Archive for September, 2010
Opbouw van een ecclesia
In de maand oktober gaan wij ingaan op de ecclesia, wanneer zij gevormd kan worden, hoe zij tot stand kan komen en wat haar taken zijn.
De ecclesia (ekklesia) of kerk staat voor de groepering van gelovigen die samen een gemeenschap vormen waar zij hun godsdienst beoefenen.
In het licht van de actualiteiten is het aangewezen om eens te beraden waar wij als gelovigen naar toe willen en bij welke kerk wij ons willen aansluiten. Ook komt het er op aan voor gelovigen om hun medebroeders en zusters die op de een of andere manier gekwetst zijn of twijfelen aan hun geloof, om deze op te vangen en met raad en daad bij te staan.
Te voorbereiding van de lezingen en besprekingen op zondag 3 en 10 oktober kan er eens gekeken worden naar wat er over de toestand in de kerk staat geschreven en naar welke oplossingen er bestaan voor de katholieken die in hun geloof geschokt zijn.
Wij moeten er ons bewust van zijn dat Jezus heeft gezegd het vergaderen niet na te laten en de boodschap van het Goede Nieuws te verkondigen.
Mensen op hun eigen zijn beperkt en als men enkel voor zich zelf en op zich zelf zich moet verdiepen in de Heilige Schrift bestaat het gevaar dat dit niet kan volgehouden worden. Door met meerderen de Bijbel te bestuderen en te bespreken kan men nog meer gemotiveerd geraken om verder in de Bijbel naar de waarheid te zoeken en deze ook met anderen te delen.
Samen komen om te bidden, de bijbel te lezen en te bestuderen, te luisteren naar aandachtspunten van anderen, het aanhoren van een lezing of bedenking omtrent het in de Bijbel vermelde, kan weldegelijk een steun vormen om het geloof te onderbouwen, te verstevigen, maar ook om onderlinge relaties te verstevigen en een algemeen voldaner en gelukkiger gevoel te geven.
Als men elkaar de kans geeft om samen iets te betekenen kan men elkaar steunen, opbouwen en vele moeilijkheden doen verdwijnen als sneeuw voor de zuiderzon. De moeilijkheden die als een onoverkomelijke berg voor iemand schijnt te liggen kan dan tot een kleine steen worden waar iedereen kan over stappen, maar waar de eerst getormenteerde geen angst meer hoeft voor te hebben en zijn weg met gemak kan verder zetten.
Is het echter haalbaar dat men op zijn eigen aan de Kerk van God mee kan opbouwen? Heeft de mens zelf de middelen? Wat zijn zijn mogelijkheden en zijn vaardigheden om te slagen?
Wij hopen meerdere aandachtspunten te kunnen bespreken tijdens de komende zondagen.
Aangeraden lectuur:
Als je denkt dat je te klein bent om effectief te zijn
Begin met het weg voeren van kleine stenen om een berg te verwijderen
An ecclesia in your neighborhood
Ook relevant kunnen zijn:
Gebed belangrijk aspect in ons leven
Hoofdbronnen van afwijkende gedachten
Twee duizend jaar geleden waren boeken zoals 1Enoch en Shemihazah erg populair. Er is afgeleid materiaal in de DSS en Ginzberg, talmoed enz., maar het is nog steeds (#Ge 6:1-4) dat de hoofdbron van de afwijkende midrash is.
“Toen de mensen talrijk begonnen te worden op de aardbodem en dochters kregen, zagen de zonen van God hoe mooi de dochters van de mensen waren, en zij kozen zich uit die dochters ieder een vrouw. Maar Jahwe zei: ‘Mijn levensgeest zal niet altijd bij de mens blijven, want hij is maar een nietig wezen; de duur van zijn leven zal honderdtwintig jaar bedragen.’ In die dagen – en ook nog daarna – leefden er reuzen op de aarde, doordat de zonen van God gemeenschap hadden gehad met de dochters van de mensen die hun zonen hadden gebaard. Zij waren de befaamde geweldenaars van de oude tijd.” (Ge 6:1-4 WV78)
Rond heel dit gebeuren zijn zeer vele verhalenontstaan en werden mythen gekoesterd omdat zij een mooi excuus gaven voor eigen fouten. Was het niet fijn dat men nu niet zelf de verantwoordelijkheid meer moest dragen voor fouten die men deed.
Het verhaal ging dat een Gevallen Engel 200 engelen naar beneden leidde om te trouwen. Waren er nu geen “zonen van god” geweest, Gevallen Engelen, die dochters begeert hadden en mensen mensenkinderen hadden laten voortbrengen, of waren het niet eerder duivelskinderen. Het eerste gedeelte van het zesde hoofdstuk van Genesis illustreert het weg gaan van de wegen van God en de morele afgang van de maatschappij. Dit proces had zijn wortels in het gemengd huwelijk van de zonen van God (zaad van de vrouw) en de dochters van ongoddelijke mannen (zaad van de slang).
Jezus was ook bewust van de in omloop zijnde verhalen en wist dat vele mensen vergeten waren dat voor God de zonen van God Zijn dierbare mensenschepping was die de Ware God kenden. (#De 14:1; Ho 1:10; Lu 3:38; Jo 1:12; 1Jo 3:1).
