johannes (de Doper)}. Sindsdien is de regering van Elohim aangekondigd geworden, en doet {pleegt} iedereen er geweld daarop {aan}. 17″ en het is gemakkelijker voor de hemel en de aarde om weg te gaan {voorbij te gaan, heen te gaan, te stoppen, te eindigen, te sterven} dan voor een tittel van de Tora weg te vallen {af te vallen}. “(Lucas 16:13-17 de Geschriften 1998 +)
“” 24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij een graankorrel valt in de grond en sterft, blijft hij alleen. Maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht {brengt hij veel vrucht voort, draagt hij veel vrucht}. 25 “Wie zijn leven liefheeft zal het verliezen, en hij die zijn leven haat in deze wereld, zal het behouden voor het eeuwige leven. 26 “Als iemand mij dient, laat hem mij volgen {die volge mij}. En waar ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand mij dient, zal de Vader hem waarderen {naar waarde schatten}. “(Johannes 12:24-26 De Geschriften 1998 +)
Onszelf toevertrouwen aan Goddelijke zorg en de terzijde gestelde Voorzienigheid van al onze belangen voor ons hoogste welzijn, moeten we proberen niet alleen zuiver van hart te zijn, maar voor alle angst, alle onvrede, alle ontmoediging, niet morren of klagen voor wat de Heer zijn voorzienigheid mag toestaan, omdat “Het geloof stevig op hem kan vertrouwen, wat er ook gebeurt.”
Zijn we bereid om te worden zoals Christus, een dienaar van God? En zijn wij bereid om ons en anderen voor te bereiden op de komst van de grootste dienaar van allen? Om als bruiden van Christus te zijn? Of willen we worden geroepen tot of uitgenodigd zijn op de bruiloft van het Lam van God Jezus Christus? Bereid zijn om als bedienden te wandelen in het licht van Christus, of om slechts een schaduw te zijn?
“43″ En weet dit, dat als de meester van het huis {de heer des huizes} had geweten op welk uur de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en niet zou toegestaan hebben dat zijn huis werd ingebroken. 44 “Door dit {Daarom}, wees ook klaar {zijt ook klaar}, want de Zoon van Adam komt {is komende} op een uur wanneer u {je} hem niet verwacht. 45 “Wie is dan een betrouwbare en verstandige slaaf, die zijn meester over zijn gezin aanstelt, om hen te eten te geven in het seizoen? 46″ Zalig die slaaf, die zijn meester, gekomen zijnde {wanneer hij gekomen is}, zo zal vinden dit te doen {hem zo zal vinden te doen}. 47 “Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem over al zijn bezittingen zal zetten {plaatsen}.” (Mattheüs 24:43-47 De Geschriften 1998 +)
“En hij zei tot mij: “Schrijf, zalig zijn zij die geroepen zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam!’ “En hij zei tot mij: “Dit zijn de ware woorden van Elohim.”" (Openbaring 19:9 de Geschriften 1998 +)
“22″ En ik zag geen woonplaats in, want יהוה {Jehovah} Ěl Shaddai {de Ene Heer Alaha} is de woonplaats {tempel, toevluchtsplaats, onderkomen}, en het Lam. 23 En de stad behoeft geen zon, noch maan, om te schitteren op haar, want de achting van Elohim verlicht haar, en het Lam is haar lamp. 24 En de heidenen, van degenen die gered zijn, zullen wandelen in haar licht, 1 en de vorsten van de aarde zullen hun eigenwaarde er toe brengen. {Voetnoot: 1 Zie (#Isa 60:3)}. 25 En haar poorten zullen helemaal niet gesloten worden geheel de dag {des daags, tijdens de dag, tijdens heel de dag}, want ‘s nachts zal er niet zijn. {voor de nacht zal daar niet zijn} {want er zal geen nacht meer zijn} 26 En zij zullen de achting en de waardering van de niet-joden er in brengen. {En zij zullen de achting van de heidenen er binnen brengen.} 27 En er zal bij geen mogelijkheid een kans zijn om binnen te komen voor dat wat onzuiver is {En op geen enkele wijze zal er kunnen intreden wat onrein is}, noch iemand die er gruwel en leugen zou doen, {1}, maar alleen degenen die zijn opgeschreven {opgetekend} in het Boek van het Lam van het Leven. {Voetnoot: 1 Zie (#Re 22:15), en (#2Thes 2:11)}. “(Openbaring 21:22-27 De Geschriften 1998 +)
“11 En ik zag, en ik hoorde een stem van vele boodschappers rond de troon, en de levende wezens, en de oudsten. En het aantal van hen was myriaden van myriaden, en duizenden duizendtallen, 12 zeggende met luide stem,” waardig is het Lam dat geslacht is geworden om macht en rijkdom en wijsheid te ontvangen, en kracht en respect en eigenwaarde en zegen! “” (Openbaring 5:11-12 de Geschriften 1998 +)
+
Verder aangeraden lectuur:
- De Wet van de Liefde, basis van alle instructies
- Verlossing voor Gods volk
- Zuivering voor allen
- Studiedag: Gods indringende boodschap #3 Met Christus gestorven en opgewekt
- Afstraling van God’s Heerlijkheid
- Dienaar in de gegeven genade
- Leden in het lichaam van Christus
- To belong to = toebehoren + Toebehoren
- Halfslachtig leerlingschap
- De Kern van God dienen
- Focussen op Christus
- Christus kennen is zin geven aan het leven
- Niet goddelijkheid van Christus toch
- 1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.
- Laat mij anderen van harte dienen
- Vrijwilligheid van het Christen zijn
- Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.
- Bijbelonderzoek Inleiding Navolgers van Christus
- Kies niet onjuist te zijn, omwille van verschillend te wezen
- Probeer vooruit te rijden in plaats van achteruit
- Heeft het Christendom zich neergelegd bij de wereld
- Een Niet-christelijke christelijke bediening
- Niet houden van dat soort Christenen
- Niet allen zullen het Koninkrijk beërven
- De gedachte aan het verliezen ontsteekt de vreugde van het hebben
- Slag om waardigheid in zuivere natuur
- Hoe ons te gedragen
- Redenen waarom zij niet kunnen doen wat zij willen
- De Bijbel onze Gids #3 de Toekomst van de Rechtvaardigen #1
- Eén met Christus, één met elkaar
- Eén met Christus, verschillend met of van elkaar
- Belachelijk of eerder sterke persoonlijkheid
- Beter falen voor de wereld
- Broers en broeders
- Christadelphian mens
- Christelijk leven
- Christen, Jood of Volk van God
- Christen genoemd
- Christen mensen met ons geloof
- Christus toebehorenden
- Dankbaar voor verkregen offer
- De Gezondene
- De Onschuldige
- Destin des justes
- Eén met Christus
- Een Messias om te Sterven
- Elke gelovige is opgeroepen om Christus in de dienst te volgen
- Geen Wegvluchter
- Gekristalliseerd harmonieus denken
- Geloof in Jezus Christus
- Geloof in slechts Één God
- Geloof voor God aanvaardbaar
- Getuige of Broeder
- God Helper en Bevrijder
- God, Jezus Christus en de Heilige Geest
- God komt ons ten goede
- Gods hoop en onze hoop
- Gods Redding
- Gods beloften
- Gods Wil voor ons
- Goedheid en liefde openbaar gemaakt
- Een Groots Geschenk om te herinneren
- Het beschreven lam
- Het Zoenoffer
- Hij die komt
- Hij die zit aan de rechterhand van zijn Vader
- Hoop op een man
- Het begin van Jezus #6 Beloften van Innerlijke zegeningen
- Jezus Christus is in het vlees gekomen
- Kleine kudde en beleidvolle slaaf
- Lam van God
- Nieuw Verbond
- Onschuldig Lam
- Rapture blootgelegd Toegang met Christus
- Rapture blootgelegd Verzamelen met Jezus
- Rechtvaardigen
- Redding
- Redding door volharding
- Relatie tot Christus
- Relatie tot God
- Relatie tot medemens
- Slaaf voor mens en God
- Teken van het Verbond
- Verandering door de Bijbel
- Voorbereiden op het Koninkrijk
- Ware Hoop
- Werking van de Hoop
- Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
- Zoenoffer
+
Engelstalige aanverwante artikelen :
Please do find related articles:
- Half-hearted discipleship
- Better Things
- Prefering to be a Christian
- Reveal, command and demand what you will
- The thought of losing rekindles the joy of having
- It’s hard to be like Christ
- Be Holy
- To belong to = toebehoren
- Not liking your Christians
- Not all will inherit the Kingdom
- Half-hearted discipleship
- Bible power to change
- Christadelphian people
- Chrystalised harmonious thinking
- Concerning gospelfaith
- Crucifixion for suffering
- Expiatory sacrifice
- Faith
- Faith and works
- Faith mouving mountains
- Full authority belongs to God
- God Helper and Deliverer
- God His Reward
- God’s promises
- God’s measure not our measure
- Gods hope and our hope
- Gods Salvation
- God’s Will for Us – Gods Wil voor ons
- Hope for the future
- Human nature
- Incomplete without the mind of God
- Jesus Messiah
- Jesus’s answers about God’s silence
- Knowing Rabboni
- A Messiah to die
- New Covenant
- Offer in our suffering
- One Mediator
- Only one God
- On the Nature of Christ
- Our way of life
- Preparing for the Kingdom – Voorbereiden op het Koninkrijk
- Promise of comforter
- Rapture exposed Admittance with Christ
- Rapture Exposed Gathering with Jesus
- Reasons that Jesus was not God
- Resurrection of Jesus Christ
- Salvation, trust and action in Jesus #2 What you must do
- Seeing Jesus
- Self inflicted misery #9 Subject to worldly things
- Slave for people and God
- The True Vine
- Video – Commandments of God
- Video – Light of the World
- Working of the hope
- Written to recognise the Promissed One
Een Messias om te Sterven
Diegene die beloofd was als de Verlosser was de Gezalfde of Christus/Messias die zich als een Dienstknecht of Slaaf aan bood. (Zie ook Slaaf voor mens en God)
Fragmenten uit het boek van Matteüs:
in een Nederlandse vertaling van “De Heilige Peshitta” door E. Nierop uit 2009
Mattheus
16: 13-20:
13 Toen Yeshu’/Jeshua in het gebied van Qesariya van Filipos {Caesarea van Filippi} was gekomen, vroeg hij zijn leerlingen en zei: “Wat zegt men over mij? Dat ik de Barnasha ben?”
14 Daarop zeiden ze: “Sommigen zeggen ‘Yuchanan de Doper’, maar anderen ‘Elia’, anderen ‘Jeremia’ of ‘een van de profeten’.
15 Hij zei tegen hen: “Maar wie zeggen jullie dat ik ben?” #
16 Shem’un Kiefa antwoordde en zei: “U bent de Mshicha, de Zoon van de Levende Alaha.”
17 Yeshu’ antwoordde en zei tegen hem: “Gezegend ben je Shem’un, zoon van Yawna, want niet vlees en bloed hebben je dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is.”
18 Ook ik zeg je dat je een rots bent, en op deze Rots zal ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overwinnen.
19 Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven en wat jij ook op aarde gebiedt, zal gebod in de hemel zijn. En wat je verbiedt op aarde, zal verbod in de hemel zijn.”
20 Daarop gaf hij zijn leerlingen opdracht dat ze niemand moesten zeggen dat hij de Mshicha was.
16: 21-28:
21 Vanaf toen ging Yeshu’ zijn leerlingen tonen dat hij klaar stond om naar Urishlem te gaan en vele dingen te lijden vanwege de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden en dat hij gedood zou worden en op de derde dag zou opstaan.
22 Maar Kiefa nam hem [apart] en berispte hem en zei: “Niets daarvan, Heer, dat dit u zou overkomen!”
23 Maar hij draaide zich om en zei tegen Kiefa: “Ga achter me tegenstander! Je bent me een struikelblok omdat je gedachte niet van Alaha is maar van mensen!”
24 Toen zei Yeshu’ tegen zijn leerlingen: “Wie me wil volgen, moet zichzelf ontkennen, zijn kruis opnemen en mij volgen!
25 Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen, maar wie zijn leven voor mij zal verliezen, zal het vinden.
26 Want wat voor nut heeft het voor een mens om de hele wereld te winnen, maar zijn ziel te verliezen? Of wat zal iemand in ruil voor de ziel geven?
27 Want de Barnasha {mensenzoon} zal komen in de glorie van zijn Vader met zijn heilige engelen. Daarna zal hij elk mens naar zijn daden vergoeden.
28 Ik zeg jullie met zekerheid dat sommigen van wie hier staan de dood niet zullen proeven voordat ze de Barnasha in zijn koninkrijk zien komen.”
17:22-23:
22 Terwijl ze door Glila {Galilea} reisden, zei Yeshu’ tegen hen: “De Barnasha {Mens /mensenzoon}zal aan mensenhanden worden uitgeleverd,
23 en men zal hem vermoorden, maar op de derde dag zal hij opstaan.” Dit bedroefde hen zeer.
20: 17-19:
17 Yeshu’ (jezus, jeshua) stond echter klaar om naar Urishlem (Jeruzalem) op te gaan. Hij nam zijn leerlingen onderweg apart en zei:
18 “Zie, we gaan op naar Urishlem en de Barnasha zal worden uitgeleverd aan de overpriesters en schriftgeleerden en ze zullen hem tot de dood veroordelen.
19 En ze zullen hem aan het volk uitleveren en men zal hem uitlachen, tuchtigen en hem ophangen maar op de derde dag zal hij opstaan.”
21: 42-46:
42 Yeshu’ {jezus, jeshua} zei tegen {tot} hen: “Hebt u nooit gelezen in de Schrift;
‘De steen die de bouwers hebben verworpen {afkeurden},
is de hoofdhoeksteen {hoeksteen} geworden,
deze kwam van marya JHWH de Heer,
en (het) is een wonder in onze ogen’.
43 Daarom zeg ik u dat het koninkrijk van Alaha van u zal worden weggenomen en het zal gegeven worden aan een natie die de vruchten daarvan opbrengt.
44 En wie over deze steen valt, zal gebroken worden en al op wie het valt, zal geplet worden.”
45 Toen de overpriesters en de separatisten zijn gelijkenis hoorden, begrepen ze dat hij over hen sprak.
46 Hoewel ze hem probeerden te grijpen, vreesden ze de menigten omdat die hem voor een profeet hielden.
26:1-5:
1 Toen Yeshu’ (Jezus, Jeshua) al deze woorden had voltooid zei hij tegen zijn leerlingen:
2 “Jullie weten dat over twee dagen het Pescha (pesach, pasen, pascha) is, en dat de Barnasha {mensenzoon} wordt uitgeleverd {overgeleverd} om te worden gehangen.”
3 Toen vergaderden de overpriesters, sofre {soferim,schriftgeleerden}{ontbreekt in het Grieks} en de oudsten van het volk op het binnenhof van de overpriester die Qayafa {Kajafas} heette.
4 En ze overlegden hoe ze Yeshu’ door een list zouden arresteren en hem vermoorden.
5 Maar ze zeiden: “Maar niet op het feest, anders zou er een rel {opstand,oproer} onder het volk ontstaan!”
26:11-16:
11 Want de armen hebben jullie altijd bij jullie maar mij hebben jullie niet altijd.
12 Maar ze goot deze parfum over mijn lichaam uit, alsof ze het voor mijn begrafenis heeft gedaan.
13 Ik zeg jullie met zekerheid, dat waar ook mijn boodschap wordt verkondigd, dit over de hele wereld zal worden verteld tot herinnering aan wat ze heeft gedaan.”
14 Toen ging een van de twaalf, Yihuda Scharyuta {Yehuda Scharyuta, Judas Iskariot} genoemd, naar de overpriesters.
15 En hij zei tegen hen: “Wat zou u me geven als ik u hem zal uitleveren?” Ze beloofden hem dertig [stukken] zilver. #
16 Vanaf toen zocht hij een gelegenheid om hem te verraden.
26:20-25:
20 Toen het avond was, lag hij aan met zijn twaalf leerlingen.
21 Terwijl ze aten zei hij: “Ik zeg jullie met zekerheid, dat een van jullie me zal verraden.”
22 Dat maakte hen zeer bedroefd dus gingen ze hem om de beurt te zeggen: “Ben ik het, Heer?”
23 Daarop antwoordde hij hun en zei: “Degene die met mij zijn hand in de schaal doopt, zal mij verraden.
24 De Barnasha {mens; mensenzoon} zal gaan zoals er over hem staat geschreven {zoals staat geschreven over hem}: ‘Maar wee die man door wiens hand de Barnasha {mens} wordt verraden! Het zou beter voor die man zijn geweest als hij niet was geboren’.
25 Yihuda {Yehuda, Judas} de verrader antwoordde en zei: “Ben ik het, Rabbi?” Hij zei tegen hem: “Je hebt [het] gezegd.”
26:28:
27 Daarop nam hij de beker en sprak dank uit, gaf het hun en zei: “Drink hier allen uit,
28 dit is mijn bloed van het nieuwe verbond {Jeremia 31:31; ‘nieuw’ niet in alle Griekse afschriften.} dat voor velen {tot nut van velen} wordt vergoten tot vergeving van zonden.
26:30-32:
30 Ze zongen lofzang en gingen op weg naar de Olijfberg.
31 Toen zei Yeshu’ tegen hen: “Vannacht zullen allen over me struikelen. Want er staat geschreven: ‘ik zal de herder slaan en de schapen van zijn kudde zullen verstrooid raken’.
32 Maar nadat ik ben opgestaan {PNT. Grieks heeft ‘na de opstanding’}, zal ik jullie voorgaan naar Glila {Galilea}.”
26: 37-39:
37 En hij nam Kiefa {Kefas (petrus)}en de twee zonen van Zabday {Zabdaï, Zebedeüs} mee, en hij begon bedrukt en bedroefd {verdrietig en zeer onrustig} te worden.
38 En hij zei tegen hen: “Mijn ziel is bedroefd {heeft kwelling} tot de dood. Blijf bij me en waak met mij!”
39 En hij ging wat verderop, knielde {Wierp zich op zijn gezicht}, bad en zei: “Mijn Vader! Als het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan, maar niet zoals ik wil maar zoals u wilt.”
26:48-50:
48 En Yihuda {Yehuda, Judas} de verrader had hen een teken gegeven en zei: “Wie ik kus, is het, grijp hem!”
49 En onmiddellijk kwam hij bij Yeshu’ en zei: “Vrede, Rabbi!” En hij kuste hem.
50 Daarop zei Yeshu’ (Jezus, Jeshua) hem: “Ben je daarom gekomen, mijn vriend?” Toen naderden ze en sloegen de handen aan Yeshu’ en grepen hem.
27:1-5:
1 Toen het morgen werd, namen alle overpriesters en de oudsten van het volk het besluit over Yeshu’ {Jeshua} om hem de doodstraf te geven.
2 En ze boeiden hem, leidden hem weg en leverden hem over aan de prefect Pilatos.
3 Toen de verrader Yihuda {Yehuda, Judas} zag dat Yeshu’ werd veroordeeld kreeg hij spijt, ging terug en bracht die dertig zilverstukken terug aan de overpriesters en de oudsten.
4 en hij zei: “Ik heb gezondigd, want ik heb onschuldig bloed verraden!” Maar ze zeiden tegen hem: “Wat hebben we {Letterlijk ‘voor ons, zijn wij ons van jou bewust’} met jouw probleem te maken?”
5 Toen wierp hij het zilver in de tempel, vertrok en hing zichzelf op.
27:9-10:
9 Toen werd vervuld wat werd gesproken door de profeet die zei: “Ik nam {(#Zac 11:12). Grieks voegt toe ‘Jeremia’.} dertig zilverstukken, de prijs voor de Kostbare die werd overeengekomen met de zonen van Israyel {de Israëlieten},
10 en ik gaf ze voor het veld van de pottenbakker zoals marya JHWH {Jehovah} de Heer me heeft opgedragen.”
27:18-26:
18 Want Pilatos wist dat ze hem uit afgunst hadden uitgeleverd.
19 Terwijl de prefect nu op zijn eigen rechterstoel gezeten was, zond zijn vrouw hem een bericht en zei tegen hem: “Heb niets met die Rechtvaardige want ik heb vandaag in een droom veel om hem geleden.”
20 Maar de overpriesters en de oudsten hadden de menigten overtuigd om te vragen naar Barabba {Barabbas } maar om Yeshu’ te doden.
21 De prefect antwoordde en zei tegen hen: “Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?” Ze zeiden: “Barabba! {Barabbas }”
22 Daarop zei Pilatos tegen hen: “Wat zal ik doen met Yeshu’ die de Mshicha wordt genoemd?” Zij allen zeiden: “Hang hem op! {Ar. Nezdqep;’ ‘oprichten’. Het martelwerktuig, paal of kruis, werd niet genoemd.}”
23 De prefect zei tegen hen: “Wat voor kwaad heeft hij dan begaan?” Maar ze riepen nog luider en zeiden: “Hang hem op!”
24 Toen Pilatos zag dat niets hielp, maar in plaats daarvan het geschreeuw sterker werd, nam hij water, waste zijn handen tegenover de menigte en zei: “Ik heb vrijstelling {Ik ben vrij van het bloed } van het bloed van deze rechtvaardige man. U zult het weten!”
25 En heel het volk antwoordde en zei: “Zijn bloed over ons en over onze kinderen!”
26 Toen liet hij Barabba voor hen vrij en liet Yeshu’ met de zweep slaan en leverde hem over om te worden opgehangen.
27:27-31:
27 Toen namen de soldaten van de prefect Yeshu’ mee naar het pretorium en het hele cohort {regiment} vergaderde zich rondom hem.
28 Zij ontkleedden hem en deden hem een karmijnrode tunica aan.
29 Ook weefden ze een doornenkrans en zetten die op zijn hoofd, gaven hem een riet in zijn rechterhand, vielen voor hem op de knieën, lachten hem uit {gingen hem bespotten/uitlachen} en ze zeiden: “Gegroet, koning van de Yihudaye! {Yihudoye, Judeeërs, Joden)}”
30 En ze spuwden hem in het gezicht, namen het riet en sloegen ermee op zijn hoofd.
31 Toen ze hem hadden uitgelachen, ontkleedden ze hem van de tunica {trokken ze hem de tunica uit} en ze kleedden hem met zijn eigen kleding {deden hem zijn eigen kleding aan } en leidden hem weg om hem op te hangen {om hem gehangen te laten worden}.
27:32-54:
34 Zij gaven hem azijn {wijn volgens Grieks} vermengd met gal te drinken. Hij proefde het, maar wilde het niet drinken. #
35 Nadat ze hem hadden opgehangen, verdeelden ze zijn kleding door loten te werpen. #
36 En ze gingen zitten en hielden de wacht bij hem.
37 Men plaatste boven zijn hoofd de reden voor zijn dood met het opschrift:
“Dit is {Ar.הנו ישׁוע מלכא דיהודיא (Hana Yeshu’ malka d’Yihudaye). Grieks: ιησους ο βασιλευς των ιουδαιων. Latijn: hic est Iesus rex Iudaeorum} Yeshu’, de koning van de Yihudaye.”
38 Er werden met hem twee rovers gekruisigd. Eén rechts en één links van hem.
39 Degenen die passeerden, lasterden hem en schudden hun hoofd,
40 en ze zeiden: “U die de tempel zou neerhalen {vernietigen} en in drie dagen bouwen; red uzelf als u de Zoon van Alaha {God} bent, en kom van het kruis af!”
41 Zo lachten ook de overpriesters met de schriftgeleerden, oudsten en de separatisten hem uit,
42 en ze zeiden: “Anderen heeft hij gered, maar zichzelf kan hij niet redden! Als {Niet in het Grieks} hij de koning van Israyel is, laat hem nu van het kruis afkomen dan zullen we in hem geloven!
43 Hij vertrouwde op Alaha, laat hij hem nu redden als hij vreugde in hem vindt, want hij heeft gezegd: ‘Ik ben de Zoon van Alaha’.
44 Zelfs die rovers, die met hem waren gehangen, maakten hem verwijten.
45 Vanaf het zesde uur {nd.twaalf uur} tot het negende uur was er een duisternis over het hele land.
46 Rond het negende uur {drie uur onze tijd} riep Yeshu’ met luide stem en zei: “Yl, Yl! Waarom hebt u mij verlaten?”
47 Sommigen van de mensen die daar stonden, hoorden dit en zeiden: “Hij roept Elia!”
48 Onmiddellijk rende iemand van hen, nam een spons en vulde deze met azijn, stak dat op een riet en gaf hem te drinken.
49 Maar anderen zeiden: “Laat hem! We zullen zien of Elia komt om hem te redden!”
50 Maar Yeshu’ riep opnieuw met luide stem en gaf zijn adem op.
51 Onmiddellijk scheurde het gordijn van de poort van de tempel van boven naar beneden in twee en de aarde schudde en de rotsen scheurden,
52 de graftomben werden geopend en veel lichamen van de heiligen die sliepen kwamen overeind,
53 en werden naar buiten geworpen. Na zijn opstanding werden ze door velen die de heilige stad binnengingen gezien.
54 De centurio en degenen met hem die Yeshu’ bewaakten, zagen de aardbeving en wat er was gebeurd. Ze waren zeer bevreesd en zeiden: “Naar waarheid was hij de zoon van Alaha!”
27:57-66:
57 Toen het avond was geworden, kwam er een rijke man uit Ramta {Armataïm}, Jawsef {Jozef} genaamd, die ook leerling van Yeshu’ was geworden.
58 Hij ging naar Pilatos om het lichaam van Yeshu’ te vragen waarna Pilatos de opdracht gaf {(Marcus 15:44 en Matteüs 27:46)} dat het lichaam aan hem zou worden gegeven.
59 Jawsef {Jozef} nam het lichaam en wikkelde het in een lijkwade van zuiver linnen {wond het in een zuiver linnen doek}
60 en legde het in zijn nieuwe uit rots gehouwen graftombe. Men rolde een grote steen voor de ingang {deur} van de graftombe en vertrok.
61 Maar Marjam Magdlayta {Maria Magdelaita, Maria van Magdala of Maria Magdalena} en de andere Marjam {Maria} gingen tegenover de tombe zitten.
62 De volgende dag, dat was na de dag van voorbereiding {arubta}, vergaderden de overpriesters en de separatisten {Frieshe, Farizeeën)} zich voor Pilatos,
63 en ze zeiden: “Heer! We herinneren ons, dat toen die bedrieger leefde hij heeft gezegd: ‘Na drie dagen zal ik opstaan!’ {en ze zeiden: “Heer! We herinneren ons, dat die bedrieger zei, toen hij leefde: ‘Na drie dagen zal ik opstaan!’}
64 Beveel dan de tombe {het graf} drie dagen te bewaken tot de derde dag, anders komen zijn leerlingen het in de nacht stelen en zullen ze de mensen zeggen dat hij uit het graf is opgestaan, en dan zal het laatste bedrog erger zijn dan het eerste!”
65 Pilatos zei tegen {tot} hen: “Jullie hebben wachten {Het Grieks heeft ‘kustodias’ (Latijn, custos, ‘wacht’). PNT heeft ‘quaestionarius’.}{Jullie hebben bewaking}, ga en bewaak het naar uw beste weten.”
66 Daarop gingen ze en bewaakten ze {Maar ze gingen de tombe bewaken / Daarop bewaakten ze} de tombe en verzegelden de rots {die steen} samen met de wachten {bewakers}.
English version / Engelse versie >A Messiah to die
Vindt aanverwante lectuur:
- Gisteren stierf hij voor mij
- Jezus Christus Zijn Zoenoffer
- Het begin van Jezus #3 Voorgaande Tijden
- Jesaja profeet en boodschapper van God
- Het begin van Jezus #4 Aangekondigde te komen Verlosser
- Het begin van Jezus #5 Aankondigingsteksten uit de Schrift
- Het begin van Jezus #6 Beloften van innerlijke zegeningen
- Het begin van Jezus #7 Een Nieuwe Adam, zoon van Abraham
- Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God
- Het begin van Jezus #9 Een kwestie van Toekomst
- Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper
- De Knecht des Heren #3 De Gewillige leerling
- De Knecht des Heren #4 De Verlosser
- Verontrustheid van Jezus
- Hoe heeft Jezus zulk een plezier voor God gedaan
- Lijden goegemaakt door Jezus’ loskoopoffer voor zonde
- Niemand heeft zulk een grote liefde als hij die zij leven gaf voor zijn vrienden
- Lam van God #1 Oude Tijden
- Lam van God #2 Jezus moest sterven
- Lam van God #3 Christus stierf als onschuldig Lam #2 Aanvaarding der Toewijzing
- Lam van God #3 Christus stierf als onschuldig Lam #3 Losprijs
- Lam van God #3b Christus stierf als onschuldig Lam
- Lam van God #3c Christus stierf als onschuldig Lam NT teksten
- God wil u gunst betonen
- Een Groots Geschenk om te herinneren
- Geen Wegvluchter
- Slaaf voor mens en God
- Fragiliteit en actie #15 Lossen of Verlossen
- Redding, vertrouwen en actie in Jezus #1 Bedekking Lijden
- Redding, vertrouwen en actie in Jezus #2 Te Doen
- Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
- Redding, vertrouwen en actie in Jezus #7 Adverteren
- Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
- Lijden goegemaakt door Jezus’ loskoopoffer voor zonde
- Waarom vast houden aan het kruisbeeld
- Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
- Een gedicht voor Pasen
- Niet goddelijkheid van Christus toch
- Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
- Toewijding van ons
- Bedenking rond Onveranderlijkheid
- Eerste pogingen van het kiemend zaad
- Waarom ik voor de Islam kies? #3 verantwoordelijkheid voor zonden
- 1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.
- Donderdag 9 April = 14 Nisan en Paasviering 11 April
- Pasen 2006
- Een Feestmaal en doodsherinnering
- Zo maar gerechtvaardigd?
- Zelfbehoud is de hoogste wet van de natuur
+
In het Engels kan u ook aanverwante lectuur vinden / Please do find related articles in English:
Read Full Post | Make a Comment ( 13 so far )
- Yesterday He died for me
- Written to recognise the Promissed One
- Who is Jesus #2 Jesus Christ, man who died
- How is it that Christ pleased God so perfectly?
- The redemption of man by Christ Jesus
- Suffering redemptive because Jesus redeemed us from sin
- This month’s survey question: Why did Jesus have to die on the cross?
- Slave for people and God
- Clean Flesh #1 Intro
- Anointing of Christ as Prophetic Rehearsal of the Burial rites
- Isaiah prophet and messenger of God
- Self inflicted misery #3 A man given to suffer for us
- Self inflicted misery #6 Paying by death
- Salvation, trust and action in Jesus #1 Suffering covered by Peace Offering
- God wants to be gracious to you
- Who is Jesus Christ? #1 What does the Bible say
- Why did Jesus have to die
- Understanding The Atonement
- Christ having glory
- Impaled until death overtook him
- Jesus Christ, His Sacrifice
- Swedish theologian finds historical proof Jesus did not die on a cross
- Greater love has no one than this, than to lay down one’s life for his friends
- A Great Gift commemorated
- Not bounded by labels but liberated in Christ
- Summary on trinity
- Not making a runner
- The Soul confronted with Death
- There is no need to execute a sentence twice for sin
- Ransom for all
- Ransom for All – Searches
- Self-preservation is the highest law of nature
Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
In de christelijke gemeenschappen zouden deze komende dagen heel speciaal moeten zijn. In sommige christelijke kerken nemen zij nog steeds tijd om zich te herinneren wat er zo speciaal is rond dat weekend toen iets gebeurde dat alles voor de wereld veranderde.
Hoewel de meeste christelijkste gemeenschappen het accent naar de geboorte van Christus hebben gebracht en dat vieren op het heidense feest van de godin van het licht, zouden wij het echte Licht in de wereld moeten vieren en terugblikken op de man die zijn leven gaf op de 14de van Nisan, ongeveer twee millennia geleden.
Het is het moment waardoor iedereen een nieuwe creatie zou kunnen komen. Door tot het geloof in Christus te zijn gekomen, maakt diegene die de stappen van bekering heeft doorgemaakt en zijn keuze op de verlossing van Christus Jezus heeft gelegd, in een vernieuwing van lichaam en geest. Het christen worden houdt een transformatie in. Het is dan als oude dingen die voorbij zijn en in zijn naam zijn wij dan een “nieuwe creatie” geworden.
Hoewel wij het zelfde lichaam als die man van Nazareth en alle mannen rond ons hebben, kunnen wij in de voetstappen van de ene leraar, rabbi יהושע Jeshua stappen en hem volgen op weg naar een innerlijke schoonheid.Die arbeiderszoon die werd liefgehad maar nog meer werd gehaat vond het niet erg om volledig volgens de wil van zijn Vader te leven en vervolgens volgens de wil van zijn Vader zijn leven voor heel de gemeenschap op te offeren. Wegens die offerdaad, die wij dezer dagen in herinnering nemen, is de genade van de Heer over ons gekomen en is het mogelijk geworden dat wij door de duisternisheen zullen geraken om het eeuwig licht tegemoet te gaan.
Door Jezus zijn actie zullen wij dit tijdelijke, aardse lichaam als tent voor een eeuwig heerlijk huisgebouw, niet met menselijke handen gebouwd, kunnen verhandelen. Ondertussen hoewel wij nu nog in diezelfde oude tent wonen die wij hadden in dit leven bij Adam, zijn wij door de 2° Adam nieuwe huurders geworden, en zijn wij als een “nieuwe creatie”.
Als volgers van Christus moeten wij nieuwe kleren aantrekken hoewel wij hetzelfde oude lichamelijke wezen en brein hebben, mits wij in een nieuw wezen moeten getransformeerd zijn door onze doop in Christus. Christus moet onze hoeksteen geworden zijn en de basis of fundament van ons geloof en verder leven. Hij zou dan de bron van ons denken en handelen moeten geworden zijn. Na de bekering en de doop is men pas aan een keringspunt gekomen waarbij de opdracht zal voorliggen om elke dag opnieuw verder te werken aan onze nieuwe bouw en zouden wij moeten blijven werken aan het leren een volledig nieuwe weg te bedenken. 
“Vormt u niet naar deze wereld, maar hervormt u door vernieuwing van inzicht, opdat gij onderscheiden moogt, wat de wil is van God, wat goed is, welbehagelijk en volmaakt.” (Romeinen 12:2 Canis)
“”Wie toch kent het inzicht des Heren, dat hij Hem zou onderrichten?” Welnu, wij hebben het inzicht van Christus.” (1 Corinthiërs 2:16 Canis)
“Derhalve, zo iemand in Christus is, dan is hij een nieuw schepsel; het oude is voorbij, zie het nieuwe is daar.” (2 Corinthiërs 5:17 Canis)
“met betrekking tot uw vroeger gedrag moet gij den ouden mens afleggen, die door bedriegelijke begeerten te gronde gaat; gij moet u vernieuwen naar de inwendige geest; gij moet den nieuwen mens aantrekken, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.” (Efeziërs 4:22-24 Canis)
“en aangetrokken den nieuwen mens, die tot beter inzicht vernieuwd is naar het beeld van zijn Schepper.” (Colossenzen 3:10 Canis)
“Wie uit God is geboren, bedrijft geen zonde, want zijn Zaad is in hem; hij kan zelfs niet zondigen, omdat hij uit God is geboren. Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels te kennen: wie de gerechtigheid niet beoefent, is niet uit God. Evenmin hij, die zijn broeder niet liefheeft.” (1 Johannes 3:9-10 Canis)
Zoals Jezus ons zei te bidden tot zijn Vader moeten we de enige Allerhoogste Elohim, Jehovah God, danken. Die Ene die vermag ons te maken en te voorzien dat wij dat wij gekwalificeerd zouden mogen worden om toegelaten te worden in het Rijk dat Jezus voor ons geprepareerd heeft.
is het Hét Lam van God dat van de kansel mag roepen of geeft men de voorkeur aan de man op de preekstoel? - Versieringen op de barokke preekstoel in de Holzen Abdij, in de buurt van het dorp Allmannshofen in Beieren, Duitsland
Door Jezus zijn dood op het brandhout bood hij zijn hele wezen aan als een Lam van God en als de definitieve vervanger voor de betaling van zonden. Zijn offerdood was het ultieme offer dat alle voorgaande offers kon vervangen en iedereen vrij kocht. Als de betaling voor de zonde van de mens was er de dood die over iedereen zou komen maar nu zou die dood niet meer de eindstap moeten zijn. Want nu zou, al moet, voor het ogenblik, iedereen nog sterven, nu opnieuw leven gegeven worden aan hen die dit losgeld willen accepteren. De oude schuld wordt vervangen door nieuwe vergeving. Door Jezus zijn actie is er vergeving gekomen over ons allen. Daarom is er nu geen verdoemenis voor degenen die bereid zijn om zichzelf te geven in Christus Jezus. Maar dan moet iedereen die zich christen wenst te noemen zich ook ontdoen van het wereldse. Ze moeten dan ophouden om mee te doen aan de tradities van de wereld en hoeven zich niet meer te binden aan menselijke organisaties of instellingen. Zij moeten worden bevrijd. Misschien willen ze een etiket op hun hoofd hebben, maar dat mag niet het belangrijkste punt zijn. Het ergens toe behoren zou niet mogen overheerst worden door het tot een bepaalde instelling of ‘Kerk’ behoren. Ieder die zichzelf christen noemt moet zich terugtrekken van diegene die zich ongeregeld gedraagt, en niet wil leven volgens de traditie die hij ontvangen heeft van de apostelen van Christus. Het komt er in de eerste plaats op aan de leer van Jezus Christus te volgen die door de apostelen is overgeleverd. In het geval dat de gene voor ons, vanaf de kansel dingen verkondigt die niet volgens de leer van Christus Jezus en niet volgens de woorden van God zijn, moeten we niet luisteren naar hem of haar, maar alleen Gods Woord voor Waar nemen en de geschreven tekst van de Bijbel in hart en nieren opvolgen. De focus van degenen die zich herkennen in de man die stierf op Golgotha, aan een houten martelpaal, zou moeten zijn om te proberen te leven als hem en om te wandelen en te gedragen niet volgens het vlees zoals de meeste van het menselijke ras graag genieten van het leven, maar om de heiligheid van Christus na te streven. Wij hebben ervoor gekozen om elkaar te ontmoeten als broeders en zusters die willen leven volgens de Geest. We moeten niet het pantheïsme of boeddhisme of een set van speciale religie volgen, maar de mystieke vereniging van de gelovigen met Christus in de Heilige Geest. Want wij weten dat dit zal leiden tot bevrijding voor ons, via onze petitie en het aanbieden van de Geest van Christus Jezus, volgens onze oprechte verwachtingen, ons reikhalzend verlangen en onze hoop, dat we niet zullen beschaamd worden, maar met alle vrijmoedigheid we is in staat zullen zijn om op te staan onder de vleugels van Christus, in wie we vertrouwen hebben gevonden.
Ook al waren wij machteloos in het vlees zouden wij nu de sterkte in Jezus Christus moeten vinden om ons lichaam en geest te vernieuwen en te groeien naar zuiverheid om zo tot die Nieuwe Schepping toe te treden.
“Welnu, gij zijt niet in het vlees, maar gij zijt in de geest, omdat de Geest van God in u woont; wie toch den Geest van Christus niet heeft, behoort Hem niet toe.” (Romeinen 8:9 Canis)
“Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, en Ik in hem, hij draagt rijke vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.” (Johannes 15:5 Canis)
“Wie uit God is geboren, bedrijft geen zonde, want zijn Zaad is in hem; hij kan zelfs niet zondigen, omdat hij uit God is geboren.” (1 Johannes 3:9 Canis)
“Gij, kinderkens, gij zijt uit God, en hebt ze overwonnen; want Hij die in u woont, is machtiger dan hij die in de wereld is.” (1 Johannes 4:4 Canis)
“Voor hen, die Jesus Christus toebehoren, bestaat er dus thans geen verdoemenis meer. Want de wet van den Geest, \@een wet\@ van leven in Christus Jesus, heeft u bevrijd van de wet van zonde en dood. Wat de Wet niet vermocht, machteloos als ze was door het vlees, \@dat heeft\@ God \@gedaan\@: Door zijn eigen Zoon te zenden in de gedaante van het zondige vlees en terwille van de zonde, heeft Hij de zonde veroordeeld in het Vlees, opdat door ons de gerechtigheid der Wet zou worden vervuld; door ons, die leven niet naar het vlees, maar naar de geest. Immers, wie vleselijk zijn, streven naar vleselijke dingen; maar wie geestelijk zijn, naar geestelijke dingen. Welnu, het streven van het vlees is de dood; maar het streven van de geest is leven en vrede. Want het streven van het vlees staat vijandig tegen God; het onderwerpt zich niet aan Gods Wet, en zelfs kàn het dit niet; wie vleselijk zijn, kunnen God niet behagen. Welnu, gij zijt niet in het vlees, maar gij zijt in de geest, omdat de Geest van God in u woont; wie toch den Geest van Christus niet heeft, behoort Hem niet toe.” (Romeinen 8:1-9 Canis)
Zoals we hebben ervoor gekozen hebben om יהושע Jeshua / Jezus Christus, de Messias te volgen, moeten we ons geen zorgen maken om een menselijk label te hebben, gedoopt te worden om dan als doopsgezinde herkend te worden als een “Baptist“, hervormd te worden hoeft dan niet in te houden dat men een “gereformeerde” is, het beven bij het Woord van God hoeft daarom nog niet te betekenen dat men een “Quaker” is, of omdat men volgens bepaalde regels of methoden leeft, hoeft men nog geen lid te zijn van de “Methodisten“.
Naar aanleiding van het advies van Jezus om samen te komen, om te voldoen aan het verzamelen en één zijn hoeft dat niet in te houden dat men toetreed tot de “congregationalisten”. Nee, wij moeten samenkomen als broeders en zusters in Christus.
En de komende dagen moeten we zelfs meer het gevoel hebben verenigd te zijn, want we moeten het moment dat Christus Jezus, de ketenen van deze wereld doorsneed en ons voor altijd bevrijde, vieren.
In de begintijd van het christendom waren er gemeenten van gelovigen, die bij elkaar kwamen om het moment dat Jezus het brood nam en het brak en deelde met degenen die hij zijn broeders en zusters noemde, te herinneren. Verenigd in Christus zijn we ook broeders en zusters in Christus (of Christadelphians) geworden en herinneren wij de dag dat Jezus stierf voor onze zonden, om de poort te openen naar de bevrijding om voor altijd het Koninkrijk van God te kunnen binnen gaan als nieuwe lichamen.
In onze keuze om Jezus Christus te volgen zijn wij uitgegroeid tot deelgenoten van lijden maar nog meer tot deelgenoten van de goddelijke natuur, tot wie God nadert en ontkoming bezorgt aan het verderf dat in de wereld is door lust. Als vernieuwde wezens moeten wij niet enkel in de voetsporen stappen van Jezus (of Jeshua) יהושע de Messias als dienaar in de gegeven genade en gezant van hem en als dienaren van degenen die een geloof verkregen hebben dat even kostbaar als het onze is door de gerechtigheid van onze Elohim יהוה Jehovah God en van de Heiland יהושע Messias.
Voorkeur, genade en vrede worden verhoogd tot ons in de kennis van Elohim en יהושע onze Meester, door de erkenning van God die ons alles gegeven heeft dat we nodig hebben.
Het is door die redder Jezus Christus dat genade ons deel mag zijn, en vrede ons overvloedig worden geschonken, dit volgens het Plan van God dat wereldvrede moest brengen. Al wat voor leven en vroomheid nodig is heeft Zijn goddelijke kracht ons geschonken, door de erkenning van hem die ons riep door zijn eigen heerlijkheid en deugd; waardoor de kostelijkste en voor ons grootste beloften gegeven zijn; opdat wij daardoor deelgenoten aan de goddelijke natuur zouden worden, ontkomen aan het bederf dat door de zinlijkheid in de wereld heerst.
“Simon Petrus, dienaar en apostel van Jesus Christus: aan hen, die door de gerechtigheid van onzen God en Zaligmaker Jesus Christus een geloof hebben ontvangen, even kostbaar als het onze: Genade en vrede zij u in volle mate door de kennis van God en van Jesus onzen Heer. Alles toch wat tot leven en vroomheid kan strekken, heeft zijn goddelijke macht ons geschonken door de kennis van Hem, die ons riep door zijn glorie en kracht. Hierdoor ook heeft Hij ons de meest kostelijke en heerlijke beloften gedaan: dat gij door dit alles deelachtig zoudt worden aan Gods natuur, wanneer gij ontkomen zult zijn aan het zinnelijk bederf van de wereld.” (2 Petrus 1:1-4 Canis)
Wij moeten er helemaal niet om verlegen zitten indien de wereld ons als rare snuiters beschouwd. Voor de gelovigen rond ons zijn wij geen vreemdelingen en gasten meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God. En die heiligheid die wij moeten nastreven is veel belangrijker dan de gebondenheid aan menselijke wensen of groeperingen.
“Dus zijt gij niet langer vreemdelingen en gasten, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods,” (Efeziërs 2:19 Canis)
Na het behalen van een even dierbaar geloof, laat ons niet nalaten samen te komen om te vergaderen en de Bijbel te bestuderen. Als samen komenden in één gemeenschap van gelijkgezinden kunnen wij samen de vrede vinden en samen in de naam van Christus de genade en vrede laten vermenigvuldigden voor ons en overal om ons heen door een kennis van God en van Jezus onze Heer.
“verwaarloost het gemeenschapsleven niet, zoals sommigen plegen te doen; maar vermaant elkander, te meer, daar gij de Dag ziet naderen.” (Hebreeën 10:25 Canis)
Laten wij dus geen gemeenschap zoeken die mensen maken naar hun eigen handen, maar één die God kneed naar Zijn hand. Net als Abraham van vroeger streefde naar een stad, wiens bouwer en maker God is (Heb.11: 10). Dat wil zeggen dat we honger hebben naar een goddelijke gemeenschap in de breedste zin van het woord. Recht en orde, vrede en gerechtigheid, waarheid en goedheid, liefde en barmhartigheid, vrijheid en creativiteit. In één woord – goddelijk.
Jezus maakte duidelijk dat hij kwam om gewoon zo’n gemeenschap op de aarde te beginnen . “Ik zal mijn gemeente bouwen”, zei hij, “en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.” Het woord dat hij gebruikte was ecclesia, wat “de gemeenschap van de geroepene” beduidt.
Wat mogen dan die uitgeroepenen zijn? Om zeker te zijn, is het een gemeenschap als niets van deze wereld te bieden heeft. De Bestseller aller tijden, de Bijbel verwijst naar haar in meerdere omschrijvingen zo als ‘Het Huis van de Heer’, ‘de stad van onze God’, en het ‘Koninkrijk van de Hemel’. Het is zowel lokaal en mondiaal, maar ook eeuwig. Het is niet institutioneel, maar relationeel. Er wordt verzameld in de naam van de Heer. Die congregatie of bijeenkomenden in een gemeenschap of parochie die worden beheerst door het woord van de Heer, geleid door de Geest van de Heer, bewaakt door de kracht van de Heer, en gegarneerd met de heerlijkheid van de Heer.
En er is maar een manier om in deze Gemeenschap te geraken. Het is door het geloof in de Heer Jezus, bewezen door liefde voor zijn volk, dat uit springt van gehoorzaamheid aan zijn woord.
Wenst u tot de wereld te behoren of tot die gemeenschap die Jezus Christus volledig wil volgen, en zoals Jezus zijn Vader eerde, ook zijn en onze Vader eren met de volledige eer die Hem, de Allerhoogste God der goden toekomt?
Bent u bereid tot die gemeenschap te komen die de Ecclesia vormt naar de wensen van Jezus Christus?
+
Lees ook:
- Een groots geschenk om te herinneren
- Bijeenkomsten een Ontmoetingsplaats voor hen die de Bijbel beter willen leren kennen.
- Verzamelen of Bijeenkomen
- Parochie
- Congregatie
- Pleidooi voor broederschap tussen christenen
- Al of niet verenigen
- Publieke overdracht van Manifest Gelovigen nemen het woord
- Een Manifest voor Gelovigen
- Publieke overdracht van Manifest Gelovigen nemen het woord
- Manifestanten Protestant of Katholiek
- Manifest “Gelovigen nemen het woord”
- Manifest tot protestantse kerk
- Niet winkelend
- Sharia een kwaad voor Islam
- Louise Weiss gebouw en Torens volgens Babels Ziggurat
- Over Broeders en Zusters in Christus
- Gericht op God
- Navolgers van Christus
- Christadelphians over heel de wereld
- Gericht op Jezus
- Wat leren de Christadelphians Wat Geloven & Leren de Christadelphians?
- Intenties van de ecclesia
- Al of niet verenigen
- Verenigen
- Een samenkomst of meeting
- Toebehoren
- Parish, local church community – Parochie, plaatselijke kerkgemeenschap
- Verzamelen, bijeenkomen, samenkomen, vergaderen
- Kleine gemeenschappen voor geloofsvorming en verspreiding
- Congregation – Congregatie
- Maken van een kerk
- Wat en waarom Ecclesia Wat is de reden waarom wij ‘ecclesia’ gebruiken in plaats van ‘kerk’?
- Opbouw van een ecclesia
- Opbouw van een ecclesia en verbonden kosten
- Organistie van de Broeders in Christus
- Krachten voor de Ecclesia opbouw.
- Christelijk Leven
- Vrije keuze om te geloven
- Welk deel van het lichaam ben jij
- Leden in het lichaam van Christus
- Eenheid van het Lichaam van Christus
- Laat ons samen komen
- Het eerste op de lijst van de zorgen van de heilige
- Geketend zijn door de liefde voor een ander
- Karakter omgezet door de invloed van onze omgang
En vindt in het Engels:
- Our relationship with God, Jesus and eachother
- Called Christian
- Meetings
- Congregate, to gather, to meet
- What and why Ecclesia
- The Ecclesia in the churchsystem
- Brothers in Christ
- If Christ be in you, the body is dead because of sin; but the Spirit is life be
- Salvation (soteria) deliverance and preservation wholeness or health.
- A Great Gift commemorated
- Manifests for believers #1 Sex abuse setting fire to the powder
- Manifests for believers #2 Changing celibacy requirement
- Manifests for believers #3 Catholic versus Protestant
- Manifests for believers #5 Christian Union
- Sense or nonsense of “Human Fragility”
- Christian fundamentalism as dangerous as Muslim fundamentalism
- Roman Catholic Church in the United States of America at war
- My faith
- Christadelphian people
- Christadelphian Beliefs What Do Christadelphians Believe & Teach?
+++
Related articles
- Jesus begotten Son of God #16 Prophet to be heard
- A Great Gift commemorated
- Not making a runner
- Een Groots Geschenk om te herinneren
- Geen Wegvluchter
- The Spirit Delivers from the Power of the Flesh Romans 8:1-11(thechristiangazette.wordpress.com)There is therefore now no condemnation to those who are in Christ Jesus, who do not walk according to the flesh, but according to the Spirit.
+
For what the law could not do in that it was weak through the flesh, God did by sending His own Son in the likeness of sinful flesh, on account of sin: He condemned sin in the flesh, - Christians Behaving Badly (faithcontender.net)
Don’t you hate it when Christianity is painted with a broad brush — that it’s just a bunch of televangelists with carefully coifed hair scamming vulnerable people for money, Pat Robertson claiming to speak for God and saying embarrassing things in the media, Westboro “Baptist Church” picketing funerals and claiming that God hates fags? - 2 Corinthians 4-6 (mybiblereadingplan.wordpress.com)
Therefore seeing we have this ministry, as we have received mercy, we faint not; But have renounced the hidden things of dishonesty, not walking in craftiness, nor handling the word of God deceitfully; but by manifestation of the truth commending ourselves to every man’s conscience in the sight of God. - The Christian’s boast is in Christ (alcplatteville.wordpress.com)
Christians are a peculiar people. They live in the flesh. They live in the world. But they are not of the world. They live by faith in Jesus Christ (Habakkuk 2:4; Romans 1:17, etc.). Jesus is their confidence. He alone is their boast and their glory.
+
Instead of putting yourselves before God and His ways, like Peter who wanted nothing of a suffering Christ and who was rightly rebuked (Matthew 16:21-23), be mindful of the things of God, not the things of men (see also Colossians 3:1-4ff). Consider who you are in the light of God’s Holy Law—a sinner, a sinner in need of God’s salvation in Christ; a sinner for whom Christ died, willingly, that you might live. - Sunday Class Notes: April 1 (lifereference.wordpress.com)
People are frequently quick to condemn others, but who among us is without sin? Can we look around and condemn our brother when we too are sinners? Condemnation is God’s job; our job is to forgive and to encourage and correct with patient endurance, not to condemn. - 1 Corinthians 1-3 (mybiblereadingplan.wordpress.com)
For the preaching of the cross is to them that perish foolishness; but unto us which are saved it is the power of God.
+
Let no man deceive himself. If any man among you seemeth to be wise in this world, let him become a fool, that he may be wise. For the wisdom of this world is foolishness with God. - Galatians 2:11-21 (markallenwhite.wordpress.com)
Is your freedom in Christ threatened by your fear of man? - Sanctified in Christ Jesus (justificationbygrace.com)
we are sanctified through Christ Jesus, because it is his blood and the water which flowed from his side in which the Spirit washes our heart from the defilement and propensity of sin. It is said of our Lord, —“Christ also loved the Church, and gave himself for it; that he might sanctify and cleanse it with the washing of water by the word, that he might present it to himself a glorious Church, not having spot, or wrinkle or any such thing.”
+
Christ shall put an end to all our inbred sins, and through him we shall mount to heaven perfect even as our Father which is in heaven is perfect. - We Are Ambassador’s for Christ Jesus (codybateman.org)
- The “Between” Life(meetingintheclouds.wordpress.com)Do we live BETWEEN the empty tomb and fellowship with the risen Christ? Are we still clothed with graveclothes – evidence of our old, sinful nature -
or do we wear the graceclothes provided by Christ.
Do we fellowship with Him, drawing strength from Him,
discovering His will for our lives, living in His presence and following Him?
- 2 Corinthians 5:17, “On The Old Overtaken by What is New” (brandondevotional.wordpress.com)
When we believe upon Jesus Christ, that is the Jesus Christ of theGod-breathed scriptures, the old self dies and we are “born again” as anew creation. This new creation lives in us now, but will betransfigured upon our death and resurrection. - Past Perfect (redeemedandredirected.com)
The feasts celebrated by His chosen people became and remain unique andunusual. The term “feasts” in Hebrew literally means “appointedtimes.” They are intended to be a time of meeting between God and manfor “holy purposes,” and they certainly reveal a special story to us asBelievers in Jesus Christ as our Messiah. This week, as Easter approaches and we celebrate our risen Savior, I thought it would be the ideal time to revisit the symbolism in three of the seven feasts given in the pages of the Old Testament. - Be Your Brother’s Keeper (bummyla.wordpress.com)
Apathy, detachment, disinterest, disregard… no matter what you call it, it’s not an option as a follower of Jesus.
+
In the same way that You were intentional in the salvation of man, may I be intentional in ministering to those around me. - Clandestine Christian (tammykennington.wordpress.com)
Before Christ’s death, Nicodemus was a clandestine Christ-follower. He sought Jesus only under the cover of darkness in order to maintain a level of both spiritual satisfaction and social standing.
+
Nicodemus seemed unafraid that his affiliation with Christ might damage his reputation.
+
As one who claims the name of Christ, do I find myself hiding in the darkness? Am I unwilling to mention the word Jesus outside of church? Is social status of greater concern than boldly living out my faith? Or, do I willingly sacrifice my life as “the fragrance of Christ” (2 Corinthians 2:15) so others might come to know the Truth? - The Soul confronted with Death (christadelphians.wordpress.com)
Elohim proves His own love for us, in that while we were still sinners, Messiah died for us.
+
“Therefore, set-apart brothers, partakers of the heavenly calling, closely consider the Emissary and High Priest of our confession, Messiah יהושע” (Hebrews 3:1 The Scriptures 1998+)
Een Groots Geschenk om te herinneren
In onze vorige berichten kon u lezen dat Jezus, de man uit Nazareth helemaal niet bang was van mensen, maar eerder van God, wiens Wil hij volledig wilde opvolgen. Jezus herkende al de mooie dingen rondom hem en wees in zijn gelijkenissen dikwijls naar die Schepping van God die voor ons een streling voor het oog zou moeten zijn. Zoals de vogels in de lucht zouden wij ook vrij kunnen zijn en niet bezorgd moeten zijn voor wat wij zouden gaan eten.
Als wij rondom ons kijken zien wij al de mooie dingen die God geschapen heeft. In de wondere wereld van de natuur kan men de Meesterhand van de Schepper herkennen. Dat alles ligt zomaar voor ons ter beschikking. Het is ons als een geschenk gegeven. Ook Jezus wenste zich als een geschenk voor de wereld aanbieden zonder er iets voor in de plaats te willen.
Hij was de enige profeet die zich volledig aan de Wil van God kon houden en zodoende de weg kon vrijmaken voor ons om door de nauwe poort te gaan en gezegend te worden met een eeuwig leven in het vredevol Koninkrijk van God.

Paashazen of 'Easter bunnies' in de winkel om mensen aan te zetten hun geld te besteden aan deze heidense symbolen. - Foto Kenneth Allen
Zoals u wel begrijpt nemen wij zulke verhalen ook wel niet voor waar, maar wensen wij u toch graag het ongerijmde er van te laten inzien.
Het geschenk dat Jezus bracht was namelijk te belangrijk om gevierd te worden met heidense symbolen die de lente en het nieuwe leven moeten voorstellen. Al mocht Jezus wel een nieuwe lente inluiden, hij bracht een nieuw geluid dat over de hele wereld zou moeten klinken als een klok. (Bij wijze van spreken.)
Men kan het ook vreemd noemen dat alhoewel er geen aanwijzing is van de inachtneming van ‘Pasen‘, als het festival dat zovele christenen nu vieren, in het Nieuwe Testament of in de geschriften van de apostolische vaders, dat dit een tijd een belangrijk feest is geweest maar nu toch een sterk verminderd feest is geworden. De kerkelijke historicus Socrates (Hist. Eccl. V. 22) vermeld, met perfecte waarheid, dat noch de Heer Jezus noch zijn apostelen het oplegden om dit Lente festival of andere festivals te behouden, en hij schrijft het gebruik van het Paasfeest toe aan de opneming door de Katholieke Kerk van een eeuwen oud heidens gebruik, precies zoals vele andere riten en handelingen in “die gevestigde heidense kerk van Rome.”
Na de donkere dagen van de winter is het natuurlijk fijn om de lentezon te verwelkomen. Opnieuw kunnen wij vele vogels horen fluiten en ruiken wij terug geuren die doen denken aan nieuw leven en fris groen en zien meerdere kleuren weer opduiken.
Wanneer wij rond ons kijken kunnen wij vele mooie dingen zien. De natuur voorziet ons van veel prachtige dingen die ons niets kosten. Wij hebben de aarde, het zand, het water, de bomen, de vogels, alles voor niets.
Wij kunnen hier op deze aarde leven, soms naar believen, maar de enige levenden die veel eisen van ons en mensen rond ons zijn de regeringen, bedrijven en organisaties.
Vandaag wil de meerderheid van de mensen enkel voor geld werken. Zij willen voornamelijk terug krijgen voor wat zij hebben gedaan. Niets kan er nog voor niets gedaan worden.
Ongeveer 2000 jaren geleden leefde er een man in Nazareth die iets deed omdat hij zo veel gekregen had van één Persoon, in het bijzonder, voor alle dingen waar hij niet om gevraagd had, maar ook voor dingen die hij voor anderen gevraagd had. Hij stelde zich nederig op en keek op naar zijn Vader, die dit alles toebehoorde. Het was voor die Vader dat hij ook alles wenste te doen. Maar ook voor de mensen rondom hem wenste hij alles te doen zonder er iets voor in de plaats te vragen.
Nooit beriep hij zich zelf voor die woorden die hij sprak, de wonderen die hij deed. Nooit beweerde hij dat het zijn woorden of zijn acties waren. Hij wilde dat de hele wereld wist dat het zijn Vader was die al die dingen deed, omdat zonder zijn Vader hij niets kon doen.
“Jezus reageerde hierop met de volgende woorden: ‘Waarachtig, ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier.” (Johannes 5:19 NBV)
“Jezus uit Nazaret met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij.” (Handelingen 10:38 NBV)
In vele kerken wordt er hard van de preekstoel geroepen door de priesters en ministers “God houdt van u – precies zoals u bent”, maar gaat men dadelijk over naar de verdoemenis duiden en mensen bang te maken van “wee u” en “zondaars komen in de hel”, “voor eeuwig zullen zij branden”.
Vaak gaan zij verder wijzen naar de slechte dingen of beweren dat God zekere straffen over de mensen zou brengen, hoewel het niet God is die die slechte gebeurtenissen of slecht nieuws naar de mensen brengt. God brengt Goede of Blije Tijdingen. God houdt van ons als Zijn kinderen en begrijpt dat wij zwak zijn; zelfs zo kwetsbaar dat Hij bewust was dat wij op ons eigen niet recht in lijn konden blijven lopen. Hij besefte de moeilijkheidsgraad voor de mens om trouw te blijven aan Zijn geboden en dat dit niet zo maar zonder hulp zou kunnen gedaan worden. Daarom gaf God de mens Zijn Woord en voorzag Hij vele profeten om de mensen door hun leven te gidsen. Het was hun eigen keuze of zij de vele profeten wilden horen en wilden luisteren naar de Woorden van God. Maar iedereen kreeg en krijgt nog steeds de kans.
Hoewel, God wist dat dit niet genoeg was en daarom voorzag Hij ook de mogelijkheid om alles goed te maken en redding voor de mens te brengen. Om het gemakkelijker te maken verzorgde Hij deze Redder op een speciale wijze, zodat hij gedeeltelijk rechtstreeks van God, maar toch ook vanuit een menselijke moederschoot, in deze wereld zou komen, ook dingen moeten hebben leren en opgroeien zoals ieder kind en dezelfde keuzes moeten maken die iedereen in zijn leven moet maken.
Deze man uit Nazareth wist dat God niet houdt van kwade mensen of van deze die slechte dingen doen. God heeft nooit van het boze gehouden en zal dit ook nooit doen. Jehovah heeft vaak in het verleden een oordeel uitgevoerd op overtreders en vele mensen bekritiseren Hem voor het nemen van zulke drastische actie. Vele mensen maakten God met alle hun gesprekken hierover vermoeid. Enkele beschuldigden Hem van zondaren lief te hebben en daarom ook de zonde.
“Met jullie gepraat vallen jullie de HEER {(Adonai Jehovah)} lastig, en dan vragen jullie: ‘Hoezo vallen wij hem lastig?’ Door te zeggen: ‘Iedereen die kwaad doet, doet wat goed is in de ogen van de HEER, zulke mensen bevallen hem.’ Of: ‘Waar is nu de God die rechtspreekt?’” (Maleachi 2:17 NBV)
De zoon van God, een eenvoudige arbeiderszoon, groeide op in een vroom Joodse hechte familie, kreeg zo’n kennis van de Thora en was zo dicht bij zijn God dat hij echt heel goed zou kunnen begrijpen wat zijn God zei en wilde dat de mensen wisten. Hun gedachten waren zo dicht bij elkaar dat zij zoals één waren. Zij hadden een innige band en gelijkaardig denken en handelen.
Jezus voor Pilatus 2° ondervraging - Jésus devant Pilate. Deuxième entretien - tussen 1886 en 1894 James Joseph Jacques Tissot (1836–1902)
“en de Vader en ik zijn één.’” (Johannes 10:30 NBV) of “Ik en de Vader zijn één hart en geest” (Johannes 10:30 de Boodschap)
“Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden.” (Johannes 17:21 NBV)
In eendracht met zijn Vader kwam Jezus samen met zijn leerling-apostelen en met enkele vrienden om het Pascha samen te vieren. Die nacht beklemtoonde hij dat zij in unie met hem en zijn Vader moesten zijn zoals hij dat was met zijn Vader, zodat de wereld zou kunnen overtuigd worden dat Jehovah God hem had gestuurd die het levensbrood nam. Die nacht vroeg Jezus ook dat wat hij had gedaan niet vergeten zou worden, in het bijzonder moesten zij zijn handeling van het nemen van de wijn en het breken van het brood als een teken van de Nieuwe Overeenkomst of Nieuw Verbond herdenken.
“en wanneer hij ergens binnengaat, moeten jullie tegen de heer des huizes zeggen: “De Meester vraagt: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’ ” Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen, die al is ingericht en waar alles gereedstaat; maak daar het pesachmaal voor ons klaar.’ De leerlingen vertrokken naar de stad, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal.” (Markus 14:14-16 NBV)
De geschiedenis toont dat Jehovah’s gekozen natie enkele speciale dagen had die de hele natie erbij betrok in de vieringen en dat deze ook een heel emotioneel ding waren tijdens die tijd. Men hechte een groot belang aan de door God opgestelde feestdagen. Van een jonge leeftijd was Jezus ook hierbij betrokken evenals toen hij een volgroeide man was (Huwelijken, Het Pascha en vele andere) Deze vieringen werden aan de natie Israël als een herinnering gegeven van die Allerhoogste Ultieme Redder …… Jehovah God. Om dat te herinneren waren Jezus en zijn vrienden ook samen op de gehuurde bovenverdieping. Maar hoewel de apostelen het nog niet heel goed begrepen, voegde Jezus iets speciaals aan deze herinneringsdag toe.
Wij spreken hier over een dag die volgende donderdag, 5 april, zal gevierd worden en de belangrijkste herdenking zou moeten zijn voor ware christenen. Ook al is de traditionele vakantie voor velen een gebeurtenis van gekleurde eieren, hete-kruisbroodjes en konijnen of hazen die niets te maken hebben met het eren van Jezus noch Jehovah. In het Engels kan men zelfs nog de gehele naam er in zien van de heidense godin van de vruchtbaarheid. (Easter)
Het moet het ogenblik zijn waarop men de tijd van de overgang of Pascha herinnert waarbij de eerstgeborenen van de Israëlieten gevrijwaard werden en waarna de Israëlieten hun Exodus van Egypte begonnen. Jezus nam die herdenkingsdag ernstig ter harte en wist dat God wilde dat wij de bevrijding van Zijn Mensen ons steeds zouden blijven herinneren. Dan werd een werelds lam in de keel gesneden en haar bloed werd neergestort en gebruikt ter bedekking van de families die in God geloofden. Nu wilde Jezus zijn bloed en vlees voor de gratie van God aanbieden en dit voor iedereen hun zonden te bedekken. Jezus maakte de exodus klaar voor de zonde .
Jezus en al zijn aanhangers hielden Pascha op de 14de van de maand Nisan tijdens hun gehele aardse leven. Maar op die bijzondere 14° Nisan vertelde Jezus wat er zou gaan gebeuren en duidde hij aan wat door zijn dood bereikt zou worden en welk een teken die daad en de symbolen voor die daad zou zijn. Op die avond stelde hij met de symbolen van brood en wijn een nieuwe overeenkomst in, namelijk het Zoenoffer of de nieuwe Pascha .
Jezus was bewust dat het niet gemakkelijk zou zijn, maar hij was gewillig de Wil van God te doen, ook al zou het niet volgens zijn eigen wens gaan, wat God ook wilde zou hij bereid zijn te doen, ook al zou hij daarbij veel gaan lijden. Gods Wil moest op aarde volbracht worden zoals het in hemel gebeurde.
“laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.” (Mattheüs 6:10 NBV)
“‘Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’” (Lukas 22:42 NBV)
Voorstelling van het Laatste Avondmaal op de bovenverdieping - Gotische kerk Saint-Martin, Colmar, "Sainte-Cène"
“Toen de avond was gevallen, kwam hij met de twaalf. Terwijl ze aanlagen voor de maaltijd, zei Jezus: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie, die met mij eet, zal mij uitleveren.’ Ze werden bedroefd en vroegen een voor een aan hem: ‘Ik ben het toch niet?’ Maar hij zei tegen hen: ‘Het is een van jullie twaalf, die met mij uit dezelfde kom eet. Want de Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’ Terwijl ze aten, nam hij een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Neem hiervan, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker, en allen dronken eruit. Hij zei tegen hen: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt. Ik verzeker jullie: ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’ Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.” (Markus 14:17-26 NBV)
“De dag van het Ongedesemde brood waarop het pesachlam geslacht moest worden, brak aan. Jezus stuurde Petrus en Johannes op pad met de woorden: ‘Ga voor ons het pesachmaal bereiden, zodat we het kunnen eten.’ Ze vroegen hem: ‘Waar wilt u dat we het bereiden?’ Hij antwoordde: ‘Let op, wanneer jullie de stad in gegaan zijn, zal jullie een man tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem naar het huis waar hij binnengaat, en zeg tegen de heer van dat huis: “De Meester vraagt u: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’ ” Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen die al is ingericht; maak het daar klaar.’ Ze gingen op weg, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal. Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd. Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’ Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Maar weet wel dat degene die mij zal uitleveren samen met mij aan deze tafel aanligt. Want de Mensenzoon moet heengaan zoals het voor hem bepaald is, maar wee de mens die hem zal uitleveren.’ Ze vroegen zich onder elkaar af wie van hen zoiets zou kunnen doen. Toen ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Jezus zei tegen hen: ‘Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar. Want wie is belangrijker, degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar ik ben in jullie midden als iemand die dient. Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven. Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader mij voor het koningschap bestemd heeft: jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël. Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken.’ Simon antwoordde: ‘Heer, ik ben zelfs bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven.’ Maar Jezus zei: ‘Ik zeg je, Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je mij kent.’ Daarna zei hij tegen hen: ‘Toen ik jullie uitzond zonder geldbuidel, reistas en sandalen, kwamen jullie toen iets tekort?’ ‘Niets!’ antwoordden ze. Hij zei: ‘Maar wie nu een geldbuidel heeft, moet die meenemen, evenals zijn reistas, en wie er geen heeft moet zijn mantel verkopen en zich een zwaard aanschaffen. Want ik zeg jullie: wat geschreven staat, moet in mij tot vervulling komen, namelijk: “Hij werd gerekend tot de wettelozen.” Inderdaad, nu wordt voltrokken wat over mij gezegd is.’ Ze zeiden: ‘Kijk Heer, hier zijn twee zwaarden.’ Maar hij zei tegen hen: ‘Genoeg hierover!’ Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De leerlingen volgden hem.” (Lukas 22:7-39 NBV)
“Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had. Toen hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ ‘O nee, ‘zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,‘ antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein-maar niet allemaal.’ Hij wist namelijk wie hem zou verraden, daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren. Toen hij hun voeten gewassen had, deed hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg hij. ‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. Waarachtig, ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt. Ik doel niet op jullie allemaal: ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.” Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat ik het ben. Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.’ Nadat hij dit gezegd had werd Jezus diepbedroefd, en hij verklaarde: ‘Waarachtig, ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden.’ De leerlingen keken elkaar aan en vroegen zich af wie hij bedoelde. Een van hen, de leerling van wie Jezus veel hield, lag naast hem aan tafel aan, en Simon Petrus beduidde hem dat hij moest vragen wie Jezus bedoelde. Hij boog zich dicht naar Jezus toe en vroeg: ‘Wie, Heer?’ ‘Degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop, ‘zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’ Niemand aan tafel begreep waarom hij dit zei; omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven. Judas nam het brood aan en ging meteen weg. Het was nacht. Toen hij weg was zei Jezus: ‘Nu is de grootheid van de Mensenzoon zichtbaar geworden, en door hem de grootheid van God. Als Gods grootheid door hem zichtbaar geworden is, zal God hem ook in die grootheid laten delen, nu onmiddellijk. Kinderen, ik blijf nog maar een korte tijd bij jullie. Jullie zullen me zoeken, maar wat ik tegen de Joden gezegd heb, zeg ik nu ook tegen jullie: “Waar ik heen ga, daar kunnen jullie niet komen.” Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’ Simon Petrus vroeg: ‘Waar gaat u naartoe, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Ik ga ergens naartoe waar jij nog niet kunt komen, later zul je mij volgen.’ ‘Waarom kan ik u nu niet volgen, Heer? Ik wil mijn leven voor u geven!’ zei Petrus. Maar Jezus zei: ‘Jij je leven voor mij geven? Waarachtig, ik verzeker je: nog voor de haan kraait zul jij mij driemaal verloochenen.” (Johannes 13:1-38 NBV)
“Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus? Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood. Kijkt u eens naar het volk van Israël. Hebben tempeldienaars die van de offers eten niet eveneens deel aan hetgeen geofferd wordt? Wat wil ik met dit alles zeggen? Dat offervlees een bijzondere betekenis heeft? Of dat afgoden echt bestaan? Dat niet, maar wel dat heidenen aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u één wordt met demonen. U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen. Of willen we de Heer tergen? Zijn we soms sterker dan hij?” (1 Corinthiërs 10:16-22 NBV)
“Alleen, u komt niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren. Van wat u hebt meegebracht eet u alleen zelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken is. Hebt u soms geen eigen huis waar u kunt eten en drinken? Of veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen? Wat moet ik hierover zeggen? Moet ik u soms prijzen? Dat doe ik in geen geval. Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam hij een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ {-(11:24) \@Dit is mijn lichaam voor jullie\@ Andere handschriften lezen: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam dat voor jullie gebroken wordt’.} Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.’ Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt. Daarom maakt iemand die op onwaardige wijze van het brood eet en uit de beker van de Heer drinkt, zich schuldig tegenover het lichaam en het bloed van de Heer. Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt, want wie eet en drinkt maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling af over zichzelf. Daarom zijn er onder u veel zwakke en zieke mensen en zijn er al velen onder u gestorven. Als we onszelf zouden toetsen, zouden we niet worden veroordeeld. Maar nu velt de Heer zijn oordeel over ons en wijst hij ons terecht, opdat we niet samen met de wereld zullen worden veroordeeld. Daarom, broeders en zusters, wees gastvrij voor elkaar wanneer u samenkomt voor de maaltijd. Wie honger heeft kan beter thuis eten. Dan leiden uw samenkomsten tenminste niet tot uw veroordeling. De overige zaken zal ik regelen wanneer ik kom.” (1 Corinthiërs 11:20-34 NBV)
Het Laatste Avondmaal en een typische voorstelling van de kruisiging van Jezus Christus - 1320-25 Giotto (1266–1337)
Aan de tafel waar men in gezelligheid aan lag, vertelde Jezus hen van het offer dat hij zou brengen. Hij zelf zou als paasgeschenk naar de mensen toe komen. Wie heeft er nu niet graag een cadeautje? Jezus beveelt ons geen zorgen te maken of ongerust te zijn over onze materiële noden. God kent onze noden en zal zeker ons tegemoet willen komen als ook wij God tegemoet willen komen.
“Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten of drinken; noch voor uw lichaam, waarmee gij u zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam niet meer dan de kleding? Ziet de vogels in de lucht; ze zaaien noch maaien, en verzamelen niet in schuren; en toch voedt ze uw hemelse Vader. Zijt gij niet meer waard dan zij? En wie van u kan door zijn tobben een el toevoegen aan zijn levensweg? En wat zijt gij over kleding bekommerd? Denkt aan de lelies op het veld, hoe ze groeien; ze werken niet, en spinnen niet. En toch zeg Ik u, dat zelfs Sálomon in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als een van deze. Als God nu het kruid op het veld, dat vandaag nog bestaat en morgen in de oven wordt geworpen, zó aankleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen? Weest dus niet bezorgd, en zegt niet: wat zullen we eten, of wat zullen we drinken, of waarmee zullen we ons kleden? Hiernaar toch vragen de heidenen; uw hemelse Vader weet, dat gij dit allemaal nodig hebt. Maar zoekt eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid, en dit alles zal u worden geschonken als toegift. Weest dus niet bekommerd voor de dag van morgen. Want de dag van morgen zal bezorgd zijn voor zichzelf; iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.” (Mattheüs 6:25-34 Canis)
Voor Jezus zowel als voor zijn Vader zijn wij evenveel waard, indien niet meer, dan de vogels. Wij kunnen er natuurlijk niet omheen te denken aan ons welbehagen en verlangen een zo goed mogelijk leven te hebben. Weet u dat dit zelfs nu al mogelijk is? Beseft u dat bij het aanvaarden van dat prachtige geschenk dat Jezus heeft aangeboden, wij nu al veel kunnen genieten van het leven dat God ons bereid is te geven?
Jezus besefte ook dat hij zoals iedereen belastingen moest betalen (Mattheus 17:24-27). Maar Jezus wenste nog meer te betalen en dit zelfs met een onnoemelijk hoge prijs. Ook al werd zijn lichaam maar voor 30 zilverlingen verkocht zou dit zijn dood betekenen. (Mattheus 26:15) Uit liefde voor zijn Vader bood Jezus zijn lichaam aan en dacht aan de rijkdom die de mensheid tengoede kon komen.
De mens is dikwijls zo bezig met het vergaren van wereldse rijkdom dat hij de werkelijke rijkdom niet ziet. Wij zijn meestal eenvoudig te veel bezig met het denken aan rijkdommen of uitgeven van onze tijd terwijjl wij ons daarbij nog eens te veel zorgen om maken om allerlei onbenullige dingen. De meer belangrijke dingen worden meestal, door velen uit het oog verloren, terwijl die wereldse dingen zo wel zullen toegevoegd worden indien wij eerst het Koninkrijk van God zoeken.
Als belangrijkste stap om de meest waardevolle geschenken te kunnen zien en krijgen, moeten wij dat Grote Geschenk dat Jezus aan de mensheid heeft gegeven, herkennen en aanvaarden. Door dat zoenoffer van Jezus te accepteren zal het ons ook van harte gegund worden. Wij moeten echter beseffen dat de volle waarde van het geschenk slechts tot zijn recht komt als men de daad van deze man werkelijk volledig hoogschat. Bij het beweren dat Jezus God zou zijn, wetende dat God geest is en niet kan sterven, ontneemt men een deel van de waarde van de losprijs die Jezus heeft moeten betalen. Dan zou men ook laten blijken dat Jezus maar gedaan heeft alsof hij stierf, want als God zou hij weten dat geen enkel mens hem iets kon doen en dat hij onsterfelijk is (want God is eeuwig, heeft geen begin en geen einde.) Maar Jezus heeft wel een begin gehad, zijn geboorte, en een einde, zijn dood aan de martelpaal. Toen hij in het graf werd gelegd was hij werkelijk dood. En toen God hem uit de doden wegbracht was het werkelijk God de Vader die zijn zoon terug leven gaf en hem verhoogde boven de andere mensen.
Voor dat Jezus geboren was vertoefde hij nog niet in de hemel, waar David en anderen ook nog niet waren. De vertaling in vele Nederlandstalige Bijbels met de woorden “nederdaling van Jezus” slaat op de nederdaling van de Heilige Geest die Jezus plaatste in de moederschoot van Maria, waardoor Jezus “vanuit de hemel” kwam, want hij werd door God in de hemel aan de mensheid bezorgt. Na zijn dood stond Jezus op en werd ten hemel, waar nog geen mens was, opgenomen om te zitten aan de rechterhand van zijn Vader.
“Jahweh maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert, maar kan ook verheffen.” (1 Samuël 2:7 Canis)
“Niemand is opgeklommen ten hemel, dan Hij die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon, die in de hemel is.” (Johannes 3:13 Canis)
“(63) En wanneer gij nu den Mensenzoon eens ziet opstijgen naar waar Hij vroeger was?” (Johannes 6:62 Canis) (God had Jezus al in gedachten vanaf de Tuin van Eden. – zie Genesis 3)
“Jesus sprak tot haar: Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven;” (Johannes 11:25 Canis)
“David is niet ten hemel gestegen; toch zegt hij het zelf: “De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zet U aan mijn rechterhand,” (Handelingen 2:34 Canis)
“wetend, dat Hij, die den Heer Jesus heeft opgewekt, ook ons met Jesus zal opwekken, en tegelijk met u \@voor Zich\@ zal doen staan.” (2 Corinthiërs 4:14 Canis)
“Maar hij, vervuld van den Heiligen Geest, blikte op naar de hemel, en zag de heerlijkheid Gods en Jesus staande aan de rechterhand Gods.” (Handelingen 7:55 Canis)
“Hem heeft God verheven aan zijn rechterhand als Leidsman en Verlosser, om aan Israël bekering te schenken en vergiffenis van zonden.” (Handelingen 5:31 Canis)
“heeft Hij daarentegen, ééns en voor al, één enkel Offer gebracht voor de zonden, “en is Hij gezeten aan Gods rechterhand,”” (Hebreeën 10:12 Canis)
“Maar daarom dan ook heeft God Hem verheven en Hem de Naam gegeven hoog boven alle namen,” (Filippenzen 2:9 Canis)
De Woorden van God indachtig, houden wij ook de naam van Jezus hoog boven alle namen.
U wordt vriendelijk uitgenodigd om ons te komen ontmoeten en samen, zoals een groep gelijkgezinden, dat Laatste Avondmaal van Jezus en die verschrikkelijke momenten, die hij nadien moest meemaken, te herdenken. Op de 14de van Nisan (in het jaar 2012 op donderdagavond 5 april) zullen wij ook een stuk brood nemen, God bedanken, het breken, maar enkel er aan deelnemen wanneer wij in Christus zijn gedoopt en ons waardig achten dit brood die avond tot ons te nemen. Dit zal zijn om het lichaam van Christus Jezus (Jeshua) te herinneren, die voor u en mij is gegeven. “Doe dit in herinnering van mij” vertelde Jezus zijn volgelingen en nadat hij het zijn volgelingen had gegeven drukte hij de hoop uit dat die leerlingen het naar de volgende generaties ook zullen doen op gelijke wijze. Zolang Jezus niet teruggekeerd is zullen wij verdergaan met dat Laatst Avondmaal te herinneren en deel te nemen aan de maaltijd des heren in een vereniging van broeders en zusters in Christus.
Terwijl wij op donderdag een algemeen publiek toegankelijke dienst houden, waarop iedereen welkom is, zullen wij, op dezelfde wijze dat Jezus na het avondmaal de beker had genomen, dit ook doen met enkel de bezoekende gedoopte Broers en Zussen in Christus en hun kinderen, uit Frankrijk, België, Luxemburg en Engeland, in de Parochie of Ecclesia in het Quaker Huis. Wij zullen het brood en de wijn delen als een teken van de nieuwe overeenkomst met God, het Nieuwe Verbond dat met Christus zijn bloed wordt verzegeld. Telkens als wij het drinken, doen wij dat in de nagedachtenis van het offer dat Jezus van Nazareth bracht voor de hele wereld.
“Maar God bewijst zijn liefde voor ons, doordat Christus voor ons is gestorven, toen we nog zondaars waren.” (Romeinen 5:8 Canis)
“Zie, de dagen komen, Is de godsspraak van Jahweh, Dat Ik een verbond zal sluiten Met Israëls huis En het huis van Juda: Een nieuw verbond!” (Jeremia 31:31 Canis)
“want dit is mijn bloed van het Nieuwe Verbond, dat wordt vergoten voor velen tot vergiffenis der zonden.” (Mattheüs 26:28 Canis)
“Daarom verleen Ik u het koninkrijk, zoals mijn Vader het Mij heeft verleend:” (Lukas 22:29 Canis)
“Want ik zelf heb van den Heer ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd; dat de Heer Jesus in de nacht, dat Hij verraden werd, brood nam, een dankzegging sprak, het brak en zeide: “Dit is mijn Lichaam, dat voor u \@wordt overgeleverd.\@ Doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo ook na de maaltijd de kelk, zeggende: “Deze kelk is het nieuwe Verbond in mijn Bloed. Doet dit, zo dikwijls gij drinkt, tot mijn gedachtenis.” Welnu, zo dikwijls gij dit brood eet en de kelk drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.” (1 Corinthiërs 11:23-26 Canis)
“Want het testament wordt eerst bindend door de dood, daar het niet van kracht is, zolang de erflater leeft.” (Hebreeën 9:17 Canis)
“tot Jesus den Middelaar van het nieuwe Verbond, tot het Bloed der besprenkeling, dat iets beters afroept dan Abels bloed.” (Hebreeën 12:24 Canis)
Door het Breken van het Brood en Drinken van de Wijn verkondigen wij de dood van Jeshua tot hij komt.
Wij moeten niet rouwen. Wij kunnen gelukkig zijn omdat nadat Jezus in het graf werd gezet (of neergelaten werd in de ‘hel ‘of sheol) werd hij door zijn Vader opgeheven en verwijderd van de dood als een voorbeeld van wat er ook zal gaan gebeuren met ons. In Jezus zijn dood en herrijzenis kunnen wij de vervulling van de belofte vinden om de gelegenheid te krijgen gered te worden, ook al zijn wij zondig; en vinden wij ook de mogelijkheid om het Koninkrijk van God te kunnen binnen gaan, wanneer wij er waardig voor zullen zijn.
“Als het donker wordt komt een rijk mens uit Arimatea aan, wiens naam Jozef is, die ook zelf leerling van Jezus is geworden; hij komt bij Pilatus en vraagt om het lichaam van Jezus. Dan beveelt Pilatus dat het zal worden vrijgegeven. Jozef neemt het lichaam, wikkelt het in zuiver linnen en legt het in zijn nieuwe graf dat hij heeft uitgehakt in de rots. Hij wentelt een grote steen voor de poort van het graf en gaat weg. Dan is daar nog Maria Magdalena en de andere Maria; zij zitten neer tegenover de begraafplaats. Maar de volgende dag, dat is die na de voorbereiding, verzamelen zich de overpriesters en de farizeeërs bij Pilatus, en zeggen: heer, wij hebben ons herinnerd dat die dwaalgeest toen hij nog leefde gezegd heeft: na drie dagen word ik opgewekt! beveel dan dat de begraafplaats tot op de derde dag beveiligd wordt, anders komen die leerlingen, stelen hem en zeggen tot de gemeenschap ‘hij is opgewekt uit de doden’, en dan is de laatste dwaling erger dan de eerste! Pilatus verklaart aan hen: hier hebt ge een wacht; gaat heen en beveiligt alles naar beste weten! Zij maken voort, verzegelen de steen en beveiligen de begraafplaats met de wacht.” (Mattheüs 27:57-66 NB)
“Laat op de sabbat, in het oplichten van de eerste van de sabbatsweek, komt Maria Magdalena, en ook de andere Maria, om de begraafplaats te aanschouwen. En zie, er geschiedt een groot beven. Want een engel van de Heer daalt neer uit de hemel, komt naderbij, wentelt de steen weg en gaat er bovenop zitten. Zijn aanzien is als een bliksem, en zijn kleding wit als sneeuw. Van vrees voor hem béven de bewakers en worden ze als doden. Maar ten antwoord zegt de engel tot de vrouwen: weest gíj niet bevreesd; ik weet immers dat ge Jezus zoekt, de gekruisigde; hij is niet hier, want hij is opgewekt, zoals hij heeft gezegd; komt, ziet de plek waar hij heeft gelegen; maakt snel voort en zegt aan zijn leerlingen dat hij is opgewekt uit de doden, en zie, hij gaat u vóór naar Galilea,- dáár zult ge hem zien; zie, dit had ik u te zeggen!” (Mattheüs 28:1-7 NB)
“en de redding is door niemand anders; want er is geen andere naam onder de hemel gegeven bij de mensen waardoor wij moeten worden gered!” (Handelingen 4:12 NB)
“laat dan zijn lijk niet overnachten aan de paal; want begraven, ja begraven zul je hem op diezelfde dag, want een gehangene is een vervloeking van God; je zult je bloedrode grond welke de ENE, je God, je als erfdeel geeft, niet verontreinigen! ••” (Deuteronomium 21:23 NB)
“met Jezus van Nazaret toen God hem heeft gezalfd met heilige Geest en kracht; hij is weldoende rondgetrokken en hij heeft allen gezond gemaakt die onder de macht van de duivel lagen, omdat God met hem was; en wij zijn getuigen van alles wat hij heeft gedaan in de landstreek der Judeeërs en Jeruzalem; ze hebben hem weggenomen ‘door hem te hangen aan een hout’; {#De 21:22} hem heeft God ten derden dage opgewekt en gegeven dat hij verscheen niet aan heel de gemeenschap maar aan getuigen die door God voorbestemd waren: aan ons, die na zijn opstaan uit de doden met hem hebben gegeten en gedronken; hij heeft aan ons afgekondigd dat wij aan de gemeenschap moesten prediken en betuigen dat hij de door God aangewezen rechter is van levenden en doden; van hem getuigen alle profeten dat ieder die in hem gelooft door zijn naam vergeving van zonden mag aannemen!” (Handelingen 10:38-43 NB)
“maar op de eerste van de zeven dagen komen zij, nog diep in de morgen, bij het graf, dragende de geurige kruiden die ze hebben bereid. Maar ze vinden de steen weggewenteld van het graf, en als ze er binnengaan vinden ze het lichaam van de Heer Jezus niet. En het geschiedt, als ze daarmee niet verder weten te gaan zie, daar staan twee mannen bij hen in blinkend gewaad; zij worden zeer bevreesd en neigen hun gezichten ter aarde, maar zij zeggen tot hen: wat zoekt ge de levende bij de doden?- hij is niet hier, nee, hij is opgewekt!(-) gedenkt hoe hij tot u heeft gesproken toen hij nog in Galilea was, toen hij zei van de mensenzoon dat hij moest worden prijsgegeven in de handen van zondige mensen, gekruisigd worden en ten derden dage opstaan! Zij worden zijn uitspraken indachtig,” (Lukas 24:1-8 NB)
“Want ik heb aan u allereerst doorgegeven wat ik zelf ook heb mogen aannemen: dat Christus is gestorven voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, dat hij is begraven, dat hij ten derden dage is opgewekt, overeenkomstig de schriften, en dat hij is gezien door Kefas, daarna door de Twaalf; vervolgens is hij gezien door boven de vijfhonderd broeders-en-zusters eenmalig, van wie de meesten tot nu toe er nog zijn, maar sommigen zijn ontslapen.” (1 Corinthiërs 15:3-6 NB)
“Omdat ook Christus éénmaal voor zonden is gestorven, een rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat hij u tot God zou leiden, hij die door {Of: naar.} vlees-en-bloed gedood is maar levendgemaakt is door {Of: naar.} de Geest.” (1 Petrus 3:18 NB)
De komende dagen zullen wij ons blij herinneren dat God opnieuw leven aan zijn zoon Jezus heeft gegeven en aan hem een hogere plaats in de hemel gaf om voor ons een bemiddelaar te worden.
“Maar nu heeft hij een evenzo voortreffelijker bediening gekregen als hij ook middelaar is van een beter verbond, dat op betere aankondigingen gevestigd en gewettigd is.” (Hebreeën 8:6 NB)
“Daarom heeft God hem verhoogd en hem genadig de naam verleend die is boven alle naam,” (Filippenzen 2:9 NB)
“{(109) • Dixit Dominus.} (v. David, een musiceerstuk.) Tijding van de ENE aan mijn heer: zet je aan mijn réchterhánd, —tot ik je vijanden heb gezet als bánk ondér je vóeten!” (Psalmen 110:1 NB)
“die aan de rechterhand van God is, heengegaan ten hemel; aan hem onderschikken zich engelen en machten en krachten.” (1 Petrus 3:22 NB)
“Hoor, Israël!- de ENE is onze God, de ENE alleen!” (Deuteronomium 6:4 NB)
“Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en mensen: een mens, Christus Jezus,” (1 Timotheüs 2:5 NB)
“en tot Jezus, middelaar van een nieuw verbond, en tot bloed ter besprenkeling dat sterker spreekt dan dat van Abel.” (Hebreeën 12:24 NB)
Op zondag de 8ste april zullen wij blij zijn om samen de hele dag gezellig door te brengen als broers en zussen. Niet enkel het Avondmaal van de Heer te nuttigen, zullen wij in Parijs samen komen maar ook een fijne maaltijd samen te verorberen en om te verbroederen. Zo zijn alle Christadelphians, of Broeders in Christus, die willen komen welkom om die dag samen door te brengen.
Maar diegenen die te ver af wonen of niet in de gelegenheid zijn om naar Paris in Frankrijk te komen, zouden wij toch graag vragen die belangrijke dag van herinnering niet te vergeten en vragen om in eigen omgeving een gelegenheid te zoeken en te vinden om samen met andere christenen dat geschenk van Jezus in acht te nemen en te herinneren in gemeenschap als broeders en zusters.
Vergewis u ervan dat u dit jaar het Pascha zal vieren en samen aan de Pasen vieringen een mooie tijd zult hebben om uw dankbaarheid voor dat prachtige geschenk van Jezus te betonen. Het Zoenoffer welk God ook voor ons heeft willen aannemen.
Deze dag van het Geschenk van Genade zou nooit mogen vergeten worden door iedereen die hier vandaag nog op aarde moet leven. Maak de wereld kenbaar dat Jezus voor onze zonden is gestorven en is verrezen.
+
Voorgaande: Geen Wegvluchter of in het Engels: Preceding English article: Not making a runner
Parts of this article can be found in English: A Great Gift commemorated
Aansluitend: Prophets making excuses
++
Lees ook:
Pasen 2006
Opvallend kunnen weinig mensen echt beschrijven wat zij juist zouden vieren of herdenken. Tegenwoordig is er een enorme diversiteit in paasvieringen. Per land en vaak ook per religie zijn er vele verschillen. Aanhangers van de Oosterse Orthodoxe kerk vieren eerste paasdag haast nog even uitbundig als hun voorvaderen. De Lutherse kerk in Zweden en Noorwegen daarentegen, heeft zich nogal moeten aanpassen aan bepaalde moderne gebruiken van het volk. Met Pasen gaat namelijk een groot deel van de mensen op vakantie naar de bergen. Origineel als ze zijn, heeft de Lutherse kerk ter plekke enkele bergkerken gebouwd.De wijze waarop velen de dagen doorbrengen geeft eerder een beeld dat deze dagen zo als de Kerstdagen doorspekt zijn met heidense traditie en meer te maken hebben met vruchtbaarheidssymbolen dan met de offerdood en verrijzenis* van Jezus Christus, onze Heilland en de Messias waar zo veel mensen jaren hebben naar uitgekeken. Grote schoonmaak, paaseieren, paashaas en paasklokken, reizen naar Rome, chocolade, paasdecoratie… dat zijn de zaken die de mensen wel kunnen bezighouden wanneer de lente zich meer laat zien. Bij het woord ‘Pasen’ denkt vrijwel niemand meer aan het religieuze feest.Lees verder …
- Rond Jezus
- God komt ons ten goede
- Gods beloften
- Gods Redding
- Lijden,waarom God het toelaat
- Waarom laat God het kwade toe?
- Jezus Christus is in het vlees gekomen
- Zoon van God
- Goedheid en liefde openbaar gemaakt
- Jezus moest sterven
- Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
- Rond het Paasmaal
- Avondmaal des heren
- Teken van het verbond
- Nieuw Verbond
- Het Beschreven Lam
- Het Zoenoffer
- Onschuldig Lam
- Lam van God
- Achtergelaten aan een paal tot in de dood
- Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
- Zoenoffer
- Bedenking rond Onveranderlijkheid
- Een gedicht voor Pasen
- Waarom vast houden aan het kruisbeeld
- Niet goddelijkheid van Christus toch
- Priesterschap van Christus
- Vrijheid in Christus #1 Onder de Wet
- Hij die zit aan de rechterhand van zijn vader
- Hij die komt
- Terugkeer van Jezus
- Toegang met Christus
- Verzamelen met Jezus
- Pijn lijden
- De verdwijnende heerlijkheid
- Jood of Christen zijn
- Doen wij alles zoals Jehovah het ons beveelt
- Bestemming Getrouwen en Rechtvaardigen
- Christelijke hoop op eeuwig leven
- Geloof in Jezus Christus
- Dankbaar voor gekregen offer
- Één met Christus
- Liefdemaaltijden
- Sabbat of Zondag
- Zaterdag of zondag
- Zondagsrust of sabbatviering
- Uitzicht op de toekomst
- Werking van de Hoop
- Zijn kruis dragen
+++
Aanverwante artikelen / Related articles:
- Therefore take no thought, saying, what shall we eat? Or, what shall we drink? Or, Wherewithal shall we be clothed (bummyla.wordpress.com)
The way we take or receive an anxious thought is by speaking it. Doubtful thoughts will come, but we do not sin until we entertain them. According to this verse, speaking forth these thoughts is one way of entertaining them; therefore, don’t speak forth these negative thoughts. - Bringing About God’s Will (bummyla.wordpress.com)
how God’s Word can bring forth God’s will in your life.
+
As a redeemed child of God, as a king and priest of the Most High and as a new creature of God’s Kingdom, clothed in flesh, your body is your badge of authority in the earth; Christ‘s blood is your badge of
authority in the heavens; God’s Word is your sword of authority in both realms. - You have been reconciled to God through Christ Jesus (bummyla.wordpress.com)
we sometimes forget that God really did do in Christ what He sent Him to do on the cross. - Believe In The Name of Jesus Christ (bummyla.wordpress.com)
Although God is the Creator of us all, there are two conditions you and I must meet before we can be called God’s children. - Do You Believe in Christ Jesus? (bummyla.wordpress.com)
- The Soul confronted with Death (christadelphians.wordpress.com)
- Christ having glory (christadelphians.wordpress.com)
- In The Mystery of Christ in Us (idealman.wordpress.com) of ‘Het Mysterie van Christus in ons’ zegt de artikelschrijver dat “Christus in ons” als een heel beduidend deel van de gospel, tegelijk de melk evenals het stevige voedsel zou moeten zijn. De glorie van Christus zou tot ons moeten komen zodat de glorie van God ook over ons zou kunnen zijn. Een punt van de Glorie van God over Jezus is dat het een deel van het beeld van de onzichtbare God is. Wij kunnen God niet zien, anders zouden wij sterven, maar in Zijn zoon worden wij toegestaan vele eigenschappen van Zijn Vader, onze God in de hemel te zien.
Hij wijst op de belangrijkheid om Jezus als Christus te zien en zo naar het geloof te komen. + Het verlangen van God is expliciet hier uitgedrukt: God wilde bekend worden onder de Niet-joden maar ook de luisterrijke rijkdom van dit mysterie bekend maken. God had een plan voor hoe Hij dat ging doen. +
IT zegt dat wij Jezus met ongesluierde gezichten kunnen aanschouwen en in zijn zelfde beeld getransformeerd kunnen worden, waar dat beeld onze identiteit wordt en eens te meer de glorie van Christus doet vergroten .
“En wij allen, die met onbedekt aanschijn de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, worden naar datzelfde beeld van gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dat is door de Heer die Geest is.” (2 Corinthiërs 3:18 NB)
“Hij is afstraling van zijn glorie en afdruk van zijn bestaan; hij draagt alles door zijn krachtig woord; reiniging van de zonden is zijn daad; hij is gezeten ter rechterhand van de majesteit in den hoge,” (Hebreeën 1:3 NB)
+
Hij vergelijkt Christus beeltenis dan met een beeltenis op een muntstuk en geeft aan hoe belangrijk het is om via die beeltenis van Christus Jezus tot geloof te komen. - Zo moeten wij met Christus Jezus als hij gereflecteerd worden in die ene beeltenis. Over die Reflectie van God schrijft Idealman in Reflective Glory.(idealman.wordpress.com)Één van de meest verbazingwekkend gedachten is, volgens hem, hoe God de glorie in ons betracht. Zijn doel voor ons is Zijn luisterrijk beeld te aanschouwen. De zon en maan illustreren dit mysterie. Wij begrijpen dat de maan eenvoudig een reflector is. De glorie van de maan is de schittering van de zon. De schittering van de maan is een reflecterende glorie. Gelijkaardig is Jezus de schittering van de glorie van God en het beeld van God is perfect helder in Hem. Verder nog betekent Jezus die in ons komt niet alleen zuivering van zonde, een opruiming of reiniging, maar die reflector zijn van glorie in ons. De Blijde Boodschapis daar waar God communiceert, “ik wil dat mijn glorie op u schijnt”.“Deze, de afstraling van Gods heerlijkheid en het beeld van zijn wezen, die alles draagt door zijn machtig woord, heeft de reiniging van zonden teweeggebracht en zich daarna gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hemel, verheven boven de engelen net als Hem een hogere naam dan zij dragen is ten deel gevallen.” (Hebreeën 1:3-4 LeiNT04)
“Wij dan, de heerlijkheid van de Heer met ontsluierd aangezicht weerkaatsend, worden allen van gedaante veranderd, van de ene heerlijkheid tot de andere, zoals al wat door de geest van de Heer wordt gedaan.” (2 Corinthiërs 3:18 LeiNT04)Door de overeenkomst van Christus worden wij van één stadium van glorie naar een ander gebracht (2Cor. 3:18). Als het zegt, is het een transformatieproces dat steeds toeneemt. Wij hebben de ideale man, Jezus voor altijd voor ons. In hem zijn wij niet enkel aanhangers; wij zijn weerkaatsers — beelddragers. Een echte man zal zich zelf puur houden in de heiligste zin bij. Specifiek en praktisch worden heeft waarde voorbij het doeltreffend zijn omdat het helemaal in de mogelijkheid komt van het reflecterend zijn. - Dat Godsgeschenk moet ons doen stralen van blijdschap en moet Gods glorie laten heersen. > Let His Glory Reign (todaysanewday.wordpress.com)
Soms werpen wij, in onze leven, een sluier over God. Wij heffen het enkel op wanneer wij Hem nodig hebben en werpen de natte handdoek over Zijn vurig geestelijk vuur wanneer wij Hem niet dringend nodig hebben.
In plaats van God naar onze normen te zetten zouden wij Zijn Geest moeten toestaan door ons heen te bewegen en diegenen rond u te imponeren. - Bisschop T.D. Jakes, pastor van The Potter’s House megakerk in Dallas was uitgenodigd om over zijn idee te praten van de weerspiegeling van Christus, in het bijzonder naar het al of niet zijn van een drie-eenheid. aan hem werd ook de vraag gesteld of God zich manifesteerde op drie verschillende manieren, in drie personen.
Jakes vindt het belangrijk dat wanneer wij over dit soort dingen beginnen te praten, dat wij beseffen dat er onderscheid is tussen de Vader en de werking van zijn Zoon: de Vader heeft niet gebloed, de Vader is niet gestorven, enkel in de persoon van Jezus Christus, die voor ons in de persoon van Jezus Christus terugkomt … is Jezus Christus met ons, maar enkel bewoont door de Heilige Geest. Daar ligt trouwens ook de eenheid met Jezus zijn Vader, dat die gewillig was om Zijn Geest in Jezus te laten komen om hem inzicht en mogelijkheden te geven. Wij worden in het Lichaam van Christus door de macht van de Heilige Geest gedoopt. Dat is verenigbaar met zijn geloofsysteem. Ook wij moeten zoals Christus Jezus door de Geest gevoed worden.De Geest van God moet in ons komen wonen, zoals deze in Christus Jezus was, maar dat maakt Jezus noch ons tot diezelfde Geest en zo tot God.
Lees over het debat: TD Jakes Breaks Down the Trinity, Addresses Being Called a ‘Heretic’ By Nicola Menzie (http://trinityspeaks.wordpress.com) - Jesus begotten Son of God #2 Christmas and pagan rites (christadelphians.wordpress.com)
- Salvation, trust and action in Jesus #1 Suffering covered by Peace Offering (christadelphians.wordpress.com)
Indien u van alle pijnen wilt bevrijd worden, moet je niet kiezen om de wereld te volgen, maar blik gericht worden naar Christus. Waarbij je met het besef dat er slechts één God en één enkele Bemiddelaar tussen Hem en de mensen staat. Jezus leed en stierf voor ons, zodat ons lijden tot een goed einde kan komen en wij een Nieuw Leven kunnen binnengaan in het Koninkrijk van God. - In Trust Jesus Christ today! Here’s what you must do (christadelphians.wordpress.com) wordt er aangehaald dat het geloof in het Zoenoffer van Jezus Christus ons de enige mogelijkheid geeft om tot zijn Vader te komen, die zijn Vader is en de Enige Ware God Schepper van hemel en aarde is. In Jezus zijn dood en begrafenis kunnen wij het licht zien met zijn verrijzenis die ons ook tegemoet kan komen.
Door gebed tot God moeten wij Jezus uitnodigen om ook onze persoonlijke Verlosser te worden.
“want met het hart wordt geloofd, zodat men gerechtvaardigd, met de mond wordt beleden, zodat men gered wordt.” (Romeinen 10:10 LeiNT04)
“Jezus zei tot hem: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.” (Johannes 14:6 LeiNT04)
“Want uit genade bent u behouden door het geloof; dat hebt u zichzelf niet gegeven, het is Gods geschenk; het is geen vrucht van de werken; opdat niemand roemen zal.” (Efeziërs 2:8-9 LeiNT04)
“In Hem bezitten wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van overtredingen, naar de rijkdom van zijn genade.” (Efeziërs 1:7 LeiNT04)
“Wij ondervinden dus, omdat wij uit geloof gerechtvaardigd zijn, vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door wiens bemiddeling wij toegelaten worden tot die genade waarin wij standvastig, en roem dragen op de hoop in Gods heerlijkheid te zullen delen.” (Romeinen 5:1-2 LeiNT04)









