Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias

Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #1 Konings Geloof

Posted on January 14, 2013. Filed under: Christen zijn en Christus volgen, Verkondigen en Verkondiging, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Jehovah יהוה YHWH JHVH God Elohim Yahweh Jahweh, Geloven en Geloof, Naam van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , , |

Vertrouwen, Geloof en Gebed

Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #1 Konings Geloof

De Apostel Petrus kan twijfels gehad hebben omtrent wat zijn leraar Jezus hem vroeg. Wanneer de districtsheerser Herodus van de rapporten van Jezus hoorde en Johannes de Doper had gearresteerd, was Petrus misschien nog niet zeker over de vertrouwelijke relatie die Jezus had met zijn Vader, de Hoogste God. Christus stond daar op een meer in de storm met zijn handen uit uitgestrekt om Petrus op te vangen indien hij viel. De getrouwe leerling had echter onvoldoende geloof om op het water te blijven lopen en begon er dan ook geleidelijk aan in te zinken.

“28 Petrus antwoordde: Heer, zo Gij het zijt, beveel mij dan, over het water tot U te komen. 29 Hij sprak: Kom! Petrus klom uit de boot, en wandelde over het water, om bij Jesus te komen. 30 Maar bij het zien van de geweldige storm werd hij bang, en riep, toen hij begon te zinken: Heer, red mij! 31 Aanstonds stak Jesus de hand uit, greep hem vast, en sprak: Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld?” (Mattheüs 14:28-31 CANIS)

In tegenstelling, had een eenvoudige vrouw meer geloof in Jezus, hoewel zij niet zoveel met hem had opgetrokken en waarschijnlijk ook niet zo vele mirakelen had gezien noch zo veel onderwijs van hem ontvangen had.

File:Gospel of Matthew Chapter 14-27 (Bible Illustrations by Sweet Media).jpg

Mattheus naar Jezus over het water lopend – Bijbelse illustratie van change me! hoofdstuk 14

“20 En zie, een vrouw, die twaalf jaar lang aan een bloedvloeiing leed, trad achter Hem aan, en raakte de zoom van zijn kleed aan. 21 Want ze zei bij zichzelf: Als ik alleen maar zijn kleed aanraak, ben ik genezen. 22 Jesus keerde Zich om, zag haar, en sprak: Wees welgemoed, mijn dochter; uw geloof heeft u gered. Van dat ogenblik af was de vrouw genezen.” (Mattheüs 9:20-22 CANIS)

De zoom van Christus Jezus zijn kleed aanraken volstond voor het helen. Hier hebben wij een incident dat het wonder van de macht van God en Jezus’ mogelijkheid toonde om het te hanteren. In de vele verhalen van het Nieuwe Testament kunnen wij zien hoe God met Jezus omging. Van de gegevens die in die Geschriften worden gegeven zouden wij niet alleen het comfort moeten hebben van het weten dat onze meester altijd daar is om ons bij te staan wanneer wij het vragen, maar ook dat wij de verantwoordelijkheid kunnen zien waarbij wij allen onze Broeders en Zusters moeten helpen wanneer zij om hulp schreeuwen. Jezus bad vaker voor anderen dan voor zichzelf. Zijn gedachten gingen meer naar anderen en omtrent het voordeel voor anderen, dan naar zijn eigen welvaart. Slechts toen het voor hem ook te angstig werd (Markus 14:32 – 42; Lukas 22:39 – 46), riep hij op zijn Vader. Jezus vroeg niet dat zijn wil tot vervulling zou komen, maar dat de Wil van zijn Vader zou worden volbracht.

“38 En Hij sprak tot hen: Mijn ziel is dodelijk bedroefd; blijft hier met Mij waken. 39 Hij ging nog een weinig verder, viel biddend op zijn aangezicht neer, en sprak: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze kelk Mij voorbijgaan; maar niet zoals Ik wil, maar zoals Gij het wilt.” (Mattheüs 26:38-39 CANIS)

“Opnieuw ging Hij heen, en bad: Mijn Vader, zo hij niet kan voorbijgaan, zonder dat Ik hem drink, dan geschiede Uw wil.” (Mattheüs 26:42 CANIS)

Jezus droeg zich volledig op aan zijn Vader. God was totaal in Jezus zijn hart en wij zien dat toen het Woord van God David en Jezus hun leven was ingegaan, dat goddelijk Woord ook een deel van hun eigen zijn werd en hen de wens gaf om meer te weten wat God werkelijk van hen verlangde. Jezus was er zich volledig van bewust dat het zijn Vader was die hem onderwees hoe God te behagen in zijn leven, omdat Jehovah zijn God en de God van David was, die hem door Zijn heilige Geest begeleide door het land. Jezus, de wortelscheut van David, wist dat hij geen enkel ding kon doen zonder die God. Wij zelf denken dat wij zelf vele dingen op ons eigen kunnen afhandelen, zonder de hulp van om het even wie. De meeste mensen zouden zelfs er nooit over nadenken om de hulp van God in te roepen  voor wat zij willen doen en zouden ervoor ook niet naar de Schepper van hemel en aarde luisteren. Jezus dacht er aan dat het belangrijk is om eerst aan God te denken en om slechts naar Hem te luisteren om zelf besluiten te nemen. Hij keek er niet naar uit om zijn eigen gedachten uitgevoerd te zien. Hij volgde niet zozeer zijn eigen verlangens , maar die van zijn Vader. Hij achtte het namelijk van het allergrootste belang dat de opdracht van zijn Vader in eerste instantie zou verwezenlijkt worden.

“Ik kan niets doen uit Mijzelf; maar Ik oordeel naar wat Ik hoor; en mijn oordeel is rechtvaardig, omdat Ik mijn eigen wil niet zoek, maar de wil van Hem die Mij heeft gezonden.” (Johannes 5:30 CANIS)

(40-9) Uw wil te volbrengen: Mijn God, dit is mijn hartewens, En in mijn boezem draag ik uw Wet.” (Psalmen 40:8 CANIS)

“Leer mij, uw wil te volbrengen, want Gij zijt mijn God; En uw goede geest leide mij op het veilige pad!” (Psalmen 143:10 CANIS)

“Welnu, David is ontslapen, na bij zijn leven Gods wil te hebben volbracht; hij is bij zijn vaderen verzameld, en heeft het bederf gezien.” (Handelingen 13:36 CANIS)

Het ogenblik Jezus werd begraven is ook al lang geleden. Voor beiden die de wil van God deden, was het opvolgen van Gods Wil hun vreugde. God’s Torah was in hun het meest innerlijke verlangen en zijn. Zij waren nooit beschaamd om tot hun God te bidden om te vragen dat Hij hen zou onderwijzen om Zijn wil te doen, omdat Jehovah hun God was. Wij zouden ook onze woorden en gebeden moeten richten tot diezelfde Hoogste Heerlijkheid in de hemel, en ons laten begeleiden door Zijn goede Geest. De woorden die Jezus de mensen gaf om tot zijn Vader te zeggen kunnen wij gebruiken, evenals veel andere woorden. In onze gebeden kunnen wij vragen dat het Koninkrijk van God spoedig kan komen, maar het belangrijkste is dat wij aan God ook laten weten dat het voor ons belangrijk is dat Zijn wil ter wereld zal worden gedaan zoals Hij het verlangt in de hemel.

“Uw rijk kome. Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.” (Mattheüs 6:10 CANIS)

Koning David schreef vele psalmen waarin hij tot God riep en zijn toewijding aan de Schepper van alle dingen toonde. Jezus van Nazareth werd de Koning van koningen, maar hij was bescheiden genoeg om ook vaak tot zijn Vader te bidden. Jezus vroeg zijn Vader om dingen maar dankte Hem ook  voor vele dingen.

Wanneer Jezus geen ding van zichzelf kon doen, hoe zouden wij dat dan wel kunnen doen? Zijn wij bereid zo ‘close’ te zijn met zijn Vader? Zijn wij van plan om naar onze eigen wensen te zoeken en te leven of zijn wij bereid de wens te leren kennen en om de Wil te doen van diegene die Jezus stuurde? Zijn wij bereid om van de lessen uit het verleden en de personen te leren die inderdaad de doeleinden van God in hun eigen generatie dienden?

Het geloof maakt werkelijk een verschil in het krijgen van antwoord op gebeden. Het is een eerste stap in de communicatie met de juiste persoon die de juiste antwoorden zal kunnen geven.

Hoe meer wij op God vertrouwen en in Hem geloven hoe meer wij Zijn werken rond ons zullen kunnen zien en ook hoe meer onze ogen zullen open gaan voor het opmerken van de giften die hij ons reeds heeft gegeven, maar die wij over het hoofd hebben gezien.

+

Vervolg: Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God

Engelse versie / English version: Trusting, Faith, calling and Ascribing to Jehovah #1 Kings Faith

Lees ook:

  1. Geloof in slechts één God
  2. Jezus van Nazareth #7 Zijn Leven van gebed
  3. Woorden in de Wereld
  4. Bidden is een eenvoudige blik op God
  5. Kracht van het gebed
  6. Gebedsverhoring niet door verlanglijstje
  7. Heeft het zin om te bidden?
  8. Kan men kwaad afwenden door te bidden
  9. Mensen die bidden reageren gezonder op stress
  10. Gebed belangrijk aspect in ons leven
  11. Hersenen beschouwen gebed als gesprek
  12. Gebed heeft ons getroost in ons verdriet
  13. Als je denkt dat je te klein bent om effectief te zijn
  14. Gebed is een geloofszaak
  15. Bidden en mediteren
  16. Laat ons bidden alsof wij het reeds verkregen hebben
  17. Indien je bid zal je niet ontchoocheld worden
  18. Niet even bidden en weer terug de drukte in

+++

Aanverwante artikels in het Engels:

Voor onze Engelstalige artikelen, zie de Engelse versie van de bovenstaande tekst.

Artikels van andere auteurs:

  • Opening the mouth in intercessionLook at Prophet Moses. When he it was revealed to him that God was very angry with the nation of Israel because of their infidelity, and God was set to do away with them, Moses took it as his responsibility to plead the course of the nation before God (Exodus 32:1-15) in intercession.
    +
    Daniel was a prophet and he partly executes his job in the place of prayer.  He was able to connect with the prophetic word given by Jeremiah that the children of Israel will be free from slavery after 70 years in captivity and embarked on a prayer effort in that regard (Daniel 9:1-19). This shows that because the will of God is known does not means we should rest on out oars. Jesus said that we should pray that will of God be done on earth as it is in heaven (Matthew 6:10).
  • The Bible calls us to prayRegardless of whether you believe that prayer is simply a way to line up with God regarding what He has already determined to do or that it is asking God to do what He otherwise would not do; the truth remains that we are called to pray.  We are not required to understand the divine working that makes prayer effective but we are to be obedient to obey the principles of prayer.  Today’s reading gives us a few principles.
  • Seven ways to make time for prayer
    Are you having trouble finding time for prayer every day? Here are some suggestions.
    +
    If you don’t see the need for prayer, you won’t be faithful to it. Prayer doesn’t take us away from our duties; it gives us strength to fulfill them.

A plate engraved for the Macklin Bible after a specially-commissioned painting by Philippe Jacques De Loutherbourg. Photographed from the Bowyer Bible, Bolton, England. Bowyer Bible 29.3710. Christ Walking on the Sea. Matthew 14:30. A stormy night with Peter at left walking towards Christ standing on water at right, a boat behind at right. 1795.

Read Full Post | Make a Comment ( 6 so far )

Zoek uw Toevlucht bij God

Posted on November 15, 2012. Filed under: Bezinning, Christen zijn en Christus volgen, Jehovah יהוה YHWH JHVH God Elohim Yahweh Jahweh, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , |


“De eeuwige God zij u een woning, en van onder eeuwige armen; en Hij verdrijve den vijand voor uw aangezicht, en zegge: Verdelg!” (De 33:27 STV)

De eeuwige God zij U een toevlucht. {De 33:27}

Het woord toevlucht ken ook vertaald worden “woning” of “schuilplaats”; dit duidt de gedachte aan, dat God onze woonplaats, ons thuis is. Er is een volheid en liefelijkheid in dit beeld; want ons thuis is ons dierbaar, al is het de nederigste hut of de armoedigste zolderkamer; en veel dierbaarder nog is onze gezegende God, in wie wij leven, ons bewegen en zijn. Thuis gevoelen wij ons veilig wij sluiten de wereld buiten en wonen in kalme zekerheid. Evenzo, wanneer wij met onze God zijn, “vrezen wij geen kwaad.” Hij is onze toevlucht en onze schaduw, ons hoog vertrek. Thuis rusten wij; daar vinden wij de stilte, na de moeite en het werk van de dag. En zo vinden onze harten rust in God, wanneer wij, vermoeid van de strijd van het leven, ons tot Hem keren en vrede vinden voor onze zielen. Thuis openen wij ons hart: wij vrezen niet dat men ons misverstaan zal, of een verkeerde zin aan onze woorden zal geven. Evenzo, wanneer wij met God zijn, kunnen wij vrij uit met Hem spreken, en al onze geheime wensen voor Hem blootleggen. Want indien de “verborgenheid van de Heer is voor wie Hem vrezen,” zo behoren en moeten de geheimen van hen, die Hem vrezen, voor hun Heer zijn. Ons huis is ook de plaats van ons diepste en reinste geluk, en het is in God dat onze harten hun hoogste blijdschap vinden. Wij verblijden ons in Hem met een vreugde, die elke andere vreugd te boven gaat.  Het is ook voor ons huis, dat wij werken en arbeiden. De gedachte aan het thuis geeft ons kracht om de dagelijkse lasten te dragen, en maakt de vingers vaardig om de taak te vervullen; en in deze zin mogen wij ook zeggen, dat God ons thuis is. De liefde tot Hem bekrachtigt ons.  Wij denken aan Hem in het aangezicht van zijn geliefde Zoon, en een blik op het lijdende gelaat van de Verlosser noodzaakt ons om voor zijn taak te arbeiden. Wij voelen dat wij moeten werken, want wij hebben nog broeders die moeten gered worden, en wij moeten het hart van onzen Vader verheugen door de wederbrenging van zijn afgedwaalde kinderen; wij moeten gewijde blijdschap brengen in de heilige familie waartoe wij behoren. Welgelukzalig zij, die alzo de God Jakobs tot hun toevlucht hebben.

C.H. Spurgeon

God heeft ons Zijn zoon gegeven, die Hij al lang geleden beloofd had aan Zijn volk, Israël, en die bereid was om zijn leven neer te leggen voor de zonden van velen. In Christus zien we de glans van God. We horen zo te worden als of te komen in Christus als Christus was in God.

Zoals Jezus zijn vreugde in God was moet ook onze vreugde  in God zijn, door onze Heer Jezus Christus. In God kunnen we toevlucht vinden en er zeker van zijn dat niemand ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, welke in Christus Jezus, onze Heer is . (Romeinen 8:39) Want God, die gesproken heeft dat licht uit het duister mag schijnen, heeft het doen schijnen in onze harten, om het tot licht van de kennis van de heerlijkheid van God te laten zijn in het aangezicht van Jeshua de Messias, die werd gepredikt onder ons en de apostelen zalfde. (2 Kor 1:21; 2 Kor 4:6) Tot God brengen wij onze bedanking want Hij is het die ons altijd doet triomferen in de Messias, en de reuk  van zijn kennis door ons in elke plaats  manifesteerbaar maakt.  (2 Kor 2:14)

Ons leven is met Christus verborgen in God, en onze ecclesia kan in God de Vader, en in de Heer Jezus Christus zijn, waar we ons zonder ophouden ons werk van het geloof herinneren, de inspanning van liefde en de volharding van hoop op onze Heer Jezus Christus, in de ogen van God en onze Vader, want wij komen samen als broeders en zusters in Christus, nadat hij aanhangers zijn geworden van de kerk van God die in Judea is, in Christus Jezus: want ook wij hebben geleden als onze eigen landgenoten, zelfs zoals de Joden dit hebben gedaan. (Col 3:3; 1e 1:1, 3; 1e 2:14) Wij in de gemeenschap van God, de ecclesia, zijn in Christus Jezus, die van God is geworden: ons wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, in de kennis dat er voor ons er maar één God is, de Vader,  van wie alle dingen zijn, en wij tot Hem;. en één Heer Jezus Christus, die als bemiddelaar optreedt en door wie [zijn] alle dingen, en wij door hem. (1 Kor 08:06 )

“1  Voor muziekbegeleiding. Wijze: De dood van den zoon. Een psalm van David. (9-2) Met heel mijn hart wil ik U loven, o Jahweh En al uw wonderen vermelden; 2 (9-3) In U mij verheugen en juichen, Uw Naam, Allerhoogste, bezingen!” (Psalmen 9:1-2 CANIS)

“9 (9-10) Zo bleef Jahweh een toevlucht voor de verdrukten, Een wijkplaats in tijden van nood; 10 (9-11) Die uw Naam kennen, mochten steeds op U hopen, Want nooit verliet Gij, die U zochten, o Jahweh! 11  (9-12) Zingt nu voor Jahweh, die de Sion bewoont, Roept tot de volken zijn daden; 12 (9-13) Want de Bloedwreker blijft de verdrukten gedenken, Vergeet hun noodkreten niet. 13 (9-14) Jahweh, wees mij genadig; zie mijn ellende, door mijn haters berokkend, Trek mij omhoog uit de poorten des doods, 14 (9-15) Opdat ik overal uw lof mag verkonden, Om uw redding juichen in de poorten der dochter van Sion.” (Psalmen 9:9-14 CANIS)

“Een toevlucht is de oude God, Met eeuwig uitgestrekte armen. Hij dreef den vijand voor u uit, En sprak: Verdelg!” (Deuteronomium 33:27 CANIS)

“Door Hem toch behoort gij aan Christus Jesus, die ons door God geworden is: Wijsheid, Gerechtigheid, Heiliging en Verlossing;” (1 Corinthiërs 1:30 CANIS)

“voor ons is er slechts één God, de Vader, uit wien alles voortkomt, en tot wien we geordend zijn, en één Heer Jesus Christus, door wien alle dingen, door wien ook wijzelf zijn.” (1 Corinthiërs 8:6 CANIS)

“Immers ook Christus is éénmaal voor de zonden gestorven, een Rechtvaardige voor ongerechten, -om u te brengen tot God. Maar ter dood gebracht naar het Vlees, is Hij ten leven gewekt naar den Geest.” (1 Petrus 3:18 CANIS)

  • Contempt for God’s Kindness (samuelatgilgal.wordpress.com)
    We know that God sent Jesus Christ to save us by giving His life in our place. Do we acknowledge this?
  • Christus Victor and Deceiving the Deceiver (appearedtoblogly.wordpress.com)
    One of the most common objections to the Christus Victor model of the atonement is that it portrays God as a deceiver, and hence directly perpetrating an immoral action.
Read Full Post | Make a Comment ( None so far )

Ademen om les te geven

Posted on October 22, 2012. Filed under: Bijbel Studie en Bijbel Lezing, Christen zijn en Christus volgen, Dienst, Ecclesia, Geloven en Geloof, Heilige Schrift, Heiliging, Jehovah יהוה YHWH JHVH God Elohim Yahweh Jahweh, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Kerkplanting, Leven en Dood, Opvoeding en Onderwijs, Vergaderen, Verkondigen en Verkondiging | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

Les geven of onderwijzen lijkt voor velen slecht een minderwaardige job voor diegenen die in de bedrijfswereld niet aan hun trekken komen. Maar hier hebben wij het niet over de gewone lesgevers of leraren. Maar kijken wij naar diegenen die anderen materiaal bij brengen waarmee zij anders niet in contact zouden komen.

De rondtrekkende Leermeester

Jezus heeft ons levensadem gegeven. Hij had slechts een klein drie jaar openbaar leven waarbij hij rond ging , in een toch tamelijk groot gebied. Daar waar hij kon komen rond zijn habitat, trok hij bijna dag in dag uit van de ene plek naar de andere. Niet voor sightseeing, maar om te praten. Hij legde afstanden af welke in zijn tijd vele uren in beslag namen. Vandaag kunnen we ergens ver weg gaan in een paar minuten of een paar uur. Voor de apostelen duurde het dagen om ergens heen te gaan, terwijl zulke afstanden voor ons vandaag slechts een paar uur vergen. Maar vandaag horen we meer excuses dan in Jezus tijd over het geen tijd hebben om anderen over het Koninkrijk van God te onderwijzen of anderen over de Bijbel te leren.

Niet veraf te zoeken

Om anderen meer te  weten te laten komen over de Bijbel moeten wij echter niet ver gaan. Dicht bij ons, rondom ons, zijn er voldoende mensen die weinig of niets van de Bijbel, het Boek der boeken afweten. Zelfs om mensen te bereiken die ver af wonen hoeven wij vandaag niet altijd uit huis gaan om hen te bereiken. We kunnen contacten leggen vanuit ons eigen huis. We hebben prachtige toestellen die ons heel gemakkelijk veel verder dan de anderen tot hun hun deur brengen. Jehovah Getuigen, voor een lange tijd, namen het voor lief dat de beste manier om mensen te bereiken was hen op elk moment van de dag lastig te vallen door aan te bellen en een gesprek proberen aan te gaan voor de deur. Maar het lijkt erop dat de Getuigen van Jehovah  vandaag ook, de moderne middelen van de computer en internet hebben gevonden. Op het internet lijken ze zich nu te hebben opengesteld en presenteren zij er meer literatuur aan het grote publiek. En dat is mooi, want ze hebben ook een zeer goede literatuur, die veel meer mensen tot God kan brengen.

Wij kunnen veel van hun lectuur aanraden, ook al zijn er toch nog wezenlijke verschillen met wat wij leren. Maar volgens ons is het niet slecht dat mensen verschillende meningen te horen krijgen en meerdere beschouwingen lezen.

Koninkrijkszaal

Maar we mogen hen ook niet al het werk laten doen en ze de mensen naar hun Koninkrijkszaal laten trekken, terwijl wij andere gedachten hebben waarvan we er zeker van zijn dat ze zij ook waardevol voor de mensen zijn en daarbij deze ook meer vrijheid laten voor elk individu. De religieuze vergaderplaats voor Jehova’s getuigen waar een of meerdere gemeenten vergaderen geeft de leden de kans om samen aan de Wachttoren studie deel te nemen. Wij vinden het echter belangrijker om samen de Bijbel te bestuderen. Bij de vergaderingen van de Getuigen hoopt men dat iedereen de lijnen van de Watchtower Society opvolgt. En de opleiding van verkondigers loopt volgens de strikte regels van die organisatie in Brooklyn.
Bij ons is elke persoon en elke gemeenschap zelf verantwoordelijk voor de vorming van verkondigers en van de wijze waarop men dienst wil houden. Iedereen hoort namelijk zijn eigen ademruimte te hebben en wij laten het toe dat wegens de individuele verschillen en verscheidenheid van karakters de mensen ook verschillende meningen kunnen hebben of graag op een of andere manier anders willen doen dan een ander. Wij moeten meer bewust zijn dat wij ook veel te bieden hebben aan de ongelovigen en mensen op zoek naar de Waarheid kunnen helpen. Wij horen aan zoveel mogelijk mensen de Waarheid aan te bieden. Om anderen die Waarheid te leren kennen kan men echter niet stilletjes lekker gezellig in ons kleine cocon van onze leunstoel thuis blijven zitten. We moeten ons achterste optillen en iets doen.

Het is meer dan de hoogste tijd dat meer mensen uit hun huis zouden komen en de taak opnemen welke Jezus gegeven heeft.

Wereldse en geestelijke werken

In de kleine drie jaar dat Jezus predikte bestede hij veel adem om mensen op het belang te wijzen om een juist beeld te krijgen van zijn Vader, Jehovah God. Jeshua of Jezus heeft ook veel woorden besteed aan verkondigen van het evangelie of het Goede Nieuws van het komende Koninkrijk van God. In zijn tijd kon hij veel mensen vinden die geïnteresseerd in hem en zijn wonderen waren. Nooit beweerde Jezus uit eigen naam te spreken of wonderen te doen, maar verwees steeds naar zijn Vader die groter was dan hij.

“De Vader is groter dan mij.” (Johannes 14:28)

Toegegeven, het is waar dat onze wereldse werken op hun eigen ons niet ver zullen brengen en het is niet alleen door de werken der wet, dat wij geheiligd zullen worden. Genade  is tot ons gekomen door het aanbod dat Jezus bracht naar zijn Vader en naar de wereld toe. Deze man uit Nazareth, uit een eenvoudig arbeiders gezin, maar toch uit de stam van koning David, was bereid zijn adem voor God en de mens te gebruiken, tot hij zijn laatste adem uitblies aan de martelpaal.

Al heel vroeg in de mensheid hebben mensen hun adem aan veel nodeloze dingen verspild. Maar de Nazareen Jezus, wiens naam eigenlijk Jeshua was, heeft zich aangeboden om de verdorven mensenlucht te zuiveren en hen van hun zuchten te ontdoen. Ter zuivering van de mensheid heeft  Jezus zijn lichaam en bloed gegeven als een offerlam tot zijn Vader, opdat wij gereinigd zullen worden door Zijn bloed. Maar zijn dood op de martelpaal geeft niet zomaar ons een vrijgeleide, zoals vele christenen wel eens durven denken. Zijn zoenoffer brengt ons wel genade, maar geeft ons niet de toestemming om er zo maar op los te leven zoals we willen. Het gaat niet op om een frivool en zondig leven te leiden nadat men gedoopt is.  Door onze doop zijn we gereinigd en krijgen wij, als deelgenoten van het Nieuwe Verbond, een nieuwe start. Maar we moeten het waarmaken. Vanuit onze transformatie en doop moeten we spreken en handelen als mensen die zullen worden beoordeeld door de Thora van de vrijheid.

Afstamming, gehoorzaamheid en Wet

Zelfs al zouden joods we van geboorte zijn, geen zondaars uit andere etnische achtergronden, zouden we weten dat mensen niet rechtvaardig worden verklaard door te gehoorzamen aan sektarische wet, maar door het geloof in Jeshua Messias. Al degenen die zich christen noemen moeten niet alleen geloven in Jeshua, die ze meestal Jezus Christus noemen. Ze moeten weten dat om te worden rechtvaardig verklaard door het geloof in de Messias, en niet door sektarische wet, dat ze ook dienovereenkomstig horen te leven naar de wil en de wet van God.

Jezus heeft vele malen gesproken over die  rechtvaardiging en wetten van God. Hij gebruikte veel gelijkenissen of parabels om mensen te vertellen wat er kan gebeuren als we ons niet aan de Wetten van God houden. Hoewel, geen mens zal worden rechtvaardig verklaard door te gehoorzamen aan sektarische wet, als wij, terwijl het proberen om rechtvaardig verklaard te worden door de Messias, zullen wij ook als zondaars gevonden worden, maar dat betekent niet dat Jeshua Messias uit de zonde is.

Al diegenen die zich christen noemen, moeten ervoor zorgen om te sterven onder de Thora, zodat hij kan leven voor JHWH de Elohim Jehovah God. Zonde in voor ons met Jezus  de Messias aan de paal genageld en te niet gedaan. Vanaf nu zijn wij het niet meer die leven, maar de Messias die in ons leeft, en het sterfelijke leven dat we hebben geleefd voordat we christen werden kan nog steeds een levenseinde  ondergaan in deze wereld. De meesten van ons zullen vermoedelijk wel mensen levend achter laten, terwijl zij de dood tegemoet moeten zien. Maar het moet een leven vol van hoop zijn dat zij nu al kunnen leven, door het geloof in de zoon van God, die ons heeft liefgehad en zich voor ons heeft opgeofferd. We mogen de compassie van Jehovah niet negeren. Want indien de rechtvaardigheid haalbaar is door middel van sektarische wet, dan is de Messias voor niets gestorven.

Maar zoals er zovelen uit de werken van de Thora onder de vloek zijn, want er staat geschreven: “Vervloekt is een iegelijk, die niet in alles blijft doen wat er is geschreven in het boek van de Thora.” En dat niemand rechtvaardig wordt verklaard door Thora vóór Elohim is duidelijk, want “de rechtvaardige zal leven door geloof.” En de Thora is niet van geloof, maar “De man die ze {deze dingen } doet, zal daardoor leven.” Messias heeft ons vrijgekocht van de vloek van de Thora, een vloek wordend voor ons – want er staat geschreven: “Vervloekt is een iegelijk, die hangt aan een boom {aan het hout }.” {1 } – {Voetnoot: 1 #De 21:23). } Opdat de zegen van Abmight {Abraham } over de volken zou komen in de Messias יהושע {Jeshua }, om de belofte van de Geest te ontvangen door het geloof. (Galaten 3:10-14 De Geschriften 1998 +)

En we weten dat wat de Thora zegt, zij dat spreekt tot degenen die in de Thora zijn, opdat elke mond kan worden gestopt en de gehele wereld onder het oordeel komt voor Elohim. Daarom zal uit de werken van de Thora geen vlees rechtvaardig worden verklaard vlak voor Hem, want door de Thora is de kennis van zonde.{1 } {Voetnoot: 1 (#Ex 20:20; Ro 4:15; Ro 7:7). } Maar nu, afgezien van de Thora, is een rechtvaardigheid van Elohim geopenbaard, getuigenis geweest zijnde van de Thora en de Profeten, en de gerechtigheid van Elohim is door het geloof in יהושע {Jeshua } Messias voor iedereen en op allen die geloven. Want er is geen onderscheid, want allen hebben gezondigd en derven de achting van Elohim, rechtvaardig verklaard wordend, zonder te betalen, door Zijn gunst, door de verlossing die in Christus יהושע {Jeshua } is, die Elohim aangewezen {of voorbestemd } heeft als een verzoening {zoenoffer }, door middel van geloof in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar in Zijn verdraagzaamheid Elohim over de zonden die hadden plaatsgevonden ervóór voorbijzag, om op dit moment Zijn gerechtigheid aan te tonen, dat Hij rechtvaardig is en degene rechtvaardig verklaart die het geloof in יהושע {Jeshua } beoefent. (3:19-26 Romeinen De Geschriften 1998 +)

“Wij, van Yehudby {Joodse} natuur, en niet die van de heidenen, zondaars, wetende dat de mens niet rechtvaardig verklaard wordt door werken van de Thora, maar door het geloof in יהושע {Jeshua} Messias, zelfs al hebben wij ook in de Messias יהושע {Jeshua} gelooft, om rechtvaardig te worden verklaard door geloof in de Messias en niet door de werken van de Thora, want door de werken van de Thora zal geen vlees rechtvaardig worden verklaard. “En als, tijdens het zoeken om rechtvaardig te  worden verklaard door Messias, ook wijzelf zondaars worden bevonden, is Messias dan een dienaar der zonde? Laat het niet waar zijn! “Want als ik weer opbouw wat ik ooit omverwierp, bevestig {betoon} ik me zelf tot een overtreder. “Want door Thora stierf ik om Thora, {1} om te leven tot Elohim. {Voetnoot: 1 Zie Rom. 7} “Ik ben gespietst {doorstoken/vastgepind} met Messias, en ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij. {1} En dat geen ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de zoon van Elohim, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft gegeven. {Voetnoot: 1 Rom. 8:10, 2 Kor. 6:16, 2 Kor. 13:5, Ef. 3:17, Col 1:27, 1 Johannes 4:4.} “Ik zet de gunst van  Elohim niet ter zijde, want indien de rechtvaardigheid is door middel van Thora, dan stierf de Messias voor niets.” (Galaten 2:15-21 De Geschriften 1998 +)

Naam eervol te dragen

We mogen de eervolle naam die we dragen niet lasteren  en dat kunnen we alleen maar doen als we voldoen aan de Thora van Jehovah, de enige Ware God, de Allerhoogste. En om ons te helpen heeft God Zijn Woord in de Heilige Schrift laten overleveren aan meerdere generaties. Van generatie tot generaties  zijn de Woorden van God herhaald geworden, mondeling en schriftelijk. Oneindig veel keren zijn de geschriften gekopieerd geworden. En daarbij is het bijzondere dat deze minutieus blijken gekopieerd te zijn zodat er bij de kopieën bijna geen fouten op te merken vallen. Vandaag zijn er ook in meerdere talen kopieën te verkrijgen van Het Woord van God: de Bijbel. Deze moet dan ook gelezen worden. Al mag hij de Bestseller aller tijden zijn, zijn er nog veel te veel mensen die dat voorname boek werkelijk kennen. Zij weten wel van het bestaan af, maar echt weten wat er in staat weten slechts weinigen.

Binnenkant van een Koninkrijkszaal van de Getuigen van Jehovah waar men vergaderingen of bijeenkomsten houdt en o.a. de Wachttoren studies in de dienst gebruikt.

Veel christenen lijken te vergeten dat er in de Heilige Schrift, de Bijbel die we beschouwen als het geïnspireerde en onfeilbare Woord van God, staat geschreven dat wie de hele Thora gehoorzaamt, toch op één punt faalt, schuldig is aan het overtreden van de hele Thora! Ja, het klinkt hard, maar het is de realiteit.

Een realiteit die vele christenen niet onder ogen willen zien en daarom vasthouden aan de valse leerstelling dat men eens en voor altijd gered is. Maar de Heilige Schrift is duidelijk dat geloof zonder werken dood is.

Wat is het nut, Vrienden, als een man zegt: “Ik geloof”, maar hij heeft geen werken? Kan zijn geloof  hem weer tot leven wekken?

Indien je echt er in slaagt het soevereine recht te bereiken op basis van de Schrift: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf, ‘ dan doe je goed , maar als je partijdigheid toont, bega je zonde, wordt je schuldig bevonden door de Thora als overtreder. Want wie ook maar de gehele Thora onderhoudt, en toch op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle. Want Hij die zei: “Pleeg geen overspel, heeft ook gezegd:” Pleeg geen moord. “Nu als je geen overspel, maar wel doodslag pleegt, zijt gij toch een overtreder van de Thora. Daarom, Spreekt zo en handelt zo als mensen die moeten worden beoordeeld worden door een Thora {of Wet} van vrijheid. {1} {Voetnoot: 1 Zie 1:25, en Johannes 8:32-36).} Want het oordeel is zonder mededogen aan degene die geen mededogen heeft getoond. En mededogen heeft meer dan oordeel. Mijn broers, wat voor nut heeft het voor iedereen om te zeggen dat hij gelooft, maar geen werken heeft ? Dit geloof is niet in staat om hem te redden. (Jakobus 2:8-14 De Geschriften 1998 +)

Veel mensen toen zij Jezus en zijn apostelen zagen herkenden hen. Dus de mensen haastten zich over land, vanuit alle omliggende steden, om Jezus te kunnen zien en om er zeker van te zijn dat ze een goed plaatsje konden bemachtigen om dicht bij hem te zijn en alles wat hij te vertellen had goed te kunnen horen. Overal waar Jezus kwam begon hij de mensen te vertellen over wat zijn Vader de wereld wenste te leren kennen. Jezus onderwees de leer van zijn Vader. Hij leerde hun vele dingen door analogieën.

En hij begon weer te onderwijzen bij de zee, en een grote menigte werd verzameld tot hem, zodat hij in een boot ging, om te zitten in de zee. En al de menigte was op het land aan de zee. En hij leerde hun veel in gelijkenissen, (Marcus 4:1-2 De Geschriften 1998 +)

En Hij ging weg van daar en kwam naar zijn eigen land, en zijn aangeleerden volgden hem. En sabbat geworden, begon hij les te geven in de gemeente. En velen die hem hoorden, waren verbaasd en zeiden: “Waar heeft hij dit allemaal gekregen? {waar heeft hij dit alles vandaan?} En wat wijsheid is dit, die hem gegeven is, dat zulke wonderen worden gedaan door middel van zijn handen? (Marcus 6:1-2 De Geschriften 1998 +)

En uitgegaan zijnde, zag יהושע {Jeshua} een grote menigte en werd met ontferming over hen {met compassie voor hen} bewogen , omdat zij als schapen waren, die geen herder hebben. En hij begon hen veel zaken te leren . (Marcus 6:34 De Gechriften 1998 +)

Jezus had alles van zijn Vader geleerd. Wij kunnen ook veel leren van deze Vader, want zoals Jezus de Thora las en deze heel goed kende, kunnen wij ook de Thora en de verdere Heilige Schrift lezen, bestuderen, en proberen deze te begrijpen. Goed luisteren naar alle woorden in de Heilige Schrift zal ons in staat stellen om de stem van God te horen. De Bijbel schrijvers werkten voor de allerhoogste auteur, de Elohim Hashem, wiens naam Jehovah is en de God der goden. Jezus is zijn zoon die  ons de weg toonde en verzocht deze te volgen. We moeten daarom ook proberen om alles wat Jezus te vertellen heeft te horen. Christus zijn woorden zijn opgeschreven in het Nieuwe Testament. Die Bijbel gedeelte is beschikbaar in vele talen, dus we mogen geen excuus naar voor brengen dat het niet  in een taal voorradig zou zijn die we niet kunnen proberen te begrijpen.

Bereidheid te luisteren naar Christus

Getuigen van deur tot deur

Als we bereid zijn om te luisteren naar Christus en Gods Woord, zullen we hun adem voelen over ons leven. We zullen het gevoel hebben dat ze met ons willen zijn  en als we bereid zijn om onze geest open te stellen voor wat het Woord van God zegt dat we duidelijker zullen horen wat die woorden werkelijk bedoelden in hun tijd en wat ze betekenen in onze tijd.

Het horen van de oproep van Jezus om uit te gaan om te prediken zal er voor zorgen dat wij ook het graag zouden willen willen hebben en er aan meewerken dat het Woord van God  over de hele wereld meer gekend zal geraken. Hiervoor moeten we ons bewust zijn van deze belangrijke taak en stappen ondernemen om dit te doen, en dit niet alleen over te laten aan de Jehovah Getuigen.
Terwijl zij de wereld hun liefde voor het Woord van God laten zien, moeten alle christenen dat doen. Door het woord met anderen te delen zullen wij in de liefde van Christus kunnen blijven groeien met precieze kennis en geestelijk inzicht, maar zullen wij als anderen juist moeten reageren volgens de kennis die we ontvangen. Door het regelmatig bestuderen van  het Woord van God, de Bijbel, zal de lezer kunnen herkennen wat echt is, en zuiver en onberispelijk zijn in de Dag van de Messias, vervuld met de vrucht van gerechtigheid, die door Jeshua Messias, tot eer en glorie, de pracht en lof van Jehovah.

Een Adem tot verzoening

Het lezen van de Bijbel  moet de lezer het gevoel van Gods Adem geven en er voor zorgen dat hij en omstaanders kunnen worden vervuld door de Heilige Geest om door deze te worden gedreven om verder het Goede Nieuws kenbaar te maken en bereid te zijn om het met zoveel mogelijk mensen te delen. Vrienden in de dienst van onze Meester moeten moed hebben om uit te gaan en om Gods Boodschap zonder vrees te spreken zelfs brutaler dan ooit.

Sommigen kunnen misschien hun stem harder laten klinken dan anderen door afgunst en rivaliteit, maar anderen doen het van uit goede wil en in de liefde van de Messias, in de wetenschap dat Jezus en zijn apostelen zijn aangesteld om het Goede Nieuws te verdedigen. Maar degenen die de Messias aankondigen vanuit de motieven van rivaliteit en zelfzuchtige ambitie proberen meestal angst te veroorzaken. Hoe dan ook, hetzij door valse of ware motieven, wordt de Messias aangekondigd en dat is wat christenen moeten dragen op hun hart.

Wij die graag eerlijke christenen willen zijn en door het leven gaan als broeders en zusters in Christus, moeten het werk voor de Heer lief hebben en verwachten dat er nooit een broer of zus zich ooit zullen hoeven te schamen. Maar met vastberaden moed zullen wij nu verder, zoals altijd, om ofwel de Messias in ons lichaam verheffen, door onze eigen of door onze gezamenlijke dood. Want voor ons, moet het leven voor de Messias zijn, en als we sterven, zullen we nog steeds ‘winnen’.

Jezus in Delft

Jezus in Delft (Photo credit: Gerard Stolk ( vers la Toussaint ))

“Ga terug naar uw huis, en vertel wat Elohim voor je gedaan heeft.” En hij ging weg verkondigend door de hele stad wat יהושע {Jeshua} voor hem deed. (Lukas 8:39 De Geschriften 1998 +)

Want zo dikwijls als gij dit brood eet en deze beker drinkt, verkondigt u de dood van de Meester totdat hij komt. (1 Korinthiërs 11:26 De Geschriften 1998 +)

En dit bid ik, dat uw liefde meer en meer in erkentenis en alle gevoelen zou mogen uit breiden, zodat u de zaken die verschillen zou onderzoeken, om zo oprecht te zijn, en niet te struikelen, tot op de dag van de Messias, vervuld van de vrucht van gerechtigheid, {1} tot en met יהושע {Jeshua} Messias, om de achting en lof {tot eer en glorie} van Elohim. {Voetnoot: 1 mt. 3:8-10, Rom. 6:22, Rom. 14:17, 2 Kor. 9:10, Ef. 5:9, Gal. 5:22, Col 1:10, Hebr. 12:11, Jam. 3:18.} En ik wens dat je weet, broeders, dat wat mij is overkomen, bleek voor de vooruitgang van het Goede Nieuws te zijn, zodat het bekend is geworden aan de gehele paleiswacht, en aan al de anderen, dat mijn kettingen in de Messias zijn; en de meeste van de broers, vertrouwend op de Meester vanwege mijn kettingen, zijn veel meer dapperder om onbevreesd het woord te spreken. Sommige inderdaad verkondigen Messias zelfs uit nijd en twist, maar sommigen ook uit plezier – de eersten verkondigen Messias uit zelfzuchtige ambitie, niet zuiver, er aan denkend ongemak toe te voegen aan mijn kettingen, maar de laatsten uit liefde, in de wetenschap dat ik benoemd ben voor de verdediging van het Goede Nieuws. Wat dan? Alleen dat in alle opzichten, hetzij onder een voorwendssel of in waarheid, is de Messias aangekondigd. En daarin verblijd ik mij, in feite, zal ik juichen. Want ik weet, dat dit voor mijn bevrijding zal blijken door uw gebed en de levering van de Geest van יהושע {Jeshua} Messias, volgens mijn intense verlangen en verwachting dat ik totaal niet zal beschaamd worden, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals altijd, dus nu ook Messias groot zal worden gemaakt in mijn lichaam, hetzij bij het leven of de dood. Want voor mij, te leven is Messias, en is het sterven gewin. (1:9-21 Filippenzen De Geschriften 1998 +)

Geen Uitstel

Gelieve niet wachten tot morgen. Stel niet uit.

U kunt een werkgroep vormen, zodat u er niet alleen voor staat en u ook langdurige christelijke vriendschappen kan ontwikkelen. U kunt  Bijbelstudies hosten op je blog, Twitter, Facebook, enz. Het is ook niet slecht om devoties op een blog te schrijven, dat van u of voor een ander blog, of zelfs een ebook met een verzameling van devoties te schrijven.
Als je niet weet waar ze te plaatsen of geen eigen blog wilt beginnen, probeer ze dan te delen op blogs van anderen, zodat de blog een groter platform kan worden, waar gelijkgestemde mensen elkaar kunnen ontmoeten en anderen meer informatie kunnen  vinden en meer onder de indruk van het Woord van God kunnen geraken.

Er zijn ook verschillende manieren om online een klas of workshop te organiseren. Voor degenen die wel al werken in de gemeenschap, is het slechts een kleine moeite om de voorbereidende werkzaamheden te delen met anderen op het net. Maar je moet ook kunnen overwegen van het voeren van een klas om lessen te leren op het net, net als zondagsschool. U kunt mensen uitnodigen tot uw virtuele klas en hen in staat stellen om zo te communiceren, hand-outs te geven, en zelfs uw les op te nemen.

Prediking over de gehele wereld

Allen die zich christenen noemen moet proberen te doen wat Jezus deed. Zij moeten proberen om de boodschap over te brengen door middel van geschriften, getuigenissen, gebeden, liedjes, video’s en ga zo maar door.

Opgroeien in de liefde van Christus, zou je het gevoel moeten geven dat zijn adem je inspireert en aanmoedigt. Met de groeiende jaren van bijbelstudie zou je voldoende kennis moeten krijgen om genoeg te weten om te kunnen delen, ook al was het een minimum aan kennis. Degenen die een gave van schrijven en / of onderwijzen hebben moeten die gaven gebruiken om te verlichten en anderen om hen heen, in hun gemeenschap, parochie, dorp, stad, aan het werk op hun blog of webpagina’s, aan te moedigen.

Dus, aarzel dan niet en gebruik je adem om Christus Jezus te verkondigen en de wereld te laten zien hoe het rustiger en vreedzamer kan worden, en hoe mensen die God liefhebben een beter leven kunnen vinden in de toekomst.

Christus en het Goede Nieuws van het Evangelie moet gepredikt worden over de hele wereld en dan zal het einde kan komen. Wij allen moeten getuigen zijn tot Jezus, zoals de apostelen dit moesten zijn, zowel in Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.

“Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de apartgeplaatste Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn in Jeruzalem, en in geheel Yehudand Shomeron, en tot aan het einde van de aarde.” (Handelingen 1:8 De Geschriften 1998 + )

“Je weet wat woord kwam te zijn in alle Yehuḏah, beginnende van Galil {Galilea} na de onderdompeling die Yoḥanan proclameerde {verklaarde, verkondigde}: hoe Elohim  יהושע {Jeshua} van Natsareth zalfde deed met de apart geplaatste Geest en met kracht, die is rondgegaan, weldoende en allen genezende, die werden onderdrukt door de duivel, want Elohim was met hem. “En wij zijn getuigen van alles wat hij deed, zowel in het land van de Yehudand in Yerushalayim, die hem zelfs doden door ophanging aan een stuk hout. “Elohim wekte deze ene op de derde dag, en liet hem zien, niet tot al het volk, maar aan de getuigen, die al eerder gekozen waren door Elohim – voor ons, die aten en dronken met hem nadat hij uit de dood was opgestaan. “En hij gebood ons te verkondigen aan de mensen, en te getuigen dat hij het is, die werd benoemd door Elohim tot rechter over levenden en de doden. {1 Voetnoot: 1 Zie 17:31, Johannes 5:29, Ps. 96:13, Ps. 98:9, Openbaring 19:11.} “Om deze ene dragen al de profeten getuigenis, dat door zijn naam, iedereen die gelooft in hem vergeving van zonden ontvangt.” (Handelingen 10:37-43 De Geschriften 1998 +)

“En hij zei: ‘De Elohim van onze vaderen heeft u aangesteld om Zijn verlangen te kennen en de Rechtvaardige te zien, en om de stem te horen uit zijn mond. ‘Omdat gij Zijn getuigen zult zijn voor alle mensen, van hetgeen gij gezien en gehoord hebt. ‘En nu, waarom zou je uitstellen? Sta op, wordt ondergedompeld, en was uw zonden af, onder aanroeping van de Naam van יהוה {Jehovah}. “(Handelingen 22:14-16 De Geschriften 1998 +)

“{Maar wie zal hebben doorstaan ​​tot het einde zal gered worden.} Maar hij die tot het einde het zal doorstaan hebben zal gered worden. {Maar degene die volhardt tot het einde zal worden gered} {1 Voetnoot 1 Zie Mattheus 10:22}: “En dit goede nieuws van het koninkrijk zal worden verkondigd in de gehele wereld als een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen. (Mattheüs 24:13-14 De Geschrift en1998 +)

+

  1. Lees ook:
  2. Bestseller aller tijden
  3. Boek der boeken de Bijbel
  4. Fundament in de Schrift
  5. Reden voor het lezen van de Heilige Schrift
  6. Geloof in Jezus Christus
  7. Geloof in slechts één God
  8. Geloof voor God aanvaardbaar
  9. God, Jezus Christus en de Heilige Geest
  10. Bijbelstudie
  11. Goedheid en liefde openbaar gemaakt
  12. Bestemming getrouwen en rechtvaardigen
  13. Één met Christus
  14. Christelijke hoop op eeuwig leven
  15. Christelijk leven
  16. Christen genoemd
  17. Christen mensen met ons geloof
  18. Christus toebehorenden
  19. Broers en broeders
  20. Christadelphian mens
  21. Dankbaar voor verkregen offer
  22. Doop + Doopsel
  23. God komt ons ten goede
  24. Gods hoop en onze hoop
  25. Gods redding
  26. Het zoenoffer
  27. Hoop op een man
  28. Hoop voor de toekomst
  29. Kleine kudde en beleidvolle slaaf
  30. Koninkrijk Gods
  31. Koninkrijk van God
  32. Lam van God
  33. Levenslessen
  34. Liefdemaaltijden
  35. Menselijke natuur
  36. Op wie hoop stellen
  37. Organisatie der broeders in Christus
  38. Organisatie gemeenschap
  39. Persoonlijkheid
  40. Rechtvaardigen
  41. Redding
  42. Redding door volharding
  43. Redding verliezen
  44. Redenen om gedoopt te worden
  45. Relatie tot Christus
  46. Relatie tot God
  47. Relatie tot medemens
  48. Sleepnet
  49. Uitvaren
  50. Verandering door de Bijbel
  51. Verkondigen
  52. Verwachtingen
  53. Volgens eerste eeuw patronen
  54. Volharding & Bijbelstudenten
  55. Vrije wil
  56. Wat is Gods doel met de aarde?
  57. Wat is wedergeboorte
  58. Wat te vinden in de Bijbel
  59. Werking van de hoop
  60. Wie, wat & hoe Christadelphians
  61. Woord van God
  62. Zijn kruis dragen
  63. Zoenoffer

++

  1. Belangrijkheid van de Heilige Schrift
  2. Schijnbaar onmogelijke opdracht
  3. Samen werken aan een Open Gemeenschap
  4. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  5. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #7 Adverteren
  6. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #9 Omgang met anderen
  7. Kleine huiskring ook mogelijke ecclesia
  8. Door verkondiging ook geruster
  9. Getuigen van Jehovah, Data en Waarheid
  10. Getuige of Broeder
Read Full Post | Make a Comment ( 2 so far )

Bedenkingen: Gods eigen Volk

Posted on August 23, 2012. Filed under: Christen zijn en Christus volgen, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias | Tags: , , , , , , , , , , , , , , |

In de reeksen over de Joods-Christelijke waarden en tradities werden het Joods of het Christelijk zijn ook al in vraag gesteld.

Is men al of niet Jood als men een navolger van Christus is? Kunnen de volgelingen van de Nazarener doorgaan als Joden of doorgaan als door God mogelijk op te nemen kandidaten voor Zijn Volk?

Uitverkoren geslacht

” Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht:” (1 Petrus 2:9 WV78)

Wij hebben in vroegere artikelen reeds opgemerkt dat indien mensen Christus leer navolgen zij de Wet der Liefde opnemen als hun Hoofdleerstelling. Ook haalden wij reeds aan dat het er niet op aan komt je Christen te betitelen zonder de daden bij het woord te voeren. Om Ware Christen te zijn zijn er ook daden nodig. Holle woorden hebben voor God geen zin.

” Met hun holle grootspraak en bandeloze wellust verlokken zij hen die nauwelijks begonnen zijn zich af te keren van de levenswijze der verdoolden.” (2 Petrus 2:18 WV78)

” Maar als wij wandelen in het licht zoals Hij zelf is in het licht dan hebben wij gemeenschap met elkaar en het bloed van zijn Zoon Jezus reinigt ons van elke zonde.” (1 Johannes 1:7 WV78)

God heeft ons de verzekering gegeven dat wij door Christus na te volgen sterker worden op onze tocht en makkelijker stand zullen houden. Steeds zullen wij ons tegen het kwaad moeten verzetten en ons in gedachten houden wat Christus ons als voorbeeld gaf en waarvoor Hij ons waarschuwde.

” Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en hij komt niet ten val.” (1 Johannes 2:10 WV78)

” wie zondigt is een kind van de duivel, want de duivel zondigt vanaf het
begin, en de Zoon van God is juist gekomen om het werk van de duivel ongedaan te maken.” (1 Johannes 3:8 WV78)

” En dit is zijn gebod: van harte geloven in zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben zoals Hij ons bevolen heeft.” (1 Johannes 3:23 WV78)

” En de liefde die God is, heeft zich onder ons geopenbaard doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft, om ons het leven te brengen.” (1 Johannes 4:9 WV78)

“En wij, wij hebben gezien en wij getuigen, dat de Vader zijn Zoon heeft gezonden om de Heiland van de wereld te zijn. Als iemand erkent dat Jezus de Zoon van God is, woont God in hem en woont hij in God.” (1 Johannes 4:14-15 WV78)

Meerdere strekkingen

Ook al bestaan er op deze aarde veel godsdienstrichtingen. Allerlei strekkingen waar men het al of niet mee eens kan zijn. Doch het is niet omdat men zich niet in de ene of andere strekking niet zou kunnen vinden dat deze daarom te verwensen valt. Verwensen is trouwens reeds een onchristelijke daad.

Sommigen willen Getuigen van Jehovah, Zevende Dag Adventisten, Christadelphians, Bijbelonderzoekers, Bijbelstudenten en andere groeperingen niet aanvaarden als Christenen.

De grootste grond waarop men sommige denominaties verwerpt is omdat zij bijvoorbeeld geen Drie-eenheid aanvaarden.

Wij moeten echter inzien dat indien die groeperingen erkennen dat Jezus de Zoon van God is, dat God ook in hen woont en dat zij deelgenoten worden van dat Verbond en van de Kerk waar Christus het Fundament van is. Door de aanneming van Jezus als Zoon van God en als Redder hebben zij ook het volste recht zich Christen te noemen en worden zij mee opgenomen in het Volk van God.

Oordeel

Het is niet omdat zij niet akkoord gaan met bepaalde menselijke leerstellingen dat enig mens hen zou kunnen verwerpen, want enkel God komt het toe om mensen te beoordelen. En Jehovah heeft enkel aan Zijn Zoon het recht gegeven om oordelen te vellen. Zelfs de apostelen wisten dat zelfs heiligen het moeilijk hadden om volledig rechtschapen te zijn en ook zij onder het oordeelvielen.

God, the Father watches us all everywhere.

God, de Vader ziet ons allen van overal. (Photo credit: angelofsweetbitter2009)

” Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat er reeds ligt, namelijk Jezus Christus. Of men nu op deze grondslag verder gaat met goud, zilver, kostbare stenen, of hout, hooi en stro, van ieders werk zal de kwaliteit aan het licht komen. De grote dag zal het aantonen, want deze verschijnt met vuur, en het vuur zal uitwijzen wat ieders werk waard is. Houdt het bouwwerk dat iemand optrok stand, dan zal hij loon ontvangen. Verbrandt het, dan zal hij schade lijden; hijzelf zal gered worden, maar, om zo te zeggen, door het vuur heen.” (1 Korinthiërs 3:11-15 WV78)

” Want de tijd van het oordeel is aangebroken, en het begint met het huisgezin van God. Als het met ons begint, hoe zal het dan eindigen voor hen die het evangelie van God weigeren te gehoorzamen?” (1 Petrus 4:17 WV78)

” Wie zijt gij wel, dat gij u een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn meester aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn Heer is bij machte hem staande te houden.” (Romeinen 14:4 WV78)

” Ik bezweer u voor het aanschijn van God en van Christus Jezus die levenden en doden zal oordelen, bij zijn verschijning en bij zijn koningschap:” (2 Timotheus 4:1 WV78)

Eenders op welke mannier men niet volgens de regels leeft, zal het oordeel daar over komen. Dus indien in bepaalde denominaties met die regels wordt gebroken zullen de verantwoordelijken van die groepering hierover ook verantwoording moeten afleggen. (Dit geldt ook voor protestanten welke hun mannelijke of vrouwelijke priesters laten trouwen met eenzelfde geslacht of zich bezondigen aan reinheidswetten).

” Het huwelijk is iets kostbaars; laten we het allen in ere houden en de trouw respecteren. Gods oordeel zal komen over ontuchtigen en echtbrekers.” (Hebreeën 13:4 WV78)

” Niemand kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is.” (1 Johannes 5:5 WV78)

” Als wij het getuigenis van mensen aannemen, dan zeker dat van God, dat zoveel groter gezag heeft; God zelf waarborgt het getuigenis, dat Hij heeft afgelegd aangaande zijn Zoon. Wie in de Zoon van God gelooft, draagt Gods getuigenis in zijn hart. Wie God geen geloof schenkt, maakt Hem tot een leugenaar, want hij weigert Gods eigen getuigenis over zijn Zoon te aanvaarden.” (1 Johannes 5:9-10 WV78)

Door de Zoon van God als levensbrenger te aanvaarden kan men ook vooruitzien naar de mogelijkheden om leven te ontvangen.

” Wie de Zoon heeft, heeft leven gevonden; wie de Zoon van God niet heeft, heeft ook het leven niet.” (1 Johannes 5:12 WV78)

” Ik heb u deze brief geschreven om u er van te overtuigen dat gij eeuwig leven hebt, gij allen die waarachtig gelooft in de Zoon van God.” (1 Johannes5:13 WV78)

” Wij weten dat de Zoon van God gekomen is, en ons inzicht gegeven heeft om de waarachtige God te kennen, en wij zijn in de waarachtige God, want wij zijn in Jezus Christus, zijn Zoon. Dit is de ware God, dit is eeuwig leven!” (1 Johannes 5:20 WV78)

” Genade, barmhartigheid en vrede zal met ons zijn, vanwege God de Vader en Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde.” (2 Johannes  1:3 WV78)

” Alwie te ver wil gaan en niet blijft bij de leer van Christus, heeft God niet. Wie bij die leer blijft, hij heeft zowel de Vader als de Zoon.” (2 Johannes 1:9 WV78)

+

Lees ook:

  1. Anders dan anderen
  2. Houding Christenen tegenover andere Christenen
  3. Zoek en vind de Open Weg
  4. Leven van Christus leerstellingen
  5. Zo maar gerechtvaardigd?
  6. Gehoorzaamheid beter dan offers
  7. Apathie voor het geloof en Vorm van Eredienst
  8. Onder de Geest blijven
  9. Geestelijke vorming tot heiligheid #3
  10. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  11. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
  12. De Dag is nabij #3 Niet laten verrassen
  13. Nederig opstellen
  14. Elke gelovige is opgeroepen om Christus in de dienst te volgen
  15. Samen werken aan een Open Gemeenschap
  16. Fragiliteit verminderbaar
  17. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #8 Omgang met Leerstellingen
  18. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #9 Omgang met anderen
  19. Fragiliteit en actie #6 Juistheid van handelen
Read Full Post | Make a Comment ( None so far )

Kruisen en Iconen stukslaan

Posted on August 20, 2012. Filed under: Christen zijn en Christus volgen, Jehovah יהוה YHWH JHVH God Elohim Yahweh Jahweh, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias | Tags: , , , , , , , , , , , , , , |

A Crucifix, considered in Christian tradition ...

Een Kruisbeeld, bij sommige christenen aanschouwd als een verdediging tegen demonen, als de heilige teken van de overwinning van Christus over alle kwaad.(Photo credit: Wikipedia)

In België heeft de “rooms-katholieke kerk” jaren gedomineerd. Zij bracht veel tradities als vaste gelovige waarden, hoewel vele gebaseerd zijn op de oude Keltische tradities. Om meer zielen te winnen is de Katholieke Kerk altijd erg handig geweest om veel van de lokale tradities over te nemen en ze op te nemen in hun lokale liturgie. Vanwege deze handelswijze kan men veel verschillen opmerken  tussen een Heilige Mis gebracht in West-Europa, in Afrika of Azië.

In veel Belgische huizen is het de traditie om aan de muren een kruis op te hangen. Velen geloven er stellig in dat het ophangen van een kruis aan de wanden van hun huis de demonen uit het huis zal weg houden.

Volgens de keuze of smaak van de persoon kan er aan de muren een traditioneel of een heel ouderwetse kruis of een modern op gehangen worden. Het kan gaan om een leeg stuk (gedwarst) hout of metaal, of een kruising met een figuur er op. De Mozaïsche wet verbiedt echter elke afbeelding of foto van God en waarschuwt Gods volk niet te bidden naar ​​beeldjes, standbeelden of afbeeldingen van goden.

“Gij zult u geen godenbeeld maken noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden, of in het water onder de aarde is.” (Exodus 20:4 CANIS)

De katholieken en vele christenen zeggen dat Christus Jezus God is en gebruiken dan toch nog afbeeldingen, schilderijen en beelden van deze god om naar te bidden. Dit wordt aanschouwd als een tegenstrijdige handeling aan de Wet van God, neergeschreven in de Heilige Schrift.

Waar men maar een  Kerk binnentreedt die predikt dat  “Christus gekruisigd” is (1 Korintiërs 1:23) treft men regelmatig afbeeldingen aan van die kruisiging. Voor katholieken is het kruisbeeld (het kruis, dat niet leeg is, maar daarop de figuur heeft van de gekruisigde redder ) overal – het is rond vele gelovigen hun nek, hangende in hun woonkamer, keuken, slaapkamer, in hun scholen en zelfs in sommige kantoren. Vaak is het centraal in hun kerken, maar belangrijker nog, voor de katholieken zou het moeten gegraveerd zijn op hun hart.

Sommige priesters of voorgangers zouden hun gelovigen willen aanbevelen om van tijd tot tijd te staren naar het kruisbeeld  – want volgens hen is het een herinnering aan de liefde van God voor ons, maar nog belangrijker, het her-centeren van de ziel op hem tot wie het zoveel mogelijk gericht moet zijn. Ze vergeten dat onze eerste focus echter moet liggen op de Schepper van alle dingen, God, onze hemelse Vader en de Vader van Jezus Christus.

Het opzetten van een kruisbeeld aan de muur is als het zetten van een foto van de meest geliefde zoon zijn auto-wrak waarin hij stierf. Wanneer je een geliefde hebt die stierf in een auto-ongeluk of bij het zinken van een schip, zou je er dan foto’s van het gesloopte schip  of van de beschadigde auto overal in het huis op hangen? Zou je een foto van het menselijk wrak overal op de muren willen zien hangen of om je hals dragen? Verschillende christenen willen Christus Jezus op die manier herinneren, als een persoon verschrikkelijk vol van pijn, opgehangen, verloren, om te sterven.

In plaats van prenten van zijn opstanding te nemen, verkiezen zij de verschrikking toonbaar te maken zodat zij hem zeker niet zouden vergeten. Liever presenteren zij al het lijden in plaats van de hoop die hij ons heeft aangeboden.

Voor hen lijken die afbeeldingen de enige manier hoe ze het aanbod dat Jezus de wereld heeft gegeven nooit te vergeten. De wreedheid en brutaliteit moet worden afgebeeld om te worden opgenomen in de geest van de gelovigen en te aanvaarden als iets wreeds dat moest gebeuren om de wereld te redden.

Voor velen kan het kruisbeeld zelfs de meest geharde ziel er toe brengen om dingen die het niet wil overwegen toch te overwegen. Het is alsof zij anders niet in staat zijn om hun Verlosser te zien op de offerbank, stervend voor de hele wereld uit liefde. Het lijkt erop dat zij anders niet zouden kunnen inzien wat Jezus voor hen gedan heeft. Zonder die afbeeldingen lijkt het alsof zij er niet toe zouden kunnen toe komen in hun verlossing en zijn grenzeloze liefde voor ons te gaan geloven. Ze willen het als het enige ware symbool dat de massa, en hen er toe kan doen aan herinneren wat hun centrale focus zou moeten zijn.

Veel mensen vinden het nog steeds belangrijk om kaarsjes te branden. Er zijn gelovigen die denken dat het oplichten van een kaars voor het kruisbeeld of zelfs voor prenten van anderen dan Jezus hen goddelijke dingen kan bij brengen. Kaarsen worden opgestoken, met wierook gezwaaid en geknield in gebed voor de afbeeldingen. Ze spreken Christus aan het kruis in het gebed aan, denken na over zijn wonden en over wat hij leed voor hen, en komen tot het besef hoe sterk hij inderdaad van hen houdt. Het is jammer dat ze dat niet kunnen doen zonder die heidense gebruiken. Spijtig is het dat zij niet tot het begrip kunnen komen van het grote aanbod dat Jezus bracht voor hen, zonder een dergelijke visuele heidense beelden en heidense acties.

Zij zouden niet mogen vergeten wat er in de Bijbel staat over dingen die geofferd worden aan afgoden, prenten of beelden. Christenen moeten weten dat ze voldoende kennis zouden moeten hebben om beter te weten. Ze hebben geleerd dat offers aan standbeelden helemaal niets beter of slechter voor hen of anderen kunnen opleverne. Christenen moeten ook weten dat er geen afgod [iets] in de wereld, en dat er geen God is dan één. Want hoewel er ook zijn, die goden genaamd worden, hetzij in de hemel of op de aarde, want er zijn vele goden en vele heren, maar toch voor hen moet er maar één God zijn, de Vader, uit wie alle dingen zijn. Ook moeten we deel uitmaken van deze Vader, als we in Christus zijn zoals Christus in God. Behorende tot Jeshua de Messias, die wij als onze meester, en een Heer, Jezus Christus aanvaarden, moeten wij zoals Jezus, door wie alle dingen nu zijn in het Nieuwe Verbond, moeten wij als deelgenoten van Christus zoals Jezus zijn Vader eerde ook die Hashem Elohim God eren.

“1  Wat nu het offervlees betreft, weten we: “Allen hebben we kennis.” Maar de kennis blaast op, de liefde bouwt op. 2 Zo iemand zich inbeeldt, iets te kennen, dan is zijn kennis nog niet, zoals ze wezen moet; 3 doch zo iemand liefde heeft tot God, dan is hij door Hem gekend. 4  Wat dus het eten van het offervlees aangaat, weten we, dat er eigenlijk geen afgod in de wereld bestaat, en dat er geen God is, behalve Eén. 5 Want al zijn er ook zogenaamde goden in de hemel of op aarde, en zó zijn er inderdaad veel goden en veel heren, 6 voor ons is er slechts één God, de Vader, uit wien alles voortkomt, en tot wien we geordend zijn, en één Heer Jesus Christus, door wien alle dingen, door wien ook wijzelf zijn. 7  Maar niet allen hebben die kennis. Sommigen toch, ook nu nog in de overtuiging, dat er werkelijk afgoden bestaan, eten het juist als offervlees, en hun geweten, zwak als het is, wordt er door bezoedeld.” (1 Corinthiërs 8:1-7 CANIS)

Christus Jesus Christ Mormon

Christus Jesus Christ Mormon (Photo credit: More Good Foundation)

Net als de mensen in de tijd voor Christus tot hen geen gesneden beeld mochten maken, noch de gelijkenis van elke vorm die boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde was, noch van wat in de wateren onder de aarde, mogen wij ook geen gebruik maken van een afbeelding om voor te bidden of om te gebruiken in onze aanbidding. Wij horen alleen maar de Enige God te aanbidden. Wij hoeven geen foto of beeld te hebben om ons er aan te herinneren hoe de zoon van God zich heeft opgedragen aan zijn Vader voor ons allen. Wij hebben niet zijn beeltenis nodig om ons aan hem of zijn Vader te doen herinneren. De herinnering aan de zoon en de plaats in ons geheugen van de Allerhoogste moet worden gegraveerd in ons hart.

“Niet zul je voor jezelf maken een snijbeeld of welke gestalte ook die is in de hemelen boven, die is op de aarde beneden of die is in de wateren onder de aarde!” (Exodus 20:4 NB)

In het geval dat Jezus God zou zijn dan is het zeker de christenen, die dat geloven, die zich zouden moeten ontdoen van al de afbeeldingen van Jezus. Als zij geloven dat Jezus God is zouden zij zeker geen beelden van Christus Jezus in huis of hun gebouwen mogen hebben en er geen kaarsen voor mogen branden of er voor neer knielen, want dat zou godslastering zijn in de ogen van de Heer.

Lang geleden werden beelden en iconen stukgeslagen. Er waren mensen die terecht aannamen dat men geen beeltenissen mag aanbidden. Het vernietigen van het goed van anderen was echter verkeerd. Maar indien wij zelf zulke prenten of afbeeldingen in huis hebben moeten wij wel opletten dat wij er niet voor gaan bidden of ze gebruiken om te aanbidden. Er moet een duidelijke afscheiding zijn van het icoon als kunst of als religieus object.

Hebt u een kruisbeeld aan de muur hangen? Hoe handelt u er naar? Wat doet u er mee?

+++

  • Communist authorities force Catholics to replace crucifix with picture of Ho Chi Minh… (ucanews.com)
    Government authorities from a district in the Central Highlands last week compelled ethnic villagers to remove Catholic pictures and items from their chapel and replaced them with images of Ho Chi Minh last weekend.
    +
    Local Catholics said the building, sponsored by a France-based charity organization, was built in 1999 for villagers, most of them ethnic Bahnar Catholics, to worship and hold their common activities.Since 2007, priests from other places started to pay weekly visits and provide pastoral services for villagers at the building that has been used only for worship.
  • Katy Perry Wears Crucifix Ring, Sexy Cutout Dress (celebs.gather.com)
    Perry joins other singers who enjoy playing with religious imagery as fashion statements. Indeed, both Madonna and Lady Gaga haven’t been afraid to flaunt obvious icons some might call blasphemous while on stage as well as while off stage.In any case, Katy Perry’s folks may well be not care about Gaga and/or Madonna and what they wear, but this singer’s mother and father may be more upset, and not with the huge cross she had on her hand. Indeed, they may have been more concerned with the sexy dress their daughter donned than the crucifix she wore on her finger. Who knows? What do you think?
  • Row erupts over proposed Quebec ban on religious symbols for civil employees (except the crucifix) (secularnewsdaily.com)
    A proposal to adopt a ‘secular charter’ from one party leader has sparked controversy in Quebec ahead of the forthcoming elections on 4 September. The proposed charter would ban civil servants from wearing or exposing overt religious symbols — with the notable exception of the crucifix.Centre-left Parti Québécois (PQ) leader Pauline Marois (pictured right) said the plan, aimed at ensuring public institutions are free of religious bias and symbols, would make an exception for the crucifix, which the PQ considers a symbol of Quebec’s Roman Catholic heritage — a cultural symbol, not a religious one.
    +

    Ms Benhabib defended her stance by stating that the state should show no preference for any religion. Marois was quick to distance herself from the candidate’s stance, but Benhabib said if elected, she would be ready to battle the issue.

    Ms Benhabib’s comments provoked a furious outburst from the Catholic Mayor of Saguenay, Jean Tremblay, who has been embroiled in a legal battle over reciting prayers during council meetings. During a radio interview on Wednesday he said, “What’s outraging me this morning is to see us, the soft French Canadians, being dictated to about how to behave, how to respect our culture, by a person who’s come here from Algeria, and we can’t even pronounce her name. They’re making our culture and religion disappear everywhere. You don’t realize that.”
    +

    An editorial in the Montral Gazette called the plan “offensive” for denying rights and freedoms on the one hand to Sikhs, Jews, and Muslims but upholding them on the other for Christians.

    Marois has also talked about the fact that many of Quebec ‘s institutions used to be based on religion.

    “It’s part of our heritage, but taking a step to ensure the state’s secularity is not to deny what we are, but that we are at a new moment in our lives and believe the state’s neutrality and the fundamental values, equality between men and women must guide us toward a life together in Quebec ,” Marois said.

    Some people have argued that the secular charter proposed by the PQ could hit a roadblock because it may go against the Canadian Charter of Rights and Freedoms, which entitles people to freedom of religion and promotes multiculturalism in the country.
    +
    The Italian Job: Religious Right Lawyers Sell Out Minority Evangelicals In Crucifix Case
    +
    Religious symbols cause London Olympics uproar. Why not leave them at home?
    +
    Polish Airline bans display of religious symbols by cabin crews

  • Why One Should Gaze Upon the Crucifix Often… | Ascending Mount Carmel (amhec.wordpress.com)
    De Ascending Mount Carmel , por The Idler
    Growing up as a Seventh-Day Adventist, the crucifix was an entirely Catholic thing – over there somewhere, buried amongst the many evils and frightening aspects of the Babylonian aggressor that was viewed as the “Roman Catholic Church”.
  • Quebec election: Crucifix stays, but hijabs go under Parti Quebecois government, party leader says (calgaryherald.com)
    “The crucifix could be allowed, as long as it was discreet,” he said, without defining discreet. “But if it’s too big….”

Read Full Post | Make a Comment ( 1 so far )

Joodse Wetten en Wetten voor Christenen

Posted on June 22, 2012. Filed under: Dienst, Religie, Christen zijn en Christus volgen, Christendom en Christenheid, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Heilige Schrift, Christadelphian | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

We zijn bevrijd van de wet, zeggen vele christenen, maar er zijn ook christenen die dit een groot misverstand vinden. Volgens hen zegt de Bijbel, het Boek der boeken, wat anders: “Messias heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden” (Galaten 3:13). Vrijgekocht van de vloek is wezenlijk wat anders dan vrijgekocht van de wet.

Hieromtrent hebben zij natuurlijk groot gelijk. Maar zij horen de Oude Geschriften te vergelijken met de Nieuwe Griekse Geschriften en deze naast elkaar te plaatsen.

Mannen van God

Jezus (wat eigenlijk Heil Zeus betekend), of beter Jeshua (van het Hebreeuws Yahushua), als Jood volgde de Joodse feesten; wetten en leefregels. Ook slaan wij acht op wat hij zei: “Alles dan, wat zij ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat, maar doet niet naar hun werken, want zij zeggen het wel, maar doen het niet” (Mattheus 23:3).

Daarnaast zien wij ook naar de rol die Jezus in Gods Plan mocht vertolken. Het was God de Allerhoogste zelf die deze bijzondere rabbi, leraar of leidsman, op de wereld plaatste. Jezus maar ook andere mensen rondom hem geloofden in de opdracht die God hem had toegekend. Indien Jezus dan als spreekbuis van de Allerhoogste mocht optreden mogen wij zijn woorden ook als door God goedgekeurde woorden aanvaarden. God zal ons dan als Rechtvaardige Vader dan toch zeker niet afkeuren indien wij de woorden van Zijn eniggeboren zoon voor waar nemen en zijn (Jeshua/Jezus) geboden onderhouden?! Natuurlijk komt het er dan op aan dat wij Jeshua of Jezus van Nazareth, goed moeten leren kennen en ook goed zijn gebodenmoeten leren kennen, zodat wij ons dan wel degelijk aan die geboden kunnen houden.

Rabbi Jezus leest voor uit de Tora

“Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat ik zeg, zeg ik zoals de Vader het mij verteld heeft.’” (Johannes 12:50 NBV)

“Dat wij Gods kinderen liefhebben weten we doordat we God liefhebben en zijn geboden naleven. Want God liefhebben houdt in dat we ons aan zijn geboden houden. Zijn geboden zijn geen zware last,” (1 Johannes 5:2-3 NBV)

“Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij aan hem bekendmaken.’” (Johannes 14:21 NBV)

“Wie zegt: ‘Ik ken hem, ‘maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in hem zijn.” (1 Johannes 2:4-5 NBV)

Jeshua was het eens dat de wet gehouden moest worden, en onderhield deze wet zelf, al vond men hem en zijn discipelen wel bepaalde vrijheden nemen op de sabbat, welke tegen de borst stootten van de aan de religie houdende Joden, Schriftgeleerden en farizeeën. Opvallend daarbij is dat Jezus zijn discipelen, die bepaalde vrijheden met de Joodse Wet namen, niet berispte. Daarentegen berispte Jezus de Schriftgeleerden en de Farizeeën in zoverre zij inconsequent leefden.

Opvallend is dat Jezus het ook had over kleine geboden die niet mochten afgeschaft worden. Maar voor Jezus betekende dat nog niet dat zij dan geen kans zouden maken om in het Koninkrijk toegelaten te worden. Zij zouden echter wel als mindere beschouwd worden. Zij die ook die kleine wetten zouden onderhouden zouden daarentegen wel aanzien verwerven.

“Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.” (Mattheüs 5:19 NBV)

De geconverteerde zeer gelovige Jood Saul van Tarsus, beter gekend als apostel Paulus, stelde ook de vraag naar anderen toe of zij  we door het geloof dan afbreuk aan de Wet deden.

“Stellen wij door het geloof de wet buiten werking? Integendeel, wij bevestigen de wet juist.” (Romeinen 3:31 NBV)

Voor hem en andere was het klaar dat zij de Wet wel naar haar juiste aard handhaafden.  Om dan te weten hoe zij dit deden moeten wij de Griekse Geschriften lezen. Uit de epistels of brieven van de apostelen komen wij meer te weten hoe zij Jezus regels interpreteerden en hoe zij met elkaar en meningsverschillen omgingen om tot een vergelijk met het uitoefenen van het geloof te komen. Hiertoe geeft de arts Lukas een mooi beeld van hoe de eerste christenen zich trachtten te organiseren en hoe zij hun geloof trachten te onderbouwen, er naar te leven, en hoe zij voor God dienst hielden. Dat relaas kunnen wij in de Handelingen van de apostelen lezen.

Ambassadeur van God

Jeshua kon onder de heidenen als een ambassadeur komen. Als bode sprekende tot de niet-gelovigen bracht hij ook voor hen het Goede Nieuws. Als boodschapper van het verbond (Maleachi 3:1) verkondigde hij het Goede Nieuws van het Komende Koninkrijk van God. Ook hij zond gezanten over de zeeën, om als hem over Jehovah te getuigen, zo dat zij konden terugkeren naar het rijzige, glanzende volk van God, naar de natie, heinde  en verre geducht, naar het volk van kracht en victorie, wiens land is doorsneden van stromen.(Jesaja 18:2)
Jezus was ontvankelijk voor alle soorten mensen, hen die varkensvlees of garnalen aten, hen die valse goden aanbaden, hen die twijfelden in geloof of helemaal geen geloof in enige godheid hadden. Hij bracht hen de leer van zijn Vader maar maakte ook duidelijk dat men moest opletten met het doornemen van de boekrollen en deze niet naar de letter maar naar de geest moest interpreteren.

Zoals hij iedereen rondom hem lief had gaf hij een nieuw gebod als één van de voornaamste geboden naast het beminnen van slechts één God.
“Een nieuw gebod geef ik u: Dat gij elkander liefhebt; zoals ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkander liefhebben.” (Johannes 13:34 LEI)

In die liefde bracht hij naar de mensen een mogelijkheid tot verlossing van de vloek van de eerste zonde. Bij het Laatste Avondmaal stelde hij dan een Nieuw Verbond voor dat hij in overeenstemming met zijn Vader als bemiddelaar tussen God en mens mocht brengen. Ook al mocht de wet die er toen heerste door Jezus onderhouden geweest zijn, bracht hij nu andere tijdingen met andere voorschriften. De wet was met verscheidene wijzigingen na de eerste mensen aangebracht geworden en bij tijden gewijzigd. God trad nooit als een potentaat op die niets meer wenste te wijzigen aan Zijn wetsbepalingen. Doorheen de geschiedenis van de mens werden Gods Wetten naar voor gebracht. Zij werden ingevoerd om de overtredingen van de mensen aan het licht te brengen, en bedoeld als een tijdelijke maatregel tot de komst van de nakomeling aan wie de belofte gedaan was. De wet werd gegeven door engelen door tussenkomst van een bemiddelaar. Maar een bemiddelaar vertegenwoordigt niet slechts één persoon; God echter is één.”  Naast de profeten en priesters die optraden voor de mensen en spraken in naam van God, mocht de mensheid nu de allergrootste bemiddelaar krijgen in een mensenzoon, op bijzondere wijze geplaatst in het jonge meisje Miriam (Maria). Die bijzondere totstandkoming maakte dat er een nieuwe tijd aanbrak. Jezus zou daarbij de overgangsfiguur spelen of het ‘Keerpunt’. Na hem zou ook niemand meer een excuus kunnen komen aanbrengen, want met hem zou de langverwachte Messias werkelijkheid geworden zijn. Hij mocht de bevestiging en eindpunt van het Oude Verbond zijn en de persoon zijn die de weg openstelde door zijn bemiddeling waardoor er een nieuw verbond is, waardoor zij die door God zijn geroepen, het eeuwige erfdeel kunnen ontvangen, dat hun was beloofd. Zijn dood heeft immers de mensen bevrijd van de overtredingen die onder het eerste verbond begaan waren. (Galaten 3:19-20; Hebreeën 9:15)

PaulT

Paulus van Tarsus als briefschrijver. – 17° Eeuws Schilderij Valentin de Boulogne (1591–1632)

In de brief aan de Romeinen schrijft Paulus over de wet die aan het Hebreeuwse volk door Mozes werd gegeven. Hij stelt in Romeinen dat voordat Jezus was, het door de wet was dat we gerechtigheid konden vinden. Nu, dat Jezus is gekomen, ook al was het niet om Dé Wet of de profeten op te heffen, kunnen we rechtvaardigheid in hem vinden en niet alleen in de wet. Jezus is gekomen om ze te vervullen, wat hij ook gedaan heeft. Maar hij verzekerde ons ook dat eer hemel en aarde vergaan (dus niet), zal er niet één punt of komma van de wet afgaan voor al het gene dat God in Zijn Plan voorzien heeft zal vervuld zijn. En dan rijst natuurlijk de zeer moeilijke vraag in welke mate één of ander gebod is weg gevallen of wij kunnen weg doen vallen. Want “Wie één van die geringste geboden ontkracht en dat de mensen leert, zal de geringste genoemd worden in het koninkrijk der hemelen. Maar wie ze onderhoudt en leert, zal groot genoemd worden in het koninkrijk der hemelen.” Jezus gaf  zelfs te kennen dat hemel en aarde eerder nog gingen vergaan dan dat een letter van de wet zou wegvallen.

“Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Wet of de Profeten op te heffen. Ik ben niet komen opheffen, maar volmaken. Voorwaar, Ik zeg u: Eer hemel en aarde vergaan, zal er geen jota of stip van de Wet vergaan, totdat alles is volbracht. Wie dus een van die kleinste geboden opheft en dit aan de mensen leert, zal de minste worden genoemd in het rijk der hemelen; maar wie ze onderhoudt en ze leert, hij zal groot worden genoemd in het rijk der hemelen.” (Mattheüs 5:17-19 CANIS)
“Toch zal gemakkelijker hemel en aarde vergaan, dan dat er een enkele streep van de Wet zou vervallen.” (Lukas 16:17 CANIS)

Dit maakt het zeer moeilijk om te weten aan welke wetten wij al of niet moeten houden. Maar als men verder het verloop van de eerste volgelingen van Christus Jezus er op na leest in de Handelingen van de Apostelen en in de brieven van die apostelen aan de verschillende geloofsgemeenschappen kunnen wij ons toch een fair beeld vormen van wie zich aan wat mag of moet houden. Daarbij zal opvallen dat veel eigenlijk wel mag maar niet moet. Om de eenvoudige reden dat wij in Jezus de vervolmaker van de wet hebben gevonden die voldoende richtlijnen heeft gegeven om tot een juiste interpretatie te komen. Ook al kan die niet op één twee drie neergeschreven worden, want daar zou men een grote resumé van de evangeliën en epistels moeten neerschrijven.

“Maar thans is, buiten de Wet om, de gerechtigheid Gods verschenen, waarvan de Wet en de profeten getuigenis hebben afgelegd.” (Romeinen 3:21 CANIS)

Algemeen kan men echter stellen dat als men die geschriften leest, het op valt, dat de wet alleen geldt voor (of macht heeft over) degenen die onder de wet vallen (Het Joodse geslacht of Israel het Volk van God). Christenen worden echter niet gered door het volgen van de wet – maar de wet kan hen wel dienen als een leidraad waarmee zij de zonde in hun leven kunnen mee identificeren. God heeft geen enkele van Zijn wetten voor Zijn eigen belang geschreven, maar voor ons. God wil dat we apart geplaatst worden van het wereldse (heilig en rechtvaardig verklaard), en de wet is er om ons te laten zien wat God verwacht van zijn kinderen. Maar het zal niet door het volgen van de wet zijn dat wij gered zullen worden en eeuwig leven zullen genieten. God is er van bewust dat wij niet eens in staat zijn perfect te gehoorzamen aan de wet. daarom heeft Hij voorzien dat wij gerechtvaardigd zijn door het geloof in God.

“Wij weten dat de wet in alles wat hij zegt alleen tot degenen spreekt die aan de wet zijn onderworpen. Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God. Daarom is voor hem geen sterveling onschuldig omdat hij de wet naleeft, want juist de wet leert ons de zonde kennen.” (Romeinen 3:19-20 NBV)
“Ik heb u er immers op gewezen dat een mens wordt vrijgesproken door te geloven, en niet door de wet na te leven.” (Romeinen 3:28 NBV)

Verbond door bemiddeling

Dürer-Apokalypse Lamm Gottes

Het Lam van God met het Boek met de zeven zegels. – Dürer-Apokalypse Lamm Gottes – Die Offenbarung des Johannes – 1498 Albrecht Dürer

Zij die Christus Jezus volgen hebben de zekerheid gekregen dat er tussen die éne Ware God en tussen de mensen er slechts één bemiddelaar is, de mens Christus Jezus. Hem is ook  het priesterlijke werk toegewezen, dat veel verhevener is dan al het voorgaande, zoals ook het verbond dat door zijn bemiddeling gesloten werd, beter is, omdat het op betere beloften berust. Vroeger moesten er offers gebracht worden door de priesters, maar deze man die aan een paal stierf is de Hogepriester in de orde van Melchisedek geworden, die het ultieme offer heeft gebracht door zijn eigen lichaam aan een martelpaal te laten hangen tot de dood toetrad. Het is door Jezus zijn bemiddeling dat dit nieuw verbond is gesloten en wij veel betere verwachtingen kunnen koesteren dan vele mensen voor ons. (Mattheus 20:19; 1 Petrus 2:24; Romeinen 3:25; 1 Timotheüs 2:5; Hebreeën 6:20; 7:15; 8:6; 12:24; 1 Johannes 2:2; 4:10)

Met Jezus zijn zondoffer is de zonde aan de paal gehangen. Het Lam van God heeft ze weg genomen. (Johannes 1:29) zoals zij door één mens in de wereld waren gekomen zijn ze door één mens uit de wereld genomen, niet dat zij er niet meer zouden zijn, of ons niet tot verdoemenis zouden kunnen brengen. Maar in Jezus hebben wij een witwasser gevonden, waarbij wij nog het loon van onze fouten zullen krijgen in onze dood, maar bevrijding in ons geloof omtrent Christus Jezus de Messias, die als voorbeeld voor ons uit de dood is opgestaan, ten teken voor wat ons te wachten kan staan. (Romeinen5:12,21; 6:23; Jesaja 26:19; Daniel 12:13; 1 Thessalonicenzen 4:16; Hebreeën 7:15; Johannes 5:29; 11:25; Handelingen der apostelen 24:15; 1 Korinthiërs 15:42)

Geen Wet, geen overtreding

Natuurlijk beseffen wij dat waar geen wet is geen overtredingen kunnen zijn. (Romeinen 4:15) Echter hoe schril steekt de zonde van de mens af tegen de genade van God, die door de eeuwen heen steeds Zijn Volk geleid heeft! Op elk moment van de dag en nacht was Hij daar voor hen. Maar door Jezus offergave zijn er geen offers meer nodig (zoals besnijdenis, brengen van eerste vruchten of jonge dieren). Nu komt het alle mensen toe om de onverdiende gift van die ene mens Jezus Christus, die zijn eigen leven opofferde om tallozen van de dood te redden, al of niet te aanvaarden. Door een daad van één man zijn gerechtigheid voor alle mensen is over alle mensen de rechtvaardiging gekomen, waardoor er geen andere rechtvaardiging of zoenoffers meer voor hoeven gebracht worden. Immers, zoals door de ongehoorzaamheid van die ene mens die menigte  mensen als zondig voor God zou staan, zo zal ook die menigte door de  gehoorzaamheid van die ene gerechtvaardigd voor Hem staan. De mensen zijn de verzekering van Redding in het geloof in die ene man gegeven. Door de genade van de Heer Jezus Christus is er voor ons redding weg gelegd, en niet door een verbondenheid met een wereldse organisatie of kerk, of door het plegen van offers of houden van feesten.(Romeinen 5:15, 18; Handelingen der apostelen 15:11)

Christus heeft ons een model nagelaten hoe te leven. Hij heeft ons geroepen om een nieuwe loopbaan aan te nemen waarbij wij nauwkeurig in zijn voetstappen kunnen treden (Johannes 13:15; 1 Petrus 2:21; 1 Johannes 2:6)

Wijze van leven

Jezus had een voortreffelijk gedrag, maar rekende het anderen niet ten kwade als deze niet zo strikt als hij leefde. Toch konden zij niet zo maar begaan, en kunnen wij er ook niet zo maar op los leven. Jezus heeft met zijn parabels of gelijkenissen meerdere voorbeelden gegeven hoe wij door het leven kunnen gaan en wat er dan ons te wachten kan staan. Jezus heeft door zijn preken laten zien hoe belangrijk juist gedrag is, dat ook het hervormen van de geest zal vergen, maar waar ieder tijd voor krijgt om naar eigen vermogen zich op te werken om apart geplaatst (geheiligd) te worden in de naam van Christus, als gehoorzame kinderen die niet langer gevormd zijn naar de begeerten, maar in overeenstemming met de heilige die ons geroepen heeft. (1 Petrus 1:14-16)

Vervloeking, Visioenen,Uitstorting van de Geest en Slavenjuk

Onze oude persoonlijkheid afleggend, kunnen wij er aan werken om verder nauwkeurige kennis te verwerven. (Kolossenzen 3:9,10; Filippenzen 4:8) Vroeger waren er wetten en gebruiken die de mensen er toe brachten om deze op te volgen als slaven. Maar in Christus hebben wij nu een Slaaf voor mens en God, een Vrijkoper of Loskoper gevonden, terwijl voorheen en ook nadien er niemand anders God zijn losprijs kon of kan betalen. Jezus heeft zich als Mensenzoon aangeboden om voor de anderen te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen. Niet enkel legde hij getuigenis af over God en zichzelf, maar beloofde zijn discipelen dat God hen nog een andere bevrijder zoud sturen om hun gedachten met de juiste woorden te voorzien, zodat zij ook de volle bekwaamheid zouden krijgen om te verkondigen. Die verkondiging dat er een geest zou komen over de apostelen en over anderen tegen het einde der tijden werd bevestigd in de geschriften van het Nieuwe Testament. In meerdere boeken zien wij dat God Zijn Geest uitstortte over gewone mensen. Dezen die de Geest van God over hen kregen spraken Gods woorden. Jonge mannen kregen visioenen en oude mannen bijzondere dromen. Dezen lieten de burgers die zich wensten aan te sluiten bij de volgelingen van Jezus, toentertijd nog aanschouwd als een Joodse sekte, de Weg, dat  Christus hen bevrijd had van de vloek der wet door zelf voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: “Vervloekt alwie hangt aan het hout, -” (Galaten 3:13 WV78) Die apostelen, die als Joden ook die onder de wet stonden, zagen in Christus Jezus hun bevrijder maar ook een roeper voor niet Joden. Zij waren er bewust van geworden dat het er niet toe deed of men nu Jood was of niet, Romein of Griek, slaaf of vrij mens, man of vrouw. Want samen kon iedereen die het wenste nu een eenheid in Christus Jezus vormen. Als Jezus hen bevrijdt had, waarom zouden zij als mensen aan die andere mensen regels opleggen die hen weer afhankelijk zouden maken van anderen en hen weer zouden binden aan wetten die hen zelfs eerst niet toe kwamen? De apostelen was het gegeven om hen ook te bevrijden, opdat zij ook de rang van zonen zouden verkrijgen. Het is voor die vrijheid dat Christus ons heeft vrijgemaakt. Daarom riepen bepaalde apostelen op om stand te houden, en al was het voor hen ook niet altijd makkelijk om nieuwe verordeningen in te voeren, zoals het toelaten van bepaalde dingen te mogen eten, waren zij er van overtuigd, door middel van de geest, dat zij nog anderen zich opnieuw een slavenjuk mochten laten opleggen. (Psalmen 49:7; Mattheüs 20:28; Handelingen der apostelen 2:17; Jakobus 1:25; Galaten 3:13, 28; 4:5; 5:1, 13; Jakobus 1:25)

Bevrijding van Heerschappij der zonde en Waar Geloof en Onderricht

File:Da rubens, cristo risorto.jpg

Christus triomfeert over zonde. – na 1616 Peter Paul Rubens (1577–1640)

Bevrijd van de heerschappij der zonde en dienaars geworden van de gerechtigheid horen wij nu onder het Nieuwe Verbond niet meer te houden aan de Oude Mozaïsche Wetten, noch later bijgevoegde Wetten voor het Volk Israël, want wij mogen door ons doopsel als wedergeborene opstaan in een  nieuwe schepping, verlost geworden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods. Geroepen tot vrijheid moeten wij er op toezien dat wij die geen misbruik maken door die vrijheid als voorwendsel voor zelfzucht te gebruiken. Integendeel, horen wij elkander geen beperkingen op te leggen, maar elkaar te dienen door de liefde, die ook open staat voor die dingen waar wij zelf persoonlijk misschien niet zo zouden aan houden. Niet gelovigen, heidenen of niet-Joden, mogen zich met de Joden of Hebreeërs aansluiten in het nieuwe geloof onder het leiderschap van Jezus Christus de Heer, om zich dan verder te verdiepen in de volmaakte wet, de wet van de vrijheid. Men zal zien dat bepaalde zaken er misschien niet dadelijk zullen zijn vanaf de bekering. Maar de ware gelovige zal moeten beseffen dat het niet zo maar blijft bij zijn doop. Na het doopsel zal hij verder aan zijn geloof moeten werken. Hij of zij zal moeten beseffen dat het daar niet bij blijft. Neen de gelovige mag zich niet gedragen als een vergeetachtig toehoorder, maar als een uitvoerder metterdaad, die zal zalig zijn door zijn doen in lijn van de geest van de Wet. Ook wetende dat wanneer de heidenen, die de Wet niet bezitten, natuurlijkerwijze  de voorschriften der Wet onderhouden, dat dezen dan ook zonder de Wet zichzelf  tot wet zijn. (Galaten 4:5; 5:1, 13; Romeinen 6:18; 8:21)

Maar hoe kunnen wij dan aannemen dat sommigen van ons toch niet zo gebonden zijn aan die oude Joodse wetten? Als wij ook in de Griekse geschriften mogen geloven, staat ook daarin vermeld dat de gehele Schrift ter onderricht is en door God geïnspireerd. In die zin waren zelfs de geschriften van de oorspronkelijke vervolger van Jezus volgelingen, instructies / richtlijnen / commando’s voor de vroegere tijden vlak na Jezus dood en verrijzenis, maar ook voor en voor nu. Deze bekeerling Paulus liet zijn toehoorders weten:

“Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.” (2 Timotheüs 3:16-17 NBV)
“maar nu is ze bekend geworden doordat onze redder Christus Jezus is verschenen, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het evangelie. Van dit evangelie ben ik verkondiger, apostel en leraar; daarom moet ik dit alles ondergaan. Maar ik schaam mij niet, want ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt. Neem als richtsnoer de heilzame woorden die je van mij hebt gehoord, houd vast aan het geloof en aan de liefde die in Christus Jezus zijn. Bewaar door de heilige Geest, die in ons woont, het goede dat je is toevertrouwd.” (2 Timotheüs 1:10-14 NBV)
“Maar voor u, broeders en zusters, geliefden van de Heer, moeten wij God altijd danken. Hij heeft u als eersten uitgekozen om te worden gered door de Geest die heilig maakt en door het geloof in de waarheid. Hij heeft u daartoe geroepen door het evangelie dat wij u verkondigd hebben en waardoor u zult delen in de luister van onze Heer Jezus Christus. Wees standvastig, broeders en zusters, en blijf bij de traditie waarin u door ons onderwezen bent, in woord of geschrift.” (2 Thessalonicen 2:13-15 NBV)

Het is in die traditie onderwezen door de apostelen dat de gelovigen verder hoorden te gaan. De mens is een hoeveelheid aan richtlijnen gegeven in de Heilig Schrift, welke tot onderricht kunnen dienen om tot volmaaktheid te komen.Maar op hun pad moesten zij wel opletten niet onder dezelfde soort ongehoorzaamheid te komen die Israël in de woestijn veroorzaakte weg te vallen. (Waarschuwingen hiervoor vinden wij in de eerste drie hoofdstukken van Hebreeën).

Door middel van de prediking van het evangelie, door Mattheus, Markus, Lukas, Johannes, Paulus, Petrus, Jakobus en Jezus broer Judas werd er aan diegenen die het wensten te horen, verteld om vast te houden aan die handelingen en gebruiken en het evangelie dat ze hadden geleerd van de discipelen van Jezus. Ook voor ons zijn die leringen van de apostelen, mits zij door God geïnspireerd zijn, toepasselijk.

Ook Petrus getuigde van de inspiratie van de woorden van Paulus die wijsheid geven, ook al zijn er soms in die brieven een aantal dingen die voor sommigen moeilijk te verstaan zijn. Hij waarschuwt ook wel om op te letten dat onwetenden en onstabielen die teksten niet zouden gaan verdraaien zodat deze zouden leiden niet enkel naar hun eigen ondergang, maar ook naar de ondergang van de meelopers die zich laten meeslepen voor de een of andere reden. Daarnaast zullen er ook spotters komen, naar het einde der tijden zelfs meer, die er ook alles in het werk zullen stellen om verwarring te zaaien, zodat met de fout van wetteloze mensen zij ook hun eigen stabiliteit zullen verliezen.(2 Petrus 3: 2-4)

Doorheen de tijden hebben wij kunnen zien hoe God leiding gaf aan Zijn Volk Israël en de wereld voorzag van voorspellers of profeten. Hun woorden moeten wij blijven herinneren, maar ook de woorden van de profeet Jezus en zijn uitverkoren talmidim, die deze woorden hebben doorgegeven, mogen wij niet vergeten.

“en wel door u te herinneren aan de woorden die de heilige profeten destijds hebben gesproken en aan het gebod van onze Heer en redder dat uw apostelen u hebben doorgegeven. Vergeet vooral niet dat er aan het einde van de tijd spotters zullen komen, die hun eigen begeerte volgen en smalend vragen: ‘Waar blijft hij nu? Hij had toch beloofd te komen? De generatie voor ons is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is.’” (2 Petrus 3:2-4 NBV)

Opgetekende geboden

File:2010-09-11 om oij mauritius silvolde 14.JPG

Opgetekende Geboden van God. – Oude Mauritius (n.h.) in Silvolde, Oude IJsselstreek. Tien geboden.

Ook de apostelen hebben de geboden van God en de geboden van Jezus over gebracht door middel van hun woorden die zijn opgetekend in het Nieuwe Testament. Paulus was een apostel – om zijn woorden af te doen als richtlijnen voor de 1e eeuw en dus niet relevant voor ons vandaag, zou er op neer komen om de woorden van Jezus af te doen als niet relevant voor ons. Dit punt wordt verder benadrukt door Efeziërs 4:11-14

“En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen.” (Efeziërs 4:11-14 NBV)

Aldus zijn de geschriften van Paulus (brieven) en Lukas (evangelie en verslag over de eerste levensjaren van de beweging van Jezus’ volgelingen, opgetekend in de Handelingen der apostelen), door de leerstellingen van Jezus Christus en door de gave van de Heilige Geest (Gods Kracht) gevoed geworden. Deze teksten mogen niet geminimaliseerd worden of genegeerd. Ze zijn niet verouderd. Jezus Christus is eveneens als zijn Vader gisteren en vandaag nog steeds dezelfde en tot in eeuwigheid. (Hebreeën 13:8) Daarom zijn zijn woorden als opgetekend door de apostelen als waar op te nemen. Maar hier worden wij dan weer geconfronteerd met de mogelijkheid dat wij selectief te werk zouden kunnen gaan en een persoonlijke selectie zouden maken van wat wij beschouwen dat geldt voor andere leeftijden en niet voor ons. Hiervoor moeten wij dus zeer hard opletten dat wij het evangelie van Christus niet vervormen. Om die reden moeten wij ook naar de wijze raad van Jezus luisteren toen hij de farizeeën berispte te grote muggenzifters te zijn in plaats de geest van de Wet te zien.

“Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie geven tienden van munt, dille en komijn, maar veronachtzamen wat in de wet zwaarder weegt: recht, barmhartigheid en trouw, terwijl men het een zou moeten doen zonder het andere te laten. Blinde leiders zijn jullie, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken. Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, de buitenkant van bekers en schalen spoelen jullie af, maar de binnenkant blijft vol roofzucht en onmatigheid. Blinde Farizeeër, spoel eerst de binnenkant van de beker om, dan wordt de buitenkant vanzelf ook schoon. Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie lijken op witgepleisterde graven, die er vanbuiten wel fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden. Zo lijken ook jullie voor de mensen uiterlijk op rechtvaardigen, terwijl jullie innerlijk vol huichelarij en wetsverachting zijn. Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie bouwen grafmonumenten voor de profeten en versieren de graven van de rechtvaardigen, en jullie zeggen: “Als wij geleefd hadden in de tijd van onze voorouders, zouden wij ons niet zoals zij schuldig hebben gemaakt aan de moord op de profeten.” Daarmee erkennen jullie zelf dat jullie kinderen zijn van hen die de profeten vermoord hebben. Maak de maat van jullie voorouders dan maar vol! Slangen zijn jullie, addergebroed, hoe denken jullie te kunnen ontkomen aan een veroordeling tot de Gehenna? Dat is de reden waarom ik profeten en wijzen en schriftgeleerden naar jullie zal sturen. Jullie zullen sommigen van hen doden, kruisigen zelfs, en anderen in jullie synagogen geselen en van stad tot stad vervolgen. Al het onschuldige bloed dat op aarde is vergoten zal jullie worden aangerekend, vanaf het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zecharja, de zoon van Berechja, die jullie vermoord hebben tussen het heiligdom en het brandofferaltaar. Ik verzeker jullie: op deze generatie zal dit alles neerkomen. Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels, maar jullie hebben het niet gewild.” (Mattheüs 23:23-37 NBV)

Samenbrenging in eenheid

Jezus heeft zo niet-gelovigen en anders gelovigen bijeen gebracht zodat zij in eenheid samen zouden kunnen leven in de liefde die hij hen heeft gegeven.
Als gelovigen moeten wij dankbaar zijn dat wij samen in een gemeenschap van mensen verenigd kunnen zitten, die uit verschillende stromingen komen. Allen kunnen zo andere gewoonten hebben, ander voedsel en activiteiten. Het gevaar is dat wij daar onze eigen mening gaan over vormen maar ook onze gebruiken aan die anderen willen opleggen. Daarvoor moeten wij als Christenen voor opletten om niet in die val te trappen. Wij moeten er ons voor hoeden dat er geen verwarring kan optreden. Het is verwarring over feiten en meningen en hoe anderen ons zien dat ook ons zal kunnen neerhalen. Het is verwarring over wat echt belangrijk is dat ons kan doen vervreemden van de essentie, war wij meer aandacht zouden moeten aan besteden.

In de parabels van Jezus kunnen wij de essentie vinden om ons voor te bereiden voor de wederkomst van Christus zodat wij klaar zullen staan om het Koninkrijk van God waardig binnen te gaan. Jezus heeft duidelijk gemaakt wat de noodzakelijkheden zijn en gepraat over wat de moeite waard is om voor te vechten, wat het verdedigen waard is en wat echt belangrijk is om eeuwig leven te kunnen verwerven. Liefhebben en dienen liggen hier voorop. Dit steeds met het eren van slechts één God die de God van allen is, en zo elk individu erkent.

Offer ter verzoening en voleindiging

Zo kan eenieder op zijn eigen wijze de enige Ware God aanbidden en verheerlijken. Jezus heeft ons het “Onze Vader” als modelgebed gegeven, maar heeft ons ook gewaarschuwd dat God niet van een aframmeling en een veelvuldig geprevel houdt. God hoeft geen voorgeschreven gebeden en riten, vol met offers, want Jezus heeft reeds het totaal voldoening schenkend offer gebracht. Zij die nog offers willen brengen mogen dat gerust uit vrije wil doen, maar kunnen het niet aan anderen opleggen, want dan maken zij dezen weer tot slaaf. Met het Laatste Avondmaal heeft Jezus het Nieuwe Verbond aangekondigd, waarbij hij vroeg die daad van het breken van het brood en drinken van de wijn regelmatig te hernemen als herinnering met de symbolen van het vergoten bloed en het laatst geslachte lichaam van het Lam van God. Jezus vroeg dit niet enkel op de sabbat te doen of enkel op 14 Nisan, hij zei “zo veel als je kan”.

“Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam hij een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ {-(11:24) \@Dit is mijn lichaam voor jullie\@ Andere handschriften lezen: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam dat voor jullie gebroken wordt’.} Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.’ Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt. Daarom maakt iemand die op onwaardige wijze van het brood eet en uit de beker van de Heer drinkt, zich schuldig tegenover het lichaam en het bloed van de Heer. Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt, want wie eet en drinkt maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling af over zichzelf.” (1 Corinthiërs 11:23-29 NBV)

“Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’ Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.” (Mattheüs 26:26-30 NBV)

“Terwijl ze aten, nam hij een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Neem hiervan, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker, en allen dronken eruit. Hij zei tegen hen: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt. Ik verzeker jullie: ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’ Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.” (Markus 14:22-26 NBV)

“Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd. Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’ Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.” (Lukas 22:14-20 NBV)

Telkens als wij uit de beker drinken horen wij Jezus dood ter herinnering te nemen, en uit handelingen kunnen wij zien dat de apostelen of de mensen in hun huizen regelmatig samen kwamen en deze gebeurtenis in herinnering  namen, ook midden in de week. [(Ga maar eens na op welke dag Paulus in de mand over de muur ontsnapte uit de stad, nadat hij samen met andere gelovigen nog de maaltijd des heren had herdacht (donderdag)]

Eten, drinken en vasten

Het vasten is ook zulk een gebeurtenis die niet is opgedragen om altijd en door iedereen op te volgen.

“Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.” (Mattheüs 6:16-18 NBV)

“Als u met Christus dood bent voor de machten van de wereld, waarom laat u zich dan geboden opleggen alsof u nog in de wereld leeft? ‘Raak dit niet aan, proef dat niet, blijf daarvan af’ het zijn menselijke voorschriften en principes over zaken die door het gebruik vergaan. Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging.” (Colossenzen 2:20-23 NBV)

Deze tekst omsluit alles zeer duidelijk. Indien wij beweren Christen te zijn, bedoelende dat wij volgeling van de Nazareen Jezus zijn, moeten wij als wedergeborenen ook met Christus de eerste beginselen der wereld afgestorven zijn. Wij moeten niet gaan doen of wij nog deel uitmaken van deze wereld. Ook al leven wij nog in deze wereld en zijn wij er veel verschuldigd aan, hoeven wij ons niet meer aan bepaalde inzettingen laten onderwerpen. De tijd om bepaalde afstanden niet meer te mogen afleggen op bepaalde dagen, of bepaalde zaken niet te mogen aanraken of bepaalde zaken niet te proeven, is voorbij gegaan met Christus Jezus. Wij moeten niet zozeer begaan zijn met dingen die alle door het gebruik te loor gaan. Ook hoeven wij ons niet aan geboden en leringen houden van de mensen, (die wel een schijn van wijsheid hebben in eigenwillige godsdienst, in nederigheid en gestrengheid tegen het lichaam, daaraan geen eer bewijzend) tot bevrediging van het vlees.

Jezus kwam onder de mensen en at en dronk met hen.

“Nu is de Mensenzoon gekomen, hij eet en drinkt wel, en nu zegt men: “Kijk toch eens, wat een veelvraat, wat een dronkaard, die vriend van tollenaars en zondaars.” En toch is de Wijsheid door heel haar optreden in het gelijk gesteld.’” (Mattheüs 11:19 NBV)

Wetende dat de apostelen ook begenadigd waren om te spreken mogen wij aanvaarden wat Paulus zegt:

“Aanvaard mensen met een zwak geloof zonder hun overtuiging te bestrijden. De een gelooft dat hij alles mag eten, maar iemand die een zwak geloof heeft eet alleen groenten. Wie alles eet mag niet neerzien op iemand die dat niet doet, en wie niet alles eet mag geen oordeel vellen over iemand die dat wel doet, want God heeft hem aanvaard. Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander? Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan-en hij zal volharden, want de Heer heeft de macht hem dat te laten doen. De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen. Wie een feestdag viert, doet dat om de Heer te eren; wie alles eet, doet dat om de Heer te eren, en hij dankt God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren, en ook hij dankt God. Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. Want Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden. Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan, want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef-zegt de Heer-, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.’ Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden. Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hun niet te ergeren. Omdat ik één ben met de Heer Jezus weet ik, en ben ik ervan overtuigd, dat niets op zichzelf onrein is, maar dat iets onrein is voor wie het als onrein beschouwt. Als u dus uw broeder of zuster kwetst door wat u eet, handelt u niet langer overeenkomstig de liefde. Laat hen voor wie Christus gestorven is niet verloren gaan door het voedsel dat u eet. Breng het goede dat God u schenkt geen schade toe, want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest. Wie Christus zo dient, doet wat God wil en wordt door de mensen gerespecteerd. Laten we daarom streven naar wat de vrede bevordert en naar wat opbouwend is voor elkaar. Breek het werk van God niet af omwille van wat u eet. Weliswaar is alle voedsel rein, maar het is verkeerd om iets te eten dat iemand aanstoot geeft. Vlees, wijn of iets anders waaraan uw broeder of zuster aanstoot neemt, kunt u beter laten staan. Uw overtuiging is een aangelegenheid tussen u en God. Gelukkig is wie zich niet schuldig voelt over zijn overtuiging, maar wie twijfelt of hij alles mag eten, is op het moment dat hij alles eet al veroordeeld. Want het komt niet voort uit geloof, en alles wat niet uit geloof voortkomt is zondig.” (Romeinen 14:1-23 NBV)

Leringen en gebruiken voor zwakken en sterken

Leringen of gebruiken die er reeds lang bestonden in Joodse gemeenschappen hoeven door christenen ook niet over genomen worden.

Onze geloofsgemeenschap mag opgebouwd zijn met verschillende mensen met een verschillend karakter. Sommigen zullen sterker zijn dan anderen, maar de zwakke moet ook door ons in het geloof in de gemeenschap opgenomen worden. Aan ons ligt het niet om hem bepaalde dingen op te dringen die niet specifiek omschreven worden om alsnog te doen. Wij moeten ermee instemmen dat God ons de vrijheid nu gegeven heeft om een ander gedacht te hebben over kleinere zaken zoals wat de een mag eten of niet. Niemand hoort een ander in de gemeenschap te minachten of iemand te veroordelen omdat hij zijn geloofsbeleving zus of zo wil doen indien dit niet tegen de wil van God in gaat. Want God heeft onder Christus ook de niet Joden aangenomen.

File:WLA jewishmuseum The Feast of the Rejoicing of the Law at the Synagogue.jpg

Vreugdefeest ter herinnering van de instelling van de Wet. – The Feast of the Rejoicing of the Law at the Synagogue in Leghorn, Italy, 1850 – Solomon Alexander Hart, British, 1806-1881

Zo is er nu ook geen een dag boven de andere meer gesteld, God houdt nu alle dagen voor gelijkwaardig. Dit houdt ook in dat de vroegere feesten voor nieuwe en oude maan, verschillende sabbatten en feesten als het loofhutten feest nu niet meer van toepassing zijn. Zij die ze willen vieren mogen dat gerust nog doen, maar mogen het niet opleggen aan anderen.  Ieder zij in eigen gemoed ten volle verzekerd. Zeer belangrijk is wel dat diegene die aan een dag bijzondere waarde hecht, dat ook doet tot eer van de Allerhoogste God, Hashem Elohim Jehovah.

De leer die wij volgen, onze houding naar elkaar en naar anderen (zwakken en sterken), al onze handelingen of zij nu voor mensen zijn of voor God dienen in die mate gedaan te worden dat zij een waardig beeld vormen van ons christen zijn en volledig tot eer van de Heer en de Heer van de Heer, of Here Here,  gedaan worden. Met onze daden horen wij een toonbeeld van genade te zijn en dankzegging tot  God te brengen. Zij die zich dan van sommige spijzen wensen te onthouden moeten dat dan ook doen tot eer van de Heer en ook God danken.

Als wij kiezen om bepaalde dingen al of niet aan te raken of te doen, moeten wij beseffen dat de keuze van onze levenswijze gestaafd moet zijn op de juiste dingen en met de juiste beweegredenen. Want niemand van ons leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf. Immers, indien wij leven, is het dankzij de Wil van God dat wij het leven mogen bezitten. Dankzij de genadigheid van God leven wij en dankzij de liefde van Christus Jezus kunnen wij verder leven met een hoop op zelfs een eeuwig leven.

De keuze van het opvolgen van leerstellingen of het volgen van wetten hoort bepaald te worden door onze keuze voor God te leven. Gods Wetten horen de bovenhand te hebben op menselijke wetten of Staats Wetten.

Besnijdenis

In de oudheid was er eerst een gewone richtlijn voor de mensen door God gegeven. Daarna verkoos God dat er een teken zou zijn om Zijn Vol van de anderen te onderscheiden. Hiervoor verzocht de Allerhoogste om de jongens vroeg na de geboorte te besnijden. Het vlees van de voorhuid van de penis moest men laten besnijden als het teken van het Verbond tussen God en tussen Abraham, die als aartsvader van Gods Volk mocht optreden.

“Ook zei God tegen Abraham: ‘Jij moet je houden aan dit verbond met mij, evenals je nakomelingen, generatie na generatie. Dit is de verplichting die jullie op je moeten nemen: alle mannen en jongens moeten worden besneden. Jullie moeten je voorhuid laten verwijderen; dat zal het teken zijn van het verbond tussen mij en jullie. In elke generatie opnieuw moet iedereen van het mannelijk geslacht besneden worden wanneer hij acht dagen oud is. Dit geldt niet alleen voor wie tot je eigen volk behoort maar ook voor jullie slaven, of ze nu bij jullie geboren zijn of van vreemdelingen zijn gekocht; iedereen die bij jullie geboren is of door jullie is gekocht, moet worden besneden. Zo zal dit verbond met mij voorgoed zichtbaar zijn aan jullie lichaam.” (Genesis 17:9-13 NBV)

“Besnijd daarom uw hart en wees niet langer halsstarrig.” (Deuteronomium 10:16 NBV)

Zij die dus beweren dat alle ware christenen zich aan al de geboden van God moeten onderwerpen zullen dus, als zij man zijn, zelf besneden moeten zijn en niemand in huis of op het werk mogen aannemen die niet besneden is.

Volgens ons heeft God voor hen die Christus volgen echter ook Zijn ogen op hen gericht. Zij die bereid zijn om met het Joodse Volk samen te wonen en mee uit te kijken naar hen die Jeruzalem als hoofdstad van dat komende Koninkrijk verwachten, mogen ook als besneden van het hart aangenomen worden.

“Maar ze stellen één voorwaarde voordat ze bereid zijn om bij ons te wonen en één volk met ons te worden: al onze mannen en jongens moeten worden besneden, net als zij.” (Genesis 34:22 NBV)
“De HEER, uw God, zal uw hart besnijden en ook dat van uw nakomelingen, zodat u hem weer met hart en ziel zult liefhebben en in leven zult blijven.” (Deuteronomium 30:6 NBV)

In de  Hebreeuwse Geschriften is reeds opgetekend dat de ENE, Adonai, onze God het hart van mensen zal  “Besnijden “, in die mate dat hun hart en het hart van hun zaad zodanig Hashem Elohim zal liefhebben dat de ENE, Jehovah God, met heel hun hart en met heel hun ziel, omwille van hun leven zal bemind worden. Zij die niet vleselijk maar in het hart zijn besneden zullen ook kunnen opleven.

Jezus, als besnedene (Lukas 1:59) eiste van zijn volgelingen niet dat zij besneden waren of dat zij zich zouden laten besnijden. Nadat Jezus gestorven was hadden sommige apostelen en Judeërs er problemen mee dat de heidenen die zich wensten aan te sluiten bij hun gemeenschap, zich niet zouden laten besnijden. Volgens sommige eerste christenen moest dit namelijk volgens Joods gebruik gebeuren. (Wij herinneren de lezers aan dat zij zich niet als “christen” beschouwden maar zich nog steeds Jood achtten.)  Paulus en Barnabas waren het helemaal niet mee eens met de leden uit Judea en raakten met hen in een heftige discussie gewikkeld. zij liep zelfs zo hoog op dat zij niet tot een vergelijk geraakten en dat Paulus en Barnabas, met enkele anderen, naar de apostelen en leiders in Jeruzalem gestuurd werden om hun deze kwestie voor te leggen. De mannen reisden door Fenicië en Samaria en gingen onderweg bij verschillende christenen langs, die blij waren te horen dat ook niet-Joden tot bekering waren gekomen en in Jezus Christus geloofden. Uiteindelijk was dat voor hun een teken van het welslagen van hun prediking.

Opvallend in het relaas is dat het nog steeds Farizeeërs waren die het moeilijkst deden voor of over hen die tot het geloof waren gekomen.  Toen Paulus en Barnabas in Jeruzalem kwamen, werden zij door de christengemeente, de apostelen en de leiders, met open armen ontvangen maar botsten zij dadelijk op weerstand van die Farizeeërs die christen waren geworden maar vonden dat die mensen die christenen wilden zijn zich ook moesten laten besnijden en de wetten van Mozes houden! Om die reden kwamen de apostelen en leiders in een speciale vergadering bijeen om deze kwestie te bespreken. Na veel heen en weer gepraat stond Petrus op. “Mannen broeders,” zei hij, “u weet allemaal dat God mij uit uw midden heeft uitgekozen om het goede nieuws van Jezus Christus aan de andere volken bekend te maken, zodat ook zij in Hem kunnen geloven. God heeft dat bevestigd door hun, net als ons, de Heilige Geest te geven.” In het uitstorten van de Heilige Geest hadden de apostelen de moed gevonden om uit te gaan en te gaan verkondigen. Onverwachts konden zij met hun spreken tot anderstaligen doordringen en hen toch aanspreken en bekeren. Voor hen was er geen verschil tussen hen en de niet gelovigen die zij konden tot geloof brengen. De apostelen geloofden dat zij die in Jezus Christus geloven, ook al waren zij niet besneden en niet onder de Wet van Mozes geplaatst, toch een gezuiverd hart konden krijgen.

Tijdens het discours valt het ons op dat zij ook spreken over het juk dat zij vroeger hadden. Men kan indenken hoe de Joden in het verleden regelmatig beproefd werden door de omstaanders die zich niet aan de Joodse Wetten hielden en dan ook vrij veel meer konden doen dan zij als Joden konden doen. In hun overtuiging vroegen zij hun medebroeders waarom zij het beter wilden weten dan God, door deze nieuwe christenen een juk op de schouders te leggen dat voor hen en hun voorouders al te zwaar was. Zij geloofden immers op dezelfde wijze als die anderen gered te worden, door de genade van de Here Jezus! En toen zij dat aanhaalden hoe die genade van Jezus als belangrijkste element van de verlossing van zonden over hen hoorde te komen, werd het stil in de bijeenkomst, en spitsten de oren naar wat Paulus en Barnabas te zeggen hadden. God had door deze twee mannen geweldige dingen en grote wonderen onder de vreemde volken gedaan.

Als wij de Heilige Schrift mogen geloven als Woord van God, is het daarin gestelde hoe God voor het eerst mensen van een ander volk benaderde om hen tot Zijn volk te maken voor ons een belangrijk signaal om te weten wie tot het Ware Geloof en tot de Ware Gemeenschap of tot het Volk van God kan behoren. De in de Handelingen der apostelen geschreven woorden kloppen ook met wat de profeet Amos heeft geschreven. Vele Joden hadden moeilijkheden gehad om in de Wet van God te blijven. Velen ondervonden zeer veel moeilijkheden om volgens de Mozaïsche wet te leven. Meerderen waren het wachten op die Beloofde Verlosser of Messias grondig beu geworden en hadden het geloof verlaten of waren nonchalant geworden betreft de beleving van hun geloof. Het Jodendom kon vergeleken worden met een vervallen huis. Uit dat Huis van David was de Messias echter opgestaan, al zagen vele Joden het niet. Omdat zij zo blind bleven had God nu de poorten voor anders gelovigen open gedaan. Wij christenen geloven anders dan de Hebreeuwse Joden. Ook al mogen zij het Uitverkoren Volk van God blijven is er nu voor ons ook de hoop weg gelegd om mee met het Volk Israël het Koninkrijk van God binnen te treden.

File:Covenant of Abraham.JPG

Abrahamitisch Verbond en Besnijdenis – Foto Brit Milah

Voor de apostelen was het duidelijk dat de tijd was aangebroken voor de heropbouw van het huis van David. Op de plaats van de ruïne had God nu een nieuw gebouw neergezet zodat de rest van de mensheid de Allerhoogste Heer des Heren, Jehovah God Hem ook zou kunnen komen zoeken en vinden. Maar het zouden niet enkel Judeeërs zijn die tot God zouden komen. Alle vreemde volken eiste God voor Zichzelf op. Dit gebeurde trouwens omdat het door God ook zo al voorzien was van het begin der tijden. Jehovah, de Schepper had dit namelijk al vanaf het begin voorgenomen.

Zij die in Christus Jezus, de zoon van God willen geloven, ook al komen zij uit niet Joodse families kunnen nu toch zonder die Joodse eigenheden tot God komen. Om die reden nam Jakobus het woord om te kennen te geven dat zij de niet-Joden die God gehoorzamen, niet mochten lastigvallen met de wet van Mozes. Het enige wat zij hen schreven, was dat zij niets mochten eten van wat aan afgoden geofferd was; dat zij geen hoererij mochten plegen. Maar ook dat zij die christus willen volgen ook geen vlees mogen eten van dieren die door verstikking zijn gedood en dat zij geen bloed mogen eten, drinken of ontvangen in hun lichaam. Want sinds jaar en dag zijn er in alle steden mensen, die de wet van Mozes bekendmaken. Elke sabbat wordt de wet in de synagoge voorgelezen.

“Er kwamen enkele leerlingen uit Judea, die betoogden dat de broeders zich moesten laten besnijden, overeenkomstig het door Mozes overgeleverde gebruik, omdat ze anders niet konden worden gered. Dit leidde tot grote onenigheid met Paulus en Barnabas en mondde uit in een felle woordenstrijd. Besloten werd dat Paulus en Barnabas, samen met enkele andere leerlingen, naar Jeruzalem zouden gaan om deze kwestie voor te leggen aan de apostelen en de oudsten. Nadat de gemeente hun uitgeleide had gedaan, gingen ze op weg en trokken ze door Fenicië en Samaria. Daar verhaalden ze uitvoerig over de bekering van de heidenen, iets dat bij alle gelovigen grote vreugde wekte. Bij hun aankomst in Jeruzalem werden ze verwelkomd door de apostelen en de oudsten en door de rest van de gemeente. Ze brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht. Enkele gelovigen die tot de partij van de Farizeeën behoorden, gaven echter te verstaan dat ook de niet-Joodse gelovigen dienden te worden besneden en opdracht moesten krijgen zich aan de wet van Mozes te houden. De apostelen en de oudsten kwamen bijeen om nader op deze zaak in te gaan. Toen het tot een hevige woordenstrijd kwam, stond Petrus op en zei: ‘Broeders, u weet dat God mij al in het begin uit uw midden heeft gekozen om de boodschap van het evangelie onder de heidenen te verspreiden en hen tot geloof te brengen. God, die weet wat er in de mensen omgaat, heeft blijk gegeven van zijn vertrouwen in de heidenen door hun de heilige Geest te schenken, zoals hij die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen? Nee, we geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden, op dezelfde wijze als zij.’ Daarop zwegen alle aanwezigen, en men luisterde naar Barnabas en Paulus, die vertelden welke grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen had verricht. Toen ze waren uitgesproken, nam Jakobus het woord. Hij zei: ‘Broeders, luister. Simeon heeft uiteengezet hoe God zelf het plan heeft opgevat om uit de heidenen een volk te vormen dat zijn naam vereert. Dat stemt overeen met de woorden van de profeten; er staat immers geschreven: “Dan keer ik terug op mijn schreden. Ik zal het vervallen huis van David herbouwen, uit het puin zal ik het weer opbouwen. Ik zal dit huis doen herrijzen, (17-18) zodat de mensen die overgebleven zijn de Heer zullen zoeken, evenals alle heidenen over wie mijn naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer, die dit van oudsher heeft aangekondigd.” Daarom ben ik van mening dat we de heidenen die zich tot God bekeren geen al te zware lasten moeten opleggen, maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf. In haast elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen.’” (Handelingen 15:1-21 NBV)

Joden of zij die besneden zijn maar zich toch geroepen voelen om zich bij ons aan te sluiten, of om christen te worden, werd vroeger aangeraden de besnijdenis niet te laten verdwijnen. Dat geldt vandaag nog steeds. Maar eveneens geldt nog steeds dat als iemand als onbesnedene zich geroepen voelt om volgeling van Christus te worden, moet deze zich ook niet laten besnijden, zoals ook de heiden Titus, die bij de besneden Paulus was, niet genoodzaakt was zich te laten besnijden. Zelfs de zeer devote Jood Paulus verklaarde dat Christus niets de persoon zou baten indien hij zich liet besnijden. Paulus waarschuwde echter wel diegene die om zich aan te sluiten toch vond dat hij zich moest besnijden dat hij dan verplicht zou zijn de gehele wet te onderhouden.

 “Want die mannen die zich laten besnijden houden zelf de wet niet, maar willen dat gij besneden wordt; dan kunnen zij zich daarop beroemen.” (Galaten 6:13 LEI)
“Iemand die besneden was toen God hem riep, moet het niet ongedaan laten maken. Iemand die onbesneden was toen God hem riep, moet zich niet laten besnijden.” (1 Corinthiërs 7:18 NBV)
“Maar zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij toch een Griek is.” (Galaten 2:3 NBV)
“Luister naar wat ik, Paulus, tegen u zeg: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten. Ik verzeker u dat iedereen die zich laat besnijden verplicht is om de wet volledig na te leven.” (Galaten 5:2-3 NBV)
“Ze zijn voor de besnijdenis maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan.” (Galaten 6:13 NBV)

Oplegging van lasten en sterven

Indien de apostelen geen lasten op de bij hen aansluitende niet-Joden, ongelovigen of heidenen, oplegden, waarom zouden wij dat dan wel doen? Als wij van nature Jood zijn mogen wij ons gerust aan de Joodse Wetten houden en zal daar niemand bezwaar tegen hebben. Maar welk lef heeft bijvoorbeeld een niet-Jood van nature om het recht op te eisen dat zelfs de Joodse apostelen niet deden van hun medegelovigen?

Er zijn  nu geen rechtstreekse apostelen, talmidim of discipelen van Jezus meer, maar wij hebben wel hun neergeschreven bevindingen en leringen. Deze moeten wij dan ook in acht nemen en opvolgen als een onderdeel zijnde van de Heilige Schrift. Indien wij dat niet zouden doen nemen wij ook de canonieke geschriften in twijfel, dit terwijl een meerderheid van de christenen overeengekomen is dat de evangeliën zowel als de epistels of brieven van de apostelen samen deel uit maken van de Heilige Geschriften.

In die brieven en in de Handelingen der Apostelen wordt duidelijk gemaakt dat zij die Jezus willen volgen ook sterven voor de Heer. In al hetgeen wij doen en laten moet onze keuze bepaald zijn door het volgelingschap van Jezus Christus. Steeds moeten wij hem toebehoren. Van nature uit behoren wij reeds tot God, want elk schepsel, gelovig of niet gelovig behoort God toe. Maar niet iedereen behoort Christus toe.

Hiertoe is Christus gestorven en is hij terug tot leven gewekt, om over doden en levenden te heersen.

Wij moeten beseffen dat wij zeer hard moeten opletten met oordelen te vellen over onze broeders. Wij kunnen en mogen ze ook niet minachten omdat zij dit of dat niet doen. Steeds moeten wij bewust zijn dat God de harten kent en dat wij  allen toch zullen geplaatst worden voor Gods rechterstoel; want er staat geschreven: “Zowaar ik leef, zegt de Heer, voor Mij zal elke knie zich buigen en elke tong zal God belijden.” Dus zal ieder van ons uiteindelijk voor zichzelf rekenschap moeten geven aan God. Laten wij, als broeders en zusters, die samen de ledematen van het lichaam van Christus magen vormen, dus niet meer elkander beoordelen.

De apostelen waren tot de overtuiging gekomen dat niets op zichzelf onrein is. In eenheid met Christus moeten wij dat ook aannemen, met het besef dat datgene dat voor iemand onrein wordt beschouwd ook in de ogen van God voor die persoon als onrein beschouwd worden. Vreemd genoeg krijgen wij daarom dikwijls het verwijt dat er zo veel verschillen zijn en vrijheden in onze gemeenschap van broeders en zusters.  Maar zoals er in de eerste eeuw van onze gewone tijdrekening vele verschillen waren bij de volgelingen van Christus Jezus, zijn er deze ook nog vandaag bij ons. Indien wij allemaal in hetzelfde uniform zouden lopen, allemaal hetzelfde gekleed en het zelfde doende en zeggen, zou het maar een saaie bedoening zijn. Zoals het in Jezus tijd een gekleurde wereld was is het bij de Christadelphians ook nog steeds gekleurd, en ligt de eenheid en eenvormigheid in het allen samen eensgezind voor Jezus gaan. Daar ligt de sterkte van onze broederschap en de sterkte van het geloof, dat gegrondvest is in Jezus Christus.

Als medebroeders en zusters, de woorden van de apostelen aannemend, geloven wij dat Jezus het Nieuwe Verbond heeft bevestigd en de weg vrij gemaakt heeft, zodat wij niet meer aan al de vroegere Joodse Wetten moeten houden. Wij weten ons nu ook door Christus bevrijd en hoeven op dat vlak minder te vrezen om door onze spijs in het verderf gestort te worden.

Hierom doen wij een oproep aan al diegenen die zich christen willen noemen om volgens de leer van Christus te leven en hun goede zaak geen slechte naam te laten krijgen! Want Gods Koninkrijk bestaat niet in spijs en drank, maar in gerechtigheid en vrede en blijdschap door de Heilige Geest. Hij toch die hierin Christus dient is welgevallig aan God en geacht bij de mensen. Wij streven dus naar vrede en onderlinge opbouwing. Wij verzoeken het werk van God niet te bederven door zelf te gaan bepalen wat onrein zou zijn. In de Heilige Schrift zijn genoeg aanwijzingen gegeven om te weten te komen wat al of niet mag en kan. Laten wij er steeds op letten dat wij niet iets doen waar een ander aanstoot kan aan nemen, maar dat wij steeds een waardig voorbeeld in deze wereld van gelovigen en ongelovigen mogen zijn.

Zoals wij, christenen niet hoeven besneden te zijn om in de Jood Christus Jezus te zijn,  moeten wij ons als onbesnedenen ook niet volledig houden aan alle, grote en kleine, Joodse Wetten, maar enkel aan die voornaamste geboden van God die ons kenbaar zijn gemaakt door God en ook verduidelijkt zijn geworden door Jezus Christus de Messias, zoon van God en mensenzoon, uit de stam van David.

Ons houdend aan de Wet der Liefde, verenigd onder Christus, zullen wij moeten luisteren naar de Woorden van God en deze in goed beraad moeten opnemen, tot lering, onderricht en tot vermaning. Zonder aanstoot te nemen aan broeders of zusters, mogen wij elkaar wel in lijn met Jezus zijn gedachte, aanmoedigen en daar waar nodig is opmerkingen geven of berispen. Niet dat de ander zich zou aanpassen aan ons of aan regels die wij denken dat voor ons dan ook maar voor de ander toepasselijk moeten zijn. Ook al kunnen wij van een bepaald geloof zijn mogen wij dat niet aan een ander opdringen. Houd het geloof dat gij hebt voor u, laat alleen God het zien. Gelukkig wie zichzelf niet veroordeelt wanneer hij doet wat hij heeft uitgemaakt dat goed is; maar wie twijfelt terwijl hij eet is reeds veroordeeld, omdat hij niet krachtens geloof handelt; want al wat niet uit geloof voortkomt is zonde.(Romeinen 14:1-23)

“Dát is pas een waar woord! Wijs hen daarom streng terecht, zodat ze een heilzaam geloof krijgen, zich niet langer interesseren voor Joodse verzinsels en zich geen regels laten opleggen door mensen die zich van de waarheid hebben afgekeerd.” (Titus 1:13-14 NBV)

“U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is.” (Romeinen 12:2 NBV)

“Wees als gehoorzame kinderen en geef niet opnieuw toe aan de begeerten waardoor u vroeger, toen u nog onwetend was, werd beheerst, maar leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven: ‘Wees heilig, want ik ben heilig.’” (1 Petrus 1:14-16 NBV)
“dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid.” (Efeziërs 4:22-24 NBV)
“Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt.” (Colossenzen 3:9-10 NBV)

“Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient.” (Filippenzen 4:8 NBV)

+

Lees ook:

  1. Bijbelonderzoek Inleiding Navolgers van Christus
  2. Eén met Christus, verschillend met of van elkaar
  3. Eén met Christus, één met elkaar
  4. Vrijwilligheid van het Christen zijn
  5. Belangrijkheid van de Heilige Schrift
  6. De Bijbel als Gids
  7. Het belang van het lezen van de Schrift
  8. Vele kerken
  9. Vrijheid in Christus onder de Wet
  10. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
  11. Ware Geloof en Ware Geloofsgemeenschap
  12. Niet allen zullen het Koninkrijk beërven
  13. De Wet van de Liefde, basis van alle instructies
  14. Verenigd door Christus
  15. Gericht op Jezus
  16. Christus kennen is zin geven aan het leven
  17. Jezus volgen
  18. Gericht op God
  19. Het begin van Jezus #6 Beloften van innerlijke zegeningen
  20. Het begin van Jezus #7 Een Nieuwe Adam, zoon van Abraham
  21. Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God
  22. Dienaar van zijn Vader
  23. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  24. Fragiliteit verminderbaar
  25. Fragiliteit en actie #8 Eerste Wetsvoorziening
  26. Fragiliteit en actie #14 Plagen van God
  27. Eerste Eeuw van het Christendom
  28. 16° Eeuwse Broeders in Christus
  29. Samen komen in huizen
  30. Het grote ideaal van deze tijd
  31. Filippenzen 1 – 2
  32. Een Groots Geschenk om te herinneren
  33. De Dag is nabij #3 Niet laten verrassen
  34. De Dag is nabij #5 Terugkijken naar verleden
  35. Een Naam voor een God #9 Vals geloof gevoed door vrees
  36. Toebehoren
  37. Verlossing voor Gods volk
  38. Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.
  39. Zuivering voor allen
  40. Redenen waarom zij niet kunnen doen wat zij willen
  41. De Bijbel onze Gids #3 de Toekomst van de Rechtvaardigen #1

+

Aansluitend omtrent de beleving van het geloof:

  1. Focussen op Christus
  2. Halfslachtig leerlingschap
  3. Hoe ons te gedragen
  4. Bloed ontvangen of niet
  5. Eet een Christen varkensvlees?
  6. Slag om waardigheid in zuivere natuur
  7. De gedachte aan het verliezen ontsteekt de vreugde van het hebben
  8. Niet houden van dat soort Christenen
  9. Hoe omgaan met huidige moeilijkheden
  10. Een Niet-christelijke christelijke bediening
  11. Heeft het Christendom zich neergelegd bij de wereld
  12. Studiedag: Gods indringende boodschap #3 Met Christus gestorven en opgewekt

++

In het Engels:

  1. Not all will inherit the Kingdom
  2. To know Christ is filling life with meaning
  3. It’s hard to be like Christ
  4. Reasons why they cannot do what they want to
  5. Rebirth and belonging to a church
  6. How us to behave
  7. Nothing noble in the flesh left to itself
  8. To belong to = toebehoren


Read Full Post | Make a Comment ( 10 so far )

Aleph als beginletter voor titels van God

Posted on June 13, 2012. Filed under: Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Jehovah יהוה YHWH JHVH God Elohim Yahweh Jahweh, Naam van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , , |

In de Bijbel kunnen wij op meerdere plaatsen de Naam van God vinden. In het Hebreeuws wordt deze aangegeven door יהוה , het Tetragammaton* of vierletterwoord, dat wij het best kunnen uitspreken zoals het Hebreeuws, het is te zeggen als ‘Jehovah‘.

In sommige van onze berichten zal u יהוה  afgedrukt kunnen vinden, zodat je duidelijk het verschil met die andere belangrijke persoon in de Heilige Schrift kan zien: יהושע Jehoshua of Jeshua, dat aangeeft dat het Jehovah is die redt: Yeshu ‘= Yeshua (Hebreeuws ) of Jeshua (Germaans). Die Jeshua, die tegenover Jehovah staat, wordt als zoon van God vernoemd en is heden ten dage beter gekend onder de naam Jezus (wat betekent Heil aan Zeus) (Lees meer in De verkeerde held)

De talrijke titels voor God zijn een bron van debat onder bijbelgeleerden.

יהוה

of JHWH [Yehowah (Hebreeuws) of Jehovah (Germaans)] is de enige juiste naam van God in de Tenach, in de zin van een persoonlijke naam.

P Aleph

P Aleph (Photo credit: Wikipedia)

Want God de Almachtige (El Shaddai) of Allerhoogste (Elyon) de Avinu of “onze vader”, zijn verschillende titels, met de nadruk op verschillende aspecten van JHWH (Tzevaot) en de verschillende rollen van God, worden ook gebruikt waarvan sommige beginnen met de eerste letter van het alfabet, de letter Aleph, incluis de volgende:


  •  - El = machtige
  • Elohim
  • – Eloha
  • – ehyeh asher ehyeh
  • Adonai = god, of authoriteit, meester
  • Adon Olam = “Eeuwige Heer” or “Heer van het Universum
  • – Adir

Deze titels kunnen natuurlijk de Naam van God niet vervangen omdat God zelf belang hecht aan het kennen van Zijn Naam en Jezus ons ook laat bidden dat die Naam van God geheiligd wordt.

Enkele andere veel gebruikte titels:

  •      Adir- “ene sterke
  •      Adon Olam“Meester van de Wereld”
  •      Aibishter- “De Allerhoogste” (Jiddisch)
  •      Aleim- soms gezien als een alternatieve transliteratie van Elohim
  •      Avinu Malkeinu - “Onze Vader, onze Koning”
  •      Bore -de Schepper”
  •      Ehiyeh sh’Ehiyeh“Ik ben die Ben”: een moderne Hebreeuwse versie van Ehjeh asher Ehyeh
  •      Elohei Avraham, Jitschak Elohei ve Elohei Ya `aqov” – God van Abraham, God van Izak en de God van Jakob
  •      Elohei Sara, Elohei Rivka, Elohei Leah ve Elohei RakhelGod van Sarah, God van Rebecca, God van Lea, en de God van Rachel”
  •      El ha-Gibbor -“God de held ‘of’ God de ene sterke of “God de krijger
  •      Emet -Waarheid”
  •      E’in Sof – eindeloos, oneindig“, Kabbalistische naam van God
  •      HaKadosh, Barukh Hu (Hebreeuws); Kudsha, Brikh Hu (Aramees) - “De Heilige, Gezegend is Hij” “De ene heilige”
  •      HaRachaman -de Barmhartige”
  •      Kadosh IsraëlHeilige van Israël”
  •      Melech HaMelachim - “De Koning der koningen” of Melech Malchei HaMelachim De koning, koning der koningen“, om superioriteit te betuigen tegenover de aardse heersers titel.
  •      Makom of HaMakom - letterlijk “de plaats“, misschien betekenende  “De alomtegenwoordige“, zie Tzimtzum
  •      Magen Avraham - schild van Abraham”
  •      Ribono shel `Olam - ” Meester van de Wereld “
  •      Ro’eh Yisra’elHerder van Israël”
  •      Tzur IsraëlRots van Israël”
  •      Uri Gol - “De nieuwe HEERE voor een nieuw tijdperk(Richteren 5:14)
  •      JHWH-Yireh (Adonai-Jireh)  -  “De HEERE zal geven” “De Heer zal voorzien” (Genesis 22:13-14)
  •      YHWH-Rafa -de Heer die geneest” (Exodus 15:26)
  •      YHWH-Niss “i (Adonai-Nissi) – ” De HEERE, onze Banner “(Exodus 17:8-15)
  •      YHWH-ShalomDe HEERE, onze vrede” (Richteren 6:24)
  •      YHWH-Ro’i“De HERE mijn Herder
  •      YHWH-Tsidkenu -De HEERE, onze Gerechtigheid” (Jeremia 23:6)
  •      JHWH-Samma (Adonai-Samma) – “De HEER is aanwezig” (Ezechiël 48:35)

Voor een vollediger lijst van titels en namen ga naar onze bladzijde: Eigenheden van God of mogelijke toeschrijvingen, titels of namen voor God.

En vergelijk met de Eigenheden of titels aan Jezus toegeschreven.

Door duidelijk de oorspronkelijke tekst en Hebreeuwse namen te plaatsen kan men duidelijk zien over wie het in de tekst gaat terwijl, als men “Heer” plaatst, men niet weet of het over de “Heer des Heren” (de Allerhoogste Jehovah God) of “Heere Heere” of over “de Heer des heren” (de gevolmachtigde van Jehovah, Christus Jezus), de “Heer” (God de Vader of de Zoon van God), of de heer (de hogergeplaatste, burger). De “Koning van de koning der koningen” wordt in hedendaagse Bijbelvertalingen ook niet meer zo vaak geplaatst om dat men de veelvoudige herhaling weg laat, maar deze wel een duidelijk verschil te kennen geeft met Jezus die Koning van de koningen mag zijn op aarde, onder de Allerhoogste Koning Jehovah God.

Jeffrey Pierce schrijft: “Aleph staat letterlijk voor ‘het begin’, en The Awakening biedt het eerste verloop van het begin van ‘het einde’ aan. Het is verbonden met acharit Hayamim, of het ‘einde der dagen’ besproken in de Hebreeuws profetie en het is Aleph (die een numerieke waarde van 1.000 heeft) dat wordt gebruikt door de Hebreeuwse mystici om te berekenen dat het einde zal komen 6000 jaar in dat juiste perspectief van de cultuur van deze tijd. Hoewel het eenvoudig kan worden gezien als een symbool op een pagina, is Aleph de eerste hint dat er meer is aan het verhaal dan alleen maar de roman zelf. “

De twee meest gebruikte benamingen voor godheid in de Hebreeuwse geschriften zijn:  “Elohim” voor “God”-Dit is een woord in het meervoud, en wordt ook vertaald als ‘goden’ in de TaNaK of Tenach - zie Exodus 20:3 bijvoorbeeld) en  ["YHWH",  "YHVH" , "JHVH" of "JHWH" Jehovah (Hebreeuws) = Jehovah (Germaans) veelvuldig vertaald als Yahweh, Jahweh of Jahwe.] Het enkelvoud van het woord “Elohimwordt uitgesproken als “el” en ziet er zo uit in het Hebreeuws:

*Opmerking: De vier-letterige naam voor de God van Israël is JHWH (יהוה Hebreeuws). Het is de belangrijkste naam van God in het jodendom, en wordt meestal gebruikt in de Hebreeuwse geschriften. Het is ook bekend als het Tetragrammaton, een term uit het Griekse τετραγράμματον, wat betekent “[een woord] met vier letters”.

יהוה

De Naam van de Vader tegenover de naam van de zoon

File:Tetragrammaton-related-Masoretic-vowel-points.png

+

Lees ook:

  1. God versus goden
  2. Geloof in slechts één God
  3. Is God Drie-eenheid?
  4. Heer, Yahuwah, Yeshua of Yahushua
  5. Yahushua, Yehoshua, Yeshua, Jehoshua of Jeshua
  6. Jehovah Yahweh Gods Name
  7. Gebruik van Jehovahs naam
  8. Ik ben die ben Ehyeh-Asher-Ehyeh אהיה אשר אהיה
  9. Hashem השם, Hebreeuws voor “de Naam”
  10. Belangrijkheid van Gods Naam
  11. Goddelijke Naam
  12. Spelling van Bijbelse namen
  13. Use of /Gebruik van Jehovah or/of Yahweh in Bible Translations/Bijbel vertalingen
  14. Archeologische vondst omtrent de Naam van God YHWH
  15. Bijbelvertalingen NBV blijft vragen oproepen
  16. Twee Vertalingen in deze Herfstmaand #2 Naardense Bijbel
  17. 3de Nieuwe Bijbelvertaling Oosterhuis Vertaling
  18. Breng glorie aan Jehovah God de Allerhoogste
  19. Gods Naam bevestiging van beloften
  20. Als deelgenoten komt Jehovah ons ten goede
Read Full Post | Make a Comment ( 2 so far )

Mormons again gaining some attention

Posted on May 17, 2012. Filed under: Bible Study and Bible Reading, Endtimes, Holy Scriptures, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, News and Politics | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , |

“There is a good chance that the main way a lot of leaders of the church will respond to the election of a Mormon to the presidency will be to stay as quiet and uninvolved in politics as possible and put as much daylight as possible between that president and the institutional church,” said Russell Arben Fox, a political scientist at Friends University in Wichita, Kan., and a Mormon writer. “They’re a global church and have responsibilities all around the world. For them to appear to be lining up behind a Mormon president and endorsing his policies would just be bad for the church.”

Despite their fears, Mormons acknowledge that Romney’s nomination will be a milestone like none before for the church.

With the American presidential election ahead the Mormons get some more attention because of Mitt Romney, the leading GOP candidate, and Jon Huntsman the second Republican candidate in the 2012 race who happens to be Mormon.

Some think it is Barack Obama, the nation’s first black president and a man who overcame several religious controversies — rumours that he’s a Muslim, concerns about his U.S.-bashing pastor in Chicago — who helped pave the way for nominees of other faiths.

“The American public is more sophisticated regarding religion than the prejudices witnessed from generations long past,” said conservative political commentator Kevin Patrick.

Jon Huntsman and Mitt Romney

Jon Huntsman and Mitt Romney

For Huntsman and Romney, their campaigns come at a significant time in public awareness of Mormonism.

On the entertainment front, Broadway’s “The Book of Mormon” and cable TV’s “Big Love” — however distorted their portrayal of the faith — have helped usher Mormonism into the mainstream, observers said.

On the political front, there are 14 Mormon members of Congress, making Washington’s climate hospitable to the idea of a Mormon president — or at least a Mormon GOP nominee.

“Being Mormon is only going to hurt them in a Southern evangelical base vote,” said Republican consultant Mike Edelman, who argued, however, that evangelicals would support Romney or Huntsman over Obama.

One major difference between the two is that Romney this year has shied away from discussing his faith, and Huntsman has insisted it’s just one of several religions that influence his life, fueling speculation that he could be distancing himself from the Church of Latter-Day Saints.

“Huntsman is reflective of contemporary trends in Mormonism,” said Matthew Bowman, associate editor of Dialogue: A Journal of Mormon Thought.

Mitt Romney’s emergence as the front-runner for the Republican nomination has been a mixed blessing for Mormons. It has led to unprecedented interest in the Church of Latter-Day Saints or LDS Church and its members, but the dominant image of Romney—too wooden, too rich, too secretive about his faith, too white—has reinforced existing stereotypes about members of the faith.

But they are not the first Mormon candidates for president, because the father of the movement himself presented himself as a candidate.  Joseph Smith who claimed to have been visited by an angel of God who led him to the discovery of sacred gold-plated texts that became The “Book of Mormon,” ran an unorthodox campaign for president back in 1844, promoting a platform that went roughly this way: Make America a one-party state. Reduce Congress in size by two-thirds, allowing two senators per state, but just one House member per million people. Reduce Congressional salaries to two dollars plus room and board. (After all, he wrote, “that is more than the farmer gets and he lives honestly.”) Turn the jails into “seminaries of learning.” Re-establish the national bank. Make prisoners work on building roads or on any project “where the culprit can be taught more wisdom and more virtue; and become more enlightened…”

The reason why the golden plates or copies of the text on them are not available for examination is explained by saying that the angel had forbidden Joseph Smith to show them to anyone except those designated by the angel. After the translating work was done the angel is said to have taken them away. On those plates would have been the revelation of God. And Joseph Smith acted according to these words of God and as the angel directed him.

Jesus also would have appeared in the United States of America. As such he would also probably have spoken to many people over there, and they could have followed him.

The Book of Mormon English Missionary Edition ...

The Book of Mormon English Missionary Edition Soft Cover (Photo credit: Wikipedia)

Joseph Smith wrote the Book of Mormon like an Authorised Bible version and got interested people around him. But his strange ideas brought controversions and agitations.

Long before he decided to run for president, the Mormon prophet had established a political life. Violently expelled from Missouri where the governor had issued an executive order authorizing the “extermination” or forced removal of the Mormon community, Smith and his followers settled in the rural town of Commerce, Illinois, and renamed it Nauvoo (Hebrew for “beautiful spot”). There, despite professed admiration for the Constitution as having been “divinely inspired,” he established himself as something of a supreme ruler. Indeed, Nauvoo was more like an independent theocracy than a republic, with Smith himself serving as mayor, chief judge, and major general of a private town militia.

Smith’s inspiration for seeking the presidency was the experience in Missouri. He had resented his community’s treatment there and petitioned President Martin Van Buren to intercede on the Mormons’ behalf. Van Buren declined. But the Mormon leader did have strong opinions on national issues as well and he published them under the title, “General Smith’s Views of the Powers and Policy of the Government of the United States.”

Smith had hoped to keep the polygamy in his church secret.

It was an 1878 Supreme Court decision that ultimately forced the church to abandon the practice of polygamy. In Reynolds v. United States, the justices unanimously asserted a distinction between belief and practice, between opinion and conduct, when it ruled that the Morrill Anti-Bigamy Act, which prohibited the practice of “plural marriage” in any U.S. territory (Abraham Lincoln signed the act into law in 1862), withstood the standards of the First Amendment, even though the plaintiff, George Reynolds, had argued that it was his religious “duty” as a Mormon to marry more than one woman. Following that, the Mormon Church leadership declared in 1890 that its followers should “refrain from contracting any marriages forbidden by the law of the land.”

By the mid-twentieth century, the Mormon faith had settled into a more traditional profile. Still, the church’s fantastic origins and racist history have dogged any Mormon looking to occupy national office, and if Gov. Romney’s popularity grows making him a the Republican answer against Barack Obama, we can expect that his Mormon roots will continue to be debated.

During a town meeting, supporter Betty Treen took the microphone to ask the former Massachusetts Governor point blank about his faith.

“I am for you, but I need to ask you a personal question: Do you believe in the divine saving grace of Jesus Christ?” A murmur could be heard in the crowd in the few seconds it took Romney to get the microphone back.

“Yes, I do,” Romney began, as the crowd erupted into applause led by home state governor Nikki Haley, who was on stage with the candidate she has endorsed.

“I would note there are people in our nation that have different beliefs; there are people of the Jewish faith, and people of the Islamic faith, and other faiths who believe other things, and our President will be President of the people of all faiths,” Romney said, again interrupted by applause.

A president for all faiths is not a bad thing. But Christians should be aware of certain beliefs in the Mormon faith, which could give enough signs to the believer how to react rightly. Now that the Mormons are receiving again some attention so they shall be eager enough to come back on the streets more openly again to proclaim what they say is the word of God.

But can the book of Mormon be a book given by God to His people? Is it for us an important book to be read?

To find out you are best to compare the Book of Mormon with the Bible.

The number one truth, listed in the LDS’ A Marvelous Work and a Wonder, revealed “through the instrumentality of the Prophet Joseph Smith” is “The true personality of God.” – p. 407, 1979 ed.

Or, as Joseph Smith himself wrote in his Lectures on Faith, p. 36,

“three things are necessary, in order that any rational and intelligent being may exercise faith in God unto life and salvation. First, the idea that he actually exists. Secondly, a CORRECT [Smith’s emphasis] idea of his character, perfection and attributes.”

Joseph Smith,  his followers, and the Mormons who come along the houses give the impression that it is important that  we know who the God is whom we must worship in truth (John 4:24) and what he expects of us. We are even given the warning that  otherwise we may not receive eternal life! (See 2 Thessalonians 1:8, 9 – KJV and Joseph Smith’s Inspired Version.) Ignorance will not be an excuse in the last day. How could anyone refuse to expend every effort in discovering all that can be known about the True God? (Proverbs 2:4, 5.)

When questions of historicity come up in Mormonism, the conversation often changes direction, from focusing on the historicity of the textual accounts to focusing on the historicity of the provenance of the text.

A very striking thing about The Book of Mormon is the frequent quotes or near quotes it makes from the Authorized or King James Version of the Bible, which was popular during the days of Joseph Smith.

The Book of Mormon has men who are supposed to have lived several hundred years before Christ using expressions that are found in the Greek Scriptures of the Bible, which Scriptures were written after the time of Christ. Paul’s expression at Hebrews 13:8 is used at least five times. He said: “Jesus Christ the same yesterday, and to day, and for ever.” (AV) Its first appearance in The Book of Mormon is at 1 Nephi 10:18, which was supposedly written more than 600 years before the days of the apostle Paul. It says: “For he is the same yesterday, to-day, and forever.”

The Book of Mormon has Jesus Christ not only appearing in the flesh to the people of North America after his resurrection and ascension. About 124 years before Jesus was born in Bethlehem, The Book of Mormon has people crying out: “O have mercy, and apply the atoning blood of Christ that we may receive forgiveness of our sins, and our hearts may be purified; for we believe in Jesus Christ, the Son of God, who created heaven and earth, and all things; who shall come down among the children of men.” (Mosiah 4:2) How can a people cry for forgiveness of sins by the atoning blood of Christ long before that blood was shed and at a time when God’s people were required to rely upon the animal sacrifices of the Law for atonement of sins?

A number of books in The Book of Mormon are dated before the coming of Christ, but they repeatedly talk about Jesus Christ, his sin-atoning sacrifice, his resurrection, his baptism in water, the baptism by the holy spirit, the salvation of man through Christ and the need of exercising faith in him in order to be saved. These things are mentioned with the great frequency that marks literary works produced after Jesus was killed and resurrected. Such statements about him become anachronisms in the time setting given them by The Book of Mormon. Being out of time-order, they conflict with the Bible, which places similar statements after Christ, not before his coming.

The Book of Mormon boldly asserts that God and Christ are one God. Alma 11:38, 39 says: “Now Zeezrom saith again unto him: Is the Son of God the very Eternal Father? And Amulek said unto him: Yea, he is the very Eternal Father of heaven and of earth.” Mormon 7:7 speaks about singing praises “unto the Father, and unto the Son, and unto the Holy Ghost, which are one God, in a state of happiness which hath no end.” The Book of Mormon has Jesus Christ flatly saying, at 3 Nephi 11:14, “I am the God of Israel, and the God of the whole earth, and have been slain for the sins of the world.”

But are you able to find such trinitarian sayings somewhere in the canon of the Bible? You may take any Roman Catholic Bible and even there you would not find any reference to a tri-une God in the Bible text itself?

Jesus Christ never claimed to be the “God of the whole earth” or the “God of Israel” or to be the “Creator of all things”. He always was very clear when he did miracles, that it was not he who did it whit his power, but His Father who authorised to do these actions in His name. Jesus was also clear in letting to know the people that they did not have to honour him, but that they should only give honour to the Only One God, his Father who is in heaven.

On this point The Book of Mormon contradicts the Bible. Instead of saying that the Father and the Son are one God, the Bible reveals the son as the person given by the force of God, placed in the womb of a young virgin. This man was to be the one who still had to come in the time of Moses and Jacob. It was a man who was going to die while God can not die. Though for Joseph Smith God  is also a man, while the Bible clearly tells us God is a spirit.

“God is a glorified and perfected man, a personage of flesh and bones. Inside his tangible body is an eternal Spirit (see D&C 130:22).” – p. 6, Gospel Principles, published by the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, 1979 ed.

“The exact nature of the Holy Ghost – how He can be a personage of spirit dwelling in a spirit body – is not fully comprehended by mortal men. But we can understand that the Father and the Son are glorified men in whose image Adam was made. We can understand that they are separate individuals, physically distinct from each other, and, by considering certain statements found in the Bible, we can understand that both God the Father and His Son Jesus Christ have glorified resurrected bodies of flesh and bones. We read in Holy Writ: ‘And this is life eternal, that they might know thee the only true God, and Jesus Christ, whom thou hast sent.’ (John 17:3).” – p. 92, Why I Believe, G. E. Clark, 1952, Foreword by Mormon Apostle John A. Widtsoe.

“god [is] a spirit, and they who worship him must worship in spirit and in truth.” (John 4:24 MKJV)

Joseph Smith also used the name “Jehovah” more frequently than most members of “traditional” Christendom today.  He also puts a lot of importance on the name of a person. It would appear, then, that he recognized the importance of that personal name of the Creator of the universe as welll. And, although he often publicly acknowledged the personal name “Jehovah” (e.g. D&C 109:34, 42, 56, 68), he did not present “Elohim” as being a name, but being a title. (What it is.)  He  properly translated that Hebrew word or title (but not personal name) as “God” or “god”!

IF, as present day Prophets of the LDS Church teach, “elohim” really is the personal name of God, the Father, then Joseph Smith’s virtually ignoring it would have been a terrible error!

Jesus did find an end to his life on the wooden stake.  Jesus had also been clear that when he would return to the earth it would be at a moment he did not know yet, because only his Father knew. And that return would mean the End of Times.

So when Jesus would also have been in the United States, that would have meant the beginning of the End Times, though we are still in that time of tribulation.

Jesus is according the Bible also less than his Father and subject to the Father, who is the Only One God, even after his ascension to heaven. This is shown at 1 Corinthians 15:28, “But when all things will have been subjected to him, then the Son himself will also subject himself to the One who subjected all things to him, that God may be all things to everyone.”

Jewish liturgy was fulfilled in Jesus. The apostles wrote their accounts to show Jesus as the fulfilment of the Jewish faith, so that stories of Jesus would parallel the Old Testament accounts already used in the synagogues.

Rather than claiming to be God in the flesh, Jesus Christ pointed out his dependence upon the Father and his inferiority to him by saying: “I cannot do a single thing of my own initiative; just as I hear, I judge; and the judgement that I render is righteous, because I seek, not my own will, but the will of him that sent me.” (John 5:30).

There have been thousands of changes over the years in all of the LDS “Scriptures.” The Book of Mormon (BOM), for example, has suffered about 4000 changes since it was first published in 1830. Some of these changes that we will examine were major changes. The vast majority, however, were spelling/grammar/punctuation corrections.

Even these “minor” errors are significant. One of the special “Three Witnesses” for the BOM, Martin Harris, testified that the words which appeared on the “seer stone,” which Joseph Smith claimed to use to translate the golden plates into the BOM, wouldn’t even “erase” from that stone until they had been correctly written down on paper! {2}

It can be tempting to take the Book of Mormon just as an other Bible translation (as it is sometimes presented). People can find a lot of lengthy quotations from the Authorized Version in it. But several of the words, according to Smith would have been said in North America. For example, 3 Nephi 12:3-18, 21-28 and 31-45 are practically identical, verse for verse, with Matthew 5:3-18, 21-28 and 31-45 in the Authorized Version. This will also be found true when comparing 3 Nephi 13 with Matthew 6 as well as 3 Nephi 14 with Matthew 7. The type of similarities that comparison of these passages reveals would not have existed if Jesus had truly repeated these things to another people and they were written by different writers in a different language.

Many of Jesus’ statements recorded in the Bible can be found liberally sprinkled throughout The Book of Mormon, from those parts dated nearly 600 years before his birth to those dated over 400 years after his birth. What Jesus said about his sheep at John 10:9, 14, 16 is found, in part, at 1 Nephi 22:25, dated 588 years before Christ. Alma 31:37 uses Jesus’ words at Luke 12:22, although this book is dated 74 years before his birth. Jesus’ well-known expression at Matthew 16:19, where he tells Peter: “Whatsoever thou shalt bind on earth shall be bound in heaven: and whatsoever thou shalt loose on earth shall be loosed in heaven,” is found at Helaman 10:7, which says: “Behold, I give unto you power, that whatsoever ye shall seal on earth shall be sealed in heaven; and whatsoever ye shall loose on earth shall be loosed in heaven.” This is dated twenty-three years before the birth of Jesus. It should be of interest to mention here that what Peter said about Jesus at Acts 3:22-25 appears, with the exception of a few alterations, at 3 Nephi 20:23-25, as words that Jesus was supposed to have said A.D. 34 to people in North America, but its close resemblance to the Authorized Version of the Bible identifies its source.

Joseph Smith’s teachings indicate the so-called “lost” 10 tribes (which include the tribe of Ephraim) are still off in some unknown, isolated location in the far north (see Doctrine and Covenants Commentary, pp. 843, 844) – Therefore, modern Europeans and Americans are not their descendants.

The Church also establishes a connection for the Deaf between Nephites and Lamanites and American Indians. If limited geography theories of the Book of Mormon are correct, this connection may be unfortunate, particularly as it comes from a more official source than the hand motions that go along with “Book of Mormon Stories.”

Trent Stephens explains the difficulties with recent DNA-based criticisms (PDF). Ralph Olsen proposes a Malay setting for the Book of Mormon (PDF). (But in that case, what are we to make of the prophesied Columbus figure, etc.?)

Worth to compare:

Inclusive Exclusive

The Garden of Eden and the places where Adam offered sacrifices were placed in Missouri by Joseph Smith’s teaching which is also not according the Old writings to be found in the Middle East.  ( Adam will return to Missouri,at and near Adam-Ondi-Ahman according to Doctrine & Covenants 116 .)

However global the Church may be today, it certainly started out very America-centered, and retains much of that America-centeredness.

The American people may find in George Romney the “real American” though polygamy is the reason  he was born in Mexico.

+

“Let Us Reason” went deeper into the bible versus Mormon Book, but because it is not available any  more, we would like to recommend the reading of this article on Fromthesunrising’s Blog  The Book Of Mormons . also find some more writings in Reasoning From Scripture on the LDS.

++

Please do read:

  1. LDS’ God (“Elohim” & “Jehovah”)
  2. LDS’ change: Changing God’s Inspired Word
  3. Stick of Judah and Stick of Ephraim (or Joseph) – Ezekiel 37
  4. The Bible vs. the Book of Mormon
    Why I Believe, by Mormon writer George Edward Clark, pp. 122-123 states:“Now, if Joseph Smith were a false prophet, an impostor, and wrote the Book of Mormon himself, quoting verbatim whole chapters from the Bible, he would have been inconsistent with his teachings, for in his eighth Article of Faith he said, ‘We believe the Bible to be the word of God as far as it is translated correctly.’ Therefore, since he implied that our present King James version of the Bible is not all translated correctly, it is evident he would not copy what he professed was a mistranslation and embody that copy in a book which he purported to be a true record. The wording of those chapters, particularly the second chapter of Isaiah, differs greatly in the two books – one passage from each will suffice to illustrate:“‘And the mean man boweth down, and the great man humbleth himself: therefore forgive them not.’ (Isaiah 2:9)“‘And the mean man boweth not down, and the great man humbleth himself not, therefore forgive him not.’ (Book of Mormon – 2 Nephi 12:9)“It will at once be apparent that the latter translation has more clarity, is more consistent with itself, and bears witness of the fact that Joseph Smith did not copy the passage from the Bible, but suggests he translated it from God-inspired ancient records” – Bookcraft, Inc., Salt Lake City, 1952.

+++

  • Being Human (dougsdeepthoughts.wordpress.com)
    I am a Mormon. By that, I mean that I am a member of the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints. That’s the church that has drawn a whole heckuva lot of attention lately thanks to prominent members like Mitt Romney, Jon Huntsman, Jr., Harry Reid, and Bryce Harper. A lot of misconceptions are being cleared up thanks to all of this attention…people are finding out that we don’t have five wives, worship Joseph Smith, sacrifice animals in our temples, etc. People are finding out that Mormons are, in many ways, just average people who believe that God is still speaking to His children.
    +
    So as you continue to see more about Mormonism in the news, please remember that we are proud of our most faithful members…but at the same time, remember that we are human too.
  • The Brain Eating Cult of Mormonism (theageofblasphemy.wordpress.com)
    “The precipitous mountain pass that led the [Mormon] pioneers down into the Salt Lake Valley and still is the route of access from the east on Interstate 80, was first explored by my great-grandfather, Parley P. Pratt,” Mitt Romney cheerfully writes in “Turnaround,” the airport bookstore leadership manual he wrote in 2004 while governor of Massachusetts.
    +
    some Mormons have a tendency to compare themselves to the Jews — members of the church even refer to non-­Mormons as “Gentiles.” (“I understood a little better what my Jewish friends encounter,” Romney writes in “Turnaround,” after receiving anti-­Mormon hate mail.)
    +
    The Mormonism of the 19th century bears little resemblance to Mitt Romney’s Mormonism. Mitt Romney’s Mormonism is the impossibly cheery “Donny and Marie” variety, not the armed apocalyptic homesteading cult member variety. Tolstoy — referring to the scrappy/crazy 19th century version — called Mormonism “the American religion,” and he decidedly did not mean that as a compliment. But the modern church still deserves the title. It’s the Coca-­Cola religion, with a brand that denotes a sort of upbeat corporate Americanness, considered cheesy by elites but undeniably popular in pockets of the heartland and abroad.
  • Richard Mouw, Evangelical Leader, Says Engaging Mormons Isn’t Just About Being Nice (huffingtonpost.com)
    Richard Mouw never intended to start a riot within the evangelical community by saying his fellow believers had “sinned against Mormonism.” But that’s exactly what happened.
    +
    Today, evangelicals have been forced to confront their views of Mormonism even more directly and publicly because of Mitt Romney’s presidential campaign.In October, Dallas pastor Robert Jeffress, a Southern Baptist, called Mormonism a cult and said he therefore would never vote for a Latter-day Saint. Since Romney presumably secured the Republican nomination, Jeffress reluctantly admitted he would vote for Romney over Obama, because of the Mormon candidate’s stance on abortion.
  • Now that Romney is invoking Mormonism to woo voters, isn’t it time we had a frank discussion about Mormonism? (americablog.com)
    Why is discussing Mitt Romney’s Mormonism off limits when Mitt Romney is using his Mormonism to woo evangelical voters?  Either his being a Mormon is relevant or it’s not; it’s off limits, or it’s not.  It’s clearly not off limits to Mitt Romney.
  • ‘Sister Wives’ Speak On Romney, Hanukkah And Practice Of Polygamy (huffingtonpost.com)
    With Gov. Romney the clear favorite to win the Republican nomination, the question of a Mormon president in the White House will be a hot topic this election season. One of the most prominent displays of Mormonism is TLC’s popular reality show “Sister Wives,” in which an openly polygamist, Fundamentalist Mormon family shares their life and faith with the world.While The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints has officially rejected polygamy, the Brown family openly continues with the practice.
  • Mormons gird for campaign (staradvertiser.com)
    As 20,000 Mormons streamed from the church conference center, a ragtag group of protesters stood across the street shouting that the Latter-day Saints were going to hell. Mormon families, who had gathered here for two days of speeches and spiritual guidance called General Conference, ignored the hecklers or laughed and kept walking.
    +
    The Latter-day Saints have been running a multimillion-dollar series of ads, called “I’m a Mormon,” since 2010, to dispel stereotypes by telling the stories of individual Mormons. To avoid any appearance that the ads were meant to help Romney, the church didn’t buy ad time in Iowa and some other markets with early primaries, said Michael Purdy, an LDS national spokes­man. At the General Conference last month, led by the highest authorities of the church, there was no mention of the election across the pulpit.
  • Romney, Mormons brace for mean campaign (kshb.com)
    Organized in 1830, Latter-day Saints were persecuted from their earliest days for their doctrine and support for polygamy, which Mormons renounced in 1890. A mob assassinated founder Joseph Smith in 1844, sending Mormons fleeing into the unsettled Mountain West. Theological differences with other faith groups — about scriptures, the nature of God and heaven — provided fodder for anti-Mormon bias over the years. Christian groups challenged the Mormon assertion that the church is part of traditional Christianity. One such group, the Utah Lighthouse Ministry, operates just a few miles from Temple Square, the Salt Lake City complex at the heart of the faith.

  • Romney, Mormons brace for a mean political season (hosted.ap.org)
    even with a resilience built over nearly two centuries as outsiders, church members are anxious about what’s ahead. Republican Mitt Romney is about to become the first Mormon nominee for U.S. president on a major party ticket. That will give them a chance like no other to explain their tradition to the public, but the church’s many critics will have a bigger platform, too. And the vetting will take place amid the emotion of what may well be a nasty general election.
    +
    “People who have opposed Mormonism forever will use this as an opportunity,” said Robert Millet, a religion scholar at Brigham Young University who co-founded a pioneering evangelical-Mormon dialogue. “I don’t know if we’re ready for this kind of deluge.”
    +

    Steve Shaw, a political scientist at Northwest Nazarene University and co-author of “The Presidents and Their Faith,” compares this election to the 1960 campaign of John F. Kennedy, who confronted religious bias to become the first Roman Catholic president. Kennedy’s election marked a move for Catholics more firmly into the American mainstream, a potential shift for Mormons as well in 2012. When Romney became the presumptive nominee last month, the liberal-leaning Mormon blog, “By Common Consent,” posted an article titled, “Excited about Romney, Despite Myself.”

    “If Mr. Romney is elected, when he is sworn into office in January 2013, the history of Mormonism in this country clearly would enter a new chapter,” Shaw said.

  • Romney, Mormons brace for a mean political season (boston.com)
    Christian groups with a competing emphasis on evangelizing worry about a flood of Mormon converts if Romney prevails over President Barack Obama. With 14.4 million members, the church is among the fastest-growing in the world, supported by a full-time missionary force of about 55,000 young people.
  • Romney, Mormons brace for a mean political season (kansascity.com)
    “I honestly look forward to having the public see an LDS member live life in full public view,” said Alison Moore Smith, a Mormon Republican from Lindon, Utah, and founder of the blog MormonMomma.com. “While many (Mormons) are worried about the heightened scrutiny, most seem to have a ‘finally they will see what we’re really like’ attitude.”

  • Mitt Romney Already Trying To Convert Christians To Mormonism? (truelogic.wordpress.com)
    Mitt Romney stated about Paul Ryan’s budget that it was ” A Marvelous Work of Wonder”.  Mormons love the word “marvelous.” It was one of Joseph Smith’s favorite words.The bible used the word Marvelous 24 times while the book of mormon used it 50 times, yet the bible is almost 5 times larger than the book of mormon.
  • Mormons who fear Mitt – Mormon Church – Salon.com (mbcalyn.com)

    “I would not vote for him just because he is Mormon. I want to know what he is going to do for the people.  I want to see the compassion.”

    Gladys Knight is not voting for Mitt Romney. In a recent interview with BET the famed singer, herself a Mormon, said she wants to see the GOP front-runner “talk about something else besides the money.” Knight’s ambivalence about Romney is shared by at least a handful of her fellow Latter-day Saints.
    +
    Mormonism’s political monoculture may well be shrinking the gene pool of potential converts who will remain comfortable in LDS pews. To be relevant — that is, likable — in the 21st century, Mormons will need to find a way to appeal to a broader segment of American society: women, gays and even Democrats.

    Mitt Romney could make that effort more difficult.

  • Can A Cult Member Be President Without Cult Influence?(currentopinionsofnews.wordpress.com)Yes, it is my belief, as it is with many others, that The Church of Jesus Christ of Latter Day Saints is a cult.  I have had friends who were Mormons, and they (all Mormons) are as strange as Scientologists, Jehovah’s Witnesses, and any other cult you can think of.

    The question is–can Romney be President and lead without interference from the Mormon church and/or his religious beliefs?  I fear not.  As a cult member, Romney is heavily brainwashed, just like all cult members, and I fear their loyalties lie more with their cults than with our nation.
    +
    The new season of “Sister Wives” premiers on Sunday, May 13 at 9 p.m. EST.

     

  • LDSWatch.org Issues First “Dangerous” Rating for Novel, Declares Potential to Negatively Affect Mormon Candidates (prweb.com)
    LDSWatch.org tracks and assesses appearances of Mormons in popular fiction. Our “dangerous” rating means that the fictional content is both believable and provocative enough to alter people’s perceptions of Mormons. The novel End of Grace seems to instill or confirm suspicions that the Mormon Church is controlled by power hungry men who regularly resort to violent actions to advance church position. Readers could easily have their opinions of the Mormon Church and its people lowered. This in turn may well affect how they view and cast votes for Mormon political candidates.
Read Full Post | Make a Comment ( 3 so far )

Filippenzen 1 – 2

Posted on April 23, 2012. Filed under: Christen zijn en Christus volgen, Ecclesia, Jehovah יהוה YHWH JHVH God Elohim Yahweh Jahweh, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

StPaul ElGreco

De dienaar en apostel Paulus voorgesteld door El Greco rond 1608-1614

Het grootste deel van de Nieuwe Testament brieven (of epistels)van Paulus beginnen met zijn introductie van zichzelf als “Paulus, een apostel van Jezus Christus“.
Door te verwijzen naar zichzelf als een “apostel” onderlijnt hij het gezag waarmee hij schrijft – hij zegt dat hij een status heeft die door Jezus zelf aan hem is toegewezen. De brief aan de Filippenzen legt zo geen nadruk op zijn positie van autoriteit: hier stelt hij zich, naast Timothy als “slaven van Jezus Christus”. Slaven (dat is wat het woord “dienaars” of “dientknechten” in de praktijk betekent) waren in werkelijkheid aan de andere kant van het spectrum van de menselijke status van “apostelen”. Dus, voor mensen met een ernstige, onderzoekende geest, rijst de vraag waarom Paulusdeze beschrijving van zichzelf gebruikt in deze brief. En het is de inhoud van de brief die het antwoord levert op die vraag.

De brief is gericht aan een ecclesia (of ‘kerk‘ zo u wilt – het Nieuwe Testament verwijst altijd naar kerken en gemeenten van de gelovigen, en niet naar de gebouwen waar zij bijeenkwamen), die werd opgericht door Paulus (de vroegere Saul van Tarsus) tijdens zijn eerste bezoek aan ‘Europa’ zoals beschreven in Handelingen hoofdstuk 16. En het is heel duidelijk dat die ecclesia een speciale plaats in Paulus ‘genegenheid had – lees  maar Filippenzen 4:13-18 om te ontdekken hoeveel hij hun praktische steun voor hem op prijs stelde, toen hij vertrokken was en verder ging naar Thessalonica. Ze waren een liefdevolle groep mensen, en natuurlijk hield hij ze hoog in aanzien. Maar alles was niet goed, en eerder in hoofdstuk 4 horen we over 2 van de vrouwelijke leden van de ecclesia, die niet steeds goed met elkaar konden opschieten- duidelijk was er iets gebeurd dat resulteerde in het niet meer met elkaar omgaan. Hij dringt er bij hen op aan om “van dezelfde geest in de Heer” te zijn – een eenvoudig oproep, maar één die een taal gebruikt die ons terugbrengt naar het eerste deel van de brief.

In het eerste of openende hoofdstuk is de nadruk die Paulus hecht aan hen als een verenigde groep mensen of congregatie, het vermeldenswaard – merk het aantal keren dat hij het woordje “alle” gebruikt ; 6 keer in dat 1ste hoofdstuk. Onvermijdelijk waren er verschillen die die eenheid uitdaagden zoals we al zagen in hoofdstuk 4, maar hij begint door het benadrukken van het ideaal. En dan in hoofdstuk 2 zal hij voor hen en voor ons de basis waarop eenheid van doel en actie kan worden bereikt definiëren  – door zich individueel verenigd te hebben met Jezus Christus. Kijk naar vers 2:

“Voldoe aan mijn vreugde door als gelijkgezinden te zijn, met dezelfde liefde, die van één akkoord, één van geest”. of: “maakt dan mijn vreugde volkomen door eensgezind te zijn, de onderlinge liefde te bewaren, en eenstemmig hetzelfde na te streven;” (Filippenzen 2:2 CANIS)

Gelijkgezinden of eensgezinden zijn zij die van een gelijkaardig denken zijn of een eenheid van denken hebben.

“maakt dan mijn blijdschap volkomen door hetzelfde te bedenken, terwijl u dezelfde liefde hebt, eenstemmig bent, het ene bedenkt.” (Filippenzen 2:2 TELOSNT)

“maakt dan mijn vreugde volkomen door uw eenheid van denken, uw eenheid in de liefde, uw saamhorigheid en eensgezindheid.” (Filippenzen 2:2 WV78)/“maak mijn vreugde dan volledig door uw eenheid van denken, uw eenheid in de liefde, uw saamhorigheid en eensgezindheid.” (Filippenzen 2:2 WV95)

Die eenheid van denken haakt terug in op de aanhaling in hoofdstuk 4, maar zal ook terug naar boven komen in hoofdstuk 2 vers 5: “Die gezindheid moet onder u heersen die ook in Christus Jezus was:” (Filippenzen 2:5 WV95) / “d Laat daarom die gezindheid in u zijn, die ook in Christus Jezus was, {d #Mt 11:29 Joh 13:15 1Pe 2:21 1Jo 2:6}” (Filippenzen 2:5 HSVNTPS)

Een geestesgesteldheid, gezindheid of gevoelen die gemeenschappelijk is, maar eveneens in Christus Jezus.

Laten we nu zien wat Paul ons zal zeggen over de “geest” van Christus = zijn houding / opvatting/zienswijze/visie/ karakter. Hij vertelt ons dat Jezus “in de gestalte van God” was. Voor de meerderheid van de christenen wordt hierin de bevestiging gezien dat Jezus en God één zijn in persoon en wezen of substantie – de alom geloofde of wijdverspreide leer van de Drie-eenheid. Maar deze tekst zegt niet dat Jezus God was – alleen dat hij in de vorm van God was en daarna werd geopenbaard in “de vorm van een dienstknecht” (v7).

“heeft Hij toch er Zich van ontdaan, door de gestalte aan te nemen van een slaaf en gelijk te worden aan de mensen.” (Filippenzen 2:7 CANIS)

In feite ontkent het expliciet de fundering van de Drie-eenheid of Heilige Drievuldigheid, omdat het zegt dat Jezus niet ‘greep naar gelijkheid met God’. Hij kwam om mannen en vrouwen te laten zien hoe God is  – neem bijvoorbeeld Johannes 14:8-9 – waar hij expliciet stelt dat zijn Vader groter is dan hij.

“Gij hebt gehoord, dat Ik u zeide: Ik ga heen, maar Ik kom tot u terug. Zo gij Mij liefhad, zoudt gij u verheugen, dat Ik naar den Vader ga; want de Vader is groter dan Ik. —” (Johannes 14:28 CANIS)

(Merk ook dat hij niet zegt dat hij terug gaat naar waar hij vroeger was om terug zijn plaats als Vader in te nemen, maar dat hij terug naar die persoon, die Vader is, gaat.)

Jezus ‘missie was om een dienst uit te voeren voor het menselijk ras, die alleen zou kunnen worden gedaan door iemand die volledig zou kunnen geïdentificeerd worden met de mensheid in alle opzichten. Lees Mattheüs 20:25-28 voor de bevestiging van hoe Jezus zijn eigen rol begreep. En zie hoe die houding van de dienst wordt toegelicht in het incident opgenomen in Johannes 13:1-10 waar Jezus  de voeten wast van zijn leerlingen – een taak normaal gesproken gedaan door de slaaf van het huishouden!

“Maar Jesus riep hen naar Zich toe, en sprak: Gij weet, dat de vorsten over de volkeren heersen, en dat de rijksgroten ze hun macht laten voelen. Zo moet het niet zijn onder u; maar wie onder u groot wil worden, moet uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil wezen, moet uw knecht zijn. Ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en zijn leven te geven tot losprijs voor velen.” (Mattheüs 20:25-28 CANIS)

“Het was nu daags voor het paasfeest. Jesus wist, dat zijn uur was gekomen, om uit deze wereld naar den Vader te gaan. Had Hij de zijnen liefgehad, die in de wereld waren, thans had Hij hen lief ten einde toe. Het avondmaal was begonnen; en reeds had de duivel Judas, zoon van Simon Iskáriot, het plan ingeblazen, om Hem te verraden. Hoewel Jesus wist, dat de Vader Hem alles in handen gesteld had, en dat Hij van God was uitgegaan en tot God zou wederkeren, stond Hij toch van tafel op, legde zijn klederen af, nam een linnen doek, en omgordde Zich daarmee. Dan goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der leerlingen te wassen en af te drogen met de linnen doek, waarmee Hij omgord was. Zo kwam Hij ook bij Simon Petrus. Maar deze zeide tot Hem: Gij Heer; wast Gij mij de voeten? Jesus antwoordde hem: Wat Ik doe, begrijpt ge nu nog niet; maar later zult ge het inzien. Petrus zeide Hem: Nooit in der eeuwigheid zult Gij me de voeten wassen. Jesus antwoordde hem: Zo Ik u niet was, hebt ge geen gemeenschap met Mij. Simon Petrus zei Hem: Heer, dan niet mijn voeten alleen, maar ook mijn handen en mijn hoofd. Jesus sprak tot hem: Wie een bad heeft genomen, behoeft zich niet te wassen, maar hij is rein geheel en al. Ook gij zijt rein, maar niet allen.” (Johannes 13:1-10 CANIS)

Er is een interessant incident opgenomen in Mattheüs 12:15-21, waar Jezus, die wonderen van genezing had verricht vervolgens de begunstigden verzoekt dat van zijn helende aanraking niet publiekelijk zal bekend gemaakt worden. Daarna volgt een uitgebreid citaat uit Jesaja 42, waar God  profetisch verwijst naar de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd door Jezus als ‘dienaar van God’, hij was zijn unieke status als de Zoon van God niet te staan te schreeuwen vanop de daken, maar moest rustig verder gaan over zijn werk van de prediking van het evangelie – het goede nieuws over het koninkrijk van God beschikbaar voor zowel Joden als heidenen (= niet-joden). Dat was het werk van Gods “dienaar“. En wat Jezus heeft bereikt, is:

Overwinning over de zonde – hij werd verleid om te zondigen, zoals wij, maar hij gaf nooit toe aan de verleiding – hij was zonder zonde (Hebreeuwen 4:15)

“Want we hebben geen Hogepriester, die onze zwakheden niet meevoelen kan, maar Eén, die bekoord werd geheel op dezelfde wijze als wij, behoudens de zonde.” (Hebreeën 4:15 CANIS)

Overwinning op de dood – hij stierf zonder de dood te verdienen, waardoor hij het recht verwierf te worden opgewekt uit de doden, en een hoop te creëren van  van de opstanding uit de dood voor anderen, met hem verbonden (Handelingen 2:22-24, 1 Kor 15:20-23)

“Mannen van Israël, hoort deze woorden: Jesus van Názaret, een man, voor wien God bij u heeft getuigd door krachten en wonderen en tekenen, welke God, zo gij weet, door Hem in uw midden verrichtte: Hem hebt gij overgeleverd naar het vaste raadsbesluit en de voorkennis Gods, en door de hand van heidenen aan het kruis geslagen en gedood. Maar God heeft Hem opgewekt, en verbroken de strikken van de dood; daar het niet mogelijk was, dat deze Hem vasthield.” (Handelingen 2:22-24 CANIS)

“Maar neen, Christus is van de doden verrezen, als Eersteling onder hen, die ontslapen zijn. Want omdat door een mens de dood is gekomen, daarom ook is door een Mens de opstanding der doden. Zoals allen immers sterven door hun gemeenschap met Adam, zo zullen ook allen door hun gemeenschap met Christus herleven. Maar iedereen naar eigen rang. Christus als Eersteling; dan zij, die Christus toebehoren bij zijn komst.” (1 Corinthiërs 15:20-23 CANIS)

Filippenzen 2 wordt een overzicht van alles wat Jezus bereikt heeft, niet door te wijzen op zijn legitieme status als de Zoon van God, maar door het maken van zijn leven tot een uitgebreide daad van dienstbaarheid. Hij “werd gehoorzaam tot in de dood, ja de dood van het kruis”. De enige andere plaats in het Nieuwe Testament waar de gehoorzaamheid van Jezus wordt genoemd is Hebreeën 5:8 die, weer zijn titulaire aanspraken terzijde schuift om zijn prestaties te benadrukken: “Al was hij een zoon, heeft hij gehoorzaamheid geleerd door de dingen die hij heeft geleden”.

“ofschoon Hij bovendien zelfs de Zoon was, heeft Hij toch door zijn lijden de gehoorzaamheid geleerd,” (Hebreeën 5:8 CANIS)

“Filippus zei Hem: Heer, laat ons den Vader zien; dan zijn we tevreden.” (Johannes 14:8 CANIS)

Iemand die co-gelijk en mede-eeuwig is met God kan niet ‘gehoorzaamheid leren ‘ – alleen iemand die volledig het ervaren van de dagelijkse realiteit van de menselijke natuur ondergaat. Hetzelfde punt wordt gemaakt in de manier waarop de passage in Filippenzen 2 concludeert: omdat Jezus de rol aanvaardde gedefinieerd voor hem door God als een dienaar:

Ut in nomine Jesu Gesu Rome

Cartel met het opschrift "Ut In Nomine Jesu omne genu flectatur coelestium, terrestrium et infernorum" ("opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, van dingen in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde" Filippenzen 2: 10) door Antonio Raggi en Leonardo Retti naar een ontwerp van il Baciccio. Vault van de Kerk van Gesù, Rome.

“Maar daarom dan ook heeft God Hem verheven en Hem de Naam gegeven hoog boven alle namen, opdat in de Naam van Jesus iedere knie zich zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde,” (Filippenzen 2:9-10 CANIS)

Jezus kon niet verheven worden door God, als hij al gebruik maakte van de status van de co-gelijkheid met God. (Als God zijnde zou hij trouwens al de meest verheven persoon zijn en behoorde alles reeds aan hem toe en zou het hem toe blijven behoren.) De Vader is altijd groter geweest dan de Zoon, en zal altijd zo zijn (zie 1 Korintiërs 15:28).

“Zodra dus alles aan Hem onderworpen is, zal ook de Zoon Zichzelf onderwerpen aan Dengene, die alles aan Hem onderwierp, opdat God zij: Alles in allen.” (1 Corinthiërs 15:28 CANIS)

Jezus heeft nu op een prachtige status verworven door zijn vrijwillige onderwerping aan de wil van zijn Vader: hij is aan de rechterkant van zijn Vader aan het wachten op instructies om naar de aarde terug te keren en het te verfraaien door deze te vullen met de kennis van Gods heerlijkheid (Num 14: 21, Jesaja 11:9, Habakuk 2:14, 2 Korintiërs 4:6), of in de woorden van Filippenzen 2:11:

“en alle tong zal belijden: Jezus Christus is Heer!, tot glorie van God de Vader.” (Filippenzen 2:11 NB)

“niettemin, zowaar ik leef en glorie van de ENE al het land vervult:” (Numeri 14:21 NB)
“Ze zullen geen kwaad doen en geen verderf stichten op heel de berg van mijn heiligdom,- want vervuld zal het land zijn van kennis van de ENE, zoals wateren die de zee overdekken. •” (Jesaja 11:9 NB)
“Want de aarde moet worden vervuld van kennis van glorie van de ENE,- zoals wateren de zee overdekken. ••” (Habakuk 2:14 NB)
“Want de God die gezegd heeft ‘uit het duister zal licht schijnen’, {#Ge 1:3} is het die heeft geschenen in onze harten,- tot verlichting met de kennis van Gods heerlijkheid in het aangezicht van Christus.” (2 Corinthiërs 4:6 NB)

Geen verrassing, dan dat Paulus zichzelf moet introduceren als een dienstknecht van Jezus Christus - het delen in het werk van de dienstverlening aan hen die God wil redden. En we kunnen nu goed voorstellen dat de 2 dames in Filippi, die ‘moeders mooiste niet waren’ nu begrijpen dat als ze beide proberen om de geest van Christus te ontwikkelen en te manifesteren dat zij dan onvermijdelijk moeten worden verzoend met elkaar om deel te nemen in het werk van de kerkelijke dienst.

“De genade van de Heer Jezus Christus zij met u allen.” (Filippenzen 4:23)

Steve Weston

Origineel: Philippians 1 – 2

vertaling en additionele nota’s door Marcus Ampe

Aansluitend op:  Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen  Dienaar van zijn Vader, Slaaf voor mens en God & Een Messias om te Sterven

Franse versie / Version Française: Philippiens 1 – 2

+

U kan verder artikelen vinden over volgende onderwerpen uit dit artikel:

Over Éénheid van God en Christus:

  1. Monothelitism
  2. Rond God de Allerhoogste
  3. Eigenheden aan God toegeschreven
  4. Geloof in slechts één God
  5. Rond Jezus
  6. Eigenheden aan Jezus toegeschreven
  7. Jezus zoon van de Allerhoogste God
  8. Geloof in Jezus Christus
  9. God, Jezus Christus en de Heilige Geest
  10. Heilige Drievuldigheid of Drie-Eenheid
  11. Is God Drie-eenheid
  12. God versus goden
  13. 95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #3:14-25 Wie God in zijn Eenheid wil loven, moet mediteren over zijn Drieheid.
  14. 95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #8:64-75
  15. 95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #11: 86-95
  16. 95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #12 Om te herinneren #1 God de Vader Men heeft een hiërarchie in de hemel. Wie God liefheeft, moet de Drie-eenheid opgeven, of als eerste aanzet, vraagtekens durven plaatsen.
  17. 95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #12 Om te herinneren #3 Betreft Jezus C Jezus is niet God. God redt door middel van zijn in Maria verwekte zoon.
  18. Niet goddelijkheid van Christus toch
  19. Reflectie van God
  20. De rol van de Vader en zijn Zoon
  21. Wie zijt Gij, Here?
  22. Geest van aanneming waarbij wij roepen Abba, Vader
  23. Jezus doet het goede werk via Zijn Vader
  24. God versus goden
  25. Redenen dat Jezus niet God is
  26. Bedenkingen Beeld van God
  27. Bedenkingen Het Begin Joh 1
  28. Bedenkingen Verwarring tussen Jezus en God
  29. Bedenkingen Wie was er bij de Schepping
  30. Gods hoop en onze hoop
  31. Jezus Bemiddelaar tussen God en Mens
  32. Hij is de Zoon van God
  33. Hij die zit aan de rechterhand van zijn Vader
  34. Afstraling van God’s Heerlijkheid of Afstraling van Gods heerlijkheid
  35. Reflectie van God
  36. Geloof voor God aanvaardbaar
  37. Wat te vinden in de Bijbel

Over Jezus de Zoon en Knecht van God en de Knecht der mensen:

  1. Een man die de geschiedenis van het mensdom veranderde
  2. Jezus Christus is in het vlees gekomen
  3. Yahushua, Yehoshua, Yeshua, Jehoshua of Jeshua
  4. Heer, Yahuwah, Yeshua of Yahushua
  5. Jezus Christus, Messias, Heer, maar niet God
  6. Hij die gezonden is naar de aarde
  7. Christus verwekt door de Kracht van de Heilige Geest
  8. Man van Nazareth
  9. Jezus zoon van God
  10. Christus Jezus: de Zoon van God
  11. Christelijke Overdenking: Jezus zoon van God
  12. Jezus had het nodig om gezegende woorden van zijn Vader te horen
  13. Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper

  14. Johannes 1:18 wat zegt de Bijbel: Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen.
  15. Is Jezus of Yeshua de beloofde Verlosser, de Messias?
  16. Jezus van Nazareth #1 Jezus Geboorte
  17. Met wie kan je hem vergelijken
  18. Jezus’ mirakelen voldoende om zijn identiteit te bewijzen
  19. Christus kennen is zin geven aan het leven
  20. De Knecht des Heren #1 De Bevrijder
  21. De Knecht des Heren #2 Gods zwaard en pijl
  22. De Knecht des Heren #3 De Gewillige leerling
  23. De Knecht des Heren #4 De Verlosser
  24. De Knecht des Heren #5 De Gezalfde gezant
  25. Jezus van Nazareth #2 De zoon van Maria
  26. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  27. Jezus van Nazareth #4 Die geen zonde gedaan heeft
  28. Jezus van Nazareth #5 Zijn Unieke persoonlijkheid
  29. Jezus van Nazareth #6 Zijn unieke macht
  30. Jezus van Nazareth #7 Zijn Leven van gebed
  31. Voormenselijk bestaan Jezus: goddelijkheid
  32. Voormenselijk bestaan Jezus #2: waar Hij tevoren was
  33. Voormenselijk bestaan Jezus #3 gekomen uit de hemel
  34. De Onschuldige
  35. Het Beschreven Lam
  36. Lam van God #3a Schristus stierf als onschuldig Lam
  37. Lam van God #3c Christus stierf als onschuldig Lam NT teksten
  38. De Leidsman van geloof
  39. Toewijding van Jezus
  40. Lezen wat er staat geschreven
  41. Vrijheid in Christus #1 Onder de Wet
  42. Vrijheid in Christus #2 Hij die kwam
  43. Jezus de zondaar Jesus a sinner
  44. Gewond voor onze fouten
  45. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  46. Hoe heeft Jezus zulk een plezier voor God gedaan
  47. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #5 Voorafschaduwing
  48. Wees niet bang, er is goed nieuws want een redder is geboren
  49. Christus koning
  50. Geheime of publieke terugkeer van Jezus
  51. Christus wederkomst
  52. Priesterschap van Christus

Omtrent Dienen & Dienstbaarheid:

  1. Dienaar in de gegeven genade
  2. Kies niet onjuist te zijn, omwille van verschillend te wezen
  3. Probeer vooruit te rijden in plaats van achteruit
  4. Laat mij anderen van harte dienen
  5. De Kern van God dienen
  6. 1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.
  7. Kleine kudde en beleidvolle slaaf

Als Christus worden:

  1. Toewijding van ons
  2. Christus niet bezitten
  3. Focussen op Christus
  4. Relatie tot Christus
  5. Relatie tot God
  6. Relatie tot medemens
  7. Zorg dragen om als Christus te worden
  8. Mannelijke en vrouwelijke rol in Christus
  9. Hoe ons te gedragen
  10. Niet houden van dat soort Christenen
  11. Liefde voor Jezus Christus
  12. Laat mij kiezen voor eerste-belang-dingen
  13. Christus winnen, Jehovah vertrouwen
  14. Zij die Christus willen nadoen
  15. Werking van de hoop
  16. Slag om waardigheid in zuivere natuur
  17. De Wet van de Liefde, basis van alle instructies
  18. Christus kennen is zin geven aan het leven
  19. De Bijbel onze Gids #3 de Toekomst van de Rechtvaardigen #1
  20. Eén met Christus, één met elkaar
  21. Eén met Christus, verschillend met of van elkaar
  22. Studiedag: Gods indringende boodschap #3 Met Christus gestorven en opgewekt
  23. Halfslachtig leerlingschap
  24. Niet allen zullen het Koninkrijk beërven
  25. To belong to Christ= Christus toebehoren

Lees omtrent de vereniging van Christenen of de Gemeenschap van Christenen:

  1. God navolgen of de wereld?
  2. Hoop eerste christenen
  3. Christus toebehorenden
  4. Toebehoren
  5. Één met Christus
  6. Eén met Christus, één met elkaar
  7. Vrijwilligheid van het Christen zijn
  8. Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.
  9. Zuivering voor allen
  10. Verlossing voor Gods volk
  11. Gericht op God
  12. Gericht op Jezus
  13. Al of niet verenigen
  14. Verenigen
  15. Eenheid is heelheid
  16. Eenheid in Jezus en Jezus in ons en God in hem
  17. Theologen over toekomst Christelijke Eenheid
  18. Leden in het lichaam van Christus
  19. Welk deel van het lichaam ben jij
  20. Eén wereld één belofte
  21. Broers en broeders
  22. In elkaar zijn
  23. Munt u uit in het Werk van de Heer
  24. Bedenkingen Jood of Christen zijn
  25. Actualiteit Christelijk enthousiasme kan camouflage zijn
  26. Verenigd door Christus
  27. Bijbelonderzoek Inleiding Navolgers van Christus
  28. Verzamelen of Bijeenkomen & De Ecclesia
  29. Parochie
  30. Congregatie
  31. Een samenkomst of meeting
  32. Christadelphian mens
  33. Christelijk leven
  34. Christen genoemd
  35. Rechtvaardigen
  36. Christen mensen met ons geloof
  37. Koninkrijk Gods
  38. Koninkrijk van God
  39. Mijn Geloof
  40. Opdracht voor christen
  41. Organisatie der broeders in Christus
  42. Organisatie gemeenschap
  43. Sleepnet
  44. Artikelen over het Christen zijn
  45. Te Nemen Stappen
Read Full Post | Make a Comment ( 1 so far )

Dienaar van zijn Vader

Posted on April 11, 2012. Filed under: Christen zijn en Christus volgen, Jehovah יהוה YHWH JHVH God Elohim Yahweh Jahweh, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

De laatste paar dagen hebben we onze leden aangemoedigd om tijdens het afgelopen verlengd weekend tijd te besteden aan de Bijbel, door zich in  de eerste plaats te richten op de dood van onze Verlosser, dan door te vieren hoe de dood is verslagen.

We hebben gekeken naar deze meester leraar, hoe die wonderen kon doen maar toch nederig was om zelf het werk van de slaven op te nemen. Hij heeft ook nooit gewild dat zijn naam of functie verheven zou worden. Voor Jezus was het duidelijk dat hij altijd de Vader in de hemel wilde en moest volgen. Ook vroeg hij hen die hem wilden volgen niet op te kijken naar hem maar naar zijn vader die hem gezonden had. Zoals Jezus niet zijn eigen weg volgde verlangde hij van zijn volgers dat zij ook de weg zouden volgen van zijn Vader en dat zij nooit hun eigen prioriteiten op de eerste plaats zouden stellen. Jezus wenste niet zijn eigen ideeën voorop te stellen en zo maar te doen wat hij graag zou doen. Voor hem was het belangrijk om zich te houden aan de Wil van zijn Vader, ook al zou deze hem pijn bezorgen. Jezus gaf zich volledig in de handen van zijn Vader. Hij volgde niet zijn eigen uitspraken, maar God‘s oordelen. Hij keek altijd naar wat Gods wegen waren en hoe hij kon stappen in lijn met deze en hoe zijn volgelingen Gods wegen moesten volgen, welke altijd hoger moeten zijn dan onze wegen.

Christus is de Weg

“יהושע zei tegen hem:” Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. “(Johannes 14:6 De Schrift 1998 +)
“Uit Mezelf kan ik geen enkele zaak verrichten. Zoals ik hoor, beoordeel ik en Mijn oordeel is gerechtvaardigd, omdat ik Mijn eigen verlangen niet zoek, maar het verlangen van de Vader die Mij stuurde. Indien ik getuig van Mezelf draag, is Mijn getuigenis niet waar. Er is een andere die getuigenis van Mij draagt en ik weet dat de getuigenis die Hij getuigt van Mij waar is.” (Johannes 5:19-32 De Geschriften 1998 +)
“Ik ben de goede herder.1 En ik ken de mijnen, en die van mij kennen mij {Voetnoot: 1 (#Eze 34:11-12; Heb 13:20; 1Pe 2:25; 1Pe 5:4).} zoals de Vader mij kent, en ik de Vader ken. En ik leg mijn leven neer voor de schapen. “En nog andere schapen heb ik, die niet van deze stal zijn – Ik moet ze ook samenbrengen {Ook hen moet ik brengen}, en zij zullen mijn stem horen, en het zal één kudde worden, één schaapherder zijn {Allen zullen één kudde en één herder zijn}.{1 Voetnoot: 1 (#Eze 34:23, Eze 37:24).} “Hiervoor houdt de Vader van mij, omdat ik mijn leven afleg, om het opnieuw te ontvangen. “Niemand neemt het van mij, maar ik leg het uit mijzelf af. Ik ben vrij om het af te leggen, en ik ben vrij om het opnieuw te ontvangen. {Ik ben geautoriseerd om het af te leggen en ik ben geautoriseerd om het weer op te nemen.} Deze opdracht {Dit Gebod} heb ik van mijn Vader ontvangen. “(Johannes 10:14-18 De Bijbel 1998 +)

Jezus zei het zelf, in het geval dat hij door zichzelf gestuurd zou zijn naar deze aarde, dan zou hij een bedrieger zijn, en zou zijn getuigenis niets waard zijn, volledig waardeloos en meineed.

Jezus, die wist dat hij al die wonderen alleen maar kon  doen  omdat hij de zegeningen en de macht van zijn Vader had gekregen, was bereid om deze macht van zijn Vader te brengen in het voordeel van de mensen om hem heen, Hij wilde ook het leven dat  God hem had gegeven, met ons delen in overvloed.

Jezus als de Zoon des mensen (of Mensenzoon) is niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen, niet om zichzelf van belang te maken, maar om zich van geen teel te maken, nutteloos, zinloos, opzettelijk gehoorzaam en bereidwillig naar zijn Vader, achtte hij de ander uitnemender dan zichzelf in ootmoedigheid, en wilde het beste behalen voor de andere, en in strijd met de wereld wilde hij zich nooit zelf te behagen, maar wilde God te behagen. Volledige gehoorzaamheid en onderwerping aan zijn Vader wilde hij opbrengen. Zijn zorg ging uit naar de mensen om hem heen, hun behoeften en zorgen. Hij was bereid om zijn leven te geven als losgeld voor hen en zelfs voor diegenen die hij zelfs niet kende. Jezus was bereid om zijn lichaam aan te bieden als een lam aan de slachtbank, zodat we kunnen leven hebben, en dat wij het zelfs  overvloediger mogen hebben , zodat we in staat zijn vruchten af te werpen, zoals Jezus veel vrucht heeft gedragen.

Lucas vertelt ons dat Jezus de echte man is die zich zelf presenteerde aan zijn Vader God en als zodanig de παις of ‘dienaar’ van God was, in de zin waarin Jesaja van de Messias heeft gesproken als de ‘Ebed Jehovah‘, ‘dienaar van Jehovah (= dienaar van God).’ De apostel Lukas presenteert de Christus volgens zijn invloed op de geschiedenis van het Koninkrijk van God en van de wereld – als uitverkorenen Gods dienaar in wie Hij graag genoegen neemt zoals voorspeld door Jesaja. In het Oude Testament, om een mooie beeldspraak te nemen, is de idee van de ‘Dienaar van de Heer‘ voor ons voorgelegd als een piramide: aan de basis is het gehele Israël, met daarboven het centrale deel met Israël naar de Geest (de besneden van hart), vertegenwoordigd door David, de man naar Gods hart, terwijl aan haar top  de ‘uitverkoren’ Dienaar, de Messias kan gevonden worden. En deze drie ideeën, met hun sequenties, worden gepresenteerd in het derde Evangelie als het centreren in Jezus de Messias. Bij deze piramide vinden wij: de Zoon des mensen, de Zoon van David, de Zoon van God. De Dienaar van de Heer van Jesaja en van Lucas is de verlichter, de Trooster, de zegevierende Verlosser, de Messias of Gezalfde: de Profeet, de Priester, de Koning.

In deze begeleider vinden we een herder als David. Jezus was om de scheut of diegene die voortkwam uit de Tak (of stam) van David, die andere dienaar van God. De ‘Dienaar van de Heer’ in relatie tot de geschiedenis van Israël was koningschap in Israël, de ‘Dienaar van de Heer’ in relatie tot het rituele Israëls verordeningen was het priesterschap in Israël, de ‘Dienaar van de Heer’ in relatie tot voorspelling was de profetische volgorde. Maar alle sprongen voort uit dezelfde basisgedachte: die van de ‘ Dienaar van Jehovah’ .

Zoals een portier een dienstknecht is, heeft men ook Jezus  als een dienaar die de deur opent voor zijn meester en de gasten van deze meester. Jezus opent de deur voor ons om zijn Meester, zijn God en onze God te benaderen. Hoewel de dienaar alles kan vinden in het huis van de meester, behoort niets de knecht toe, mag hij niets stelen of zich toe-eigenen en zorgt ervoor dat alles in goed in orde blijft.

” 9 ” Ik ben de deur. Wie door mij binnenkomt, hij zal behouden worden, en zal binnengaan en zal buiten gaan en weide vinden. 10 “De dief komt niet, behalve om te stelen en te slachten en te verdelgen. Ik ben gekomen opdat zij leven zouden bezitten en dat ze het mateloos zouden bezitten . 11 “Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor de schapen. “(Johannes 10:9-11 De Geschriften 1998 +)
” Zoals de Zoon van Adam niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, 1 en zijn leven te geven als losprijs voor velen” {Voetnoot: 1 zie (#Mr 10:45) en (#Isa 49:1-7)} “(Mattheüs 20:28 De Geschriften 1998 +)

“5 Voor, laat deze geest ook in jullie zijn die ook in Messias יהושע was 6 die, in de vorm zijnde van Elohim, geen gelijkheid met Elohim beschouwde om begrepen te worden, 7 maar zich zelf leegde, de vorm van een dienaar aannemend en in de gelijkenis van mannen komend. 8 En in trek gevonden te zijn als een man, vernederde Hij zich en werd gehoorzaam tot aan de dood, dood zelfs aan een paal. 9 Elohim, daarom, heeft Hem hoog verheven en Hem de Naam gegeven die boven iedere naam is, 10 dat bij de Naam van יהושע iedere knie zou moeten buigen, van die in de hemel en van die op aarde en van die onder de aarde, 11 en iedere tong zou moeten bekennen dat יהושע Messias Hoofd is, naar de achting van Elohim de Vader. (Filippenzen 2:5-11 De Geschriften 1998 +)

Hoewel Jezus de enige Zoon van de Vader (Johannes 1:14), de helderheid van de heerlijkheid van de Vader (Hebreeën 1:3), de gekozen (Matteüs 12:18) en de Christus was (Matteüs 1:16) wilde hij een troost van Israël worden (Lucas 2:25) en een Raadgever (Jesaja 9:6), vriend (Johannes 11:1-44) en zelfs Broeder (Hebreeën 2:11). Hoewel hij tot uitdrukkingen of eigenheden van de Vader vertoonde (Hebreeën 1:3) wilde hij een getrouwe getuige van Hem zijn(Openbaring 1:5) , die als een heilige van God (Marcus 1:24) altijd onder de wet van de Almachtige God andere mensen ook onder die kostbare wet wilde brengen  (Matteüs 27:51, Romeinen 7:04, Efeziërs 2:13-15), er zeker van zijnde dat het niet hem, maar de Heilige Geest van zijn Vader is, die de volgelingen van hem zijn leringen in hun herinnering zou brengen  (Johannes 14:26).

Crozier lamb Louvre OA7267

Christus Lam van God - Deel van een Bisschopsstaf die een lam voor stelt, Italiaanse kunst. - 13° Eeuw Louvre Museum - Foto Marie-Lan Nguyen (2005)

Johannes de Doper verklaart Jezus als het Lam van God, de Doper met de Heilige Geest, en de Zoon van God (Johannes 1:29-34). Als een lam wasJezus  bereid om een offer te zijn en zijn leven als een losprijs te geven (1Timothee 2:6), en werd de nieuwe Pascha (1 Korinthiërs 5:7), waardoor zijn vader van hem houdt (Efeziërs 5:2 , Johannes 10:17) en hem als een verlossing en mediator of bemiddelaar voor de mens heeft  aangenomen (Lucas 2:25-30; 1Timotheus 2:5).

“Want er is een Elohim, 1 en een Middelaar tussen Elohim en mensen, de Mens Christus יהושע, {Voetnota: (#2Co 8:6; Eph 4:6; Mr 12:29-34).}.” (1 Timoteüs 2: 5 De Geschriften 1998 +)

God was bereid om zijn zoon zijn aanbod te accepteren  en nam de gezalfde tot in de hemel om aan Zijn rechterhand te zitten  nadat Hij Jezus had opgewekt  als de Redder. Door deze Christus zijn daad zichzelf te geven aan de hele mensheid, als een nederige dienaar zal Jezus ons mogen opwekken door God Zijn kracht. Jezus gaf vrijwillig zijn leven toen hij wist dat zijn lijden zou worden voltooid (zie Johannes 19:30). Het impliceert ook dat de goddelijke natuur van Christus actief was in zijn opstanding: hij was in staat om ” zijn leven weer op te nemen”, want hij vertrouwde volledig in zijn Vader.

“Dus toen יהושע de zure wijn nam zei hij : “Het is volbracht!” En zijn hoofd buigend , gaf hij de geest.” (Johannes 19:30 De Geschriften 1998 +)
“4 Waarlijk, Hij heeft onze ziekten gedragen en droeg onze pijn. Maar we rekenden hem voor een geplaagde, geslagen door de Elohim, en verdrukt. 5 Maar hij werd doorboord om onze overtredingen, hij werd verpletterd voor onze oneerlijkheid {onbetrouwbaarheid, gewetenloosheid, achterbaksheid}. De straf voor onze gerustheid {vrede} was op hem, en door zijn striemen zijn wij genezen (geraakt). 6 Wij allen, als schapen, liepen verloren {dwaalden af}, ieder van ons zocht zijn eigen weg. En יהוה heeft op hem de kromming {misvormdheid, frauduleusheid} van ons allen gelegd. 7 Hij was verdrukt en hij was getroffen, maar hij deed zijn mond niet open. Hij werd als een lam ter slachting gebracht, en als een schaap stil voor zijn scheerders {als een schaap dat verstomd voor zijn scheerders}, zo deed hij zijn mond niet open. “(Jesaja 53:4-7 de Geschriften 1998 + )
“De volgende dag zag Jochanan יהושע {Jeshua, Jesua} tot zich komen en zei:” Zie, het Lam van Elohim dat wegneemt de zonden van de wereld {1} {Voetnoot: 1 (#Mt 1:21; Titus 2:14; 1 Johannes 3:5,8)}. “(Johannes 1:29 De Geschriften 1998 +)
“Daarom ruim dan het oude zuurdesem op {letterlijk: reinig uit; veeg schoon,veeg uit,haal leeg, ruim op; mogelijk ook te vertalen als: verwijder}, zodat u een nieuwe lomp (deeg) bent, zoals je ongezuurd bent {net zoals jullie ongezuurd deeg zijn}. Want ook de Mshicha {Messias(= Christus)} ons Pascha {Pescha} werd aangeboden voor ons.” (1 Korinthiërs 5:7 De Geschriften 1998 +)
“13 daarom, de lendenen van uw verstand omgord te hebben, nuchter zijnde, stelt u uw verwachtingen perfect op de gunst die u moet aangeboden worden door de openbaring van יהושע Messias, 14 als gehoorzame kinderen, niet uzelf in overeenstemming brengend naar de vroegere begeerten {lusten} in je onwetendheid, 15 in plaats daarvan, als degene die u geroepen heeft apart geplaatst, zo ook moeten jullie apart geplaatst worden in al het gedrag {Wees echter apart geplaatsten /(of heiligen)/ in heel jullie gedrag omdat hij die jullie heeft geroepen heilig is.}, 16 omdat het is geschreven {omdat er staat geschreven}: “Wees apart-geplaatsten {afgezonderden}, want ik ben afgezonderd {apart geplaatst}. {#Wees heilig omdat ook ik heilig ben”}” 17 En als je een beroep doet op de Vader, die zonder aanzien oordeelt op basis van ieders werk, passeer de tijd van uw vreemdelingschap in vreze, 18 wetende dat je verlost bent geworden van uw zinloze manier van leven dat u geërfd had van uw vaders {wetende dat u van het zinloze leven, geërfd van uw vaders, verlost werd}, niet met wat vergankelijk is, zilver of goud, 19 maar met het kostbare bloed van de Messias, als van een lam gaaf en vlekkeloos, 20 vooraf bekend, inderdaad, voor de grondlegging van de wereld, maar gemanifesteerd {geopenbaard} in deze laatste tijden om uwentwil, 21 die door hem gelooft in Elohim, die hem uit de doden heeft omhoog gebracht en hem eigenwaarde heeft gegeven, zodat uw geloof en verwachting in Elohim zijn. “(1 Petrus 1:13-21 de Geschriften 1998 +)

Jehovah God verhief zijn nederige dienaar, omdat hij voldeed aan alle werken die God gedaan wou hebben op de aarde door hem.

“12 Want gij zult niet in haast wegtrekken, noch op de vlucht slaan. Voor יהוה gaat voor u, en de Elohim van Yisra’ĕl is je achterhoede. 13 Zie, Mijn Knecht zal wijselijk werken, Hij zal verheven en zeer hoog opgeheven worden. 14 Zoals velen zich verbaasden over jou – zo was de verminking meer dan van enige mens en zijn gedaante de kinderen der mensen overtreffend – 15 Gelijkaardig zal hij verscheidene naties {volken} besprenkelen {verwonderen} Vorsten snoeren hun mond over hem (koningen zullen hun mond over hem toe houden}, want wat niet was verteld aan hen zullen ze zien, en wat ze niet hadden gehoord (dat) zullen ze verstaan. “(Jesaja 52:12-15 De Geschriften 1998 +)

” Wie heeft onze prediking geloofd? En aan wie is de arm van יהוה {Jehovah} geopenbaard? 2 Want hij groeide op voor Hem als een tedere plant, en als een wortel die uitloopt vanuit dorre grond. Hij heeft geen vorm of pracht en praal dat we zouden moeten opkijken naar hem, noch (een) uiterlijk dat wij hem zouden moeten begeren – 3 veracht en verworpen door de mensen, een man van pijn en ziekte kennend. En als een van wie het gezicht is verborgen, veracht geworden, en wij hebben hem niet geacht {we overwogen hem niet}. 4 Waarlijk, Hij heeft onze ziekten op hem genomen en onze pijn gedragen. Maar we rekenen hem af voor een geplaagde, geslagen door Elohim en verdrukt. 5 Maar Hij werd doorstoken om onze overtredingen {Maar hij werd doorstoken voor onze overtredingen}  Hij werd verbrijzeld om onze ongerechtigheden. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen zij wij genezen. {is ons genezing toegekomen}
6 Wij allen, als schapen, zijn afgedwaald, elk van ons heeft zich gewend {gekeerd} tot zijn eigen weg. En יהוה heeft op hem de ongerechtigheid van ons allemaal gelegd. 7 Hij was verdrukt en hij werd mishandeld, maar hij deed zijn mond niet open. Hij werd als een lam ter slachting gebracht, en als een schaap voor zijn scheerders verstild {verstomd}, maar hij deed zijn mond niet open. 8 Hij werd uit de gevangenis en uit het oordeel (weg) genomen. En wat zijn generatie betreft, die van mening is dat hij zal uitgeroeid worden uit het land der levenden? Voor de overtreding van Mijn volk werd hij geslagen. 9 En Hij werd een graf toegewezen met de verkeerden {de slechten, verdorvenen,zondigen, goddelozen}, en met de rijke in zijn dood, omdat Hij had geen geweld had gedaan, noch was er bedrog in zijn mond {Voetnoot: Zie (#1Pe 2:22)}.
10 Maar יהוה {Jehovah} was blij om hem te verbrijzelen, hij legde ziekte op hem, (zo)dat wanneer hij zich tot een offer maakte voor de schuld, hij een zaad zou zien, hij zou zijn dagen verlengen en het plezier {welbahagen} van יהוה zal voorspoedig zijn in zijn hand. 11 Hij zou het resultaat zien van het lijden van zijn leven en tevreden zijn. Door middel van zijn kennis maakt Mijn rechtvaardige dienaar veel rechtvaardig, en draagt hij hun ongerechtigheid.  12 Daarom geef Ik hem een deel onder de groten, en verdeelt hij de buit met de sterken, omdat hij zijn wezen tot de dood heeft uitgestort, en hij geteld werd onder de overtreders, en omdat hij de schuld van velen droeg en voorspraak deed {tussen kwam voor}voor overtreders. {het voor overtreders op nam}. (Jesaja 53:1-12 De gescchriften 1998 +)

Rembrandt Harmensz. van Rijn 012

zijn wij bereid te kennen te geven dat wij Christus Jezus kennen en willen volgen of verkiezen wij hem te ontkennen zoals de apostel Petrus tot drie maal toe deed? - 1660 Rembrandt (1606–1669)

In het geval dat we bereid zijn om ons lichaam te geven aan het Werk van God en lid willen zijn van Christus Jezus, zullen wij als leden van het lichaam van Christus moeten verbonden worden als één en één zijn van geest met Christus Jezus. We zullen op de vlucht moeten gaan voor elke onjuistheid of zonde, want dat is buiten het lichaam en ons lichaam moet een tempel van de Heilige Geest, die we krijgen van God, in ons  zijn.

“11 En zo waren sommigen van jullie. Maar jullie werden gewassen, maar je was apart gezet {je bent geheiligd, gerechtvaardigd}, maar u werd juist {rechtvaardig} verklaard in de Naam van de Meester יהושע {Jeshua, Jesus, Jezus} en door de Geest van onze Elohim. 12 Alles is mij toegestaan, maar niet alles is tot mijn profijt {niet alles is opportuun, doelmatig of tot winst} Alles is toegestaan, maar ik zal niet onder enig gezag er van staan {maar niets zal macht over mij hebben} 13 Voedsel voor de maag en de maag voor voedsel-. maar Elohim zal beide vernietigen, deze en hen. Het lichaam is niet voor hoereren, maar voor de Meester, en de Meester voor het lichaam. 14 En Elohim, die de Meester heeft opgewekt, zal ook ons opwekken door Zijn kracht. 15 Weet gij niet, dat uw lichamen leden van de Messias zijn? zal ik dan de leden van de Messias nemen en ze leden van een hoer maken? Laat het niet waar zijn! 16 Of weet gij niet, dat hij die gebonden is aan {die lid is van; aanhangt met} een hoer één lichaam is? Want Hij zegt: “de twee zullen tot één vlees worden.” 17 En hij, die is verbonden met de Meester is één geest. {En hij die de Meester aanhangt is één geest} 18 Vliedt hoereren. {Ontvlucht het hoereren.} Elke zonde die een mens doet, is buiten het lichaam, maar hij die hoereert begaat zonde tegen zijn eigen lichaam. 19 Of weet gij niet, dat je lichaam de verblijfplaats is van de apart geplaatste {heilige} geest {(Grieks: »hos hij ho« die, die ene)}, die in u, die u hebt van Elohim, en u bent niet van uzelf {u bent niet uw eigen} 20 Want gij zijt gekocht en betaald, dus respecteer Elohim in je lichaam en in uw geest, welke van Elohim zijn {die Elohim toebehoren} {Voetnoot: 1 Zie (#1Co 7:23, 1Pe 1:18-19)}. “(1 Korintiërs 6:11-20 De Schrift 1998 +)

Ook degenen die wilden groot of belangrijk worden zouden moeten weten dat ze eerst het laagst van allemaal moeten zijn. Men moet zich eerst verlagen om te kunnen worden verhoogd.
Wij zelf zouden moeten worden als Christus. Als Christus betekent niet dat we God zullen komen te zijn, zoals velen denken dat Jezus God is, maar het betekent zo te zijn als de dienaar Jezus, die kind van de Vader in de hemel is en een zaadje in de handen van de Heer te zijn.

De Heer Jezus wil dat wij, als zijn leerlingen, zijn takken, vruchtbaar zijn.

“In dit is mijn Vader gerespecteerd {verheerlijkt}, dat gij veel vrucht draagt, en gij mijn aangeleerden zult zijn {en gij mijn discipelen/leerlingen zult zijn} .” (Johannes 15:8 De Geschriften 1998 +)

Fruit is het gevolg van de ontwikkelend leven. Takken hebben op zich niet niet bepaald dat leven. De tak kan geen vrucht dragen van zichzelf. Takken moeten hun leven altijd vinden in de venen van de hoofdstam of in de wijnstok. De wijnstok, Jezus, heeft het leven.

“Ik ben de weg, de waarheid en het leven” (Johannes 14:6). Onze Heer kwam om dat het leven,  in overvloed,  met ons te delen.  Zijn overvloedige leven is wat ons in staat stelt veel vrucht te dragen.

“Ik ben de deur en als een mens {iemand } door mij zou binnengaan: hij zal leven, in -en uitgaan {(#Ps 23:2)}en weide vinden. Een dief komt slechts om te stelen, te doden en om te vernietigen. Ik ben gekomen zodat men kan leven en in alles overvloed mag hebben. ” (Johannes 10:9-10 Peshitta E.Nierop)

We moeten proberen te doen zoals Jezus, ons grootste en beste voorbeeld, en zouden moeten streven naar het eenvoudig en oprecht te zijn jegens allen,  niet om ons zelf te behagen en eer voor ons zelf te behalen, maar voor de Heer. Zoals Jezus ons voorbeelden heeft gegeven hoe te bidden, naar zijn Vader en onze Vader, en ons waarschuwde ons te houden aan de geboden van slechts één God, moeten we voorzichtig zijn met wat en wie we associëren, en voorzichtig zijn eerbetoon aan de juiste persoon te geven met onze lippen en acties, niet bang zijnde van Christus Jezus.

Broeders en zusters in Christus verenigd onder elkaar als Christadelphians - Één in Christus

Als Jezus de dienaar van zijn Vader en de mensen om hem heen was, moeten we ook personeelsleden of dienaren van de mensen om ons heen zijn en een knecht voor Christus en voor God, trouw aan de Heer, de Waarheid, de broeders en allen met wie wij te maken hebben, niet alleen in grote zaken, maar ook in de kleine dingen van het leven. We moeten als volgelingen van Christus, christenen wordend gelijkheid in de liefde hebben, zodat wij als broeders en zusters in Christus dingen willen doen voor elkaar, nooit  veeleisend zijnde en nooit met meer dan een meester / slaaf relatie. We moeten allemaal het idee van gelijkheid in Christus hebben. Seculiere samenleving mag niet willen voldoen aan het ideaal van christelijke gelijkheid, maar de christelijke gemeenschap moet zeker vasthouden aan dat model. Om Gods persoon te zijn is niet iets wat men in afzondering van de samenleving kan doen, maar het betekent om Christus dienaar te zijn in gemeenschap met de mensheid in het algemeen.

Geen enkele staat, geen voorwaarde van rang in het leven, is geheel vrijgesteld van een dienaar. De Koning en de bedelaar hebben beide hun plaats in het leven, en als Salomo zei, ook al mag de winst van de aarde geheel voor de koning zijn, deze wordt zelf ook bediend door het veld. (Prediker 5:9.).

“En de toename van het land is voor iedereen. De vorst zelf wordt geserveerd uit het veld.” (Prediker 5:09 De Geschriften 1998 +)

We vinden God de Vader die spreekt over Jezus de dienaar van God,  wanneer Hij hem aanroept bij deze naam. “Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun: mijn uitverkorenen in wie mijn ziel een welbehagen heeft!” God heeft de tak van David in gerechtigheid geroepen, en zal zijn hand vast houden, en hem geven voor een Verbond van het volk.

“1 “Zie, Mijn knecht, dien Ik ondersteun, mijn uitverkorene in wie Mijn wezen blij is {in wie mijn zijn zich verheugd heeft}! Ik heb Mijn Geest op {over} hem geplaatst, hij brengt weer recht-regeling {juiste heersing, rechtvaardigheid} voor de naties. 2 “Hij zal het niet uitschreeuwen, noch zijn stem verheffen, noch veroorzaakt zijn stem gehoord te worden in de straat.
3 “Een geknakte riet {een gekraakte tak} zal hij niet verbreken, en het rokende vlas {vlaswiek, vlaspit}zal hij niet lessen {uitblussen, doven, uitdoven}. Hij brengt weer recht-regeling {recht, juist regerende, getrouwe rechtspraak} in overeenstemming met de waarheid. {Hij kondigt rechtspaak uit naar waarheid} {Getrouw zal hij het recht uitdragen, naar waarheid} 4 “Hij zal niet zwak of geplet worden, totdat hij de juiste rechter uitspraak op de aarde zal bevestigd hebben. En de kustlanden {eilanden} wachten op zijn Torah. ” 5 Zo zegt de el, יהוה, die de hemelen schiep en ze uitstrekte, die de aarde uitbreidde en dat wat afkomstig is van haar, dat adem geeft aan de mensen op haar, en de geest aan hen die op haar lopen:
6 “Ik, יהוה {Jehovah}, heb u geroepen in gerechtigheid, en ik pak je hand en bewaak u en geef u voor een verbond aan een volk, voor een licht voor de heidenen, 7 tot het openen van blinde ogen, om gevangenen de gevangenis te brengen, zij die in duisternis zitten van de gevangenis {gevangenenhuis, gevangenhuis}.
8 “Ik ben יהוה {Jehovah}, dat is Mijn Naam, en mijn achting {eer, hoogachting, waardering, respect} heb ik geen anderen geven, noch Mijn lof aan afgoden.” (Jesaja 42:1-8 De Geschriften 1998 +)

Gottlieb-Christ Preaching at Capernaum

Jezus predikend in de tempel als een dienaar voor God, God Zijn woord verkondigend. - Christus predikend in Capernaum - 1878-1879 (onvoltooid) Maurycy Gottlieb (1856–1879)

Jezus was nederig genoeg om mensen te zeggen dat de dingen die hij deed  hij deed door de hand van God. Hij beriep zich er nooit op dat hij zelf die mirakels deed of dat hij zijn woorden en gedachten vertolkte. Steeds gaf hij te kennen dat wij niet hem maar zijn Vader dankbaar moesten zijn voor die wonderen en wijze woorden. Hij werd slechts aangesteld over een klein gebied in de wereld. Maar over dat klein deel van de wereld, het land van Gods volk, bleek hij betrouwbaar te zijn.  Zijn we bereid om ook in deze wereld, te worden geplaatst als hem, als een dienaar, die verantwoordelijk is over een relatief paar dingen, zodat wij dan  later zullen kunnen geplaatst worden over veel? Het gedrag van ons als dienaren van anderen; als dienaren van Christus, en hoe wij dit uitvoeren als dienaren van God zal mee helpen bepalen het Koninkrijk van God binnen te gaan. We zullen ook moeten bereid zijn om klaar te zijn op elk moment van de dag, er zijn om de dienaar van de terugkerende Meester, die slechts dienaar van God is, tegemoet te gaan.

God heeft ons Christus op aarde gegeven, dus kunnen we hier hem op aarde dienen als de vertegenwoordiger van God. Door te gaan voor Christus kunnen we God dienen, maar dan kunnen we niet tegelijkertijd een dienaar van de wereld zijn, of afhankelijk zijn van de materiële dingen van deze wereld, op hetzelfde ogenblik. De persoon die houdt van zijn aardse leven zal uiteindelijk alles voor altijd kwijt geraken, maar de persoon die zijn leven haat in deze wereld zal behouden worden en een nooit eindigend leven verkrijgen. Als een persoon Christus wil dienen, moet hij zich als zijn volgeling houden aan Jezus regels (de Wet van Christus), zijn leerstellingen, geloven wat Jezus over zich en zijn Vader zei. Waar de bereidwillige volgeling van Christus ook moge zijn zal Gods dienaar ook zijn. Indien een persoon hem dient, zal de Vader hem eren.

“” En zijn meester {heer} zei {zeide} tot hem: “Goed gedaan, gij goede en betrouwbare knecht. Jij was betrouwbaar {te vertrouwen} over weinig {een weinig, een beetje}, ik zal je over veel aanzetten {zetten, plaatsen}. Treed binnen in de vreugde van uw meester {heer}.” (Mattheüs 25:21 De Geschriften 1998 +)
“13″ Geen dienaar is bekwaam twee meesters te dienen, voor ofwel zal hij de eerste haten en de andere liefhebben, ofwel zal hij vasthouden aan de ene en de andere verachten. Je bent niet in staat om Elohim te dienen en de mammon. “14 En de Farizeeën, die hielden van zilver, hoorden dit alles ook, en waren grijnslachend naar hem {deden spottend naar hem, maakten een spottende opmerking naar hem}, 15 zodat hij zei {zeide} tot hen: “Jullie zijn dezen {mensen} die zichzelf rechtvaardig verklaren voor mensen {die voor de mensen, beweren zelf rechtvaardig te zijn} , maar Elohim kent uw harten, want wat is sterk gedacht onder de mensen is een gruwel {abominatie, verschrikking} in de ogen van Elohim. 16 “de Thora en de profeten zijn tot Jochanan {Johannes (de Doper)}. Sindsdien is de regering van Elohim aangekondigd geworden, en doet {pleegt} iedereen er geweld daarop {aan}. 17″ en het is gemakkelijker voor de hemel en de aarde om weg te gaan {voorbij te gaan, heen te gaan, te stoppen, te eindigen, te sterven} dan voor een tittel van de Tora weg te vallen {af te vallen}. “(Lucas 16:13-17 de Geschriften 1998 +)
“” 24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij een graankorrel valt in de grond en sterft, blijft hij alleen. Maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht {brengt hij veel vrucht voort, draagt hij veel vrucht}. 25 “Wie zijn leven liefheeft zal het verliezen, en hij die zijn leven haat in deze wereld, zal het behouden voor het eeuwige leven. 26 “Als iemand mij dient, laat hem mij volgen {die volge mij}. En waar ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand mij dient, zal de Vader hem waarderen {naar waarde schatten}. “(Johannes 12:24-26 De Geschriften 1998 +)

Onszelf toevertrouwen aan Goddelijke zorg en de terzijde gestelde Voorzienigheid van al onze belangen voor ons hoogste welzijn, moeten we proberen niet alleen zuiver van hart te zijn, maar voor alle angst, alle onvrede, alle ontmoediging, niet morren of klagen voor wat de Heer zijn voorzienigheid mag toestaan, omdat “Het geloof stevig op hem kan vertrouwen, wat er ook gebeurt.”

Zijn we bereid om te worden zoals Christus, een dienaar van God? En zijn wij bereid  om ons en anderen voor te bereiden op de komst van de grootste dienaar van allen? Om als bruiden van Christus te zijn? Of willen we worden geroepen tot of uitgenodigd zijn op de bruiloft van het Lam van God Jezus Christus? Bereid zijn om als bedienden te wandelen in het licht van Christus, of om  slechts een schaduw te zijn?

“43″ En weet dit, dat als de meester van het huis {de heer des huizes} had geweten op welk uur de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en niet zou toegestaan hebben dat zijn huis werd ingebroken. 44 “Door dit {Daarom}, wees ook klaar {zijt ook klaar}, want de Zoon van Adam komt {is komende} op een uur wanneer u {je} hem niet verwacht. 45 “Wie is dan een betrouwbare en verstandige slaaf, die zijn meester over zijn gezin aanstelt, om hen te eten te geven in het seizoen? 46″ Zalig die slaaf, die zijn meester, gekomen zijnde {wanneer hij gekomen is}, zo zal vinden dit te doen {hem zo zal vinden te doen}. 47 “Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem over al zijn bezittingen zal zetten {plaatsen}.” (Mattheüs 24:43-47 De Geschriften 1998 +)
“En hij zei tot mij: “Schrijf, zalig zijn zij die geroepen zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam!’ “En hij zei tot mij: “Dit zijn de ware woorden van Elohim.”" (Openbaring 19:9 de Geschriften 1998 +)
“22″ En ik zag geen woonplaats in, want יהוה {Jehovah} Ěl Shaddai {de Ene Heer Alaha} is de woonplaats {tempel, toevluchtsplaats, onderkomen}, en het Lam. 23 En de stad behoeft geen zon, noch maan, om te schitteren op haar, want de achting van Elohim verlicht haar, en het Lam is haar lamp. 24 En de heidenen, van degenen die gered zijn, zullen wandelen in haar licht, 1 en de vorsten van de aarde zullen hun eigenwaarde er toe brengen. {Voetnoot: 1 Zie (#Isa 60:3)}. 25 En haar poorten zullen helemaal niet gesloten worden geheel de dag {des daags, tijdens de dag, tijdens heel de dag}, want ‘s nachts zal er niet zijn. {voor de nacht zal daar niet zijn} {want er zal geen nacht meer zijn} 26 En zij zullen de achting en de waardering van de niet-joden er in brengen. {En zij zullen de achting van de heidenen er binnen brengen.} 27 En er zal bij geen mogelijkheid een kans zijn om binnen te komen voor dat wat onzuiver is {En op geen enkele wijze zal er kunnen intreden wat onrein is}, noch iemand die er gruwel en leugen zou doen, {1}, maar alleen degenen die zijn opgeschreven {opgetekend} in het Boek van het Lam van het Leven. {Voetnoot: 1 Zie (#Re 22:15), en (#2Thes 2:11)}. “(Openbaring 21:22-27 De Geschriften 1998 +)
“11 En ik zag, en ik hoorde een stem van vele boodschappers rond de troon, en de levende wezens, en de oudsten. En het aantal van hen was myriaden van myriaden, en duizenden duizendtallen, 12 zeggende met luide stem,” waardig is het Lam dat geslacht is geworden om macht en rijkdom en wijsheid te ontvangen, en kracht en respect en eigenwaarde en zegen! “” (Openbaring 5:11-12 de Geschriften 1998 +)

+

Verder aangeraden lectuur:

  1. De Wet van de Liefde, basis van alle instructies
  2. Verlossing voor Gods volk
  3. Zuivering voor allen
  4. Studiedag: Gods indringende boodschap #3 Met Christus gestorven en opgewekt
  5. Afstraling van God’s Heerlijkheid
  6. Dienaar in de gegeven genade
  7. Leden in het lichaam van Christus
  8. To belong to = toebehoren + Toebehoren
  9. Halfslachtig leerlingschap
  10. De Kern van God dienen
  11. Focussen op Christus
  12. Christus kennen is zin geven aan het leven
  13. Niet goddelijkheid van Christus toch
  14. 1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.
  15. Laat mij anderen van harte dienen
  16. Vrijwilligheid van het Christen zijn
  17. Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.
  18. Bijbelonderzoek Inleiding Navolgers van Christus
  19. Kies niet onjuist te zijn, omwille van verschillend te wezen
  20. Probeer vooruit te rijden in plaats van achteruit
  21. Heeft het Christendom zich neergelegd bij de wereld
  22. Een Niet-christelijke christelijke bediening
  23. Niet houden van dat soort Christenen
  24. Niet allen zullen het Koninkrijk beërven
  25. De gedachte aan het verliezen ontsteekt de vreugde van het hebben
  26. Slag om waardigheid in zuivere natuur
  27. Hoe ons te gedragen
  28. Redenen waarom zij niet kunnen doen wat zij willen
  29. De Bijbel onze Gids #3 de Toekomst van de Rechtvaardigen #1
  30. Eén met Christus, één met elkaar
  31. Eén met Christus, verschillend met of van elkaar
  32. Belachelijk of eerder sterke persoonlijkheid
  33. Beter falen voor de wereld
  34. Broers en broeders
  35. Christadelphian mens
  36. Christelijk leven
  37. Christen, Jood of Volk van God
  38. Christen genoemd
  39. Christen mensen met ons geloof
  40. Christus toebehorenden
  41. Dankbaar voor verkregen offer
  42. De Gezondene
  43. De Onschuldige
  44. Destin des justes
  45. Eén met Christus
  46. Een Messias om te Sterven
  47. Elke gelovige is opgeroepen om Christus in de dienst te volgen
  48. Geen Wegvluchter
  49. Gekristalliseerd harmonieus denken
  50. Geloof in Jezus Christus
  51. Geloof in slechts Één God
  52. Geloof voor God aanvaardbaar
  53. Getuige of Broeder
  54. God Helper en Bevrijder
  55. God, Jezus Christus en de Heilige Geest
  56. God komt ons ten goede
  57. Gods hoop en onze hoop
  58. Gods Redding
  59. Gods beloften
  60. Gods Wil voor ons
  61. Goedheid en liefde openbaar gemaakt
  62. Een Groots Geschenk om te herinneren
  63. Het beschreven lam
  64. Het Zoenoffer
  65. Hij die komt
  66. Hij die zit aan de rechterhand van zijn Vader
  67. Hoop op een man
  68. Het begin van Jezus #6 Beloften van Innerlijke zegeningen
  69. Jezus Christus is in het vlees gekomen
  70. Kleine kudde en beleidvolle slaaf
  71. Lam van God
  72. Nieuw Verbond
  73. Onschuldig Lam
  74. Rapture blootgelegd Toegang met Christus
  75. Rapture blootgelegd Verzamelen met Jezus
  76. Rechtvaardigen
  77. Redding
  78. Redding door volharding
  79. Relatie tot Christus
  80. Relatie tot God
  81. Relatie tot medemens
  82. Slaaf voor mens en God
  83. Teken van het Verbond
  84. Verandering door de Bijbel
  85. Voorbereiden op het Koninkrijk
  86. Ware Hoop
  87. Werking van de Hoop
  88. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  89. Zoenoffer

+

Engelstalige aanverwante artikelen :

Please do find related articles:

  1. Half-hearted discipleship
  2. Better Things
  3. Prefering to be a Christian
  4. Reveal, command and demand what you will
  5. The thought of losing rekindles the joy of having
  6. It’s hard to be like Christ
  7. Be Holy
  8. To belong to = toebehoren
  9. Not liking your Christians
  10. Not all will inherit the Kingdom
  11. Half-hearted discipleship 
  12. Bible power to change
  13. Christadelphian people
  14. Chrystalised harmonious thinking
  15. Concerning gospelfaith
  16. Crucifixion for suffering
  17. Expiatory sacrifice
  18. Faith
  19. Faith and works
  20. Faith mouving mountains
  21. Full authority belongs to God
  22. God Helper and Deliverer
  23. God His Reward
  24. God’s promises
  25. God’s measure not our measure
  26. Gods hope and our hope
  27. Gods Salvation
  28. God’s Will for Us – Gods Wil voor ons 
  29. Hope for the future
  30. Human nature
  31. Incomplete without the mind of God
  32. Jesus Messiah
  33. Jesus’s answers about God’s silence
  34. Knowing Rabboni
  35. A Messiah to die
  36. New Covenant
  37. Offer in our suffering
  38. One Mediator
  39. Only one God
  40. On the Nature of Christ
  41. Our way of life
  42. Preparing for the Kingdom – Voorbereiden op het Koninkrijk 
  43. Promise of comforter
  44. Rapture exposed Admittance with Christ
  45. Rapture Exposed Gathering with Jesus
  46. Reasons that Jesus was not God
  47. Resurrection of Jesus Christ
  48. Salvation, trust and action in Jesus #2 What you must do
  49. Seeing Jesus
  50. Self inflicted misery #9 Subject to worldly things
  51. Slave for people and God
  52. The True Vine
  53. Video – Commandments of God
  54. Video – Light of the World
  55. Working of the hope
  56. Written to recognise the Promissed One
Read Full Post | Make a Comment ( 6 so far )

Een Messias om te Sterven

Posted on April 7, 2012. Filed under: Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Bijbel Studie en Bijbel Lezing, Leven en Dood | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , |

Diegene die beloofd was als de Verlosser was de Gezalfde of Christus/Messias die zich als een Dienstknecht of Slaaf aan bood. (Zie ook Slaaf voor mens en God)

Fragmenten uit het boek van Matteüs:

in een Nederlandse vertaling van “De Heilige Peshitta” door E. Nierop uit 2009


Mattheus

16: 13-20:

13 Toen Yeshu’/Jeshua in het gebied van Qesariya van Filipos {Caesarea van Filippi} was gekomen, vroeg hij zijn leerlingen en zei: “Wat zegt men over mij? Dat ik de Barnasha ben?”

14 Daarop zeiden ze: “Sommigen zeggen ‘Yuchanan de Doper’, maar anderen ‘Elia’, anderen ‘Jeremia’ of ‘een van de profeten’.

15 Hij zei tegen hen: “Maar wie zeggen jullie dat ik ben?” #

16 Shem’un Kiefa antwoordde en zei: “U bent de Mshicha, de Zoon van de Levende Alaha.”

17 Yeshu’ antwoordde en zei tegen hem: “Gezegend ben je Shem’un, zoon van Yawna, want niet vlees en bloed hebben je dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is.”

18 Ook ik zeg je dat je een rots bent, en op deze Rots zal ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overwinnen.

19 Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven en wat jij ook op aarde gebiedt, zal gebod in de hemel zijn. En wat je verbiedt op aarde, zal verbod in de hemel zijn.”

20 Daarop gaf hij zijn leerlingen opdracht dat ze niemand moesten zeggen dat hij de Mshicha was.

16: 21-28:

21 Vanaf toen ging Yeshu’ zijn leerlingen tonen dat hij klaar stond om naar Urishlem te gaan en vele dingen te lijden vanwege de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden en dat hij gedood zou worden en op de derde dag zou opstaan.

22 Maar Kiefa nam hem [apart] en berispte hem en zei: “Niets daarvan, Heer, dat dit u zou overkomen!”

23 Maar hij draaide zich om en zei tegen Kiefa: “Ga achter me tegenstander! Je bent me een struikelblok omdat je gedachte niet van Alaha is maar van mensen!”

24 Toen zei Yeshu’ tegen zijn leerlingen: “Wie me wil volgen, moet zichzelf ontkennen, zijn kruis opnemen en mij volgen!

25 Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen, maar wie zijn leven voor mij zal verliezen, zal het vinden.

26 Want wat voor nut heeft het voor een mens om de hele wereld te winnen, maar zijn ziel te verliezen? Of wat zal iemand in ruil voor de ziel geven?

27 Want de Barnasha {mensenzoon} zal komen in de glorie van zijn Vader met zijn heilige engelen. Daarna zal hij elk mens naar zijn daden vergoeden.

28 Ik zeg jullie met zekerheid dat sommigen van wie hier staan de dood niet zullen proeven voordat ze de Barnasha in zijn koninkrijk zien komen.”

17:22-23:

22 Terwijl ze door Glila {Galilea} reisden, zei Yeshu’ tegen hen: “De Barnasha {Mens /mensenzoon}zal aan mensenhanden worden uitgeleverd,

23 en men zal hem vermoorden, maar op de derde dag zal hij opstaan.” Dit bedroefde hen zeer.

20: 17-19:

17 Yeshu’ (jezus, jeshua) stond echter klaar om naar Urishlem (Jeruzalem) op te gaan. Hij nam zijn leerlingen onderweg apart en zei:

18 “Zie, we gaan op naar Urishlem en de Barnasha zal worden uitgeleverd aan de overpriesters en schriftgeleerden en ze zullen hem tot de dood veroordelen.

19 En ze zullen hem aan het volk uitleveren en men zal hem uitlachen, tuchtigen en hem ophangen maar op de derde dag zal hij opstaan.”

21: 42-46:

42 Yeshu’ {jezus, jeshua} zei tegen {tot} hen: “Hebt u nooit gelezen in de Schrift;
‘De steen die de bouwers hebben verworpen {afkeurden},
is de hoofdhoeksteen {hoeksteen} geworden,
deze kwam van marya JHWH de Heer,
en (het) is een wonder in onze ogen’.

43 Daarom zeg ik u dat het koninkrijk van Alaha van u zal worden weggenomen en het zal gegeven worden aan een natie die de vruchten daarvan opbrengt.

44 En wie over deze steen valt, zal gebroken worden en al op wie het valt, zal geplet worden.”

45 Toen de overpriesters en de separatisten zijn gelijkenis hoorden, begrepen ze dat hij over hen sprak.

46 Hoewel ze hem probeerden te grijpen, vreesden ze de menigten omdat die hem voor een profeet hielden.

26:1-5:

1 Toen Yeshu’ (Jezus, Jeshua) al deze woorden had voltooid zei hij tegen zijn leerlingen:

2 “Jullie weten dat over twee dagen het Pescha (pesach, pasen, pascha) is, en dat de Barnasha {mensenzoon} wordt uitgeleverd {overgeleverd} om te worden gehangen.”

3 Toen vergaderden de overpriesters, sofre {soferim,schriftgeleerden}{ontbreekt in het Grieks} en de oudsten van het volk op het binnenhof van de overpriester die Qayafa {Kajafas} heette.

4 En ze overlegden hoe ze Yeshu’ door een list zouden arresteren en hem vermoorden.

5 Maar ze zeiden: “Maar niet op het feest, anders zou er een rel {opstand,oproer} onder het volk ontstaan!”

26:11-16:

11 Want de armen hebben jullie altijd bij jullie maar mij hebben jullie niet altijd.

12 Maar ze goot deze parfum over mijn lichaam uit, alsof ze het voor mijn begrafenis heeft gedaan.

13 Ik zeg jullie met zekerheid, dat waar ook mijn boodschap wordt verkondigd, dit over de hele wereld zal worden verteld tot herinnering aan wat ze heeft gedaan.”

14 Toen ging een van de twaalf, Yihuda Scharyuta {Yehuda Scharyuta, Judas Iskariot} genoemd, naar de overpriesters.

15 En hij zei tegen hen: “Wat zou u me geven als ik u hem zal uitleveren?” Ze beloofden hem dertig [stukken] zilver. #

16 Vanaf toen zocht hij een gelegenheid om hem te verraden.

26:20-25:

20 Toen het avond was, lag hij aan met zijn twaalf leerlingen.

21 Terwijl ze aten zei hij: “Ik zeg jullie met zekerheid, dat een van jullie me zal verraden.”

22 Dat maakte hen zeer bedroefd dus gingen ze hem om de beurt te zeggen: “Ben ik het, Heer?”

23 Daarop antwoordde hij hun en zei: “Degene die met mij zijn hand in de schaal doopt, zal mij verraden.

24 De Barnasha {mens; mensenzoon} zal gaan zoals er over hem staat geschreven {zoals staat geschreven over hem}: ‘Maar wee die man door wiens hand de Barnasha {mens} wordt verraden! Het zou beter voor die man zijn geweest als hij niet was geboren’.

25 Yihuda {Yehuda, Judas} de verrader antwoordde en zei: “Ben ik het, Rabbi?” Hij zei tegen hem: “Je hebt [het] gezegd.”

26:28:

27 Daarop nam hij de beker en sprak dank uit, gaf het hun en zei: “Drink hier allen uit,

28 dit is mijn bloed van het nieuwe verbond {Jeremia 31:31; ‘nieuw’ niet in alle Griekse afschriften.} dat voor velen {tot nut van velen} wordt vergoten tot vergeving van zonden.

26:30-32:

30 Ze zongen lofzang en gingen op weg naar de Olijfberg.

31 Toen zei Yeshu’ tegen hen: “Vannacht zullen allen over me struikelen. Want er staat geschreven: ‘ik zal de herder slaan en de schapen van zijn kudde zullen verstrooid raken’.

32 Maar nadat ik ben opgestaan {PNT. Grieks heeft ‘na de opstanding’}, zal ik jullie voorgaan naar Glila {Galilea}.”

26: 37-39:

37 En hij nam Kiefa {Kefas (petrus)}en de twee zonen van Zabday {Zabdaï, Zebedeüs} mee, en hij begon bedrukt en bedroefd {verdrietig en zeer onrustig} te worden.

38 En hij zei tegen hen: “Mijn ziel is bedroefd {heeft kwelling} tot de dood. Blijf bij me en waak met mij!”

39 En hij ging wat verderop, knielde {Wierp zich op zijn gezicht}, bad en zei: “Mijn Vader! Als het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan, maar niet zoals ik wil maar zoals u wilt.”

26:48-50:

48 En Yihuda {Yehuda, Judas} de verrader had hen een teken gegeven en zei: “Wie ik kus, is het, grijp hem!”

49 En onmiddellijk kwam hij bij Yeshu’ en zei: “Vrede, Rabbi!” En hij kuste hem.

50 Daarop zei Yeshu’ (Jezus, Jeshua) hem: “Ben je daarom gekomen, mijn vriend?” Toen naderden ze en sloegen de handen aan Yeshu’ en grepen hem.

27:1-5:

1 Toen het morgen werd, namen alle overpriesters en de oudsten van het volk het besluit over Yeshu’ {Jeshua} om hem de doodstraf te geven.

2 En ze boeiden hem, leidden hem weg en leverden hem over aan de prefect Pilatos.

3 Toen de verrader Yihuda {Yehuda, Judas} zag dat Yeshu’ werd veroordeeld kreeg hij spijt, ging terug en bracht die dertig zilverstukken terug aan de overpriesters en de oudsten.

4 en hij zei: “Ik heb gezondigd, want ik heb onschuldig bloed verraden!” Maar ze zeiden tegen hem: “Wat hebben we {Letterlijk ‘voor ons, zijn wij ons van jou bewust’} met jouw probleem te maken?”

5 Toen wierp hij het zilver in de tempel, vertrok en hing zichzelf op.

27:9-10:

9 Toen werd vervuld wat werd gesproken door de profeet die zei: “Ik nam {(#Zac 11:12). Grieks voegt toe ‘Jeremia’.} dertig zilverstukken, de prijs voor de Kostbare die werd overeengekomen met de zonen van Israyel {de Israëlieten},

10 en ik gaf ze voor het veld van de pottenbakker zoals marya JHWH {Jehovah} de Heer me heeft opgedragen.”

27:18-26:

18 Want Pilatos wist dat ze hem uit afgunst hadden uitgeleverd.

19 Terwijl de prefect nu op zijn eigen rechterstoel gezeten was, zond zijn vrouw hem een bericht en zei tegen hem: “Heb niets met die Rechtvaardige want ik heb vandaag in een droom veel om hem geleden.”

20 Maar de overpriesters en de oudsten hadden de menigten overtuigd om te vragen naar Barabba {Barabbas } maar om Yeshu’ te doden.

21 De prefect antwoordde en zei tegen hen: “Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?” Ze zeiden: “Barabba! {Barabbas }”

22 Daarop zei Pilatos tegen hen: “Wat zal ik doen met Yeshu’ die de Mshicha wordt genoemd?” Zij allen zeiden: “Hang hem op! {Ar. Nezdqep;’ ‘oprichten’. Het martelwerktuig, paal of kruis, werd niet genoemd.}”

23 De prefect zei tegen hen: “Wat voor kwaad heeft hij dan begaan?” Maar ze riepen nog luider en zeiden: “Hang hem op!”

24 Toen Pilatos zag dat niets hielp, maar in plaats daarvan het geschreeuw sterker werd, nam hij water, waste zijn handen tegenover de menigte en zei: “Ik heb vrijstelling {Ik ben vrij van het bloed } van het bloed van deze rechtvaardige man. U zult het weten!”

25 En heel het volk antwoordde en zei: “Zijn bloed over ons en over onze kinderen!”

26 Toen liet hij Barabba voor hen vrij en liet Yeshu’ met de zweep slaan en leverde hem over om te worden opgehangen.

27:27-31:

27 Toen namen de soldaten van de prefect Yeshu’ mee naar het pretorium en het hele cohort {regiment} vergaderde zich rondom hem.

28 Zij ontkleedden hem en deden hem een karmijnrode tunica aan.

29 Ook weefden ze een doornenkrans en zetten die op zijn hoofd, gaven hem een riet in zijn rechterhand, vielen voor hem op de knieën, lachten hem uit {gingen hem bespotten/uitlachen} en ze zeiden: “Gegroet, koning van de Yihudaye! {Yihudoye, Judeeërs, Joden)}”

30 En ze spuwden hem in het gezicht, namen het riet en sloegen ermee op zijn hoofd.

31 Toen ze hem hadden uitgelachen, ontkleedden ze hem van de tunica {trokken ze hem de tunica uit} en ze kleedden hem met zijn eigen kleding {deden hem zijn eigen kleding aan } en leidden hem weg om hem op te hangen {om hem gehangen te laten worden}.

27:32-54:

34 Zij gaven hem azijn {wijn volgens Grieks} vermengd met gal te drinken. Hij proefde het, maar wilde het niet drinken. #

35 Nadat ze hem hadden opgehangen, verdeelden ze zijn kleding door loten te werpen. #

36 En ze gingen zitten en hielden de wacht bij hem.

37 Men plaatste boven zijn hoofd de reden voor zijn dood met het opschrift:
“Dit is {Ar.הנו ישׁוע מלכא דיהודיא (Hana Yeshu’ malka d’Yihudaye). Grieks: ιησους ο βασιλευς των ιουδαιων. Latijn: hic est Iesus rex Iudaeorum} Yeshu’, de koning van de Yihudaye.”

38 Er werden met hem twee rovers gekruisigd. Eén rechts en één links van hem.

39 Degenen die passeerden, lasterden hem en schudden hun hoofd,

40 en ze zeiden: “U die de tempel zou neerhalen {vernietigen} en in drie dagen bouwen; red uzelf als u de Zoon van Alaha {God} bent, en kom van het kruis af!”

41 Zo lachten ook de overpriesters met de schriftgeleerden, oudsten en de separatisten hem uit,

42 en ze zeiden: “Anderen heeft hij gered, maar zichzelf kan hij niet redden! Als {Niet in het Grieks} hij de koning van Israyel is, laat hem nu van het kruis afkomen dan zullen we in hem geloven!

43 Hij vertrouwde op Alaha, laat hij hem nu redden als hij vreugde in hem vindt, want hij heeft gezegd: ‘Ik ben de Zoon van Alaha’.

44 Zelfs die rovers, die met hem waren gehangen, maakten hem verwijten.

45 Vanaf het zesde uur {nd.twaalf uur} tot het negende uur was er een duisternis over het hele land.

46 Rond het negende uur {drie uur onze tijd} riep Yeshu’ met luide stem en zei: “Yl, Yl! Waarom hebt u mij verlaten?”

47 Sommigen van de mensen die daar stonden, hoorden dit en zeiden: “Hij roept Elia!”

48 Onmiddellijk rende iemand van hen, nam een spons en vulde deze met azijn, stak dat op een riet en gaf hem te drinken.

49 Maar anderen zeiden: “Laat hem! We zullen zien of Elia komt om hem te redden!”

50 Maar Yeshu’ riep opnieuw met luide stem en gaf zijn adem op.

51 Onmiddellijk scheurde het gordijn van de poort van de tempel van boven naar beneden in twee en de aarde schudde en de rotsen scheurden,

52 de graftomben werden geopend en veel lichamen van de heiligen die sliepen kwamen overeind,

53 en werden naar buiten geworpen. Na zijn opstanding werden ze door velen die de heilige stad binnengingen gezien.

54 De centurio en degenen met hem die Yeshu’ bewaakten, zagen de aardbeving en wat er was gebeurd. Ze waren zeer bevreesd en zeiden: “Naar waarheid was hij de zoon van Alaha!”

27:57-66:

57 Toen het avond was geworden, kwam er een rijke man uit Ramta {Armataïm}, Jawsef {Jozef} genaamd, die ook leerling van Yeshu’ was geworden.

58 Hij ging naar Pilatos om het lichaam van Yeshu’ te vragen waarna Pilatos de opdracht gaf {(Marcus 15:44 en Matteüs 27:46)} dat het lichaam aan hem zou worden gegeven.

59 Jawsef {Jozef} nam het lichaam en wikkelde het in een lijkwade van zuiver linnen {wond het in een zuiver linnen doek}

60 en legde het in zijn nieuwe uit rots gehouwen graftombe. Men rolde een grote steen voor de ingang {deur} van de graftombe en vertrok.

61 Maar Marjam Magdlayta {Maria Magdelaita, Maria van Magdala of Maria Magdalena} en de andere Marjam {Maria} gingen tegenover de tombe zitten.

62 De volgende dag, dat was na de dag van voorbereiding {arubta}, vergaderden de overpriesters en de separatisten {Frieshe, Farizeeën)} zich voor Pilatos,

63 en ze zeiden: “Heer! We herinneren ons, dat toen die bedrieger leefde hij heeft gezegd: ‘Na drie dagen zal ik opstaan!’ {en ze zeiden: “Heer! We herinneren ons, dat die bedrieger zei, toen hij leefde: ‘Na drie dagen zal ik opstaan!’}

64 Beveel dan de tombe {het graf} drie dagen te bewaken tot de derde dag, anders komen zijn leerlingen het in de nacht stelen en zullen ze de mensen zeggen dat hij uit het graf is opgestaan, en dan zal het laatste bedrog erger zijn dan het eerste!”

65 Pilatos zei tegen {tot} hen: “Jullie hebben wachten {Het Grieks heeft ‘kustodias’ (Latijn, custos, ‘wacht’). PNT heeft ‘quaestionarius’.}{Jullie hebben bewaking}, ga en bewaak het naar uw beste weten.”

66 Daarop gingen ze en bewaakten ze {Maar ze gingen de tombe bewaken  / Daarop bewaakten ze} de tombe en verzegelden de rots {die steen} samen met de wachten {bewakers}.

English  version / Engelse versie >A Messiah to die

Vindt aanverwante lectuur:

  1. Gisteren stierf hij voor mij
  2. Jezus Christus Zijn Zoenoffer
  3. Het begin van Jezus #3 Voorgaande Tijden
  4. Jesaja profeet en boodschapper van God
  5. Het begin van Jezus #4 Aangekondigde te komen Verlosser
  6. Het begin van Jezus #5 Aankondigingsteksten uit de Schrift
  7. Het begin van Jezus #6 Beloften van innerlijke zegeningen
  8. Het begin van Jezus #7 Een Nieuwe Adam, zoon van Abraham
  9. Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God
  10. Het begin van Jezus #9 Een kwestie van Toekomst
  11. Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper
  12. De Knecht des Heren #3 De Gewillige leerling
  13. De Knecht des Heren #4 De Verlosser
  14. Verontrustheid van Jezus
  15. Hoe heeft Jezus zulk een plezier voor God gedaan
  16. Lijden goegemaakt door Jezus’ loskoopoffer voor zonde
  17. Niemand heeft zulk een grote liefde als hij die zij leven gaf voor zijn vrienden
  18. Lam van God #1 Oude Tijden
  19. Lam van God #2 Jezus moest sterven
  20. Lam van God #3 Christus stierf als onschuldig Lam #2 Aanvaarding der Toewijzing
  21. Lam van God #3 Christus stierf als onschuldig Lam #3 Losprijs
  22. Lam van God #3b Christus stierf als onschuldig Lam
  23. Lam van God #3c Christus stierf als onschuldig Lam NT teksten
  24. God wil u gunst betonen
  25. Een Groots Geschenk om te herinneren
  26. Geen Wegvluchter
  27. Slaaf voor mens en God
  28. Fragiliteit en actie #15 Lossen of Verlossen
  29. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #1 Bedekking Lijden
  30. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #2 Te Doen
  31. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren
  32. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #7 Adverteren
  33. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  34. Lijden goegemaakt door Jezus’ loskoopoffer voor zonde
  35. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  36. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  37. Een gedicht voor Pasen
  38. Niet goddelijkheid van Christus toch 
  39. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
  40. Toewijding van ons
  41. Bedenking rond Onveranderlijkheid
  42. Eerste pogingen van het kiemend zaad
  43. Waarom ik voor de Islam kies? #3 verantwoordelijkheid voor zonden
  44. 1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.
  45. Donderdag 9 April = 14 Nisan en Paasviering 11 April
  46. Pasen 2006
  47. Een Feestmaal en doodsherinnering
  48. Zo maar gerechtvaardigd?
  49. Zelfbehoud is de hoogste wet van de natuur

+

In het Engels kan u ook aanverwante lectuur vinden / Please do find related articles in English:

  1. Yesterday He died for me
  2. Written to recognise the Promissed One
  3. Who is Jesus #2 Jesus Christ, man who died
  4. How is it that Christ pleased God so perfectly?
  5. The redemption of man by Christ Jesus
  6. Suffering redemptive because Jesus redeemed us from sin
  7. This month’s survey question: Why did Jesus have to die on the cross?
  8. Slave for people and God
  9. Clean Flesh #1 Intro
  10. Anointing of Christ as Prophetic Rehearsal of the Burial rites
  11. Isaiah prophet and messenger of God
  12. Self inflicted misery #3 A man given to suffer for us
  13. Self inflicted misery #6 Paying by death
  14. Salvation, trust and action in Jesus #1 Suffering covered by Peace Offering
  15. God wants to be gracious to you
  16. Who is Jesus Christ? #1 What does the Bible say
  17. Why did Jesus have to die
  18. Understanding The Atonement
  19. Christ having glory
  20. Impaled until death overtook him
  21. Jesus Christ, His Sacrifice
  22. Swedish theologian finds historical proof Jesus did not die on a cross
  23. Greater love has no one than this, than to lay down one’s life for his friends
  24. A Great Gift commemorated
  25. Not bounded by labels but liberated in Christ
  26. Summary on trinity
  27. Not making a runner
  28. The Soul confronted with Death
  29. There is no need to execute a sentence twice for sin
  30. Ransom for all
  31. Ransom for All – Searches
  32. Self-preservation is the highest law of nature
Read Full Post | Make a Comment ( 13 so far )

Slaaf voor mens en God

Posted on April 7, 2012. Filed under: Omgang, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Bijbel Studie en Bijbel Lezing, Koninkrijk van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , |

Uitreksels uit het Boek van Mattheus

in de Peshita vertaling van 2009 door E.Nierop


Mattheus

6: 24

24 Geen mens kan twee heren dienen. Of men zal de één haten en de ander liefhebben, of de één eren en de ander minachten. Je kan niet [zowel] Alaha als het geld dienen.

12: 9-21:


9 Toen Yeshu’ van daar was vertrokken, kwam hij in hun synagoge.

10 Er was daar een man die een verdorde hand had. En ze vroegen hem en zeiden: “Is het toegestaan om op de shabta te genezen?” Zo konden ze hem beschuldigen.

11 Daarop zei hij tegen hen: “Is er iemand onder u die een schaap heeft, dat als het op de shabta in een put valt, het niet zou grijpen en eruit tillen?

12 Hoeveel meer is een mens waard dan een schaap? Daarom is het toegestaan op de shabta te doen wat juist is.”

13 Toen zei hij tegen de man: “Strek uw hand uit!” En hij strekte zijn hand uit en het werd hersteld, zoals de ander.

14 En de separatisten gingen weg om te overleggen hoe ze van hem af konden komen.

15 Maar Yeshu’ kwam het te weten en trok zich van daar terug. En vele menigten volgden hem en hij genas hen allen.

16 En hij maande hen hem niet te openbaren,

17 zodat vervuld zou worden wat door de profeet Esha’ya was gesproken die zei:

18 Zie, mijn bediende in wie ik vreugde vind,
mijn geliefde naar wie mijn ziel heeft verlangd!
Ik zal mijn geest in hem leggen
en hij zal rechtvaardigheid aan de natiën verkondigen.

19 Hij zal niet redetwisten of luid roepen,
niemand zal zijn stem op het plein horen.

20 Een gekneusd riet zal hij niet breken,
een flakkerende lamp zal hij niet smoren,
tot hij het recht zal laten zegevieren,

21 en in zijn naam zullen de natiën hoop vinden.”

25 Maar Yeshu’ kende hun gedachten en zei tegen hen: “Elk koninkrijk dat tegen zichzelf is verdeeld, zal verwoest raken. Elk huisgezin en elke stad die tegen zichzelf is verdeeld zal niet stand houden.

16: 24-27:

24 Toen zei Yeshu’ tegen zijn leerlingen: “Wie me wil volgen, moet zichzelf ontkennen, zijn kruis opnemen en mij volgen!

25 Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen, maar wie zijn leven voor mij zal verliezen, zal het vinden.

26 Want wat voor nut heeft het voor een mens om de hele wereld te winnen, maar zijn ziel te verliezen? Of wat zal iemand in ruil voor de ziel geven?

27 Want de Barnasha zal komen in de glorie van zijn Vader met zijn heilige engelen. Daarna zal hij elk mens naar zijn daden vergoeden.

18: 1-7:

1 Op dat uur kwamen de leerlingen bij Yeshu’ en zeiden: “Wie is dan wel de grootste in het koninkrijk van de hemel?”

2 En Yeshu’ riep een jongen en plaatste hem in hun midden,

3 en zei: “Ik zeg jullie met zekerheid, dat als jullie niet veranderen en worden als kinderen, jullie het koninkrijk van de hemel niet zullen binnengaan.

4 Wie daarom nederig als deze jongen is, zal de grootste in het koninkrijk van de hemel zijn.

5 En wie iemand zoals dit kind in mijn naam ontvangt, die ontvangt mij.

6 Maar wie tegen een van deze kleinen die op me vertrouwen een overtreding begaat; het zou beter voor hem zijn als er een molensteen van een ezel om zijn nek werd gehangen en hij in de diepten van de zee zou zinken.

7 Wee de wereld vanwege schandalen! Want schandalen moesten komen, maar wee de man door wiens hand het schandaal komt!

18:10-11:

10 Pas op dat je niet een van deze kleinen minacht! Want ik zeg je dat hun engelen in de hemel voortdurend het gezicht van mijn Vader zien, die in de hemel is.  11 Want de Barnasha is gekomen om te redden wat verloren was.

19: 13- 15:

13 Toen bracht men hem kinderen zodat hij hen de handen zou opleggen en bidden. Maar zijn leerlingen berispten hen.

14 Maar Yeshu’ zei tegen hen: “Laat de kinderen bij me komen en hinder ze niet want voor wie als zij zijn is het koninkrijk van de hemel.”

15 En hij legde hen de handen op en vertrok vandaar.

19:21-26:

21 Yeshu’ zei tegen hem: “Als u volmaakt wilt zijn, ga uw bezittingen verkopen en geef het aan de armen, en u zult een schat in de hemel hebben en kom, volg mij!”

22 Toen de jongeman dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg, want hij had veel bezittingen.

23 Yeshu’ zei daarom tegen zijn leerlingen: “Ik zeg jullie met zekerheid dat het moeilijk is voor een rijke om het koninkrijk van de hemel binnen te gaan.

24 Opnieuw zeg ik jullie dat het voor een kameel eenvoudiger is het oog van een naald binnen te gaan, dan voor een rijke het koninkrijk van Alaha binnen te gaan.”

25 Toen de leerlingen dit hadden gehoord zeiden ze zeer verbijsterd: “Wie kan dan gered worden?”

26 Maar Yeshu’ keek naar hen en zei: “Bij mensen kan dit niet, maar bij Alaha kan alles.”

20: 20-28:

20 Daarna kwam de moeder van de zonen van Zabday met haar zonen en ze bracht hem hulde om iets van hem te vragen.

21 Hij zei tegen haar: “Wat wil je?” Ze zei tegen hem: “Zeg dat deze twee zonen van me, rechts en links van u in uw koninkrijk zullen zitten.”

22 Yeshu’ antwoordde en zei: “Jullie weten niet wat jullie vragen. Kunnen jullie de beker drinken waarvoor ik klaar sta het te drinken of worden gedoopt met de doop waarmee ik zal worden gedoopt?” Ze zeiden tegen hem: “Dat kunnen we.”

23 Hij zei tegen hen: “Jullie zullen mijn beker drinken en worden gedoopt met de doop waarmee ik zal worden gedoopt, maar dat jullie rechts en links van mij zullen zitten, is me niet gegeven behalve voor wie mijn Vader het heeft bereid.”

24 Toen de tien het hoorden werden ze door de twee broers getergd.

25 Maar Yeshu’ riep hen en zei tegen hen: “Jullie weten dat de hoofden van de natiën hun heren zijn en [dat] hun regeerders geautoriseerd zijn.

26 Zo zal het niet zijn onder jullie, maar laat wie onder jullie groot wil zijn voor jullie een dienaar zijn.

27 En wie onder jullie de eerste wil zijn, laat hij jullie tot een bediende zijn.

28 Zoals de Barnasha niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zichzelf te geven als een verlossing voor velen.”

22:33-40:

33 Toen de menigten dit hadden gehoord, waren ze verbaasd over zijn onderwijs.

34 Zodra de separatisten hoorden dat hij de zadokieten had doen zwijgen, verzamelden ze zich.

35 Iemand, een van hen die de Wet kende, vroeg hem terwijl hij hem ging testen:

36 “Leraar, wat is het grootse gebod van de Wet?”

37 Yeshu’ zei daarop tegen hem: U moet Alaha de Heer met heel uw hart, met heel uw ziel en al uw kracht en heel uw verstand liefhebben’.

38 Dit is het grootste en het eerste gebod.

39 Het tweede is eraan gelijk: ‘U moet uw naaste liefhebben als uzelf’.

40 Aan deze twee geboden hangen de Thora en de Profeten.”

23: 8-12:

8 Maar laat je niet rabbi noemen, want één is jullie Rabbi, maar jullie allen zijn broeders.

9 Laat niemand zichzelf op aarde vader noemen want één is jullie Vader die in de hemel is.

10 Laten jullie je ook geen gids noemen, want één is jullie gids {leider}, de Mshicha.

11 Maar wie onder jullie groot is, zal onder jullie een dienaar {bediende } zijn.

12 Wie zich verhoogt, zal vernederd worden en wie zich vernedert, zal verhoogd worden. {Wie zich verheft zal vernederd worden en wie zich vernedert zal verheven worden.}

24:45-51:

45 Wie is dan de getrouwe en wijze bediende die zijn heer heeft aangesteld over zijn huishouden om hun op tijd voedsel te geven?

46 Gezegend is die bediende wanneer zijn heer komt en hem zo doende aantreft.

47 Ik zeg jullie met zekerheid dat hij hem over alles wat hij bezit zal aanstellen.

48 Maar als een slechte bediende in zijn hart zou zeggen: ‘Mijn heer stelt zijn komst uit’,

49 en zijn medebedienden begint te slaan en te eten en te drinken met dronkaards,

50 dan zal de Heer van die bediende komen op een dag die hij niet verwacht en op een uur dat hij niet kent.

51 En hij zal hem afzonderen en zijn deel geven tussen de hypocrieten. Daar zal huilen en knarsetanden zijn.

25: 31-46:

31 Wanneer de Barnasha en al zijn heilige engelen met hem in zijn glorie komen, dan zal hij op zijn glorieuze troon gaan zitten.

32 En alle natiën zullen voor hem worden vergaderd en hij zal hen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.

33 En hij zal de schapen rechts van hem en de bokken links van hem plaatsen.

34 Dan zal de koning tegen degenen die rechts van hem zijn zeggen: ‘Kom, gezegenden van mijn Vader! Beërf het koninkrijk dat vanaf de conceptie van de wereld voor u is bereid’.

35 Want ik had honger en u gaf me te eten. Ik had dorst en u gaf me te drinken. Ik was een vreemdeling en u nam me in huis.

36 Ik was naakt en u hebt me gekleed, ziek en u hebt me verzorgd, in de gevangenis en u kwam naar me toe.

37 Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: ‘Heer, wanneer hebben we u hongerig gezien en u gevoed, [u] dorstig [gezien] en hebben we u te drinken gegeven?

38 En wanneer hebben wij u gezien dat u vreemdeling was en hebben we u in huis genomen, of [gezien] dat naakt was en hebben we u gekleed?

39 En wanneer hebben wij u dan ziek of in de gevangenis gezien en zijn wij naar u toe gekomen’

40 Dan zal de koning antwoorden en hun zeggen: ‘Ik zeg u met zekerheid: zover als u het voor een van deze kleine broeders van mij hebt gedaan, hebt u het voor mij gedaan’.

41 Dan zal hij ook zeggen tegen wie links van hem zijn: ‘Ga weg van mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de beschuldiger en zijn engelen is voorbereid!

42 Want ik had honger, maar u gaf me niets te eten. Ik had dorst, maar u gaf me niets te drinken.

43 En ik was een vreemdeling en u nam me niet in huis, [ik was] naakt en u hebt me niet gekleed, [ik was] ziek en in de gevangenis maar u hebt me niet bezocht.

44 Dan zullen ook zij hem antwoorden en zeggen: ‘Heer! Wanneer hebben we u hongerig gezien, of dorstig of als vreemdeling, of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we u niet gediend’

45 Dan zal hij hun antwoorden en tegen hen zeggen: ‘Ik zeg u met zekerheid: zover u dit niet hebt gedaan voor een van deze kleinen, hebt u het ook niet voor mij gedaan’.

46 En ze zullen naar eeuwige pijniging gaan maar de rechtvaardigen naar eeuwig leven.”

+

Johannes 13:1-20:

1 Voordat het Peschafeest plaatsvond, wist Yeshu’ dat de tijd was gekomen dat hij uit deze wereld moest vertrekken, naar zijn Vader. Hij had wie van hem waren in deze wereld tot het einde lief.

2 Tijdens het avondmaal werd door Satana in het hart van Yihuda, de zoon van Shem’un Scharyuta, gegeven dat hij hem zou verraden.

3 Maar omdat Yeshu’ wist dat de Vader alles in zijn handen had gegeven en dat hij van Alaha was gekomen en naar Alaha zou gaan,

4 stond hij op van het avondmaal en deed zijn mantel uit, nam een doek en sloeg het om zijn middel.

5 Daarna goot hij water in een kom en ging de voeten van zijn leerlingen wassen en hij droogde ze met de doek die om zijn middel was geslagen.

6 Toen hij bij Shem’un Kiefa kwam, zei Shem’un hem: “Heer, gaat u mijn voeten wassen?”

7 Yeshu’ antwoordde en zei tegen hem: “Wat ik doe begrijp je nu niet maar later zal je het begrijpen.”

8 Toen zei Shem’un Kiefa tegen hem: “In de eeuwigheid zult u mijn voeten niet wassen!” Yeshu’ zei tegen hem: “Als ik je niet was, zal je geen deel met me hebben.”

9 Shem’un Kiefa zei tegen hem: “Mijn Heer, was niet dan alleen mijn voeten maar ook mijn handen en mijn hoofd!”

10 Yeshu’ zei tegen hem: “Wie zich heeft gebaad, hoeft slechts zijn voeten te wassen want hij is al rein; dus zijn jullie allen rein maar toch niet allen.”

11 Want Yeshu’ wist wie hem zou verraden, daarom zei hij: “Niet elk van jullie is rein.”

12 Toen hij hun voeten had gewassen, deed hij zijn mantel aan en ging zitten en zei tegen hen: “Begrijpen jullie wat ik voor jullie heb gedaan?

13 Jullie noemen mij ‘onze Leraar’ en ‘onze Heer’, en dat zeggen jullie juist, want dat ben ik.

14 Maar als ik, jullie Heer en Leraar, jullie voeten heb gewassen, hoeveel meer moeten jullie elkaar de voeten wassen?

15 Daarom heb ik jullie dit voorbeeld gegeven. Zoals ik heb gedaan, moeten ook jullie doen.

16 De waarheid: ik zeg jullie dat er geen bediende is die groter is dan zijn heer. Er is geen zendeling, die groter is dan degene die hem heeft gezonden.

17 Als jullie deze dingen weten, zijn jullie gezegend als jullie ze doen.

18 Ik sprak dit niet over jullie allen, want ik ken degenen die ik heb gekozen, maar dat de Schrift vervuld mag worden: “Degene die brood met mij eet, heeft zijn hiel tegen mij opgeheven.”

19 Vanaf dit uur vertel ik jullie voor het gebeurt, dat als het gebeurt, jullie zullen geloven dat ik ben.

20 De waarheid: ik zeg jullie dat wie degene ontvangt die ik heb gezonden, mij ontvangt. En wie mij ontvangt, ontvangt hem die ik heb gezonden.”

-

Teksten van de Nederlandstalige Peshitta in vertaling van E. Nierop, 2009 uitgave

+

“O Jahweh/Jehovah, echt ik  (ben) Uw knecht, ik (ben) uw dienaar, ( en)  de zoon van uw dienstmaagd: Je hebt mijn banden losgemaakt” (Psalm 116:16 KJBPNVnl)

“En zeide tot mij: Gij  (zijt) mijn knecht, Israël, in wie Ik zal verheerlijkt worden.” (Jesaja 49:3 KJBPNVnl)

“Hij zal vanuit zijn ziel de arbeid zien , (en) zal voldaan worden: Door zijn kennis zal mijn rechtvaardige dienaar de mens rechtvaardigen, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen” (Jesaja 53:11 KJBPNVNn)

“Hoor nu, Oh hogepriester Jozua, u en uw medemensen die zitten voor je, want zij ( zijn) mannenwaar men  zich over verwondert : want zie, Ik zal Mijn Knecht, de TAK {scheut, spruit, loot} verwekken {laten voortkomen}.” (Zacharia 03:08 KJBPNVnl)

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Een dienstknecht is niet hoger geplaatst {niet meer} dan zijn heer, noch hij, die gezonden is door Hem .” (Johannes 13:16 KJBPNVnl)

“Door uw hand uit te strekken  om te genezen; en dat tekenen en wonderen geschieden door de naam van uw heilig kind Yahshua/Jeshua.” (Handelingen 4:30 KJBPNVnl)

“Er is geen Jood of Griek, er is geen slaaf of vrije, er is geen man noch vrouw: u bent allen één in de Messias Yahshua/Jeshua.” (Galaten 3:28 KJBPNVnl)


Engelse versie / English  version:  Slave for people and God

+

Gelieve verder in het Nederlands te vinden:

  1. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  2. Een Groots Geschenk om te herinneren
  3. Geen Wegvluchter
  4. Samen werken aan een Open Gemeenschap
  5. Wereld waarheen? #4 Het Lied van de Serafs
  6. De Knecht des Heren #1 De Bevrijder
  7. De Knecht des Heren #2 Gods zwaard en pijl
  8. De Knecht des Heren #3 De Gewillige leerling
  9. De Knecht des Heren #4 De Verlosser
  10. De Knecht des Heren #5 De Gezalfde gezant
  11. Jesaja profeet en boodschapper van God
  12. Elke gelovige is opgeroepen om Christus in de dienst te volgen
  13. Toewijding van ons
  14. 1Korinthiërs 3:6-7 God die Wasdom geeft #2 Paulus en andere dienaars.
  15. Een Niet-christelijke christelijke bediening
  16. Roeping een dynamishc begrip en blijvende bron van kracht
  17. Gezelschap in de kerkgemeenschap
  18. Het niet goed gaan in de Kerk
  19. Verspreiding van het Goede Nieuws Fw: Remember matthew 24:14!
  20. Actualiteit Banner of Truth conferentie Predikant Heraut

Aanvullen lectuur in het Engels kan u vinden:

  1. The Ecclesia in the churchsystem
  2. Salvation, trust and action in Jesus #3 as a Christian
  3. Self inflicted misery #2 Weakness of human race
  4. Proclaiming shalom, bringing good news of good things, announcing salvation
  5. Anointing of Christ as Prophetic Rehearsal of the Burial rites
  6. A Great Gift commemorated
  7. Not making a runner
  8. The Soul confronted with Death
  9. Manifests for believers #5 Christian Union
  10. Companionship
  11. What’s Wrong with “User Friendly”?
  12. Foolishness of Preaching and God’s instrument
  13. Preaching to an unbelieving world
  14. Evangelism takes many forms
  15. Verspreiding van het Goede Nieuws Fw: Remember matthew 24:14!

+++

Read Full Post | Make a Comment ( 2 so far )

Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen

Posted on April 5, 2012. Filed under: Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Leven en Dood | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

Op onze Vlaamse website Broeders in Christus hebben wij Jezus bijnaam “Christus” of “Gezalfde” onder het voetlicht genomen in het artikel: Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper.

In het artikel wezen wij op de gedachtegang van vele christenen waarbij zij foutief de zalving van de Nazareen Jezus bij zijn doopsel nemen. Als men wil zou  men die doop in de Jordaan op zijn dertigste als een figuurlijke zalving kunnen aannemen als men weet dat de zalving of balseming bij de Joden ook als symbool stond voor “reiniging” in de ogen van God. Ook de onderdompeling in water, zoals Johannes de Doper zijn neef Jezus volledig onder water bracht, diende als een symbolische daad van reiniging voor Jehovah God, waarbij men om de wegwassing van zonden vroeg.

Ook al had Jezus nog geen enkele zonde begaan, en zou hij in zijn verdere loopbaan ook geen zonden doen, verzocht Jezus toch over te gaan tot een doop in het stromende water, zodat hij als zich als nieuwe bron van eeuwig water uit het water kon oprichten.

16th-century unknown painters - The Baptism of Christ - WGA23502

Doop van Jezus met bevestiging dat hij de zoon van God is - 16° Eeuws ikoon

Nadat hij uit het water kwam was er Gods Geest die onder de vorm van een duif over de biddende Jezus neerdaalde en voor iedereen ten gehore bracht dat dit de geliefde zoon was van God:  God zijn welbeminde Zoonin wie Hij welbehagen heeft.

“Terwijl al het volk zich liet dopen, en Jezus na zijn doop in gebed was, geschiedde het dat de hemel openging en de heilige Geest, in lichamelijke gedaante als een duif, over Hem neerdaalde, en een stem uit de hemel sprak: ‘Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb ik mijn behagen gesteld.’” (Lukas 3:21-22 WV78)

Op dat moment krijgen wij een eerste openbaring van God over deze loonarbeider, die zich daarvoor in het gezin van Jozef en Maria uit de stam van David stil heeft gehouden en mee voor het gezin heeft voorzien, zoals gebruikelijk.

Dertig jaar eerder was hij volgens de Joodse gebruiken ook door zijn ouders in de tempel aangeboden geworden, besneden en gezalfd. Toen hij acht dagen oud was werd hij in Jeruzalem opgedragen om een “kind van God” en “zoon van Israël” te worden. De besnijdenis en zalving waren tekenen van opname in het Joodse Volk als lid van het Volk van God. Daar gebeurde dan in de toekomstige hoofdstad van het Koninkrijk van God de overdracht van het gewone mensenkind tot “kind van God” en werd Jezus ook een Gezalfde.

Maar na die eerste zalving zouden nog drie zalvingen door gaan en een vierde vond slechts gedeeltelijk plaats, want de eigenlijke volledige balseming moest nog gebeuren toen Maria van Magdala ook gekend onder de naam Maria Magdalena met Salomé en Maria, de moeder van Jakobus met hun kruiden, om het lichaam van Jezus te balsemen, aankwamen aan het lege graf waarin Jezus was gelegd, maar nu uit bleek te zijn verdwenen.

Enkele dagen daar voor was Jezus letterlijk al gezalfd geworden en figuurlijk als het ‘dode lichaam’ gebalsemd.

Zes dagen voor het Pascha of Pesach wanneer de “kruisiging” zou plaatsvinden vinden we יהושע , Jeshua, nu beter gekend onder de naam Jezus, met zijn discipelen in Bĕyth Anyahof Bethanië, in het huis van de verrezen Lazarus en zijn twee zusters Maria en Martha (Johannes 11:1,2

Bij de tweede zalving van Jezus , die plaats greep in Galilea bij Judea en Samaria, was er een albasten kruik met balsem en droeg een zondares met haar haar Jezus ‘voeten, waarbij  Yehuḏah uit Qerioth (Jehoeda van Qerioth),  nu beter gekend als Judas Iskariot, de zoon van Shimʽonn, kloeg over verspilling van de kostbare zalf van nardus.

Nu ook weer, bij de derde zalving,  toen Maria, na het nemen van een litra [ongeveer 12 ounces of 340 gram] zeer waardevolle, zuivere nardus zalf, de voeten van Jezus zalfde en zijn voeten met haar haren afdroogde werd er geprotesteerd.

Maria trad op als wilde zij een dienaar zijn en haar Meester reinigen. Zij nam een nederige houding aan, zoals Jezus enkele dagen later ook de voeten van zijn leerlingen zou gaan wassen. Met haar gebaar wilde Maria misschien ook wel zo zuiver van hart worden zoals hij, die helemaal niet moest gereinigd worden omdat er geen enkele smet op hem viel te bespeuren. Jezus was zonder enige fout, dus zonder zonde, zonder schuld. Maar die reiniging kon ook staan voor het wegwassen van de problemen, alle angst, alle onvrede, en om alle ontmoediging af te weren.

Maria balsemt Jezus voeten

Maria wilde niet haarzelf behagen en zichzelf eer toe eigenen. Zij zag op naar Jezus en vond zulk een gebruik van dure oliën geen verspilling. Maar de op geld beluste Judas en de andere apostelen vonden het ongehoord. Zij vonden dat dit geld beter werd besteed aan de mensen die het nodig hadden.

Maar in wezen hebben de mensen niet het letterlijke brood en water nodig. God voorziet dat alles in Zijn Schepping.  Het levende water en het levende brood waarvan Jezus de Bron is, zijn het belangrijkste en het noodzakelijke voor de mensheid. Jezus is het licht dat leven brengt op aarde en zal zo moeten erkend worden. Ook al was Jezus ontsproten uit Heilige Geest en het zaad uit de geslachtslijn van David, moest dit menselijk wezen ook de dood ondergaan zoals het graan kiemt, opgroeit tot koren en dan wordt afgedaan om het graan te dorsen en het vermalen meel te gebruiken tot brood dat in leven kan houden.

Judas Iskariot, zoon van Simon, en de anderen van het gezelschap in het huis van de ander Simon (de melaatse) kregen van Jezus te horen dat hij het licht is dat nu even zal ‘uitgedoofd’ worden door mensen.
Jezus verwees naar de zalving aan zijn komende dood en begrafenis, waarbij meestal ook de dode lichamen worden gebalsemd. Hier vinden we het teken van de zalving en het balsemen van de Gezalfde Dode en de detentie van aardse ontbinding of vernietiging.

De vele mensen die zich rond het huis hadden geschaard kwamen toen niet enkel om Jezus te zien maar wensten eerder Elʽazar, of Lazarus, te zien die Jezus uit de dood had opgewekt. Toen zagen noch de toeschouwers noch de leerlingen dat die opstanding een voorafschaduwing zou zijn van wat God met Jezus en vele andere mensen zou gaan doen. Door die terugbrenging uit de dood was Lazarus een gevaarlijk teken dat het geloof in Jezus kon verzekeren. Daarom moest deze met Jezus ook ter dood gebracht worden zodat de mensen niet meer in Jezus zouden geloven.

“Zes dagen voor Pasen kwam Jezus te Betanie, waar Lazarus woonde, die Hij uit de doden had opgewekt. Men gaf daar ter ere van Hem een maaltijd. Maria bediende en Lazarus was een van degenen die met Hem aanlagen. Maria nu nam een pond nardusbalsem, echte en heel kostbare, zalfde daarmee Jezus’ voeten en droogde ze met haar haren af. Het huis hing vol balsemgeur. Daarop zei Judas Iskariot, een van zijn leerlingen, dezelfde die Hem zou uitleveren: ’Waarom is die balsem niet voor driehonderd denaries verkocht en het geld aan de armen gegeven?’ Hij zei dat, niet omdat hij bezorgd was voor armen, maar omdat hij een dief was en uit de beurs die hij bewaarde, wegnam wat erin kwam. Jezus echter zei: ‘Laat haar begaan. Zij heeft dit gebruik onderhouden, vooruitlopend op de dag van mijn begrafenis. Want de armen houdt gij altijd bij u. Mij echter niet altijd.’ Intussen waren heel veel Joden te weten gekomen dat Jezus daar was, en kwamen erheen niet alleen omwille van Jezus, maar ook om Lazarus te zien die Hij uit de doden had opgewekt. De hogepriesters besloten toen ook Lazarus uit de weg te ruimen, omdat om hem veel Joden wegliepen en in Jezus geloofden.” (Johannes 12:1-11 WV78)

De royale toon van Jezus zijn voorspelling, opmerkelijk voldaan, staat in schril contrast met het gemiddelde protest van de discipelen. De discipelen hadden kritiek op die uitbundige lof die Maria gaf.

Judas Iskariot was ontgoocheld geraakt dat zijn verwachtingen niet ingelost waren. In Jezus dacht hij de beloofde “Messias” gevonden te hebben die hen uit de handen van de Romeinen zou komen verlossen. Maar uiteindelijk bleek hij geen strijder gevonden te hebben, maar iemand die pacifisme predikte en de kalmte zelf bleek te zijn. Die prediker, die wel veel aandacht van zijn toehoorders kreeg, bleek alsmaar te praten van vrede, maar ook van nederigheidoffer, rust en afwezigheid van rijkdom tot zelfs het afstand nemen van enige vorm van rijkdom, terwijl Judas juist zo veel hield van alles dat naar geld en rijkdom rook. Deze Jezus had zo weinig waardering van de waarde van geld. Judas had geen liefde voor de armen, (Johannes 12:6.10-11). Jezus stond ver af van verzet tegen pogingen om het pauperisme te veroveren, en nu merkte hij zelfs gewoon een feit dat,  nadat hij weg gegaan zal zijn, de discipelen ruimschoots de gelegenheid zouden hebben om te zorgen voor de armen.

Hier zag hij die leermeester het zelfs niet erg vinden dat deze zalf niet verkocht werd voor driehonderd penningen [dat wil zeggen, 300 dagen loon of een heel jaarsalaris ,of een Romeinse legionairs zestien maanden 'loon] om aan armen mensen uit te delen. Maar Maria vond haar vriend die Lazarus uit de doden opgewekt had zoveel waard of zelfs meer. Ook wij moeten ons bewust zijn van de ‘hoge kostprijs’ van Jezus, die meer dan de 10 maanden of meer lonen waard is.

Terwijl Maria een grote som geld offerde om haar liefde te tonen aan Jezus, verkocht Judas hem daarop voor de ‘huur van een slaaf’ en werd voor zijn verraad het equivalent van 120 denarie betaald. De dertig zilverlingen zijn staters (oude Griekse munten) die als som bij wet voorgeschreven werden  voor het betalen van een slaaf. De prijs van een menselijke persoon (een slaaf; Exodus 21:32) werd daarom ook zo gekozen door de priesters tot vergoeding.

Voor hen was Jezus nog steeds met hen, maar ze moesten weten dat ze  Jezus niet altijd rond zich zouden hebben. “Want de armen heb je altijd met jezelf, maar mij heb je niet altijd bij je.” (Johannes 12:8) Dit is wat Maria  waarnam met haar tere vrouwelijke intuïtie en wat de apostelen niet begrepen al had Jezus het hen herhaaldelijk en duidelijk verteld. Voor haar acties zou deze daad en vrouw worden onthouden. Omdat we hier een profetische repetitie van de begrafenisrituelen kregen aangeboden.

“Voorwaar, Ik zeg u: waar ook ter wereld de Blijde Boodschap verkondigd zal worden, zal tevens ter herinnering aan haar verhaald worden wat zij gedaan heeft.’” (Markus 14:9 + Mattheüs 26:13 WV78)

Hoewel het brood zou hebben gekocht voor duizenden werd hier het levende brood voorbereid. En dat brood zou voor miljarden mensen ten goede zijn. Zo zouden de tweehonderd denariën of tweehonderd zilverlingen ter waarde van brood niet voldoende zijn voor hen, voor ieder van hen een beetje te ontvangen, is het brood dat ons is voor bereid zo veel meer waard.  (Johannes 6:7 )

Door deze zalving van Jezus, zou eens te meer de wereld een vinden kunnen vinden dat hij de beloofde Christus (= de gezalfde) of Messias was.

voetwassing

Jezus wast als nederige dienaar de voeten van zijn leerlingen

Later toen Jezus op een andere maaltijd, bij zijn Laatste Avondmaal het brood zou nemen om het te zegenen krijgen we het eind van de Mozaïsche bedeling. Het ware Paaslam was Christus Jezus, en hij was nu klaar voor het offer. Maar op het uur dat hij werd aangeboden, waren ongelovige joden nog nutteloos bloed in de tempel aan het offeren. Het Heilig Avondmaal nam nu de plaats van de Oude Testament ceremonies in en hoort herdacht te worden op 14 Nisan bij elke ware volgeling van Christus. Het is een herinnering aan de aanbieding  van Christus als een geschenk en offer, een gelijkenis van de ware aard van het christendomChristus Jesus die een deel van ons, wordt en een profetie van zijn toekomstige komst en glorie weerspiegelt.

De priesters wilden Jezus niet ter dood te brengen tijdens het Pesach-feest, maar zouden het uiteindelijk toch doen. Het Pascha als een heilige feest, herinnerde zich de bevrijding van Israël uit Egypte, dat de centrale daad van verlossing was in het Oude Testament. Nu zal Jezus zorgen voor een nieuw centrum van de verlossing. In hem vinden we het meest verheven Lam en offer voor God. Hij is het meest volmaakte Zoenoffer. Deze keer niet een dier en niet een onschuldig kind die dat niet in een  geschil kan treden (als Isaak), maar een volwassen man die een vrije wil en genoeg inzicht had om zich bewust te zijn van zijn daden en met voldoende inzicht in wat er ging gebeuren.

In Christus Jezus hebben wij leven over dood gevonden. De zalving van zijn voeten was een voorteken van de balseming van de man die stierf voor onze zonden, verhoogd werd en zo tot koning werd gebalsemd.

+

Engelse versie van dit artikel / Please do find the English article: “Anointing of Christ as Prophetic Rehearsal of the Burial rites” and its sequel “Anointing as a sign of promotion”

en vind het latere aansluitende artikel: Zalving als teken van verhoging

Over de verscheidene zalvingen die Jezus ontvangen heeft tijdens zijn leven kan u Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper  lezen.

++

Aanverwant:

  1. Wereld waarheen? #3 De Wortelscheut van David
  2. Een man die de geschiedenis van het mensdom veranderde
  3. De Knecht des Heren: de Gezalfde gezant
  4. De naam Christus: Bijbelstudie 308 – De naam Christus
  5. Messiaanse teksten in het Oude Testament
  6. De Messias in Oud- en Nieuw Testament
  7. Is Jezus of Jeshua de beloofde Gezalfde of Messias?
  8. De Knecht des Heren #4 De Verlosser
  9. Lam van God #3 Christus stierf als onschuldig Lam #2 Aanvaarding der Toewijzing
  10. Door Christus’ dood kunt u worden aangenomen als een kind van God
  11. Wat Jezus Deed – Misleiding om de Messias en het laatste oordeel
  12. Hij die zit aan de Rechterhand van Zijn Vader
  13. Goddelijke redenen hoger dan de onze
  14. Komst van de Messias opwekken
  15. De Weg, groepering van volgelingen van Christus
  16. Israël, het Joodse volk en Christenen
  17. De Terugkeer van de beloofde Messias
  18. De betekenis van de zalving – Aanbidden is het ‘zalven’ van de Heer

In het Engels kan u ook aanverwant lezen: Please do find related articles:

  1. Genealogy of Mary, mother of Jesus
  2. Preexistence in the Divine purpose and Trinity
  3. A Jewish Theocracy
  4. What Jesus Did – Misleading around the Messiah and the final assessment
  5. Trust in the blood of the Lamb God provides

+++

Read Full Post | Make a Comment ( 16 so far )

Niet gebonden door labels maar vrij in Christus

Posted on April 2, 2012. Filed under: Breken van het Brood, Christen zijn en Christus volgen, Feesten, Geloven en Geloof, Huiskerk, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Kerkplanting, Religie, Vergaderen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

In de christelijke gemeenschappen zouden deze komende dagen heel speciaal moeten zijn. In sommige christelijke kerken nemen zij nog steeds tijd om zich te herinneren wat er zo speciaal is  rond dat weekend toen iets gebeurde dat alles voor de wereld veranderde.

Hoewel de meeste christelijkste gemeenschappen het accent naar de geboorte van Christus hebben gebracht en dat vieren op het heidense feest van de godin van het licht, zouden wij het echte Licht in de wereld moeten vieren en terugblikken op de man die zijn leven gaf op de 14de van Nisan, ongeveer twee millennia geleden.

Het is het moment waardoor iedereen een nieuwe creatie zou kunnen komen. Door tot het geloof in Christus te zijn gekomen, maakt diegene die de stappen van bekering heeft doorgemaakt en zijn keuze op de verlossing van Christus Jezus heeft gelegd, in een vernieuwing van lichaam en geest. Het christen worden houdt een transformatie in.  Het is dan als oude dingen die voorbij zijn en in zijn naam zijn wij dan een “nieuwe creatie” geworden.

Jesus despojado 01

ezus Christus ontdaan van Zijn Klederen; paso van de Hermandad "Jesús Despojado"

Hoewel wij het zelfde lichaam als die man van Nazareth en alle mannen rond ons hebben, kunnen wij in de voetstappen van de ene leraar, rabbi יהושע Jeshua stappen en hem volgen op weg naar een innerlijke schoonheid.
Die arbeiderszoon die werd liefgehad maar nog meer werd gehaat vond het niet erg om volledig volgens de wil van zijn Vader te leven en vervolgens volgens de wil van zijn Vader zijn leven voor heel de gemeenschap op te offeren. Wegens die offerdaad, die wij dezer dagen in herinnering nemen,  is de genade van de Heer over ons gekomen en is het mogelijk geworden dat wij door de duisternisheen zullen geraken om het eeuwig licht tegemoet te gaan.

Door Jezus zijn actie zullen wij dit tijdelijke, aardse lichaam als tent voor een eeuwig heerlijk huisgebouw, niet met menselijke handen gebouwd, kunnen verhandelen. Ondertussen hoewel wij nu nog in diezelfde oude tent wonen die wij hadden in dit leven bij Adam, zijn wij door de 2° Adam nieuwe huurders geworden, en zijn wij als een “nieuwe creatie”.

Als volgers van Christus moeten wij nieuwe kleren aantrekken hoewel wij hetzelfde oude lichamelijke wezen en brein hebben, mits wij in een nieuw wezen moeten getransformeerd zijn door onze doop in Christus. Christus moet onze hoeksteen geworden zijn en de basis of fundament van ons geloof en verder leven. Hij zou dan de bron van ons denken en handelen moeten geworden zijn. Na de bekering en de doop is men pas aan een keringspunt gekomen waarbij de opdracht zal voorliggen om elke dag opnieuw verder te werken aan onze nieuwe bouw en zouden wij moeten blijven werken aan het leren een volledig nieuwe weg te bedenken. ¡Jesús María!

“Vormt u niet naar deze wereld, maar hervormt u door vernieuwing van inzicht, opdat gij onderscheiden moogt, wat de wil is van God, wat goed is, welbehagelijk en volmaakt.” (Romeinen 12:2 Canis)
“”Wie toch kent het inzicht des Heren, dat hij Hem zou onderrichten?” Welnu, wij hebben het inzicht van Christus.” (1 Corinthiërs 2:16 Canis)
“Derhalve, zo iemand in Christus is, dan is hij een nieuw schepsel; het oude is voorbij, zie het nieuwe is daar.” (2 Corinthiërs 5:17 Canis)
“met betrekking tot uw vroeger gedrag moet gij den ouden mens afleggen, die door bedriegelijke begeerten te gronde gaat; gij moet u vernieuwen naar de inwendige geest; gij moet den nieuwen mens aantrekken, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.” (Efeziërs 4:22-24 Canis)
“en aangetrokken den nieuwen mens, die tot beter inzicht vernieuwd is naar het beeld van zijn Schepper.” (Colossenzen 3:10 Canis)
“Wie uit God is geboren, bedrijft geen zonde, want zijn Zaad is in hem; hij kan zelfs niet zondigen, omdat hij uit God is geboren. Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels te kennen: wie de gerechtigheid niet beoefent, is niet uit God. Evenmin hij, die zijn broeder niet liefheeft.” (1 Johannes 3:9-10 Canis)

Zoals Jezus ons zei te bidden tot zijn Vader moeten we de enige Allerhoogste Elohim, Jehovah God, danken. Die Ene die vermag ons te maken en te voorzien dat wij dat wij gekwalificeerd zouden mogen worden om toegelaten te worden in het Rijk dat Jezus voor ons geprepareerd heeft.

Allmannshofen Kloster holzen 0031

is het Hét Lam van God dat van de kansel mag roepen of geeft men de voorkeur aan de man op de preekstoel? - Versieringen op de barokke preekstoel in de Holzen Abdij, in de buurt van het dorp Allmannshofen in Beieren, Duitsland

Door het Zoenoffer van Jezus zijn wij met hem erfgenamen geworden. Door het aanvaarden van dit Lam van God en ons op te geven om deelgenoten te worden in de Gemeenschap van Christus kan ons lichaam vernieuwd worden, om te delen in de erfenis van de heiligen in het licht. Jezus is het namelijk die ons verlost uit de heerschappij van de duisternis en overgebracht heeft in het Koninkrijk van de ‘Zoon van Zijn liefde’, in wie wij de verlossing hebben door zijn bloed, en de vergeving van de zonden. Het is deze opmerkelijke man, geboren in  -4 GT die het beeld van de onzichtbare God mocht zijn en ging wandelen door vele dorpjes, langs de meren, in de woestijn en op de heuvels, om te gaan verkondigen en de mensen te onderwijzen in de leer van zijn Vader. Al de werken die Jezus deed waren  ter ere van zijn Vader, die een oplossing tegen de gevolgen van de eerste zonde van de mensen had voorzien in hem. In Christus Jezus vond Jehovah God de eerste mens die erin slaagde zonder zonden te blijven. Net als wij allen zijn geschapen naar het beeld van God, was deze man de enige die zou opgroeien tot de eerstgeborene van heel de schepping, figuurlijk in die zin vóór alles van Gods nieuwe schepping, want door deze joodse man zijn alle dingen een nieuwe vorm toegedaan en werd alles van het verleden vernietigd. Hij kruiste de vloek van de dood. Met Jezus werd de vloek van de eerste schepping, uitgesproken in de Tuin van Eden, verbroken en maakte dat er nu kon overgegaan tot een Nieuwe Schepping.

Door Jezus zijn dood op het brandhout bood hij zijn hele wezen aan als een Lam van God en als de definitieve vervanger voor de betaling van zonden.  Zijn offerdood was het ultieme offer dat alle voorgaande offers kon vervangen en iedereen vrij kocht. Als de betaling voor de zonde van de mens was er de dood die over iedereen zou komen maar nu zou die dood niet meer de eindstap moeten zijn. Want nu zou, al moet, voor het ogenblik, iedereen nog sterven, nu opnieuw leven gegeven worden aan hen die dit losgeld willen accepteren. De oude schuld wordt vervangen door nieuwe vergeving. Door Jezus zijn actie is er vergeving gekomen over ons allen. Daarom is er nu geen verdoemenis voor degenen die bereid zijn om zichzelf te geven in Christus Jezus. Maar dan moet iedereen die zich christen wenst te noemen zich ook ontdoen van het wereldse. Ze moeten dan ophouden om mee te doen aan de tradities van de wereld en hoeven zich niet meer te binden aan menselijke organisaties of instellingen. Zij moeten worden bevrijd. Misschien willen ze een etiket op hun hoofd hebben, maar dat mag niet het belangrijkste punt zijn.  Het ergens toe behoren zou niet mogen overheerst worden door het tot een bepaalde instelling of ‘Kerk’ behoren. Ieder die zichzelf christen noemt  moet zich terugtrekken van diegene die zich ongeregeld gedraagt, en niet wil leven volgens de traditie die hij ontvangen heeft van de apostelen van Christus.  Het komt er in de eerste plaats op aan de leer van Jezus Christus te volgen die door de apostelen is overgeleverd. In het geval dat de gene voor ons, vanaf de kansel dingen verkondigt die niet volgens de leer van Christus Jezus en niet volgens de woorden van God zijn, moeten we niet luisteren naar hem of haar, maar alleen Gods Woord voor Waar nemen en de geschreven tekst van de Bijbel in hart en nieren opvolgen. De focus van degenen die zich herkennen in de man die stierf op Golgotha, aan een houten martelpaal, zou moeten zijn om te proberen te leven als hem en om te wandelen en te gedragen niet volgens het vlees zoals de meeste van het menselijke ras graag genieten van het leven, maar om de heiligheid van Christus na te streven. Wij hebben ervoor gekozen om elkaar te ontmoeten als broeders en zusters die willen leven volgens de Geest. We moeten niet het pantheïsme of boeddhisme of een set van speciale religie volgen, maar de mystieke vereniging van de gelovigen met Christus in de Heilige Geest. Want wij weten dat dit zal leiden tot bevrijding voor ons, via onze petitie en het aanbieden van de Geest van Christus Jezus, volgens onze oprechte verwachtingen, ons reikhalzend verlangen en onze hoop, dat we niet zullen beschaamd worden, maar met alle vrijmoedigheid we is in staat zullen zijn om op te staan onder de vleugels van Christus, in wie we vertrouwen hebben gevonden.
Ook al waren wij machteloos in het vlees zouden wij nu de sterkte in Jezus Christus moeten vinden om ons lichaam en geest te vernieuwen en te groeien naar zuiverheid om zo tot die Nieuwe Schepping toe te treden.

“Welnu, gij zijt niet in het vlees, maar gij zijt in de geest, omdat de Geest van God in u woont; wie toch den Geest van Christus niet heeft, behoort Hem niet toe.” (Romeinen 8:9 Canis)
“Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, en Ik in hem, hij draagt rijke vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.” (Johannes 15:5 Canis)
“Wie uit God is geboren, bedrijft geen zonde, want zijn Zaad is in hem; hij kan zelfs niet zondigen, omdat hij uit God is geboren.” (1 Johannes 3:9 Canis)
“Gij, kinderkens, gij zijt uit God, en hebt ze overwonnen; want Hij die in u woont, is machtiger dan hij die in de wereld is.” (1 Johannes 4:4 Canis)
“Voor hen, die Jesus Christus toebehoren, bestaat er dus thans geen verdoemenis meer. Want de wet van den Geest, \@een wet\@ van leven in Christus Jesus, heeft u bevrijd van de wet van zonde en dood. Wat de Wet niet vermocht, machteloos als ze was door het vlees, \@dat heeft\@ God \@gedaan\@: Door zijn eigen Zoon te zenden in de gedaante van het zondige vlees en terwille van de zonde, heeft Hij de zonde veroordeeld in het Vlees, opdat door ons de gerechtigheid der Wet zou worden vervuld; door ons, die leven niet naar het vlees, maar naar de geest. Immers, wie vleselijk zijn, streven naar vleselijke dingen; maar wie geestelijk zijn, naar geestelijke dingen. Welnu, het streven van het vlees is de dood; maar het streven van de geest is leven en vrede. Want het streven van het vlees staat vijandig tegen God; het onderwerpt zich niet aan Gods Wet, en zelfs kàn het dit niet; wie vleselijk zijn, kunnen God niet behagen. Welnu, gij zijt niet in het vlees, maar gij zijt in de geest, omdat de Geest van God in u woont; wie toch den Geest van Christus niet heeft, behoort Hem niet toe.” (Romeinen 8:1-9 Canis)

Zoals we hebben ervoor gekozen hebben om יהושע Jeshua / Jezus Christus, de Messias te volgen, moeten we ons geen zorgen maken om een menselijk label te hebben, gedoopt te worden om dan als doopsgezinde herkend te worden als een “Baptist“,  hervormd te worden hoeft dan niet in te houden dat men een “gereformeerde” is, het beven bij het Woord van God hoeft daarom nog niet te betekenen dat men een “Quaker” is, of omdat men volgens bepaalde regels of methoden leeft, hoeft men nog geen lid te zijn van de “Methodisten“.
Naar aanleiding van het advies van Jezus om samen te komen, om te voldoen aan het verzamelen en één zijn hoeft dat niet in te houden dat men toetreed tot de “congregationalisten”. Nee, wij moeten samenkomen als broeders en zusters in Christus.
En de komende dagen moeten we zelfs meer het gevoel hebben verenigd te zijn, want we moeten het moment dat Christus Jezus, de ketenen van deze wereld doorsneed en ons voor altijd bevrijde, vieren.

In de begintijd van het christendom waren er gemeenten van gelovigen, die bij elkaar kwamen om het moment dat Jezus het brood nam en het brak en deelde met degenen die hij zijn broeders en zusters noemde, te herinneren. Verenigd in Christus zijn we ook broeders en zusters in Christus (of Christadelphians) geworden en herinneren wij de dag dat Jezus stierf voor onze zonden, om de poort te openen naar de bevrijding om voor altijd het Koninkrijk van God te kunnen binnen gaan als nieuwe lichamen.

In onze keuze om Jezus Christus te volgen zijn wij uitgegroeid tot deelgenoten van lijden maar nog meer tot deelgenoten van de goddelijke natuur, tot wie God nadert en ontkoming bezorgt aan het verderf dat in de wereld is door lust. Als vernieuwde wezens moeten wij niet enkel in de voetsporen stappen van Jezus (of Jeshua) יהושע de Messias als dienaar in de gegeven genade en gezant van hem en als dienaren van degenen die een geloof verkregen hebben dat even kostbaar als het onze is door de gerechtigheid van onze Elohim יהוה Jehovah God en van de Heiland יהושע Messias.
Voorkeur, genade en vrede worden verhoogd tot ons in de kennis van Elohim en יהושע onze Meester, door de erkenning van God die ons alles gegeven heeft dat we nodig hebben.

Het is door die redder Jezus Christus dat genade ons deel mag zijn, en vrede ons overvloedig worden geschonken, dit volgens het Plan van God dat wereldvrede moest brengen. Al wat voor leven en vroomheid nodig is heeft Zijn goddelijke kracht ons geschonken, door de erkenning van hem die ons riep door zijn eigen heerlijkheid en deugd; waardoor de kostelijkste en voor ons grootste beloften gegeven zijn; opdat wij daardoor deelgenoten aan de goddelijke natuur zouden worden, ontkomen aan het bederf dat door de zinlijkheid in de wereld heerst.

“Simon Petrus, dienaar en apostel van Jesus Christus: aan hen, die door de gerechtigheid van onzen God en Zaligmaker Jesus Christus een geloof hebben ontvangen, even kostbaar als het onze: Genade en vrede zij u in volle mate door de kennis van God en van Jesus onzen Heer. Alles toch wat tot leven en vroomheid kan strekken, heeft zijn goddelijke macht ons geschonken door de kennis van Hem, die ons riep door zijn glorie en kracht. Hierdoor ook heeft Hij ons de meest kostelijke en heerlijke beloften gedaan: dat gij door dit alles deelachtig zoudt worden aan Gods natuur, wanneer gij ontkomen zult zijn aan het zinnelijk bederf van de wereld.” (2 Petrus 1:1-4 Canis)

Wij moeten er helemaal niet om verlegen zitten  indien de wereld ons als rare snuiters beschouwd.  Voor de gelovigen rond ons zijn wij geen vreemdelingen en gasten meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God. En die heiligheid die wij moeten nastreven is veel belangrijker dan de gebondenheid aan menselijke wensen of groeperingen.

“Dus zijt gij niet langer vreemdelingen en gasten, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods,” (Efeziërs 2:19 Canis)

Na het behalen van een even dierbaar geloof, laat ons niet nalaten samen te komen om te vergaderen en de Bijbel te bestuderen. Als samen komenden in één gemeenschap van gelijkgezinden kunnen wij samen de vrede vinden  en samen in de naam van Christus de genade en vrede laten vermenigvuldigden voor ons en overal om ons heen door een kennis van God en van Jezus onze Heer.

“verwaarloost het gemeenschapsleven niet, zoals sommigen plegen te doen; maar vermaant elkander, te meer, daar gij de Dag ziet naderen.” (Hebreeën 10:25 Canis)

Laten wij dus geen gemeenschap zoeken die mensen maken naar hun eigen handen, maar één die God kneed naar Zijn hand. Net als Abraham van vroeger streefde naar een stad, wiens bouwer en maker God is  (Heb.11: 10). Dat wil zeggen dat we honger hebben naar een goddelijke gemeenschap in de breedste zin van het woord. Recht en orde, vrede en gerechtigheid, waarheid en goedheid, liefde en barmhartigheid, vrijheid en creativiteit. In één woord – goddelijk.
Jezus maakte duidelijk dat hij kwam om gewoon zo’n gemeenschap op de aarde te beginnen . “Ik zal mijn gemeente bouwen”, zei hij, “en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.” Het woord dat hij gebruikte was ecclesia, wat “de gemeenschap van de geroepene” beduidt.

Wat mogen dan die uitgeroepenen zijn? Om zeker te zijn, is het een gemeenschap als niets van deze wereld te bieden heeft. De Bestseller aller tijden, de Bijbel verwijst naar haar in meerdere omschrijvingen zo als ‘Het Huis van de Heer’, ‘de stad van onze God’, en het ‘Koninkrijk van de Hemel’. Het is zowel lokaal en mondiaal, maar ook eeuwig. Het is niet institutioneel, maar relationeel. Er wordt verzameld in de naam van de Heer. Die congregatie of bijeenkomenden in een gemeenschap of parochie die worden beheerst door het woord van de Heer, geleid door de Geest van de Heer, bewaakt door de kracht van de Heer, en gegarneerd met de heerlijkheid van de Heer.
En er is maar een manier om in deze Gemeenschap te geraken. Het is door het geloof in de Heer Jezus, bewezen door liefde voor zijn volk, dat uit springt van gehoorzaamheid aan zijn woord.

Wenst u tot de wereld te behoren of tot die gemeenschap die Jezus Christus volledig wil volgen, en zoals Jezus zijn Vader eerde, ook zijn en onze Vader eren met de volledige eer die Hem, de Allerhoogste God der goden toekomt?

Bent u bereid tot die gemeenschap te komen die de Ecclesia vormt naar de wensen van Jezus Christus?

+

Lees ook:

  1. Een groots geschenk om te herinneren
  2. Bijeenkomsten een Ontmoetingsplaats voor hen die de Bijbel beter willen leren kennen.
  3. Verzamelen of Bijeenkomen
  4. Parochie
  5. Congregatie
  6. Pleidooi voor broederschap tussen christenen
  7. Al of niet verenigen
  8. Publieke overdracht van Manifest Gelovigen nemen het woord
  9. Een Manifest voor Gelovigen
  10. Publieke overdracht van Manifest Gelovigen nemen het woord
  11. Manifestanten Protestant of Katholiek
  12. Manifest “Gelovigen nemen het woord”
  13. Manifest tot protestantse kerk
  14. Niet winkelend
  15. Sharia een kwaad voor Islam
  16. Louise Weiss gebouw en Torens volgens Babels Ziggurat
  17. Over Broeders en Zusters in Christus
  18. Gericht op God
  19. Navolgers van Christus
  20. Christadelphians over heel de wereld
  21. Gericht op Jezus
  22. Wat leren de Christadelphians Wat Geloven & Leren de Christadelphians?
  23. Intenties van de ecclesia
  24. Al of niet verenigen
  25. Verenigen
  26. Een samenkomst of meeting
  27. Toebehoren
  28. Parish, local church community – Parochie, plaatselijke kerkgemeenschap
  29. Verzamelen, bijeenkomen, samenkomen, vergaderen
  30. Kleine gemeenschappen voor geloofsvorming en verspreiding
  31. Congregation – Congregatie
  32. Maken van een kerk
  33. Wat en waarom Ecclesia Wat is de reden waarom wij ‘ecclesia’ gebruiken in plaats van ‘kerk’?
  34. Opbouw van een ecclesia
  35. Opbouw van een ecclesia en  verbonden kosten
  36. Organistie van de Broeders in Christus
  37. Krachten voor de Ecclesia opbouw.
  38. Christelijk Leven
  39. Vrije keuze om te geloven
  40. Welk deel van het lichaam ben jij
  41. Leden in het lichaam van Christus
  42. Eenheid van het  Lichaam van Christus
  43. Laat ons samen komen
  44. Het eerste op de lijst van de zorgen van de heilige
  45. Geketend zijn door de liefde voor een ander
  46. Karakter omgezet door de invloed van onze omgang

En vindt in het Engels:

  1. Our relationship with God, Jesus and eachother
  2. Called Christian
  3. Meetings
  4. Congregate, to gather, to meet
  5. What and why Ecclesia
  6. The Ecclesia in the churchsystem
  7. Brothers in Christ
  8. If Christ be in you, the body is dead because of sin; but the Spirit is life be
  9. Salvation (soteria) deliverance and preservation wholeness or health.
  10. A Great Gift commemorated
  11. Manifests for believers #1 Sex abuse setting fire to the powder
  12. Manifests for believers #2 Changing celibacy requirement
  13. Manifests for believers #3 Catholic versus Protestant
  14. Manifests for believers #5 Christian Union
  15. Sense or nonsense of “Human Fragility”
  16. Christian fundamentalism as dangerous as Muslim fundamentalism
  17. Roman Catholic Church in the United States of America at war
  18. My faith
  19. Christadelphian people
  20. Christadelphian Beliefs What Do Christadelphians Believe & Teach?

+++

Related articles
  • Jesus begotten Son of God #16 Prophet to be heard
  • A Great Gift commemorated
  • Not making a runner
  • Een Groots Geschenk om te herinneren
  • Geen Wegvluchter
  • The Spirit Delivers from the Power of the Flesh Romans 8:1-11(thechristiangazette.wordpress.com)There is therefore now no condemnation to those who are in Christ Jesus, who do not walk according to the flesh, but according to the Spirit.
    +
    For what the law could not do in that it was weak through the flesh, God did by sending His own Son in the likeness of sinful flesh, on account of sin: He condemned sin in the flesh,
  • Christians Behaving Badly (faithcontender.net)
    Don’t you hate it when Christianity is painted with a broad brush — that it’s just a bunch of televangelists with carefully coifed hair scamming vulnerable people for money, Pat Robertson claiming to speak for God and saying embarrassing things in the media, Westboro “Baptist Church” picketing funerals and claiming that God hates fags?
  • 2 Corinthians 4-6 (mybiblereadingplan.wordpress.com)
    Therefore seeing we have this ministry, as we have received mercy, we faint not; But have renounced the hidden things of dishonesty, not walking in craftiness, nor handling the word of God deceitfully; but by manifestation of the truth commending ourselves to every man’s conscience in the sight of God.
  • The Christian’s boast is in Christ (alcplatteville.wordpress.com)
    Christians are a peculiar people. They live in the flesh.  They live in the world.  But they are not of the world.  They live by faith in Jesus Christ (Habakkuk 2:4; Romans 1:17, etc.).  Jesus is their confidence.  He alone is their boast and their glory.
    +
    Instead of putting yourselves before God and His ways, like Peter who wanted nothing of a suffering Christ and who was rightly rebuked (Matthew 16:21-23), be mindful of the things of God, not the things of men (see also Colossians 3:1-4ff).  Consider who you are in the light of God’s Holy Law—a sinner, a sinner in need of God’s salvation in Christ; a sinner for whom Christ died, willingly, that you might live.
  • Sunday Class Notes: April 1 (lifereference.wordpress.com)
    People are frequently quick to condemn others, but who among us is without sin?  Can we look around and condemn our brother when we too are sinners?  Condemnation is God’s job; our job is to forgive and to encourage and correct with patient endurance, not to condemn.
  • 1 Corinthians 1-3 (mybiblereadingplan.wordpress.com)
    For the preaching of the cross is to them that perish foolishness; but unto us which are saved it is the power of God.
    +
    Let no man deceive himself. If any man among you seemeth to be wise in this world, let him become a fool, that he may be wise. For the wisdom of this world is foolishness with God.
  • Galatians 2:11-21 (markallenwhite.wordpress.com)
    Is your freedom in Christ threatened by your fear of man?
  • Sanctified in Christ Jesus (justificationbygrace.com)
    we are sanctified through Christ Jesus, because it is his blood and the water which flowed from his side in which the Spirit washes our heart from the defilement and propensity of sin. It is said of our Lord, —“Christ also loved the Church, and gave himself for it; that he might sanctify and cleanse it with the washing of water by the word, that he might present it to himself a glorious Church, not having spot, or wrinkle or any such thing.”
    +
    Christ shall put an end to all our inbred sins, and through him we shall mount to heaven perfect even as our Father which is in heaven is perfect.
  • We Are Ambassador’s for Christ Jesus (codybateman.org)
  • The “Between” Life(meetingintheclouds.wordpress.com)Do we live BETWEEN the empty tomb and fellowship with the risen Christ? Are we still clothed with graveclothes – evidence of our old, sinful nature -

    or do we wear the graceclothes provided by Christ.

    Do we fellowship with Him, drawing strength from Him,

    discovering His will for our lives, living in His presence and following Him?

  • 2 Corinthians 5:17, “On The Old Overtaken by What is New” (brandondevotional.wordpress.com)
    When we believe upon Jesus Christ, that is the Jesus Christ of theGod-breathed scriptures, the old self dies and we are “born again” as anew creation. This new creation lives in us now, but will betransfigured upon our death and resurrection.
  • Past Perfect (redeemedandredirected.com)
    The feasts celebrated by His chosen people became and remain unique andunusual.  The term “feasts” in Hebrew literally means “appointedtimes.”  They are intended to be a time of meeting between God and manfor “holy purposes,” and they certainly reveal a special story to us asBelievers in Jesus Christ as our Messiah.  This week, as Easter approaches and we celebrate our risen Savior, I thought it would be the ideal time to revisit the symbolism in three of the seven feasts given in the pages of the Old Testament.
  • Be Your Brother’s Keeper (bummyla.wordpress.com)
    Apathy, detachment, disinterest, disregard… no matter what you call it, it’s not an option as a follower of Jesus.
    +
    In the same way that You were intentional in the salvation of man, may I be intentional in ministering to those around me.
  • Clandestine Christian (tammykennington.wordpress.com)
    Before Christ’s death, Nicodemus was a clandestine Christ-follower.  He sought Jesus only under the cover of darkness in order to maintain a level of both spiritual satisfaction and social standing.
    +
    Nicodemus seemed unafraid that his affiliation with Christ might damage his reputation.
    +
    As one who claims the name of Christ, do I find myself hiding in the darkness?  Am I unwilling to mention the word Jesus outside of church?  Is social status of greater concern than boldly living out my faith?  Or, do I willingly sacrifice my life as “the fragrance of Christ” (2 Corinthians 2:15) so others might come to know the Truth?
  • The Soul confronted with Death (christadelphians.wordpress.com)
    Elohim proves His own love for us, in that while we were still sinners, Messiah died for us.
    +
    “Therefore, set-apart brothers, partakers of the heavenly calling, closely consider the Emissary and High Priest of our confession, Messiah יהושע” (Hebrews 3:1 The Scriptures 1998+)
Read Full Post | Make a Comment ( 8 so far )

Een Groots Geschenk om te herinneren

Posted on March 29, 2012. Filed under: Breken van het Brood, Feesten, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Leven en Dood, Verkondigen en Verkondiging | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , |

In onze vorige berichten kon u lezen dat Jezus, de man uit Nazareth helemaal niet bang was van mensen, maar eerder van God, wiens Wil hij volledig wilde opvolgen. Jezus herkende al de mooie dingen rondom hem en wees in zijn gelijkenissen dikwijls naar die Schepping van God die voor ons een streling voor het oog zou moeten zijn. Zoals de vogels in de lucht zouden wij ook vrij kunnen zijn en niet bezorgd moeten zijn voor wat wij zouden gaan eten.

Als wij rondom ons kijken zien wij al de mooie dingen die God geschapen heeft. In de wondere wereld van de natuur kan men de Meesterhand van de Schepper herkennen. Dat alles ligt zomaar voor ons ter beschikking. Het is ons als een geschenk gegeven. Ook Jezus wenste zich als een geschenk voor de wereld aanbieden zonder er iets voor in de plaats te willen.

Hij was de enige profeet die zich volledig aan de Wil van God kon houden en zodoende de weg kon vrijmaken voor ons om door de nauwe poort te gaan en gezegend te worden met een eeuwig leven in het vredevol Koninkrijk van God.

Easter bunnies, Omagh - geograph.org.uk - 690383

Paashazen of 'Easter bunnies' in de winkel om mensen aan te zetten hun geld te besteden aan deze heidense symbolen. - Foto Kenneth Allen

Zondag 8 april zullen ook veel mensen cadeautjes voor hun kinderen klaar leggen en chocoladen eitjes verstoppen. Sommigen van die mensen beweren dat zij de verrijzenis van Christus vieren op die dag. Maar wat hebben dan die eitjes en paashazen met Jezus zijn dood en verrijzenis te maken. Hazen mogen misschien holen graven en Jezus was ook in het diepe der aarde of het grafgelegd, maar dit was zeker niet door konijnen of hazen gegraven. Misschien kan men denken dat zijn rond de drie kruisen stonden, welke mensen denken dat er waren in die tijd, en dat zij bij het donker worden en de aardbeving plots donkere chocoladen eieren legden.

Zoals u wel begrijpt nemen wij zulke verhalen ook wel niet voor waar, maar wensen wij u toch graag het ongerijmde er van te laten inzien.

Het geschenk dat Jezus bracht was namelijk te belangrijk om gevierd te worden met heidense symbolen die de lente en het nieuwe leven moeten voorstellen. Al mocht Jezus wel een nieuwe lente inluiden, hij bracht een nieuw geluid dat over de hele wereld zou moeten klinken als een klok. (Bij wijze van spreken.)

Men kan het ook vreemd noemen dat alhoewel er geen aanwijzing is van de inachtneming van ‘Pasen‘, als het festival dat zovele christenen nu vieren, in het Nieuwe Testament of in de geschriften van de apostolische vaders, dat dit een tijd een belangrijk feest is geweest maar nu toch een sterk verminderd feest is geworden. De kerkelijke historicus Socrates (Hist. Eccl. V. 22) vermeld, met perfecte waarheid, dat noch de Heer Jezus noch zijn apostelen het oplegden om dit Lente festival of andere festivals te behouden, en hij schrijft het gebruik van het Paasfeest toe aan de opneming door de Katholieke Kerk van een eeuwen oud heidens gebruik, precies zoals vele andere riten en handelingen in “die gevestigde heidense kerk van Rome.”

Na de donkere dagen van de winter is het natuurlijk fijn om de lentezon te verwelkomen. Opnieuw kunnen wij vele vogels horen fluiten en ruiken wij terug geuren die doen denken aan nieuw leven en fris groen en zien meerdere kleuren weer opduiken.
Wanneer wij rond ons kijken kunnen wij vele mooie dingen zien. De natuur voorziet ons van veel prachtige dingen die ons niets kosten. Wij hebben de aarde, het zand, het water, de bomen, de vogels, alles voor niets.
Wij kunnen hier op deze aarde leven, soms naar believen, maar de enige levenden die veel eisen van ons en mensen rond ons zijn de regeringen, bedrijven en organisaties.

Vandaag wil de meerderheid van de mensen enkel voor geld werken. Zij willen voornamelijk terug krijgen voor wat zij hebben gedaan. Niets kan er nog voor niets gedaan worden.

Ongeveer 2000 jaren geleden leefde er een man in Nazareth die iets deed omdat hij zo veel gekregen had van één Persoon, in het bijzonder, voor alle dingen waar hij niet om gevraagd had, maar ook voor dingen die hij voor anderen gevraagd had. Hij stelde zich nederig op en keek op naar zijn Vader, die dit alles toebehoorde. Het was voor die Vader dat hij ook alles wenste te doen. Maar ook voor de mensen rondom hem wenste hij alles te doen zonder er iets voor in de plaats te vragen.
Nooit beriep hij zich zelf voor die woorden die hij sprak, de wonderen die hij deed. Nooit beweerde hij dat het zijn woorden of zijn acties waren. Hij wilde dat de hele wereld wist dat het zijn Vader was die al die dingen deed, omdat zonder zijn Vader hij niets kon doen.

“Jezus reageerde hierop met de volgende woorden: ‘Waarachtig, ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier.” (Johannes 5:19 NBV)
“Jezus uit Nazaret met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij.” (Handelingen 10:38 NBV)

In vele kerken wordt er hard van de preekstoel geroepen door de priesters en ministers “God houdt van u – precies zoals u bent”, maar gaat men dadelijk over naar de verdoemenis duiden en mensen bang te maken van “wee u” en “zondaars komen in de hel”, “voor eeuwig zullen zij branden”.

Vaak gaan zij verder wijzen naar de slechte dingen of beweren dat God zekere straffen over de mensen zou brengen, hoewel het niet God is die die slechte gebeurtenissen of slecht nieuws naar de mensen brengt. God brengt Goede of Blije Tijdingen. God houdt van ons als Zijn kinderen en begrijpt dat wij zwak zijn; zelfs zo kwetsbaar dat Hij bewust was dat wij op ons eigen niet recht in lijn konden blijven lopen. Hij besefte de moeilijkheidsgraad voor de mens om trouw te blijven aan Zijn geboden en dat dit niet zo maar  zonder hulp zou kunnen gedaan worden. Daarom gaf God de mens Zijn Woord en voorzag Hij  vele profeten om de mensen door hun leven te gidsen. Het was hun eigen keuze of zij de vele profeten wilden horen en wilden luisteren naar de Woorden van God. Maar iedereen kreeg en krijgt nog steeds de kans.

Hoewel, God wist dat dit niet genoeg was en daarom voorzag Hij ook de mogelijkheid om alles goed te maken en redding voor de mens te brengen. Om het gemakkelijker te maken verzorgde Hij deze Redder op een speciale wijze, zodat hij gedeeltelijk rechtstreeks van God, maar toch ook vanuit  een menselijke moederschoot, in deze wereld zou komen, ook dingen moeten hebben leren en opgroeien zoals ieder kind en dezelfde keuzes moeten maken die iedereen in zijn leven moet maken.

Deze man uit Nazareth wist dat God niet houdt van kwade mensen  of van deze die slechte dingen doen. God heeft nooit van het boze gehouden en zal dit ook nooit doen. Jehovah heeft vaak in het verleden een oordeel uitgevoerd op overtreders  en vele mensen bekritiseren Hem voor het nemen van zulke drastische actie. Vele mensen maakten God met alle hun gesprekken hierover vermoeid. Enkele beschuldigden Hem van zondaren lief te hebben en daarom ook de  zonde.

“Met jullie gepraat vallen jullie de HEER {(Adonai Jehovah)} lastig, en dan vragen jullie: ‘Hoezo vallen wij hem lastig?’ Door te zeggen: ‘Iedereen die kwaad doet, doet wat goed is in de ogen van de HEER, zulke mensen bevallen hem.’ Of: ‘Waar is nu de God die rechtspreekt?’” (Maleachi 2:17 NBV)

De zoon van God, een eenvoudige arbeiderszoon, groeide op in een vroom Joodse hechte familie, kreeg zo’n kennis van de Thora en was zo dicht bij zijn God dat hij echt heel goed zou kunnen begrijpen wat zijn God zei en wilde dat de mensen wisten. Hun gedachten waren zo dicht bij elkaar dat zij zoals één waren. Zij hadden een innige band en gelijkaardig denken en handelen.

Brooklyn Museum - Jesus Before Pilate Second Interview (Jésus devant Pilate. Deuxième entretien) - James Tissot

Jezus voor Pilatus 2° ondervraging - Jésus devant Pilate. Deuxième entretien - tussen 1886 en 1894 James Joseph Jacques Tissot (1836–1902)

“Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ ‘U zegt dat ik koning ben, ‘zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.’” (Johannes 18:37 NBV)
“en de Vader en ik zijn één.’” (Johannes 10:30 NBV) of “Ik en de Vader zijn één hart en geest” (Johannes 10:30 de Boodschap)
“Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden.” (Johannes 17:21 NBV)

In eendracht met zijn Vader kwam Jezus samen met zijn leerling-apostelen en met enkele vrienden om het Pascha samen te vieren. Die nacht beklemtoonde hij dat zij in unie met hem en zijn Vader moesten zijn zoals hij dat was met zijn Vader, zodat de wereld zou kunnen overtuigd worden dat Jehovah God hem had gestuurd die het levensbrood nam. Die nacht vroeg Jezus ook dat wat hij had gedaan niet vergeten zou worden, in het bijzonder moesten zij zijn handeling van het nemen van de wijn en het breken van het brood als een teken van de Nieuwe Overeenkomst of Nieuw Verbond herdenken.

“en wanneer hij ergens binnengaat, moeten jullie tegen de heer des huizes zeggen: “De Meester vraagt: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’ ” Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen, die al is ingericht en waar alles gereedstaat; maak daar het pesachmaal voor ons klaar.’ De leerlingen vertrokken naar de stad, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal.” (Markus 14:14-16 NBV)

De geschiedenis toont dat Jehovah’s gekozen natie enkele speciale dagen had die de hele natie erbij betrok in de vieringen en dat deze ook een heel emotioneel ding waren tijdens die tijd. Men hechte een groot belang aan de door God opgestelde feestdagen. Van een jonge leeftijd was Jezus ook hierbij  betrokken evenals toen hij een volgroeide man was (Huwelijken, Het Pascha en vele andere) Deze vieringen werden aan de natie Israël als een herinnering gegeven van die Allerhoogste Ultieme Redder …… Jehovah God. Om dat te herinneren waren Jezus en zijn vrienden ook samen op de gehuurde  bovenverdieping. Maar hoewel de apostelen het nog niet heel goed begrepen, voegde Jezus iets speciaals aan deze herinneringsdag toe.

Wij spreken hier over een dag die volgende donderdag, 5 april, zal gevierd worden en de belangrijkste herdenking zou moeten zijn voor ware christenen. Ook al is de traditionele vakantie voor velen een gebeurtenis van gekleurde eieren, hete-kruisbroodjes en konijnen of hazen die niets te maken hebben  met het  eren van Jezus noch Jehovah. In het Engels kan men zelfs nog de gehele naam er in zien van de heidense godin van de vruchtbaarheid. (Easter)

Het moet het ogenblik zijn waarop men de tijd van de overgang of Pascha herinnert waarbij de eerstgeborenen van de Israëlieten gevrijwaard werden en waarna de Israëlieten hun Exodus van Egypte begonnen. Jezus nam die herdenkingsdag ernstig ter harte en wist dat God wilde dat wij de bevrijding van Zijn Mensen ons steeds zouden blijven herinneren. Dan werd een werelds lam in de keel gesneden en haar bloed werd neergestort en gebruikt ter bedekking van de families die in God geloofden. Nu wilde Jezus zijn bloed en vlees voor de gratie van God aanbieden en dit voor iedereen hun zonden te bedekken. Jezus maakte de exodus klaar voor de zonde .

Jezus en al zijn aanhangers hielden Pascha op de 14de van de maand Nisan tijdens hun gehele aardse leven. Maar op die bijzondere 14° Nisan vertelde Jezus wat er zou gaan gebeuren en duidde hij aan wat door zijn dood bereikt zou worden en welk een teken die daad en de symbolen voor die daad zou zijn. Op die avond stelde hij met de symbolen van brood en wijn een nieuwe overeenkomst in, namelijk het Zoenoffer of de nieuwe Pascha .

Jezus was bewust dat het niet gemakkelijk zou zijn, maar hij was gewillig de Wil van God te doen, ook al zou het niet volgens zijn eigen wens gaan, wat God ook wilde zou hij bereid zijn te doen, ook al zou hij daarbij  veel gaan lijden. Gods Wil moest op aarde volbracht worden zoals het in hemel gebeurde.

“laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.” (Mattheüs 6:10 NBV)

“‘Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’” (Lukas 22:42 NBV)

Colmar StMartin 12

Voorstelling van het Laatste Avondmaal op de bovenverdieping - Gotische kerk Saint-Martin, Colmar, "Sainte-Cène"

“Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood kwamen de leerlingen naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar wilt u dat wij voorbereidingen treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’ Hij zei: ‘Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie bekend is: “De meester zegt: ‘Mijn tijd is nabij, bij jou wil ik met mijn leerlingen het pesachmaal gebruiken.’ ”’ De leerlingen deden wat Jezus hun had opgedragen en bereidden het pesachmaal. Toen de avond was gevallen, lag hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd. Onder het eten zei hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie zal mij uitleveren.’ Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem: ‘Ik toch niet, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopte, die zal mij uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’ Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’ Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’ Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.” (Mattheüs 26:17-30 NBV)

“Toen de avond was gevallen, kwam hij met de twaalf. Terwijl ze aanlagen voor de maaltijd, zei Jezus: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie, die met mij eet, zal mij uitleveren.’ Ze werden bedroefd en vroegen een voor een aan hem: ‘Ik ben het toch niet?’ Maar hij zei tegen hen: ‘Het is een van jullie twaalf, die met mij uit dezelfde kom eet. Want de Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’ Terwijl ze aten, nam hij een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Neem hiervan, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker, en allen dronken eruit. Hij zei tegen hen: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt. Ik verzeker jullie: ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’ Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.” (Markus 14:17-26 NBV)

“De dag van het Ongedesemde brood waarop het pesachlam geslacht moest worden, brak aan. Jezus stuurde Petrus en Johannes op pad met de woorden: ‘Ga voor ons het pesachmaal bereiden, zodat we het kunnen eten.’ Ze vroegen hem: ‘Waar wilt u dat we het bereiden?’ Hij antwoordde: ‘Let op, wanneer jullie de stad in gegaan zijn, zal jullie een man tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem naar het huis waar hij binnengaat, en zeg tegen de heer van dat huis: “De Meester vraagt u: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’ ” Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen die al is ingericht; maak het daar klaar.’ Ze gingen op weg, en alles gebeurde zoals hij gezegd had, en ze bereidden het pesachmaal. Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd. Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’ Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Maar weet wel dat degene die mij zal uitleveren samen met mij aan deze tafel aanligt. Want de Mensenzoon moet heengaan zoals het voor hem bepaald is, maar wee de mens die hem zal uitleveren.’ Ze vroegen zich onder elkaar af wie van hen zoiets zou kunnen doen. Toen ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Jezus zei tegen hen: ‘Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar. Want wie is belangrijker, degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar ik ben in jullie midden als iemand die dient. Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven. Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader mij voor het koningschap bestemd heeft: jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël. Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken.’ Simon antwoordde: ‘Heer, ik ben zelfs bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven.’ Maar Jezus zei: ‘Ik zeg je, Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je mij kent.’ Daarna zei hij tegen hen: ‘Toen ik jullie uitzond zonder geldbuidel, reistas en sandalen, kwamen jullie toen iets tekort?’ ‘Niets!’ antwoordden ze. Hij zei: ‘Maar wie nu een geldbuidel heeft, moet die meenemen, evenals zijn reistas, en wie er geen heeft moet zijn mantel verkopen en zich een zwaard aanschaffen. Want ik zeg jullie: wat geschreven staat, moet in mij tot vervulling komen, namelijk: “Hij werd gerekend tot de wettelozen.” Inderdaad, nu wordt voltrokken wat over mij gezegd is.’ Ze zeiden: ‘Kijk Heer, hier zijn twee zwaarden.’ Maar hij zei tegen hen: ‘Genoeg hierover!’ Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De leerlingen volgden hem.” (Lukas 22:7-39 NBV)

“Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had. Toen hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ ‘O nee, ‘zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,‘ antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein-maar niet allemaal.’ Hij wist namelijk wie hem zou verraden, daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren. Toen hij hun voeten gewassen had, deed hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg hij. ‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. Waarachtig, ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt. Ik doel niet op jullie allemaal: ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.” Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat ik het ben. Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.’ Nadat hij dit gezegd had werd Jezus diepbedroefd, en hij verklaarde: ‘Waarachtig, ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden.’ De leerlingen keken elkaar aan en vroegen zich af wie hij bedoelde. Een van hen, de leerling van wie Jezus veel hield, lag naast hem aan tafel aan, en Simon Petrus beduidde hem dat hij moest vragen wie Jezus bedoelde. Hij boog zich dicht naar Jezus toe en vroeg: ‘Wie, Heer?’ ‘Degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop, ‘zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’ Niemand aan tafel begreep waarom hij dit zei; omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven. Judas nam het brood aan en ging meteen weg. Het was nacht. Toen hij weg was zei Jezus: ‘Nu is de grootheid van de Mensenzoon zichtbaar geworden, en door hem de grootheid van God. Als Gods grootheid door hem zichtbaar geworden is, zal God hem ook in die grootheid laten delen, nu onmiddellijk. Kinderen, ik blijf nog maar een korte tijd bij jullie. Jullie zullen me zoeken, maar wat ik tegen de Joden gezegd heb, zeg ik nu ook tegen jullie: “Waar ik heen ga, daar kunnen jullie niet komen.” Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’ Simon Petrus vroeg: ‘Waar gaat u naartoe, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Ik ga ergens naartoe waar jij nog niet kunt komen, later zul je mij volgen.’ ‘Waarom kan ik u nu niet volgen, Heer? Ik wil mijn leven voor u geven!’ zei Petrus. Maar Jezus zei: ‘Jij je leven voor mij geven? Waarachtig, ik verzeker je: nog voor de haan kraait zul jij mij driemaal verloochenen.” (Johannes 13:1-38 NBV)

“Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus? Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood. Kijkt u eens naar het volk van Israël. Hebben tempeldienaars die van de offers eten niet eveneens deel aan hetgeen geofferd wordt? Wat wil ik met dit alles zeggen? Dat offervlees een bijzondere betekenis heeft? Of dat afgoden echt bestaan? Dat niet, maar wel dat heidenen aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u één wordt met demonen. U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen. Of willen we de Heer tergen? Zijn we soms sterker dan hij?” (1 Corinthiërs 10:16-22 NBV)

“Alleen, u komt niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren. Van wat u hebt meegebracht eet u alleen zelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken is. Hebt u soms geen eigen huis waar u kunt eten en drinken? Of veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen? Wat moet ik hierover zeggen? Moet ik u soms prijzen? Dat doe ik in geen geval. Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam hij een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ {-(11:24) \@Dit is mijn lichaam voor jullie\@ Andere handschriften lezen: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam dat voor jullie gebroken wordt’.} Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.’ Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt. Daarom maakt iemand die op onwaardige wijze van het brood eet en uit de beker van de Heer drinkt, zich schuldig tegenover het lichaam en het bloed van de Heer. Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt, want wie eet en drinkt maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling af over zichzelf. Daarom zijn er onder u veel zwakke en zieke mensen en zijn er al velen onder u gestorven. Als we onszelf zouden toetsen, zouden we niet worden veroordeeld. Maar nu velt de Heer zijn oordeel over ons en wijst hij ons terecht, opdat we niet samen met de wereld zullen worden veroordeeld. Daarom, broeders en zusters, wees gastvrij voor elkaar wanneer u samenkomt voor de maaltijd. Wie honger heeft kan beter thuis eten. Dan leiden uw samenkomsten tenminste niet tot uw veroordeling. De overige zaken zal ik regelen wanneer ik kom.” (1 Corinthiërs 11:20-34 NBV)

Giotto. Last Supper and Crucifixion. Alte Pinakothek, Munich. c. 1320-25.

Het Laatste Avondmaal en een typische voorstelling van de kruisiging van Jezus Christus - 1320-25 Giotto (1266–1337)

Aan de tafel waar men in gezelligheid aan lag, vertelde Jezus hen van het offer dat hij zou brengen. Hij zelf zou als paasgeschenk naar de mensen toe komen. Wie heeft er nu niet graag een cadeautje? Jezus beveelt ons geen zorgen te maken of ongerust te zijn over onze materiële noden. God kent onze noden en zal zeker ons tegemoet willen komen als ook wij God tegemoet willen komen.

“Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten of drinken; noch voor uw lichaam, waarmee gij u zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam niet meer dan de kleding? Ziet de vogels in de lucht; ze zaaien noch maaien, en verzamelen niet in schuren; en toch voedt ze uw hemelse Vader. Zijt gij niet meer waard dan zij? En wie van u kan door zijn tobben een el toevoegen aan zijn levensweg? En wat zijt gij over kleding bekommerd? Denkt aan de lelies op het veld, hoe ze groeien; ze werken niet, en spinnen niet. En toch zeg Ik u, dat zelfs Sálomon in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als een van deze. Als God nu het kruid op het veld, dat vandaag nog bestaat en morgen in de oven wordt geworpen, zó aankleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen? Weest dus niet bezorgd, en zegt niet: wat zullen we eten, of wat zullen we drinken, of waarmee zullen we ons kleden? Hiernaar toch vragen de heidenen; uw hemelse Vader weet, dat gij dit allemaal nodig hebt. Maar zoekt eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid, en dit alles zal u worden geschonken als toegift. Weest dus niet bekommerd voor de dag van morgen. Want de dag van morgen zal bezorgd zijn voor zichzelf; iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.” (Mattheüs 6:25-34 Canis)

Voor Jezus zowel als voor zijn Vader zijn wij evenveel waard, indien niet meer, dan de vogels. Wij kunnen er natuurlijk niet omheen te denken aan ons welbehagen en verlangen een zo goed mogelijk leven te hebben. Weet u dat dit zelfs nu al mogelijk is? Beseft u dat bij het aanvaarden van dat prachtige geschenk dat Jezus heeft aangeboden, wij nu al veel kunnen genieten van het leven dat God ons bereid is te geven?

Jezus besefte ook dat hij zoals iedereen belastingen moest betalen (Mattheus 17:24-27). Maar Jezus wenste nog meer te betalen en dit zelfs met een onnoemelijk hoge prijs. Ook al werd zijn lichaam maar voor 30 zilverlingen verkocht zou dit zijn dood betekenen. (Mattheus 26:15) Uit liefde voor zijn Vader bood Jezus zijn lichaam aan en dacht aan de rijkdom die de mensheid tengoede kon komen.

De mens is dikwijls zo bezig met het vergaren van wereldse rijkdom dat hij de werkelijke rijkdom niet ziet. Wij zijn meestal eenvoudig te veel bezig met het denken aan rijkdommen of uitgeven van onze tijd terwijjl wij ons daarbij nog eens te veel zorgen om maken om allerlei onbenullige dingen. De meer belangrijke dingen worden meestal, door velen uit het oog verloren, terwijl die wereldse dingen zo wel zullen toegevoegd worden indien wij eerst het Koninkrijk van God zoeken.

Als belangrijkste stap om de meest waardevolle geschenken te kunnen zien en krijgen, moeten wij dat Grote Geschenk dat Jezus aan de mensheid heeft gegeven, herkennen en aanvaarden. Door dat zoenoffer van Jezus te accepteren zal het ons ook van harte gegund worden. Wij moeten echter beseffen dat de volle waarde van het geschenk slechts tot zijn recht komt als men de daad van deze man werkelijk volledig hoogschat. Bij het beweren dat Jezus God zou zijn, wetende dat God geest is en niet kan sterven, ontneemt men een deel van de waarde van de losprijs die Jezus heeft moeten betalen. Dan zou men ook laten blijken dat Jezus maar gedaan heeft alsof hij stierf, want als God zou hij weten dat geen enkel mens hem iets kon doen en dat hij onsterfelijk is (want God is eeuwig, heeft geen begin en geen einde.) Maar Jezus heeft wel een begin gehad, zijn geboorte, en een einde, zijn dood aan de martelpaal. Toen hij in het graf werd gelegd was hij werkelijk dood. En toen God hem uit de doden wegbracht was het werkelijk God de Vader die zijn zoon terug leven gaf en hem verhoogde boven de andere mensen.

Voor dat Jezus geboren was vertoefde hij nog niet in de hemel, waar David en anderen ook nog niet waren. De vertaling in vele Nederlandstalige Bijbels met de woorden “nederdaling van Jezus” slaat op de nederdaling van de Heilige Geest die Jezus plaatste in de moederschoot van Maria, waardoor Jezus “vanuit de hemel” kwam, want hij werd door God in de hemel aan de mensheid bezorgt. Na zijn dood stond Jezus op en werd ten hemel, waar nog geen mens was, opgenomen om te zitten aan de rechterhand van zijn Vader.

“Jahweh maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert, maar kan ook verheffen.” (1 Samuël 2:7 Canis)
“Niemand is opgeklommen ten hemel, dan Hij die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon, die in de hemel is.” (Johannes 3:13 Canis)
“(63) En wanneer gij nu den Mensenzoon eens ziet opstijgen naar waar Hij vroeger was?” (Johannes 6:62 Canis) (God had Jezus al in gedachten vanaf de Tuin van Eden. – zie Genesis 3)

“Jesus sprak tot haar: Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven;” (Johannes 11:25 Canis)
“David is niet ten hemel gestegen; toch zegt hij het zelf: “De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zet U aan mijn rechterhand,” (Handelingen 2:34 Canis)
“wetend, dat Hij, die den Heer Jesus heeft opgewekt, ook ons met Jesus zal opwekken, en tegelijk met u \@voor Zich\@ zal doen staan.” (2 Corinthiërs 4:14 Canis)

 “Maar hij, vervuld van den Heiligen Geest, blikte op naar de hemel, en zag de heerlijkheid Gods en Jesus staande aan de rechterhand Gods.” (Handelingen 7:55 Canis)
“Hem heeft God verheven aan zijn rechterhand als Leidsman en Verlosser, om aan Israël bekering te schenken en vergiffenis van zonden.” (Handelingen 5:31 Canis)
“heeft Hij daarentegen, ééns en voor al, één enkel Offer gebracht voor de zonden, “en is Hij gezeten aan Gods rechterhand,”” (Hebreeën 10:12 Canis)
“Maar daarom dan ook heeft God Hem verheven en Hem de Naam gegeven hoog boven alle namen,” (Filippenzen 2:9 Canis)

De Woorden van God indachtig, houden wij ook de naam van Jezus hoog boven alle namen.

Easter eggs

Paaseitjes - Easter eggs (Photo credit: StSaling)

U wordt vriendelijk uitgenodigd om ons te komen ontmoeten en samen, zoals een groep gelijkgezinden, dat Laatste Avondmaal van Jezus en die verschrikkelijke momenten, die hij nadien moest  meemaken, te herdenken. Op de 14de van Nisan (in het jaar 2012 op donderdagavond 5 april)  zullen wij ook een stuk brood nemen, God bedanken, het breken, maar enkel er aan deelnemen wanneer wij in Christus zijn gedoopt en ons waardig achten dit brood die avond tot ons te nemen. Dit zal zijn om het lichaam van Christus Jezus (Jeshua) te herinneren, die voor u en mij is gegeven. “Doe dit in herinnering van mij” vertelde Jezus zijn volgelingen en nadat hij het zijn volgelingen had gegeven drukte hij de hoop uit dat die leerlingen het naar de volgende generaties ook zullen doen op gelijke wijze. Zolang Jezus niet teruggekeerd is zullen wij verdergaan met dat Laatst Avondmaal te herinneren en deel te nemen aan de maaltijd des heren in een vereniging van broeders en zusters in Christus.

Terwijl wij op donderdag een algemeen publiek toegankelijke dienst houden, waarop iedereen welkom is, zullen wij, op dezelfde wijze dat Jezus na het avondmaal de beker  had genomen, dit ook doen met enkel de bezoekende gedoopte Broers en Zussen in Christus en hun kinderen, uit Frankrijk, België, Luxemburg en Engeland, in de Parochie of Ecclesia in het Quaker Huis. Wij zullen het brood en de wijn delen als een teken van de nieuwe overeenkomst met God, het Nieuwe Verbond dat met Christus zijn bloed wordt verzegeld. Telkens als wij het drinken, doen wij  dat in de nagedachtenis van het offer dat Jezus van Nazareth bracht voor de hele wereld.

“Maar God bewijst zijn liefde voor ons, doordat Christus voor ons is gestorven, toen we nog zondaars waren.” (Romeinen 5:8 Canis)

“Zie, de dagen komen, Is de godsspraak van Jahweh, Dat Ik een verbond zal sluiten Met Israëls huis En het huis van Juda: Een nieuw verbond!” (Jeremia 31:31 Canis)
“want dit is mijn bloed van het Nieuwe Verbond, dat wordt vergoten voor velen tot vergiffenis der zonden.” (Mattheüs 26:28 Canis)
“Daarom verleen Ik u het koninkrijk, zoals mijn Vader het Mij heeft verleend:” (Lukas 22:29 Canis)
“Want ik zelf heb van den Heer ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd; dat de Heer Jesus in de nacht, dat Hij verraden werd, brood nam, een dankzegging sprak, het brak en zeide: “Dit is mijn Lichaam, dat voor u \@wordt overgeleverd.\@ Doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo ook na de maaltijd de kelk, zeggende: “Deze kelk is het nieuwe Verbond in mijn Bloed. Doet dit, zo dikwijls gij drinkt, tot mijn gedachtenis.” Welnu, zo dikwijls gij dit brood eet en de kelk drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.” (1 Corinthiërs 11:23-26 Canis)
“Want het testament wordt eerst bindend door de dood, daar het niet van kracht is, zolang de erflater leeft.” (Hebreeën 9:17 Canis)
“tot Jesus den Middelaar van het nieuwe Verbond, tot het Bloed der besprenkeling, dat iets beters afroept dan Abels bloed.” (Hebreeën 12:24 Canis)

Door het Breken van het Brood en Drinken van de Wijn verkondigen wij de dood van Jeshua tot hij komt.

Wij moeten niet rouwen. Wij kunnen gelukkig zijn omdat nadat Jezus in het graf werd gezet (of neergelaten werd in de ‘hel ‘of sheol)  werd hij door zijn Vader opgeheven en verwijderd van de dood als een voorbeeld van wat er ook zal gaan gebeuren met ons. In Jezus zijn dood en herrijzenis kunnen wij de vervulling van de belofte vinden om de gelegenheid te krijgen gered te worden, ook al zijn wij zondig; en vinden wij ook de mogelijkheid om het Koninkrijk van God te kunnen binnen gaan, wanneer wij er waardig voor zullen zijn.

Jezus aan de houten martelpaal ter dood gebracht

“Als het donker wordt komt een rijk mens uit Arimatea aan, wiens naam Jozef is, die ook zelf leerling van Jezus is geworden; hij komt bij Pilatus en vraagt om het lichaam van Jezus. Dan beveelt Pilatus dat het zal worden vrijgegeven. Jozef neemt het lichaam, wikkelt het in zuiver linnen en legt het in zijn nieuwe graf dat hij heeft uitgehakt in de rots. Hij wentelt een grote steen voor de poort van het graf en gaat weg. Dan is daar nog Maria Magdalena en de andere Maria; zij zitten neer tegenover de begraafplaats. Maar de volgende dag, dat is die na de voorbereiding, verzamelen zich de overpriesters en de farizeeërs bij Pilatus, en zeggen: heer, wij hebben ons herinnerd dat die dwaalgeest toen hij nog leefde gezegd heeft: na drie dagen word ik opgewekt! beveel dan dat de begraafplaats tot op de derde dag beveiligd wordt, anders komen die leerlingen, stelen hem en zeggen tot de gemeenschap ‘hij is opgewekt uit de doden’, en dan is de laatste dwaling erger dan de eerste! Pilatus verklaart aan hen: hier hebt ge een wacht; gaat heen en beveiligt alles naar beste weten! Zij maken voort, verzegelen de steen en beveiligen de begraafplaats met de wacht.” (Mattheüs 27:57-66 NB)

“Laat op de sabbat,  in het oplichten van de eerste van de sabbatsweek, komt Maria Magdalena, en ook de andere Maria, om de begraafplaats te aanschouwen. En zie, er geschiedt een groot beven. Want een engel van de Heer daalt neer uit de hemel, komt naderbij, wentelt de steen weg en gaat er bovenop zitten. Zijn aanzien is als een bliksem, en zijn kleding wit als sneeuw. Van vrees voor hem béven de bewakers en worden ze als doden. Maar ten antwoord zegt de engel tot de vrouwen: weest gíj niet bevreesd; ik weet immers dat ge Jezus zoekt, de gekruisigde; hij is niet hier, want hij is opgewekt, zoals hij heeft gezegd; komt, ziet de plek waar hij heeft gelegen; maakt snel voort en zegt aan zijn leerlingen dat hij is opgewekt uit de doden, en zie, hij gaat u vóór naar Galilea,- dáár zult ge hem zien; zie, dit had ik u te zeggen!” (Mattheüs 28:1-7 NB)

“en de redding is door niemand anders; want er is geen andere naam onder de hemel gegeven bij de mensen waardoor wij moeten worden gered!” (Handelingen 4:12 NB)

“laat dan zijn lijk niet overnachten aan de paal; want begraven, ja begraven zul je hem op diezelfde dag, want een gehangene is een vervloeking van God; je zult je bloedrode grond welke de ENE, je God, je als erfdeel geeft, niet verontreinigen! ••” (Deuteronomium 21:23 NB)
“met Jezus van Nazaret toen God hem heeft gezalfd met heilige Geest en kracht; hij is weldoende rondgetrokken en hij heeft allen gezond gemaakt die onder de macht van de duivel lagen, omdat God met hem was; en wij zijn getuigen van alles wat hij heeft gedaan in de landstreek der Judeeërs en Jeruzalem; ze hebben hem weggenomen ‘door hem te hangen aan een hout’; {#De 21:22} hem heeft God ten derden dage opgewekt en gegeven dat hij verscheen niet aan heel de gemeenschap maar aan getuigen die door God voorbestemd waren: aan ons, die na zijn opstaan uit de doden met hem hebben gegeten en gedronken; hij heeft aan ons afgekondigd dat wij aan de gemeenschap moesten prediken en betuigen dat hij de door God aangewezen rechter is van levenden en doden; van hem getuigen alle profeten dat ieder die in hem gelooft door zijn naam vergeving van zonden mag aannemen!” (Handelingen 10:38-43 NB)

“maar op de eerste van de zeven dagen komen zij, nog diep in de morgen, bij het graf, dragende de geurige kruiden die ze hebben bereid. Maar ze vinden de steen weggewenteld van het graf, en als ze er binnengaan vinden ze het lichaam van de Heer Jezus niet. En het geschiedt, als ze daarmee niet verder weten te gaan zie, daar staan twee mannen bij hen in blinkend gewaad; zij worden zeer bevreesd en neigen hun gezichten ter aarde, maar zij zeggen tot hen: wat zoekt ge de levende bij de doden?- hij is niet hier, nee, hij is opgewekt!(-) gedenkt hoe hij tot u heeft gesproken toen hij nog in Galilea was, toen hij zei van de mensenzoon dat hij moest worden prijsgegeven in de handen van zondige mensen, gekruisigd worden en ten derden dage opstaan! Zij worden zijn uitspraken indachtig,” (Lukas 24:1-8 NB)

“Want ik heb aan u allereerst doorgegeven wat ik zelf ook heb mogen aannemen: dat Christus is gestorven voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, dat hij is begraven, dat hij ten derden dage is opgewekt, overeenkomstig de schriften, en dat hij is gezien door Kefas, daarna door de Twaalf; vervolgens is hij gezien door boven de vijfhonderd broeders-en-zusters eenmalig, van wie de meesten tot nu toe er nog zijn, maar sommigen zijn ontslapen.” (1 Corinthiërs 15:3-6 NB)
“Omdat ook Christus éénmaal voor zonden is gestorven, een rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat hij u tot God zou leiden, hij die door {Of: naar.} vlees-en-bloed gedood is maar levendgemaakt is door {Of: naar.} de Geest.” (1 Petrus 3:18 NB)

De komende dagen zullen wij ons blij herinneren dat God opnieuw leven aan zijn zoon Jezus heeft gegeven en  aan hem een hogere plaats in de hemel gaf om voor ons een bemiddelaar te worden.

“Maar nu heeft hij een evenzo voortreffelijker bediening gekregen als hij ook middelaar is van een beter verbond, dat op betere aankondigingen gevestigd en gewettigd is.” (Hebreeën 8:6 NB)
“Daarom heeft God hem verhoogd en hem genadig de naam verleend die is boven alle naam,” (Filippenzen 2:9 NB)
“{(109) • Dixit Dominus.} (v. David, een musiceerstuk.) Tijding van de ENE aan mijn heer: zet je aan mijn réchterhánd, —tot ik je vijanden heb gezet als bánk ondér je vóeten!” (Psalmen 110:1 NB)
“die aan de rechterhand van God is, heengegaan ten hemel; aan hem onderschikken zich engelen en machten en krachten.” (1 Petrus 3:22 NB)
“Hoor, Israël!- de ENE is onze God, de ENE alleen!” (Deuteronomium 6:4 NB)
“Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en mensen: een mens, Christus Jezus,” (1 Timotheüs 2:5 NB)
“en tot Jezus, middelaar van een nieuw verbond, en tot bloed ter besprenkeling dat sterker spreekt dan dat van Abel.” (Hebreeën 12:24 NB)

Op zondag de 8ste april zullen wij blij zijn om samen de hele dag gezellig door te brengen als broers en zussen. Niet enkel het Avondmaal van de Heer te nuttigen, zullen wij in Parijs samen komen maar ook een fijne maaltijd samen te verorberen en om te verbroederen. Zo zijn alle Christadelphians, of Broeders in Christus, die willen komen welkom om die dag samen door te brengen.
Maar diegenen die te ver af wonen of niet in de gelegenheid zijn om naar Paris in Frankrijk te komen, zouden wij toch graag vragen die belangrijke dag van herinnering niet te vergeten en vragen om in eigen omgeving een gelegenheid te zoeken en te vinden om samen met andere christenen dat geschenk van Jezus in acht te nemen en te herinneren in gemeenschap als broeders en zusters.

Vergewis u ervan dat u dit jaar het Pascha zal vieren en samen aan de Pasen vieringen een mooie tijd zult hebben om uw dankbaarheid voor dat prachtige geschenk van  Jezus te betonen. Het Zoenoffer welk God ook voor ons heeft willen aannemen.

Deze dag van het Geschenk van Genade zou nooit mogen vergeten worden door iedereen die hier vandaag nog op aarde moet leven. Maak de wereld kenbaar dat Jezus voor onze zonden is gestorven en is verrezen.

+

Voorgaande: Geen Wegvluchter of in het Engels:  Preceding English article: Not making a runner

Parts of this article can be found in English: A Great Gift commemorated

Aansluitend:  Prophets making excuses

++

Lees ook:

  1. Pasen 2006
    Opvallend kunnen weinig mensen echt beschrijven wat zij juist zouden vieren of herdenken. Tegenwoordig is er een enorme diversiteit in paasvieringen. Per land en vaak ook per religie zijn er vele verschillen. Aanhangers van de Oosterse Orthodoxe kerk vieren eerste paasdag haast nog even uitbundig als hun voorvaderen. De Lutherse kerk in Zweden en Noorwegen daarentegen, heeft zich nogal moeten aanpassen aan bepaalde moderne gebruiken van het volk. Met Pasen gaat namelijk een groot deel van de mensen op vakantie naar de bergen. Origineel als ze zijn, heeft de Lutherse kerk ter plekke enkele bergkerken gebouwd.

    De wijze waarop velen de dagen doorbrengen geeft eerder een beeld dat deze dagen zo als de Kerstdagen doorspekt zijn met heidense traditie en meer te maken hebben met vruchtbaarheidssymbolen dan met de offerdood en verrijzenis* van Jezus Christus, onze Heilland en de Messias waar zo veel mensen jaren hebben naar uitgekeken. Grote schoonmaak, paaseieren, paashaas en paasklokken, reizen naar Rome, chocolade, paasdecoratie… dat zijn de zaken die de mensen wel kunnen bezighouden wanneer de lente zich meer laat zien.  Bij het woord ‘Pasen’ denkt vrijwel niemand meer aan het religieuze feest.Lees verder …

  2. Rond Jezus
  3. God komt ons ten goede
  4. Gods beloften
  5. Gods Redding
  6. Lijden,waarom God het toelaat
  7. Waarom laat God het kwade toe?
  8. Jezus Christus is in het vlees gekomen
  9. Zoon van God
  10. Goedheid en liefde openbaar gemaakt
  11. Jezus moest sterven
  12. Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
  13. Rond het Paasmaal
  14. Avondmaal des heren
  15. Teken van het verbond
  16. Nieuw Verbond
  17. Het Beschreven Lam
  18. Het Zoenoffer
  19. Onschuldig Lam
  20. Lam van God
  21. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  22. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  23. Zoenoffer
  24. Bedenking rond Onveranderlijkheid
  25. Een gedicht voor Pasen
  26. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  27. Niet goddelijkheid van Christus toch 
  28. Priesterschap van Christus
  29. Vrijheid in Christus #1 Onder de Wet
  30. Hij die zit aan de rechterhand van zijn vader
  31. Hij die komt
  32. Terugkeer van Jezus
  33. Toegang met Christus
  34. Verzamelen met Jezus
  35. Pijn lijden
  36. De verdwijnende heerlijkheid 
  37. Jood of Christen zijn
  38. Doen wij alles zoals Jehovah het ons beveelt
  39. Bestemming Getrouwen en Rechtvaardigen
  40. Christelijke hoop op eeuwig leven
  41. Geloof in Jezus Christus
  42. Dankbaar voor gekregen offer
  43. Één met Christus
  44. Liefdemaaltijden
  45. Sabbat of Zondag
  46. Zaterdag of zondag
  47. Zondagsrust of sabbatviering
  48. Uitzicht op de toekomst
  49. Werking van de Hoop
  50. Zijn kruis dragen

+++

Aanverwante artikelen / Related articles:

  • Therefore take no thought, saying, what shall we eat? Or, what shall we drink? Or, Wherewithal shall we be clothed (bummyla.wordpress.com)
    The way we take or receive an anxious thought is by speaking it. Doubtful thoughts will come, but we do not sin until we entertain them. According to this verse, speaking forth these thoughts is one way of entertaining them; therefore, don’t speak forth these negative thoughts.
  • Bringing About God’s Will (bummyla.wordpress.com)
    how God’s Word can bring forth God’s will in your life.
    +
    As a redeemed child of God, as a king and priest of the Most High and as a new creature of God’s Kingdom, clothed in flesh, your body is your badge of authority in the earth; Christ‘s blood is your badge of
    authority in the heavens; God’s Word is your sword of authority in both realms.
  • You have been reconciled to God through Christ Jesus (bummyla.wordpress.com)
    we sometimes forget that God really did do in Christ what He sent Him to do on the cross.
  • Believe In The Name of Jesus Christ (bummyla.wordpress.com)
    Although God is the Creator of us all, there are two conditions you and I must meet before we can be called God’s children.
  • Do You Believe in Christ Jesus? (bummyla.wordpress.com)
  • The Soul confronted with Death (christadelphians.wordpress.com)
  • Christ having glory (christadelphians.wordpress.com)
  • In The Mystery of Christ in Us (idealman.wordpress.com) of ‘Het Mysterie van Christus in ons’  zegt de artikelschrijver dat “Christus in ons” als een heel beduidend deel van de gospel, tegelijk de melk evenals het stevige voedsel zou moeten zijn. De glorie van Christus zou tot ons moeten komen zodat de glorie van God ook over ons zou kunnen zijn. Een punt van de Glorie van God over Jezus is dat het een deel van het beeld van de onzichtbare God is. Wij kunnen God niet zien, anders zouden wij sterven, maar in Zijn zoon  worden wij toegestaan vele eigenschappen van Zijn Vader, onze God in de hemel te zien.
    Hij wijst op de belangrijkheid om Jezus als Christus te zien en zo naar het geloof te komen. + Het verlangen van God is expliciet hier uitgedrukt: God wilde bekend worden onder de Niet-joden maar ook de luisterrijke rijkdom van dit mysterie bekend maken. God had een plan voor hoe Hij dat ging doen. +
    IT zegt dat wij Jezus met ongesluierde gezichten kunnen aanschouwen en  in zijn zelfde beeld getransformeerd kunnen worden, waar dat beeld onze identiteit wordt en eens te  meer de glorie van Christus doet vergroten .
    “En wij allen, die met onbedekt aanschijn de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, worden naar datzelfde beeld van gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dat is door de Heer die Geest is.” (2 Corinthiërs 3:18 NB)
    “Hij is afstraling van zijn glorie en afdruk van zijn bestaan; hij draagt alles door zijn krachtig woord; reiniging van de zonden is zijn daad; hij is gezeten ter rechterhand van de majesteit in den hoge,” (Hebreeën 1:3 NB)
    +
    Hij vergelijkt Christus beeltenis dan met een beeltenis op een muntstuk en geeft aan hoe belangrijk het is om via die beeltenis van Christus Jezus tot geloof te komen.
  • Zo moeten wij met Christus Jezus als hij gereflecteerd worden in die ene beeltenis. Over die Reflectie van God schrijft Idealman in Reflective Glory.(idealman.wordpress.com)Één van de meest verbazingwekkend gedachten is, volgens hem, hoe God de glorie in ons betracht.  Zijn doel voor ons is  Zijn luisterrijk beeld te aanschouwen. De zon en maan illustreren dit mysterie. Wij begrijpen dat de maan eenvoudig een reflector is. De glorie van de maan is de schittering van de zon. De schittering van de maan is een reflecterende glorie. Gelijkaardig is Jezus de schittering van de glorie van God en het beeld van God is perfect helder in Hem. Verder nog betekent Jezus die in ons komt niet alleen  zuivering van zonde,  een opruiming of reiniging, maar die reflector zijn van glorie in ons. De Blijde Boodschapis daar waar God communiceert, “ik wil dat mijn glorie op u schijnt”.“Deze, de afstraling van Gods heerlijkheid en het beeld van zijn wezen, die alles draagt door zijn machtig woord, heeft de reiniging van zonden teweeggebracht en zich daarna gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hemel, verheven boven de engelen net als Hem een hogere naam dan zij dragen is ten deel gevallen.” (Hebreeën 1:3-4 LeiNT04)
    “Wij dan, de heerlijkheid van de Heer met ontsluierd aangezicht weerkaatsend, worden allen van gedaante veranderd, van de ene heerlijkheid tot de andere, zoals al wat door de geest van de Heer wordt gedaan.” (2 Corinthiërs 3:18 LeiNT04)Door de overeenkomst van Christus worden wij van één stadium van glorie naar een ander gebracht (2Cor. 3:18). Als het zegt, is het een transformatieproces dat steeds toeneemt. Wij hebben de ideale man, Jezus voor altijd voor ons. In hem zijn wij niet enkel aanhangers; wij zijn weerkaatsers — beelddragers. Een echte man zal zich zelf puur houden in de heiligste zin  bij. Specifiek en praktisch worden heeft waarde voorbij het  doeltreffend zijn omdat het helemaal in de mogelijkheid komt van het reflecterend zijn.
  • Dat Godsgeschenk moet ons doen stralen van blijdschap en moet Gods glorie laten heersen. > Let His Glory Reign (todaysanewday.wordpress.com)
    Soms werpen wij, in onze leven, een sluier over God. Wij heffen het enkel op wanneer wij Hem nodig hebben en werpen de natte handdoek over Zijn vurig geestelijk vuur wanneer wij Hem niet dringend nodig hebben.
    In plaats van God naar onze normen te zetten zouden wij Zijn Geest moeten toestaan door ons heen te bewegen en diegenen rond u te imponeren.
  • Bisschop T.D. Jakes, pastor van The Potter’s House megakerk in Dallas was uitgenodigd om over zijn idee te praten van de weerspiegeling van Christus, in het bijzonder naar het al of niet zijn van een drie-eenheid. aan hem werd ook de vraag gesteld of God zich manifesteerde op drie verschillende manieren, in drie personen.
    Jakes vindt het belangrijk dat wanneer wij over dit soort dingen beginnen te praten, dat wij beseffen dat er onderscheid is tussen de Vader en de werking van zijn Zoon: de Vader heeft niet gebloed, de Vader is niet gestorven, enkel in de persoon van Jezus Christus, die voor ons in de persoon van Jezus Christus terugkomt … is Jezus Christus met ons, maar enkel bewoont door de  Heilige Geest. Daar ligt trouwens ook de eenheid met Jezus zijn Vader, dat die gewillig was om Zijn Geest in Jezus te laten komen om hem inzicht en mogelijkheden te geven. Wij worden in het Lichaam van Christus door de macht van de Heilige Geest gedoopt. Dat is verenigbaar met zijn geloofsysteem. Ook wij moeten zoals Christus Jezus door de Geest gevoed worden.De Geest van God moet in ons komen wonen, zoals deze in Christus Jezus was, maar dat maakt Jezus noch ons tot diezelfde Geest en zo tot God.
    Lees over het debat: TD Jakes Breaks Down the Trinity, Addresses Being Called a ‘Heretic’ By Nicola Menzie (http://trinityspeaks.wordpress.com)
  • Jesus begotten Son of God #2 Christmas and pagan rites (christadelphians.wordpress.com)
  • Salvation, trust and action in Jesus #1 Suffering covered by Peace Offering (christadelphians.wordpress.com)
    Indien u van alle pijnen wilt bevrijd worden, moet je niet kiezen om de wereld te volgen, maar blik gericht worden naar Christus. Waarbij je met het besef dat er slechts één God en één enkele Bemiddelaar tussen Hem en de mensen staat. Jezus leed en stierf voor ons, zodat ons lijden tot een goed einde kan komen en wij een Nieuw Leven kunnen binnengaan in het Koninkrijk van God.
  • In  Trust Jesus Christ today! Here’s what you must do (christadelphians.wordpress.com) wordt er aangehaald dat het geloof in het Zoenoffer van Jezus Christus ons de enige mogelijkheid geeft om tot zijn Vader te komen, die zijn Vader is en de Enige Ware God Schepper van hemel en aarde is. In Jezus zijn dood en begrafenis kunnen wij het licht zien met zijn verrijzenis die ons ook tegemoet kan komen.
    Door gebed tot God moeten wij Jezus uitnodigen om ook onze persoonlijke Verlosser te worden.
    “want met het hart wordt geloofd, zodat men gerechtvaardigd, met de mond wordt beleden, zodat men gered wordt.” (Romeinen 10:10 LeiNT04)
    “Jezus zei tot hem: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.” (Johannes 14:6 LeiNT04)
    “Want uit genade bent u behouden door het geloof; dat hebt u zichzelf niet gegeven, het is Gods geschenk; het is geen vrucht van de werken; opdat niemand roemen zal.” (Efeziërs 2:8-9 LeiNT04)
    “In Hem bezitten wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van overtredingen, naar de rijkdom van zijn genade.” (Efeziërs 1:7 LeiNT04)
    “Wij ondervinden dus, omdat wij uit geloof gerechtvaardigd zijn, vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door wiens bemiddeling wij toegelaten worden tot die genade waarin wij standvastig, en roem dragen op de hoop in Gods heerlijkheid te zullen delen.” (Romeinen 5:1-2 LeiNT04)
  • Pasen 2006

Read Full Post | Make a Comment ( 18 so far )

Geen Wegvluchter

Posted on March 27, 2012. Filed under: Christen zijn en Christus volgen, Feesten, Heiliging, Jehovah יהוה YHWH JHVH God Elohim Yahweh Jahweh, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Leven en Dood, Lijden | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

File:JoshuaSun Martin.jpg

Jozua gebied de zon stil te staan - 1816 John Martin (1789–1854)

Toen de profeet Jona een taak kreeg van God was hij bang voor zijn eigen welzijn en probeerde de taak te vermijden. Jeremia durfde soms wel eens klagen. Terwijl Mozes meer dan eenmaal vragen stelde bij de opdrachten die hij van God kreeg. Regelmatig vergat Mozes dat de Schepper het beste voorhad met hem en zijn volk. Tijdens het begeleiden van het Volk van God vergat Mozes ook wel eens de werkelijke verzorger te melden. In plaats van duidelijk te melden dat het God was die de dingen deed leek hij uit te schijnen dat het hij was die het deed. Mozes had een erge moeilijke taak en wij kunnen ons voorstellen dat het niet altijd gemakkelijk was om zijn humeur niet te verliezen, zoals hij wel eens deed. Voor hem moet het moeilijk geweest zijn te zien hoe mensen die zo vele zegeningen kregen en van slavernij werden bevrijd nog steeds de Allerhoogste vergaten die voor hen had gezorgd. Hoe was het mogelijk dat zij er toe kwamen een gouden kalf te vereren? Mozes had zijn haren uit kunnen trekken. Ook al wenste hij Gods Plannen zo goed mogelijk te laten verlopen, moest hij herkennen dat hij in die plannen die  God voor hem beschreven had, niet geslaagd was. Jozua, Joshua of Jehosjoe’a (Hebreeuws: יהושע) (Yahshua) leidde de mensen die God had gekozen naar het beloofde land.

Een andere Yashua of Yahushua (Jeshua> Jezus ) nam een stap verder. In die man van Nazareth kunnen wij de enige profeet vinden die in staat was om alle instructies van God na te komen. Het was de enige profeet die God niet in vraag stelde of aan Zijn verordeningen twijfelde. Jezus discussieerde nooit met Hem.

Jeshua was een nederige arbeiderszoon, die wel op een zeer bijzondere wijze tot bestaan kwam en geboren raakte uit een maagd. Deze man van Nazareth gaf er niet om dat mensen op hem spuwden of hem vuile namen noemde indien dit gebeurde onder het werken voor zijn Allerhoogste Vader in de hemel . Jeshua zei zelfs dat mensen voor het lasteren van hem zouden kunnen vergeven worden, maar dat niemand voor het lasteren van God, zijn Vader die hem stuurde, zou worden vergeven. Ook al vertolkte Jezus de gedachten van zijn Vader, Yah (Yah is de geest), Yahuwah of Jehova , wilde hij iedereen zijn Vader laten kennen en laten weten wat die Vader in petto had voor de mensheid. Jezus nam het op hem om rond te trekken en mijlen te lopen voor  het Goed Nieuws dat door God voorzien was voor ieder lichaam dat wilde horen.

Jezus verplichte niemand om te luisteren naar hem, maar hoopte toch dat de mensen zijn stem konden horen en zo konden luisteren wat God te vertellen had. Want Jezus bracht de Woorden van God tot de massa. Jezus trachtte ook de Wil van God aan de mensen duidelijk te maken, alsook verduidelijkte hij de Schriftstellingen.

Terwijl God niet verleid of beproefd worden, kon Zijn zoon wel onderworpen worden aan verleiding. Jezus  ontmoette vele tegenstanders van God, de Satans van deze wereld. Maar hij viel nooit in hun val, behalve wanneer het al te gortig werd.  Op een bepaald ogenblik deed het Jezus walgen hoe mensen verachtelijk omgingen met het huis van zijn Vader. De tempel van zijn Vader was heilig en kon zo niet behandeld worden als de kooplui en muntwisselaars deden. Toen Jezus dit zag verloor hij totaal zijn humeur en wierp de winkeliers en geldwisselaar uit het Huis van God. Zij gingen te ver en het was ook te veel voor Christus Jezus geworden om te kunnen verdragen dat zijn Vaders plaats zo bezoedeld werd. De tempel hoorde namelijk een plaats van verering te zijn.

Jezus wilde de plaats van Zijn Vader reinigen, omdat hij zo veel hield van zijn Vader en omdat hij dit totaal onwaardige vond.

“Ga, onze Vader wil helpen onze harten schoon te maken tot er niets meer is dat storend is. En Hij had de mensen een plaats gegeven waar zij zouden naar toe kunnen komen om dicht bij Hem te zijn. Maar God had gezien dat zo’n plaats niet altijd de oplossing bracht. Vele Tempels of Huizen van God, Gebouwen voor God, of kerk-gebouwen, werden misbruikt voor andere doeleinden. Om die reden zou Christus Jezus zelf de Tempel worden én de Hogepriester én de bemiddelaar tussen God en de mensen.

Die standvastige tempel die God oprichtte op een stevig fundament verlangt geen  tempelgaven meer. Jehovah heeft geen brandoffers meer nodig, alsook geen geldoffers. Trouwens Hij die alles heeft geschapen en tot wie alles toebehoort, wat zouden wij Hem kunnen geven die reeds alles bezit? In Gods Kerk is er geen aanbod noodzakelijk, offergang of geldaanbod of bijdragen vereist. In Zijn enige voortgebrachte zoon had Hij die ene gevonden die er in slaagde om alles te doen naar Gods Wens. In die Nazareen vond God diegene die bereid was volledig naar Hem te luisteren en zonder tegenpruttelen te doen wat God wenste. Nooit dacht Jezus er aan om zijn hemelse Vader in vraag te stellen. Deze man van Nazareth, die geboren was in Bethlehem, heeft geen aarzelingen getoond terwijl zo vele andere profeten dit wel hadden gedaan. In Jezus had God een bescheiden man gevonden die altijd een hart had om datgene te doen om God te Gehoorzamen! Jezus was nooit beschaamd voor Hem die hem gidste of voor Zijn Woord dat over de gehele wereld zou moeten gekend geraken.

Voor de rest van de tijd was Jezus de kalmte zelf. En als het wat te moeilijk werd voor zijn apostelen kon hij deze ook tot rust brengen. Zijn rust straalde ook verder uit naar anderen.

Rembrandt Harmensz. van Rijn 035

De offering van Isaak door Abraham - 1635 Rembrandt (1606–1669)

Zelfs op het zwakste moment van  zijn leven riep Jezus naar Zijn Vader en vertelde hem dat hij bang was, maar er niet tegen op zag om datgene te doen dat Zijn Vader van hem verlangde ook al zou deze hem een vreselijke dood insturen. Jezus had de verzekering van verlies maar ook van winst. Hij vertrouwde zijn Vader. Zelfs voor het geval dat God wilde dat Zijn zoon zijn leven zou geven, was Jezus gewillig zich aan te bieden als ‘slacht offer’ zoals een lam op de ‘offer-tafel’ zoals Isaak (Yitsḥaq ) dat had voorgedaan. Jezus gaf zijn volledig hart aan zijn Vader. Ook al zag Jezus misschien ook geen absolute noodzaak om meer te lijden dan enige zondaar leed om het losgeldvoor de  mens te betalen.

Normaal wenste God geen mensenoffers, zoals voor sommige afgoden eerstgebroenen kinderen werden geofferd. {bijboorbeeld aan de Ammonitische God Moloch (2 Koningen 23:10; Leviticus 18:21) en de Kanaänietische Baäl (Jeremia 19:5; 32:35).} Geen mens kan een ander vrijkopen want de prijs voor een mensenleven is immers altijd te hoog. Wat God vraagt voor een leven, is niet te betalen. Steeds zullen wij moeten aanzien dat wijze mensen sterven zoals ook de onredelijke en domme mensen allemaal sterven. Het is onmogelijk dat iemand altijd blijft leven en nooit zou sterven. Steeds weer moeten mensen hun aardse bezittingen aan anderen nalaten, want zij kunnen deze niet meenemen in het graf om er nog iets mee te doen. In de dood is iedereen gelijk.

“(49-9) Te hoog is de prijs van zijn leven, Ontoereikend voor eeuwig. \@De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, \@\@Lijkt op vee, dat geslacht wordt.\@ (49-10) Of zou hij eeuwig blijven leven, En zijn graf niet aanschouwen? (49-11) Neen, men ziet de wijzen sterven, Den dwaas met den domoor vergaan;” (Psalmen 49:8-10 Canis)
“Want mens en dier hebben hetzelfde lot. De één moet sterven even goed als de ander; Want beiden hebben zij dezelfde adem. De mens heeft niets vóór boven het dier; Waarachtig, alles is ijdelheid! Zij gaan beiden naar dezelfde plaats; Beiden kwamen zij voort uit stof, En beiden keren zij terug tot stof.” (Prediker 3:19-20 Canis)
“(22-30) Hem alleen moeten huldigen alle machten der aarde! Dan buigen zich ook voor Hem neer, die in het stof zijn gezonken, En geen leven meer hebben.” (Psalmen 22:29 Canis)

God, wiens wonderen ontelbaar zijn, heeft reeds alles in Zijn bezit. Voor Hem  gaat het niet om slacht of spijsoffers. God vraagt niet om brand en zondoffer. Veel mensen vergeten dat voor God de mens zijn gehoorzaamheid telt. God kan volledig voldaan worden als het hart van de mens ernaar verlangt om Zijn wil te doen. Indien Gods Wet ons leven is, is God gelukkig en tevreden. En daar zien wij Christus Jezus die zijn Vader tevreden wil stellen door volledig die wil van zijn Vader te doen. Zoals David vertelde hij de mensen ook  de blijde boodschap van Gods liefde en rechtvaardigheid in de samenkomsten. Ook hij liet niet na over God te spreken, zoals David en andere profeten voor hem reeds gedaan hadden. Ook hij verzweeg Gods rechtvaardigheid niet en sprak over Zijn trouw en bewaring. Aan grote groepen mensen vertelde hij  over zijn Vader die ook de onze was en vol goedheid, liefde en waarheid was.

“(40-6) Ontzaglijke wonderen hebt Gij gewrocht, O Jahweh, mijn God; En in uw raadsbesluiten over ons Kan niemand zich met U meten. Ik zou ze willen verhalen en melden, Maar ze zijn niet te tellen. (40-7) Slacht- en spijsoffers wilt Gij niet, Maar Gij hebt mij de oren geopend; Brand- en zoenoffers eist Gij niet, (40-8) Daarom zeg ik: “Zie, ik kom!” In de boekrol staat mij voorgeschreven, (40-9) Uw wil te volbrengen: Mijn God, dit is mijn hartewens, En in mijn boezem draag ik uw Wet. (40-10) Uw goedertierenheid heb ik verkondigd In de grote gemeente; Ik hield mijn lippen niet gesloten, Jahweh, Gij weet het! (40-11) Uw gerechtigheid verborg ik niet in mijn hart, Uw trouw en hulp sprak ik openlijk uit; Uw liefde en gunst heb ik nimmer verzwegen Voor de talloze schare!” (Psalmen 40:5-10 Canis)

“Maar Isaäk zei tot zijn vader Abraham: Vader! Hij antwoordde: Wat is er, mijn jongen? Hij zeide: Zie, we hebben wel vuur en offerhout, maar waar is het schaap voor het offer? Abraham antwoordde: God zelf zal wel voor het offerschaap zorgen, mijn kind. En samen gingen ze verder. Toen zij aan de plaats waren gekomen, die God hem genoemd had, bouwde Abraham daar een altaar, en stapelde het hout op. Dan bond hij zijn zoon Isaäk, en legde hem op het altaar boven op het hout. En Abraham strekte zijn hand uit, om het mes te grijpen, en zijn zoon te doden. Daar riep de engel van Jahweh uit de hemel hem toe, en sprak: Abraham, Abraham! Hij zeide: Hier ben ik. Hij sprak: Sla uw hand niet aan den knaap, en doe hem geen kwaad. Want nu weet Ik, dat gij God vreest; want ge hebt Mij uw enigen zoon niet willen onthouden. Nu sloeg Abraham zijn ogen op, en zag een ram, die met zijn horens in het struikgewas zat verward; Abraham greep den ram, en droeg hem als brandoffer op, in plaats van zijn zoon. Abraham gaf die plaats de naam: “Jahweh draagt zorg,” daarom wordt ook nu nog gezegd: “op de berg van Jahweh wordt zorg gedragen”. Voor de tweede maal riep de engel van Jahweh Abraham uit de hemel toe, en sprak: Ik zweer bij Mijzelf, Luidt de godsspraak van Jahweh! Omdat ge dit hebt gedaan, En uw enigen zoon niet gespaard hebt: Daarom zal Ik u zegenen, En uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel, En als het zand aan het strand van de zee; Uw kroost zal de poorten van zijn vijanden bezitten. In uw zaad zullen alle volken der aarde worden gezegend, Omdat gij naar mijn stem hebt gehoord.” (Genesis 22:7-18 Canis)
“en bad: Vader, indien het uw wil is, neem deze kelk van Mij weg. Neen, niet mijn wil geschiede, maar de uwe.” (Lukas 22:42 Canis)

Jezus bood zichzelf vrijwillig aan aan God in de hoop te kunnen voldoen aan de wens van zijn Vader en was bereid zijn leven te geven waardoor zijn Vader hem ook innig zou liefhebben. Jezus besefte dat de dood de prijs van de zonde was en was bereid een leven  aan te bieden om die dood tot een einde te brengen. Ook al vroeg er niemand om, gaf hij het uit zichzelf.

“Hierom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik mijn leven geef, om het weer terug te nemen. Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf; Ik heb macht om het te geven, en macht om het weer terug te nemen. Dit is de opdracht, die Ik van mijn Vader ontving.” (Johannes 10:17-18 Canis)

slachtschaap.jpg

Dierenoffers wegens hun onschuld

Al de offers die in de tempels werden gebracht waren slechts onvoldoende substituten. De offerdienst impliceert in de eerste plaat de notie van plaatsvervanging aangezien het offerdier de plaats inneemt van de persoon die schuldig tegenover God staat. In dit offerssysteem werden dieren gebruikt omdat dieren amoreel zijn – zij kunnen niet zondigen. Zoals dieren niet kunnen zondigen en daarmee zonder zonde zijn, bood Jezus die ook zonder zonde was, zich nu ook als Izaäk vrijwillig aan als een lam. Zoals een lam in staat van zondeloosheid was en aldus geschikt kon bevonden om een vervanger voor de schuldige zondaar te zijn, zo ook was Jezus, door zijn aanbod, een rechtvaardige vervanger. Terwijl een dier eigenlijk onschuldig was en geen verantwoordelijkheid droeg bood Jezus  zich aan bij zijn Vader. Jezus kon wel zondigen, en was dus wel verantwoordelijk voor zijn eigen zonde indien hij die zou begaan hebben. Maar Jezus slaagde er in, zoals geen enkel ander mens, om totaal zonder zonde te blijven.

Voor Jezus was de Will van zijn Vader Heilig en zat die zoals bij Koning David in zijn aders. Ook naar zijn volgelingen toe zei hij dat zijn voedsel was dat hij de wens zou moeten doen  van diegene die hem gezonden had. Voor Jezus was het het belangrijkste dat hij de Wil zou doen van diegene die hem gestuurd had zodat hij Zijn werk zou kunnen doen en zou  kunnen beëindigen.

Wanneer wij met onverdeelde aandacht naar de Voortbrenger en Perfecter van ons geloof kijken zien wij יהושע Jezus, die, wegens de vreugde die voor hem neergezet werd, verdroeg om de inzet van foltering aan een houten paal te zijn, waarbij hij bloed zou laten en dood tegemoet zag. Uit liefde voor zijn Vader en voor zijn medemens negeerde Jezus de schande en kunnen wij nu zeker zijn dat hij nu komen te zitten is aan de rechterhand van de troon van zijn Vader יהוה Jehovah, de Enige Ware God.

“Jesus sprak tot hen: Mijn spijs is, de wil te volbrengen van Hem, die Mij heeft gezonden, en zijn werk te voltooien.” (Johannes 4:34 Canis)
“Toen zeide Ik: Zie Ik kom! In de boekrol staat van Mij geschreven, Uw wil te volbrengen, o God! Daar Hij nu eerst heeft gezegd: “Offers en gaven, brand- en zoenoffers hebt Gij niet gewild, behaagden U niet,” ofschoon ze volgens de Wet worden geofferd; en Hij vervolgens sprak: “Zie Ik kom, om uw wil te volbrengen”; zó heeft Hij het eerste afgeschaft, om het tweede in te stellen.” (Hebreeën 10:7-9 Canis)

“het oog gevestigd op Jesus, aanvang en einde van het geloof. Hij heeft in plaats van de vreugde, die Hem toekwam, een kruis op Zich genomen, en de schande niet geacht; maar is dan ook gezeten ter rechterzijde van Gods troon.” (Hebreeën 12:2 Canis)

Jezus werd door God onderricht. Tijdens zijn korte openbaar leven maakte Jezus vele woorden van God duidelijk en legde hij uit hoe wij het Woord van Zijn Vader zouden moeten bestuderen en moeten begrijpen.  Ook gaf Jezus duidelijk aan naar wie wij moesten opkijken naar begeleiding en tot wie wij moesten bidden om ons dagelijks brood te ontvangen.  Niet hem moesten de mensen danken voor de wonderen die hij in naam van God verrichte. Ook niet tot hem moesten de mensen bidden, maar wel naar zijn Vader die in de hemel was. Jezus moet niet aanbeden worden , maar wel God.

“Toen sprak Jesus: Ga heen, satan; want er staat geschreven: “Gij zult den Heer uw God aanbidden, en Hem alleen dienen”.” (Mattheüs 4:10 Canis)
“Jahweh, uw God, moet ge vrezen, Hem moet ge dienen, bij zijn Naam \@alleen\@ moogt ge zweren. Loopt niet achter vreemde goden, achter de goden der volken, die u omringen, opdat de toorn van Jahweh, uw God, niet ontbrandt, en Hij u van de aarde verdelgt; want Jahweh, uw God, die onder u toeft, is een naijverige God.” (Deuteronomium 6:13-15 Canis)
“Vrees Jahweh, uw God; dien Hem, hecht u aan Hem, en zweer alleen bij zijn Naam. Hij is uw glorie, Hij is uw God, die voor u die machtige en ontzagwekkende dingen gewrocht heeft, welke gij met eigen ogen aanschouwd hebt.” (Deuteronomium 10:20-21 Canis)
“Niet, dat Ik mijn eigen eer zoek; daar is er Eén, die haar zoekt, en oordeelt.” (Johannes 8:50 Canis)

“Zó zult gij dus bidden: Onze Vader, die in de hemel zijt: Uw naam worde geheiligd.” (Mattheüs 6:9 Canis)

Als aanhangers van Christus Jezus zouden wij leerlingen van hem moeten zijn die ook een gewillige leerling van God was, en zijn woorden opvolgen. Jezus woorden zijn als geboden van Christus. Wij zouden mee met anderen in de voetsporen van Jezus moeten stappen en zoals hij uitkijken naar diegenen die naar anderen zoeken die de waarheid kunnen zien, omdat het heel hard is omringd te zijn door hen die weigeren te luisteren en niets meer willen dan er op los te leven en op het brede pad te lopen. Jezus voorbeeld volgend moeten wij samen gaan met hen die het uitgestippelde pad voor ons op te gaan al is dat niet het breedste pad dat niet gaat door de wijdste poort.  Zoals Jezus in de enige te nemen  richting ging, zouden wij ook dat juiste pad moeten nemen. Hoewel Christus Jezus onberispelijk kon blijven, moeten wij, die bewust zijn van onze zondige natuur, het toch proberen om met een minimum aantal zonden te blijven. En wanneer wij iets zouden fout doen of zondigen, moeten wij hiervoor vergiffenis durven vragen. Eerst moeten wij dan over dat verkeerd gaan spijt hebben. Wij moeten dan beseffen dat wij verkeerd gehandeld hebben en het betreuren dat het gebeurd is en vervolgens moeten wij naar God komen om vergevingsgezindheid te vragen. Wij zouden dus eerst wroeging moeten tonen voor wat wij onjuist gedaan hebben en dan het geprobeerd hebben  om het opnieuw te goed maken.

Zoals  Jezus Zijn Vader vertrouwde zouden wij ook dat volledige vertrouwen in zijn handen moeten geven en Jezus als bemiddelaar aannemen . Maar wij zouden ook moeten aannemen dat door de aanbieding van Jezus zijn offer wij allen nu rechtstreeks naar Jezus zijn en onze Vader en kunnen komen en Jehovah zouden moeten kennen en weten dat de dingen Hij van ons vraagt altijd voor het goede van ons en het beste zijn voor deze wereld.

Wij zouden ons moeten herinneren dat de Vader van Jezus de Elohim Hashem Yah, De Enige God  is en er is geen andere God van goden, enkel de steeds bestaande Jehovah die alles creëerde. Jehovah was de “Yah” (“Ja”) of het “Ja” (“Ja”), het Wezen van het Zijn; zonder Hem was of is geen leven mogelijk. Yahweh en Zijn Geest, Zijn Denken zijn één en hetzelfde en geen afzonderlijke entiteiten, dus geen twee-eenheid, die dan op haar beurt nog eens deel uit zou maken van een Drie-Eenheid of Heilige Drievuldigheid.
Diegene welke geplaatst is door de Heilige Geest in de baarmoeder van de reine maagd Maria is de “Yah shua” de Jeshua die werd gegeven dit stel apart geest en werd gegidst door “Yah”, het wezen van en het zijn van God. In al zijn wegen nam Jezus de begeleiding van God Zijn Geest in hem op en was volledig opmerkzaam naar Hem. Wij zouden ook moeten proberen naar deze Heilige Geest te luisteren en Zijn begeleiding te volgen.

Jezus deed er alles aan om zijn Vader te behagen, tot zelfs optredende als Gods Dienstknecht zijn leven opofferende voor anderen als een zoenoffer en losprijs, en daardoor verdiende  hij het om hoger geplaatst te worden dan gewone mensen en dan de engelen, hoewel hij eerst lager was dan hen.

“Laat dezelfde gezindheid onder u heersen, als ook in Christus Jesus was. Want hoewel Hij Gods gestalte bezat en zijn gelijkheid met God geen roof hoefde achten, heeft Hij toch er Zich van ontdaan, door de gestalte aan te nemen van een slaaf en gelijk te worden aan de mensen. En toen Hij uiterlijk als een mens werd bevonden, heeft Hij Zich nog vernederd, door gehoorzaam te worden tot de dood, ja, tot de dood van het kruis. Maar daarom dan ook heeft God Hem verheven en Hem de Naam gegeven hoog boven alle namen,” (Filippenzen 2:5-9 Canis)
“Hoe God Jesus van Názaret met den Heiligen Geest en met kracht heeft gezalfd hoe Hij weldoende rondging en allen genas, die door den duivel werden beheerst, omdat God met Hem was.” (Handelingen 10:38 Canis)
“Want er is één God, en ook één Middelaar tussen God en de mensen, de Mens Jesus Christus, die zich gaf als losprijs voor àllen. Zo luidt de getuigenis voor onze tijd;” (1 Timotheüs 2:5-6 Canis)

“Hierdoor heeft Gods liefde zich aan ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon in de wereld heeft gezonden, opdat wij door Hem zouden leven. Hierin bestaat de liefde: niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft bemind en zijn Zoon heeft gezonden tot verzoening voor onze zonden.” (1 Johannes 4:9-10 Canis)
“heeft Hij ook in Christus betoond, door Hem uit de doden op te wekken, en Hem te doen zetelen aan zijn rechterhand in de hemel: hoog boven alle heerschappij en macht en kracht en hoogheid, en boven elke naam, die genoemd wordt in deze wereld niet alleen, maar ook in de toekomstige wereld; “en alles heeft Hij onder zijn voeten gesteld.” En Hij heeft Hem aan de Kerk geschonken als Hoofd van alles;” (Efeziërs 1:20-22 Canis)

Wanneer Jezus ter dood werd gebracht aan een houten paal vertrouwde hij tenvolle op God zijn Vader in wiens handen hij zijn geest legde.

Stations of the Cross 1, Notre-Dame, GenevaEDIT

Jezus wordt ter dood veroordeeld - Chemin de croix, 1, Notre-Dame, Genève, Suisse, par Jean-Baptiste Du Seigneur.

“Daar Jezus nu op het punt stond naar Jeru̱zalem op te gaan, nam hij de twaalf discipelen apart en zei onderweg tot hen: „Ziet! Wij gaan op naar Jeru̱zalem, en de Zoon des mensen zal aan de overpriesters en schriftgeleerden worden overgeleverd, en zij zullen hem ter dood veroordelen  en aan [mensen uit] de natiën overleveren ten einde de spot met hem te drijven en hem te geselen en aan een paal te hangen, en op de derde dag zal hij worden opgewekt.” ” (Mattheus 20:17-19 NWV)

“Toen riep Jesus met luider stem: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. Na deze woorden gaf Hij de geest.” (Lukas 23:46 Canis)

“die zelf onze zonden in zijn lichaam heeft gedragen op het hout, opdat wij, den zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door wiens wonden gij zijt genezen.” (1 Petrus 2:24 LUNT04)
“Christus heeft ons vrijgekocht uit de vloek der Wet door voor ons een vloek te worden,- omdat geschreven staat: ‘vervloekt is al wie hangt aan een stuk hout’, (-){#De 21:23}” (Galaten 3:13 NB)
“De God van onze vaderen heeft Jezus opgewekt, die gij gedood hebt, en gehangen aan het hout;” (Handelingen 5:30 NLB)

Sommigen zouden kunnen argumenteren dat het iets verschrikkelijks was dat de Schepper en Vader van Jezus vroeg van Zijn zoon. U zou kunnen debatteren dat de dood aan de houten paal niet noodzakelijk was als onze losgeldprijs. Maar de Vader vereiste deze extreme gehoorzaamheid als een test, en de trouw van onze lieve Redder werd helemaal geattesteerd.

Jezus die vraagt dat de beker zou worden weggehaald  wilde niet aan de dood ontsnappen.

“en bad: Vader, indien het uw wil is, neem deze kelk van Mij weg. Neen, niet mijn wil geschiede, maar de uwe.” (Lukas 22:42 Canis)

Duidelijk geeft Jezus aan dat niet zijn wil belangrijk is maar vraagt hij dat de wil van zijn Vader zal gebeuren. De beker, die hij vroeg om onttrokken te worden  was de schande en schandelijkheid van arrestatie als een delinquent, een openbare terechtstelling en veroordeling en verdere kruisiging als een misdadiger. Zoals normale mensen zouden doen, was Jezus niet zeker dat hij dit zou kunnen doorstaan of het verzoek, dat Zijn Vader had gemaakt, zou kunnen volbrengen. Hij twijfelde niet aan de Vader, maar aan zichzelf. Hij  wilde niet verzuimen of falen in de bekwaamheid om zo vele levens te redden. Jezus extreem angstig voor zichzelf, angstig opdat hij niet een misstap zou maken en aldus het volledige plan van God zou kunnen bederven. Jezus wenste volledig in Gods Plan te passen en te voldoen aan de verwachtingen van God en hen die reeds zo lang wachtten op de Messias. Tot nu toe was Jezus steeds gewillig geweest en had hij altijd in Gods naam gesproken en gehandeld. Gehoorzaam aan zijn Vader had hij alles ondernomen naar best vermogen en had zich dus zo ver loyaal opgesteld.
Hoewel de maat van God niet onze maat is heeft Jezus zich niet bedacht overeenstemmend de maten van God te leven en als een lasteraar of moordenaar te sterven.

Jezus wilde noch proberen zijn eigen ideeën te volgen noch zijn eigen wens te oefenen. Voor hem was het belangrijk dat de Wil van Zijn Vader volbracht werd en wel zodanig dat aldus aan de mensheid de redding van de bedreiging en dood aangebroken door de 1° Adam kon aangeboden worden. Hij wilde zich tot God richten en zich als 2° Adam aan God aanbieden en zo de weg tot  de Vernieuwde Wereld openen van  aldus de Eerste Geborene van die Nieuwe Creatie of de Nieuwe Schepping zijn.

Voor het geval dat wij aanhangers of navolgers van Christus die opgenomen zijn in de gemeenschap van christenen zouden wij hetzelfde gospelgeloof moeten hebben als Christus Jezus . Zoals Jezus zijn Vader vertrouwde zouden wij hem en zijn Vader die hem had gestuurd, moeten vertrouwen.  Zoals Jezus ons vertelde om tot zijn Vader te bidden zouden wij die Vader ook moeten vertrouwen en hem daadwerkelijk aanspreken in gebed.

Jezus aan de houten martelpaal ter dood gebracht

Wij komen dicht bij de 14de van Nisan wanneer wij ons zullen herinneren dat Jezus de Laatste Maaltijd met zijn volgelingen nam en zijn lichaam aanbood, zijn vlees en bloed, voor de gehele mensheid. Wij zijn slechts niet gered omdat wij geloven dat Jezus Christus voor ons op het Kruis stierf, maar omdat wij op hem vertrouwen die stierf en in Hem die hem op deze wereld had gestuurd.

Het is de persoonlijke toets of aanraking tussen Christus en onszelf die er zorg voor draagt dat zijn leven in onze natuur langskomt, zodat wij gezond evenals beschut en veilig kunnen vinden.

Het bloed van de lieve redder moet voortdurend opgeroepen worden voor het reinigen van de geringste bezoedeling van het geweten, zodat  het huwelijkskleed, van de toegeschreven rechtschapenheid van onze Heer, onbesmet kan blijven. Dankzij Jezus’ Zoenoffer kan de geringste plek verwijderd worden, kunnen wij het hebben “zonder plek of rimpel of elk zulk ding”.

Wat doet u die gewillige overgave van de Nazarener Jezus Christus? Wat betekend voor u het ‘Kruis ‘, Jezus zijn kruisdood, of de Houten Paal als Inzetmiddel voor u en mij?

Betekent het niet dat daar onze heer zich absoluut naar de wil van de Vader gaf? Nooit maakte hij zich de oorsprong en bron van zijn actie, maar was ooit het lege kanaal waardoor God zich goot over deze wereld. Jezus vernederde zich en werd gehoorzaam naar de dood toe, “zelfs de dood van het kruis”. Het scheen alsof hij de diepten inging en zich neer liet, trede na trede op de ladder liet hij zich neer tot hij Hades bereikte, waar hij alles opgaf om de Wil van God op te volgen, maar uit de laagste diepten verhoogde God hem tot op de Eeuwige Troon.

“Bewaart die geestesgesteldheid in U welke ook in Christus Jezus was,  die, alhoewel hij in Gods gedaante bestond, geen gewelddadige inbezitneming heeft overwogen, namelijk om aan God gelijk te zijn.  Neen, maar hij heeft zichzelf ontledigd en de gedaante van een slaaf aangenomen en is aan de mensen gelijk geworden.  Meer nog, toen hij zich in de hoedanigheid van een mens bevond, heeft hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, de dood aan een martelpaal.  Juist daarom heeft God hem ook tot een superieure positie verhoogd en hem goedgunstig de naam gegeven die boven elke [andere] naam is,  zodat in de naam van Jezus elke knie zich zou buigen van hen die in de hemel en die op aarde en die onder de grond zijn, en iedere tong openlijk zou erkennen dat Jezus Christus Heer is tot heerlijkheid van God, de Vader. ” (Filippenzen 2:5-11 NWV)

Graag herinneren wij dat Laatste avondmaal, de offerdaad van Jezus, zijn onnoemelijk afzien voor zijn slachting aan de houten paal, zijn begrafenis, zijn verrijzenis en de plaatsing van zijn naam boven alle namen. Alsook willen wij iedereen oproepen om dit mee te gedenken opdat op het horen van de naam van Jezus de knieën gebogen worden van  allen op de aarde. En dat iedereen mag  belijden, dat Jezus Christus Heer is, tot glorie en eer van God, de Vader.

Nog meer dan in de tijd van Jezus Christus is de wereld afgegleden van de Allerhoogste. De geest van de aarde is vervuild en dit is waarom de apart geplaatste geest voor nieuw is.

Wanneer wij gekozen hebben Christus Jezus te volgen, maar sommige slechte momenten krijgen, wat doen wij dan? Als wij beginnen te lijden als Jezus deed (voor het doen van de juiste dingen, voor rechtschapenheidsbelang) zijn wij dan bereid om sterk genoeg te zijn verder het juiste pad op te gaan? Zijn wij dan stabiel genoeg om recht te blijven staan in de branding en door de storm heen te gaan?

Onder alle verdrukking, pijn en spot, hoe ver kunnen wij gaan en het volhouden?

“Hiertoe immers zijt gij geroepen; want ook Christus heeft geleden voor u, en u een voorbeeld nagelaten, opdat gij zijn voetstappen zoudt volgen.” (1 Petrus 2:21 Canis)
“Och, verdraagt van mij eens wat onverstand! Zeker, dat verdraagt gij wel van mij.” (2 Corinthiërs 11:1 Canis)
“Wie beweert, in Hem te blijven, die moet wandelen zoals Hij heeft gewandeld.” (1 Johannes 2:6 Canis)

Wanneer wij hier op deze aarde lopen en zijn met de tegenstanders van God worden geconfronteerd, zullen wij onze kracht kunnen vinden  in de wijze waarop Jezus trouw en medelevend was  en steeds op zijn Vader vertrouwde.

Zijn wij gewillig hetzelfde vertrouwen in Jezus en zijn Vader te hebben? Wanneer wij op Hem in onze nood roepen durven wij dan ook zeggen dat het niet onze wil is die moet gebeuren maar  zeggen dat “Uw wens zal gebeuren”? Willen wij ons hart aan de Allerhoogste toevertrouwen zonder enige voorwaarde? Durven wij nederig die plaats in nemen die God voor ons toestemt en ons vertrouwen in Hem plaatsen die weet wat het beste voor ons is?

Zoals Christus Jezus mogen wij de discipline van de Enige Ware God יהוה   Jehovah, Vader van יהושע  Jezus (Jeshua) maar ook van ons.  Christus had tegen niemand iets. Zoals hij niemand verachte mogen wij ook tegen niemand bezwaren hebben en mogen wij het niet verachten wanneer wij zoals hij getest worden.  Als wij het moeilijk hebben kunnen wij dan denken aan hem die onterecht moest lijden en door zijn bloed ons verlossing heeft gegeven.  Door het zoenoffer van Jezus, zijn sterven aan de houten paal, en door onze overgave om in Christus te worden zijn wij beter af dan de vele anderen die het bloed van Christus niet als vergeving tot zonden wensen te aanvaarden. De inzet van de op speciale wijze voortgebrachte eniggeboren zoon die aan de houten paal stierf was hoog maar het ultieme offer voor God, dat over ons de hoogste zegening brengt en de bevestiging is van het Nieuwe Verbond.

“Mijn zoon, sla de lessen van Jahweh niet in de wind, Heb geen afkeer van zijn bestraffing; Want Jahweh tuchtigt hem, dien Hij liefheeft, Kastijdt het kind, dat Hij mag.” (Spreuken 3:11-12 Canis)
“Houdt Hem toch voor ogen, die van de zondaars zulk een tegenspraak heeft verduurd, opdat gij niet uitgeput raakt en de zielskracht verliest. Nog hebt gij niet ten bloede toe weerstand geboden in de strijd tegen de zonde; en zijt gij dan reeds de vermaning vergeten, die u als zonen toespreekt: Mijn zoon, verwerp de kastijding des Heren niet, En wees niet ontmoedigd, zo ge door Hem wordt bestraft. Want de Heer kastijdt dien Hij bemint, Tuchtigt elken zoon, dien Hij liefheeft. Verdraag het dus als een kastijding; God behandelt u als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet wordt gekastijd? Zo gij dus zonder kastijding zoudt wezen, waarvan allen hun deel krijgen, dan waart gij bastaards en geen zonen.” (Hebreeën 12:3-8 Canis)

Zijn wij bereid Gods berispingen te aanvaarden? Durven wij de bestraffingen die hier op de wereld ons toe komen zonder afschuw te ondergaan?

Het lijden van Christus voor ogen houdend moet het tot ons doordringen hoe hij standhield toen de zondaars zich zo tegen hem verzetten. Door deze kennis mogen wij e moed niet verliezen en het niet opgeven U hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet.

Alles wat met ons hier op aarde gebeurt moet gelden als een leerschool. Evenals Jezus een kind van God is zijn wij in zijn dood tot kinderen van God geworden en behandelt God ons ook als Zijn kinderen. Welk kind wordt niet door zijn vader berispt?

U wil toch ook een kind van God zijn en geen bastaard?

Zonder Jezus zouden wij nergens staan. Dan zouden wij niet kunnen gered worden en zouden wij  zo’n prachtig vooruitzicht niet hebben.

Daarom kunnen wij dankbaar zijn dat Jezus de Wil van zijn Vader volgde en zich aan alle geboden van zijn Vader kon blijven houden. In herinnering voor  wat hij deed voor ons zullen wij samen komen om zijn leven even onder de loep te nemen en de redenen te onderzoeken waarom hij zijn leven opgaf en  niet weg liep voor hen die hem wilden doden.

De Herinneringsdienst zal voor het jaar 2012 op donderdag, 5 april, vallen, na zonsondergang, wanneer wij de Pesha of (Paas)Overgang herinneren met het bloedteken op de deurlijst voor de Eerstgeborenen in de gezinnen in Egypte. Eveneens zullen wij dan het Laatste Avondmaal, het Pascha nemen ter herdenking van het menselijk Lam met onze voordracht van de “Bestelling van het Pascha dat zich Aanbiedt” en het Lam van God dat tot de slachttafel werd gebracht.

Voor de Herdenkingsdienst op de 5de april zal er een dienst in het Nederlands en één in het Engels zijn in Kessel-Lo, en een Engelse dienst in Mons.

Op zondag de 8ste april zullen wij met gedoopte broeders en zusters uit meerdere windstreken samen komen in Parijs om een ganse dag van herinnering aan Jezus offergave en zijn herrijzenis, door te brengen. Deze dienst zal tweetalig Frans-Engels zijn.

+

Engelstalige versie / English version: Not making a runner

Aansluitend:  Prophets making excuses

Lees ook:

  1. Voorbereidingstijd tot een herinneringsmoment
  2. Rond het Paasmaal
  3. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  4. Zweeds theoloog vindt in historische geschriften dat Jezus niet aan een kruis stierf
  5. Bedenking rond Onveranderlijkheid
  6. Een gedicht voor Pasen
  7. Waarom vast houden aan het kruisbeeld
  8. Niet goddelijkheid van Christus toch 
  9. Vrijheid in Christus #1 Onder de Wet
  10. Pijn lijden
  11. De verdwijnende heerlijkheid 
  12. Jood of Christen zijn
  13. Doen wij alles zoals Jehovah het ons beveelt

En aanverwante lectuur:

Het offer van Jezus Christus aan het kruis een mensenoffer?
De dood van Jezus Christus aan het kruis is een schending van het gebod tegen mensenoffers, zo beweert Rabbi Stuart Federow, die eraan toevoegt dat God mensenoffers haat.

In het Engels:

  1. Abraham’s Faith Proved – Not Tested
  2. A new exodus and offering of a Lamb
  3. Jesus Christ, His Sacrifice
  4. Day of remembrance coming near
  5. The Truth Shall Make You Free: From Death to Immortality
  6. Impaled until death overtook him
  7. Did Jesus die on a Cross or Stake (Stauros)
  8. The Cross and Crucifixion
  9. Did Jesus die on a cross?
  10. Why did Jesus have to die
  11. The Stauros of the New Testament: Cross or Stake?
  12. Swedish theologian finds historical proof Jesus did not die on a cross
  13. Why 20 Nations Are Defending the Crucifix in Europe

+++

Aanverwante lectuur:

Rond Pasen:

  1. Groeien naar de Gedachtenisviering
  2. Rond het Paasmaal
  3. Jezus aanbod op het laatste avondmaal
  4. Jezus is verrezen
  5. Alles zal worden opgeslorpt door de overwinning van het goede
  6. Een gedicht voor Pasen
  7. Een Konijn dat Paaseiren legt
  8. Zondag, zonnegodsdag en zonnepartnersdag
  9. 14 Nisan nu woensdag 12 april 2006

Rond het Nieuwe Verbond

  1. Groeien naar de Gedachtenisviering
  2. Zeggingskracht van beelden in de Bijbel #5 Voorafschaduwing
  3. Bedenkingen Het Begin Joh 1
  4. De Wet van de Liefde, basis van alle instructies
  5. De verdwijnende heerlijkheid
  6. Wat te doen met de sabbat?
  7. Eet een Christen varkensvlees?

 

In het Engels: Related articles in English:

  1. Observance of a day to Remember
  2. Around the feast of Unleavened Bread
  3. Jesus memorial
  4. Jesus is risen
  5. Risen With Him
  6. The Law of Christ: Law of Love
  7. Peter Cottontail and a Bunny laying Eastereggs

+++

Related articles

  • The LORD Jesus Christ- Our Passover (zionsgate.wordpress.com)
    When the Apostle Paul- under the anointing of the Holy Spirit wrote this to the Corinthian church (who were predominantly non-Jewish believers), he was encouraging them and all true Christians throughout the Church Age to deliberately and very soberly observe the spring feasts of Passover and by implication Unleavened Bread and  Firstfruits.
    +
    In fulfillment we see that when Jesus died on the Cross, He was both the Lamb  and the blood-sprinkled door.  In His death He is the Lamb, but in His resurrection He is the Door- the only entrance of the Household of faith, the Household of the Living GOD (John 10:19).
    +
    Each Israelite must feed on the ‘virtues’ of the lamb;  the head, the legs, and the inward parts were to be fed upon.  So we as believers feed on Christ’s mind (the head), the walk of Christ (the legs) and the inward motives and affections of Christ (the inward parts).
  • Nisan/Aleph. (workofheartandsoul.wordpress.com)
    Nisan (or Nissan) is the first month of the ecclesiastical year and the seventh month (eighth in a leap year) of the civil year, on the Hebrew calendar.
  • Bijbelse Kalender (biblespace.wordpress.com)
    Nisan (Aviv) = maart/april
  • Passover & Seder (chosen4more.wordpress.com)
    The Passover is a Jewish ritual feast that marks the beginning of the Jewish  holiday of Passover. It is conducted on the evenings of the 14th day of Nisan in the Hebrew calendar, and on the 15th by traditionally observant Jews living outside Israel.
  • This Week’s Torah Portion – VAYIKRA (And He Called) (terri0729.wordpress.com)
    In last week’s Parsha, the Mishkan (Tabernacle) was completed and the cloud rested over it, signifying that the Divine Presence had come to dwell within it.
    +

    God made Nisan the first month of the year because it was the month in which the Jewish people were freed from slavery in Egypt.So too, may we remember our freedom from the slavery of sin and death through Yeshua (Jesus) the Messiah.
    +

    The word atonement in English actually comes from at-one-ment, and originally it meant to be at one, or at harmony with someone.Behind this word is a sense of a dispute being resolved and a relationship  reconciled. Similar to the word atonement, the Hebrew word koper means to atone, to reconcile, or to bring back into unity, persons at variance with one another.The atoning sacrifice, therefore,  re-establishes a right relationship with God.

    +
    Yeshua’s atoning sacrifice did far more than the blood of bulls and goats and the ashes of the red heifer could ever do, since they could only make the penitent ritually clean.  Only He is able to make the repentant sinner inwardly clean (Hebrews 9:11-15; 10:4).

  • Jesus is Up! 3 A M (doublelattebooks.wordpress.com)
    the reason behind the practice of Easter every April even though Easter its self is not a biblical holiday. The time of Jesus’ arrest, death and resurrection was during the time of the Passover, the Jewish holiday which reflects on the exodus out of Egypt. “Passover” refers to the fact that God “passed over” the houses of the Jews when he was slaying the firstborn of Egypt. Moses by God’s hand delivered the Jews as a people. The last supper was a Passover Seder before Jesus was crucified.
    +
    We you accept Jesus in your life you become a new creature. The appetite for sin will change in you. We still sin but there is no longer the pleasure of sin. The Holy Spirit convicts us and helps us to walk with God. We are not alone in walking with God. We are filled with his Spirit and have power and insight from on high to get through this earth
  • Passover and the Feast of Unleaven Bread (ourcommunityatfbcdc.wordpress.com)
    Passover Dinner, commemorates the protection of God as the Angel of Death passed over every Jewish family there in Egypt and protected them by the Blood of the Paschal Lamb. That Lamb was the Lord Jesus Christ. The symbolism is unmistakenable. Israel, God’s chosen people were in slavery in the foreign land of Egypt. Egypt, in the Bible, symbolically always stands for the lost world ruled by Satan.
  • The Passover Type and Its Anti-type (compasschurchamman.wordpress.com)
    Instructions regarding the observance of Passover are found mainly in the Pentateuch. The account in Exodus 12:1-13:16 outlines the historical setting and ordinances governing the last meal in Egypt:
    +
    The Passover lamb, whose blood was sprinkled on the doorposts as a sign of deliverance, was early considered a type of Christ. Paul, in his fight against the pagan morals of his day, reminds the Corinthian Christians that “Christ our Passover has been sacrificed for us; therefore let us celebrate the feast” (1 Corinthians 5:7, 8). Further, the passing over of the destroyer who smote the firstborn of the Egyptians began with the Jews slaughtering a lamb and smearing its blood on their doorposts. The Christian Passover began with the slaying of Christ on the cross and the pouring out of his blood. The Passover lamb was not a sacrifice in the strictest sense of the word, but it became associated with atonement (cf. Ezekiel 45:18:22).
  • The earliest gospels 5 – Gospel of John (according to P L Couchoud) (vridar.wordpress.com)
    The logical impossibility of being both spirit and flesh at one time in one body was resolved by mystic illumination that passes rational understanding.
    +
    After the crushing of Bar Kochba’s revolt in 135 a number of rabbinic exiles sought refuge in Ephesus. They brought with them their hostility against those they believed were worshiping a second God in Christ alongside the One True God. Conflict with these Jews, absent from the earlier epistles, is expressed in the Gospel that seeks to explain that Jesus was from the beginning One With the Father.
  • Not making a runner (christadelphians.wordpress.com)
Read Full Post | Make a Comment ( 17 so far )

De Dag is nabij #8 Overzicht

Posted on March 12, 2012. Filed under: Eindtijd, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Studiedag | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , |

10-11 Maart 2012 mag als een fijn studieweekeinde beschouwt worden waar de dagen in Nederland en België elkaar mooi aanvulden, vooral met de afsluiting met de hoofdstukken uit Daniël. Wel kwam duidelijk tot uiting dat wij meerdere studiedagen over de eindtijden konden gebruiken alleen al met het bekijken van de profetieën in Daniel en Jesaja over de vooruitzichten die wij mogen verwachten.

Zaterdag vatte aan met de kijk op wat de gebruikelijke reactie is op het reageren van verschillende groepen wanneer verscheidene verschijnselen samen vallen. Ook kan men er niet naast zien dat bepaalde beschrijvingen ook op meerdere dingen kunnen geplaatst worden. Ook zijn er in het verleden vele waarschuwingen geweest die de mensen al of niet konden opvolgen. Maar zoals Rudolf Rijkeboer en Mark Hale ook aantoonden zouden deze gebeurtenissen uit het verleden voldoende lessen moeten zijn voor de volgende generaties na die feiten. Ook wij horen uit die lessen van het verleden te leren zodat wij geen schrik hoeven te hebben voor wat zal komen. ((2° Studie, door Mark Hale)

In de 1° studie ging Rudolf Rijkeboer in op de vraag hoe wij kunnen weten of de wederkomst voor de deur staat. Ook kwam hij met enkele hypotheses aandraven. Stel dat het de laatste dagen zouden zijn, waar staan wij dan en welke actie kunnen wij dan ondernemen?

Indien wij nu allemaal tekenen zouden zien welke duiden op het einde der Tijden, moeten wij dan ook niet beseffen dat het slechts weeën kunnen zijn?

Rembrandt Jeremiah lamenting

Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem – 1630 Rembrandt

“En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al [die] dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet. Want het [ene] volk zal tegen het [andere] volk opstaan, en het [ene] koninkrijk tegen het [andere] koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentien, en aardbevingen in verscheidene plaatsen. Doch al die dingen [zijn] [maar] een beginsel der smarten.” (Mattheüs 24:6-8 STV)
“En leert van den vijgeboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is. Alzo ook gijlieden, wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet, dat [het] nabij is, voor de deur.” (Mattheüs 24:32-33 STV)
“Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden. En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeen gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, [zodat] er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.” (Zacharia 14:2-4 STV)

De Heilige Schrift meldt ons dat alle volkeren samen zullen optrekken tegen Jeruzalem. Die strijd tegen Jeruzalem en de Israëlieten kunnen wij ook vandaag zien. Sommige westerlingen willen hier dan ook tegen reageren. Maar daar bij kan men de vraag stellen of wij, als wij dit doen als Christenen, niet ingaan tegen het verloop van Gods Plan?

Rijkeboer vergeleek het met een Routekaart van de Wederkomst of een spoorboekje, waarbij men moest zoeken naar de juiste trein en juiste richting, maar ook de beste connectie in die dienstregeling. Hoe past het aan elkaar? wij zien wel dat Spoorboekje naar de Eindtijd, maar kan iedereen wel de fragmenten in de Bijbelboeken mooi in elkaar passen?

Hierbij moeten wij opletten dat wij ons niet laten misleiden en de nodige aanwijzingen goed opvolgen.

De Bijbel is doorspekt met richtgevingen en nodige aanwijzingen. In de historische schetsen die Rijkeboer en Mark Hale gaven kon men duidelijk zien hoe God Zijn Volk geleid heeft maar ook hoe naar de mensheid toe een duidelijk reisplan is voorgelegd geworden. Naargelang men lessen zal trekken uit dat verleden zal men schrik of troost kunnen vinden volgens Hale.

John Martin - Sodom and Gomorrah

De vernietiging van Sodom en Gomorra – 1852 John Martin (1789–1854)

Hoe men het draait of keert kan men niet om de dagen van Noach, de Vloed, Sodom en Gomorra heen en moet men kijken wat er met Mesopotanië en Egypte gebeurde. Eveneens moet men de ondergang van Jeruzalem in 70 Gt in ogenschouw nemen, waarbij men een herhaling zag van de eerdere ondergang van de Babylonische Ballingschap. (Jeremia)

Een opvallend terugkomend gegeven is hoe de volkeren, zelfs Israël, in die geschiedenis van verwoestingen minachting voor God had op die ogenblikken dat men vervullingen kreeg van wat voorheen profeten, boodschappers van God, hadden aangekondigd.

“En wie overgebleven was van het zwaard, voerde hij weg naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot knechten, tot het regeren des koninkrijks van Perzie; Opdat het woord des HEEREN vervuld wierd, door den mond van Jeremia, totdat het land aan zijn sabbatten een welgevallen had; het rustte al de dagen der verwoesting, totdat de zeventig jaren vervuld waren.” (2 Kronieken 36:20-21 STV)

Mark Hale wees er op dat wij telkens een politiek verhaal zien dat passend was in het Plan van God, en steeds aansluitend was bij wat God voorspeld heeft.

“Hoort dit woord, dat de HEERE tegen ulieden spreekt, gij kinderen van Israel! namelijk tegen het ganse geslacht, dat Ik uit Egypteland heb opgevoerd, zeggende: Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik ulieden alleen gekend; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over ulieden bezoeken. Zullen twee te zamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn? Zal een leeuw brullen in het woud, als hij geen roof heeft? Zal een jonge leeuw uit zijn hol zijn stem verheffen, tenzij dat hij [wat] gevangen hebbe? Zal een vogel in den strik op de aarde vallen, als er geen strik voor hem is? Zal men den strik van den aardbodem opnemen, als men ganselijk niet heeft gevangen? Zal de bazuin in de stad geblazen worden, dat het volk niet siddere? zal er een kwaad in de stad zijn, dat de HEERE niet doet? Gewisselijk, de Heere HEERE zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard hebbe.” (Amos 3:1-7 STV)

Steeds kunnen wij zien dat God niets doet zonder zijn Plan te onthullen. God waarschuwt gelovigen terwijl de ongelovigen zich laten verrassen ondanks Gods geduld. toch konden gelovigen ook niet onder gebeurtenissen onderuit. Allen werden getroffen. Iedereen moest alles ondergaan als les zonder te verdienen.

“Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord; Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.” (Jeremia 25:8-9 STV)

Toch kunnen wij, volgens Mark Hale, een hoop koesteren in het vertrouwen. Ofwel kunnen wij schrik hebben ofwel troost. Maar zoals wij bij Rachab kunnen zien en bij de vloed en Sodom en Gomorra, is er steeds een redding uit de ongelovige wereld geboden. Maar hiervoor heeft God steeds een daad van geloof gevraagd. Ook al hield die daad van geloof in alles achter te laten en te vluchten zonder dat het duidelijk was wat er zou gaan gebeuren. Dat zien wij bij de opdracht tot het bouwen van de Ark en bij de redding uit Jericho van Rachab.

“En gelijk het geschied is in de dagen van Noach, alzo zal het ook zijn in de dagen van den Zoon des mensen. Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk, zij werden ten huwelijk gegeven, tot den dag, op welken Noach in de ark ging, en de zondvloed kwam, en verdierf ze allen.” (Lukas 17:26-27 STV)
“Door het geloof heeft Noach, door Goddelijke aanspraak vermaand zijnde van de dingen, die nog niet gezien werden, [en] bevreesd geworden zijnde, de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin; door welke [ark] hij de wereld heeft veroordeeld, en is geworden een erfgenaam der rechtvaardigheid, die naar het geloof is.” (Hebreeën 11:7 STV)
“Die eertijds ongehoorzaam waren, wanneer de lankmoedigheid Gods eenmaal verwachtte, in de dagen van Noach, als de ark toebereid werd; waarin weinige (dat is acht) zielen behouden werden door het water.” (1 Petrus 3:20 STV)
“En de oude wereld niet heeft gespaard, maar Noach, den prediker der gerechtigheid, zijn achttal bewaard heeft, als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;” (2 Petrus 2:5 STV)

“En zij sprak tot die mannen: Ik weet, dat de HEERE u dit land gegeven heeft, en dat ulieder verschrikking op ons gevallen is, en dat al de inwoners dezes lands voor ulieder aangezicht gesmolten zijn.” (Jozua 2:9 STV)
“Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, als zij de verspieders met vrede had ontvangen.” (Hebreeën 11:31 STV)

In het weekend werden ook drie voorbeelden van geloof en vertrouwen naar voor gebracht en hun handelingen onder de loep genomen.

“Mensenkind, als een land tegen Mij gezondigd zal hebben, zwaarlijk overtredende, zo zal Ik Mijn hand daartegen uitstrekken, en zal hetzelve den staf des broods breken, en een honger daarin zenden, dat Ik daaruit mensen en beesten uitroeie; Ofschoon deze drie mannen, Noach, Daniel en Job, in het midden deszelven waren, zij zouden door hun gerechtigheid [alleen] hun ziel bevrijden, spreekt de Heere HEERE. Zo Ik het boos gedierte make door het land door te gaan, hetwelk dat van kinderen berove, zodat het woest worde, dat er niemand doorga, vanwege het gedierte; Die drie mannen in het midden deszelven zijnde, zo [waarachtig] [als] Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo zij zonen, en zo zij dochteren bevrijden zouden, zij zelven alleen zouden bevrijd worden, maar het land zou woest worden. Of [als] Ik het zwaard brenge over datzelve land, en zegge: Zwaard! ga door, door dat land, zodat Ik daarvan uitroeie mensen en beesten; Ofschoon die drie mannen in het midden deszelven waren, zo [waarachtig] [als] Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zij zouden zonen noch dochteren bevrijden, maar zij zelven alleen zouden bevrijd worden. Of [als] Ik de pestilentie in datzelve land zende, en Mijn grimmigheid daarover met bloed uitgiete, om daarvan mensen en beesten uit te roeien; Ofschoon Noach, Daniel en Job in het midden deszelven waren, [zo] [waarachtig] [als] Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo zij een zoon, [of] zo zij een dochter zouden bevrijden, zij zouden [alleen] hun ziel door hun gerechtigheid bevrijden. Want alzo zegt de Heere HEERE: Hoeveel te meer als Ik mijn vier boze gerichten, het zwaard, en den honger, en het boze gedierte, en de pestilentie gezonden zal hebben tegen Jeruzalem, om daaruit mensen en beesten uit te roeien! Doch ziet, daarin zullen ontkomenen overblijven, die uitgevoerd zullen worden, zonen en dochteren; ziet, zij zullen tot ulieden uitkomen, en gij zult hun weg zien, en hun handelingen; en gij zult vertroost worden over het kwaad, dat Ik over Jeruzalem gebracht zal hebben, [ja], al wat Ik zal gebracht hebben over haar. Zo zullen zij u vertroosten, als gij hun weg en hun handelingen zien zult; en gij zult weten, dat Ik niet zonder oorzaak gedaan heb, al wat Ik in haar gedaan heb, spreekt de Heere HEERE.” (Ezechiël 14:13-23 STV)

Bij hen konden wij zien dat mensen konden ontkomen en dat er een verzoenen en begrijpen was, maar steeds niet zonder reden.

Rudolf Rijkeboer sprak in de 3° studie over de lessen die wij uit het verleden kunnen trekken.

Uit de geschiedenis en de opgetekende gebeurtenissen uit de Bijbel kunnen wij opmaken dat de mens zelf een oordeel over zijn eigen handelen brengt. Maar dat de wereldheersers hun eigen agenda toch precies past in Gods Plan. God leidt de geschiedenis door het handelen van mensen (gelovigen en niet-gelovigen). Wel valt daarbij op dat de gelovige Gods Hand ziet in het van te voren voorzegde, waaruit kennis volgt. De gelovige herkent de hand van God en kan daarin vertrouwen vinden terwijl de ongelovige die hand van God niet ziet. De ongelovige blijft dan ook zitten met een enorme onzekerheid en wordt meestal door angst bevallen.

Rudolf Rijkeboer gaf in de 3° studie een zeer mooie Les uit het verleden, waarbij hij van af de 2° eeuw voor de gewone tijdrekening keek naar Alexander de Grote die Juda aanviel onder het bestuur van de Seleuciden en zo tot Antiochus IV of Epifanes kwam, over wie ook in de zondag studie (in België) werd gesproken toen de tijdsbepalingen van Daniël onder de loep werden genomen.

Met Epifanes die de Joden een vreemd element in zijn rijk beschouwde werd de Joodse godsdienst getracht te vervangen door de Griekse dat tot gevolg de opstand van de Joden had. (Opstand van de Makkabeeën)

In 165 vGT kon Judea zich vrij en onafhankelijk krijgen en tot een herinwijding van de tempel komen.

“Want er zullen schepen van Chittim tegen hem komen, daarom zal hij met smart bevangen worden, en hij zal wederkeren, en gram worden tegen het heilig verbond, en hij zal het doen; want wederkerende zal hij acht geven op de verlaters des heiligen verbonds. En er zullen armen uit hem ontstaan, en zij zullen het heiligdom ontheiligen, [en] de sterkte, en zij zullen het gedurige [offer] wegnemen, en een verwoestenden gruwel stellen. En die goddelooslijk handelen tegen het verbond, zal hij doen huichelen door vleierijen; maar het volk, die hun God kennen, zullen zij grijpen, en zullen het doen.” (Daniël 11:30-32 STV)

Toen had men een gruwel die verwoesting bracht en een krachtig verzet.

100 jaar later moest het volk echter terug een inlijving onder het Romeinse Rijk ondergaan (65vGT) waarbij een toenemende druk op de Joden komt om te integreren in de Griekse cultuur. Nadat Caligula en Nero zich al lieten vereren als goden kwam in 66 de eerste opstand waarbij in 70 de afrekening kwam: een oordeel maar geen bevrijding.

Ook al had Jezus de religieuze leiders aangekondigd dat er onschuldig bloed zou vloeien op deze generatie en dat de maat vol was en dat de tempel opnieuw een rovershol zou zijn. Hij duidde er al op dat niet de aanwezigheid van de tempel belangrijk was maar dat eerder het gedrag bijzonder was. God geeft keuze tussen leven en dood en verwacht van de mens dat deze de juiste keuze maakt tussen de normen en waarden die nodig zijn om werkelijk te overleven.

“Gij [dan] ook, vervult de mate uwer vaderen! Gij slangen, gij adderengebroedsels! hoe zoudt gij de helse verdoemenis ontvlieden? Daarom ziet, Ik zende tot u profeten, en wijzen, en schriftgeleerden, en uit dezelve zult gij [sommigen] doden en kruisigen, en [sommigen] uit dezelve zult gij geselen in uw synagogen, en zult hen vervolgen van stad tot stad; Opdat op u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten is op de aarde, van het bloed des rechtvaardigen Abels af, tot op het bloed van Zacharia, den zoon van Barachia, welken gij gedood hebt tussen den tempel en het altaar. Voorwaar zeg Ik u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.” (Mattheüs 23:32-36 STV)
“En zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed [aan] hebbende? En hij verstomde. Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt [hem] uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden.” (Mattheüs 22:12-13 STV)
“En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem, Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons [geschreven], alsof de dag van Christus aanstaande ware. Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want [die] [komt] [niet], tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs;” (2 Thessalonicen 2:1-3 STV)
“En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide.” (Mattheüs 24:4 STV)
“En vele valse profeten zullen opstaan, en zullen er velen verleiden.” (Mattheüs 24:11 STV)

Er werd ons geschetst van hoe wij zouden kunnen reageren en welke keuzes  wij zouden kunnen maken met de daaraan verbonden risico’s.

Er werd gekeken naar diegenen die geduldig wachtten en niets bemerkten, diegenen die de waarschuwing niet serieus namen en de verwarring met Gods geduld en Gods tolerantie. Ook werd er aangetoond hoe in vele gevallen in het verleden de mensen te veel bezig waren met politieke zaken, één van de tekenen der tijden.

In de 4° studie keek Mark Hale naar 2 aspecten: het oordeel vergeleken met de vloed en het oordeel als een schifting tussen waakzamen en diegenen met valse verwachtingen. (Mattheus 24)

“Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen.” (2 Petrus 3:7 NBG51)
“En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding, terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen.” (Lukas 21:25-26 NBG51)
“Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden.” (Romeinen 15:4 NBG51)
“Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, niet afwijst. Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die zijn godsspraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem, die uit de hemelen [spreekt].” (Hebreeën 12:25 NBG51)
“De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts!” (Romeinen 13:12 NBG51)

Statues Seoul War Memorial 1

Kan de mens oorlog ontvluchten? Soldaten en vluchtelingen in verschillende oorlogstijd activiteiten – vechtend, leidend, vluchtend en huilend – Oorlogsmonument, Seoul

Zo kunnen wij gewaarschuwd zijn niet spoedig onze zinnen te verliezen en onze aandacht bij het juiste te houden. Steeds zal men in de wereld een soort mensen vinden die wetteloos zijn, verleiders en goddelozen. Maar deze zullen eveneens een wetsverwachting of een bepaald lot moeten ondergaan.
Door hun handelen zullen zij tonen aan welke kant zij staan. Elke mens zal zijn eigen keuzes moeten maken en daar zelf verantwoording voor moeten afleggen.

In Gods Woord kunnen de mensen een leidraad voor hun leven vinden en een idee vormen van wat er hun te wachten zal staan. Op Gods Woord zal men eigen keuzes kunnen maken.

Men zal moeten kunnen zien wat het Babylon is, of de Moderne Wereld. Het daar uit weg gaan is ongelijk aan het daaruit weggenomen worden.

De gelovigen die Gods Wil ter harte willen nemen zullen moeten vertrouwen op het behouden blijven. God heeft voor de gelovigen redding voorzien. De gelovige zal het daarom nog niet gemakkelijk krijgen, maar hij zal in ieder geval behouden blijven.

“Nog was tot Jeremia het woord des HEREN gekomen, terwijl hij in de gevangenhof opgesloten was: Ga heen en zeg tot Ebed-melek, de Ethiopier: Zo zegt de HERE der heerscharen, de God van Israel: Zie, Ik doe mijn woorden over deze stad in vervulling gaan ten kwade en niet ten goede, en zij zullen voor uw ogen geschieden te dien dage. Maar Ik zal u te dien dage redden, luidt het woord des HEREN, en gij zult niet overgegeven worden in de macht der mannen, voor wie gij met schrik bevangen zijt; want Ik zal u voorzeker doen ontkomen en gij zult door het zwaard niet vallen, maar uw leven zal u ten buit zijn, omdat gij op Mij vertrouwd hebt, luidt het woord des HEREN.” (Jeremia 39:15-18 NBG51)
“en zij zeiden tot de profeet Jeremia: Laat toch onze smeking bij u gehoor vinden en bid voor ons tot de HERE, uw God, voor dit gehele overblijfsel, want wij zijn als weinigen uit velen overgebleven, gelijk uw ogen ons aanschouwen; {} dat de HERE, uw God, ons te kennen geve, welke weg wij moeten gaan en wat wij moeten doen. {} En de profeet Jeremia zeide tot hen: Ik geef u gehoor; zie, ik zal tot de HERE, uw God, bidden gelijk gij gesproken hebt, en dan zal ik alle woord dat de HERE u antwoorden zal, u mededelen, ik zal u geen enkel woord verzwijgen. Toen zeiden zij tot Jeremia: De HERE zij ons een waarachtig en geloofwaardig getuige, dat wij overeenkomstig alle woord waarmede de HERE, uw God, u tot ons zenden zal, doen zullen. {} {}” (Jeremia 42:2-5 NBG51)

Indien wij bepaalde Tekenen zullen kunnen waarnemen zullen wij daar passend op moeten reageren. Wij zullen het moeten weten dat er tekenen zijn. Maar wij zullen er ook mee moeten kunnen leven dat wij niet de juiste of exacte datum weten. Wanneer het zal gebeuren is eigenlijk niet onze zaak, volgens Mark Hale. Alleen God weet dat. Zelf zijn zoon wist dit niet.

“Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is.” (Lukas 21:31 NBG51)
“Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israel? Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft,” (Handelingen 1:6-7 NBG51)
“De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan. Maar van die dag of van die ure weet niemand, ook de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, alleen de Vader.” (Markus 13:31-32 NBG51)

Als Jezus het al niet wist waarom zouden wij denken het beter te weten?

Maar wij moeten Kijken naar de tekenen. In de studie van de zondag werd ook gesproken over de omslachtigheid van de beeldspraken in Daniël, en hoe hier een aparte studie aan moet gewijd worden. Maar wij moeten toch ook het grote beeld met de voeten van Nebukadnezar naar voor halen, waar wij een duidelijk beeld zien van Europa, een sterk maar toch ook broos rijk, met een economisch blok, electorale bewegingen en overwegingen. Zwakke en sterke landen tot één verbonden of tot elkaar veroordeeld.

Het is actueel dat alle volkeren nu optrekken tegen Israël, waarbij het handelen van Israël door velen sterk wordt veroordeeld. Vaak willen Christenen een tegengeluid laten horen, maar Mark Hale vraagt zich daarbij af of die Christenen hierdoor niet ingaan tegen Gods Plan. Hoewel goed bedoeld, vertragen zij daarmee de vervulling van de profetie.

De tekenen zijn gegeven om te herkennen waardoor gelovigen ook zullen weten wanneer het zo ver is. De verwachting is dat het echt spannend wordt en dat wij dan omhoog zullen moeten kijken want dat de verlossing dan nabij zal zijn.

“Thans reeds zeg Ik het u, eer het geschiedt, opdat gij, wanneer het geschiedt, gelooft, dat Ik het ben.” (Johannes 13:19 NBG51)
“Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven.” (Johannes 14:19 NBG51)
“Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is.” (Lukas 21:31 NBG51)

Door de herkenning van de tekenen zullen wij kracht en vreugde er uit kunnen halen. Dan komt het er op aan: hoe is het werkelijk gesteld met ons geloof?

++

Voorgaand kon u vinden:

De Dag is nabij #1 Voortdurende moeilijkheden

De Dag is nabij #2 Bruikbare informatie

De Dag is nabij #3 Niet laten verrassen

De Dag is nabij #4 Begrijpen

De Dag is nabij #5 Terugkijken naar verleden

De Dag is nabij #6 Uitzien

De Dag is nabij #7 Thema van de dag

++

In het Engels kan u aanvullend vinden / Please do find about this subject of the End Times and this study weekend the following articles:

The dark side of our earthly existence

and The day is near studyweekend

+++

Read Full Post | Make a Comment ( 13 so far )

De Dag is nabij #6 Uitzien

Posted on March 8, 2012. Filed under: Christen zijn en Christus volgen, Eindtijd, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Studiedag | Tags: , , , , , , , , , |

In ons leven hebben wij vele verlangens en kijken wij daarmee naar datgene wat nog moet komen. Onze hoop ligt bij de toekomst. Maar in het verleden liggen de bouwstenen voor die toekomst. Zoals een huis dat gebouwd moet worden moet er een fundament zijn.

Mormonen Utrecht

Welk torengebouw wenst u in te gaan? Uw eigen op een juist geloof gevestigd spiritueel 'gebouw' of een menselijk kerkgebouw? - De Mormonen Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen te Utrecht - Foto: Japiot

Ons torengebouw kan niet stevig staan indien het niet goed bevestigd is met heipalen in de grond. Ons geloof moet evenzo goed bevestigd zijn in de grond. In de jaren dat wij opgroeien moeten wij keuzes maken of wij al dan niet op vaste grond, moeras, zand of rotsen ons gaan vestigen. In onze keuzebepaling kunnen wij luisteren naar mensen die al voor ons op de wereld waren. Wij kunnen kijken naar het verleden en zien wat er telkens gebeurde als mensen bepaalde keuzes namen.

De Bijbel laat ons enkele geschiedenissen zien waar mensen juiste maar ook verkeerde keuzes maakten. Zelfs nadat Jezus Christus veel verduidelijkt had moest de apostel Paulus vaststellen dat mensen soms nog onvoldoende helder dachten of risico’s namen met de gedachte dat het hen wel niet zou overkomen of dat het ogenblik daarvoor er nog niet zou zijn. Paulus beschrijft het als een situatie waarin mensen zelf zouden tonen aan welke kant zij werkelijk stonden. Wij zelf krijgen genoeg kansen om te zien wat er in het verleden is gebeurd en om daar lessen uit te trekken. Ook vinden wij in de Heilige Schrift genoeg voorbeelden en redenen om alert te zijn en er zorg voor te dragen dat wij niet in slaap vallen.

Ook al worden wij er dikwijls aan herinnerd dat de weg naar het Koninkrijk geen gemakkelijk pad is mits de moeilijkheden frequent zijn, er geen einde lijkt te komen aan de strijd tussen het vlees moeten wij met het verleden in ons achterhoofd zien hoe de geest ons naar huis brengt ook al wordt ons de mogelijkheid van laatste mislukking constant beklemtoond. Zeker is er wijsheid in het behouden van onze aandacht naar het principe dat enkel door aanhoudende inspanning overwinning zal kunnen bereikt worden . “Naar hem dat overkomt” zal Christus de kroonkrans willen toekennen.

Het is echter niet wijs om zich altijd op huidige moeilijkheden te concentreren en constant de mogelijkheid van mislukking te benadrukken. Ook is het niet de aan ons aangeraden methode in de Bijbel, de Bestseller aller tijden. De overwinning die door Christus hemzelf is beveiligd -de geweldigste overwinning ooit bereikt – zou nooit gewonnen zijn indien hij enkel had gedacht aan de mogelijkheid van mislukking van de strijd. Het geheim van succes van Christus rustte op een geen ander fundament behalve dit. Het was “voor het vreugdestel voor hem geplaatst dat hij het kruis verdroeg, dat de schande verachte”, met het luisterrijke resultaat dat “hij aan de rechterhand van de troon van God is neergezet

“het oog gevestigd op Jesus, aanvang en einde van het geloof. Hij heeft in plaats van de vreugde, die Hem toekwam, een kruis op Zich genomen, en de schande niet geacht; maar is dan ook gezeten ter rechterzijde van Gods troon.” (Hebreeën 12:2 Canis)

De apostel Paulus openbaart evenzo naar ons het geheim van zijn succes. “Deze dingen ik doe”, zegt hij, “vergetende die dingen die achter mij liggen, en voorwaarts reikende naar die dingen die eerder zijn, verlang ik naar het teken voor de prijs van de hoge roeping van God in Christus Jezus”

“Neen broeders, ik beeld me niet in, het reeds te hebben bereikt. Maar wel dit éne: Ik vergeet wat achter me ligt; ik reikhals naar wat vóór me ligt;” (Filippenzen 3:13 Canis)

Wij kunnen het ons niet veroorloven uit te reiken met zonder de middelen van succes die Christus en Paulus zo essentieel vonden: inderdaad, wij zijn in deze kwestie aangemaand om “gelijkdenkende” met Paulus te zijn en “om Jezus te beschouwen, opdat wij niet vermoeid worden in onze geest en zouden flauwvallen”.

In de Heilige Schrift worden er voldoende redenen gegeven over het belang datgene helder voor ogen te hebben wat mensen fout deden en wat wij fout kunnen doen indien wij onvoldoende opletten.

De geschiedenis van de mensheid toont meermaals hoe mensen door hun eigen stommiteiten in hun ongeluk liepen. Meerdere malen hebben mensen dezelfde fouten gemaakt, dikwijls doordat zij niet op de hoogte waren van wat er in het verleden was gebeurd of omdat zij geen lessen hadden getrokken uit dat verleden. Ook zien wij dat mensen nadat zij voldoende waarschuwingen door prediking hadden gekregen, toch nog eigengereid hun eigen wil opvolgden en in het ongeluk liepen. (Zoals in 70 GT toen de mensen hun eigen ondergang tegemoet gingen omdat zij, ook na de prediking van de apostelen, Christus zijn woorden niet ter harte hadden genomen en zijn waarschuwing niet hadden geloofd.)

In studie 4 willen we tenslotte de conclusie trekken. Wat is nu precies de waarschuwing, waar moeten we op voorbereid zijn, wat wordt er van ons verwacht. En niet in de laatste plaats: waar mogen we naar uitzien wanneer we ‘volharden tot het einde’.

Wat ons te wachten staat zijn de geboorteweeën van een nieuwe tijd, en dat zullen spannende tijden zijn.

Jezus had gezegd dat de mensen ‘onmachtig zullen worden van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren’. Maar ook: Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want je verlossing is nabij. Dat zou wel eens het uiterste kunnen vragen van ons geloof en ons vertrouwen op God. Niemand van ons heeft een gegarandeerd entreebiljet tot Gods Komende koninkrijk, die nieuwe wereld die Hij beloofd heeft aan wie Hem trouw zijn gebleven. Die toegang zal alleen worden verleend aan wie Hij dat waardig acht. En of we het waardig zijn moeten we tonen door standvastig op Hem te blijven vertrouwen, juist in de zware tijden die ons te wachten staan. Voor wie volhardt tot het einde zal de beloning echter groot zijn:

God zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij. (Openbaring van Johannes 21:4)

Het Pad naar God, bezaait met kasseien, maar hoopvol voor diegenen die doorzetten en verder trekken, wat er ook rondom hen en met hen gebeurt

Het vreugdestel is voor ons geplaatst! Welke luisterrijke visioenen in onze geesten samendrommen indien wij toestaan dat onze gedachten blijven stilstaan bij dit thema!
Deelnemers van de Goddelijke natuur: evenarend naar de engelen: koningen en priesters gemaakt naar onze God toe, heersende in rechtschapenheid, die in oordeel over een goedgemaakte wereld en een vrijgekochte aarde zullen regeren. Welke geweldiger vreugde zou de onze kunnen zijn dan die samengevat zijn in de woorden dat diegene die overwint deze dingen zal beërven. Want tot hem zal de Schepper van hemel en aarde een God zijn en hij zal Hem een zoon mogen zijn.

“Die overwint, zal dit alles beërven; Ik zal hem tot God zijn, hij Mij tot zoon.” (Openbaring 21:7 Canis)

De overpeinzing van het vreugdestel dat voor ons geplaatst is zal worden versterkt door de gedachte dat het zal verleend worden in geen terughoudende geest. Wegens onze voortdurende erkenning van de moeilijkheden van de weg en van de mogelijkheid van mislukking in de dag van Christus,  zouden wij in gevaar kunnen zijn om de idee te bedenken dat de schenking van de beloning van God noodzakelijk een kwestie van een ernstige aangelegenheid en zelfs van het aarzelen van twijfel moet zijn. Wij moeten zulke angst niet hebben. De Bijbel verzekert ons dat indien wij in het overwinnen slagen er geen beperking van Goddelijke verfijning zal zijn in het gunnen van de beloning voor trouw.

“Vrees niet, kleine kudde”, zegt Christus naar zijn volgelingen, “voor het is het goede genoegen van uw Vader om aan u het Koninkrijk te geven”. Wat een aanmoediging naar geweldiger pogingen voorzien deze hoffelijke woorden!

+

Uitnodiging voor studiedag 2012
10 Maart 2012: ‘t Nieuwe Kerkehuis, Daltonstraat, Amersfoort, Nederland 10.30 uur – 17.00 uur + na die tijd nog een maaltijd indien u wenst.

Voorgaand: De Dag is nabij #5 Terugkijken naar verleden

Vervolg: Thema van de dag

++

Vind ondermeer:

  1. Wereldse en geestelijke geschriften
  2. Fundament in de Schrift
  3. Verandering door de Bijbel
  4. Uitspraken over een eindtijd
  5. Heerlijke einde
  6. Beloften van God
  7. Bestemming Getrouwen en Rechtvaardigen
  8. Bestemming van de aarde
  9. Christelijke Hoop op Eeuwig Leven
  10. Moeilijkheden maar hoop op toekomst
  11. Vele problemen gezaaid door ons zelf
  12. Vertrouwelijke geschriften
  13. Wereldse en geestelijke geschriften
  14. Wat is Gods doel met de aarde?
  15. God Kijkt toe
  16. God komt ons ten goede
  17. Nieuw Verbond
  18. Beloften van God
  19. Gods beloften
  20. Messiaanse tijd
    De apostelen spreken van het ‘laatste der dagen’. In Christus is het einde van de tijd en het einde van de geschiedenis aangebroken. Volgens de Duitse theoloog Overbeck (hij leefde rond 1900) is de oorsprong van het christendom nu juist gelegen in het besef van het nabije einde.
  21. Voortekenen voor Jezus wederkomst
  22. Christelijke Hoop op Eeuwig Leven
  23. Christus wederkomst
  24. Terugkeer van Jezus
  25. Hij die Komt
  26. De Terugkeer van de beloofde Messias
  27. Hij die zit aan de rechterhand van Zijn Vader
  28. Christelijke Hoop op Eeuwig Leven
  29. Geroepenen ontkomen
  30. Verspil niet je leven-tour
  31. Virussen van onze maatschappij
  32. Blijf waakzaam nu einde nabij komt
  33. Preparing for the Kingdom – Voorbereiden op het Koninkrijk
  34. Veranderen van de richtingaanwijzers
  35. In je koers volharden en mensen aanmoedigen
  36. Beter falen voor de wereld
  37. Newsweek vraagt zich af of wij nog onwetend willen houden
  38. Laatste dagen zuiveraars
  39. Aankondigers van Doemsdag
  40. Laatste dagen omroepers
  41. Visie op Jezus’ wederkomst van invloed op vraag hoe met deze aarde omgaan
  42. Doemdagscenarios
  43. Harold Camping komt met nieuwe dag op de proppen zonder verontschuldiging
  44. Hoe de Satan vandaag rond toert
  45. Wapens van onze oorlogsvoering
  46. Is er een wegvoering na de dood?
  47. Moeten wij bang zijn voor een duivel
  48. Al of niet straf van God
  49. Is Lijden een straf van God #1
  50. Is Lijden een straf van God #2 
  51. Is Lijden een straf van God #3
  52. Roep tot Yahweh
  53. Tonen elkaar lief te hebben en zo anderen aantrekken
  54. Aanbidding wanneer alles moeilijk gaat
  55. Woorden en Gewichten: In wiens geest geen bedrog is
  56. Relatie tot God
  57. Plan van God
  58. Bevrijding
  59. Goddelijke redenen hoger dan de onze
  60. Hoop op Leven
  61. Moeilijkheden
  62. Opdracht voor Christen
  63. Redding door Volharding
  64. Reden voor het lezen van de Heilige Schrift
  65. Uitvaren
  66. Wat is Gods doel met de aarde?
  67. Opstanding
  68. Opstanding en Oordeel
  69. Plan van God en wereldvrede
  70. Leven na de dood

In het Engels:

  1. Do not concentrate on present difficulties
  2. Looking for this promise
  3. Lots of problems sawed by ourselves
  4. Changing the signs
  5. On the lookout for people who try to foster wrong ideas
  6. A Provission made by God
  7. Being carried away after death?
  8. Things Concerning the Kingdom of God
  9. Jesus and the fallen angels in hell
  10. Whether or not punishment from God
  11. A displaced people returning to their homeland
  12. Cry out to Yahweh
  13. What makes a consecrated Christian
  14. Words and Weights: In whose spirit is no guile
  15. Worshipping when everything goes difficult 

+++

 

  • The dark side of our earthly existence (christadelphians.wordpress.com)
  • Karl Marx: de relatie tussen religie en het geluk van het volk (nielshagen.wordpress.com)
    Ik vraag mij af of het opheffen van de illusie van religie daadwerkelijk het geluk van het volk bevordert. Om deze vraag te beantwoorden onderzoek ik wat de relatie is tussen religie en het geluk van het volk. Doel van dit onderzoek is om aan te tonen dat ook Marx religie niet uit de wereld wil verbannen. Marx wil de relatie tussen religie en het geluk van het volk verbreken. Deze breuk betekent een beperking van religie maar niet het afschrijven van religie.
    +
    Religie is een uiting van de meest fundamentele angst en het lijden van de mens, namelijk het bewust zijn van de menselijk historische existentie. Religie biedt niet alleen houvast aan mensen die gebukt gaan onder de sociale omstandigheden. Ook mensen die geen last ondervinden van de sociale omstandigheden vinden in religie kracht om te leven. Religie is dus niet alleen een protest tegen de sociale omstandigheden, maar een protest tegen het gehele leven.
  • Manifests for believers #5 Christian Union (christadelphians.wordpress.com)
Read Full Post | Make a Comment ( 5 so far )

De Dag is nabij #5 Terugkijken naar verleden

Posted on March 5, 2012. Filed under: Christen zijn en Christus volgen, Eindtijd, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias | Tags: , , , , , |

In het vorige bericht (De Dag is nabij #4 Begrijpen) konden wij lezen dat wij moeten trachten in te zien en te begrijpen wat er in het verleden verkeerd is gegaan. Ook zagen wij dat het belangrijk is om eerder de Bijbel als het Woord van God ter harte te nemen dan zo maar al die mensen te geloven die met wilde verhalen en allerlei sprookjes of horrorverhalen afkomen. (De Dag is nabij #3 Niet laten verrassen)

Als wij de Bijbel, die geen verborgen codes bevat, die mensen moeten ontcijferen en ons als christenen focussen op de leer van God en ons  bezighouden met de kern van het geloof, in plaats van hun aandacht te laten afleiden door voorspellingen, zullen wij meer en beter kunnen inzien hoe God in alles Zijn hand heeft en hoe alles uiteindelijk volgens het Plan van God zal moeten gaan verlopen om tot een Goddelijk Plan van Wereldvrede te komen.

Al snel in de geschiedenis van de mensheid liep het verkeerd. Maar als wij dat Boek der Boeken lezen zien wij toch een duidelijke draad in het verloop en zien wij ook Gods Hand heel de tijd Zijn Volk dragend doorheen al de moeilijkheden.

Op de studiedag te Amersfoort zullen wij nagaan hoe wij Gods hand kunnen zien in wat er om ons heen gebeurt, en hoe wij dan er toe kunnen komen om dat te  begrijpen wat dat betekent. Echter is het niet enkel het begrip dat er moet komen. Wij zullen moeten gaan beseffen hoe wij met die kijk op de wereld zullen moeten omgaan en hoe en welke lessen daaruit zullen moeten trekken.

In studie 3 willen we daarom dat aspect onder de loep nemen. En dat willen we doen aan de hand van een ‘eindtijd’ die in de 1e eeuw nog toekomst was, zij het zeer nabije toekomst: de ondergang van Jeruzalem in het jaar 70. Want dat was het definitieve einde van het Oude Verbond. En er is alle reden om te verwachten dat het oordeel dat ons te wachten staat veel gemeen zal hebben met dat van toen, en om dezelfde redenen. En dan kun je daar dus veel van leren. Zij die daarbij omkwamen meenden zelf bij uitstek godvrezend te zijn. En toch kwamen zij om, omdat zij de werkelijke aard van de aanval op Jeruzalem hadden kunnen weten, maar zich desondanks koesterden in een vals vertrouwen dat God die val van ‘Zijn’ stad nooit zou laten gebeuren. De apostel Paulus beschrijft het als een situatie waarin mensen zelf zouden tonen aan welke kant zij werkelijk stonden. En daarom is het van belang dat wij helder voor ogen hebben wat zij toen fout deden. Want zij werden niet ‘gestraft’ omdat zij Jezus hadden gekruisigd, maar gingen zelf hun ondergang tegemoet omdat zij, ook na de prediking van de apostelen, Zijn woorden niet ter harte hadden genomen en Zijn waarschuwing niet hadden geloofd.

Ook al mogen wij ons niet vastklampen aan de oude wereld en moeten wij vooruitgaan in het leven, moeten wij onze stoute schoenen aantrekken en met die kennis van het verleden en de raad van hen die voor ons waren, het juiste pad kiezen om bergopwaarts te gaan en over alle valleien te kunnen kijken.

Ook Augustinus was hiervan bewust dat de wereld een heel eind had af te leggen en dat Jezus daar pas later tot in bestaan kwam. Hij schreef:

“Vindt u het vreemd dat de wereld ten ondergaat?” vraagt de Heer. “U kunt het beter vreemd vinden dat de wereld nog zo oud is geworden. De wereld is als de mens: een mens wordt geboren, groeit op en wordt oud. Als hij oud is, heeft hij een hele hoop lichamelijke klachten: hij moet hoesten, hij is verkouden, zijn ogen zijn ontstoken, hij is erg bezig met zijn gezondheid en is gauw moe. Als een mens oud is, zit hij dus vol klachten. Als de wereld oud is, staat ze zwaar onder druk.”

2005 10 bird of prey greifvogel 02790

Als een arend in de lucht, zwevend over God's aarde

Heeft God u soms niet genoeg gegeven door u, hoewel de wereld al zo oud is, Christus te sturen om u te verkwikken terwijl alles ten onder gaat? U weet toch dat Hij dat al heeft aangeduid in de nakomeling van Abraham? “En die nakomeling is Christus,” zegt Paulus. Het woord nakomeling staat in het enkelvoud, niet in het meervoud: en aan uw nakomeling en die nakomeling is Christus. (Galaten 3,16) Hoewel Abraham al oud was, is hem een zoon geboren. Dat betekent natuurlijk dat Christus pas zou komen, als de wereld een hoge ouderdom had bereikt. Hij kwam toen alles oud was geworden, en Hij maakte u nieuw. (…) Blijf u niet vastklampen aan een oude wereld (Jesaja 43,18), word jong in Christus! Dat is wat u moet willen. Christus zegt tegen u: “De wereld gaat verloren, de wereld wordt oud, de wereld gaat ten onder, zij wordt geplaagd door de kortademigheid die bij de ouderdom hoort. Maar wees niet bang, uw jeugd wordt vernieuwd als die van een arend.” (Psalm 103,5)”

Als arenden moeten wij opstijgen en over de wereld kijken, met in ons achterhoofd de geschiedenis van de voorgaande geslachten en in ons voorhoofd de vooruitzichten naar een betere wereld.

+

Voorgaand: De Dag is nabij #4 Begrijpen

Vervolg: In studie 4 willen we tenslotte de conclusie trekken. Wat is nu precies de waarschuwing, waar moeten we op voorbereid zijn, wat wordt er van ons verwacht. En niet in de laatste plaats: waar mogen we naar uitzien wanneer we ‘volharden tot het einde’. > De Dag is nabij #5 Uitzien

Uitnodiging voor studiedag 2012
10 Maart 2012: ‘t Nieuwe Kerkehuis, Daltonstraat, Amersfoort, Nederland 10.30 uur – 17.00 uur + na die tijd nog een maaltijd indien u wenst.

++

Lees de aanverwante artikelen:

De Knecht des Heren #5 De Gezalfde gezant

Secret Bible Week on National Geographic

The Conclusion of the System of Things

Read Full Post | Make a Comment ( 10 so far )

De Dag is nabij #2 Bruikbare informatie

Posted on March 1, 2012. Filed under: Eindtijd, Jezus Christus Jesus, Jeshua, Jahushua de Messias, Studiedag | Tags: , , , , , , , , , |

Doorheen de eeuwen hebben mensen voorspellingen gedaan en heeft men ook gesproken over een mogelijk einde van deze wereld of dit bestaan.

Bij de vele volkeren die deze aarde bevolkten had men allerlei heilige geschriften die een leidraad voor de mensen wilde zijn en die hen een beeld van de geschiedenis van de mensheid gaf.

Bij meerdere culturen is het wel opvallen dat een zelfde jaar naar voor gebracht wordt, dat door vele mensen vandaag met interesse bekeken wordt. Het is namelijk zo dat wij heden in het jaar zijn gekomen dat door meerderen als het laatste der mensheid wordt aanschouwd. Door de eeuwen heen kon men de gong horen slaan voor de laatste ronde die zich in 2012  zou afspelen en hebben mensen angstig naar die datum uitgekeken.

MayanCalendar

Maya Kalender - door een hedendaagse ambachtsman gemaakt: Truthanado

Voor ons is dat een gelegenheid om ook even die datum onder de loep te nemen. Vooral nu vele mensen die datum  als een mogelijk uit te komen voorspelling willen aanvaarden. De Pueblo-indianen, de Zulu’s en de Maya’s deden allerlei berekeningen waarop zij hun einddag voor ogen zagen. Vandaag zijn de Zuid-Amerikaanse berekeningen het meest in de kijker gebracht. De Maya’s hun kalenders worden namelijk zeer betrouwbaar geacht. Hierin rekenden zij met perioden van 26.000 jaar en groter. Die perioden kwamen voort uit een eigen tijdsberekening die in nauwkeurigheid superieur schijnt te zijn, ook aan onze eigen kalender. In de documentaire The Year Zero wijst een Maya tijdens een spreekbeurt zijn toehoorders fijntjes op een van de fouten van onze Westerse kalender. Hij zegt dat als we naar het inzicht van de Maya’s goed hadden gerekend, we geen fouten hadden gemaakt in onze eigen kalendertelling. Dan was de maand oktober (oct = 8) nu de achtste maand geweest, november (nov = 9) de negende en december (dec = 10) de tiende. Hier en daar wordt gepleit om de natuurlijke tijdberekening van de Maya’s over te nemen. Ook wij beseffen dat Paus Gregorius zijn kalender niet juist is en dat het zogenaamde jaar nul niet de geboorte van Jezus Christus kan aanduiden. Deze man van Nazareth die als de Verlosser wordt beschouwd is volgens die Gregoriaanse kalender namelijk geborenop 17 oktober -4 van de Gewone Tijdrekening.

Volgens de berekeningen van de Maya’s, die astronomisch nog steeds accuraat zijn, komt ons zonnestelsel op 21 december 2012 op één lijn te staan met Hunab K’u, het centrum van de Melkweg, de plaats die de Maya’s de kosmische baarmoeder noemen. Mayakenner Peter Toonen schrijft begin dit jaar in het tijdschrift Frontier: “Dan staan dus onze Aarde en onze zon op één lijn met elkaar in het hart van de melkweg, dus met Hunab K´u, de Bron [...]. Technisch kun je dan een soort nultoestand krijgen in de draaiingen van de elektromagnetische velden van ons zonnestelsel. Volgens de overleveringen van de Hopi indianen duurt dit drie dagen; drie dagen van leegte en duisternis.”

Zullen wij dan een luchtverschijnsel krijgen waarbij het totaal donker wordt? Kunnen wij tekenen opvangen die ons signalen geven over de komende tijd?

Wij zien zeker wonderen in de hemel boven (regen) en op de aarde eronder (vuur) zoals geprofeteerd. Het woord “wonder” betekent “voorteken”. Een voorteken is een teken of waarschuwing voor  iets dat gewichtig of rampspoedig, waarschijnlijk gaat of staat te gebeuren.

“En het zal geschieden op het einde der dagen, zegt God “Ik zal uitstorten van mijn Geest over alle vlees; Uw zonen en dochters zullen profeteren, Uw jonge mannen visioenen schouwen, Uw grijsaards dromen ontvangen; Zelfs over mijn slaven en slavinnen in die dagen, Stort Ik uit van mijn Geest, en ze zullen profeteren. Ik zal wonderen doen in de hemel daar boven, En tekenen op de aarde beneden: Bloed en vuur, en walm van rook.” (Handelingen 2:17-19 Canis)

Pok ta pok ballgame maya indians mexico 1

Maya indiaan te Mexico - pok ta pok speler - Foto Sputnik

Als men de Maya kalender gelooft kan men zien dat het dan toch niet echt over het einde zal gaan want zij zien dan het begin van een grote nieuwe periode van 26.000 jaar en een kleine periode van 5200 jaar. Dus zal het volgens de Maya indianen zeker niet het einde van de wereld zijn zoals velen hun berekeningen verkeerd interpreteren. Volgens hun zou het een tijd brengen voor evenwicht en als wij het goed verstaan lijkt het dan wel op de 1 000 jaar die er volgens de Bijbel ook nog na Armageddon zouden komen.

Dat Armageddon, of de 3° Wereldoorlog, zou de laatste grote strijd in dit wereldgebeuren zijn waarna Jezus Christus terug zou komen op de aarde om de levenden en de doden te oordelen.

De hevige branden die in Juli 2010 als een van de heetste maanden in Moskou in 130 jaren registratie geschiedenis konden opgetekend worden, waarbij ook velden en bossen waren opgedroogd en veel van de tarweoogst van dat jaar verwoest werd konden volgens sommigen als een ‘duidelijk kenbaar teken’ van het komende onheil opgetekend worden. De vele tsunami‘s die ook de laatste tijd regelmatig het nieuws halen met de meerdere aardbevingen en  de ergste overstromingen sinds mensenheugenis doen de mensen even opschrikken, maar dan ook dikwijls vlug vergeten. Op het moment van het gebeuren schreeuwen velen wel moord en brand en laten hun kwade wijsvinger zich richten op God.

Voor de rest van de tijd kennen zij meestal God niet of willen niet van Hem weten. Zij zijn hoofdzakelijk begaan met wereldse zaken die volledig beslag op hen leggen. Anderen zien daar dan ook weer tekens dat wij naar het einde der tijden gaan, omdat in de Bijbel over de rampspoeden wordt geschreven en verwezen wordt naar de geestestoestand van de mensen in die tijd. Deze zou niet zo rooskleurig zijn voor de omgang met elkaar, want er wordt kenbaar gemaakt dat zelfs in de huishoudens leden zich tegen elkaar zouden gaan keren. Jongeren zouden het zelfs tegen hun ouders gaan opnemen.

Je hoort in christelijke kringen heel veel verschillende dingen over die tijd van de wederkomst. Dingen die zich soms moeilijk met elkaar laten rijmen. Dat betekent dus dat we eerst moeten gaan schiften: wat is bijbels en wat niet.

In studie 1 willen we daarom kijken naar wat de Schrift nu eigenlijk aan werkelijk bruikbare informatie heeft te bieden. Daarbij zullen we voortdurend stuiten op de waarschuwing zich niet door duidelijk aangekondigde gebeurtenissen te laten verrassen, niet ‘slapend te worden gevonden’, maar ‘gereed’ te zijn. Dat geldt dus des te meer, aan de vooravond van de grootste gebeurtenis aller tijden, voor ons die het ‘voorrecht’ hebben die tijd mee te mogen maken. Vooral in dàt verband vinden we die oproep om ‘gereed’ te zijn wanneer Christus komt. We zullen ook ontdekken dat Jezus in Zijn waarschuwingen de aandacht van Zijn gehoor vestigt op een aantal gebeurtenissen in het verleden, die we kunnen opvatten als een patroon. En Hij drukt ons op het hart, te kijken wat dáár fout was gegaan en die lessen toe te passen in ons leven, om niet zelf net zo in de fout te gaan.

Maar om te begrijpen wat daar fout ging, moeten we leren Gods hand te zien in wat er om ons heen gebeurt, en dan vervolgens te begrijpen wat dat betekent. Dat willen we dan doen in studie 2.

+

Uitnodiging voor studiedag 2012
10 Maart 2012: ‘t Nieuwe Kerkehuis, Daltonstraat, Amersfoort, Nederland 10.30 uur – 17.00 uur + na die tijd nog een maaltijd indien u wenst.

Voorgaand: De Dag is nabij #1 Voortdurende moeilijkheden

Vervolgt: De Dag is nabij #3 Niet laten verrassen

Vervolg over Studie 2: De Dag is nabij #4 Begrijpen

++

Lees ook aanverwant:

Vuur en vloed als teken

Symboliek in de Heilige Schrift

Maya’s voorspelden al lang geleden:  Het jaar 2012 wordt een omslagpunt

+++

 

Read Full Post | Make a Comment ( 9 so far )

« Previous Entries