De “zonen van God’ van iedere generatie heeft zich afgescheiden van de mensen van de wereld. Zij hielden er aan zich aan de geboden van God te onderwerpen en werden door God gewaarschuwd mensen die zich liever aan de wereld hielden niet te trouwen omdat zij hun weg van het volgen van de Ware God zouden beïnvloeden en zelfs mogelijk in de slechte zin (Ex 34:12,15,16; Jos 23:12-13; Ezr 9:12; 1Co 7:39; 2Co 6:14-16)
Jezus ook waarschuwt de mensen dat zij er op moeten toezien niet te trouwen met ongelovigen of zich te binden met mensen die God loochenen. Hij weet ook te zeggen dat het in de laatste dagen zo zal zijn als in de tijd van de goede getrouwe Noah.
“Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.” (Mt 24:37 HSVNTPS)
De gedachte kennend van de mensen en er bewust van zijnde aan welke verhalen zij hielden ging Jezus daar soms sarcastisch op in. In de gelijkenis van de “Ontaarde of Sluwe Beheerder” repliceerde de Messias reeds naar de houding van de Farizeeërs. Niet alleen zijn kritiek over het feit dat zij zich heel vroom voor deden kwam uit het verhaal naar voren. Hij merkte ook op dat zij zich beter hadden gehouden aan wat Mozes en de profeten hadden gezegd. (Lukas 16:16)
“… moest u zich houden aan wat Mozes en de profeten hadden gezegd. (Lu 16:16 BOEK)
Zij die zeiden dat het Satan, de duivel was die verleide moesten er bewust van zijn dat God met alle verleiders zou komaf maken.
“Op een dag zei Jezus tegen Zijn discipelen:” Verleidingen zullen er altijd zijn. Dat is onvermijdelijk. Maar degene die de verleidingen veroorzaakt, zal het slecht vergaan. Hij zou beter af zijn als hij met een zware steen om zijn nek in de zee werd gegooid, dan wanneer hij één mens tot zonde bracht.” (Lu 17:1-2 BOEK)
Voor hen die dachten dat er voor kleine kinderen een voorgeborchte zou zijn, of voor zondigen een extra plaats om afgestraft te worden, liet Jezus weten dat God een Rechtvaardige is en dat diegene die God heeft gezonden om de levenden en doden te oordelen ook rechtvaardig zal zijn.
“(6-7) Als die onrechtvaardige rechter zoiets kan zeggen, zal God zeker recht doen aan Zijn kinderen die Hem er dag en nacht om smeken! Zal Hij hen laten wachten? Nee!” (Lu 18:6-7 BOEK)
“”Beseft u wel wat u zegt, als u Mij ‘goed’ noemt?” vroeg Jezus. “Er is toch niemand goed behalve God?” (Lu 18:19 BOEK)
God zal zeker Zijn uitverkorenen recht verschaffen en hen niet lang laten wachten. Ook al is niemand goed buiten die éne ware God. Jezus beriep zich er niet op dat hij geen enkele zonde had gedaan maar vertelde wel dat hij zou gaan sterven en dit wel ter redding van de gehele mensheid. Dat houdt dus ook in voor de goeden en de slechten.
“Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te behouden.” (Lu 19:10 VoorhNT4)
Hij die zich ook aanbood als een pas geboren schaap werd ‘gekeeld’ of het zwijgen opgelegd. dit bloed van het Lam van God is het juist dat redding brengt.
“Jezus zei tot hen: De zonen van deze eeuw huwen en worden ten huwelijk gegeven. Maar die waardig geacht zijn deel te hebben aan die eeuw en aan de opstanding uit de doden, zullen niet huwen of ten huwelijk gegeven worden; want zij kunnen ook niet meer sterven; want zij zijn aan engelen gelijk en zijn zonen van God, omdat zij zonen van de opstanding zijn. En dat de doden opgewekt worden heeft ook Mozes aangeduid in [de geschiedenis van] het doornbos, als hij [de] Heer noemt ‘de God van Abraham en de God van Izaäk en de God van Jakob’; Hij is toch niet een God van doden, maar van levenden; want voor Hem leven allen.” (Lu 20:32-38 VoorhNT4)
Engelen worden duidelijk ook zonen van God genoemd. Maar ook de rechtvaardigen die deel zullen maken aan de opstanding zullen worden zoals die engelen en dan ook niet huwen en niet meer sterven. Dus trouwden de engelen niet en copuleren niet, dit in tegenspraak met gangbare menselijke verhalen. Ook na Jezus zullen de apostelen voor die vertellingen waarschuwen. Hun leermeester en ook onze heer heeft reeds gezegd wie in Gehenna (de hel) zal zijn. Zelfs Jezus verbleef daar.
Na zijn dood werd Jezus hoger geplaatst dan de engelen toch zou hij zich dan er aan moeten hebben aan onderwerpen indien die Gevallen Engelen in de hel heersen. En waarom moest die onschuldige man, zelfs voor sommigen God, dan wel in de hel gaan? Als diegene die zonder smet was in de hel moest dan zullen wij die zondig zijn er zeker naar toe moeten. En dat is ook zo. Wij allen zullen naar Gehenna (de hel) moeten gaan. Maar in het Nieuwe Testament wordt ons duidelijk gemaakt dat wij hier voor niet hoeven te vrezen, want ons is er een Nieuw Verbond geschonken, en wij kunnen er op aan dat Gods beloften voor ons ook waarheid en werkelijkheid zullen worden.
Door het Zoenoffer van Jezus Christus, de Beloofde Messias, hebben wij door ons geloof de zekerheid verkregen op een beter toekomst zonder enige pijn of moeilijkheden.
In enkele artikelen gaan wij in of wij al of niet bang moeten zijn voor die hel of voor Gevallen Engelen.
Lees verder:
Moeten wij bang zijn voor een duivel
& Jesus and the fallen angels in hell
en vindt verder interessante onderwerpen omtrent mogelijke bestraffing in een hel:










